Ik ben Josephine of Joke
Ik ben een vrouw en woon in Waasmunster (Belgie) en mijn beroep is Genieter.
Ik ben geboren op 10/08/1949 en ben nu dus 75 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: .
Zwemmen,wandelen in de natuur,
en natuurlijk fietsen.
Fotograferen, fotobewerking.
Op internet surfen en bloggen.
Maar ook een gezamelijke hobby
van mij en mijn echtgenoot is dat we
graag varen over verschillende wateren.
Bij parahawking wijst een roofvogel jou de weg. Het is een unieke combinatie van paragliden en valkerij, de kunst van het africhten van valken. Samen met een begeleider laat je je meevoeren met de wind terwijl getrainde valken jou voortdurend gezelschap houden.
Zowel in Spanje (Alicante) als in Nepal (Pokhara) kan je deze bijzondere activiteit beoefenen. Een standaard tandemvlucht met piloot kost 100 euro. Je kan de vlucht laten vastleggen door middel van een videocamera die bevestigd is aan de valk (140 euro). Je kan eveneens les krijgen in het trainen van de valken en zelf leren parahawken zodat je solo kan vliegen. (kve)
In de kerk van Wimborne in Dorset kunnen liefhebbers de kettingbibliotheek gaan bezichtigen. Het is een van de vier overblijvende kettingbibliotheken ter wereld. De boeken zijn vastgeketend om te vermijden dat ze uit de bibliotheek worden meegenomen. Op die manier werden ze ook beschermd tegen de brandstapel. In de collectie zit onder andere werk van Erasmus, Plato en Machiavelli en ook een van de oudste gedrukte werken uit 1495.
Als je dan toch in Winborne bent, kan je van de gelegenheid gebruik maken om te genieten van een cream tea in een van de plaatselijke theesalons. Zonder thee en gebak is een bezoek aan het Engelse platteland niet compleet.
Dit 'country house' werd gebouwd in 1663 door Ralph Bankes en bleef bewoond door zijn erfgenamen tot 1981. Nu is het eigendom van de National Trust. Het interieur is rijkelijk versierd. In de 19de eeuw verfraaide William Bankes het huis met Egyptische en andere antieke kunst. Een van de opvallendste overblijfsels daarvan is de obelisk die op het domein staat. In Kingston Lacy kan je ook werk bezichtigen van Rubens, Van Dyck en Titian. Buiten is er een prachtige Japanse tuin.
Sherborne Castle:
Sherborne Castle werd in 1594 gebouwd door Walter Raleigh (gespeeld door Clive Owen in de film Elizabeth) in ware Tudorstijl. Het kasteel wordt vaak gebruikt als locatie om fictie op te nemen. Je kan er zelfs bruiloften en andere evenementen organiseren. Niet te missen zijn de prachtige meubels, de tuin en de ruïnes van het oude kasteel. De portretten van de familie Digby zijn al even fascinerend.
Natuurlijk moeten we het ook nog even over de gastronomie van deze streek hebben. Dorset en Hampshire zijn droombestemmingen voor lekkerbekken en liefhebbers van verse producten. De mix van verschillende smaken kan soms vreemd lijken, maar is vaak een aangename verrassing. Moeilijk om te weerstaan zijn de cupcakes en andere desserten. Niet goed voor de lijn, maar als je er naar vraagt, kan je ook licht eten.
Ontbijt: Probeer een volledig English Breakfast: eitjes, worsten, ham, champignons en bonen met toast of 'fried bread'. Ideaal als je een vermoeiende dag voor de boeg hebt en een stevige maag.
Snacks: Sandwiches, paninis, salades en cake vind je bijna overal. Probeer ook de 'wedged potatoes', dat zijn aardappelen die met de schil gebakken worden in de oven, geserveerd met kip, champignons of tonijn... De huisgemaakte cakes met crème au beurre of gearomatiseerde crème zijn ook aanraders. De bekendste snack is waarschijnlijk fish and chips: gepaneerde en gefrituurde vis met frietjes. Pas wel op voor de lokale gewoonte om azijn op de frieten te doen !
Restaurants: Naast de Engelse traditie is ook de Franse/fusion keuken aanwezig in de Britse restaurants. De Engelse keuken werkt veel met contrasten: overal zal je wel vlees met muntsaus op het menu zien staan. Dorset en Hampshire zijn twee groene gebieden waar de landbouw floreert. De meeste restaurants in de streek gebruiken lokale producten vanuit het principe van 'slow food'. Een aanrader is Yalbury Cottage voor zijn traditionele keuken: subtiel, met kwaliteitsproducten en uitstekende bediening. Creatief en tegelijk ook klassiek met lekkere smaakcombinaties.
Een heel andere sfeer bij Poachers Inn. Het gebouw dateert uit de 17de eeuw, meer traditioneel en typisch Brits vind je niet. Als je houdt van plekjes met geschiedenis, pittoresk Engeland en lokale gerechten, ben je hier op je plaats. Gelegen in het centrum van deze prachtige regio, is het een geweldige uitvalsbasis. We raden je ook de appelcake en regionale bieren aan. Vraag een kamer in het oude gedeelte voor nog meer ontspanning. Het ontbijt vindt plaats in een gezellig zaaltje. En ook hier is er een zwembad!
Met de ferry zou je er al zijn! Een aangename manier van reizen trouwens. En als we dan toch naar Calais moeten, kunnen we evengoed ondertussen stoppen in Salisbury en het mythische Stonehenge.
Mijn man vertrekt nooit op vakantie zonder de honderden vliegers die hij door de jaren heen zelf gemaakt heeft. Met de caravan, vliegers en wegenkaart trokken we dit jaar naar Ria de Arou-sa in Galicië. Onze camping ligt een twintigtal kilometers van het prachtige natuurreservaat 'Parque natural do complexo dunar de Corru-bedo e lagoas de Carregal e Vixan'.
Na enkele kilometers stappen over houten loopplanken bereiken we het bijna verlaten strand. Ons strand, zullen we maar zeggen. Dagelijks zijn we er met onze picknick naartoe getrokken. Kilometers hebben we gewandeld. Bij het pootjebaden zwommen de vissen tussen onze tenen en kietelden de garnalen onze voeten. Amper vijftien meter van een met gespikkelde eieren gevuld nest van een strandloper lagen we te zonnen.
Het duinencomplex met zijn lagunes was hemels: wandelende duinen, mooi fijn zand, zalig weer en een kleurenpalet om u tegen te zeggen door de variatie aan vetplanten, bloemen en ander groen. De natuur heeft hier haar mooiste kantjes getoond en wij hebben er met volle teugen ervan genoten. Mijn man ook - al mocht hij zijn vliegers niet oplaten in dit natuurgebied.
Piran is een romantisch dorpje aan de Adriatische kust.
In zes dagen fietsen van Venetië via Slovenië naar Kroatië, met op tijd en stond een duik in zee en een hoorntje met vanille, chocola en kokos? Meer moet dat niet zijn. De zere billen nemen we er met plezier bij.
Toegegeven: al ben ik een nogal verwoede fietser, de ketting hoeft niet altijd gespannen te staan. Als de vakantie lonkt, geniet ik net zo goed van een ontspannen 50kilometer per dag, met mijn vriendin aan mijn zij en onderweg een uitgebreide picknick op een idyllisch plekje. Doe er nog een zalig najaarszonnetje bovenop, een duik in zee in plaats van de voorspelbare douche achteraf én een exotisch tintje (weet u met welke munt je op een Kroatisch terrasje een frisse cola betaalt?) en we zakken 's avonds helemáál met een tevreden gebrom in ons bed weg.
Piraten Zo komt het dat we dit jaar toch voor de derde keer naar Venetië zijn afgezakt: omdat het deze keer met de fiets is. In zes dagen trekken we naar Porec in Kroatië, alleen de route en de hotels liggen vast. Van het groepje van zo'n twintig mensen die dezelfde reis geboekt hebben, voornamelijk Duitse stellen van in de vijftig, hoeven we ons niet veel aan te trekken: je vertrekt en komt aan wanneer je dat zelf wilt. Het is die combinatie van complete vrijheid je stapt af waar je wilt en intense ervaringen je raakt zó aan de babbel met de locals die reizen met de fiets zo verslavend maakt.
