Deel door ons uw liefde uit
aan wie honger heeft en pijn.
Laat ons waar verdeeldheid is
uw vredestichters zijn.
Ons verlangen is alleen,
Heer, maak ons hart bereid,
dat door heel ons leven heen
uw liefde wordt verspreid.
Deel door mij uw liefde uit,
aan een medemens die lijdt.
Leer mij meer vervuld te zijn
met uw bewogenheid.
Mijn verlangen is alleen,
Heer, maak mijn hart bereid,
dat door heel mijn leven heen
uw liefde wordt verspreid.
Openbaar uw koninkrijk
aan wie zoekt, aan arm en rijk.
Giet een stroom van liefde uit,
dat in ons en door ons, o Jezus,
uw liefde wordt verspreid.(2x)
Deel ons door uw liefde uit
tot de einden van de aard'.
Dat zich waar de dood nu heerst
nieuw leven openbaart.
Maak ons als uw werkers klaar
en sterk ons in de strijd,
tot wij mogen oogsten waar
uw liefde wordt verspreid.
Openbaar uw koninkrijk
aan wie zoekt, aan arm en rijk.
Giet een stroom van liefde uit,
dat in ons en door ons, o Jezus,
uw liefde wordt verspreid.(6x)
Deel door ons uw liefde uit,)
maak ons hart bereid. )4x
Deel door ons uw liefde uit,)
ja wij zijn bereid. )2x
Deel door mij uw liefde uit )
ja ik ben bereid. )2x
Wat ogen zien dringt binnenin het hart. Het kan ons blij maken of ook heel verdrietig. Het kan ons soms zo diep raken, dat we er ziek van zijn. Ogen zijn de vensters van ons hart. Wie ze opent voor het licht, voor de zon overdag, voor de mooie dingen en voor de sterren in de nacht, is een blij en gelukkig mens. Met licht en meer moois in onze ogen komt er kleur in ons anders zo grijze leven. Want onze ogen weerspiegelen de liefde van Jezus. Een liefde, door Hem gegeven!
Uit het hart
Jouw Hemelse Vader die je heeft geschapen, die zoveel van je houdt, weet alles wat er zich in jouw hart afspeelt. Hij begrijpt en kent jou volkomen, Hij vraagt je om de juiste keuzes te maken! Hij verlangt niets liever dat Hij fier zou zijn op jou, dat je het pad der wijsheid zou blijven volgen! Het is niet altijd gemakkelijk, en je hebt vooral lef & doorzettingsvermogen nodig, maar dit alles is niet te vergelijken, met het liefdevolle geschenk dat je zal verkrijgen! Hij weet nu wat je denkt & wat je nog zou willen 'plannen'... Daarom vraag ik je : ook voor mij komt de tijd dat ik het aardse zal verlaten. Maar zou je dan niet blij & verheugd zijn als je weet, dat ik in het Hemelse paradijs zal blijven wachten op... jou !!! Filip V. (26-09-04)
IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND
EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.
06-09-2013
Lucas
De
schriftgeleerden en Farizeeën zeiden tegen Jezus: De leerlingen van Johannes
vasten dikwijls en zeggen hun gebeden, zoals ook de leerlingen van de Farizeeën
doen, maar die van U eten en drinken maar.
Jezus zei: U kunt toch niet verlangen dat de bruiloftsgasten vasten zolang de
bruidegom bij hen is? Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt
weggehaald, en dan is het hun tijd om te vasten.
Hij vertelde hun ook een gelijkenis: Niemand scheurt een lap van een nieuwe
mantel om daarmee een oude mantel te verstellen, want dan scheurt hij de
nieuwe, terwijl de lap niet bij de oude past. En niemand giet jonge wijn in
oude leren zakken, want dan scheuren de zakken door de jonge wijn en wordt de
wijn verspild, terwijl de zakken verloren gaan. Jonge wijn moet in nieuwe
zakken worden gedaan. Maar niemand die oude wijn gedronken heeft, wil jonge;
hij zegt immers: De oude wijn is goed!
De opdracht en de zending van Jezus
is een blijde boodschap. Ze steekt mensen in een nieuw kleed, dat inderdaad
niet meer bij het oude past zoals destijds de schriftgeleerden het leerden aan
de toenmalige Joden. Jezus' boodschap is een boodschap van jong bloed door het
mensenhart, sprankelend en vurig als nieuwe wijn en totaal anders van smaak dan
de oude. In goede en kwade dagen, voor eeuwig en voor goed, gaat God in Jezus
een verbintenis met ons aan. Jezus is de bruidegom, het ja-woord van de Vader.
