NIEUW: Blog reclamevrij maken?
WELKOM OP HUISMUSJE'S BLOGJE.

Zolang ik niet wordt opgehokt
wegens 'vogelgriep'

Zolang ik niet de kogel krijg
wegens een dominoeffect.

Zolang tjilp ik hier vrij en vrank
mijn hoogste lied.

Mijn verhaal is persoonlijk!
Laat het ook zo!


Page copy protected against web site content infringement by Copyscape


100%
150%
200%
Vergroot hier de tekst
Of druk op ctrl en het = teken
van uw toetsenbord

Over mijzelf
Ik ben Lulu, en gebruik soms ook wel de schuilnaam Huismusje.
Ik ben een vrouw en woon in Antwerpen (België) en mijn beroep is Vrouw des huizes.
Ik ben geboren op 21/04/1952 en ben nu dus 66 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: o.a. Muziek- Lezen (detectieve)-Dagtrips- Computeren-Shoppen .
Ik heb 1 zoon, 1 dochter en 1 kleindochter. Ik bekijk het leven realistisch en kordaat. Maar nooit kortzichtig
Laatste commentaren


ALS JE WERKELIJK OP ZOEK WIL NAAR EEN OPLOSSING,.....
STOP DAN MET HET VERDEDIGEN VAN HET PROBLEEM.
Alle geweld is zinloos, niet?
Zet daarom dit teken ook op uw blog?
Foto
Foto
Foto
Zoonlief
aan 't werk

op mijn
oude pc
Dochterlief

DE ZES ANTI-STRESS REGELS!

1) Hou van je bed als van jezelf!
2) Rust overdag goed uit zodat je 's nachts goed kan slapen!
3) Doe zo weinig mogelijk, laat anderen het doen!
4) Als je plots de drang voelt opkomen om te werken, ga dan zitten en wacht tot het overgaat!
5) Doe zeker vandaag niet wat morgen ook kan!
6) As je iemand ziet rusten, help hem daarmee!


 


Heb een huis vol planten.
O.a.deze die prachtig in bloei staat.
Foto

huismusje
(2 JAAR)

Foto
huismusje in Rivierenhof.
Foto
Met pleeg-ma aan zee.
(De enige foto van ons beide samen.)
Foto

MIJN BLOEMENTUINTJE.

Foto
Foto

HET GELUKKIGE GEZINNETJE!
ZO ZIEN JULLIE ZOONLIEF OOK EENS LANGS DE VOORKANT.

De nacht.

En dan is daar de nacht.
Het duister als een warme mantel
Omhuld je gekwetste hart.
Je wandelt door vergetelheid.
Weg van pijn en smart.
Om dan weer te ontwaken,
met bezinning moed en kracht.
Je leeft de dag stil en gelaten.
Want je weet
straks is daar de nacht.

(huismusje)

©

BEDANKT VOOR UW BEZOEK UW WAARDERING UW REACTIE. IK HOOP U SNEL WEER TE MOGEN BEGROETEN. KUS VAN MUS
HUISMUJE'S TRIESTE JEUGD
IK HEB GEEN SPIJT VAN DE DINGEN DIE IK DEED!
ENKEL SPIJT VAN DE DINGEN DIE IK NALIET TE DOEN!

25-04-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VOORWOORD

Ik heb nooit een dagboek bijgehouden. Alles zit nog levendig in mijn hoofd.
Vaak wens ik mij er totaal niets meer van te herinneren. Maar het tegendeel is waar.
Hoe ouder ik word, hoe meer feiten ik mij herinner.
Dus maakte ik enkele jaren terug dit blog aan.

Vandaag stel ik mij de vraag: “wat voor nut heeft dit blog”?
Gaat mijn kleinkind dit ooit lezen?
Maar meer nog stel ik mij de vraag: “wat heeft ze eraan om te weten dat haar bonnie een ellendige jeugd heeft gehad?”
Is het niet beter dat zij mij herinnert zoals ik nu ben, een gelukkig en tevreden mens?

Heb ik het geschreven voor mijn kinderen?
Er staan anders maar heel weinig feiten in die ik hen niet persoonlijk heb vertelt.
Maar misschien verklaart het de fouten die ik maakte, de verkeerde beslissingen die ik soms heb genomen en waarvan zij enigszins toch ook de dupe van werden.
Ik weet dat elke ouder fouten maakt want geen enkel kind komt ter wereld met een handleiding. En tevens is geen enkel mens zonder fouten.
Maar in mijn geval lag het  toch nog een ietsje anders, want ik had geen enkel voorbeeld van hoe het moest.
Wel had ik ondervonden hoe het wel degelijk niet moest.

Als ik heel eerlijk moet zijn, dan moet ik toegeven dat ik dit blog ook gemaakt heb voor mezelf.
Om een onafhankelijk luisterend oor te hebben.
En om de mening van een buitenstaander te ervaren.
Eveneens een beetje om anderen te helpen en om hen te laten weten dat zij niet de enigen zijn. Zoals zij mij laten beseffen dat ik niet de enige ben.
Maar vooral om me leeg te schrijven.

En die leegte is er gekomen.
Een leegte die nu wordt opgevuld door gelukkige momenten, liefde en vriendschap.
Ik heb mijn innerlijke pijn publiekelijk kunnen uitschreeuwen.
Een pijn en verdriet dat een rem was om voluit te kunnen genieten van het leven.
Want ‘oud zeer’ zit in je lijf gebakken.
En dat is de reden van dit blog

PS: Ik vraag u beleefd, toch dringend, om geen enkel van mijn teksten op dit blog over te nemen .
Alle teksten zijn door mezelf geschreven. Zijn strikt persoonlijk en zijn dus wettelijk beschermd.
Geloof me vrij wanneer ik u zeg dat u niet graag in mijn schoenen zou staan. Ontneem me dan ook mijn eigenheid niet.

(© Huismusje)

Hieronder vinden jullie mijn verhaal.


17-04-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZO BEGON HET
Help, ik ben zwanger!
Neen beste bezoeker, maak je niet ongerust. En verwacht ook geen suikerbonen van mij!
Deze kreet slaakte mijn moeder in 1951. En meteen daarop vroeg ze zich af wat ze kon doen om die zwangerschap ongedaan te maken. Want ik was alles behalve een gewenst kind.
Nog voor ik énig besef had van tijd of leven, wilde men mij al kwijt!
Mijn moeder heeft elke optie overwogen! "Abortus, maar wat gaat mij dat kosten, en waar of door wie, en gaat dat pijnlijk zijn"
De papa in spe mee laten opdraaien voor 'het probleem' dan? Maar wie is die papa? Diegene die het waarschijnlijk is heeft al lang de benen genomen. Terug naar Duitsland, terug naar zijn gezinnetje.

Mijn grootouders werden op de hoogte gesteld, maar daar vandaan kwam ook geen hulp.  Mijn grootmoeder zat in de prostitutie en mijn moeder had haar gedwee opgevolgd. Maar dan laat je je op je 16e toch niet met een kind opzadelen! Dus wij werden de deur uitgeschopt met de woorden: "als je terug kunt werken ben je terug welkom, zolang trek jij je plan maar".

Wel, ze heeft haar plan getrokken!
Zoals jullie zien heeft er geen abortus plaats gevonden. Een papa is er ook nooit gekomen.
En blijdschap was er op die bewuste 21e april in 1952 ook niet. Er was enkel een groot ongewenst probleem op de wereld gesmeten

©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
18-04-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HOERA,HET IS EEN MEISJE!
21 april 1952. Een meisje werd geboren, maar er was geen vreugde uitroep van, "hoera het is een dochter!" Er waren zelfs geen geboortekaartjes of suikerbonen. Waarom mijn moeder mij negen maand bij zich heeft gedragen is mij tot op heden nog steeds een raadsel? Ik was immers totaal niet welkom.
Er werd dan ook zo vlug mogelijk een oplossing gezocht en die oplossing was na twee maanden gevonden. Ondertussen verbleven mijn moeder en ik in een tehuis voor ongehuwde moeders.

Mijn moeder las in de krant een zoekertje van mensen die kinderen bij hielden tegen betaling, en daar werd ik dan ook zonder pardon gedropt door moeder. Echter na een paar vluchtige bezoekjes verkoos mijn moeder naar Duitsland te trekken, waar haar broer woonde, en liet mij gewoon achter bij die pleegouders.
Van betalen was ook geen sprake meer, dus werd ik ook voor dié mensen een ongewenst object.
©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
19-04-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN KIND ZONDER MOEDER IS ALS EEN VAAS ZONDER BLOEMEN!
>Hoewel ik het op mijn twee jaar nog niet besefte was ik een ouderloos kind. Bij mensen gedumpt die van mij hun broodwinning maakten en zich dan ook behoorlijk bedrogen voelden toen dit niet bleek te lukken. Ik was mij van geen kwaad bewust en wilde net als elke peuter van alles en nog wat. Waarom er zo vaak "nee" tegen me gezegd werd kon ik niet vatten. Waarom ik bij het huwelijk van de dochter des huizes niet aanwezig mocht zijn ook niet. Wat ik nog het minst van al begreep was waarom mijn pleegmoeder, die ik ma moest noemen, zo vaak boos op me was. Het is zeker niet makkelijk een vreemd kind op te voeden, maar dat was toch hun keuze, niet? Ik had helemaal geen keuze gehad! Waarom hebben ze mij niet aan de openbare instanties overgedragen? Waarom een kind bijhouden van iemand anders en dat je in feite haat? Want mijn pleegmoeder vooral haatte mij.Waarom jarenlang een kind alles ontzeggen waar kinderen recht ophebben? Zoveel vragen die onbeantwoord zijn gebleven. Vandaag heb ik zelf wel de antwoorden kunnen verzinnen Maar toch.... het heeft mijn leven danig gehypothekeerd
©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
20-04-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PORTRET VAN MIJN PLEEGVADER.
Mijn pleegvader werd geboren te Antwerpen op 19/02/1914. Van de eerste oorlog weet hij niets  meer. Van de tweede des te meer daar hij krijgsgevangene is geweest. Het gezin telde 3 kinderen waarvan hij de middelste was. Hij had nog een jongere zus en een oudere broer. Met deze laatste zou ik nog onaangenaam geconfronteerd worden. Maar daarover later meer.
Zijn ouders waren marktkramers en verkochten pantoffels. Moeder en vader dronken op elk moment van de dag graag hun pint zodat "pa" achter het kraam moest staan.Het is op de markt dat hij mijn pleegmoeder leerde kennen en op haar verliefd werd.
In 1937 huwden ze en kregen het jaar daarop een dochter.

"Pa" is een minzaam man en gaat nooit tegen de beslissingen van zijn eega in. Hij verdraagt al haar nukken, al haar scheldpartijen en tirannie. Volgens mij, en ook naar eigen zeggen, is hij bang van haar. Zij is huisvrouw en zwaait de plak.
Hij werkt door de week bij de Bell Compagnie en in het weekend 's nachts als banketbakker.
Maar dit is voor haar nog niet genoeg, en daarom kom ik in 1952 het gezin vervoegen.
Na de dood van "ma" geeft hij toe dat hij misschien meer had moeten doen voor mij. Dat hij vaker had moeten tussenbeide komen als "ma" weer eens haar woede koelde op mij. Maar hij had angst dat die woede zich dan tegen hem zou keren en keek daarom liever de andere kant op.

Maar wat ben ik daarmee zoveel jaren later? Mijn gevoel voor "pa" is dubbel. Een stuk minachting voor zijn lafheid, maar liefde voor de schaarse mooie momenten die wij samen hadden.
Hij leeft nog en ik ga hem nog vaak bezoeken, al schieten de nare feiten telkens door mijn hoofd wanneer ik in het "ouderlijk" huis kom.
Maar gedane zaken nemen geen keer! Het is goed zoals het nu is!!!

PS: pa op 7 juni 2008 overleden.
©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
21-04-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PORTRET VAN MIJN PLEEGMOEDER!
Mijn pleegmoeder werd geboren te Borgerhout op 13/12/1917. Het gezin telde 3 kinderen waarvan zij het middelste kind was. Er was nog een oudere zus en een jongere broer. Van de broer weet ik dat hij gehuwd was en na zijn huwelijk in Brussel is gaan wonen. Nadat zijn vrouw hem had verlaten heeft hij zich verhangen.
 Met de zus, "Tante Margriet", heb ik een hele fijne band gehad. Dit was wel tegen de zin van pleeg-ma. Haar hele leven had zij telkens weer ruzie met zowel haar broer, als met haar zus.
Maar zij had vrijwel met elkeen ruzie die op haar pad kwam!  Met haar ouders en schoonouders, haar schoonfamilie, buren en passanten. Nu ben ik niet bijgelovig, maar haar geboorte op die bewuste dertiende december moet een ongeluksdag geweest zijn.
Toen zij "pa" leerde kennen drongen haar ouders erop aan om heel vlug te trouwen. En zo geschiedde.
Vaak heeft zij "pa" naar zijn hoofd geslingerd dat ze nooit naar haar ouders had mogen luisteren.
 
Na 12 stielen en dertien ongelukken werd zij fulltime huisvrouw. . Poetsen, wassen, strijken, naaien, breien en haken deed ze goed en graag. Koken deed ze minder graag, maar ze deed het wel elke dag. Je mocht alleen niet zeggen wat je graag lustte want dan kookte ze dat zeker niet!
Op latere leeftijd is zij dement geworden en zij was een "kwade" patiënt.
Maar zij was altijd al een feeks geweest. Dus dat was geen verrassing voor mij.
©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
22-04-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MIJN PLEEG-ZUS

Pleeg-zus kon met gemak doorgaan voor fotomodel. Zelfs wel als filmzter want ik heb er lelijker in beeld weten komen. Zij is slank en fijn gebouwd. Heeft prachtig lang en natuurlijk krullend donkerbruine haren. Donkerbruine ree ogen en een mooi gevormde mond met volle lippen die steeds lijken te glimlachen. Wanner ze lacht toont ze en een volmaakt parelwit gebit.
Wegens al die bekoorlijkheden had zij een onbeperkte keuze in de mannenwereld Ze huwde zich dan ook regelrecht de zogenaamde betere klasse in.

Haar eenvoudige afkomst schudde zij binnen de kortste keren van zich af.
Spreekt geaffecteerd ABN met getuite lippen en onderstreept elk zuinig uitgesproken woord met fijne gebaren van haar perfect gemanicuurde handen.

Maar ze heeft het karakter van een feeks!
Zij is van mening dat haar kinderen meer recht hebben om in haar ouderlijk huis te zijn dan ik. Elke cent die aan mij wordt gespendeerd hebben haar kinderen minder is haar oordeel
Pleeg-ma die enorm opziet naar de schoonfamilie van haar dochter spreekt haar niet tegen.
.De levensstandaard van die mensen imponeerde pleeg-ma enorm.
Zo erg zelfs dat ze nooit samen met "pa" naar haar dochter toegaat omdat hij niet past in het plaatje dat ze zo graag ophangt.
Dat die mensen haar enkel tolereerden uit beleefdheid komt ze pas vele jaren later te weten.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
23-04-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. DE MENSEN RONDOM MIJ.

Mede door het veelvuldig verhuizen waren er nogal wat mensen die mijn kind & jeugdjaren in en uit liepen.
Sommige zag ik nooit weer, zoals toenmalige buren en buurkinderen.
Sommige waren blijvers of zag ik later terug.

Zo was er een vrouw (die volgens pleeg-ma simpel van geest was) die twee dochters had. Zij is jarenlang sporadisch op bezoek blijven komen. Heeft op mij gepast toen ik niet bij het huwelijk van mijn pleeg-zus mocht zijn net als op andere gelegenheden waarbij ik niet gewenst was.

Er waren de vrienden van mijn pleegouders die wekelijks kwamen kaarten. Hij werkte "op den tram" en zij was onthaalmoeder.
Mijn pleegvader en die man waren samen krijgsgevangene genomen in W.O II en naar Duitsland gevoerd.
Mijn pleegmoeder en die vrouw zijn toen samen naar Duitsland gaan werken.
Hoe die vriendschap tot aan hun dood heeft kunnen standhouden snap ik nu nog altijd niet want die mensen waren nog niet goed buiten of pleeg-ma gooide een hoop vergif over hen uit. Niets was goed aan hen. Maar dat kregen ze natuurlijk nooit te horen.

Het was afgunst dat mijn pleegmoeder parten speelde!
Die mensen werden betaald voor hun diensten door de ouders van de aan hen toevertrouwde kinderen.  Dat kon zij niet zeggen

Bij de laatste verhuis woonde in het huis naast het onze op het eerste verdiep, een tante van pleeg-ma.
Die mensen waren strikt katholiek en gingen elke dag naar de kerk.
(Ik vermoed dat het mede door hen kwam dat de onderpastoor op de hoogte was van de situatie bij ons thuis.)
Ook vertelde ze mij later in vertrouwen dat pleeg-ma geen goede dochter was geweest en dat haar ouders blij waren toen ze huwde.
Doch ook zij zijn nooit openlijk voor mij durven opkomen, al kwamen ze dagelijks over de vloer.
Ook zij gingen over de giftige tong van mijn pleegmoeder, omdat hun enige dochter als secretaresse werkte bij een toenmalige minister te Brussel.
Dat was een stevige doorn in haar oog!

Op de benedenverdieping van diezelfde woning woonde een bejaard echtpaar. Zij was een Waalse, hij een Vlaming.
Dit feit leidde tussen die twee soms tot hilarische discussies.
Hij wist haar steeds op haar paard te krijgen (meende hij) en zij trapte er steeds gretig op in.
Hij was lang en mager, en zij was een klein dikkerdje.
Die twee in volle actie bezig te zien en te horen was beter dan de beste komische act.

Zij  vertelde vaak, in haar gebroken Frans, over haar harde jeugdjaren en haar eerste stappen op het liefdespad.
Aan haar heb ik mooie herinneringen want ook zij wist drommels goed wat er gebeurde met mij. Al ging óók zij niet openlijk in tegen mijn pleegmoeder.
Wel gaf ze mij haar huissleutel.
Ze zei dat ik steeds bij haar naar binnen mocht vluchten als het weer te erg voor me werd.
Ik heb er dan ook vaak gezeten.

In onze straat woonde een zus van mijn pleegvader, tante M. en om de hoek woonde zijn broer,, oom D..
En ja hoor, met iedereen lag pleeg-ma overhoop.
 Buiten oom D had ze ruzie met hen allemaal.
Pa moest dan ook stiekem bij hen op bezoek gaan, net als ik.
Gelukkig waren wij welkom!

Er was de zus van pleeg-ma die mij zo dikwijls heeft opgevangen!
Die wel openlijk tegen haar inging en die dreigde om de bevoegde instanties in te schakelen.
Het resultaat was dat mijn pleegmoeder haar zuster letterlijk buiten sloeg.

Tante Margriet (zo noemde ze) had twee kinderen. Een zoon en een dochter.
Ook daar ben ik dikwijls naar toe gevlucht.
Te voet van Deurne naar 'Het Valaar' in Wilrijk.
Voor een kind toch een heuse onderneming.

De meeste mensen die ik kende waren op de één of andere manier bijna allemaal met elkaar verbonden.
Soms was het pleeg-familie, soms waren het buren.
Soms waren het gewoon vrienden of familie van de buren.
Maar ze hadden allen één ding gemeen, angst voor mijn pleegmoeder.

Sommige lieten haar al vlug links liggen. Verboden haar de toegang tot hun huis.
Sommige waren waarschijnlijk eenzaam en vonden het dagelijkse praatje een welgekomen afleiding.Trouwens, in de meeste gevallen was pleeg-ma heel vriendelijk in hun gezicht.
Zolang ze maar vol bewondering waren voor mijn pleegbroer.
En zolang ze haar niet tegenspraken!
En vooral moesten ze mij links lieten liggen!<

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MIJN PLEEGFAMILIE.
Klik op de afbeelding om de link te volgen

 Zoals reeds beschreven in een vorig item, woonden de zus en de broer van pleeg-pa respectievelijk schuin tegenover ons en net om de hoek.
Naar het voorbeeld van mijn pleeg=zus noemde ik hen oom en tante.
In eerste instantie werd dit mij verboden door pleeg-ma omdat ik geen familie was, maar de bewuste personen zagen er geen graten in en dus moest mijn pleegmoeder bakzeil halen.

Pa zijn zus had twee kinderen, een zoon en een dochter.
Beide waren leeftijdsgenoten van mijn pleeg-zus en dus plus minus 16 jaar ouder dan ik.
Meer dan een praatje maken deden we dan ook niet. Al leerde de dochter mij wel Hoelahoep'en en de Twist
Wanneer wij mekaar later als volwassen vrouwen tegenkwamen op straat bleef het meestal bij een vluchtig praatje

Met haar broer had ik nog minder contact. Ik herinner mij hem vooral als knappe soldaat.
Ik heb hem ook nog weten trouwen en daarna trok hij weg uit Antwerpen.
Sindsdien verdween hij uit mijn gezichtsveld.

De broer van pleeg-pa had 3 kinderen.
Een dochter uit zijn eerste huwelijk. Die was een ietsje ouder dan pleeg-zus.
Tot aan het huwelijk van die laatste waren beide hartsvriendinnen.
Na het huwelijk van pleeg-zus was ook vriendin te min geworden.
Uit het tweede huwelijk had oom D nog een zoon en een dochter.
Die laatste was twee jaar ouder dan ik en met haar zou ik véél en lang optrekken.
Haar broer bleef ook af en toe mijn leven binnen in- en uitlopen.

Met beide schoonzussen  had mijn pleegmoeder ruzie.
Over de onnozelste dingen omdat zij geen tegenspraak duldde.
Omdat pleeg-pa naar haar pijpen danste, dacht ze dat de familie dat ook ging doen.
Ik herinner mij laaiende ruzie's die meestal over geldzaken gingen.

Zowel de zus van mijn pleegvader als de vrouw van zijn broer gingen halftijds mee uit werken. Ze konden zich dan ook meer veroorloven dan mijn pleegmoeder, niettegenstaande de 3 jobs van pa.
De jaloezie droop er af en dat besefte de familie zeer heel goed.
Ze kreeg dan ook vaak lik op stuk van beide schoonzussen!

Nee, men moest haar niet! En dat verzuurde haar nog meer.
Zij had geen vat op haar schoonfamilie en werd zelfs gemeden.

PS: Sommige van bovengenoemde personen zouden nog een belangrijke rol gaan spelen in mijn jonge leven en daarom laat ik jullie kennis maken met hen.