Na een dagje verdwalen in de dogestad slapen we niet in Venetië zelf, maar in het groezelige Mestre, vlakbij het moet ook niet te romantisch worden van de eerste dag, moeten de organisatoren gedacht hebben. Wat ze wel begrepen hebben, is dat wij niet alleen in Venetië verdwalen, maar overal. In het boekje dat we meekrijgen, is de wegbeschrijving dan ook minutieus uitgetekend.
Toch kunnen we het al snel niet laten om hier en daar een alternatieve route uit te proberen. De verleiding is namelijk groot om op het grindpaadje aan de overkant te fietsen, als de Italianen je aan deze kant van het kanaal met honderd per uur van de weg proberen te rijden. Het woord wegpiraat moet hier zijn uitgevonden.
Van piraten naar de zee, het is een kleine stap. Wat deze tocht afwisselend maakt, is dat je af en toe de boot op stapt voor een (o)verzetje: in startplaats Venetië (uiteraard), in Triëst halverwege en voor de terugtocht van Kroatië naar Venetië. We willen het woord mietjes niet in de mond nemen, maar wie vindt dat het te hard regent of wie aan het einde van zijn Latijn is, kan ook een fietsetappe overslaan en in een busje stappen.
Zeker de eerste dagen is dat niet nodig: de weg is behoorlijk vlak. Misschien daarom dat het hier aan de kust krioelt van de Alpenmoeë Oostenrijkers? Wij vinden meer onze gading weg van dat Club Med-opbod, in het agriturismo landinwaarts bij het Romeinse stadje Aquileia, bijvoorbeeld. Als een plensbui ons daar, net na vertrek, de basiliek injaagt, blijkt onze schuilplaats een imposante vloermozaïek uit de vierde eeuw te herbergen. Het verfijnde kunstwerk vol bijbelse scènes is verrassend goed bewaard.
Al moeten we er weer een gevaarlijke rit voor trotseren, de beloning op dag vier mag er wezen: de ietwat vergane glorie van de historische stad Triëst is uiterst charmant, zijn Piazza dell'Unità d'Italia die uitkijkt over de baai indrukwekkend. Voor we er de volgende morgen inschepen, nemen we afscheid van Italië in stijl: met een cappuccino zoals alleen echte barista's die maken.
Wellness We wilden er altijd al eens heen, al wisten we niet zeker wat te verwachten, maar bij deze is het officieel: Slovenië is de max. Alleen al omdat de fietspaden er uitzonderlijk zijn. Het is meteen een pak heuvelachtiger, maar op een verlaten oude spoorwegbedding tussen olijfbomen en wijnranken is dat niet meer dan een aangename uitdaging. Ook hier rukken casino's en loungy strandbars onvermijdelijk op en slijten luxehotels de obligate wellnessarrangementen, maar op dit strookje Adriatische kust zijn authentieke dorpjes vooralsnog makkelijk te vinden. Zo hebben wij het geluk 's avonds in Piran te logeren (en niet in het zielloze Portoroz, zoals de brochure vermeldt). Auto's komen er niet in, al is het maar omdat je er niets mee kunt aanvangen in de smalle, steile straatjes. En het is pas als we even later liggen te dobberen in zee dat we de middeleeuwse omwalling opmerken boven op de rots waar Piran is op gebouwd.
Het is moeilijk vroeg onder de wol te kruipen als je op zo'n romantisch plekje de zon ziet zakken in de zee. Het was nochtans geen overbodige luxe geweest. De volgende dag begint de tocht vlak, door de fotogenieke zoutlagunes, maar zodra we Kroatië binnenfietsen, volgen enkele van de stevigste klimmetjes van de reis. Doe er een brandende zon en een lekke band (de eerste en enige van de zesdaagse) bovenop, en het blijkt ineens geen luxe dat we kunnen terugvallen op min of meer getrainde fietserskuiten.
Naar het schijnt is de basiliek van het kuststadje Porec, waar we rond halfacht bekaf aankomen, werelderfgoed. We kunnen het bevestigen noch ontkennen. Want voor één keer genieten we schaamteloos van de geneugten van het massatoerisme. En dat kunnen we wél getuigen: ook al is het in een druk all-inhotel, na 50 kilometer zwoegen en zweten op de fiets doet het wellnessarrangement precies wat zijn naam belooft.
Op de terugtocht naar Venetië, de volgende morgen, overschouwen we vanaf de boot het parcours dat we de voorbije week afgemalen hebben. Kijk, daar ergens staken we de grens met Kroatië over. Een geluk dat we er na kilometers onherbergzaam niemandsland onze welverdiende cola in euro konden betalen. We hadden er toen nog geen benul van dat je in Kroatië kuna's op zak hoort te hebben.
Praktisch Belgian Biking vertrekt elke zaterdag (16 april t.e.m. 23 juli en 27 augustus t.e.m. 1 oktober). De reis van Venetië (Italië) naar Istrië (Porec, Kroatië) duurt 8 dagen en 7 nachten, waarvan je 6 dagen fietst (gemiddeld 50 km per dag).
Je bagage wordt vervoerd van hotel naar hotel, een fiets huren kan voor 70 euro. Vanaf 650 euro per persoon logeer je in driesterrenhotels in tweepersoonskamers met eigen badkamer en ontbijt (vervoer Brussel-Venetië-Brussel niet inbegrepen, ook middag- en avondeten betaal je zelf).
Tip: profiteer op de laatste dag van het gratis vervoer van Venetië naar Mestre. Wees niet zo eigenzinnig die laatste 10 km zelf te willen fietsen: in het Italiaanse verkeer is dat zelfmoord. Fietshelm en fluohesje zijn voor deze reis sowieso sterk aan te raden.
Toen we dit jaar op familiebezoek in Oeganda waren, lieten we ons verleiden tot een safari. Onze keuze viel op Ecotours Uganda. Deze organisatie bleek niet alleen over gerenommeerde vogelgidsen te beschikken (onze interesse) maar ook de goedkoopste (een verschil van 50 procent kan tellen).
Met twee gidsen (Robert en Ibrahim) en een jeep trokken we naar een aantal nationale parken. De ervaring was fantastisch. Omwille van de rijke natuur vol gefladder en omwille van de superieure deskundigheid van onze twee gidsen die een perfect programma volledig volgens afspraak afwerkten, van 's morgens 5.30u tot 's avonds 19u.
Een aanrader voor wie op een intense, betaalbare en sociale manier Uganda wil bezoeken. Want Ecotours Uganda leidt ook jonge mensen op tot gids in Mabira Forest, waar ze eigenhandig een centrum ontwikkelden.
De legendarische keizerspinguïns zien zit er tijdens deze trip niet in. Daarvoor moet je veel meer zuidelijker, heb je veel meer tijd nodig en moet je ook wel meer centen neertellen.
De koningspinguïns, half zo groot maar daarom niet minder mooi, krijgen we wel te zien. South-Georgia is een van de beste plaatsen rond Antarctica om enorme kolonies te spotten. Een kakofonie van geluiden -geen gekwetter maar eerder getoeter- stijgt op wanneer de diertjes sierlijk hun zwarte-oranje bek in de lucht steken. Pluimpjes vliegen in het rond want de kleintjes veranderen van veren.
Het beste wat je kan doen, is gewoon gaan zitten. Geen beweging, geen geluid. De diertjes zijn nieuwsgierig en komen soms erg dichtbij. Met hun bijna tachtig centimeter zijn ze dan, zelfs met mensen in de buurt, nog steeds de koning van hun kolonie. Ondanks het feit dat er miljoenen rond Antarctica leven, las ik dat ze beschermd zijn. Uren kan ik ernaar kijken. Hun menselijke gestes, de sociale interactie onder elkaar, de felle reacties wanneer een indringer iets te dicht komt,...