Daarom vastten de leerlingen van Jezus toen niet. Jezus was met hen en ze
gingen met Hem mee, zonder goed te beseffen wat er aan het gebeuren was.
Jezus liet de leerlingen immers van
de ene verwondering in de andere vallen. Ze zaten als op de eerste rij telkens
wanneer Jezus zieken genas, stormen bedaarde of broden vermenigvuldigde.
Maar evengoed moeten ze ervaren hebben dat het antwoord van Jezus aan de
schriftgeleerden een goed en een waar antwoord was, tot op de laatste letter en
het bittere einde.
Want hun vasten begon, zodra ze merkten dat Jezus zo volledig mens met ons wou
worden tot de rauwe en pijnlijke consequenties toe van verraad, lijden en dood.
Hun vasten begon, zodra ze begrepen dat
hun weg met Jezus niet louter triomftocht maar ook kruisweg werd, zodra ze
inzagen dat echte vrienden van de bruidegom moesten inleveren, moesten
afsterven aan hun oppervlakkig ik, zodra ze met hun leven gelovig zouden moeten
getuigen dat op het grote bruiloftsmaal van God met de mensen de eersten laatst
zullen zijn en de kleinsten grootst.
Toen Jezus eens aan de
oever van het Meer van Gennesaret stond en het volk zich om Hem verdrong om
naar het woord van God te luisteren, zag Hij twee boten aan de oever van het
meer liggen; de vissers waren eruit gestapt, ze waren bezig de netten te
spoelen.
Hij stapte in een van de boten, die van Simon was, en vroeg hem een eindje van
het land weg te varen; Hij ging zitten en gaf de menigte onderricht vanuit de
boot.
Toen Hij was opgehouden met spreken, zei Hij tegen Simon: Vaar naar diep water
en gooi jullie netten uit om vis te vangen.
Simon antwoordde: Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets
gevangen. Maar als U het zegt, zal ik de netten uitwerpen.
En toen ze dat gedaan hadden, zwom er zon enorme school vissen in de netten
dat die dreigden te scheuren. Ze gebaarden naar de mannen in de andere boot dat
die hen moesten komen helpen; nadat dezen bij hen waren gekomen, vulden ze de
beide boten met zo veel vis dat ze bijna zonken.
Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei: Ga
weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.
Hij was verbijsterd, net als allen die bij hem waren, over de enorme
hoeveelheid vis die ze gevangen hadden; zo verging het ook Jakobus en Johannes,
de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten.
Jezus zei tegen Simon: Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.
En nadat ze de boten aan land hadden gebracht, lieten ze alles achter en
volgden Hem.
Geloven kunnen we
moeilijk wanneer we ons laten drijven op de wind van onze lust, op de stroming
van genot en eigenzin, door onze zeilen gewoon naar de wind te zetten.
We hebben iemand nodig die ons zegt: 'Vaar naar diep water'. Durf je netten
daar uit te werpen. Gooi het met je leven over een andere boeg. We hebben een
gids nodig, een loods, een kompas waar we gelovig op aansturen: Jezus.
Jezus koos als zijn
eerste leerlingen mensen van de zee en van het strand, mensen zoals wij, met
haken en ogen, met stormschade en met breekbare netten. Hij roept ons om te
luisteren naar zijn Woord, om zijn Boodschap te beminnen, om ons te schenken
aan Hem.
Laten we deze trein
van genade niet missen.
Heer,
geef dat wij steeds mogen handelen naar uw woord,
opdat wat we doen gedragen en geleid mag zijn door U.
Trek ons in de brand van uw liefde,
en leer ons gehoor te geven aan U.
Altijd en overal.
Amen.
Zing voor de Heer een nieuw lied:
wonderen heeft Hij verricht.
Zijn rechterhand heeft overwonnen,
zijn heilige arm heeft redding gebracht.
Laat bruisen de zee en alles wat daar leeft,
laat juichen de wereld met haar bewoners.
Laten de rivieren in de handen klappen
en samen met de bergen jubelen voor de Heer.
Want Hij is in aantocht als rechter van de aarde.