©Huismusje



Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
24-04-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. KLEUTERJAREN.
Ik ben vier jaar! Ik wist niet beter dan dat mijn pleegouders mijn echte ouders waren en ik noemde hen  "ma" en "pa". Ik ging naar de kleuterschool en ik herinner mij nog de speelplaats aldaar. Er stond een huisje op een grasveldje. In dat huisje verstopte ik mij regelmatig.
Op de huwelijksdag van mijn pleegzus werd er beslist dat ik er niet bij hoorde omdat ik "een vreemde" was.  Daarom ging ik logeren bij een vriendin van pleegmoeder. 'S anderdaags mocht ik bloemen afgeven aan de kerk maar mocht niet mee op de foto. Terwijl iedereen in een mooie auto stapte bleef ik achter en ik begreep er natuurlijk niet waarom. Ik huilde en schreeuwde, maar het hielp niks. Ik riep om mijn moeder, niet wetende dat die mij al 4 jaar vroeger in de steek had gelaten.
Waarom blijven die momenten mij steeds weer voor de geest komen? Waarom niet de leuke? Die zijn er vast ook geweest! Of niet?
©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
25-04-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AFWIJKINGEN!
Klik op de afbeelding om de link te volgen Ik werd geboren met een afwijking aan het linkeroog, wat men scheel zien noemt. Nu geeft dit geen fysieke pijn, maar psychisch des te meer. Op school wordt je er al heel vroeg mee gepest, en dat blijft je ganse leven doorgaan.
Mijn pleegouders hadden dit kunnen voorkomen door mijn oog operatief te laten corrigeren voor mijn zeven jaar, doch er was geen geld voor.
Er was nooit geld voor mij! Ik was tenslotte uitgekozen om geld binnen te brengen en niet andersom hé!
Na die tijd was het te laat voor een operatie, ik was het zicht van dat oog al verloren.
Wat mij nog het meeste pijn deed, was toen ik al wat ouder was, dat ook mijn pleegmoeder me "scheel lon" (Antwerps dialect) als roepnaam gaf.
Zij had ontelbare scheldnamen voor mij, sommige begreep ik maar al te goed, andere weer helemaal niet.
Ik vraag mij nu nog steeds af, wat was haar afwijking?
En is een slecht karakter ook een afwijking?

© Huismusje



Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
27-04-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.KERMIS IN DE STAD.
Klik op de afbeelding om de link te volgen Het is bijna Pinksteren en in Antwerpen noemt men dit Sinksen. Met Sinksen komt de "Sinksefoor" naar de stad, en dat vindt ik nog altijd een fascinerende gebeurtenis . Het brengt bij mij één van de weinige leuke herinneringen naar boven uit mijn kindertijd.
Hoe oud ik precies was weet ik niet meer, in elk geval nog een kleuter. De Sinksefoor stond toen nog op "Den Boulevard" en kind zijnde leek hij mij oneindig te zijn.
Ik weet nog dat mijn pleegvader er met mij naartoe ging. Die man ontsnapte maar al te graag aan de tirannie van pleegmoeder maar kreeg daar weinig kans toe. Maar die dag dus wel!
Van "pa" mocht ik altijd een ietsje meer en dus mocht ik op diverse draaimolens die je op de dorps-kermissen nooit ziet en kreeg ik snoep à volent1è. Wij hebben ons onnoemelijk geamuseerd die dag. Ik denk dat wij ons beide bevrijd voelden! Ik heb geen andere verklaring voor het feit dat "pa" altijd zo lief was als "ma" er niet bij was.

Thuisgekomen was het andere koek! Ik was ziek van het vele snoepen en draaien en wilde daarom niet eten. Wij kregen beide een resem van verwijten en scheldpartijen naar ons hoofd geslingerd.
Maar het gaf niet want die dag kon pleeg-ma niet meer verpesten voor ons.
Het is een heerlijke herinnering gebleven.
Eén die telkens weer terugkomt als de 'Sinksenfoor' staat.

©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
13-05-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE POORT VAN MIJN HEL
Klik op de afbeelding om de link te volgen Pinksteren 1958! Ik ben net zes jaar oud geworden en begin aan de laatste weken kleuterschool.
Een vrolijke ervaring kan ik het niet noemen. Vaak alleen van en naar school, vaak verloren gelopen en daardoor thuis gebracht door diegene die het zich wou aantrekken.
De omgeving kende ik niet want we waren voor de zoveelste keer nog maar eens verhuist.Waarschijnlijk is er in de kleuterscholen wel gereageerd op mijn situatie, maar ik heb er nooit wat van gemerkt.
 
Mijn pleegmoeder komt tot de ontdekking dat ze zwanger is, 22 jaar na haar eerste zwangerschap en dit op tweeënveertig jarige leeftijd. Dat dit haar niet makkelijk viel kan ik nu wel begrijpen Toen uiteraard nog niet.
Mijn pleegvader kreeg de opdracht om mij naar mijn moeder te brengen en mij onder geen enkel beding mee terug te brengen. Maar mijn moeder was onvindbaar maar pleeg-pa vind wel mijn grootmoeder.
Die weet te vertellen dat ik niet welkom ben. Dat mijn moeder eveneens zwanger is. Nog maar eens zonder een vader in de buurt, dus van die kant viel geen hulp te verwachten.
Er bleef mijn pleegvader geen andere keuze dan mij mee terug naar "huis" te nemen. Maar dat heeft hij geweten! En ik ook!  Want er is toen echt slaande ruzie uit ontstaan.
Ik zat ineengedoken van de schrik in een hoek van de kamer en zag hoe mijn pleegvader bloedde aan zijn hoofd door het pijnlijke treffen van rond vliegende huisraad. Plots nam mijn pleegmoeder mij hardhandig bij de hand, sleurde mij met geweld drie trappen naar beneden, zette mij op straat en sloeg de deur dicht. Het was reeds donker en ik was bang! Ik kan tot op vandaag de angst van toen nog proeven, evenzo met tal van andere bange momenten. (Ik woon trouwens vlakbij het bewuste huis en kom er vaak voorbij)  Ik weet niet hoelang ik op die koude drempel heb gezeten, wachtend tot "pa" mij zou komen halen. Want hij was de enige die ik nog een beetje vertrouwde. Hij was steeds diegene waarop ik mijn hoop op vestigde. Maar in zijn plaats kwam de politie! De benedenburen hadden het kabaal natuurlijk gehoord en hadden de politie gebeld. Die dwongen mijn pleegmoeder om mij weer op te nemen en een andere oplossing te zoeken voor het probleem. Uit schrik voor een proces verbaal gehoorzaamde zij. En een oplossing vond ze ook, want vanaf dat moment maakte zij mijn leven pas echt tot een ware hel.
©Huismus

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
23-05-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEBOORTE VAN ALLE ELLENDE
Klik op de afbeelding om de link te volgen Op 26/12/1958 wordt mijn pleegbroer geboren, twee maanden vroeger dan verwacht. Pleeg-ma wil hem Noël noemen naar aanleiding van kerstmis. Maar Pa hoort liever Luc. Vermits hij diegene was die zijn zoon ging 'aangeven' werd het dus Luc. Dat zou hij tot op haar laatste dag geweten hebben! Maar hij had toch maar lekker zijn slag thuis gehaald.
Was voorheen mijn situatie nog draaglijk geweest,  nu zou pas mijn hellepoort opengaan!
Mijn pleegmoeder zorgde er voorheen altijd voor dat ik netjes voor de dag kwam. Mooi gekleed en mijn haren netjes in de "Pijpenkrullen", maar vanaf nu zou dit ook tot het verleden behoren.
Een totale verwaarlozing kwam in de plaats
Werden er voor de geboorte van Luc nog enkele centjes aan mij besteed, nu zou dat praktisch nihil worden.
Geen nieuwe kleding of speelgoed meer. Maar ook geen schoolgerief zoals ik later mocht ondervinden. Zelfs eten kon ik enkel als ik het zelf nam. Ik werd totaal genegeerd!
Mocht ook niet in dezelfde kamer waar Luc was. Wanneer hij gebaad of verzorgt werd moest ik de kamer uit. Wanneer ik dan toch stiekem naar de baby toeging, kreeg ik klappen.
Het was ook op zulke momenten dat ik te horen kreeg dat ik een "vreemde luis" was... dat mijn moeder een hoer was... en ik een hoerenjong. De lelijkste scheldnamen werden naar mijn hoofd geslingerd. Scheldnamen die nu nog in mijn hoofd gebrand staan.
Het is toen dat ik haat begon te voelen, al kon ik dat nare gevoel toen nog geen naam geven.
Ik was een moeilijk en ondankbaar kind volgens pleeg-ma.
Waar moest ik dankbaar voor zijn, vroeg ik me dan telkens af? Lief zijn hielp niet en opstandig zijn ook niet.
Ik werd een stil en teruggetrokken kind!
Het enige leuke moment was toen de radio of de platendraaier werd opgezet.
Muziek was mijn enige troost terwijl de haat groeide in mij.
Haat tegen Luc ook, hoewel hij van niks wist. Haat ook tegen mijn pleegvader, omdat hij mij niet hielp.
Haat tegen mijn pleegmoeder, hoewel ik toen heel veel van haar hield besef ik nu.
Ik wou niet meer vriendelijk zijn tegen bezoek om de schijn op te houden.
Dat werkte natuurlijk in mijn nadeel en speelde in de kaart van "ma". Maar ik was te klein om dat te beseffen.

Het resultaat van dit alles was dat ik met verschillende tics geplaagd zat en vaak  luidop tegen mezelf praatte.
Ik stond op de drempel van mijn hel. Een hel die jarenlang mijn deel zou zijn.
center>©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
03-06-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MIJN EERSTE COMMUNIE
Klik op de afbeelding om de link te volgen Het was mei 1960. Mijn pleegbroer was anderhalf jaar oud en de enige die belangrijk was in huis. Hij was het middelpunt, het voor en na in het leven van mijn pleegouders.
Ik zat in het tweede leerjaar en ging elke dag alleen naar school en moest daarbij steeds over "Het Fortje".
"Het Fortje" was een onbebouwde en beboste vlakte met allerlei sportpleinen. Er stond ook een oud soldatenfort op,een ruïne, vandaar de naam. Het was een speelparadijs voor ons. Vlakbij mijn school werd een nieuwe straat aangelegd en bij regenweer was het daar een echte modderpoel, idem dito op "Het Fortje".
Mijn pleegmoeder vond zichzelf heel vroom mens. Van haar Christelijke naastenliefde heb ik echter nooit wat gemerkt. Naar de kerk ging ze nooit en vloeken en schelden deed ze als een ketter. Maar soit.
Toen meneer pastoor kwam vragen of ik mijn communie mocht doen durfde ze waarschijnlijk niet weigeren. Dat is de enige verklaring die ik heb voor volgende gebeurtenis....

....Ik volgde catechismusles en op zaterdagmiddag moesten we naar de kerk om te repeteren. Van de ouders werd verlangt dat ze daarbij aanwezig waren. Maar zo had pleeg-ma dat niet begrepen. Telkens kreeg ik dan een heel sermoen te horen van meneer pastoor maar ik durfde tegen hem niet zeggen hoe het thuis er werkelijk aan toeging. Thuis durfde ik dan weer niet vertellen dat meneer pastoor eiste dat één van mijn ouders de volgende keer aanwezig moest zijn.
Ook vroeg hij telkens naar mijn doopsel papieren. Ik wist niet wat dat was en pleeg-ma reageerde niet wanneer ik er haar naar vroeg. (Zij heeft die papieren nooit in haar bezit gehad en kon ze ook niet aanvragen omdat ik officieel nooit aan hen toegewezen was.)
Maar dat kon pleeg-ma niet verantwoorden tegen meneer pastoor zonder de waarheid te moeten vertellen en dat wilde ze uiteraard niet.
Ik werd geconfronteerd met een probleem waar een achtjarige geen raad mee weet.

Op een zondagmorgen zei mijn pleeg-ma dat het de dag van mijn communie was en dat ik naar de kerk moest. Zij stuurde mij alleen op weg. Iets waar ik nog niet bij stilstond omdat ik steeds alles alleen moest doen. Tot ik aan de kerk kwam!
Daar zag ik mijn klasgenootjes in hun mooie communie kleedjes samen met hun piekfijn uitgedoste ouders.
Iedereen werd opgesteld zoals bij de repetitie, moeder links, vader rechts en de communicant in het midden. Het opstellen was de taak van de schooljuf die de catechismusles op school gaf.
Ik stond daar alleen in mijn dagdagelijkse kleren en mijn schoenen zaten onder het slijk van over Het Fortje en de opgebroken weg te lopen. Ik zag mijn klasgenootjes fluisteren tegen elkaar en naar mij wijzen.
Hun ouders keken stoicijns over mijn hoofd heen.

De juffrouw vroeg waar mijn ouders waren? Ik antwoordde naar waarheid dat "pa" was gaan werken bij de bakker en "ma" thuis was bij Luc.
Er werd dan besloten dat ik maar met de juffrouw aan de hand naar voor moest gaan maar dan wel als laatste in de rij. Meneer pastoor zei dat ik eerst nog moest gedoopt worden en dat hij dat nu eerst even ging doen in de zijbeuk.
Weer was er gefluister en gegiechel van mijn klasgenoten. Hun ouders waren misnoegd door het oponthoud.
Ik voelde de tranen opkomen en begon te beseffen dat deze dag voor mij niet was wat het had moeten zijn en...ik nam de benen.

Ik liep zo rap als ik kon de kerk uit.
Door de opgebroken weg naar het slijk van "'t Fortje".
En daar ben ik blijven rondslenteren tot laat in de avond.
 
Pa die om 15u thuis was gekomen heeft naar mij lopen zoeken maar hij kon mij niet vinden

Toen ik uiteindelijk thuis aankwam zag je niet meer dat ik urenlang gehuild had!
Natuurlijk vielen er weer klappen omdat ik vies en smerig was van het spelen in het slijk.
Mijn pleegmoeder was nijdig omdat ze nu weer moest wassen, want veel kleren had ik niet en ik moest op dinsdag weer naar school toe.
Mijn pleegvader zeurde omdat hij al zo moe was en nu nog een emmer water moest opwarmen zodat ik mij kon wassen.
Als straf vloog ik naar bed zonder eten.
Ik weet niet of ze zich realiseerden dat ik van de ganse dag nog niets gegeten had?
Maar dat was ook al geen uitzondering meer.

Ik weet niet wat er tussen mijn pleegouders is gezegd over die bewuste dag.
Toen ik er vele jaren later uitleg over vroeg haalden ze hun schouder op en zegden mij dat dit allemaal al zolang geleden was en dat ik er nu toch niet meer moest over zeuren.
Dat ik ook groot was geworden zonder mijn eerste communie.
Hetgeen ik wel nog weet is dat de haat maar groeide en groeide in mij en dat ik daar alle dagen voeding genoeg voor kreeg!

(© Huismusje)


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
10-06-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. DE STRAFKAMER.
Klik op de afbeelding om de link te volgen

We verhuizen nog maar eens een keer!

Ditmaal naar een kleine eengezinswoning met op de bovenverdieping twee slaapkamers.

Daar mijn pleegbroer nog klein is, wil pleeg-ma hem bij haar op de kamer.

Ik krijg dus mijn eigen kamertje.


Er is geen tuin of koer aan het huis. In de plaats daarvan is er een berghok aan de keuken aangebouwd.

Het hok heeft een dak van zinken golfplaten waardoor het daar in de zomer snikheet en in de winter ijzig koud is.
Het berghok wordt afgesloten met een zware houten deur en ijzeren schuifgrendel.

Er zijn geen ramen en dus het is er stikdonker.
Er huizen talloze spinnen, muizen en ander kruipend ongedierte.

De overbodige rommel, gereedschap en fietsen worden er in opgeborgen.


De weg van en naar school is langer dan voorheen maar dat zal mijn pleegouders een zorg zijn en mij deert het ook niet.

Daarbij, enkele klasgenootjes wonen bij me in de buurt en dus gaan we gezellig allemaal samen op weg.


Er zijn nog veel omliggende velden, weiden en onbebouwde grond in de nabije omgeving van het huis.

Dus het is heerlijk ravotten met de kinderen uit de buurt.

Forten bouwen op de braakliggende grond of pistes maken om te crossen met de fiets.
Of ook gewoon lekker liggen niksen op de wei in de zon en kransjes maken van de madeliefjes, paarde- en boter-bloemen.


Maar dan moet ik naar binnen!

Ik doe er alles aan om bij “ma” in de gunst te komen!
Ik doe de boodschappen en help met poetsen.
Zelfs de was doe ik mee en dat was niet zo simpel want we hadden geen wasmachine en zelfs geen geiser waar warm water uitkwam.
Alles gebeurde met water uit de regenton en daarna werden de emmers met water opgewarmd op de kachel of fornuis.

Hoe jong ik ook was, die klussen had ik al behoorlijk onder de knie.

Eens die klussen geklaard waren was ik weer bij af. Ik kon met geen mogelijkheid haar liefde winnen!


Wanneer pleeg-ma weer eens slecht geluimd is en ik haar in de weg loop stopt ze mij in dat hok.

Doodsangsten sta ik daarin uit!

In mijn kinderfantasie zie ik legers spinnen op mij afkomen.

Ik hoor allerlei vreemde geluiden maar zie geen steek voor mijn ogen.

De grendel van de zware deur zit onwrikbaar vast.
Roepen, schoppen en schreeuwen help niet. Eens de keukendeur achter haar is dichtgevallen kan ze mij niet meer horen.

Ik kan slechts hopen dat “pa” vlug thuiskomt want hij haalt mij er meestal uit.

Ten minste als hij weet dat ik zit opgesloten!

Ik kan enkel wachten en hopen.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
11-06-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.KINDERARBEID!
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Daar mijn  biologische moeder geen onderhoudsgeld betaalde voor mij zoals was afgesproken, waren mijn pleegouders van mening dat het dan aan mij was om hen terug te betalen wat zij aan mij besteedden!

Reeds op negenjarige leeftijd moest ik vrijwel elke vakantie uit werken!
Mijn eerste arbeidservaring was bij een naburige boer.
Er waren in dat gezin vier kinderen, één jongen en drie meisjes. Het jongste meisje zat bij me in de klas.
Er was steeds genoeg te doen op die boerderij en dus geen gebrek aan werk voor mij.
Op een keer moesten de serretomaten worden geplukt. Het was niet echt een proper werkje want we zagen groen van boven tot onder. Zelfs in onze oren zat dat groene spul. Of dat nu kwam doordat de tomaten bespoten waren of door de bladeren, weet ik niet.
Wat ik wel weet is dat ik er een bloedvergiftiging aan overhield, en dat kwam zo...

...We mochten van de boer tomaten eten zoveel we wilden. Vermits  ik tomaten heel graag lustte liet ik mij dat geen tweemaal zeggen. Even afvegen aan mijn boek en happen maar.
Dat deden we trouwens ook zo met de wortelen, rapen en braambessen die we plukten of uit de grond trokken.
Maar van de tomaten werd ik dus behoorlijk ziek. Pleeg-ma weer wreed nijdig omdat ze de dokter moest halen voor mij.
Zij wachtte daarmee dan ook tot ik letterlijk door mijn benen zakte.

Wat ik betaald kreeg van de boer weet ik niet want pleeg-ma ging ontvangen. Ze keerde dan steeds weer met een tas vol met gratis aardappelen, groenten en fruit. Misschien werd ik wel vergoed in 'natura' en betaalde ik op die manier mijn kostgeld?
Feit is dat ik er elke vakantie periode weer naar toe moest!

Toen ik elf jaar was hadden mijn pleegouders een nieuwe vakantie job voor mij gevonden. Bij een joods gezin dat een oppas zocht voor hun drie kinderen en daarnaast een "beetje" hulp in de huishouding.
Vader was gescheiden en woonde terug in bij moeder. Hij had zijn eigen chalet achter in de tuin.
Moeder had een Haute Couture zaak en maakte die kleding met de hulp van een leerling naaister. De zaak was gelegen in de 'Diamant wijk' van Antwerpen.

Dat "beetje" hulp was voor mij als kind behoorlijk zwaar.
'S morgens om zes uur opstaan en het ontbijt van de kinderen klaarmaken, ze helpen met wassen en aankleden en ze vervolgens naar een soort van dagcentrum toe te brengen op De Meir.
De oudste van de drie was een jongen en was net als ik elf jaar.

Pas wanneer ik terug was van die trip mocht ik eten. Ik moest steeds apart eten in de keuken. Dat dit een joods gebruik was wist ik toen niet.
Na mijn ontbijt moest ik afwassen, bedden opmaken, de badkamer poetsen en de kamers en de trap stofzuigen. Ook de blokhut van vader opruimen en onderhouden was mijn taak.
Wanneer dat werk gedaan was mocht ik helpen in de winkel. Dat was pas iets dat ik graag deed. Het is daar dat ik mijn interesse voor snit en naad heb opgedaan.

Elke week mocht ik van zaterdagmiddag tot zondagavond naar huis.
Pleeg-pa kwam mij dan ophalen en kreeg gelijk een enveloppe met mijn loon in zijn handen gestopt.
Hoeveel er in die enveloppe zat heb ik nooit geweten. Ik zou later nog vaak moeten werken zonder dat ik het bedrag van mijn loon kende of zelf mocht ontvangen!

Er kwam abdrupt een einde aan mijn job in dat gezin door een reeks van opeenvolgende ongelukjes!

Op een keer dacht ik een kortere weg gevonden te hebben naar het dagcentrum van de kinderen toen ik hen in de namiddag weer ging ophalen.
Ik ging door het 'Stadspark'.... en liep hopeloos verloren. Toen ik uiteindelijk terug bij de winkel kwam, mede door de hulp van een lieve voorbijganger, waren de kinderen al thuisgebracht.
Mevrouw was zo kwaad op mij dat ik het bijna in mijn broek deed van de schrik. Ik was al hevig onder de indruk door het verdwalen. En nu kreeg ik ook nog af te rekenen met dit.

Mijn verjaardag valt meestal in de paasvakantie. Zo ook op die bewuste dag

 Ik "mocht" met mevrouw mee boodschappen gaan doen. Dat was voor mij een avontuur want ik reed niet vaak in een auto en de 'Grand Bazar' was voor mij een paradijs.
Ik mocht iets uitkiezen voor mezelf als verjaardagsgeschenk. En deze domme gans koos voor een roze afwasborstel en was er nog gelukkig mee ook! Mevrouw zal in haar binnenste hard gelachen hebben! Maar ze lachte alvast niet meer toen ik één van de boodschappentassen met enkele flessen wijn pardoes uit mijn handen liet vallen.

Diezelfde week liet ik ook nog de stofzuiger de trap afdonderen. Hij was finaal naar de knoppen.Toen pleeg-pa mij die zaterdagmiddag kwam ophalen kreeg hij te horen dat ik geen loon kreeg vanwege de aangerichte schade.
"Wel dan komt ze ook niet meer werken" zei hij. 

Mijn pleegmoeder is later op de week nog met mij naar de winkel toegestapt.
Er werd behoorlijk geroepen tussen die twee "dames" want mevrouw was ook geen doetje!
Uiteindelijk moest pleeg-ma afdruipen zonder één cent.
Beide partijen hadden geen poot om op te staan want kinderarbeid is verboden bij wet.
Haar woede koelde mijn pleegmoeder dan maar weer op mij! "Ik deugde voor niks" kreeg ik voor de zoveelste maal te horen.
Ze liet mij staan voor wat ik waard was en stapte in volle vaart verder. "Ik moest maar zien hoe ik thuiskwam, want ze ging geen tram betalen voor een nietsnut zoals ik" riep ze me nog toe.

Uren later ben ik thuisgekomen. Te voet vanuit het centrum van Antwerpen naar het "Eksterlaar." Ik volgde gewoon de sporen van tram elf. Bang dat ik niet zou binnen mogen of dat ik weer klappen zou krijgen.

Maar ik mocht wel binnen en ging gelijk naar mijn kamer!
Weeral een nare ervaring rijker!

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
17-06-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE BELONING.
Klik op de afbeelding om de link te volgen Voor al mijn klusjes in het huishouden en mijn vakantiewerk mocht ik als beloning op zondagmiddag naar de bioscoop.
Ik was natuurlijk zo fier als en gieter want ik was het enige elfjarige kind uit de buurt die zulks mocht.
Ik was dol op film want dan kon ik de realiteit ontvluchten. Ik fantaseer mij middenin de film.
Zo zong en danste ik samen met 'Elvis Presley.' Trok ik op avontuur met 'Winnetou.' Op die laatste was ik hopeloos verliefd... en hij natuurlijk ook op mij... of wat had je gedacht!