Wie de koningspinguïns wil zien maar niet echt te vinden is voor de oversteek naar Antarctica, kan ook gewoon naar de South-Georgia-eilanden afreizen. Meestal vlieg je dan op de Falklandeilanden van waar je met een kleinschalig expeditieschip naar South-Georgia gaat.
Verschillende aanbieders van reizen specifiek naar deze unieke eilandengroep zijn onder andere Thika Travel, Ander Licht Reizen en Beluga Travel. Het zijn Nederlandstalige reisorganisaties die zich op expeditiereizen toespitsen en hun vakgebied goed kennen.
Funchal, de hoofdstad van Madeira, telt meer dan 100.000 inwoners.
Madeira behoort tot de zeldzame bestemmingen met het hele jaar door aangenaam weer: het is er nooit echt koud en nooit echt heet. 's Winters is het groene eiland een ideale bestemming voor liefhebbers van wellness en wandelen. Maar Madeira leent zich ook uitstekend tot een rondrit per auto of een bezoek aan de hoofdstad Funchal.
Een van de authentieke huisjes in Santana.
Levada's zijn kanaaltjes. Het totale netwerk is wel 2.000 km lang.
De Mercado dos Lavradores, waar je alle specialiteiten kunt kopen.
Zelfs in putje winter geniet je op zustereiland Porto Santo van een heerlijk zonnige vakantie.
Het chique Reid's Palace, waar ook Churchill vaste klant was.
De Quinta da Casa Branca is een landhuis dat nu een trendy hotel is.
Rijden door de bergen
Soms lijkt het alsof iemand de Pyreneeën in het midden van de Atlantische Oceaan heeft neergeplant, want je kan op Madeira heerlijke rondritten maken met de auto, al komt daar heel wat bochtenwerk aan te pas. Een van de mooiste leidt vanuit Funchal noordwaarts, over de bergkam in het midden van het eiland. Je kan er genieten van prachtige uitzichten op de ongerepte noordkust en op de valleien.
We stoppen bij de Miradouro do Pico do Arieiro, waar enkele wolken over het centrale bergland van Madeira drijven. Ook de Pico Ruivo, met zijn 1.862 meter de hoogste top van het eiland, is goed te zien. De beklimming van die Pico Ruivo is trouwens een serieuze uitdaging en niet voor iedereen weggelegd. In het uiterste oosten van het eiland liggen de mooiste uitzichtspunten vanop het Ponta do Resto en het Ponta de São Lourenço. Vanop de kliffen zien we het water op de rotsen inbeuken: een adembenemend schouwspel. Een magische plek ook voor de mooiste zonsondergang van Madeira.
Wandelen langs de levada's Levada's zijn irrigatiekanalen die het water brengen van het vochtige noorden naar het droge zuiden, over of door de bergen en heuvels. Langs al die kanaaltjes lopen paden. En die zijn samen 2.000 km lang. Het best ga je op pad met een gids die je veilig langs de mooiste plekjes loodst. Shuttlebusjes brengen je na afloop weer naar het hotel. Er zijn levadawandelingen voor geoefende en minder geoefende wandelaars en van verschillende duur. Er is dus zeker keuze genoeg. Een mooie levadawandeling loopt naar het schilderachtige dorpje Santana in het noorden, waar je nog enkele typische houten huizen met puntig strodak vindt.
Populair is de levadawandeling naar de 25 Fontes, in het noordwesten van het eiland. Die 25 watervalletjes storten zich in een dichtbegroeide komvormige rotswand naar beneden. Zorg voor schoenen met voldoende grip, voor een zaklamp en warme kleding, want het weer in de bergen is zeer onvoorspelbaar. Een uitstekende organisatie voor wandelingen is Madeira Levada Walks (http://www.madeira-levada-walks.com).
Flaneren in Funchal Met zijn witte gevels, gezellige pleintjes en zwart-wit betegelde voetpaden kan Funchal zijn Portugese roots niet verbergen. Een goed startpunt voor een bezoek aan Funchal is de kathedraal. Vooral het plafond is de moeite waard, net als de arcaden. De Avenida Arriaga, die van de kathedraal wegloopt, vormt de centrale as van de stad en is een van de weinige vlakke straten van Funchal. Vlakbij ligt het Paláçio São Lourenço waar de regering zetelt. Naast de Jardim Municipal bevindt zich de Adegas de São Francisco, een franciscanenklooster waarin het oudste wijnhuis van Madeira is ondergebracht. Je krijgt er een rondleiding in de wijnkelders en uiteraard is er tijd om de wijnen te proeven.
Ook niet te missen is de Mercado dos Lavradores. Deze markt ligt aan de rand van de Zona Velha, een wirwar van straatjes met lage huizen waarin restaurants gevestigd zijn. De markt wordt elke ochtend gehouden. Je kan er groenten, kaas en worst kopen, maar ook souvenirs. Bloemenverkoopsters bieden paradijsbloemen en koningsprotea's aan.
De meeste mensen komen er echter voor de vismarkt, waar kraakverse tonijn wordt versneden en de langoesten hoog opgestapeld liggen. De ideale plek om 'espada preto' te ontdekken, dé vis van Madeira. Die wordt op grote diepte gevangen. Met zijn smalle tanden en zijn grote ogen lijkt hij op een alien, maar het stevige vlees is heel lekker.
Varen naar Porto Santo Op zo'n 40 km van Madeira, goed twee uur varen, ligt het veel kleinere Porto Santo en de tegenpool van het zustereiland. Porto Santo is veel vlakker en terwijl Madeira wordt omringd door kliffen, gaat Porto Santo prat op een zandstrand van 8 km, dat volgens de bewoners van Madeira genezende eigenschappen zou hebben. Zelfs in de winter kan je hier zonnebaden als je een plekje uit de wind zoekt.
Cristiano Ronaldo bracht er een groot deel van zijn jeugd door, maar de beroemdste bewoner was Christoffel Columbus, die in 1479 met de dochter van de plaatselijke gouverneur trouwde. Zij woonden drie jaar op Porto Santo alvorens hij westwaarts koers zette om Amerika te ontdekken. Je kan hier het Casa-Museu de Cristóvão Colombo bezoeken, maar Porto Santo is vooral een strandbestemming.
Naar Porto Santo kan je trouwens ook met een binnenlandse vlucht die amper 15 minuten duurt. Op Madeira gaan we in een catamaran ook op zoek naar dolfijnen en walvissen. En we hebben geluk, want we krijgen enkele dolfijnen te zien die door het water klieven en we vangen een glimp op van een walvis die lucht uitblaast en daarna zijn staart in het water laat glijden.
Wellnessen in hotels en quinta's Voor als het weer al eens tegenslaat, hebben de meeste hotels een ruim wellnessaanbod. Zo heeft het RIU Palace Madeira (****) een overdekt zwembad en een beautycentrum. Maar hét hotel van Madeira is Reid's Palace (*****), dat al in 1891 de deuren opende. In het weelderige interieur lijkt de tijd te hebben stilgestaan. Er is een chic Tea Terrace, waar Churchill verpoosde om zijn memoires te schrijven.
Bijzonder is slapen in een quinta, een landhuis dat omgetoverd is tot hotel. Zoals het Quinta da Casa Branca (*****) , met een wellnesscenter en uitstekende keuken. De hotels zijn te vinden in de brochures van Jetair en VIP-Selection. RIU Palace Madeira kan al vanaf 879 euro in halfpension, vluchten inbegrepen, voor zeven nachten. Alle spa's staan op http://www.spasmadeira.com en alle quinta's op http://www.quintas-madeira.com
Praktisch Erheen: Jetairfly vliegt nog tot begin april wekelijks van Brussel naar Funchal op zaterdag. Prijs voor een ticket enkele reis, all-in, vanaf 49,99 euro. Via http://www.jetairfly.com of de reisagent. Je kan ook een huurauto boeken bij Jetair, die je meteen kan ophalen op de luchthaven. Een auto in categorie A voor een week heb je al vanaf 185 euro, een categorie B kost 198 euro per week en een categorie C 204 euro per week. http://www.jetair.be
Weer in de winter: 16 à 20 graden. Hou rekening met regen en wolken in de bergen. Het weer kan snel omslaan. Het zuiden is het zonnigst.