Rechtvaardig zal Hij de wereld berechten,
de volken oordelen naar recht en wet.
Laat uw geest daarom voortdurend paraat zijn, wees waakzaam en vestig al uw hoop op de genade die u ontvangen zult wanneer Jezus Christus zich openbaart. -- 1 Petrus 1:13
In die tijd kwam Jezus vanuit Nazaret, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen. Op het moment dat hij uit het water omhoogkwam, zag hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen, en er klonk een stem uit de hemel: Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde. -- Marcus 1:9-11
Maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest. Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf. Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander. -- Filippenzen 2:2-4
Geliefde broeders en zusters, wij zijn nu al kinderen van God. Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar we weten dat we aan hem gelijk zullen zijn wanneer hij zal verschijnen, want dan zien we hem zoals hij is. -- 1 Johannes 3:2
Filippus
kwam Natanaël tegen en zei tegen hem: We hebben de man gevonden over wie Mozes
in de wet geschreven heeft en over wie ook de profeten spreken: Jezus, de zoon
van Jozef, uit Nazaret!
Uit Nazaret? zei Natanaël. Kan daar iets goeds vandaan komen?
Ga zelf maar kijken, zei Filippus.
Jezus zag Natanaël aankomen en zei: Dat is nu een echte Israëliet, een mens
zonder bedrog.
Waar kent u mij van? vroeg Natanaël.
Jezus antwoordde: Ik had je al gezien voordat Filippus je riep, toen je onder
de vijgenboom zat.
Rabbi, U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël! zei Natanaël.
Jezus vroeg: Geloof je omdat Ik tegen je zei dat ik je onder de vijgenboom zag
zitten? Je zult nog grotere dingen zien.
Waarachtig, Ik verzeker jullie , voegde Hij eraan toe, jullie zullen de
hemel geopend zien, en de engelen van God zien omhooggaan en neerdalen naar de
Mensenzoon.
Nathanaël
zat onder de vijgenboom. Wellicht in Kana waar hij woonde.
Jezus zei: 'Ik had je al gezien vóórdat Filippus je riep, toen je onder de
vijgenboom zat', zo hoorden we vandaag.
Voor de vrome Jood was het een gebruikelijke plaats
om zich bezig te houden met de dingen van God. Met zijn laag neerhangende
takken kon je er ongestoord en ongezien je wijden aan de studie van de Schrift.
Het is een plek van vrede. Ongetwijfeld heeft Nathanaël daar onder de
vijgenboom zijn verlangen naar de Komende gevoed.
Hij heeft zijn verwachting levend gehouden. Hij heeft gebeden om de komst van
de Messias.
En dan wordt hij geroepen om de Messias te zien en te ontmoeten.
Het is goed voor ieder van ons om zo'n vijgenboom
te hebben. Om een plek van rust te hebben, een plek van overdenking en gebed.
Een plek waar je her-innerd wordt aan de vrede met God en waar je die vrede
kunt oefenen. Een plek ook waar je jezelf voorbereidt op zijn komen in jouw
leven.
Deze plek kan een gebedshoekje in huis zijn een plekje in de natuur; een plek
die ons even in de eenzaamheid brengt, waar geen verstrooïng is, waar we met de
Heer alleen kunnen zijn, waar we Hem kunnen ontmoeten, naar Hem kunnen kijken,
naar Hem kunnen luisteren, ook al zien of horen of voelen we Hem niet.
Deze plek is veel meer dan een plek in de ruimte. Deze plek moet bovenal in ons
hart zijn, een plaatsje waar niets of niemand tussen ons en de Heer kan komen,
een plaats waar we ongestoord kunnen drinken van de Bron die levend water
geeft: Jezus.
Laat ons die 'plek' koesteren als zéér belangrijk
in ons leven.
De
eerste leerlingen van Jezus trokken anderen aan. Maar beslissend voor de geloofsovergave
blijft, zoals bij Natanaël, de ontmoeting met Jezus zelf. Hij ervaart doorheen
de menselijke gestalte van Jezus iets diepers en wordt erdoor getroffen, zodat
hij anders gaat denken en leven. Wie zich bekeert tot Jezus zal de hemel open
zien en Gods glorie aanschouwen.
Nadat de Farizeeën hadden vernomen dat Jezus
de Sadduceeën tot zwijgen had gebracht, kwamen ze bij elkaar. Om Hem op de
proef te stellen vroeg een van hen, een wetgeleerde: Meester, wat is het
grootste gebod in de Wet?