Op mijn weg van en naar de bioscoop moest ik voorbij verschillende open velden en plekken met struikgewas.
In de winter was het reeds donker toen de film uit was en deed de weg wel een beetje eng aan.
Mijn oplossing was dan luidop in mezelf praten of luidop lopen zingen.

**(Dat was iets dat ik mij eigen had gemaakt in mijn strafkamer.
Telkens pleeg-ma mij daarin stopte zette ze de radio wat luider. Niet voor haar rust want zij kon mij toch niet horen wegens de gesloten tussendeuren, maar voor de buren vermoed ik.
Dat maakte dat ik vrijwel elk liedje van de radio of platendraaier kon meezingen. Zelfs in het Frans, Engels en Duits. Fonetisch weliswaar, want verstaan deed ik het niet.**

Toevallige passanten keken mij na en moeten mij een raar kind hebben gevonden.
Maar ik stapte moedig door in het gezelschap van mijn twee helden van het witte doek!

Mijn buurmeisje, en tevens klasgenootje, wou ook wel graag naar de film en vroeg aan haar ouders of ze met me mee mocht.
Haar ouders zagen dat helemaal niet zitten wegens véél te jong en te gevaarlijk.
Het argument van mijn buurmeisje "dat ik het toch ook mocht" schoot bij de moeder in het verkeerde keelgat en maakte dat die het nodig vond om een dringend praatje te houden met pleeg-ma.

Ik zat een beetje verdoken op de trap te luisteren naar het bewuste gesprek tussen die twee.
De moeder van mijn buurmeisje vond het niet kunnen dat een elfjarig kind
's avonds alleen en in het donker over straat liep.
Ze opperde dat er "van alles" kon gebeuren.
"Of mijn pleegmoeder zich wel bewust was van het gevaar dat ik liep?"
"Of zij nog nooit had gehoord van kinderverkrachters?"
 Het gesprek eindigde met het woest dichtslaan van de voordeur door pleeg-ma.

's Avonds deed mijn pleegmoeder haar verhaal aan pa.
Zij was nog steeds opgewonden en dus  zweeg hij maar.
"En wat dan nog?" raasde  mijn lieve pleegmoeder.
"Dan zijn we meteen van die vreemde luis vanaf, want ze brengt niks dan ellende mee"

Mijn pleegvader bleef zoals altijd zwijgen.
Ik vreesde dat mijn zondagse vluchten uit de harde realiteit wel eens voorbij zou kunnen zijn.

Later op mijn kamer overliep ik in gedachten nog eens de beide gesprekken van die dag. Die van de moeder van mijn buurmeisje, en die van mijn pleegouders.
De bezorgde toon van de éne, en de dreigende van de andere.
En stilletjes kwam het vermoeden dat mijn beloning wel eens helemaal geen beloning zou kunnen zijn.
©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
24-06-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. HET KONINGSKIND.
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Mijn pleegbroer leek geboren in een gouden wieg!
Vermoedelijk was die late en onverwachte zwangerschap van mijn pleegmoeder haar in het hoofd geslagen. Want ze behandelde hem als was hij een koningskind.
Niettegenstaande dat pleegvader drie jobs had, was het geld al op nog voor het op tafel lag. Alles ging naar "de kleine"!

Zo liet pleeg-ma voor die driejarige peuter bij "Het Meuleken"(een gekende Antwerpse kleermakerswinkel) zijn pakjes op maat maken. Idem dito met zijn schoentjes die wit met een boord van zwart lakleer moesten zijn.
Zijn hemden moesten wit zijn met aan de kraag een boord van kant of plooitjes en daar horen uiteraard zijden strikjes en gouden manchetknopen bij.
Iedereen vond het een plaatje. Nou ja, het was ook een mooi ventje hoor!
Maar ik snap niet dat er nooit iemand met zijn wijsvinger tegen zijn voorhoofd tikte wanneer pleeg-ma" met hem schouwde.

Ook het duurste speelgoed was maar net goed genoeg!
Zo had hij Lego blokjes en Meccano bij de vleet.
Tientallen puzzels, stripboeken en kleurboeken bezat hij.
Alles uit de beste speelgoedwinkels en van het duurste merk.
Zo had hij diverse treintjes waar nu nog elke liefhebber jaloers zou op zijn. Alles moest van "Marklin"zijn.
Het beste was nooit goed genoeg. Er was steeds wel iets beter en duurder.

Elke week kwam de huisdokter. Want als hij een keer zijn bord niet leeg at was pleeg-ma totaal in paniek.
Er werd dan ook enkel dat gekookt wat Luc eten wilde.
Het was pathetisch om te zien hoe Luc haar hele doen en laten beheerste!
Maar voor mij was het triest. Want haar haat en nijd jegens mij werd met de dag groter en feller.

Ik herinner mij dat ik op zeker ogenblik een koek van tafel nam die hij maar half opgegeten had.
Razend werd ze daarvoor!
"Wie dacht ik wel dat ik was?" "Jij dikke zeug, jij vreemde luis, jij moet met je poten van die koek afblijven!" En die benamingen waren nog mild ten overstaan van de vele andere die ik dagelijks naar mijn hoofd geslingerd kreeg.
Daar ik steeds rond de tafel liep wanneer er weer klappen gingen vallen en ze mij zodoende niet te pakken kon krijgen omdat ik kleiner en sneller was, nam ze op een keer een hark en sloeg daarmee over de tafel heen naar mij.
Eén van de scherpe punten maakte een diepe wonde op mijn schouder en rug.
Als troost kreeg ik de raad om mijn mond dicht te houden tegen iedereen. "Anders zou ze mij de straat opgooien, voorgoed." Dus zweeg ik!
Ik heb van die klap met die hark een vergroeiing in mijn hals overgehouden..

Naar de kleuterschool is Luc nooit geweest omdat zij hem steeds aan haar zijde hield.
Maar eens schoolplichtig had ze geen keuze meer en waren de beste scholen niet goed genoeg.
Omdat de zonen van onze huisdokter in het Xaverius College school hadden gelopen, moest Luc daar natuurlijk ook naar toe.
Het dure schoolgeld konden mijn pleegouders zich in feite niet permitteren, maar liever maakte mijn pleegmoeder schulden dan haar zoon naar de jongensschool om de hoek te sturen.


Vriendjes werden gekocht met massa's snoep en geschenkjes.
Elke week ging ze naar zijn leraar toe, want ze wou zeker zijn dat hij de punten kreeg die hij volgens haar verdiende.

Mijn pleegvader keek het allemaal met lede ogen aan. Wanneer hij een opmerking maakte, hetgeen een enkele keer gebeurde, werd ze een razende furie. Het schuim kwam letterlijk op haar lippen te staan. Echt doodsbang waren wij van haar wanneer ze weer een aanval van razernij kreeg.
En zulke aanval kwam geheid telkens iemand ook maar iets van commentaar gaf op haar gedrag betreffende Luc.
Mijn pleegmoeder is in de laatste jaren van haar leven dement geworden. Maar volgens mij is die dementie reeds ontstaan bij de geboorte van Luc.

Telkens er geen geld meer was om de boodschappen te betalen stuurde ze mij naar de winkel. Mijn pleegmoeder rekende er immers op dat men een kind niets zou weigeren.
Dan moest ik vragen om alles zolang op de rekening te schrijven.
Meerdere malen kreeg ik dan te horen dat er nog een rekening open stond en dat die eerst moest worden voldaan.
Pleeg-pa wist daar niets van. Zoals later zou blijken!

Soms moest ik te voet van Deurne naar het ziekenfonds in de Ommeganckstraat om de ziekenbons te gaan uitwisselen.
Meerdere malen moest ik zonder geld te voet weerkeren naar huis, omdat de bijdrage niet was betaald en men dus ook niet uitbetaalde.
Op zulke momenten werd het mij vaak echt te moede omdat ik wist wie de dupe ging zijn van die weigering. Dan kreeg ik steeds te horen dat hun te kort aan geld mijn schuld was. Dat als ik er niet was geweest.....enz.

Het was niet zo dat ik het Luc niet gunde hoor, integendeel.
Maar het contrast van de leffomstagheden tussen ons beide was te schrijnend en te groot.

©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
29-06-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE HUISDOKTER.
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Sinds de geboorte van mijn pleegbroer hadden wij wekelijks de huisdokter op bezoek.
Niet noodzakelijk omdat er iemand ziek was, maar meer als afleiding voor mijn pleegmoeder vermoed ik. Ook was zij zo danig geobsedeerd dat wanneer mijn pleegbroer zijn bord een keertje niet leeg at zij in alle staten was.

De dokter waseen hele knappe man.
Lang en slank, donker golvend haar en staalblauwe ogen. Rijk was hij ook! Althans, dat kon je vermoeden aan zijn sportwagen en villa.
Van origine was hij Oostenrijker, maar had al vele jaren zijn praktijk in Deurne-Zuid.
Echt zo een dokter uit een romantische film.


De dokter had twee zonen. Eén daarvan was mentaal gehandicapt. De tweede was het evenbeeld van zijn vader.
Mijn pleegmoeder etaleerde haar adoratie voor de dokter zo openlijk dat het genant was om zien.
Mijn pleegmoeder was helemaal geen mooie of verzorgde vrouw!
Tanden bezat ze bijna niet meer en diegene die ze nog had zagen zwart.
Wel had ze een mooie bos haren, maar ze werden maar heel sporadisch gewassen.

Maar als de dokter kwam werden de krulspelden boven gehaald en trok ze haar "zondagse kleren" aan.
Nylons over haar zwaar behaarde benen, en een streep lippenstift, vervolledigde het plaatje.
Pathetisch ook hoe ze met die man koketteerde.

Mijn pleegvader zag het met lede ogen aan.
Met zijn kleine gestalte, magere figuur en zijn kalende hoofd, kon hij immers niet concurreren met de knappe dokter.

Wanneer de dokter een door haar aangeboden sigaret aannam werd ze euforisch. Ook zo met de aangeboden kop koffie.
Ik heb hem echter nooit die kop zien leegdrinken of die sigaret weten oproken.
Waarschijnlijk was hij te beleefd om te weigeren?

Waren zijn looks super, zijn kunde was dat minder! Althans wat mij betrof.
Ten eerste moet hij toch gemerkt hebben dat ik steeds met blauwe plekken, schrammen en builen rondliep?
Enkele keren heeft hij mij ook moeten oplappen. Een keer zelfs zo serieus dat hij met mij naar het ziekenhuis is moeten rijden.
Maar er een opmerking over maken of de daarvoor bevoegde instanties verwittigen deed hij niet.
Wel zette hij later op papier dat de situatie tussen pleeggezin en pleegkind onhoudbaar was.
Maar het hoe en het waarom liet hij in het midden!

De centen waren vlug verdiend ten huize van.
Even het zoontje de hemel inprijzen en de knip ging open.
Want daar was het pleeg-ma vooral om te doen.
Te horen zeggen dat ze een knappe zoon had. Een die het nog ver zou schoppen.
Ik vraag mij af, wat als ze zou weten dat hij een simpele loketbediende is bij de NMBS? Niet dat dat ik dat beroep te min vind, maar zij had veel grotere dromen voor hem.
Of zou ze dan zichzelf hebben wijsgemaakt dat de spoorwegen van hem waren? We zullen het nooit weten.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
09-07-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERLOREN GELOPEN

Ik zal amper zeven zijn geweest toen het gebeurde. Met mijn pleegmoeder aan de wandel, pleegbroer in de kinderwagen. We wonen nog maar net in de buurt en alles is nieuw voor mij. Plots zie ik mijn pleegmoeder niet meer en sta ik alleen in de straat. Ik begin te lopen maar waarschijnlijk de verkeerde richting uit want pleegmoeder is in de verste verte niet te bespeuren. Zo loop ik uren te dolen en het wordt al donker wanneer een man naar me toe komt lopen en vraagt waar mijn mama is. Maar al wat ik doe is beginnen huilen. De man neemt me mee in zijn auto en begint rondjes te rijden.Daarbij steeds vragend: "woon je hier, ken je dit, weet je nu waar je bent"? Maar ik herken niets. Ik woonde er immers pas! En dan schiet mij iets te binnen en vernoem "HetTirolerhof".

Het Tirolerhof is een speeltuin dicht in onze buurt en ik ben er met mijn pleegouders op een zondag naartoe geweest. De man rijdt naar de speeltuin, en gelukkig voor mij is er daar iemand die mij, of mijn pleegmoeder kent en geeft de man mijn adres.

In de straat aangekomen kan ik ons huis aanwijzen want zoveel stonden er toen nog niet in die straat.
Wanneer mijn pleegmoeder de deur opent en de man haar een opmerking geeft, krijgt hij als bedankje de deur in zijn gezicht gesmakt. Ik krijg een flinke pandoering en wordt hardhandig de gang door gesleurt en mag in het hok mijn straf gaan uitzitten. Pas als mijn pleegvader thuiskomt mag ik er weer uit. Het is ondertussen dan ook bijna 23.00h want 'pa' had de late de late schift.

©Huismusje



Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
20-07-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.LAGER SCHOOL (1)
Klik op de afbeelding om de link te volgen Al vanaf het laatste jaar kleuterschool werd ik alleen op pad gestuurd. Soms met lunch, soms gewoon zonder. Maar of ik nu eten bij had of niet, ik moest 's middags overblijven.
Dat maakte dat ik soms een ganse dag zonder eten was, want pleeg-pa maakte zijn boterhammen zelf en was reeds vertrokken wanneer ik opstond.
Pleeg-ma had geen tijd voor mij want al haar aandacht ging naar mijn pleegbroer.Hij was  haar obsessie en zou dat blijven tot aan haar dood!
Niettegenstaande de honger was ik een redelijk goede leerling, dwz, ik was verstandig en kon de leerstof goed aan. Maar....

....Toen de inktpot en pen werd afgeschaft en wij met een vulpen moesten schrijven, behaalde ik al achterstand. Want ik kreeg geen vulpen, maar een gewone goedkope 'Bic.'
Vermits het niet toegelaten was om daar mee te schrijven, werden er punten afgetrokken op mijn rapport.
Sportkledij en zwemgerief kreeg ik ook niet, dus weer zero punten op het rapport.

Het ergste voor mij was dat ik er bovenop nog voor gestraft werd door de juf. Moest dan de hoek in of bij het turnen op de speelplaats onder de bel gaan staan.
Maar de zwemles was pas echt een vernedering voor mij!
Dan moest ik als 10 jarige als straf in het eerste leerjaar gaan zitten.
Waarbij die zes-jarigen mij natuurlijk flink uitlachten!

Voor al het schoolgerief dat moest worden aangekocht en ik van "thuis" niet kreeg, had ik steeds een uitvlucht. Maar die was zo kinderlijk naïef en doorzichtig dat de juf het natuurlijk niet geloofde.
Zeggen dat ik het niet kreeg van "thuis" werd trouwens ook niet geloofd!
Op mijn rapporten stond jaar na jaar steeds dezelfde opmerking: "Zij kan goed mee maar is nooit in orde!" Ik had menige mooie rode O staan!

Vriendinnetjes had ik niet veel want die moesten dan steeds hun gerief delen met mij.
Zoals hun kleurpotloden of verf, hun vulpen wanneer ze die dubbel hadden en zelfs hun handwerkgerief. Iets wat ze enkel deden onder dwang van de juf.
Vermits kinderen wreed zijn tegenover andere kinderen werd ik daarvoor uitgescholden voor "schele" of "arme hond".

Zo werd ik een eenzaat. Mij verdedigen deed ik niet. Durfde ik ook niet!
Ik was bang om klappen te krijgen en die kreeg ik thuis al genoeg. Kwam bij dat ik wel degelijk goed besefte dat ik niet was zoals andere kinderen, ik merkte het verschil elke dagen.
Liever vluchtte ik naar mijn fantasiewereld. In die wereld had ik alles wat ik nodig had.... en véél meer.

Terwijl de anderen met het springtouw en de ballen speelden of de toenmalige gebruikelijke groepspelletjes deden, keek ik steeds van op afstand toe.
Wanneer ik dan weer eens uit de klas werd gezet profiteerde ik van de gelegenheid om met het achtergebleven springtouw of ballen te spelen. Zo leerde ik toch touwtje springen en ballen tegen de muur of in de lucht gooien.
Ik fantaseerde mij er ook een hele resem vriendjes bij. In mijn hoofd was ik nooit alleen en had ik niks tekort!
Zwemmen heb ik mezelf helaas nooit kunnen leren.
©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
21-07-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. MENEER PASTOOR
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Vroeger was het de gewoonte dat telkens wanneer je naar een nieuwe parochie verhuisde, meneer pastoor de nieuwe parochianen kwam verwelkomen. Zo ook bij ons.
Meneer pastoor kwam niet persoonlijk, maar stuurde zijn onderpastoor.
Die onderpastoor was een jonge energieke man, Prosper Heylen genaamd.
Hij runde "Het Pleintje".

"Het Pleintje" had tot doel om de kinderen van de straat te houden.
Veel was er niet aanwezig op dat pleintje, maar wij waren in die tijd ook snel tevreden.
Men kon er rolschaatsen huren, of tafelvoetbal spelen. Er stonden een schommel, wip en schuifaf. Gewoon wat kletsen op een bankje, meiden onder mekaar kon ook.
Elke dag had meneer pastoor wel een spel uitgedacht dat we met z'n allen konden spelen, zowel de jongens als de meisjes. En hij deed dan steeds heel enthousiast met ons mee.
Wanneer ik denk aan al die keren dat ik hem heb zien rennen met zijn rokken opgetrokken tot boven zijn knieën krijg ik nog de slappe lach.

Mijn pleegmoeder pakte meteen uit in alleschijnheiligheid.
Want tegenover de pastoor deed ze zich heiliger voor dan de paus.
Luc werd in alle glorie aan de pastoor voorgesteld. En hoewel ik ook aan tafel zat deed ze of ik lucht was.
Doch dat was buiten meneer pastoor gerekend!

Hij luisterde beleefd en geduldig naar de lofzang van pleeg-ma over Luc en wees toen naar mij. Hij vroeg of ik de dochter was?
Pleeg-ma die mij als haar werk van barmhartigheid zag, vertelde hoe ik bij hen in huis was gekomen en wat een opoffering zij zich voor mij getroostten.
"Mooi" zei meneer pastoor "dan kan zij wel naar 't Pleintje komen in de vakantie."
"Daar kan ze aan volksdansen doen als ze wil en kan ze mee op kamp in de grote vakantie. " Meteen noemde hij ook de kostprijs van het plaatje.

Mijn pleegmoeder wist niet meer waar ze het had!
Zij die vol lof haar kind de hemel had ingeprezen en meneer pastoor die enkel aandacht schonk aan mij.
"Zou je dat niet graag doen" vroeg de pastoor aan mij?

Ik durfde niet te antwoorden.
Het was grote vakantie en zoals gewoonlijk hadden mijn pleegouders werk gevonden voor mij.
Ditmaal in een dokters gezin nabij het 'Museum voor Schone Kunsten.' 
Maar dat mocht niemand weten en meneer pastoor al zeker niet!

Ik keek een beetje angstig naar pleeg-ma omdat ik wist wat ze van mij verwachte.  Maar ik wist ook dat ze niets kon doen of zeggen met de pastoor in de buurt.
Dus trok ik mijn stoute schoenen aan en zei: "Ja meneer pastoor, dat zou ik heel graag doen."
Mijn hart bonsde in mijn keel en mijn blaas leek op springen te staan. Het was de allereerste keer dat ik in opstand kwam.
"Oh ja" zei de pastoor nog "hoe zit het met haar plechtige communie?"
Want ik werd bijna twaalf!

Pleeg-ma haar ogen schoten vuur en haar gezicht liep rood aan. Telkens de voorbode van een razernij aanval wist ik.
Ze haalde het argument aan dat zij geen vergoeding voor mij kregen en dat mijn moeder onvindbaar was.
"Arm kind" zei meneer pastoor zacht. Pleeg-ma schrok danig van die uitspraak. Die woorden had nooit eerder   niemand recht in haar gezicht durven uitspreken.

Ik wist dat ik het zou moeten bekopen als het bezoek zou weg zijn maar op dat eigenste moment voelde ik mij gesterkt.
Ik had eindelijk een bondgenoot. Iemand die voor mij opkwam.
Iemand die, en dat geloof ik sterk, de ware situatie meteen doorhad.
Hoe verklaar je anders dat meneer pastoor mij kwam halen met het busje terwijl "'t Pleintje" net om de hoek lag?
Of dat hij opdracht gaf aan een van de leiders  om mij op te halen?
Dat hij er voor zorgde dat pleeg-ma het geld betaalde om mee op verlof te kunnen gaan en daar bovenop zakgeld om een snoepje of drankje te kopen?  Als een pitbull zat hij aan haar vel.

De zomer voor ik naar het zesde leerjaar ging was mijn mooiste zomer.
Het was de eerste zomer dat ik dagelijks kon spelen net als andere kinderen van mijn leeftijd.
De eerste vakantie dat ik niet uit huis hoefde om te gaan werken.

Ik voelde mij vrij! Ik voelde mij machtig!
Ik had gezien en gehoord hoe zwak mijn pleegouders stonden. Hoe zij moesten buigen wanneer er iemand voor mij opkwam.
Vooral mijn pleegmoeder had het daar zeer lastig mee. "Pa" was zoals steeds weinig van zeggen.

Maar voor mij zou het nu allemaal gaan veranderen!
Niet dat het beter werd. Integendeel! Maar ik maakte het hun niet zo gemakkelijk meer als voorheen.

Het is vreemd hoe machtig je jezelf kunt voelen als je gesteund wordt door iemand die het goed met je meent.
Ik was plots heel wat minder angstig en verdedigde mij wanneer ik nog maar eens de schuld kreeg van iets dat ik niet had gedaan .
Ik liet mij niet meer uitschelden zonder terug te schelden.

Door dat onaangekondigd en kort bezoek van 'meneer Heylen' (zoals alle kinderen hem noemden) had ik plots de laffe en zwakke kant van pleeg-ma ontdekt.
Ik ontdekte meteen ook dat ik verbaal sterker was dan zij. Dat ik haar meermaals met woorden schaakmat kon zetten.
Het kwam mijn situatie niet ten goede want als kind kan je uiteindelijk niet op tegen volwassenen. En ik hing nog steeds van hen af!
Mijn triomf duurde dan ook niet lang want twee jaar nadien werd Meneer Heylen overgeplaatst.

Ik heb nog vaak naar hem geïnformeerd. De mede oprichtster van "Het Pleintje" vertelde me dat hij naar de parochie van 'Sint Andries' was overgeplaatst.
Na de dood van zijn ouders erfde hij de ouderlijke boerderij. Die heeft hij omgebouwd tot opvangtehuis voor drugsverslaafden.
ik heb hem nooit meer weergezien.
Als hij nog leeft moet hij hoogbejaard zijn.
Maar ik vergeet hem nooit!

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
22-07-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.LAGERE SCHOOL (2)
Klik op de afbeelding om de link te volgen Het was de eerste keer in 3 jaar tijd dat ik genoten had van een vakantie zonder uit werken te moeten gaan.
Ook had ik de zwakke plek van mijn pleegmoeder ontdekt en tevens mijn durf om dat uit te buiten.
Maar na de euforie zou de realiteit weer keihard toeslaan!