Mauritius stimuleert instanties en particulieren om groene energie te produceren. Verschillende scholen hebben al zonnepanelen geïnstalleerd en boeren plaatsen windmolens op hun grond.
"We hebben hier zoveel zon", zegt Andrea Gungadin, rector van het Hindoe Meisjescollege, een particuliere school in Curepipe in het zuiden van Mauritius. "Waarom zouden we daar niets mee doen, als de zon gebruikt kan worden om elektriciteit te produceren? Fossiele brandstoffen worden duurder en schaarser."
De school met 1.400 leerlingen produceert dagelijks 14 KWh schone energie, dankzij een systeem op het dak. De zonnepanelen leveren ongeveer een vijfde van de benodigde energie voor de school.
Minder uitstoot In december vorig jaar lanceerde Mauritius een initiatief waarbij de bevolking werd aangespoord om elektriciteit uit hernieuwbare bronnen te halen. Minister Rashid Beebeejaun van Energie en Openbare Nutsbedrijven zegt dat het eiland de uitstoot van broeikasgassen zo wil verminderen. Ook moet Mauritius de mogelijkheden om energie op te wekken, verbreden.
"We willen Mauritius in een duurzaam eiland veranderen, een voorbeeld van ecologische duurzaamheid", zegt hij.
Experimenteel In de Grid Code van het Central Electricity Board (CEB) zijn de standaarden vastgelegd voor prestatie, betrouwbaarheid en veiligheid van systemen die gebruikt worden om hernieuwbare elektriciteit te produceren. Als particulieren via die systemen energie willen gebruiken of leveren aan het nationale energiebedrijf, moeten ze aan de eisen voldoen.
De code is beperkt tot centrales met een maximumcapaciteit van 50 kilowatt. De totale geïnstalleerde capaciteit is op dit moment beperkt tot tweehonderd centrales in het hele land. "We zitten nog in de experimentele fase. We kunnen het netwerk niet openstellen voor duizenden kleine producenten en vervolgens vastlopen met onervaren mensen", zegt een woordvoerder van het CEB.
Pavitra Maulloo, een ingenieur, zegt dat er geen grote veranderingen in de bestaande bekabeling nodig zijn om elektriciteit te leveren aan het CEB. "Alleen een goed isolatiesysteem en een meter om de import en export van elektriciteit af te lezen. En we moeten er zeker van zijn dat alle verbindingen aan de eisen voldoen."
Suikerboeren Het energiebedrijf koopt energie in voor prijzen die variëren tussen 22 en 62 eurocent per KWh. De zeventien zonnepanelen van het Hindoe Meisjescollege kostten ruim 3.400 euro, maar Maulloo legt uit dat de kosten afhankelijk zijn van de locatie, het aantal panelen, de structuur en de installatiemogelijkheden.
"Een kantoor of instituut kan de investering in vijf jaar terugverdienen. Een huishouden in zeven tot acht jaar. Daarna kun je gewoon twintig jaar lang energie produceren, gebruiken en verkopen", zegt hij.
Openbare scholen volgen inmiddels het voorbeeld van het Hindoe Meisjescollege. Ook suikerboeren, die te maken hebben met dalende suikerprijzen, oriënteren zich op de mogelijkheden. Duizenden hectares land worden niet meer gebruikt voor suikerplantages, maar de boeren sluiten nu overeenkomsten met kleine windenergieproducenten om er windmolens te plaatsen.
(ips/adb)bron; hln.be
Categorie:Natuur-Reizen-Tips Tags:Mauritius,
07-12-2010
Oog in oog met gorilla's
Oog in oog met gorilla's
Wie Oeganda bezoekt, moet zeker een trip naar de gorilla's plannen. In september heb ik in Oeganda mijn vrienden bezocht die heel het Afrikaanse continent sinds zeven maanden doorkruisen met jeep en motor. Het hoogtepunt van deze reis was ongetwijfeld het bezoek aan deze mooie apen in het Mgahinga Gorilla National Park. Dit tropische regenwoud herbergt drie uitgestorven vulkanen en grenst aan Rwanda (Parc National des Volcans) en aan Congo (Parc National des Virungas). Deze drie parken vormen met een oppervlakte van 434 vierkante kilometer het Virunga Conservation Area. Dit is het grondgebied waar men de helft van de wereldpopulatie berggorilla's kan terugvinden.
De zoektocht in het woud kost 500 dollar. Ideaal aangezien de dollar laag staat. De gorillatocht duurde ongeveer vier uur Wij waren die dag met zijn vieren, twee parkwachters met machinegeweren en een gids begeleidden onze zoektocht. Na twee uur wandelen kwamen wij andere trackers (zoekers) tegen die de familie gorilla's hadden gelokaliseerd. Normaal kun je tot op acht meter afstand van deze dieren komen. Wij hebben ze tot op vier meter benaderd. De groep bestond uit zes apen: twee zilverruggen, drie wijfjes en een baby. Je mag maximaal een uur bij deze dieren blijven, dit om hun privacy te respecteren. De zilverrug die de leiding van de groep had, woog 210 kilo. Zijn ogen waren gitzwart. Na afloop krijg je nog een aandenken mee: een officieel certificaat op naam. Ons uur bij de gorilla's was het geld meer dan waard. Het zijn adembenemende dieren waarvan er nog maar weinig op deze wereld bestaan. Het was een unieke ervaring die ik nooit zal vergeten.
Typisch voor de Douro-vallei zijn de terrasvormige akkers.
De Douro - of gouden rivier - slingert zich langs duizenden wijngaarden naar de historische stad Porto. Die Dourovallei is geknipt voor een autotrip met overnachtingen in de mooiste historische pousada's van Portugal.
Het Santuário do Bom Jesus do Monte in Braha.
Het station van Pinhão.
Palacio do Freixo
Pousada Solar da Rede
Pousada de Santa Marinha
De Douro, een van de langste rivieren van het Iberisch schiereiland, ontspringt in Spanje, maar pas voorbij de Portugese grens krijgt ze haar definitieve vorm. Driehonderd jaar lang hebben boeren de hellingen geboetseerd voor de landbouw. "Vroeger was dit een dorre streek met een rotsachtige bodem, maar door hard labeur en vooral de liefde voor ons land zijn er nu overal terrasvormige akkers", vertelt João, die één van terrassen aan het verstellen is. Het resultaat is een fascinerend landschap met olijfgaarden, fruitbomen en vooral veel wijngaarden. Unesco erkent het harde werk trouwens als Werelderfgoed. Her en der in het groene panorama liggen eenzame kloosters en kerken, solares (landgoederen), quintas (de huizen van de wijndomeinen) en schilderachtige dorpjes.
Port in Porto Je begint je reis je het best in Porto. Ribeira, de oude havenwijk, is eveneens erkend als Werelderfgoed. Deze volkse wijk ligt op een heuvel boven de Douro. Helemaal bovenaan staat de versterkte kathedraal met aan zijn voeten een netwerk van steile straten en smalle steegjes. Stop je reisgids weg en laat je verrassen door de pareltjes die zich hier verschuilen.
Maar vergeet ook niet om de wijn te proeven waaraan deze stad zijn naam gaf. Dat doe je het best op de zuidoever. In de wijnkelders van Santa Marinha wordt de dourowijn immers omgetoverd tot portwijn. Langs de kade kan je de lekkernij proeven met uitzicht op de felgekleurde gevels van het historisch centrum van Porto en de ijzeren brug die de rivier overspant. Een liggende Eiffeltoren.
Mooiste station Een schilderachtige rit van 120 km langs de kronkelende Dourorivier brengt je van Porto naar Pinhão, één van de mooiste dorpjes van de hele streek. Vanhieruit werd de wijn verstuurd naar Porto. Dat gebeurde eerst per platbodem en later per trein, wat meteen verklaart waarom Pinhão zo'n mooi station heeft. Het is versierd met 25 taferelen in blauwe azulejotegels.