Hij antwoordde: Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel
en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is
daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de
grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.
Heb
de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw
verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk:
heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat
er in de Wet en de Profeten staat.
Moest men de Bijbel in enkele bewoordingen moeten
samenvatten, zou men dit antwoord van Jezus aan de Farizeeën kunnen aanhalen.
Terecht zegt Jezus dan ook: 'Deze twee geboden zijn de grondslag van alles
wat er in de Wet en de Profeten staat.'
Doch mogen we niet vergeten welke weg Jezus
hiervoor zelf gegaan is: de weg van het kruis, voor Hem heel letterlijk.
Wanneer Jezus spreekt over 'liefhebben', bedoelt Hij dat niet goedkoop. Hij
heeft het over een liefhebben tot het uiterste, een beminnen zonder grenzen,
een zich geven aan allen zonder voorkeuren. Niet goedkoop dus.
Hij is ons deze weg voorgegaan om ons te tonen wat de inhoud is van God
beminnen, je naaste en jezelf.
De kruis-weg van Jezus zou het hart moeten zijn van
ons beminnen. Niet enkel als voorbeeld, maar ook en vooràl als bron van diepe
genade.
Laten wij, wanneer wij bidden voor een kruisbeeld, vragen om Gods genade: dat
wij vanuit de inwoning van Jezus zijn liefde mogen belichamen in al ons doen en
laten.
Dat dit vooral geen theorie mag zijn, maar een blijde werkelijkheid opdat het
Pasen van de Heer meer en meer zichtbaar mag zijn in ons dagelijks leven.
Zo waar ik leef spreekt God, de HEER -, de dood van een slecht mens geeft me geen vreugde, ik wil dat hij een andere weg inslaat en in leven blijft. Kom toch terug van de heilloze weg die jullie zijn ingeslagen, keer om. -- Ezechiel 33:11
Jezus wendde zich tot
zijn leerlingen: Ik verzeker jullie: slechts met grote moeite zal een rijke
het koninkrijk van de hemel binnengaan. Ik zeg het jullie nog eens: het is
gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor
een rijke om het Koninkrijk van God binnen te gaan.
Toen de leerlingen dit hoorden, waren ze hevig ontzet en vroegen: Wie kan er
dan nog gered worden?
Jezus keek hen aan en antwoordde hun: Bij mensen is dat onmogelijk, maar bij
God is alles mogelijk.
Daarop vroeg Petrus: Wij hebben alles achtergelaten en zijn U gevolgd. Waar
kunnen wij naar uitzien?
Jezus zei tegen hen: Ik verzeker jullie: wanneer de tijd aanbreekt dat alles
vernieuwd wordt, wanneer de Mensenzoon in zijn majesteit zal zetelen op zijn
troon, zullen ook jullie die mij gevolgd zijn plaatsnemen op de twaalf tronen
en rechtspreken over de twaalf stammen van Israël. En ieder die broers of
zusters, vader, moeder of kinderen, akkers of huizen heeft achtergelaten
omwille van mijn Naam, zal het honderdvoudige ontvangen en deel krijgen aan het
eeuwige leven. Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de
eersten.
Vaak zijn mensen zo bezeten van hun bezit dat ze de eigenlijke
waarden van het leven niet meer zien; zij gaan aan het echte leven en aan God
voorbij.
De beroemde Russische schrijver Tolstoi vertelt over een arme
boer die denkt geluk te hebben. Want een rijke landeigenaar belooft hem zoveel
grond te geven als hij binnen een dag al lopend kan afleggen. Op één
voorwaarde: hij moet voor de zon ondergaat, terug zijn aan het beginpunt. De
boer gaat vol goede moed op weg.
Hoe harder hij loopt, des te meer land zal hij hebben. Dromend over zijn nieuwe
rijkdom stapt hij steeds sneller, en voortdurend kijkt hij naar de stand van de
zon, want hij moet terug zijn voordat die ondergaat. De kring die hij loopt,
wordt steeds groter: hier nog dit stuk land, daar nog om dat water heen, en
ginds dat bos nog. Wanneer het avond wordt, is hij bekaf, en hij moet rennen om
op tijd terug te zijn. Het lukt hem. Zwetend over zijn hele lijf, totaal
uitgeput en denkend hoe rijk hij nu is, valt hij neer en sterft ter plekke. Wat
hem aan grond overblijft, zijn de twee vierkante meter waarin hij begraven
wordt.
