|
Ik heb thuis een hele kast vol boeken. Ik las al vroeg, nog voor ik naar school ging. Op verjaardagen Sinterklaas, altijd kreeg ik wel een boek cadeau. Ik las, ik las. “Kind, je verleest je verstand nog eens ”zei mijn oma vroeger. En later kocht ik mijn boeken zelf.
En ik las en ik las in verloren momenten, in de trein, wachtend op een station, zomers onder een parasol in de tuin en zelfs op mijn werk, in de baas zijn tijd. Een paar bladzijden hier, een halve pagina daar, niemand die het merkte, behalve soms, mijn geweten, dat toen nog jong en soepel was. Achteraf vermoed ik dat iedereen het wèl zag, en dat men mij dat kleine leesgelukje allerminst gunde… maar dat terzijde.
En zo groeide mijn kast, plank na plank, tot een soort papieren biografie.
Bij een paar van mijn kennissen ben ik altijd verbaast hoe opgeruimd hun kasten altijd zijn. Er staat niets, “épuré” noemen ze dat. Strak, minimalistisch, zonder onnodige versieringen maar zoals Marcus Tullius Cicero het lang geleden al zei : ”Een huis zonder boeken is als een lichaam zonder ziel.”
Wanneer ik weer thuiskom, in de war van zoveel minimalisme, kijk ik naar mijn eigen “rommelige boekenkast”, en vraag mij af waarom ik eigenlijk al die boeken bezit.
Sommigen maar één keer gelezen, de meesten meermaals, een paar maar voor de helft…Zoals bv dat ene boek dat prachtig mooi oogt in mijn boekenkast, maar waar ik met de beste wil van de wereld maar niet door heen kom. Enkelen ken ik uit mijn hoofd, geraakt door bepaalde passages, zinnen. Wat had me ooit bezielt ze aan te schaffen?
Heel even voel ik mij bijna schuldig bij de gedachte dat mede dankzij mij de regenwouden het zo moeilijk hebben. Al dat papier.
Even komt de gedachte in mij op om heel die boekenhandel te verpatsen. In de geest van Marie Kondo, zou ik mij moeten afvragen: maakt dit boek mij gelukkig? Wat is de toegevoegde waarde in mijn leven? Ze staan daar maar wat te staan en doen stof op.
En dan weet ik het weer, dit zijn mijn vrienden, ze boden mij gezelschap in tijden van eenzaamheid, In mijn boeken kon ik verdwijnen. Sommigen waren een bron van troost, in anderen vond ik herkenning, weer anderen een gids. Ze hebben mij gevormd, opgetild, uitgedaagd. Mijn boeken horen hier, in mijn kast, bij mij.
|