Iets meer stroomafwaarts, in Tabuaço, ligt de Quinta do Seixo tegen de berghelling. Het is één van de wijndomeinen die levert aan Sandeman, een van de bekendste portmerken. De rondleiding gebeurt door de heer Sandeman zelf: een gids met zwarte cape en een Andalusische hoed legt ons uit hoe de Portugese wijnen uit de Dourovallei worden omgevormd tot port.
Omweg langs Guimarães Vanuit Pinhão en Tabuaço kan je de Rota do Vinho do Porto (route van de portwijn) volgen langs fraaie uitzichtspunten. Maar eenmaal voorbij Peso da Regua neemt de industrie de oever steeds meer in beslag. Maak liever een omweg via het noorden, langs het wijndomein van Mateus naar Guimarães, eerste hoofdstad van Portugal.
Ook het historische centrum van Guimarães staat op de UNESCO-lijst. Geniet van de straatjes waar de was hangt te drogen en van de terrasje op de Praça de São Tiago. Je kan hier ook het fraaie paleis van de hertogen van Bragança bezoeken.
Vanuit Guimarães is het niet ver naar Braga met zijn vele barokkerken. Het bekendste heiligdom ligt op een heuvel vlak buiten de stad: het Santuário do Bom Jesus do Monte. Wie aan zijn conditie wil werken, neemt de spectaculaire Via Sacra die vol verrassingen zit. Voor de meeste anderen is er een tandradbaan die werkt op waterkracht.
Logeren in pousada's onderweg Pousada's zijn staatshotels die ondergebracht zijn in prachtige historische gebouwen, zoals kloosters, kastelen of quinta's (huizen bij een wijndomein). Een volledig overzicht van de pousada's vind je op http://www.pousadas.pt
Porto: dit jaar ging Palácio do Freixo in Porto open. Deze pousada werd ondergebracht in een prachtig barok gebouw uit 1742. Vanuit het zwembad kijk je uit over de Douro en je zit hier perfect om het mooie Porto te verkennen. Prijs: 110 euro per persoon per nacht met ontbijt.
Mesão Frio: Pousada Solar da Rede ligt midden in de Dourovallei en werd ondergebracht in een 18de-eeuwse quinta. Het uitzicht op de Douro is adembenemend. Prijs: 85 euro per persoon per nacht met ontbijt.
Guimarães: Pousada de Santa Marinha kijkt uit over het gezellige stadje Guimarães en werd ondergebracht in een 12de-eeuws klooster. Je kan je er vergapen aan de prachtige azulejo's, de mooie muurschilderingen en fonteinen. En het zicht op de stad natuurlijk. Prijs: 85 euro per persoon per nacht met ontbijt.
Braga: Pousada São Vicente is een paleis uit de 19de eeuw dat zorgvuldig werd gerestaureerd, met prachtig buitenzwembad en terras. Slechts 26 kamers op tien minuten van het centrum. Prijs: 75 euro per persoon per nacht met ontbijt.
Rondreis: negendaagse individuele rondreis per huurauto 'door het land van port en vinho verde' met vertrek en aankomst in Porto met verblijf en ontbijt in klasrijke hotels kost bij Caractère ± 660 euro per persoon. De tiendaagse klooster- en kastelenroute met logies in de mooiste pousada's vertrekt in Porto en eindigt in Lissabon, vanaf 613 euro per persoon, inc. ontbijt en auto, excl. vluchten (http://www.caractere.be).
In Riemst bevindt zich de enige, nog actieve, ondergrondse ambachtelijke champignonkwekerij van Vlaanderen.
Je vindt ze in de mergelgrotten van Kanne. De kalksteen die men daar aantreft is ongeveer 70 miljoen jaar geleden afgezet op de bodem van een ondiepe subtropische zee. De ontelbare levensvormen die daar leefden, zakten na hun dood naar de bodem en vormden er een laag 'mergel'. Dit gesteente is uitermate geschikt voor de winning van bouwsteen.
In de grotten van Kanne werd die steen sinds begin 1700 tot de jaren '70 van vorige eeuw ondergronds gewonnen. Het totale gangenstelsel bedraagt er maar liefst 16 kilometer!
Een wandeling in deze ondergrondse wereld is meer dan de moeite waard. Niet alleen vind je er de sporen van de voormalige blokbrekers, een museum met fossielen van zee-egels en vissen, muurschilderingen van prehistorische dieren aangebracht door de 'blokwerkers', maar je kan er champignonplukkers aan het werk zien en zelfs 'kampernoelies' kopen.
INFO
Individuele bezoeken kunnen in principe elke woensdag en vrijdag (na reservatie) om 14u en zaterdag en zondag (zonder reservatie) om 14u. Er wordt echter wel aangeraden om vooraf altijd even contact op te nemen met Toerisme Riemst op het nummer 0032 12 44 03 75. Meer info : www.riemst.be of toerisme@riemst.be
bron; creativefamily.be
Categorie:Natuur-Reizen-Tips
03-11-2010
Adembenemend noorderlicht valt over IJsland
Adembenemend noorderlicht valt over IJsland
Amateurfotograaf Kristján Unnar Kristjansson is een specialist in het fotograferen van het spectaculaire noorderlicht. En dat zie je! Geniet mee van dit adembenemdende lichtspel boven IJsland.
Foto: Kiddi Kristjans / Barcroft Pacific
Het noorderlicht of aurora borealis - genoemd naar de Romeinse godin Aurora (dageraad) en het Griekse woord 'boreas' (wind) - is vooral zichtbaar in de poolgebieden en wordt meestal 's nachts waargenomen. Het kleurt de noordelijke horizon groenachtig of met een rode gloed.
Kristján Unnar Kristjansson maakte de voorbije negen jaar het zo prachtig mogelijk vastleggen van het noorderlicht tot zijn missie. De 31-jarige fotograaf zegt dat hij vaak op zoek gaat naar afgelegen plekken waar er geen lichtpollutie is om het beste shot te verkrijgen. Dat betekent dat hij soms 10 tot 15.000 kilometer moet omrijden voor het perfecte plaatje. Maar dat loont dan ook de moeite.
"De ervaring valt met geen woorden te beschrijven", zegt hij in de Telegraph. "Ook al heb ik het nu al vaak gezien, ik ben nog altijd helemaal van mijn melk als het verschijnt." Technisch gezien is het ook geen makkelijke karwei en er is, volgens Kristjansson, ook veel geluk mee gemoeid. "Maar geen enkel ander natuurfenomeen kan hieraan tippen. Ik raad iedereen aaan om IJsland, Noorwegen, Groenland of Alaska te bezoeken, alleen al voor het noorderlicht."
Een geheimtip in de Ardennen. Een onverharde weg van 2 km door bossen en weiden leidt naar een prachtig meer. Hier waan je je echt in een andere wereld. Nochtans ligt de Gîte du Lac niet ééns zo ver: in de buurt van Vaux-sur-Sûre tegen de Belgisch-Luxemburgse grens.
Hier kan je logeren in een karaktervol vakantiehuis - eigenlijk een reusachtige chalet - omringd door 12 hectare bossen. Maar de blikvanger is het meer, waar je tegen betaling kunt vliegvissen. De eigenaar heeft hier ook een forellenkwekerij en een klein eetcafé, dat aan de vakantiewoning grenst, maar weinig hinder veroorzaakt.
De gîte heeft twee slaapkamers, een ruime badkamer en een goed uitgeruste keuken met alle comfort. De woonkamer met salon maak je zelf zo gezellig als je wil.
Als je terugkomt van een dagje flaneren in het nabijgelegen toeristische Bastenaken, kan het contrast met de rust van de Gîte du Lac niet groter zijn.
De Golf van Porto met de Calanches, een indrukwekkend schouwspel van 300 meter hoge rode rotsen.
Corsica is een prima bestemming om te bezoeken als de grote drukte voorbij is en de temperaturen milder worden. Met de auto, per fiets of te voet: telkens anders, telkens indrukwekkend.
Het middeleeuwse dorpje Sartène. De lieflijke straatjes waren ooit het toneel van gruwelijke vendetta's.