Het is een verhaal dat ons allemaal een beetje aangaat, ons,
rijke westerlingen, die met al onze overvloed, het zicht op de werkelijke
levenswaarden vaak kwijt zijn. Doe dat wat je bezit en gevangen houdt, weg,
zegt Jezus tegen alle rijke mensen.
Want de waarde van elke mens ligt niet in wat hij heeft, maar in wie hij is.
Niet in wat hij bezit, niet in zijn status, titel of inkomen. Er hebben in
concentratiekampen mensen gezeten aan wie alles ontnomen was, die totaal
ontluisterd leken, maar wier innerlijke waardigheid onaangetast bleef.
Veel dingen doen in onze dagen een aanslag op onze
persoonlijkheid. Nogal wat mensen zijn zichzelf kwijt, en zijn aangeklede, rijk
versierde poppen soms, zonder diepgang. Echte levenswijsheid is hun vreemd. En
de schuld van zo'n leeg leven is dikwijls het geld.
'Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een
naald te gaan dan voor een rijke om het Koninkrijk van God binnen te gaan'. Is Jezus tegen rijkdom
en voor armoede? Nee, zeker niet. Maar Hij gunt de hongerigen brood, en de
rijken honger naar gerechtigheid.
In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Heer, gezeten op een hoogverheven troon. De zoom van zijn mantel vulde de hele tempel. Boven hem stonden serafs. Elk van hen had zes vleugels, twee om het gezicht en twee om het onderlichaam te bedekken, en twee om mee te vliegen. Zij riepen elkaar toe: Heilig, heilig, heilig is de HEER van de hemelse machten. Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit. -- Jesaja 6:1-3
De mensen brachten kinderen bij Jezus, ze wilden dat Hij hun de
handen zou opleggen en zou bidden.
Toen de leerlingen hen berispten, zei Jezus: Laat de kinderen ongemoeid, belet
ze niet bij Mij te komen, want het Koninkrijk van de hemel behoort toe aan wie
is zoals zij.
En nadat Hij hun de handen had opgelegd, trok Hij weer verder.
Uit menselijke bezorgdheid zonden de leerlingen een groep
kinderen weg. Jezus wijst hen terecht. Hun overdreven menselijke zorg maakt het
Hem onmogelijk te tonen waartoe Hij gekomen is. Het Rijk der hemelen is er voor
de eenvoudigen en de armen. De kleinsten zijn hiervan het mooiste symbool.
'Belet de kinderen niet bij mij te komen.'
Het kan cliché klinken, maar het blijft een waarheid als een
koe: onze kinderen zijn onze toekomst. En daar dragen wij, volwassenen, een
grote verantwoordelijkheid in.
Wanneer onze kinderen het ouderlijk huis verlaten, kennen ze dan
Jezus ?
Gaan ze die wegen waar ze Hem steeds dieper kunnen leren kennen ?
Hebben ze zijn Woord mogen horen in hun jonge jaren in kerk en huiskring ?
Hebben ze mogen proeven van christelijk gemeenschapsleven ?
Hebben ze voorbeelden gezien van evangelisch engagement ?
Hebben ze leren onderscheid maken tussen goed en kwaad in het licht van het
evangelie ?
Hebben ze het verschil leren zien tussen Kerk met een grote K en kerk met een
kleine k ?
Hebben ze leren bidden, alléén en met anderen ?
Hebben ze geleerd te leven in het licht van de eeuwigheid ?
Zing voor de HEER een nieuw lied: wonderen heeft hij verricht. Zijn rechterhand heeft overwonnen, zijn heilige arm heeft redding gebracht. -- Psalmen 98:1
'Als een van je broeders
of zusters tegen je zondigt, moet je die daarover onder vier ogen aanspreken.
Als ze luisteren, dan heb je ze voor de gemeente behouden. Luisteren ze niet,
neem dan een of twee anderen mee, zodat de zaak zijn beslag krijgt dankzij de
verklaring van ten minste twee getuigen. Als ze naar hen niet luisteren, leg
het dan voor aan de gemeente. Weigeren ze ook naar de gemeente te luisteren,
behandel hen dan zoals je een heiden of een tollenaar behandelt.