Het begon al meteen op de eerste schooldag. De zesde klas van het lager onderwijs.
We hadden een waslijst aan school benodigdheden meegekregen en ik legde die 's avonds op tafel.
"Ma" keek er niet eens naar. Toen ik geld vroeg om het nodige te gaan kopen, tikte ze met haar wijsvinger tegen haar voorhoofd.
"Als jij gaat spelen in plaats van te werken is er geen geld voor jou" Ze zei er nog bij dat ze hoopte dat ik van de vakantie had genoten, want het zou mijn laatste zijn.
Haar haat jegens mij nam alsmaar grotere proporties aan en de mijne tegen haar eveneens.
Elke dag kreeg ik voortaan te horen bij elke vraag die ik stelde "vraag het aan meneer pastoor" of "zoek je moeder en ga daar bedelen."

Al maakte mij zo klein mogelijk in de klas, het was onbegonnen werk want
iedereen wist dat nooit het nodige schoolgerief bij me had. Ook qua hygiëne ging het bergafwaaarts.
Mijn pleegmoeder weigerde om mijn kleding nog te wassen. Ik moest het voortaan zelf doen. Maar haar getreiter ging soms zo ver dat ze mij niet toeliet om waspoeder te gebruiken.
Sokken pikte ik stiekem uit de lade van mijn pleegvader want blootvoets was in die tijd geen mode. Maar zo viel ik nog meer op! Meisjes droegen immers witte sokjes en geen dikke wollen grijze mannensokken.
Soms droeg ik twee paar sokken over mekaar omdat van het éne paar in de linker sok een gat zat en in het andere paar in de rechter sok.
Aan mijn voeten droeg ik plastieken laarzen die pleeg-ma gebruikte om de straat te schuren.
Daar ze mij te groot waren vouwde ik de bovenrand naar buiten. Met als gevolg dat ik pijnlijke striemen op mijn benen had, want op die manier schuurde ze mijn huid kapot. De striemen waren zo diep dat het maanden heeft geduurd voor de littekens verdwenen waren.

De juf van het zesde leerjaar hadden we ook in de vijfde klas gehad. Dus die wist dat ze van mij niets moest verwachten en dat deed ze dan ook niet. Zij negeerde mij zoveel mogelijk. Behalve als er een voorbeeld moest gesteld worden van hoe iets niet moest want dan wees haar vinger naar mij.
Tot grote hilariteit van de klas.
Schoolboeken en sommige schriften hadden we sowieso van de school maar kladschriften en notaboeken moesten de ouders kopen.
Ook de benodigdheden voor tekenen en schilderen, handwerk (haak en breinaalden en wol)muziek (blokfluit), enfin al wat je zo al nodig had om de leerstof onder de knie te krijgen moest worden gekocht door de ouders.
Ik had niets! En ik besefte goed genoeg dat de andere leerlingen mij niet steeds dingen gingen lenen. Trouwens ik moest dan steeds wachten tot zij klaar waren natuurlijk en zo geraakte ik hopeloos achterop.

Zo goed en zo kwaad als ik kon probeerde ik mijn plan te trekken.
Ik had een heel gamma aan smoezen klaar wanneer ik weer eens niet in orde was met iets.
Het geld voor de thee in de lunchpauze had ik zelden of nooit bij me.
Telkens ik wel kon betalen had ik het bijeen gestolen van kleingeld dat "ma" op de kast liet liggen en vergat weg te steken
Ik loog bij elke vraag die volwassenen mij stelden. Dan nog liever doodvallen dan te zeggen hoe het er "thuis" aan toeging.
Omdat ik rotsvast geloofde dat het mijn eigen schuld was.

Alles deed ik stiekem!
Ik wachtte tot iedereen sliep om boterhammen klaar te maken voor op school. Ik deed het in het donker en muisstil.
Dat kon ik doen omdat ik in de woonkamer, vlak naast de keuken, op een zetel sliep.
Ik stak de boterhammen, verpakt in een oude broodzak, dan weg in mijn boekentas met als resultaat enorme vetvlekken op mijn boeken en schriften.

Gelukkig was er nichtje S die haar thee met me deelde.
Je mocht telkens twee koppen thee halen, maar nichtje S. mocht wegens haar stoma niet veel drinken en dus gaf ze haar tweede kop aan mij.
Ook haar boterhammen deelde ze soms.
Doch als de juf van de middagpauze het zag vloog ik de refter uit.

Dat jaar werd ik op heel korte tijd ook heel erg bitter.
Het rare is dat ik mijn pleegbroer erger haatte dan mijn pleegouders. Ik zag hem als de oorzaak van mijn ellende.
Hij mocht en kreeg alles wat hij vroeg.
En natuurlijk buitte hij dat zoveel mogelijk uit. Daarvoor was hij kind.

Ja, het zesde leerjaar was een ware hel!
Mijn leven was een hel en ik had het enkel te danken aan de mensen die bij ons over de vloer kwamen dat ik nog een dak boven mijn hoofd had.
Maar dat was dan ook het enige dat ik had!!!

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
24-07-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.LAGERE SCHOO (3)
Klik op de afbeelding om de link te volgen Was het zesde leerjaar voor mij slecht begonnen, het zou nog erger worden!

Daar ik geen atlas kreeg van thuis mocht ik die van de juf gebruiken.
Ik moest hem wel telkens na de les aardrijkskunde terug afgeven.
Ook zo voor handwerk, schildergerei en muziekles.
Ik voelde mij dan telkens zeer opgelaten want er werd op die momenten steevast gegiecheld door mijn klasgenoten.
Het hielp mij echter wel om de lessen te kunnen volgen. Ik droomde al van een rapport zonder nullen wegens "niet in orde" en misschien wel eens een voldoende omdat ik mee kon met de leerstof.
Met huiswerk evenwel was het een andere zaak. Daar had ik natuurlijk niet het gerief voorhanden dat ik nodig had.

Op een keer moesten we de landkaart van België tekenen en inkleuren.
Mijn pleegbroer had kleurpotloden en waterverf van de allerbeste merken.
Ik mocht voor een keer de atlas van de juf mee naar huis nemen met de woorden: "Ik reken erop dat je er zorg voor draagt!"

De heisa thuis begon al van toen ik zei dat ik plaats nodig had aan de tafel om te schilderen. Want plotsklaps moest mijn pleegbroer ook schilderen.
En vermits hij, volgens pleeg-ma dan toch, het artistieke talent in zich had om een groot kunstenaar te worden, moest ik plaats ruimen.
Meteen daarop kwam de volgende moeilijkheid want ik had een tekenpapier nodig maar had geen tekenblok.
Dus wachten tot pleeg-ma even uit het zicht verdween om er stiekem twee van Luc te nemen.

Toen mijn tekening af was moest ik ze nog kleuren.
Dus weeral een hoop geruzie met pleeg-ma en Luc om de penselen en de verf te mogen gebruiken.
Natuurlijk moest hij net die kleur gebruiken die ik ook nodig had. En natuurlijk kreeg hij de eerste keuze.
Ik, die niet echt meer zo makkelijk over m'n kop liet gaan, beet behoorlijk van mij af. Luc die wist dat hij bij de minste kik zijn gelijk zou halen, beet behoorlijk terug.
Door het kabaal aan tafel kwam mijn pleegmoeder als een getergde leeuwin uit de keuken.
Zonder ook maar enige uitleg te vragen trok ze mij bij mijn haren van mijn stoelen sloeg met haar vlakke hand in mijn gezicht.
Toen nam ze mijn tekening van de tafel en scheurde ze kapot. Vervolgens  smeet ze de atlas met een smak tegen de grond. "Ziezo" zei venijnig, " je huiswerk is af." zei ze.

Ik stond als aan de grond genageld!
Niet om de klappen die ik kreeg, want dat was ik gewend. Niet om mijn bloedende lip en neus, want dat merkte ik niet eens.
Ook niet wegens de luide schaterlach van Luc, want hij wist niet beter als vijfjarig kind.
Het was omdat de atlas kapot aan mijn voeten lag.

Ik durfde niet naar school de volgende dag. Uren heb ik rondgedoold.
Nadenkend over wat ik moest uitvinden om een plausibele uitleg te kunnen geven voor het gebeurde.

Na de middag had ik genoeg moed verzameld om naar de klas te gaan en te vertellen dat de atlas van tafel was gevallen. Ik verzon er een gans scenario bij om mijn uitvlucht geloofwaardig te maken.
Ik durfde gewoon de ware toedracht niet vertellen. Ik was er zo van overtuigd dat ik slecht was en dat het allemaal mijn schuld was, dat ik nog liever loog dan de waarheid te zeggen. I
k was er vast van overtuigd dat anderen evenzo over mij dachten.
Tenslotte hoorden men nooit wat goeds over mij zeggen.
De Ooooh's en de Aaaaaah's van de kinderen in de klas deden me meer pijn dan de klappen van mijn pleegmoeder.

De lerares stelde geen verdere vragen.
Ik moest met de kapotte atlas naar de directrice en daar mijn verhaal opnieuw doen.
Daar mocht ik dan voor het bureau tot aan de speeltijd in straf gaan staan.

De directrice schreef een nota in mijn agenda.
Die moest ik thuis laten tekenen om het daarna weer aan haar te laten zien.
Ik maakte mij daar geen zorgen over omdat noch pleeg-ma noch pleeg-pa" ooit mijn agenda las, laat staan dat ze hem tekenden.

©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
25-07-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.NAAMLOOS KIND
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Gedurende mijn eerste twaalf levensjaren leefde ik  onder een valse naam.
Mijn ware naam hoorde ik voor het eerst toen ik mijn wettelijke identiteitskaart moest gaan halen. Dat was een hele verwarrende toestand. Maar tegelijkertijd vielen ook alle puzzelstukjes  op hun plaats.
In het kleuter-en lager onderwijs stond ik ingeschreven onder de familienaam van mijn pleegouders. De reden daarvoor was dat zij geen last zouden krijgen met kinderbijslag en belastingdienst. Mijn pleegouders kregen kindergeld voor mij, en gaven mij als 'ten laste' op aan de belasting. Toch was ik nooit officieel door mijn moeder of enige instantie aan hen toegewezen. Mijn biologische moeder heeft steeds haar rechten op mij behouden. Zowel mijn biologische moeder evenals mijn pleegouders hadden hun redenen om te zwijgen en dus wisten de instanties van mij niets af.

Ik wist dan ook niet beter (daar ik hun naam droeg) dan dat mijn pleegouders mijn echte ouders waren,  en begreep dan ook niet waarom pleeg-ma mij "die vreemde luis" noemde. Op school had men ook geen enkel vermoeden, hoewel ik dat nu heel vreemd vind.
Zo hield pleeg-ma mij steeds met een smoes thuis wanneer we met de klas naar de jaarlijkse gezondheid keuring gingen. Ook zo wanneer de tandarts naar de school kwam, of de oogarts.De meeste inentingen tegen polio e.d. heb ik ook pas gekregen in mijn tienerjaren.
Op een dag verzwikte ik mijn voet. De schoolverpleegster vreesde dat mijn voet wel eens gebroken kon zijn Maar er was iets niet in orde met de verzekering van de school, er ontbraken enkele gegevens. De school-directrice eiste daarom dat mijn "ouders" zelf met mij naar het ziekenhuis gingen om röntgenfoto's te laten maken. Mijn pleegmoeder weigerde dit. Als argument stelde zij dat hun huisarts ( die reeds jarenlang op de hoogte was van de situatie) dit niet nodig vond. De directrice nam na lang over en weer geklets uiteindelijk genoegen met de verklaring van de huisarts.

Vrijwel alles deed ik alleen zonder dat er ook maar iemand zich om mij bekommerde.Dus toen ik twaalf werd ging ik uiteraard ook alleen naar het gemeentehuis om mijn officiële identiteitskaart te ontvangen. Daar kreeg ik voor het eerst mijn eigen familienaam te horen. Naïef als ik was maakte ik de bediende duidelijk dat zij zich vergiste Men vond het verdacht dat ik mij aan het loket aanbood onder een valse naam, en men riep de 'Jeugdbrigade' erbij.
Ik werd meegenomen naar hun bureau dat eveneens in het gemeentehuis gevestigd was. Er liep veel politie rond en ik was vreselijk bang omdat ik niet wist wat er gaande was. Met een politie combi heeft men mij bij mijn pleegouders afgezet. Van toen af is de bal aan het rollen gegaan denk ik. Er kwam om het half jaar iemand van de jeugdbrigade langs, maar zoals het in die tijd gebruikelijk was werd aan mij nooit wat gevraagd, enkel "ma" mocht praten.
Ik had er een nieuwe angst bij want mijn pleegmoeder kon mij bang maken met nieuwe dreigementen zoals: "ik geef je de volgende keer gewoon met de politie mee."
Maar ik begon de dingen vanaf toen in de juiste context te plaatsen. En wat hel belangrijk was voor mij, ik was ook geen naamloos kind meer.

(© Huismusje)







Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
26-07-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. GESCHONDEN VERTROUWEN.
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Op mi' n twaalfde wist ik dat ik op mijn leeftijdsgenoten niet moest rekenen!
Niet voor medeleven of troost in elk geval.
Het leek er eender op dat hoe meer ellende ik thuis meemaakte, hoe meer zij zich verheugden in mijn miserie.
Mijn levensomstandigheden hadden voor hen dan ook meer weg van een SF verhaal vermoed ik omdat zij de realiteit niet konden plaatsen in hun eigen onbekommerde en beschermde leventje.

Als afschrikmiddel kwam ik hen wel al eens van pas.
Als ze geplaagd werden door de jongens bijvoorbeeld, dan werd ik erbij gehaald.
Ik kende dan ook een indrukwekkende waslijst aan scheldwoorden. Maar vooral kon ik de razernij van mijn pleegmoeder perfect imiteren. En daar werden plaaggeesten dan heel erg stil van en dropen ze af.
Maar voor de rest liet men mij links liggen!
Ik zocht dan ook het liefst het gezelschap op van volwassenen.

Na het débâcle van de atlas affaire mocht ik van nichtje S. voortaan mijn huiswerk bij haar thuis maken.
Oom D. (haar vader en broer van mijn pleegvader) had daar geen bezwaar tegen.
Niettegenstaande hij een zware alcoholist was,  verwende hij zijn kinderen mateloos.
Als weduwnaar was hij vader, moeder en kostwinner tegelijk.
Hij werkte in een drie ploegenstelsel zodat we vaak het rijk voor ons alleen hadden.
Als hij een late- of nacht-dienst had konden we lekker laat opblijven.
Enkel als hij de vroege shift had was hij 's avonds thuis.
Dan kookte hij lekker en mocht ik blijven eten.
Ik zat ook vaak bij onze de buren, maar bij oom D was ik het liefst.
Als hij dronken was kon hij echt de clown uithangen. Dan dolde hij met ons of we deden gezelschapsspelletjes.
Ik begon hem allengs meer en meer als een vader te beschouwen dan een oom.
Tot op een dag!

Nichtje S. had door haar ziekte veel verzorging nodig.
Er moesten katheters gestoken en kompressen ververst worden. Maar vooral moest zij verschillende keren per dag gebaad worden doordat zij geen controle had over haar blaas.
Ze had in de plaats een stoma op haar buik. Haar urine liep daarbij in een plastieken zakje. Vermits zij haar urine niet voelde lopen en wij als kinderen door het spelen de tijd niet altijd in het oog hielden, kwam het regelmatig voor dat dit zakje overliep.
Het gevolg was natte kledij en natte windels en kompressen.
Oom D gaf haar dan een bad.

Een bad was voor mij pure luxe. Wij hadden enkel het aanrecht in de keuken of een zinken bad om ons te wassen.
Van badschuim had ik nog nooit gehoord, laat staan gezien. Zelfs tandpasta kende ik niet!
Er was ten huize D geen enkele gêne qua naaktheid. Iets wat bij mijn pleegouders een groot taboe was.
Omdat ik steeds verlangend naar dat lekker geurende badwater stond te gapen, zei oom D. dat ik ook wel in bad mocht als ik wou.
Nichtje S. die tevens huidkanker had aan haar linkervoet en daarom niet veel of lang mocht en kon lopen, ging na haar bad steeds op haar bed liggen rusten.
Dan ging oom D bij haar zitten om te vertellen of naar haar verhalen te luisteren.
Ondertussen ging ik dan al eens een keertje in bad.

Zo ook die dag!
Plots ging de deur van de badkamer open, want een slot was er niet op de deur, en oom D kwam binnen.
Ik was een beetje verlegen.
Niet zozeer voor mijn naaktheid dan wel voor mijn vieze en ouderwetse ondergoed. Want lingerie had ik niet van mezelf, Ik droeg dat van mijn pleegmoeder.
En die liet het niet toe dat ik elke dag schoon ondergoed uit de kast nam.

Oom D ging op zijn knieën naast het bad zitten, nam het washandje en begon mij te wassen.
Tot hiertoe vond ik het nog best omdat hij dit ook bij zijn dochter deed.
Maar dan gingen zijn handen tussen mijn benen en stak  zijn vinger in mijn vagina! Tegelijk trok hij de stop uit het bad.
Ik sprong op als een verschrikt wild dier want hij deed mij pijn! Echter door de schuim in het bad gleed ik uit.
Toen zaten zijn handen overal!
Hij suste mij en zei dat ik niet bang hoefde te zijn.
Maar ik was niet zo naïef om te denken dat dit een gewone wasbeurt was.

Hij vroeg of hij verder mocht gaan?
Zei dat ik hem daar een groot plezier mee zou doen. Verzekerde mij dat ik het ook leuk zou vinden. Hij opende zijn broek.
Ik wist niet wat zeggen! Ik hield van die man als van een vader. Ik had hem nodig als compensatie voor de harde en kille behandeling van mijn pleegouders.
Ik voerde een helse tweestrijd, want ergens wou ik hem ter wille zijn. Maar het voelde toch verkeerd en ik was bang.
Toen hij mij een tongkus gaf, mijn allereerste, knapte er iets in mij.
Zijn adem stonk naar drank en sigaretten. Maar ik vond vooral het tongkussen op zich heel vies en ik vroeg hem om te stoppen.
Op dat eigenste moment wist ik dat door die weigering ik iets ging verliezen dat nooit meer zou terugkomen.
Hij liet mij los, keerde zich van mij af en fatsoeneerde zijn kleren.
Hij vroeg mij nog om nooit iets te zeggen over het gebeurde.
Dat beloofde ik hem.

(Behalve aan mijn pleegvader heb ik het ook nooit aan iemand vertelt zolang oom D leefde.)

Het is nooit meer hetzelfde geworden tussen oom D en mij!
Hij praatte nooit meer over het voorval en ik zweeg ook als vermoord.
Ik had zo graag de ontstane afstand tussen hem en mij teniet gedaan. Maar ik wist dat dit niet kon zonder dat hij dingen van me zou verlangen die ik absoluut niet wilde doen.
Al heb ik nog lang en vaak getwijfeld.
Al was het maar om aandacht te krijgen, hoe verkeerd die aandacht dan ook zou zijn.
Al was het maar om gewenst te zijn en om iets voor iemand te kunnen betekenen!
Want nu voelde ik mij weer eens verstoten.

Wederom was ik een illusie armer!
Eens te meer verdween weer dat fijne gevoel van veilig zijn uit mijn leven.
Mensen rondom mij vonden mij een vroegrijp kind, zowel van geest als van lichaam.
Vroegrijp? Ik voelde mij simpelweg stokoud!

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
02-08-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. PIJN!
Na het voorval met oom D. begon ik mij raar te gedragen.
Dat wil zeggen, ik wist niet hoe mij te gedragen.
In zijn nabijheid voelde ik mij bang en opgewonden tegelijk en wist me met die gevoelens geen raad.
Omdat ik beloofd had om niets te zeggen, en omdat ik wist dat men mij "thuis" toch niet zou geloven...
...Tevens omdat ik vreesde dat ik zoals altijd de schuld van het gebeurde zou krijgen had ik geen andere uitlaatklep dan verbaal tegen alles en iedereen in het verweer te gaan.
Nichtje S. wist ook geen raad met mijn gedrag!
Ik die anders altijd voor haar op kwam liet haar nu aan haar lot over. Ook kwam ik vrijwel niet meer bij haar thuis over de vloer.

Dat maakte dat ik weer elke avond na school naar "huis" ging.
Maar ik weigerde om naar de winkel te gaan wanneer pleeg-ma me dit vroeg.
Ik weigerde elke klus die ze mij opdroeg en dat ontaarde in een machtsstrijd.
Het enige verschil met de jaren daarvoor was dat ik geen angst meer had van "ma" en dat verwarde haar.
Ik daagde haar integendeel meer en meer uit.
Ik wou klappen krijgen, ik wou pijn voelen.
Op die manier werd ik tenminste niet meer genegeerd. Ook deed ik wat ze mij al zoveel jaren verweet, ik haalde het bloed vanonder haar nagels zoveel ik kon.

Nu weet ik waarom. Maar toen begreep ik mijzelf niet.
Bittere tranen huilde ik meermaals per dag, maar ik lette er wel op dat niemand het zag.
Alles deed ik stiekem. Ook die dingen die ik niet stiekem moest doen.
Ik begon "s nachts te leven en wachtte tot iedereen sliep om mijn was te doen.
Meermaals maakte ik daarbij moedwillig kabaal zodat pleeg-ma wakker werd en waarbij ik minstens een scheldpartij over mij heen kreeg.
Maar dat was nu net mijn opzet. En dus lachte ik haar uit tot ik uiteindelijk klappen kreeg.
Ik was nog niet sterk genoeg om tegen haar op te kunnen en dus moest ik steeds bakzeil halen. Maar ik voelde het toch aan als een overwinning.

Door mijn pleegbroer te plagen kon ik "ma" zeker over de rooie laten gaan. Dat was dan ook een nieuwe uitdaging voor mij.
Op een dag was hij een koek aan het eten. Hij lustte graag "Centwafels" en ik ook.
Maar hij kreeg steeds het ganse pakje en heel soms kreeg ik dan van hem een koekje.
Ik begon het te vertikken om telkens weer te smeken om een koek aan een kind dat zeven jaar jonger was dan ik.
Dus nam ik het stiekem als hij niet keek.

Op een keer had hij het gezien!  Hij brulde als vermoord omdat hij wist dat zijn moeder als een hazewind zou komen aangelopen.
Omdat hij wist dat ik zonder vragen toch in het ongelijk zou worden gesteld.
Maar dat wist ik onderhand ook! Alleen kon het mij niet meer deren.
Ik ging de confrontatie niet meer uit de weg. Integendeel!
Het resultaat was dan ook merkbaar op mijn ganse lijf want pleeg-ma sloeg al lang niet meer met de blote hand.

Maar ik begon van pijn te houden!
Het was mijn manier om aandacht te krijgen!
Lichamelijke pijn werd een deel van mijn leven. Het was een pijn die ik uiteindelijk goed aankon. Een gevoel dat ik kon plaatsen.
Pijn was een zekerheid in mijn bestaan. Het was tenslotte de enige zekerheid die ik had.
Enkel wanneer oom D. op bezoek was voelde ik een andere pijn.
Ook schrik voelde ik, schrik dat hij het voorval zou vertellen.
Dat hij dat zeker niet zou doen besefte ik toen niet.
Maar het besef dat de pijn die ik voelde voortkwam uit het feit dat ik hem kwijt was, had ik wel.
Ik miste hem ondanks alles. Ik miste mijn veilige haven. Ik miste de aandacht die hij me gaf.
En die pijn kon ik enkel vervangen door lichamelijke pijn.
En dat was iets waarmee mijn pleegmoeder me gul bedeelde.