Bonifacio
Corte
Nonza
Met de auto langs de rode kliffen Wie graag achter het stuur zit, zal zijn hart verliezen aan het bochtenwerk van het Corsicaanse wegennet. Al kan autorijden in Corsica ook best zenuwslopend zijn. Tegenliggers kruisen is soms een hele uitdaging. En dan spreken we nog niet over de soms linke Corsicaanse chauffeurs.
Met de wagen kan je in zeven tot tien dagen de grootste blikvangers van het eiland bezoeken. Eén van de mooiste routes loopt tussen Piana en Porto, in het westen, en verder noordelijker naar Calvi. Daar liggen de Calanches, een spektakel van 300 meter hoge rotsen van feloranje tot roestbruin die door de tijd, de wind en het water tot bizarre natuurfenomenen zijn geboetseerd waarin je makkelijk een hondenkop, een schildpad of een vogel kan herkennen. Zeker in de late namiddag als de zon de rozerode granietrotsen in een betoverend licht laat baden, zijn de Calanches op hun mooist. Porto zelf is, zeker buiten het hoogseizoen, een juweel van een vissershaventje rond een keienstrand. Vanuit Porto kan je ook de Calanches met een bootje bezoeken. Je vaart dan ook langs het natuurreservaat La Scandola, Unesco-erfgoed en zo bijzonder dat er niemand aan land mag.
Verkoeling zoeken Rijd door naar Calvi over de D81, 'slechts' 81 km, maar over de kustweg heb je wel drie uur nodig. Verkoeling is geen probleem, want onderweg zijn er strandjes en meertjes voor een korte stop. Vooral het laatste stuk voor Calvi kronkelt de weg zeer dicht langs de ruige kust waardoor je steeds weer een adembenemend uitzicht krijgt op de diepblauwe zee. Calvi zelf is een populaire toeristenplaats met een 6 km lang zandstrand dat in september weer op adem komt na een drukke zomer. Het hippe volkje vind je 's zomers op de terrassen, stranden en in de winkelstraten van Saint-Florent, want wat Sankt-Moritz voor de Alpen is of Marbella voor Spanje, is 'Saint-Flo' voor Corsica.
Ook niet te missen autoroutes De N196 van Ajaccio naar Bonifacio, met het middeleeuwse dorpje Sartène als hoogtepunt. In de nauwe steegjes van de binnenstad hebben zich bloedige vendetta's afgespeeld. Eindig in Bonifacio. Het allermooiste stadje van Corsica is gebouwd op hoge holle kalkrotsen. Het gebergte mondt hier uit in rijke stranden, kreken en eilandjes. Bonifacio is een ideale uitvalsbasis voor het Ospedale-gebergte, met daarboven de Aiguilles de Bavella, de Polischellu-watervallen en het Solenzara-dal.
De D84 tussen Porto en Corte, langs de Gorges de la Spelunca, het bergdorpje Evisa en de Col de Vergio.
Logeren onderweg Hotel Stella Marina in Galeria. Een charmant hotel-restaurant in het jachthaventje. Info: www.hotel-stella-marina.com. Prijs dubbele kamer in september met ontbijt 70 euro.
Hotel de l'Abbaye in Calvi. Ondergebracht in een oud klooster, op wandelafstand van de citadel. Info: www.hostellerie-abbaye.com. Prijs dubbele kamer vanaf 129 euro.
Eten & drinken Les Roches Rouges in Piana. Een fascinerend hotel-restaurant in belle époque. Het uitzicht in het restaurant en op het terras is een van de mooiste van Corsica. Niet goedkoop. Info: www.lesrochesrouges.com
La Gaffe in Saint-Florent. Degelijk visrestaurant waar je tot laat buiten kan eten. Tel. 0033/495 37 00 12.
Per fiets door het maquis Corsica per fiets is een uitdaging: het land telt meer dan honderd toppen boven de tweeduizend meter. Toch kunnen fietsers van alle niveaus hun hart ophalen aan de spectaculaire natuur.
Vrijetijdsfietsers zoeken hun heil langs de kustwegen: die bieden weliswaar zelden vlakke wegen, maar vergen geen grote conditie. Wie wel een fysieke uitdaging wil, zal in het binnenland niet weten wat hem overkomt. 'Collenverzamelaars' kunnen op Corsica 202 cols op hun conto schrijven, waarvan 13 boven de 1.000 meter.
De fiets is het perfecte vervoermiddel om flink wat van het eiland te zien én echt overrompeld te raken door het vele natuurgeweld. De routes voor fietsers zijn nagenoeg eindeloos. Eens je buiten de grootste steden komt, valt het verkeer best mee. De wegen zijn over het algemeen van voortreffelijke kwaliteit en mountainbikebanden zijn niet noodzakelijk. Bij slecht weer is een fluovestje verplicht.
Avontuurlijk Een aanrader voor avontuurlijke fietsers is de Désert des Agriates bij Saint-Florent, een rotsig maquislandschap van struiken, heesters en bloemen dat geurt naar rozemarijn, mirte, marjolein en tijm. Daarna kan je de Balagne induiken bij Lozari, met een klim naar bergdorpjes Muro en Cateri. De kustweg tussen Calvi en Porto is een must. Als 90 km en 900 hoogtemeters te veel lijken, kun je de route in tweeën breken in Galeria, een prima uitvalsbasis voor een zwempartij of een duik aan de rand van het Scandola-reservaat, een ecologisch mirakel van 2.000 hectare.
Ook niet te missen fietsroutes De Cap Corse, met 's avonds een heerlijke langoest in de haven van Centuri.
De Bozio, het achterland ten oosten van studentenstad Corte.
Logeren onderweg Chambre d'hôtes bij Victoria Hlusicka in Saint-Florent. Een rustige bed & breakfast met charmante gastvrouw. Tel. 0033/674 30 41 01. Prijs dubbele kamer vanaf 55 euro.
Duikcentrum L'Incantu in Galeria. Voor uitstappen op zee, niet enkel voor duikers. Kamers te boeken per week. Info: www.incantu.com. Prijs appartement voor twee personen vanaf 530 euro.
Eten & drinken U Alivu in Galeria serveert Corsicaanse gerechten op het terras.
La Jetée in Centuri Port op Cap Corse. Het restaurant van dit gezellige hotel wordt gerund door een Italiaanse en staat bekend voor zijn heerlijke langoesten. Info: www.la-jetee.net
Te voet over de GR 20 Corsica mag dan wel ruim 1.500 km aan uitgetekende wandelpaden hebben, de meest legendarische is zonder meer de GR 20. Deze Grande Randonnée loopt over 180 km, tussen Conca in het zuidoosten en Calenzana in het noordwesten. Vijftien etappes voor evenveel dagen, al wagen gehaaste trekkers zich al eens aan een dubbele trip in één dag. Jaarlijks volgen meer dan tienduizend stappers de roodwitte bewijzering door het hart van het Corsicaanse gebergte. Wie noordzuid loopt, heeft 10.675 meter gestegen en 10.146 meter gedaald. De officiële gids voor de GR loopt van noord naar zuid, maar eigenlijk is de omgekeerde route te verkiezen, omdat die zachter start én omdat je de zon niet voortdurend in je gezicht hebt. De beste periode voor de GR20 is tussen juni en oktober. Je neemt best een heel lichte tent mee, die je bij een gîte d'étappe opslaat.
Ook niet te missen wandelroutes Dagtocht le Sentier des Douaniers, een grillig pad vlakbij bij de kustlijn van de Cap Corse tussen Centuri en Macinaggio. Het hele pad is goed voor acht uur stappen, maar je kunt er ook een tweedaagse van maken, met een halte in Barcaggio.
Dagtocht langs het strand van Saleccia, 15 km ten noordwesten van Saint-Florent, waar de film 'The Longest Day' uit 1960 opgenomen werd. Het pad is offroad en leidt door le Désert des Agriates.
Logeren onderweg Hotel l'Aïtone in Evisa. Vlak bij het dennenbos van Aïtone. Evisa is het startpunt voor tal van wandelingen en ligt op de noordelijke Mare a Mare-route. Info: www.hotel-aitone.com. Prijs dubbele kamer vanaf 40 euro.