Ik verzeker jullie: al wat jullie op aarde bindend verklaren zal ook in de
hemel bindend zijn, en al wat jullie op aarde ontbinden zal ook in de hemel
ontbonden zijn.
Ik verzeker het jullie nogmaals: als twee van jullie hier op aarde eensgezind
om iets vragen, wat het ook is, dan zal mijn Vader in de hemel het voor hen
laten gebeuren. Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben Ik
in hun midden
We hebben dikwijls de neiging wanneer we mensen
iets verkeerds zien doen, dit al snel te gaan bespreken met anderen. Het zij
uit behoefte om eens goed te roddelen, of - en dat is nog erger dan roddelen -
uit lafheid omdat we het niet aandurven de persoon in kwestie aan te spreken,
om welke reden ook. Jezus roept vandaag op dit laatste toch te doen. Naar de
persoon toegaan dus. Niet om hem rond de oren te slaan, maar om hem vanuit een
diepe liefde aan te spreken op zijn daden of woorden die in wezen zondig waren.
Dikwijls zijn we blind geworden voor de waarheid,
of zijn we het kwade goed gaan noemen, en doen daardoor dingen die echt niet
kunnen. We hebben het amper door. Iemand die dan de moed heeft om naar ons te
komen om ons de ogen te openen, ons hart te openen voor wat het leven in
werkelijkheid is, wel, zo'n iemand mag je een vriend noemen in de diepste zin van
het woord. Ok, het kan even lastig zijn, maar wat die vriend komt doen is wel
van wezensbelang.
Jezus roept op om zo met elkaar om te gaan. Dit
vraagt moed, wijsheid, inzicht,... het vraagt liefde. Niet naar elkaar toegaan
vanuit een starre bekeringsdrang. Nee, naar elkaar toegaan met de warmte van
God, met zijn barmhartigheid, zijn vergevingsgezindheid, zijn goedheid. Da's
niet makkelijk, maar wel doenbaar, daar we geschapen zijn naar zijn beeld en
gelijkenis en dus geroepen zijn te zijn zoals Hij is.
Als de persoon naar wie we toegaan niet in staat is
zijn hart te openen, mogen we er derden bijhalen. Das liefde die doorzet. Als
je echt gemeend met iemand inzit laat je die niet zomaar los. Als je het alleen
niet aankan roep je hulp in. Je kan het, bij wijze van spreken, niet verdragen,
dat een verdwaald schaap steeds verder verloren loopt. Je zal heel je zijn voor
hem inzetten.
Als dit nog niet helpt... ja... dan zij dat zo.
In dat geval kun je misschien alleen nog bidden, in Jezus naam, met twee of
meer, zoals Jezus het verdaag zegt. Vraag en je zal verkrijgen. Ons geloof is
klein wat dit laatste betreft. Ons gebed soms nog kleiner.
We kunnen het belang van het samen bidden niet genoeg onderlijnen. Het is een
zeer sterke en liefdevolle vorm van de zondaar tegemoet treden
12 Wat denken jullie? Als
iemand honderd schapen bezit en een daarvan dwaalt af, zal hij er dan niet
negenennegentig in de bergen achterlaten en op weg gaan om het afgedwaalde dier
te zoeken? 13 Als het hem lukt het te vinden, dan
zal hij zich, dat verzeker ik jullie, over dat ene meer verheugen dan over de
negenennegentig andere die niet afgedwaald waren. 14 Zo
is het ook bij jullie Vader in de hemel: hij wil niet dat een van deze geringen
verloren gaat.
Alles concentreert
zich op dat ene schaap, alsof de anderen gewoon niet bestaan voor de Herder.
Misschien bekruipt iemand een gevoel van medelijden met die andere schapen, die
negenennegentig, die nu niet zoveel aandacht krijgen. Toch is dat ten onrechte:
wanneer ze hun Herder zich zo druk zien maken om dat ene weggelopen schaap,
gaat er bij hen misschien een licht op: 'Dat zou Hij dus voor ieder van ons
over hebben.' In de nood leer je je vriend kennen. In de nood van dat ene verloren
schaap waarop alle zorg van de Herder zich concentreert, leren alle niet
verdwaalde schapen hun Herder kennen, hoe Hij er altijd voor hen is. De
noodsituatie haalt uit de Herder naar boven wat er altijd al in zat, maar wat
pas dan geopenbaard wordt.