©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
05-08-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.BELLA DE HOND
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Mijn pleegbroer kreeg op zijn achtste verjaardag een hond als geschenk.
Het was een Duitse Scheper.
Mijn pleegvader die bang was van grote honden had een poging tot verzet gedaan, maar helaas.

Onze bakker die toen nog het brood aan de deur bracht, fokte in zijn vrije tijd deze honden.
Hij fokte enkel honden die men kon inzetten voor waak en verdediging.
De hond was een reu en kreeg de naam Bella.

Vermits mijn pleegbroer zijn baasje was, kreeg hij niet de opvoeding zoals het bij een waakhond zou moeten . In feite werd hij helemaal niet opgevoed, hetgeen je natuurlijk ook niet kunt verwachten van een achtjarige.

De hond had een sterk karakter en was al vlug heer en meester in huis.
Het resultaat was dat Bella naar niemand luisterde.
Hij gromde naar iedereen en als je pech had beet hij je nog ook.

Op een keer had de hond een zakdoek te pakken gekregen die op de grond was gevallen en kroop ermee onder de tafel.
Van "ma" en Luc mocht de hond dat. Zij maakten er een spelletje van waarbij de hond tot slot een koekje kreeg.
Hierdoor nam Bella elk stuk stof dat hij te pakken kon krijgen!
Elk kledingstuk moest eraan geloven en zelfs overgordijnen trok hij los van de rail en liep er de kamer mee rond. Ze enkel loslatend als hij een koekje kreeg.

Op een dag had hij van "pa" een pantoffel genomen en kroop ermee onder tafel zoals hij gewend was te doen.
"Pa" die niet veel thuis was wist niet van het spelletje   rzei het kommando "los", en dook daarbij onder de tafel om zijn pantoffel te nemen.
 Maar Bella had dat zo niet begrepen, weigerde los te laten zonder koekje en beet luid grommend in de hand en arm van "pa".
De hand bloedde hevig maar de hond liet niet los. Pas toen Luc hem lokte met een koekje liet hij los.
Van die dag af werd de hond pas echt gevaarlijk en  vals.
Er zat niets anders op dan een ren in de tuin te maken en daar zat de hond het grootste gedeelte van de tijd in.
Wanneer je te dicht bij de ren kwam leek het net of Bella ging je verscheuren.
Als "ma" hem zijn eten bracht moest Luc hem steeds met een koekje de andere kant op lokken zodat zij vlug het eten kon binnen schuiven.


Al gauw gebruikte mijn pleegmoeder Bella als afschrikmiddel voor mij.
Telkens zij mij niet te pakken kon krijgen om mij het zoveelste pak slaag te geven, dreigde zij ermee mij ook in het hondenhok te zetten.
Maar dat lukte haar natuurlijk niet vermits ik harder kon lopen dan zij.
Op een dag echter maakte ik een cruciale fout!

Luc die steeds hielp om mij te grazen te nemen, liep op een keer onverwachts voor mijn voeten.
Meestal kon ik hem ontwijken.
Maar die dag had ik een te grote snelheid vermoed ik.
Mijn pleegmoeder liep achter mij met een nat stuk wasgoed. Vermits ze mij daarmee reeds in mijn arm had geslagen en dat verrekte pijnlijk was, ging ik naar een hogere versnelling.
Daarbij liep ik mijn pleegbroer omver en hij viel tegen de kant van een bijzettafeltje.
Ik weet niet wie van ons drie het meest geschrokken. Maar ik wist wel dat ik moest maken dat ik wegkwam.
Meestal vluchtte ik dan de straat op om de eerste uren niet weer te keren, maar "ma" stak daar deze keer een stokje voor.
Ze draaide de deur op slot en stak de sleutel in haar zak.
In haar ogen stond moordlust want ik had haar oogappel pijn gedaan.
Ik zag geen andere uitweg meer dan naar de tuin te vluchten.
En dat was een verkeerde inschatting van mij!

Mijn pleegmoeder dreef mij al gauw in een hoek, onderwijl meppend met het natte stuk wasgoed.
Ze sleurde mij bij mijn haren naar het hondenkot deed het hek open en liet de hond vrij terwijl ze het commando "attaque" riep tegen de hond.
De hond stoof als een pijl uit een boog op mij af en vloog me aan!
Met beide armen probeerde hem van mij af te duwen.
Het volgende dat ik mij herinner is dat ik bloedend op de grond lag.
Mijn pleegmoeder die in eerste instantie samen met Luc stond te lachen omdat ik in mijn broek plaste van de schrik, moet even later toch tot bezinning zijn gekomen. Want het lukte haar om de hond terug in zijn hok te krijgen.

De buurvrouw die het kabaal had gehoord stond als een gek te kloppen op de deur.
Mijn pleegmoeder kon niet anders doen dan haar binnen laten en deed haar eigen verhaal.
Ze loog de duivels uit de hel door te zeggen dat ik de hond had vrij gelaten.
Maar de buurvrouw zei dat ze het anders gehoord had vanuit haar eigen tuin.
Het was buurvrouw die erop aandrong om de dokter te bellen, want dat was "ma" niet eens van plan geweest.
Toen onze vaste huisarts aankwam is die zonder veel woorden met mij naar het ziekenhuis gereden.
Daar ben ik twee dagen moeten blijven. Ten eerste was ik in shock en ten tweede had ik beetwonden over bijna gans mijn lichaam.

Ik weet niet welke verklaring de huisarts, of mijn pleegmoeder, heeft gegeven in het ziekenhuis over mijn verwondingen.
Van de tijd kort na de aanval van Bella en mijn verblijf in het ziekenhuis ben ik mij niet echt bewust. Maar er is nooit enige reactie gekomen van wie dan ook. Toen ik uit het ziekenhuis "thuis" kwam, was de hond weg en het hondenhok reeds afgebroken en opgeruimd.

Mijn wonden moesten nog dagenlang verzorgt worden, en dat werd gedaan door een non. Het was steeds een pijnlijke bedoening, want de kompressen kleefden steeds vast in die wonden
Mijn pleegmoeder was dan steeds opvallend afwezig.
Wel liet ze mij de blauwe plek op Luc zijn arm zien die hij had opgelopen bij zijn val tegen het tafeltje.  Daarbij smalend zeggend "dat hij toch ook niet jankte."

"Pa" was allang blij dat de hond weg was!
Hij heeft pas jaren later en na de dood van mijn pleegmoeder zijn spijt over het voorval betuigd met de woorden, "ik was niet thuis he!"
Mijn kinderen die op dat moment 14 en 12 jaar oud waren, hoorden het hele verhaal met grote ogen aan.

Het had er waarschijnlijk niets toe gedaan was "pa" wel thuis geweest!
Ten eerste was hijzelf doodsbang van de hond. En ten tweede was hij minstens even bang van mijn pleegmoeder.

Er werd over het voorval nooit meer gepraat.
Niet door de huisarts, niet door de buurvrouwen niet door mijn pleegouders.
Alleen mijn pleegbroer heeft mij nog jarenlang gepest met het feit dat ik toen in mijn broek had geplast.
Tot hij verstand genoeg kreeg om de hele draagwijdte van het voorval in te zien.
Maar dat was pas veel jaren later.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
28-08-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. MIJN LAATSTE SCHOOLJAREN (1)
Klik op de afbeelding om de link te volgen Mijn laatste schooljaar van het lager onderwijs was één grote flop!
Ik spijbelde meer dan ik aanwezig was. En als ik toevallig wel eens in de klas zat, dan ging alles aan mij voorbij hetgeen de juf ons leerde.
Volgen kon ik sowieso niet wegens het ontbreken van het nodige schoolgerief.
En dat hadden ze in de school ook eindelijk door.
Mijn agenda werd nooit getekend, dus had het geen zin om daar een nota in te zetten over mijn afwezigheid, en dus werd mij de gang naar het bureau van de directrice ook bespaard.
Wanneer ik tegen alle regels in tijdens de middagpauze er op uit trok was er geen haan die er naar kraaide. Ook niet wanneer ik daarna veel te laat terug de klas in kwam.
Ik was zo vrij als een vogel in de school.
Wanneer er weer eens een leerzame uitstap werd georganiseerd werd er aan mij zelfs geen inschrijf formulier meer verspilt. Het kwam toch nooit terug! Net zo min als het voor de trip bestemde geld.
 
En toen kwam het einde van het schooljaar!
Iedereen was behoorlijk nerveus want er was dat jaar een speciaal examen voorzien.
Er zouden mensen van het ministerie van onderwijs komen die ons het examen gingen afnemen.
De juf zou wel aanwezig zijn maar moest vanachter in de klas plaatsnemen.
Het examen zou moeten worden afgelegd in een bepaalde tijdspanne.
De examen formulieren waren heel officieel, en wie niet slaagde zou niet naar het middelbaar onderwijs mogen overgaan.
Het was die week daarvoor een gekakel van jewelste in de klas.
De juf deed er nog een schepje bovenop met ons talloze instructies door te geven. Voor haar was het ook belangrijk dat we slaagden, wou ze niet beoordeeld worden als een flut lerares.
Ik liet het zoals met alles onverschillig aan mij voorbijgaan!
Het hing van het weer af of ik de test zou meedoen, want bij mooi weer zou ik vast gaan wandelen, zo nam ik me voor.
Ik leefde liever in mijn mooie fantasie wereldje dan in de harde realiteit die ik wegens te jong in feite niet aankon.

Eén dag voor het bewuste examen riep de juf mij bij haar tijdens de speeltijd.
Ze nam me mee naar de lerarenkamer.
Dat lokaal stond voor ons gelijk als een heiligdom. Wat er achter die gesloten deuren gebeurde konden we alleen maar gissen.
Soms klonk er gelach, soms klonken er luide stemmen.
Maar voor ons leerlingen was het strikt verboden om er naar binnen te gaan. Moesten we een bepaalde leerkracht gaan halen voor iets, dan moesten we aankloppen en wachten tot de deur werd geopend. Die deur ging nooit verder open dan op een kier.
Maar die dag mocht ik met haar dus naar binnen.
Voelde ik mij voor dat feit al heel speciaal, het zou nog beter worden!
Ik kreeg een chocomelk van haar, mocht in een zetel gaan zitten, en onderwijl nam zijzelf een kop koffie en een sigaret.
Het leek of ik plots een andere juf had en ik wist niet wat ik ervan moest denken.
Zoals altijd voelde ik angst. Want dat was nou éénmaal mijn tweede natuur geworden. Steeds voorbereid zijn op het ergste, steeds in de startblokken klaarstaan om te kunnen ontsnappen.
Maar ze stelde me op mijn gemak! Zei dat ze wist hoe het mij verging.
Maar dat ik mij niet mocht laten gaan.
Ze vroeg of ik alsjeblieft het examen wou meedoen? En ik vroeg mij verbaasd af hoe ze kon weten dat ik van plan was geweest om niet te komen opdagen.
Ze zei me dat ik het aankon. Dat ik te slim was om te buizen.
Ze praatte de ganse duur van de speeltijd op mij in, en het gesprek eindigde met een stevige knuffel en twee dikke zoenen!
Dat verwarde mij enorm maar het had wel resultaat, want ik deed het examen mee.
Al was het enkel maar om haar niet teleur te stellen. Omdat zij in mij geloofde, zoals ze me ook nog had gezegd.
En ik slaagde nog ook!

Het officiële papier zouden we krijgen tijdens de proclamatie, maar de juf liet ons de uitslag enkele dagen voordien met een knipoog al halvelings weten.
Die proclamatie zou doorgaan in de "Expohal" te Deurne, een grote sportzaal.
Daar zouden tevens andere laatste lager onderwijs klassen aanwezig zijn.
De burgemeester kwam en nog wat van dat officieel volk.
Het was in onze ogen dan ook een hele plechtige bedoening.
Eerst zouden we gezamenlijk de Brabançonne zingen en daarna een lied dat we wekenlang hadden ingestudeerd. Ook alle ouders zouden aanwezig zijn op deze toch ook belangrijke dag voor hen
Ik vertelde "thuis" wat er te gebeuren stond en vroeg of ze aub wilden meegaan? En of ik aub witte sokjes kreeg en een nieuw kleedje?
Het was boter aan de galg natuurlijk, want ik kreeg op beide vragen een smalend lachen van "ma" terwijl ze veelbetekenend met haar wijsvinger tegen haar voorhoofd tikte.
Mijn pleegvader vertelde het voorval aan zijn zus vermoed ik, want zij gaf mij een te klein geworden paar witte sokken, schoenen en een kleedje van haar dochter die jaren ouder was dan ik.
Het kleed en de schoenen waren danig uit de mode, maar ik voelde mij gloednieuw!

Op de proclamatie zelf werd nog maar eens duidelijk hoe eenzaam ik was!
Verloren stond ik maar wat rond te lummelen, terwijl mijn klasgenoten met hun ouders en grootouders hun plaatsen innamen.
En weer was de juf mijn redding!
Zij nam mij bij haar en week niet van mijn zijde.
Na de proclamatie trakteerde ze mij op een ijsje in wat toen voor mij een poepchique ijssalon leek. Daarna zette ze mij met haar auto af aan mijn deur.
Mijn pleegouders bekeken niet eens mijn uitslag en vroegen evenmin hoe het geweest was.
Mijn pleegmoeder was wel fier over mijn outfit, alsof het haar verdienste was!
En ik... ? Ik was gelukkig door het toedoen van mijn juf.

©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
29-08-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SNIT EN NAAD SCHOOL
Klik op de afbeelding om de link te volgen Wederom is er een vakantie voorbij.
Eén waar ik enkel maar gespeeld heb bij meneer pastoor op "Het Pleintje".
Mijn pleegouders durven mij geen vakantiejob meer laten doen.
Dit heeft verscheidene redenen. Maar de belangrijkste reden is, dat nadat ik mijn paspoort ben gaan halen en eindelijk mijn echte familienaam ken, er ook een administratieve molen in werking is getreden .

Tweemaal is er reeds controle geweest van de Jeugdbrigade.
Mijn pleegmoeder praat steeds over mijn slechte inborst en ik verdedig mij al lang niet meer.
In feite kan het mij geen zier meer schelen wat men geloofd.
En de jeugdbrigade wordt een afschrikking in plaats van dat ze mij beschermen.

Ik heb op "Het Pleintje" een nieuwe vriendin gevonden.
Zij is weliswaar twee jaar ouder dan ik, maar ik ben in mijn hoofd ook véél ouder dus dat zit snor.
Ze vertelt me dat ze Snit & Naad volgt in een katholieke school, en dat wil ik ook doen.
De school is gelegen te Borgerhout op de "Te Boerlaerlei."
Recht tegenover de school staat een kerk.
Ik zit graag in het kapelletje in de zijbeuk van de kerk.
Het is er rustig en niemand stelt je vragen.

Ik vraag aan mijn pleegmoeder om mij in te schrijven.
Deze vertelt mij onomwonden dat ik mijn plan moet trekken...
...Dat het haar een zorg zal zijn of en waar ik naar school ga.
Ik ga nog maar eens te rade bij de pastoor want zonder wettelijke handtekening kom ik de school niet in.

Meneer pastoor komt met de nodige documenten bij ons thuis en mijn pleegmoeder durft niet anders dan ze te tekenen. Ik haal mijn slag thuis en ben in mijn nopjes. Ik kijk uit naar die nieuwe start op die nieuwe school.  Ik ben vol goede moed.
Maar het wordt hetzelfde liedje!
Geen boeken, geen gerief, geen lesmateriaal.

Wat ik nog het ergste vind is dat we een uniform moeten dragen.
Die wordt in de school gemaakt door de laatstejaars.
Mijn maat wordt genomen en de uniform wordt gemaakt.
Maar dan komt de kat op de koord!

Ik moet geld meebrengen, want de uniform moet betaald worden. Uiteraard!
En dat geld krijg ik niet. Ook uiteraard.
Ik begin weer te spijbelen.
Geen haan die er naar kraait of ik wel of niet in de school aanwezig ben.

Op een dag ben ik toevallig aanwezig en net op die dag worden de schoolfoto's genomen.
Ik zeg dat ik niet op de foto ga want ze zullen toch niet worden gekocht door mijn pleegouders.
Maar de lerares zegt dat ik toch mijn uniform moet aantrekken......

....Die dag staat ook weeral in mijn geheugen gegrift als een dag vol vernederingen.

Ten eerst moest ik naar de klas van de oudste leerlingen. Daar hing mijn uniform werkloos te blinken.
Ik droeg nog altijd het oud en vies ondergoed van mijn pleegmoeder want ik had er nog altijd geen van mezelf geen van mezelf.
Ik moest mij omkleden in het bijzijn van ongeveer 20 meisjes die mij aangaapten alsof ik iemand was uit een rariteitenkabinet.
Ik wist mij geen houding te geven en schaamde mij diep. Ik stond te kijk voor een ganse klas.
Weer was er dat nare gefluister achter mijn rug.

Maar de ergste klap kreeg ik van de juffrouw zelf.
Zij vroeg hardop, zodat iedereen het goed kon horen, of wij geen badkamer hadden? En of er bij ons thuis niet werd gewassen?
Ik antwoordde niet.
Ik kon niet begrijpen dat iemand die elke dag  naastenliefde predikte mij zo kon vernederen.
Ik was verdomme een kind van nog geen dertien jaar oud!

Een leerling ging met mij meelopen naar het lokaal waar de foto's werden genomen.
 Dat moest van de juffrouw want de uniform moest meteen weer uit nadat de foto genomen was. En zij moest er op toezien dat dit zo vlug mogelijk gebeurde.

Ik voelde mij mooi in die uniform en kreeg even de kans om mij in de spiegel te bekijken.
En toen zij diezelfde juf " Ijdel ben je wel, maar je verzorgen kun je niet"
Ik heb zwijgend het uniform uitgetrokken.

Telkens ik aan dat moment denk voel ik de tranen van woede en onmacht weer achter mijn ogen prikken.
Het zijn die momenten die ik niet achter mij kan laten.


Dat schooljaar was voor mij weeral verloren, al deed ik af en toe moeite en heb ik van de leerstof toch het een en ander kunnen opsteken. (Genoeg in elk geval om jaren later avondschool te gaan volgen in het volwassenonderwijs.)
Maar het was als een kaas met gaten.
Ik stond voor alles alleen. En ook al had ik een grote mond..... En ook al deed ik stoer....
Ik was dichtbij het punt om aan alles de brui te geven!

©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
30-08-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. MIJN LAATSTE SCHOOLJAREN (3)
Klik op de afbeelding om de link te volgen Het was weer vakantie.
Het schooljaar in de katholieke school had mij weinig kunnen bijbrengen. Op het einde van het schooljaar was er steeds een mode defilé. Maar daar ben ik enkel heengegaan om mijn vriendin op de catwalk te zien lopen met haar creatie. Zelf had ik niets te tonen.
Het was een verloren jaar!

De vakantie was ook al niet veel soeps.
Op Het Pleintje zwaaide een nieuwe onderpastoor de plak. Ik moest hem niet.
Kwam bij dat ik dertien was. En dan val je er net tussenin. Dan ben je vis noch vlees.
Jongens hadden mij niets te bieden en ik hen niet. Het wantrouwen in mij had allang de bovenhand gehaald bij ieder die mijn pad kruiste.
Ik bracht veel tijd door met op m 'n ééntje langs de straten te slenteren.
Vooral 's avonds wanneer mijn vriendjes naar binnen moesten van hun ouders om te eten.
Ik moest nooit thuis zijn om te eten!

Op een dag werd er een nieuw bed geleverd!
Mijn zetel die al meermaals stuk was gegaan doordat hij in feite niet geschikt was om op te slapen, verdween naar de vuilnisbelt.
Het nieuwe bed werd in de voorkamer gezet.
Het  werd onder de ramen gezet. Dat van mijn pleegbroer tegen de muur dichtbij de kachel.
Aan de twee schuiframen zaten rolluiken. Doch de ramen waren gammel en sloten niet goed af, en de rolluiken gingen nooit helemaal tot beneden.
Ik was wel blij met het bed. Want nu zou ik tenminste uitgestrekt kunnen slapen. Iets wat mij in de kleine zetel al jaren niet meer lukte.
Dat ik in de winter alle koude tocht die door de kieren van de ramen naar binnen kwam op mij zou krijgen, nam ik er voor lief bij.
Maar ik kreeg al vlug weer een domper te verwerken.

Het zoontje van mijn pleeg-zus, die  twee jaar ouder was dan mijn pleegbroer, kwam logeren.
En telkens hij kwam logeren moest ik mijn bed afgeven.
Er werd dan een oude tapijt dubbel gelegd op de grond, daarover een laken en een deken, en dat was dan mijn slaapplaats. Net een hond!
Nu zou ik dat nog niet zo erg hebben gevonden, ware het niet dat ik altijd tegelijkertijd met hen naar bed moest.
Het lezen in bed was er dan niet meer bij want het licht moest uit. Ik lag dan urenlang klaarwakker, want ik was het ondertussen noodgedwongen gewoon geworden om 's nachts te leven.
Het getreiter van die twee was ook niet van de poes.
Zij wisten verdraait goed dat ik uiteindelijk toch de klos zou zijn.

Op een avond laat vonden beide niet beter dan te urineren op mij.
Het was door dat voorval dat ik een echte woede aanval kreeg.
Waarschijnlijk zat er al veel langere tijd een woede diep in mij maar werd die woede verdrongen door mijn verdriet.
Ook was ik een meester in het mij onverschillig tonen omdat ik wist dat het mijn pleegmoeder razend maakte. En haar razend maken was mijn liefhebberij geworden.
Maar die bewuste avond kon ik die woede niet bedwingen.
Ik haalde uit naar allebei met alle kracht die ik in me had.
Ik krabte en beet, sloeg en schopte, en noch "pa" noch"ma" konden mij in bedwang houden.
Er knapte iets in mij. Iets dat ik niet in de hand had.
Mijn pleegouders evenals mijn pleegbroer en zijn neef sloegen mij waar ze ne raken konden.
Ik voelde mijn tanden door mijn lip gaan en proefde het bloed in mijn mond.
Hun slagen veroorzaakte snerpende pijnen op mijn lichaam maar het deerde me niet. Ik denk dat ik op dat moment in staat was om te doden.

Natuurlijk moest ik de strijd opgeven want ik was niet sterker dan hun vier. Maar helemaal ongeschonden kwamen zij ook niet uit de strijd.
Uiteindelijk sloeg mijn pleegmoeder op mijn hoofd met de pook van de kachel en viel ik bewusteloos neer.
Toen ik weer bij bewustzijn kwam stond er politie naast mij.
De bovenbuurvrouw had die gebeld toen ze mijn geschreeuw hoorde.
Wederom moest ik naar het ziekenhuis. En wederom was er niemand die mij vroeg wat er gebeurd was.
En ik mocht na verzorging weer naar huis.

Daar aangekomen zag ik de ravage die ik in mijn razernij had aangericht en de schrik sloeg mij om het hart.
Dit zou pleeg-ma zomaar niet laten voorbij gaan.
Maar zij had mij nodig en dat was mijn redding.
Ik moest immers de boodschappen doen wanneer het geld op was, want daarvoor was zijzelf te laf.
En het geld was meestal op nog voor "pa" het had verdiend.
Ik wist dat, en zij wist dat ik het wist.