Monte d'Oro in Vizzavona, waar de oude vloeren kraken onder de zachtste kousenvoeten. Info: www.monte-oro.com. Prijs dubbele kamer vanaf 74 euro.
Eten & drinken Chez Félix in Ota met mooi terras en uitzicht op de bergen.
A Pignata in Porto-Vecchio, lekkere Corsicaanse keuken, reserveren noodzakelijk, tel. 0033/495 78 41 90.
Weergaloze ligging op een landtong boven zee. Mengeling van Italiaans en Corsicaans.
Corte
Beklim de citadel, bezoek het museum, wandel door de verweerde oude stad en drink met de Corsicanen.
Nonza
Klevend aan de rotsen boven de zee. Slenter door de steegjes en ga zitten onder de platanen tot 's avonds.
Tim Vanderjeugd bron; hln.be
Categorie:Natuur-Reizen-Tips
14-09-2010
Berghuthoppen in Tirol tussen schnaps en alpenweiden
Berghuthoppen in Tirol tussen schnaps en alpenweiden Wandelen in de berglucht heeft iets verkwikkends. Het maakt je wakker en brengt je dicht bij de natuur, weg van alle zorgen. Je zou er zowaar van gaan zingen. Zeker na een lekker glaasje schnaps.
Luie bergwandelaars kunnen ook naar boven met de skilift, die in Alpbachtal het hele jaar door werken. Geen cream-colored ponies gezien daar in de bergen, wat ze in The sound of music ook mogen beweren. Wel een hoop koeien, natuurlijk, die er grazen op de met weelderige alpenweiden bezaaide bergflanken van Tirol. We trokken vier dagen door het Alpbachtal en het Zillertal, in het westen van de regio. Twee heel verschillende ervaringen.
Wie op zoek gaat naar schattige dorpjes met typische houten chalets is in het Alpbachtal aan het goede adres. In het dorp Alpbach, dat zijn naam heeft geschonken aan het hele dal, werd al in de jaren vijftig van de vorige eeuw beslist dat nieuwe huizen alleen in de houtenchaletstijl opgetrokken mochten worden, waardoor de betonmolens hier geen kans kregen. Het leverde Alpbach een houten uitzicht en de titel 'mooiste dorp van Oostenrijk' op.
'Alles in het Alpbachtal is kleinschalig en dat willen we ook zo houden', legt onze gids, Leo Meixner, uit. 'In de zomer houden de boeren zich bezig met de koeien en de boerderij; in de winter komen de toeristen op de eerste plaats.' Dat beide elkaar in evenwicht houden, illustreert hij met een flatterend rekensommetje: elke inwoner is goed voor één toerist en één koe.
Leo is geboren en getogen in het Alpbachtal, en dat merk je aan zijn passie voor de streek. In een charmant Nederduits nimmt hij ons mit naar Reith, het centraal gelegen stadje in het dal. De mist hangt er melkachtig wit tegen de bergflanken en ontneemt ons het zicht op de Alpen, maar dat laten we niet aan ons hart komen. Na een stevige koude vleesschotel met allerlei varkensbereidingen, waaronder het heerlijk knisperige maar o zo calorierijke Schweinemalz (varkensreuzel), trekken we op pad.
De regio telt drie kloven, waarvan we er de Kaiserklamm uitkiezen. Die enge kloof boort zich een kilometer in de bergwand en was vroeger het toneel van de Holztrift, zeg maar het oogsten van het hout uit de hogerop gelegen bossen. In de winter werden de bomen gekapt, waarna boomstammen langs een traject van houten goten naar beneden gleden en opgestapeld werden langs de rivier. In de zomer vond de eigenlijke 'houtdrift' plaats: met een enkele zwaai werd de stut die de stapel boomstammen op zijn plaats hield, weggehamerd en denderden de boomstammen de rivier in op weg naar het dal. Dat werk was zo gevaarlijk dat alleen ongehuwde mannen dit mochten doen, vertelt Leo erbij. Bij een ongeluk lieten die immers geen vrouw en kinderen achter.
De vorige dagen heeft het hier fel geregend en dat merk je niet alleen aan het wild razende water, ook langs de rotswanden gutst en drupt het water naar beneden en de droppels lekken tot in onze nek. Het pad is smal, maar veilig afgebakend met een afwering van staaldraad, en over de moeilijke passages liggen staproosters. Wie met kinderen door de kloof wil, kan daarvoor veiligheidsharnassen lenen in ruil voor een pand.
Slapen als keizerin Sissi Na het water is het tijd voor een schnaps. Het robuuste Kaisershaus aan de ingang van de kloof is genoemd naar de Oostenrijkse keizer Frans Jozef, die kwam jagen in de streek. Ook keizerin Sissi kwam een keertje mee. Ze overnachtte bij die gelegenheid in een van de kamers die sinds dat moment - hoe kan het ook anders - tot Sissikamer omgedoopt werd. De kamer is in originele staat bewaard, maar stel u daar geen suikerzoete taferelen bij voor. Een noest bed met rood-wit geblokte beddensprei en dito hoofdkussen, daarmee moest de keizerin het doen. Wie dat wil, kan in de Sissikamer overnachten, al moet je het, net als Sissi destijds, zonder verwarming stellen.
Wandelen kun je naar hartenlust in de bergen rond het Alpbachtal, en wie de klim naar boven niet wil maken, zoekt gewoon een van de skiliften die ook in de zomer blijven werken. Maar het kan wel heel mistig zijn als de wolken laag hangen. In dat geval kun je kiezen voor ander vertier, zoals het Museum Tiroler Bauernhöfe, een lokale versie van Bokrijk, met oude boerderijen van allerlei slag, of het kleine stadje Rattenberg, dat langs de Inn ligt. Wie er verzeild raakt, moet beslist het Augustiner Museum bezoeken, dat in een oud klooster is ondergebracht. Niet zozeer voor zijn kunstcollectie - een verzameling aardige schilderwerkjes en houten beelden - maar om het gebouw op zich. Zo kun je er boven op het gewelf van de kloosterkerk lopen, tussen het grauwgrijze, eeuwenoude stukwerk dat aanvoelt als in een grot. Het lijkt wel speleologie, maar dan vijftien meter boven de grond. Het besef dat onder je voeten het eeuwenoude plafond van een barokke kerk hangt, maakt het zelfs een beetje spannend.
Met het Zillertal snijden we een vallei van een heel ander kaliber aan. Dit dal is toeristisch gesproken een van de belangrijkste van heel Oostenrijk. Het is er ook het hele jaar door aardig druk en het kent een volwaardig winter- en zomerprogramma.
Diep in het dal ligt Mayrhofen, eindstation van de stoptrein en ideaal vertrekpunt om straks de bergen in te duiken. Eerst nemen we nog een duik in het openluchtzwembad van het hotel en trekken baantjes met zicht op de witbepoederde bergpieken. Twee dagen voor onze aankomst heeft het opnieuw gesneeuwd, maar de sneeuw zal niet lang blijven liggen, zegt Peter Habeler ons 's avonds. Habeler, een kwieke zestiger die geboren is in het Zillertal, overwon in 1978 samen met zijn kompaan Reinhold Messner als eerste zonder zuurstofflessen de Mount Everest. Nu verdeelt hij zijn tijd tussen Europa en Nepal en zet hij zich in voor de bewustmaking rond de opwarming van de aarde. 'Dat er een klimaatsverandering aan de gang is, kun je in de Alpen zien aan het verdwijnen van de gletsjers', vertrouwt Habeler ons toe. 'Nog niet zo lang geleden waren er in het Zillertal verschillende plaatsen waar je het hele jaar door kon skiën, nu is er nog maar eentje over.'
Bij de gloed van een schnaps maakt hij ons warm voor het klimdoel van morgen: de Berliner Hütte. 'Die berghut is perfect gesitueerd en ligt midden in een dramatisch landschap. Je zult versteld staan van het decor', zegt Habeler.