Aan ons om met het
hart van de Vader, in eenheid met de Zoon, hen te beminnen die vervreemd zijn
van God. We zijn immers beeld van God, en als God naar de van Hem vervreemde
kinderen toegaat ,
dan moeten wij dit ook. Maar zoals Hij: nederig, barmhartig, alles gevend,
liefdevol. Werk aan de winkel
Als een mens iets goeds zegt, heeft hij een gevoel van welbehagen, hij voedt zich met de vruchten van zijn mond. Woorden hebben macht over leven en dood, wie zijn tong koestert, plukt daarvan de vruchten. -- Spreuken 18:20-21
Ik ben LUC, en gebruik soms ook wel de schuilnaam Lucky.
Ik ben een man en woon in Moorsele (belgie) en mijn beroep is RUST........
Ik ben geboren op 30/12/1952 en ben nu dus 72 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: computer,,Muziek Fietsen en proberen niet mijn wil te doen maar deze van de Heer.
ben gehuwd met fabienne
De Geest van God is geen spookbeeld of hersenschim. Hij is onder ons aanwezig, voelbaar en tastbaar. Hij spreekt soms uit de blik in onze ogen. Je ziet hem in de mensen die verdraagzaam zijn en respectvol omgaan met elkaar. Je voelt hem in dat liefdevolle gebaar of die hartelijke handdruk. De Geest van God is de scheppende kracht die bruggen slaat over de diepste kloven, die mensen bij elkaar brengt en conflicten ombuigt in begrip en verzoening. Het is de energie die bergen kan verzetten en mensen boven hun kleinheid uittilt - de levensadem van God die mensen bezielt en in beweging zet.
Afscheid nemen is verdrietig, afscheid nemen is niet fijn afscheid nemen is iemand verlaten bij wie je graag zou willen zijn.
Afscheid nemen is die blik vol liefde en die aai over je bol afscheid nemen zijn die tranen je schiet er helemaal van vol.
Afscheid nemen zijn die woorden "Ik hou van jou, dag lieve schat. Je bent altijd bij me, want jij zit hier, diep in m'n hart."
Soms is het afscheid maar voor even soms voorgoed of voor een lange tijd maar wat je samen hebt mogen beleven dat raak je echt, nee nooit meer kwijt.
Parel
Je bent een parel, die zeer kostbaar is je naam staat onuitwisbaar in Mijn hand geschreven. Ik heb je zelf gemaakt om tot Mijn eer te leven je bent een parel, die zeer kostbaar is.
En eens zal Ik je roepen aan Mijn zij Mijn kind die roeping is zo hoog verheven. Uit liefde gaf ik jou Mijn eigen leven, ja, eenmaal zul je stralen aan Mijn zij.
Je bent nu nog op reis, het einddoel is in zicht, houd Mij maar stevig vast en luister naar Mijn stem. Aan d’einder gloort het nieuw Jeruzalem, daar zul je eeuwig leven in Mijn licht.
Je bent een parel, die zeer kostbaar is.
Dit gedicht is voor jou! Als je je alleen voelt je hart gebroken is of bezeerd als je bang bent voor wat komen gaat als je lief hebben hebt verleerd als je jezelf niet durft te zijn als je verteerd wordt door verdriet dan is dit gedicht voor jou want God vergeet je niet Hij wacht op je hij kent je vragen Hij zegt: “geef mij je last, dan kunnen we het samen dragen”. En langzaam zul je merken daar kun je van op aan, dat jij alleen nog je rugtas vasthoudt de inhoud is naar Hem overgegaan Als je je bedrogen voelt eenzaam en heel klein als je door de bomen het bos niet meer ziet en er misschien zelfs niet meer wilt zijn als je verstrikt zit in de netten van de zonde en niet weet hoe je daar uit moet geraken dan is dit gedicht voor jou Jezus zal het in orde maken Hij weet als geen ander hoe pijn voelt en wat een mens soms moet doorstaan Voor jou en mij is Hij uit liefde door enorm zware beproevingen gegaan Hij kijkt naar jou met een bewogen hart en een liefdevolle blik in Zijn ogen en wacht tot je Hem vragen zult je tranen te gaan drogen Dit gedicht is voor jou. Waarom? Is misschien je vraag. omdat God ontzettend van je houdt, grijp toch Zijn uitgestoken hand vandaag….