Maar het ging bergaf met mij.
Ik zocht niet meer het gezelschap van mijn vriendinnetjes op.
Ik sprak niet veel meer. Ee lethargie begon zich meer en meer meester van me te maken.
Sommige kinderen vroegen mij of ik wel kon lachen?
Maar ze leerden het al vlug af om mij te vervelen met hun vragen.
Mijn blik zei hun dat ze mij beter met rust konden laten.
Ik was alleen, maar ik was graag alleen.
Ik zonderde mij meer en meer af.
Volgens de wet moest ik nog één jaar naar school.
Maar de wet liet het hoe en waar helemaal aan mij over omdat op te lossen.
En zo ging ik naar mijn laatste schooljaar!
©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
05-09-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE HARMONIE.
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Enkele deuren verder in onze straat zetelde een harmonie.
Iedere zaterdag en zondag kwamen zij op straat.
Al lang voor hun vertrek stond ik toe te kijken naar de majorettes in hun mooie uniformen.

Ze droegen een witte zijden blouse met op de voorkant acht gouden Twee op elke mouw aan de polsen, en op elke schouder nog twee goeden epauletten met gouden franjes.
Onder de blouse een korte spierwitte plooirok.
In die tijd was er van de minirok nog geen sprake dus dat oogde heel sexy.

Aan de voeten witte halfhoge laarsjes met een kleine hak en aan weerszijde een wit lederen kwastje dat bij elke stap vrolijk zwierde.
Op het hoofd een prachtige hoge witte "pelsenberenmuts" met een al even prachtige pluim cocarde.
Om het geheel af te maken droegen ze een dubbel gestoffeerde cape die tot net voorbij het middel viel.
De ene kant van de cape had eveneens een turquoise kleur, de andere kant was geel.

De cape werd zo gefrappeerd dat je beide kleuren zag.
Sneeuwwitte handschoenen en witte lederen manchetten die met een riempje rond de pols zaten maakte het mooie plaatje compleet.
Oeps, nu vergeet ik nog het belangrijkste attribuut, de majorettestok.
Geen twirling staaf zoals nu, maar een heuse  majoor-tamboer stok met gouden sierkoorden, gouden kwast en grote nikkelen bol bovenaan.

Het muziekkorps zelf hadden een simpel grijze tenue met gele bies op de zijkant van de broekspijpen en op de mouwen van hun vest, en een grijze pet.


Wat wou ik graag deel uitmaken van de harmonie, maar het had geen zin om te dromen, want mijn pleegouders zouden nooit toestemming geven.

Wanneer het repetitie was draaide ik steeds rond in de nabijheid van het zaaltje.
De zaal was gelegen tussen twee huizen en een lange gang leidde het repetitielokaal achterin.
De voorzitster van de harmonie was de vrouw van de loodgieter en woonde eveneens in onze straat.
De zus van de voorzitster had aan de overkant van de straat een kapsalon, en daar ging pleeg-ma met mijn pleegbroer naar toe als zijn haar moest worden geknipt.


Mijn verlangen om ook bij de harmonie te gaan moet in het kapsalon ter sprake zijn gekomen want de voorzitster kwam aan de deur bellen om te vragen of ik lid wilde worden.  Vermoedelijk wist zij ook gedeeltelijk hoe de situatie in mekaar zat.
De dame genoot een zeker aanzien in de buurt. Mijn pleegmoeder durfde haar dan ook niet meteen tegenspreken en gaf, weliswaar dik tegen haar zin, uiteindelijk haar fiat.


De waarborgsom voor het uniform werd betaald.
De verwijten daaromtrent nam ik er graag bij.
Elke galon moest van en weer op de blouse worden bevestigt bij elke wasbeurt.
En ook dat nam "ma" voor haar rekening. Want het was allemaal delicaat materiaal, en bij beschadiging werd de borgsom ingehouden bij het retourneren van.

Toen ik voor de allereerst keer meedeed aan een parade was ik trots als een pauw.
Ik had dan ook in een mum van tijd alle oefeningen onder de knie gekregen.
Ik had het gevoel dat iedereen enkel naar mij keek en dat beviel mij uitzonderlijk goed.
De vriendschap en het samenhorigheidsgevoel van alle leden deed me heel goed.


Er waren regelmatig fuiven en bals.
Elke uitstap was een avontuur naar een voor mij onbekende stad of dorp.
Ik beleefde daar mijn eerste liefde en eveneens mijn eerste liefdesverdriet.


Het leek een sprookje.

Maar aan alle sprookjes komt een einde.


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
09-09-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE KAPPERSSCHOOL (1)
Klik op de afbeelding om de link te volgen Wanneer je als ouder op zoek gaat naar een school voor je kroost dan zit je met een boel vragen.
Wat wil kindlief doen? Wat kan hij/zij aan? En welke school is voor haar/hem de beste.
Zo niet bij mij!
Ik mocht het allemaal alleen uitzoeken.
Zonder ook maar een flauw benul te hebben van wat of hoe mocht ik zelf op zoek gaan.
Mijn pleegouders vonden het verloren tijd om zich met mijn opleiding bezig te houden. Want van zo gauw ik de wettelijke leeftijd zou bereiken zou ik uit werken moeten gaan en zou het met studeren gedaan zijn. Dat had men mij al duidelijk gemaakt.
Dat werd mij elke dag klaar en duidelijk door de strot geduwd.

Zelf zag ik mij later het liefst op een kantoor zitten.
Ik leerde vrij vlot en het PMS adviseerde mij om handel te gaan volgen. Zij vonden mijn keuze zeker haalbaar.
Maar mijn pleegouders hebben nooit de moeite genomen om contact op te nemen met dat PMS.
Het interesseerde hen geen zier!

Dus ging ik maar voort op de vriendinnen van de straat.
En als er ééntje was die de moeite nam om met mij mee te gaan naar hun school dan liet ik mij daar inschrijven.
Meestal moest ik ook meermaals langs het secretariaat gaan omdat ik er geen flauw benul had van welke papieren ik nodig had.
Trouwens welk kind van 13 jaar heeft wel enig benul van administratie?
Welk kind van 13 jaar moet zich daar überhaupt mee bezig houden?
Ik dus!
Het liefst had mijn pleegmoeder mij tot mijn veertiende gewoon thuis gehouden.
Dan kon ik het huishouden doen.
Maar omdat de jeugdbrigade ondertussen ten tonele was verschenen kon zij dat niet maken.
Maar diezelfde lakse jeugdbrigade kon er haar niet toe dwingen ook maar enige moeite voor mij te doen.

In de 'harmonie' waren er enkele meisjes die naar de kappersschool gingen.
"Waarom kom je niet naar onze school?"  vroegen ze.
En ze schepten daar een idealistisch beeld over. v
Goh ja, waarom ook niet?
Naar mijn vorige school wou ik niet terug. Wat zou ik er trouwens kunnen gaan doen?
Ik had niet eens de moeite genomen om mijn eindrapport en getuigschrift te gaan ophalen.
Waarschijnlijk was het gewoon een blanco vel papier.
Wat kon men erop invullen? Leerling onbekend? Of leerling zonder boekentas?
Al had ik waarschijnlijk wel enkele punten bijeen gesprokkeld, want telkens we naar de kerk moesten op de laatste vrijdag v/d maand, was ik steeds aanwezig. En dat leverde goede punten op het ons rapport.

Dus koos ik voor de kappersschool!
In de eerste plaats omdat ik weer niet helemaal alleen zou staan, maar ook omdat het mij wel leuk leek.
Het werd ook allemaal zo mooi voorgesteld in hun folder.
Al bij de inschrijving reeds kreeg ik een lijst mee met benodigdheden die ik nodig had om de stiel onder de knie te krijgen.
Maar de lijst was oneindig lang en pleeg-ma legde hem smalend opzij.

Toch ging ik vol goede moed en met veel hoop naar de eerste schooldag van mijn kappersschool.
Het zou gauw een dramatische ervaring worden.
©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
13-09-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE KAPPERSSCHOOL (2)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Daar was ik dan in de kappersschool!
Er waren heel wat harde woorden gevallen,want mijn pleegmoeder had daar danig de pest over in. Toen ik haar vroeg wat dan een goede keuze zou zijn geweest, kreeg ik als antwoord "de fabriek". Ondertussen moest ze zich toch maar neerleggen bij mijn beslissing want ik was nog een half jaar leerplichtig.
Hoe ik in de school moest komen trokken mijn pleegouders zich ook al niet aan. Het enige wat men wel zei was dat ik niet moest rekenen op geld voor de bus.
"Jij hebt de school gekozen, zie dat je er geraakt" was wat ik te horen kreeg.
Via de buurvrouw kreeg ik dan toch nog een fiets, geen nieuwe maar toch nog een mooie. Dus dat was opgelost.

Het schoolgerief, en dan in het bijzonder het kappers gerief was andere koek.
Ik had veel nodig, heel veel zelfs. En ik had er eerlijk gezegd niet bij stilgestaan dat dit veel geld zou kosten.
De krulspelden, kammen, borstels, scharen... enfin alles dat je nodig had om kapster te kunnen worden, moest van een bepaald merk zijn.
We kregen dan ook het adres van de winkel waar we alle benodigdheden moesten kopen en waar de school een contract mee had. Zo kwamen we niet met prullen af maar met degelijk materiaal dat de ganse opleiding zou meegaan.
De prijslijst konden we afhalen op het secretariaat.


Had mijn pleegmoeder smalend de lijst met benodigdheden opzij gesmeten, bij het zien van de prijslijst begon ze te schaterlachen. Ze vroeg of ik ze alle vijf op een rijtje had? Geen haar op haar hoofd die eraan dacht om ook maar één van die artikelen te kopen.

En zo begon mijn kappersopleiding!
Ik nam de krulspelden mee van pleeg-ma en eveneens kam en borstel.
Nu kan ik er al een beetje mee lachen want waar zaten in godsnaam mijn gedachten bij dit alles!
Geloofde ik nou echt dat ik het met die enkele prullen zou redden!
Maar toen kon ik helemaal niet lachen!
Ik werd binnen de kortste tijd een outsider, de risee van de school. Ik werd gepest als nooit tevoren.
Mijn fiets lag bijna elke dag in de prak. Banden werden lek gestoken, licht kapot geslagen, bel weg enz...enz.

Ook mijn jas werd op een keer bewerkt met een gilletje.; ik zelf werd op een keer door een paar jongens hard aangepakt. Waarom, vroeg ik mij toen vaak af?  Nu weet ik het wel! Ik paste totaal niet op die school.
Het werd mij op elk moment onmogelijk gemaakt om ook maar één minuut te vergeten dat ik niets of niemand was. Ik had mijn medeleerlingen niets te bieden.
Met de lunchpauze gingen de meesten een broodje kopen. Ik had nog geen boterham om te eten. Iedereen was gekleed naar de laatste mode, ik droeg gekregen kleding.
Op gans mijn doen en laten en op gans mijn wezen stond in koeien van letters STRAATARM te lezen.
De vriendinnen van de harmonie negeerden mij binnen de school. Zij wilde met mij niet geassocieerd worden want dat zou afbreuk doen aan hun eigen imago.
Ook de leerkrachten konden het niet laten om snerende opmerkingen te maken. Zelfs de leraar godsdienst, die tevens haarbewerking gaf, liet mij steeds weer verstaan dat ik een verloren zaak was.
En weer kon ik mij niet verdedigen. Maar het einde was in zicht.
Want de school besliste in mijn plaats hoe het verder zou gaan.....

....Het was een openbare school, en daarom was de opleiding ook gratis. Of dat had het moeten zijn!
Toch, de school had er wat op gevonden om een centje extra in het laadje te krijgen.
Bij de les haartoi, mochten we shampoo, zalfjes, haarverf, droogkappen (föhn bestond toen nog niet) plastiek schorten e.d. van de school gebruiken.
De leerlingen van de laatste klas compenseerden deze gunst door het haar van bezoekers te kappen aan een goedkoper tarief dan in een kapsalon. Dat geld kwam de school ten goede.
De lagere klassen moesten lootjes, koekjes en dergelijke verkopen en waren verplicht een bepaald minimum bedrag bijeen krijgen. Kon je het aantal lootjes niet verkocht krijgen moest je ze zelf kopen. Zo ook ik!


Mijn pleegbroer volgde toen al les in het  Xaverius college en dat koste een flinke duit. Ook daar werden kalenders verkocht door de leerlingen voor het één of ander goed doel. Diegene die het meest verkocht had kreeg een prijs en een vermelding op het rapport.

Dus moest Luc zeker de hoogste verkoop halen en dus kocht pleeg-ma zich blauw aan kalenders. Die werden dan weggestoken voor “pa” en als hij ze toch vond, dan werd er beweerd dat die besteld en betaalt waren door anderen.


Toen ik dan ook thuis kwam met mijn loten, moest ik natuurlijk op niets rekenen. Maar ik had ook niets anders verwacht.

Ik had al jaren geen zelfvertrouwen meer, dus langs de straat gaan, of het aan kennissen vragen om er te kopen, durfde ik niet. In de harmonie waren mijn vriendinnen mij voor, want hun moeders waren natuurlijk ook lid, en mijn pleegmoeder hield zich verre van al wat ik graag deed.


Dus ik terug naar de school met nog een half boekje over.

De vernederende woorden die ik van de leerkrachten en directrice te horen kreeg zal ik jullie besparen. Maar de grootste vernedering zou nog komen.


Telkens wij les in haartooi kregen, werd onze klas in twee gedeeld.

De eerste twee uren ging je in de stoel zitten, en werd jouw haar gekapt door je medeleerling. Wanneer de leerkracht dan het resultaat van het kapsel had beoordeeld, werd er gewisseld en moest jij werken op het hoofd van je medeleerling.

Wegens het niet verkocht hebben van de loten, had men voor mij de volgende strafmaat getroffen.

Ik moest steeds in de stoel gaan zitten, en mocht niet meer werken op een levend hoofd.

Dan had ik ook geen warm water of shampoo nodig.

Wanneer mijn haar gekapt was, en de leerling had haar punten gekregen, kwam de leerkracht mijn haar nat maken met koud water. Kletsnat, zodat er ook maar geen enkele krul meer in mijn haar zou te zien zijn.
Wanneer ik een handdoek van mijzelf mee had kon ik mijn haren afdrogen. Ik mocht immers niet meer onder de droogkap.
Wanneer ik geen handdoek stiekem had kunnen buiten smokkelen, moest ik met kletsnatte haren naar huis.

Stelde men mij eerst nog vragen daarover, het leuke nieuwtje ging al gauw de ganse school rond.

Elke maandag en donderdag hetzelfde ritueel! En telkens moest ik met natte haren door de kou in de winter.

Soms plakten mijn haren bevroren tegen mijn hoofd.

Ik vraag mij nog steeds af of dit wel wettelijk was. Maar wat ging er wel wettelijk in mijn geval?

Wie maalde daarom?

©Huismusje


16-09-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MIJN LAATSTE SCHOOLDAGEN
Klik op de afbeelding om de link te volgen Mijn schooldagen waren geteld!
Hoezeer ik ook probeerde, ik paste niet in het plaatje.
Mijn wanhopige pogingen, zo weet ik nu, waren zielig en lachwekkend tegelijk


Zo had ondertussen de minirok zijn intrede gedaan.
Rokken blouses en kleedjes in zwart/witte blokjes waren volop in de mode. Ik meen dat men het "Courreige" stijl noemde. Aan de voeten werden witte laarsjes gedragen. Net zoals die van Nancy Sinatra die een grote hit scoorde met "These Boots Are Made For Walking".
En ik wilde dat natuurlijk ook graag, maar ik moest niet hopen dat ik het van mijn pleegouders zou krijgen. Dus behielp ik mij met de middelen die ik had.

Mijn pleegmoeder had een rok met hanepoten, en dat leek wat op de stijl die mode was op dat moment. Althans, zo dacht ik dan!
Ik gapte die rok stiekem uit de kast en trok die onderweg naar school in het park aan.Die rok was mij natuurlijk te breed, maar vooral te lang om modieus te zijn. Ik rolde de rok dan maar op tot hij de gewenste lengte had. Daaronder droeg ik dan mijn witte laarsjes van de harmonie.
En net die laarsjes zouden mij nefast worden.
Ik moet er hopeloos belachelijk  hebben uitgezien  , maar creatief was ik toch wel, toch!

Het was volgens de regels van de harmonie ten strengste verboden om ook maar iets van onze uniform te dragen in onze vrije tijd.
Maar, zoals ik al zei, ik wou zo wanhopig graag bij de meerderheid horen.
Daarbij, het was het enige schoeisel dat ik had dat modern, warm, en bovendien mijn maat was.
Maar men ging mij verklikken in de harmonie en de gevolgen waren dat ik mijn uniform moest inleveren.
Ik had het aan mezelf te danken en was mij daar terdege van bewust. Maar dat belette niet dat ik in een diepe afgrond stortte.
Ik liet de school voor wat ze was en ik liet de harmonie voor wat ze was.
Ik voelde mij eens temeer onbegrepen. Maar vooral voelde ik mij verloren.
Ik werd er mij meer en meer van bewust dat het geen zin had om te vechten tegen de bierkaai.
Dat het geen zin had om te denken dat ik ooit gelukkig ging worden.
Ik gaf alle verzet op. Gaf mijn drang tot studeren op! En ik legde mij neer bij de eisen van mijn pleegouders, en ging werken op de fabriek.
Het maakte mij allemaal niets meer uit!
©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
18-09-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE FABRIEK (1)
Klik op de afbeelding om de link te volgen Ik had de laatste twee schooljaren niks en veel geleerd!
Niks, omdat ik niets van de leerstof had meegekregen doordat ik geen schoolgerief had.
Bij mijn pleegouders thuis voerde men de slogan"eigen volk eerst" lang voor het V.B. ermee uitpakte.
Vermits men, in tegenstelling tot het lager onderwijs, zijn schriften en menige boek zelf moest kopen....En vermits ik ten huize van niet bij het 'eigen volk' behoorde, zat er weinig meer op voor mij dan te spijbelen. Kwestie van de vernederingen in de klas te ontlopen.
En veel, omdat ik een enorme levenswijsheid had opgebouwd.
Een volwassen aditute had jaren voor de eigenlijke volwassenheid zijn intrede gedaan.
Al kende ik veel volwassenen die vrolijker door het leven gingen dan ik.

Net voor de paasvakantie, waarin ik veertien jaar zou worden, gaf ik de strijd op!
Ik begon mijzelf te overtuigen dat studeren toch niet zo belangrijk was voor mij.
Dat ik het waarschijnlijk nooit in praktijk zou kunnen brengen. Ik begreep toen reeds dat je zonder wat ruggesteun toch niks kon verwezenlijken.
Kwam bij dat het mij zo ontzettend moeilijk was gemaakt in de kappersschool, dat zelfs een volwassene de pesterijen niet zou kunnen volhouden.
Ik was wel zo slim om te wachten tot het eind van de paasvakantie om mijn pleegouders te laten weten dat ik wou gaan werken.

Had "ma" een plopmuts gehad, ze zou van pure blijdschap menige keer de hoogte zijn ingegaan.
Nu verschenen er enkel een koppel dollartekens in haar ogen.
Het heugelijke nieuws deed in een mum van tijd de ronde, en nog voor "pa" zijn werktas kon neerzetten, kreeg hij de feiten te horen.
Zijn reakie was niet helemaal naar de zin van mijn pleegmoeder, want ik hoorde haar stem de hoogte inschieten. Waarschijnlijk had ze een rondedans voorzien, maar nu bleef het bij een schouderophalend knikje.

Meteen werd ik grandioos in de watten gelegd, want ik kreeg geld om de krant te gaan halen. De zaterdagkrant, want daar stonden de meeste werkaanbiedingen in.
Nu was er in die jaren werk in overvloed. Je ging je op zaterdag aanbieden, en maandag mocht je reeds beginnen.
Soliciteren was toen nog een uniek woord!
Zo ook ik, en dan nog wel net om de hoek van de straat waar ik woonde.
Ik kon er te voet naartoe gaan, en weer bracht ik vreugde in mijn pleeggezin!

Het was in feite een snoepwinkel.
Achter de winkelruimte lag het vertrek waar de snoepjes werden ingepakt in dozen.
Witte dozen voor de groothandel, en gouden dozen als geschenkverpakking.
De baas en de bazin waren nederlanders, en hun voornaamste handelwaar waren spekken en zachte fruitspekken.
Spekjes (spinnekes voor de antwerpenaren en omstreken) in alle maten, kleuren en modellen, en allemaal voorzien van een laag suiker.
Er werkten vier vrouwen. De bazin zelf stond meestal in de winkel, en de baas deed de leveringen. Zij hadden twee ettertjes van kinderen.
Het magazijn was in feite een omgebouwde garage. Daar stonden de grote vaten waar de spekken in bulck vanuit Nederland toekwamen.

Ik voelde mij heel onwennig, maar vooral voelde ik mij bekeken.
De dames die er werkten, en ook de bazin, leken zo uit een modeblad te zijn weggestapt.
Zelfs hun schort leek design in mijn ogen.
Hun haren naar de laatste mode kunstig hoog opgestoken en geen enkele lok die niet op zijn plaats zat.
Zij spraken onder mekaar over reizen die ze gingen doen, over supermeubelen die ze zich gingen aanschaffen, maar hetgeen mij het meeste imponeerde was dat ze met een auto naar het werk kwamen.
En daar stond ik dan weer!
Met mijn ouderwetse en goedkope schoenen.
Met een oude keukenschort van mijn pleegmoeder.
Met kleding die mij ofwel te groot, ofwel te klein was, maar nooit nieuw.

De dames wilde veel over mij weten, maar ik gaf geen antwoord op hun vragen.
Het vertrouwen in volwassenen was ik allang verloren, ik wist dat mijn antwoorden toch niet zouden geloofd worden.
Kwam bij dat ik niet wou dat iemand wist hoe mijn situatie was, omdat ik er steeds van overtuigd werd door mijn pleegouders dat het allemaal mijn eigen schuld was.
Ik liet ze al vlug merken dat ik met hen geen dikke maatjes wenstte te worden, en ze lieten mij dan ook vlug links liggen.
Het werk op zich was niet zo moeilijk en ik kende al vlug de knepen van het vak.
Ik werkte vlug, vlugger dan ik in feite moest werken, maar waarschijnlijk werkte ik zo mijn verdriet en frustraties weg.
Dat werd mij niet in dank afgenomen door de dames, want ik had steeds meer dozen gedaan dan zij. Ik begreep niet dat ik daar mee schade berokkende aan de werksfeer.
Wat wist ik in godsnaam van werken in groepsverband.
Het meest, en het liefst, was ik alleen.

Elke week werd het loon handje contantje uitbetaald, zonder veel poespas.
Een gewone witte briefomslag, met daarop de werkuren opgeschreven met een balpen.
Ik verdiende de, in mijn ogen, immense som van vijftien frank (€ 0,37) per uur. Een weekloon van 600BF (€14,87) per week.
Opslag voelde ik mij schatrijk, ik had nooit zoveel geld in mijn handen gehad.
Ik maakte plannen voor de dag van morgen.
Dan zou ik naar de stad gaan, en zou ik in één van de magazijnen een nieuwe outfit kopen.
Wat ik wou wist ik al, ik had immers het voorbeeld elke dag voor mij.
Maandag zou ik ook met mooie opgestoken haren komen werken!
Zou ik nieuwe schoenen aan mijn voeten hebben!
Want eigenlijk wou ik wel vriendjes worden met hen, maar ik moest er eerst voor zorgen dat op gelijke voet kwam.
De underdog was ik lang en vaak genoeg geweest. En ik besefte maar al te goed dat men beoordeeld werd naar zijn uiterlijk vertoon.
Ik had het beremoeilijk om mij aan te passen aan de arbeid, maar het was het waard
Met die dromen in mijn hoofd, en mijn geldzakje in mijn zak ging ik die vrijdagavond naar huis.