Het wordt een stevige bergwandeling die start aan het educatieve Naturparkzentrum, waar de jeugd via een 'doe en ontdek'-parcours meer te weten komt over de Alpen. Buiten op het muurtje spannen we onze bergschoenen een laatste keer aan. Het zonnetje prijkt al hoog, maar tegelijk voel je ook de kou die van de bergen afstraalt. Rondom liggen groen begroeide flanken, met daarachter de witte bergtoppen. We wandelen voorbij een boer die zijn koeien naar de almen brengt, waar ze de hele zomer zullen grazen. Half september worden de koeien met bloemen en blinkwerk getooid en daarna terug naar beneden gebracht, het startsein voor de vele oogstfeesten.
Spektakelterras De vier uur durende wandeling naar de berghut is stevig, maar haalbaar voor iedereen met een basisconditie. Het pad is meestal breed en klauteren komt er nergens aan te pas. Halverwege houden we halt voor nog een schnaps en een Almdüdler, een verfrissende kruidenlimonade van de lokale soort, en dan gaat het recht naar de berghut. Al is 'berghut' misschien een te bescheiden woord voor de Berliner Hütte, een stevig gebouw met plaats voor 180 bedden, opgedeeld in kamers en slaapzalen. De Berliner Hütte is ook de enige berghut in Oostenrijk die als monument is beschermd.
De hut is een stukje geschiedenis en stamt uit de tijd dat het alpinisme door de beau monde als toeristisch tijdverdrijf ontdekt werd. Vooral de 'Berlijnse' club was welgesteld en dat merk je aan de hut. De hal is royaal bemeten en de gelagzaal is opgewerkt met houtsnijwerk en brede lusters. Bij elke stap kraakt en piept het hout gezellig onder je voeten en geeft je een geborgen gevoel. Maar het spektakelstuk is het ruime terras dat uitkijkt op de Hornspitze, een bergtop met drie achter elkaar gelijnde spitsen tot 3.253 meter hoog. Links en rechts rond de Hornspitze schuiven twee gletsjers, die vlak voor de Berliner Hütte samenkomen en afglijden naar het dal.
Ook al hebben de gletsjers zich in de zomer danig teruggetrokken en zien we vooral een spoor van steengruis en smeltwater, het zicht is indrukwekkend. We vieren onze beklimming met een maaltijd van Graukäsesuppe, een soep op basis van Tiroolse kaas, en een stevige lamsbout. En schnaps, natuurlijk.
Op de laatste dag staat nog een andere beklimming naar een berghut op het programma, dit keer hebben we de Rastkogelhütte in het vizier. Het busje brengt ons tot op 2.000 meter hoog, vanwaar een glooiend pad ons door de alpenweide leidt. We wandelen langs lage struikjes, waarvan de taaiheid het harde natuurleven op de berg verraadt. Rondom zien we in een breed panorama de witte kroon van de Alpen, terwijl een zacht briesje voorbijglijdt. Verder weg achter de pieken zit een wolkenpak klaar, maar de wind zit goed en van die wolken zullen we vandaag geen last hebben. Langs alpenklokjes, blauwe gentiaan en smeltende sneeuwresten die ons uitnodigen tot een zomers sneeuwballengevecht, bereiken we de Rastkogelhütte, die iets bescheidener is dan zijn Berlijnse broertje, maar opnieuw over een schitterend terras beschikt. Laat de schnaps maar komen.
Bernd Ritschel Klaas Debacker bron; nieuwsblad.be
Categorie:Natuur-Reizen-Tips
10-09-2010
Koen Vanmechelen showt z'n kippen in Poznan
Koen Vanmechelen showt z'n kippen in Poznan
In het centrum van Poznan staan vanaf vandaag 2 torens uit kippengaas, gevuld met honderden eieren. Het kunstwerk van Koen Vanmechelen (rechts op de foto) is een van de blikvangers van de biënnale over hedendaagse kunst in de stad.
Belga
Aan de torens, 12 meter hoog, hangen de foto's van 13 generaties kippenrassen. "Door de internationale rassen te kruisen, krijg je een steeds veranderend en verrassend amalgaam", zegt de kunstenaar.
"Dit werk is als het ware een genetische ark waarin wordt getoond dat het samenbrengen van diversiteit kan leiden tot wederzijds begrip. Kiezen voor diversiteit is juist een verrijking."
De eieren liggen onder 4 broedlampen en zullen na 21 dagen uitkomen. "Dat staat symbool voor het verlaten van een positie van onvruchtbare isolatie."
Vanmechelen maakt al jaren furore in de kunstwereld met zijn werken rond kippen (foto boven). Hij startte al in 2000 met zijn broedproject, toen in Watou. Doorheen de jaren raakte hij bekend door zijn schilderijen, tekeningen, installaties met opgevulde kippen, enzovoort.
De Biënnale van Poznan is een van de grootste tentoonstellingen voor hedendaagse kunst.
bron; deredaktie.be
Categorie:Natuur-Reizen-Tips
23-08-2010
Om dat we in de haven van Stellendam lagen
Vismijn van Stellendam
Om dat we met ons schip in de haven van Stellendam lagen hebben we een bezoek gebracht aan de vismijn van Stellendam NL.
Een cruise wordt vaak geassocieerd met zorgeloos zonnebaden op het dek van een schip dat naar een exotische bestemming vaart, maar op een boottocht in de noordelijke richting drijf je naar een geheel andere dimensie.
Voor reizigers die iets unieks willen beleven is een boottocht door de Noorse fjorden de ideale gelegenheid om de meest adembenemende plekken van Europa te ontdekken. Hier vaar je langs eenzame dorpjes en kan je genieten van een ongelimiteerd zicht op watervallen, besneeuwde bergtoppen en de diepblauwe kleur van het water.
Afhankelijk van de gekozen reisformule maak je interessante excursies. Zo kan je op het vaartraject Bergen - Kirkenes - Bergen aanmeren in vierendertig havens en breng je op de derde dag een bezoek aan de oude koningsstad Trondheim.
Bovendien kan je tijdens een zomercruise genieten van de middernachtzon. Het spreekt voor zich dat je niet elke dag in bikini zal kunnen rondlopen op het dek van het schip, maar over het algemeen zijn de temperaturen zacht genoeg om je trui in de slaaphut te laten liggen. Kies je ervoor om in de winter te reizen? Dan ben je met een beetje geluk getuige van het noorderlicht.
Een week vacantie op het water deel 1 A week's holiday on the water parth 1
Toertocht met onze boot van uit de haven van Heusden via de Bergse maas, de Maas, Limburgse Maas en het Julianakanaal naar Maasstricht NL.
Our tour boat from the port of Heusden through over the mountains maas, Limburg Maas and the Juliana Canal to Maastricht NL.
We vertrekken op vrijdag uit jachthaven De Wiel in Heusden. Na een rustige tocht eerste overnachting in jachthaven Watersportcentrum in recreatiegebied De Gouden Ham in Maasbommel.
Tweede dag vaartocht naar Mook met overnachting in jachthaven Eldorado op de Plasmolen Mook.
Derde overnachting in jachthaven Wanssum gelegen in centrum Wanssum.
Photo; Hobbyfotografie J & G
Categorie:Natuur-Reizen-Tips
Een week vacantie op het water deel 2
Een week vacantie op het water deel 2 A week's holiday on the water parth 2
Toertocht met onze boot van uit de haven van Heusden via de Bergse maas, de Maas, Limburgse Maas en het Julianakanaal naar Maasstricht NL.
Our tour boat from the port of Heusden through over the mountains maas, Limburg Maas and the Juliana Canal to Maastricht NL.
Vierde overnachting Jachthaven Stevensweerd in t Broek gelegen aan een beschermt natuurgebied net iets buiten het vestingstadje Stevensweerd.
Vijfde overnachting idem.
Onze laatste tocht van de week over het juliana kanaal op om te overnachten in Jachthaven Pietersplas twee km. ten zuiden van Maastricht en tevens einddoel.
Photo; Hobbyfotografie J & G
Categorie:Natuur-Reizen-Tips
Lieve Bezoeker Om het openen van het gastenboek voor iedereen gemakkelijk te houden worden te grote Plaatjes en of Buttons verwijderd.