Ik wiste alle narigheid die achter mij lag uit mijn hoofd.
Vanaf nu zou alles anders, en vooral beter worden tussen mij en mijn peegouders!
Want eindelijk bracht ik het grote geld binnen,toch?
Endelijk zou ik worden aanvaard, en misschien zouden ze wel van mij beginnen houden.
Met die dromen ging ik naar huis.
En ook die dromen vielen als een zeepbel uit mekaar!

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
19-09-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZEEPBELLEN.
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Waarom dromen, als dromen nooit uitkomen?
Dagdromen zijn een leuke bezigheid. Het helpt je vaak door nare situaties heen. Het helpt je vaak om je leven wat meer kleur te geven.
Maar wat als je die dromen nooit waar kan maken? Wat, als je keer op keer weer in de harde realiteit wordt gesmeten? Wat als de nachtmerrie blijft bestaan?
Zo was het bij mij!

Ik was zo fier als een gieter toen ik met mijn eerste loonzakje naar huis trok. Thuis gekomen haalde ik het uit mijn tas en legde het op tafel.
Ik voelde me heel wat!
Ik ging er eens goed voor zitten want nu zou er toch het een en ander moeten besproken worden.
Zo vond ik het niet meer dan normaal dat ik eindelijk zakgeld zou krijgen. Niet zomaar wat enkele centen maar een redelijk bedrag dat mijn zelfstandigheid zou doen toenemen.
Ook had ik de wens om eindelijk mijn eigen garderobe te bezitten. Te beginnen met de lingerie.
Dat alleen al zou mijn zelfvertrouwen een heel eind opkrikken. Dan hoefde ik niet meer door de grond te zakken van schaamte telkens ik mij moest omkleden in het bijzijn van mijn colega's.

Het was immers de gewoonte dat we op het werk onze bovenkleding in de kast hingen en onze schort direct over onze onderkleding droegen.
De steelse blikken en het fronsen van hun wenkbrauwen wierpen mij steeds terug naar de nare ervaringen die ik had meegemaakt in de school. Bij het sporten of bij een dokters controle voelde ik mij steeds als een voorwerp uit een rariteitenkabinet. En ook nu had ik weer datzelfde gevoel.

Ik rechte mijn rug om eens aan een duidelijk gesprek te beginnen met mijn pleegouders.
Om mijn eisen kenbaar te maken en hen mijn rechten te verklaren.
Mijn loonzakje lag als een doorslaand argument in het midden van de tafel tussen ons in .
Mijn pleegmoeder nam de enveloppe, scheurde ze open, en stak het geld zwijgend in haar portemonnee.
Ik had niet eens de tijd gehad om te tellen hoeveel  erin zat! En  zij nam niet eens de moeite om te gaan zitten maar ging meteen verder doen met wat ze bezig was geweest.
Geen proficiat. Geen "dank je wel" En vooral geen dialoog.

Maar zo gauw gaf ik het natuurlijk niet op. Ik liep achter haar de keuken in, nog steeds met dat euforische gevoel in mij, en gaf haar mijn wensen te kennen. “Morgenvroeg zou ik graag naar de kapper gaan en na de middag naar de stad om wat kleding te kopen” liet ik weten.
Heel gemeend vroeg ik of ze geen zin had om met mij mee te gaan? Zoals moeders met hun dochter doen.
Mijn pleegmoeder keek mij aan.
Het duurde even voor ze antwoordde. Dat gaf mij hoop. Want meestal kwamen de bitsige woorden als kogels uit haar mond geschoten.
Misschien dat ze mijn vraag niet eens zo onredelijk vond? Ik weet het niet.
Maar ze dacht niet lang na over mijn voorstel. Vermoedelijk stond ze te plannen wat ze met het geld ging kopen voor mijn pleegbroer.
Toen kwam haar antwoord!

Zij vroeg mij of ik wist wat ik hen al die jaren had gekost? Hoelang ik zou moeten werken om dat alles terug te kunnen betalen?
Ze vertelde mij wat haar vriendin verdiende per maand en per kind als onthaalmoeder.
Of ik eens wilde uitrekenen hoeveel zij nog van mij tegoed had dan.
En of ik nu echt dacht dat alles gratis was?

Zij haalde een boel argumenten aan en ik een boel tegenargumenten. Maar het hielp geen zier. Even nog vroeg ik met een vleugje hoop of het dan van het volgende loonzakje zou kunnen? Maar het gesprek ging over in een hysterische scheldpartij.

Mijn pleegvader zat aan tafel zijn krant te lezen en deed er het zwijgen toe zoals altijd.
Toen ik aan hem vroeg of hij dit eerlijk vond, haalde hij zijn schouders op. Hij opperde dat ik misschien, net zoals hij, een weekend job erbij zou kunnen nemen en dat ik van dat geld dan wel wat zou kunnen krijgen. “Krijg ik dan helemaal niets?” vroeg ik heel ontdaan. "Ook geen zakgeld?" Weer haalde hij zijn schouders op...en zweeg.

Mijn pleegbroer zat ondertussen te spelen met zijn Meccano.
Hij had enkel nog een motor en een transformator nodig om het bouwwerk te laten werken.
Pleeg-ma zei dat ze morgen wel eens naar de speelgoedwinkel zouden kunnen gaan....!

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
28-09-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. DE FABRIEK 2
Klik op de afbeelding om de link te volgen


Ik werkte al enkele weken op de suikerwerkfabriek.
Nog steeds gaf ik thuis mijn loonzakje volledig af en nog steeds had ik er niks van gekregen of mogen kopen.
Het gaan werken was op die manier zeer demotiverend!
Temeer omdat ik zag en hoorde wat mijn collega's met hun loon allemaal konden verwezenlijken.

Ik droeg nog steeds de afdankertjes van anderen en de antieke lingerie van mijn pleegmoeder.
Ik hield mij nog steeds van iedereen afzijdig om maar geen vragen te moeten beantwoorden.

Mijn vingers waren tot bloedens toe kapot.
Dat kwam door het werken met het suikergoed.
Mijn bazin had dat gezien en daarom werd ik verbannen naar het zwaardere werk.
Zo moest ik de bestelwagen in en uitladen.  Met volle paletten sjouwen van het atelier naar het het magazijn en omgekeerd. En vooral moest ik veel poetsen. Het magazijn, het atelier, de winkel en de straat.
In het magazijn stonden grote aluminium waar het suikerwerk in zat.  Met een grote schep moest ik dat suikerwerk uit die vaten halen en de inpaksters bevoorraden
Dat was voor mij steeds een ware hel want het krioelde er van de bijen en de wespen en daar had ik een hemelse schrik van, Nu nog trouwens.

Er werkten maar twee mannen op het kleine fabriekje. Dee baas zelf, en zijn (of haar?) vader.


Bompa, zoals hij werd genoemd, was volgens mijn jeugdige visie stokoud. Ik vond het een beetje een vieze man ook, maar dat is eigen aan de jeugd vermoed ik.
Hij was kalend en had van die bolle fletse ogen en dikke hangwangen en was behoorlijk dik. Bovendien  stonk hij naar ranzig zweet.
Nu had ik al meermaals opgemerkt dat ik, vooral voor oudere mannen, een lekker hapje scheen te zijn. En bij oud bedoel ik boven de vijftig. Mannen dus die mijn vader, of zelfs grootvader, hadden kunnen zijn.
Dat was in de harmonie ook al zo. Bij elke uitstap had ik wel enkele oude mannen achter mij aan.


En ja hoor, op een dag zat die oude viezerd met zijn kladden aan me!

Hij nam de gelegenheid te baat toen ik voorover gebukt stond bij één van de vaten. Klauwen tussen mijn benen, en klauwen rond mijn borsten!

Nadat ik van de schrik bekomen was zette ik het op een lopen. Rechtstreeks naar de bazin toe.

Er was net een klant in de winkel maar daar schonk ik geen aandacht aan, zo overstuur was ik.

Ik schreeuwde de bazin het gebeurde toe.

Ze duwde mij met een rotvaart de keuken in en gebood mij daar te blijven tot ze de klant had geholpen.

Het duurde vrij lang voor ze naar achter kwam.
 De andere inpaksters waren ook al een kijkje komen nemen.

 Zij hadden mij zien voorbij spurten en horen roepen.

Toen de bazin eindelijk naar achter kwam kreeg ik de volle laag.
 Of ik wel wist wat mijn plaats was? Of ik dacht dat zij mij geloofde? En waar ik het lef vandaan haalde om zoiets te durven beweren terwijl er klanten in de zaak stonden.

Na de schok en de woede kwamen de tranen.

Ik kon het niet vatten dat ze dacht dat ik over zoiets zou liegen.

Toen zei de bazin koudweg dat ik op staande voet ontslagen was.


Totaal versuft heb ik mijn spullen bijeen genomen.

Toen één van de vrouwen om uitleg vroeg gaf ik haar die.

Zij antwoordde toen dat “bompa” dit bij iedereen deed en dat dit allemaal heel onschuldig was. Dat iedereen daar mee lachte.
 Maar ik kon er helemaal niet mee lachen!

Ik zou zulke feiten nog meermaals meemaken!

Bijna overal waar ik werkte of waar ik kwam waren er mannen die graag met hun kladden aan mij zaten.

Het was net of er stond in het groot op mijn voorhoofd geschreven “bepotel mij a.u.b.”. En dat terwijl ik iedereen liefst zo ver mogelijk van mij vandaan hield!

Ik zocht nooit toenadering. Ging integendeel iedereen zoveel als mogelijk uit de weg.

Ook was ik nooit uitdagend gekleed en make-up bezat ik niet. Ik bezat beide niet.


Het maakte mij verward, verdrietig en boos tegelijk.
 Het gaf mijn weinig zelfvertrouwen er nog een flinke deuk bij.

Het maakte mijn jeugdjaren nog moeilijker dan ze reeds waren.

Ik vroeg mij bang af wat mij thuis te wachten stond.

Wist niet of ik het gebeurde moest vertellen of zwijgen.

Immers, het enige dat mijn pleegmoeder erg zou vinden was dat ik geen werk meer had.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
30-09-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DILEMMA.
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Ik was nog niet bekomen van de onaangename belevenis op de suikerwerkfabriek, of er stond mij al een andere te wachten.
Eén die mogelijk nog onaangenamer was om te beleven als veertienjarige!

Voor ik naar huis durfde had ik eerst een verdedigingsplan klaar gestoomd.
Ik zou niet meteen zeggen wat er werkelijk was gebeurd, maar ik zou beginnen met te zeggen dat ik ander werk ging zoeken.
En dan maar afwachten hoe mijn pleegmoeder zou reageren voor ik verder ging met de uitleg te geven.
Mezelf zo moed in sprekend ging ik naar huis.

Het was iets na de middag en men verwachtte mij nog lang niet terug.
Ik besloot de verrassing compleet te maken door de huissleutel te gebruiken in plaats van aan te bellen.
Meestal was de buurvrouw op dat uur op visite of anders wel de tante van pleeg-ma. En dat zou haar eventuele woede uitbarsting al een beetje binnen de perken houden.
Dus ik viel ik met de spreekwoordelijke deur in huis;
En toen kreeg ik de verrassing van mijn leven!

Er was niemand in de leefkamer.
Dat was al niet normaal want pleeg-ma ging vrijwel nooit uit huis.
Ik keek vlug even of ze niet op de wc was of in de tuin, maar ook daar geen teken van leven.
Tot de deur van de slaapkamer achter me openging en pleeg-ma met hoogrood aangezicht in de deuropening van de slaapkamer verscheen.
Maar de grote vergassing was dat oom D. die achter haar aankwam!
Beide probeerden in de rapte hun kleren te fatsoeneren.
Ik had geen optelsom nodig om te beseffen wat daar aan de hand was, maar ik stond wel perplex.
Ik kon geen woord uitbrengen en ook zij beiden zeiden niet meteen iets.
We stonden daar alle drie elkaar wat onnozel aan te gapen.

Uiteindelijk was het oom D. die het eerst in beweging kwam.
Hij nam zijn jas van de stoel en kwam naar me toe.
Hij kneep in mijn schouders en keek me boos aan.
Hij zei: "Als je ooit één woord durft zeggen over wat je hier hebt gezien, dan zal ik ervoor zorgen dat je nooit nog kan lachen in je leven."
En toen kreeg pleeg-ma ook de nodige moed om mij te vertellen dat ze mij zou afmaken wanneer ik zulks zou doen. "Desnoods maak ik je kapot in je slaap" liet ze er ook nog op volgen.
Oom D. vertrok en pleeg-ma begon een hoop onzin te verkopen.
"Dat het niet was wat ik dacht dat het was"! "Dat ik te stom was om de juiste conclusie te kunnen trekken uit hetgeen ik had gezien." Enzo. enz.

En hoe harder zij me van haar onschuld probeerde te overtuigen, hoe meer ik wist dat mijn conclusie wel degelijk de juiste was.
Zij rotzooide achter de rug van "pa" met zijn broer.
Diep in haar hart moet ze beseft hebben dat ik haar niet geloofde. Maar ze sprak er nooit nog een woord over. En ik ook niet.
Voor mij kwam het hele voorval op dat moment in feite goed van pas.
Mijn ontslag en de angst daaromtrent werden plots een bagatel.

Toen mijn pleegmoeder vroeg wat ik eigenlijk op dat uur thuis kwam doen, en ik haar vertelde dat ik was ontslagen, haalde ze gelaten haar schouders op.
Heel kalmpjes liet ze mij weten dat ik dan maar zo vlug mogelijk ander werk moest zoeken. En daarmee was de kous af voor haar.
Naar de reden van mijn ontslag heeft ze nooit gevraagd.

Ondertussen kwam mijn pleegbroer uit school en iets later kwam pleeg-pa van zijn werk.
Het leek haast of ik had alles gedroomd!
Er werd door pleeg-ma heel gewoon gedaan. alhoewel, naar mij toe was ze iets minder grof dan gewoonlijk.
Ik had daar blij moeten om zijn maar ik was het niet.
De schok was te groot vermoed ik.
En nog het ergste was het gevoel in mij dat oom D. me had bedrogen.
Ik meende dat hij van mij hield.
En nu bedreigde hij mij ook al.
Was er dan echt niemand te vertrouwen? Was er nu echt niemand die van me hield of een beetje om me gaf?
Wat zag oom D. in godsnaam in mijn pleegmoeder, vroeg ik mij af?
Die onverzorgde vuilbekkende vrouw met meer gaten dan tanden in haar mond, wat had zij te bieden?
En mijn moeder noemde ze een hoer! En ik was het hoerenjong!
En nu? Wat was zij dan?
Neen ik kon het niet vatten.
Het werd mij allemaal te veel.

Het ergste van al was dat ik het aan niemand kwijt kon.
Het was het grote geheim tussen haar en mij.
Al leek mijn pleegmoeder het voorval vlug vergeten te zijn, ik daarentegen kon het niet uit mijn hoofd zetten.
Tot op heden heb ik het, buiten aan mijn kinderen, nooit aan iemand vertelt.
Omdat ik er zeker van ben dat men mij toch niet zou geloven.
Toen niet , en nu nog niet.
Maar ook omdat ik weet dat mijn pleegvader ondanks zijn liefdeloze huwelijk, zielsveel van mijn pleegmoeder hield. En ik hem ondanks alles niet wil kwetsen.
Wie of wat zou ermee gebaat zijn als ik het hem alsnog zou zeggen?. Het zou overkomen als een wraakactie. Er is ook teveel tijd overheen gegaan
Mijn pleegmoeder zowel als oom D. zijn reeds jaren dood.
Mijn pleegvader wordt straks 92 jaar. Hij is onlangs geopereerd van keelkanker en leeft een Tracheo-stoma. Ja, ik heb er goed aan gedaan om het voor hem te verzwijgen.

Maar dat neemt niet weg dat dit feit al die jaren op mij heeft gedrukt. Dat het een levenslang dilemma geweest is voor mij.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
03-10-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.BEGIN OF EINDE ?
Klik op de afbeelding om de link te volgen Mijn pleegmoeder maakte haar belofte waar en we gingen met ons drie op zaterdag naar de stad. Ik kan jullie verzekeren dat dit een unieke gebeurtenis was.

Ik kreeg een nieuwe jas, pantalon en warme bottines. Ook dat was een unicum in mijn leven.
'S avonds nuttigden we met z'n allen het avondmaal in Grand Bazar als afsluiter. 
Al bij al een hele fijne dag.
Maar....hoe hard ik ook mijn best deed, met de beste wil van de wereld kon ik geen blijheid voelen.

De gebeurtenissen van de afgelopen week bleven zich in mijn hoofd eindeloos herhalen.
Ik sliep en at vrijwel niet meer en durfde  "ma" noch "pa" in de ogen kijken. Ik vermeed hen zoveel mogelijk omdat ik bang was dat ik op een onbewaakt moment het grote geheim zou verklappen.
Er was nochtans geen aanleiding toe want mijn pleegmoeder was nog steeds extra mild tegenover mij en dat viel zelfs mijn pleegvader op.
" Het gaat goed tussen jullie he" zei hij, en mijn hart brak bijna.
Je moest eens weten waarom, dacht ik dan.

Die maandag daarop begon ik te werken op een andere fabriek.
Ditmaal een fabriek dat droge voeding inpakte.
Fabriek was eigenlijk een groot woord want het was meer een hangar die aan het woonhuis was aangebouwd en die overkoepeld was met glas.
Het was er steeds berekoud want dat was nodig voor de producten.
Enkel tussen de middag konden we ons opwarmen aan een potkacheltje en onze boterhammen op eten.

Alle meisjes (zes in totaal) waren  ongeveer van mijn leeftijd en dat was leuk.
De baas was een oude vrijgezel die samen met zijn moeder de zaak runde.
Hij was een stille lieve man. De moeder was duidelijk de baas. Maar zij was zo ongelooflijk dik dat ze nooit uit het kantoor kwam tijdens de werkuren.

Ik verdiende er een paar centen meer dan op het mijn vorige werk. De arbeid was er wel harder harder en smeriger.
De afstand tussen werk en thuis was ook iets lange maar met de fiets was het heel goed te doen. Wanneer je jong bent heb je vlugge benen he!
In diezelfde straat waar het fabriekje gelegen was stond een kleine kapel. Daar sprong ik na het werk vaak even binnen .
Zo stelde ik de thuiskomst met een uurtje uit.

Want het ging niet goed met me!
Ik voelde me wegglijden en had donkere gedachten.
Ondanks alles hield ik van mijn pleegouders Kinderliefde is immers oneindig.
Ik moest er keihard voor vechten, maar dat gaf niet, ik was een vechter in hart en nieren.
Maar nu was die vechtlust weg.
Er kwam boosheid en beredenering voor in de plaats.
Het besef dat ik niets kon waarmaken van al wat ik ook maar droomde, deed mij afglijden in een afgrond.
Ik leefde op automatische piloot.

Thuis was men zeer tevreden over mij.
Geen opstandigheid meer bij valse aantijgingen en
geen gemor meer bij de vele klusjes die ik moest doen.
Ik was vrijwel onzichtbaar, onbestaande, en zo had mijn pleegmoeder het graag.
Werken en geen vragen stellen. Gewoon gelaten ondergaan wat ze mij toebracht.

Maar diep in mij woede een storm die ik voor iedereen verborg.
Ik zocht wanhopig naar oplossingen maar vond er geen.
Ik leefde tegen mijn zin! Was dit een nieuw begin? Of het het einde?
©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
07-10-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.IJDELE HOOP
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Terwijl ik al die droge vruchten stond in te pakken gingen mijn gedachten vaak terug naar mijn schoolperiode
Dan dacht ik aan de woorden van mijn juf en het PMS, die mij zeiden dat ik zeker de capaciteit bezat om verder te studeren.
De capaciteiten misschien dan wel, maar de kansen niet!
Bij mijn pleegouders thuis had men geen oren naar mijn kunnen.
Het enige dat telde was geld.
Geld dat ik hen zogenaamd schuldig was doordat mijn moeder hen niet betaalde.

Nu waren mijn pleegouders geen rijke mensen. Dat wist ik ook wel.
Maar alle kinderen die ik kende waren geen van allen rijkeluiskinderen en kregen toch waar ze recht op hadden, en vaak ook meer dan dat
Ik vroeg mij vaak af waarom mijn pleegmoeder niet uit werken ging zoals zovele andere moeders deden.
De meeste moeders van mijn vriendinnetjes deden wel iets. Of ze werkten thuis en deden naaiwerk voor anderen. Of ze gingen een paar uren poetsen. Sommigen hadden zelfs een fulltime job, al was dat toen meer uitzondering dan regel.

Bij mijn pleegouders was er steeds geldgebrek.
Niet omdat er niet gewerkt werd, want mijn pleegvader deed vaak dubbele schiften en hij had een tweede job bij een banketbakker in het weekend. Neen, het kwam omdat mijn pleegmoeder geen geld kon beheren.
Het kwam omdat er in haar bovenkamer iets niet klopte.

Geen enkele vrouw van een handarbeider haalde het in haar hoofd om de kleding van haar zoontje op maat te laten maken door een gerenommeerde kledingzaak. Idem dito voor zijn schoenen. En dit terwijl de rest van de huishouding vrijwel in lompen liep.
Maar ik kon er dan wel opstandig over worden, beter werd ik er niet van.
Ik zag mijn toekomst somber in. Want ik hield niet van  fabriekswerk.

Eén dag op de week mocht ik helpen op het kantoor van de fabriek. e bazin had gemerkt dat kantoorwerk mij erg aansprak. En ik deed dit erg graag.
De facturen die binnenkwamen van de leveringen had ik al geklasseerd nog voor de baas het kon doen. En ik mag met enige fierheid zeggen dat ik dit feilloos deed.
Zo liet de bazin mij al eens een order uitschrijven of de telefoon opnemen. En dan was ik telkens in mijn nopjes.
Beetje bij beetje leerde ik wat bij van het kantoorwerk.
De bazin opperde dat ik als leermeisje op kantoor zou kunnen komen werken.
Ik moest dan één dag op de week naar school en de rest van de week zou ik dan bij hen het vak leren.
Op leercontract dus.
Ik was door het dolle heen.  Dat was wat ik wou! En ik kreeg hier die kans zomaar in mijn schoot geworpen!

Mijn pleegouders konden daar niks tegen hebben, dacht ik, want ik zou werken en leren tegelijk. En zo zouden we beide tevreden zijn.
Maar dat was buiten de hebzucht van mijn pleegmoeder gerekend!
Ik zou lang niet het loon hebben dat ik nu had. "En je verdiend nu al te weinig om je verblijfskosten te vergoeden" werd mij toegesnauwd.
En die éne dag school zou ook weer geld kosten.
"Waar dacht ik dat dit vandaan moest komen?"
Ik opperde nog dat ze een vergoeding zouden krijgen en kinderbijslag. Maar dat bleek in mijn geval niet waar te zijn.
Ik was immers een illegaal pleegkind, en zij zouden die vergoeding nooit kunnen aanvragen zonder het achterste van hun tong te moeten laten zien.

Toen ik mijn bazin en baas op de hoogte bracht, hoopte ik nog dat zij het zouden oplossen. Maar tevergeefs.
Ik bleef wat ik was. Ik zou mijn ganse leven een fabrieksarbeidster blijven.
En ik voelde mij daar doodongelukkig bij.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
12-10-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN DRUPPEL TEVEEL
Klik op de afbeelding om de link te volgen Het was stilte voor de storm!
De stilte zat langs de kant van mijn pleegouders, de storm zat in mij.
Nog steeds ging ik braaf naar de fabriek, gaf mijn centjes af, en kreeg er niets voor terug.
Ik was immers aan het afbetalen, weet je wel! Al die jaren dat ik bij hen had ingewoond, en waarvoor zij het beloofde geld van mijn biologische moeder niet hadden gekregen.
Op mijn vraag hoeveel dat dit dan wel was kreeg ik enkel een schampere lach als antwoord.
Ik zou nooit genoeg kunnen verdiene  om alles terug te betalen, werd mij gezegd.
Het zag er allemaal uitzichtloos uit en ik werd daar erg  moedeloos van. Al jaren voelde ik mij ellendig.
Het was alle dagen vechten om rechtop te kunnen blijven.

Ik was als baby geboren met een omgekeerd bioritme, ik nam de dag voor de nacht.
Maar door al de problemen "thuis" sliep ik alsmaar slechter en slechter.
Ik hield meer en meer van de nacht en van het alleen zijn.
Wanneer iedereen sliep had ik niets te vrezen.
Dan kon ik lezen Of dromen van dingen die ik miste. Of gewoon niets doen en mijn hoofd tot rust laten komen.
Dan hoefde ik geen scheldwoorden te aanhoren en straf of slagen te vrezen.

Maar dat had natuurlijk een nadeel.
Meermaals ging ik werken na slechts één of twee uren geslapen te hebben.
Wanneer je jong bent heb je wel een groot uithoudingsvermogen, maar eens houdt het op.
Zo kwam het dat ik op een keer gewoon in slaap viel op de fabriek tijdens de lunchpauze bij de warme kachel.
Op een dag barstte de bom!
Mijn pleegmoeder zei dat er geen brood genoeg was voor mij om mee te nemen naar het werk.
Ik werd naar de bakker gestuurd achter brood en koffiekoeken.
De koffiekoeken waren , natuurlijk, voor mijn pleegbroer.
Ik sputterde wat tegen, want ten eerste moest ik mij dan reppen om nog op tijd op het werk te komen, en ten tweede, ik wilde ook wel eens een keer koffiekoeken mee hebben.
Waarom kon ze niet zelf even gaan vroeg ik? Of mijn pleegbroer?
Haar antwoord: "ik was een kreng en een luiaard en als ik niet naar de bakker ging dan kon ik vertrekken zonder eten."
Ik hield voet bij stek,  ik zou niet naar de bakker gaan als ik geen koffiekoeken kreeg. Dat was heel onverstandig van mij!
Mijn pleegmoeder werd ziedend, en zij klauwde haar handen in mijn haren en zei dat ik moest maken dat ik wegkwam, of......

En toen brak er iets in mij!
Het werd mij allemaal teveel!
Het geklooi met oom D dat ik moest verzwijgen... het getreiter van mijn pleegbroer...  mijn uitzichtloze situatie... het gebrek aan liefde en genegenheid...het werd me allemaal teveel.
Het leek net alsof op dat moment alle voorbije jaren met razendsnelle flitsen door mijn hoofd schoten.
Ik voelde geen pijn, alleen een gloeiende razernij die uit elke porie van mijn lichaam opborrelde.
 
Ik moet er op dat moment als een waanzinnige hebben uitgezien. Want mijn pleegmoeder lostte haar greep en deinsde achteruit. Maar ze was niet snel genoeg.
Ik voelde niets en ik zag niets. Enkel een obstakel dat mij pijn deed. Een obstakel dat ik uit de weg moest ruimen.
En ik werd er mij  pas van bewust, door het gillen van mijn pleegbroer en doordat mijn pleegvader aan mijn kleren trok en met zijn vuisten op mijn rug sloeg, dat ik haar keel aan het dichtknijpen was.

Uiteindelijk deed mijn pleegvader wat men bij vechtende katten ook doet en gooide koud water over ons heen.
Ik ben hem er nog steeds dankbaar voor. Want het was zowel haar redding, als de mijne.

Zij zakte door haar benen. En terwijl "pa" zich met haar bezig hield, nam ik haar doos slaappillen van het nachtkastje en slikte ze allemaal door. Daarbij nog alle andere pijnstillers die ik vond.
En toen ben ik kalm naar buiten gelopen, kletsnat en zonder jas.
Het was winter maar ik voelde de kou niet. Ik ben wat verderop in de straat in een portiek gaan zitten. Het is daar dat men mij bewusteloos vond.

Men kende me en wist men waar ik woonde.
Omdat wij geen telefoon hadden belden de buren de ziekenwagen.

Men had mijn maag leeg gepompt en dat was geen prettig gevoel. Mijn mond was kurkdroog en zag zwart van een goedje dat men ye slikken had gegeven.
Maar het meest onaangename was dat mijn pleegmoeder naast mijn bed stond.
Ik was er zeker van dat ik haar gedood had, al had ik haar horen vloeken toen ik buiten liep.
Maar het zijn verwarde flarden die ik heb van die ogenblikken.

Ik meende dat ik kalm de straat was opgelopen, maar nadien vertelde men mij dat ik dat luid gillend had gedaan.
Eerst dacht ik dat ik droomde toen ik haar naast mijn ziekenhuisbed zag staan. Maar toen ik besefte dat ze er werkelijk stond ben ik weer beginnen gillen en wou  het bed uitspringen.

Het is moeilijk te geloven maar mijn pleegmoeder deed tegenover het verpleeg personeel als of ze niet wist wat er aan de hand was.
Waarom en hoe, vroeg de dokter? Mijn pleegmoeder gaven geen krimp.

Na een week in het ziekenhuis mocht ik weer naar "huis".
Maar ik mocht niet gaan werken. Ik had een zware depressie.
Dagen aan stuk leek ik een slaapwandelaar. Was mij niet bewust van de dingen die rondom mij gebeurde.

Ik heb maanden thuisgezeten zonder te kunnen werken.
Mijn pleegmoeder vond dit allesbehalve prettig, maar ze zweeg.
Het énig dat ze mij zei was dat ik voorgoed bij hen weg zou moeten. Dat vond ik fijn om horen.
Ik wou niet meer blijven!
©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
14-10-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PLAATSING
Klik op de afbeelding om de link te volgen Ik was net geen vijftien jaar.
Al maanden liep ik rond als een zombie. Ik had een zware depressie volgens de dokters van het ziekenhuis.
Naar het waarom heeft nooit iemand gezocht.
Van pillen slikken wordt ze wel weer vrolijk moeten ze  gedacht hebben.
Maar mijn situatie bij mijn pleegouders was verre van vrolijk. Nooit geweest, en dat zou het ook nooit worden.

Mijn pleegmoeder was bijzonder pissig omdat het zo lang duurde voor ik weer mocht gaan werken. Tegen de dokter durfde ze niets zeggen maar ik kreeg elke dag te horen dat wie niet werkt ook niet te eten krijgt.
"Ik was een geboren luiaard, een parasiet zoals een luis of een bloedzuiger, een komediant."
Het zijn enkele specifieke woorden die mij zijn bijgebleven omdat ze mij ondanks de vele pillen pijn deden. Want er zullen er vast nog lelijker uit haar mond zijn gekomen.

Het was een feit dat ik het werken op een fabriek haatte. Maar ik deed het wel!
Er zijn zovele mensen die op een fabriek werken, en met plezier, maar er zijn er evenveel die daarbij hun verstand op nul zetten en zo de dag doorkomen.
Omdat het moet. Omdat ze geen andere keuze hebben.
Ik behoorde tot die laatste.

Ik was echter te jong om mijn verstand op nul te kunnen zetten.
Ik was een opstandige tiener. Ik wilde meer. Meer kunnen... meer worden...meer zijn.
Maar het lukte mij niet.

Wanneer ik daar met mijn pleegouders probeerde over te praten, kreeg ik steevast het deksel op mijn neus en een resem scheldnamen bovenop.
Zo kwam ik aan het einde van mijn incasseringsvermogen. Met tot gevolg een totale lethargie.

Ik zat nog ongewassen en in mijn pyjama aan tafel toen er werd gebeld.
Mijn pleegmoeder zei: "Aha, eindelijk zijn we van je af " en deed de deur open.
Haar woorden drongen niet echt tot mij door. Achter haar aan kwamen twee politieagenten binnen en twee mannen in burger. De twee laatsten waren van de Jeugdbrigade.
Die mannen kende ik omdat zij sinds mijn twaalfde op controle waren geweest.
Maar nooit hadden ze mijn visie gevraagd. Ze luisterden enkel naar de klachten van mijn pleegmoeder. Zelfs mijn pleegvader was nooit aanwezig tijdens die controles.

Met groot machtsvertoon gebood men mij om me aan te kleden "En wel nu meteen!" blafte de agent.
Een van de politieagenten ging met me mee de slaapkamer in en bleef bij me tot ik aangekleed was. De andere politieagent bleef demonstratief met zijn hand op zijn revolver en wijdbeens voor de deur staan.
Het beeld van dat alles blijft tot op vandaag op mijn netvlies gebrand staan.

Terwijl ik deed wat men mij gebood, hoorde ik de twee mannen van de jeugdbrigade tegen mijn pleegmoeder zeggen;" Het heeft lang geduurd, onze verontschuldigingen daarvoor, maar vanaf nu nemen wij uw zorgen uit uw handen.". " Als u hier en hier zou willen tekenen?"
Mijn pleegmoeder weigerde dat en zei dat men die papieren maar moesten voorleggen aan mijn "echte" moeder.
Er was daarover nog enig geharrewar tussen mijn pleegmoeder en de heren. Maar uiteindelijk staken zij de papieren terug weg zonder handtekening. De politiemannen namen me bij de armen tussen hen in naar buiten.
Daar stond een combi van de politie en daar werd ik hardhandig ingeduwd.
Eén van de agenten stapte mee vanachter in de combi. Net alsof ik een zware crimineel was.

Op straat bleven mensen staan en sloegen het tafereel gade.
Ik ging door de grond van schaamte, al begreep ik er niks van en beleefde alles zoals in een kwade droom.
Mijn pleegmoeder stond in het deuropening samen met mijn pleegbroer.
Ze wuifden beide lachend naar mij zoals men wuift naar een baby. DaDa... Toen gingen ze lachend naar binnen en gooiden de voordeur dicht nog voor de politieauto zich in beweging zette.
Na wat een eeuwigheid leek te duren, vertrok de politiewagen uiteindelijk ook.
Ik stelde de agenten vele vragen maar kreeg enkel de opdracht om mijn mond te houden.
Ik werd afgeleverd in de kelders van het Antwerps justitiepaleis en werd daar meteen in een cel gestoken.
Men kwam mij zeggen dat de jeugdrechter niet beschikbaar was en dat ik moest wachten tot na de middag.
Op de middag werd ik uit mijn cel gehaald om te gaan eten.
Een lange houten tafel stond gedekt in het midden van een gang tussen een rijen van cellen in. Ik zag oude mannen (in mijn ogen toch) die geboeid zaten te eten.
Ik zag een resem rijkswachters tussen hen in staan.
Ook mij wilde men handboeien omdoen maar één van die rijkswachters zei dat dit niet nodig was.
Er was een warme maaltijd geserveerd, maar ik kreeg geen hap door mijn keel.

Omdat ik ogenschijnlijk te dwars was om te eten trok men mij van de tafel weg en smeet me terug in mijn cel.

Uiteindelijk, na urenlang wachten in die cel, kwam men mij halen.
Het was één van die mannen van de jeugdbrigade die met mij naar boven ging naar het kabinet van de jeugdrechter.
De jeugdrechter zijn naam was Maes. Meneer Maes, moest ik zeggen.
Hij las in stilte enkele papieren door en daarna las hij ze hardop voor aan mij.
Maar ik herinner mij niets meer van , ook niets van war hij me zegde.
Wel hoorde ik daar voor het eerst de volledige naam van mijn biologische moeder.
Hoorde dat zij onvindbaar was en dat mijn vader onbekend was.
Tevens vernam ik dat de Procureur des Konings mijn voogd was.
Ik heb mij later meermaals afgevraagd wat de taak van die man dan wel mocht zijn geweest ten overstaan van mij.
Want een voogd is toch iemand die toezicht moet houden op zijn pupil, niet?
Als dat zo is dan had die man mij voorzeker beschouwd als een afgedankte lap die men deponeert in een oude dekenkist op een stoffige zolder.
Na het vele palaveren heen en weer tussen de jeugdrechter, zijn bijzitters en de man van de jeugdbrigade (wiens naam en gezicht ik ook nooit zal vergeten) werd er aan mij gevraagd wat ik dacht dat er met mij moest gebeuren.
Men moest het mij twee keer vragen omdat ik zo onder de indruk was én zo onder de pillen zat dat ik er me niet eens bewust van was dat mij een vraag was gesteld..
Ik zei dat ik naar "huis" wou, maar daar werd ietwat schamper mee gelachen.
Er werd mij meegedeeld dat ik naar een "home" zou gaan in eerste instantie om tot rust te komen.
Later zou men dan een evaluatie uitvoeren om te zien wat er verder met mij moest gebeuren.

Met een slag van de hamer werd het einde van de zaak beslecht. Met een slag van de hamer was er over mijn lot beslist.
Nog maar eens zonder tot de kern van de zaak doorgedrongen te zijn. En onder dat ik de kans had gekregen om mijn verhaal te doen. Al zou ik op dat moment niet in staat zijn geweest om zulks te doen i

Tussen twee rijkswachters in werd ik terug naar de kelders van het justitiepaleis gebracht waar een politiecombi klaarstond om mij naar het home te brengen. Al wat ik kon denken was:"Ik wou dat ik dood was."


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
17-10-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DIKKE BOMENBREKEN OOK!
Klik op de afbeelding om de link te volgen Dikke bomen barsten ook. Ik was nog een jong twijgje, heel breekbaar en kwetsbaar.

Voor de tweede maal die dag zat ik in een politiewagen.
We reden langs herkenbare straten. Ik had dan ook jarenlang op m 'n ééntje door de stad gezworven.
Het leek wel of we op weg waren naar "huis".
Ik durfde geen vragen stellen uit angst dat men mij weer met een snauw het zwijgen zou opleggen. Al  waren deze politiemannen iets vriendelijker.

De auto met de man van de jeugdbrigade reed voor ons uit.
Ik ervaarde alles als in een roes.
We kwamen aan in Berchem in een prachtige en rustige straat met het ene statige herenhuis na het andere.
Bij een van die herenhuizen stopte de politiewagen.
De man van de jeugdbrigade kwam mij halen, de politiewagen reed door. Hij nam mij stevig bij de arm en belde aan.
Nog steeds kon en durfde ik niets zeggen of vragen.

Naast de hoge dubbele eiken deur hing een koperen plaat met daarop de toepasselijke naam"Wingerdbloei".
De gevel van het huis was dan ook begroeid met dat eeuwige groen.
Er werd opengedaan door één van de bewoonsters en we kwamen in een grote wit marmeren hal met een imposante wit marmeren trap.
Net naast de voordeur leidde enkele marmeren treden naar een lager gelegen kantoor. Iets verderop in de hal was weer een dubbele hoge eiken deur. Het geheel voelde koud en kil aan.
Het huis telde drie verdiepen een kelderverdiep en tuin. Het was een imposant huis.
In feite was een prachtig huis. Maar dat besefte ik pas jaren later. Nu was het enkel iets onbekend voor mij en het vergrootte mijn al niet zo minieme angst.

De man van de jeugdbrigade daalde de drie treden af, klopte kort op de deur van het kantoor en ging ging binnen. Hij sloot de deur achter hem en liet mij alleen achter in de hal. Ik stond te daveren op mijn benen en het leek alsof ik er elk moment zou doorzakken.
Na wat een eeuwigheid leek werd ik ook binnentreden in het heilige der heiligen. Het was het kantoor van de directrice.
De kamer was niet zo heel groot. Er stonden enkele antieke kasten en een antiek bureau. Allemaal volgestouwd met bergen papieren en dossiers.
De directrice zelf zou men kunnen beschrijven als een manwijf. Maar dat zou vreselijk afbreuk doen aan haar persoonlijkheid. Want zoals ik later zou ondervinden was zij best menselijk en zeer begaan met de noden van de aan haar toevertrouwde meisjes.
Zij was van Siciliaanse afkomst. en Zij was inderdaad een lesbienne, één van het mannelijke type, maar dat wist en herkende ik toen nog niet.
Zij was een ruwe bolster met een blanke pit.
Bij haar begroeting groeide mijn angst nog een beetje meer door haar zware bulderende stem.
Wat ze allemaal tegen mij zei weet ik niet meer. ik was te zeer onder de indruk van de afgelopen uren.

Uiteindelijk nam één van de opvoedsters mij mee naar boven en gaf mij uit een enorme linnenkast wat toilet gerief en beddengoed.
Voor het eerst kreeg ik een tandenborstel, een beker en tandpasta in mijn handen, want aan tandenpoetsen werd bij mijn pleegouders niet gedaan.
Ik kreeg ook twee dikke handdoeken, één badlaken, lekker geurende zeep, shampoo, kam en haarborstel. Alles spiksplinternieuw, buiten de handdoeken dan, maar zelfs die roken heerlijk. Ondanks mijn triestheid voelde ik mij met die spullen de koning te rijk.
Mijn kleding zou ik later op de week samen met de opvoedster aan ophalen bij mijn pleegouders
Ik dacht bij me zelve dat dit niet veel tijd in beslag zou nemen want ik bezat immers weinig of geen kleding.
Ze toonde mij de badkamer met ligbad waar we zo dikwijls als we nodig achten mochten baden, weliswaar na afspraak met de opvoedster.
Verder toonde ze mij mijn kamertje.
Het was een klein chambretje, met kast, bed en lavabo en dat enkel kon worden afgesloten met een wollen gordijn. Dat laatste vond ik niet zo denderend. Maar het was regel dat wanneer de gordijn dicht was die door niemand mocht geopend worden. En die regel werd door iedereen gerespecteerd, ook door de opvoedsters. Tenzij in noodgevallen natuurlijk.

Wij werden onderverdeeld in drie leeftijdscategorieën en ondergebracht in drie verschillende panden in dezelfde straat. Ik werd gehuisvest in de eerste omdat ik bij de jongste categorie hoorde.
De meisjes die al wat ouder waren kregen een eigen kamer in het tweede huis om vervolgens naar het derde huis te verhuizen waar er minder toezicht en dus meer vrijheid was.

De aanpassing in het home was een lange en moeizame weg. Het kweken van vertrouwen in mensen die ik niet kende liep heel traag.
Omdat de mensen waar ik van hield mij niets dan pijn en verdoet bezorgden.
Naïef als ik was, was ik ondanks alles blijven geloven dat mijn pleegouders van mij hielden.
Toen dan plots het besef kwam dat ik mezelf al die tijd voor de gek had gehouden, overviel mij een levensmoeheid die eindigde in een wanhoopsdaad.
En voor die wanhoop werd ik gestraft.
Nee, Ik was geen sterke boom. Ik was een geknakte twijg.

©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
24-10-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEPLAATST KIND.
Klik op de afbeelding om de link te volgen Vanaf nu stond ik geboekt als een "geplaatst kind". Maar ik stond niet onder toezicht van de jeugdrechter zoals de meeste geplaatste kinderen, zo bleek.
Mijn biologische moeder had de volle kinderrechten over mij. Maar omdat zij terecht was gekomen in een tehuis voor ongehuwde moeders, en ik niet erkend werd door mijn biologische vader, werd de Procureur Des Koning aangesteld als toeziende voogd. Omdat zij onvindbaar was nam die man de verantwoording tijdelijk over.
Op de rechtbank bleek men een dik dossier bleek  over te bezitten. Ik vraag mij nu nog steeds af wat daar allemaal in stond. Ik heb het nooit mogen inkijken.

De opvoedster van het home had mij gezegd dat in de loop van de week mijn kleding zouden gaan ophalen bij mijn pleegouders. Ik keek daar erg naar uit, niet voor de kleding want ik bezat weinig of niets en wat ik bezat was niet toonbaar en kon me enkel maar in verlegenheid brengen tegenover de andere meisjes in het home.
Maar ik keek uit naar het weerzien van mijn pleegouders. Zoals ik al schreef bleef ik van hen houden en tegen beter weten in wilde ik geloven dat zij ergens nog van mij hielden. Was het niet pleeg-ma, dan wel pleeg-pa.
Maar ik zou al gauw ontdekken dat ik beter kon stoppen met hopen en dromen.

Na het ontbijt werd ik bij de directrice geroepen.
Vlak naast de deur van haar kantoor stonden een drietal plastiek tassen.
Dat waren mijn kleren, zei ze mij.
Ik moet haar ofwel heel onnozel hebben staan aangapen, ofwel heel teleurgesteld, want ze streek medelijdend over mijn haren.

Je pleegvader heeft dit deze morgen gebracht, zei de directrice, er zit een brief bij die ik je zal voorlezen: Je pleegouders hopen dat je nu eindelijk gaat leren wat werken is... Tevens hopen zij dat je nu gaat beseffen dat je het al die tijd goed hebt gehad bij hen... maar niet apprecieerde wat ze allemaal voor je hebben gedaan...ze hopen dat het goed met je komt.
Dat was het!

De brief was niet ondertekend maar ik kon aan de hanepoten zien dat hij geschreven was door mijn pleegmoeder. Ik kon het steeds nog niet helemaal vatten, maar ik wist dat ik er vanaf nu helemaal alleen stond.
Het besef dat dit alles mij overkwam door het toedoen van mijn pleegouders was als een mokerslag
Nu deden zij wat ze mijn biologische moeder zo vaak en zo hatelijk hadden verweten. Ze lieten mij aan mijn lot over.
Bovendien maakten zij mijn schuldgevoel nog wat groter, maakten ze de wond nog wat dieper.
Met één klap was alles waarin ik geloofde, en dat was al heell weinig, weggeveegd.

Ik voelde mij als een getergde tijger in een kooi. Ik kon brullen wat ik wou, ik bleef gevangen. Overgeleverd aan.....ja, aan wie eigenlijk??
Er bleef mij maar één ding over en dat was roeien met de riemen die ik had.
Mij schikken naar alles en iedereen, en er het beste van maken.

En toen zei de directrice iets dat mij weer hoop gaf...dat mij weer liet dromen.
Ze liet me weten dat mijn toeziende voogd beslist had dat ik niet naar mijn pleegouders toe mocht gaan en zij niet naar mij mochten komen. Dat een totale breuk met mijn pleegouders nodig en in mijn voordeel zou zijn.

En in al mijn naïviteit werd ik boos op die vent. Ik kende hem totaal niet, had hem nooit gezien of gesproken, en hij mij niet. Wat wist hij nu van mij? Hoe kon hij nu weten wat voor mij het beste was? Ging hij me in huis nemen dan? Of ging hij me laten wegrotten, zoals hij al die jaren hiervoor had gedaan? Waar was hij al die tijd?

Het is maar best dat ik op al die vragen het antwoord nog niet kende op dat moment. Ik had hier waarschijnlijk niet meer gezeten.

©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
26-10-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. HET HOME (1)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Ik beleefde de eerste dagen in “het home” als in een kwade droom!
De vele regeltjes drongen maar mondjesmaat tot mij door. Net zo met de gesprekken die men met mij hield.
Wat had het voor zin dat ik praatte over het leven bij mijn pleegouders? Men wist het allemaal zoveel beter.
Wat had ik aan woorden als: “Het komt allemaal wel in orde” en “Je hebt nog een gans leven voor je”?
Voor mijn part konden ze allemaal de boom in!

Ik sprak mijn gedachten echter nooit uit. Ik had voor mezelf uitgemaakt dat ik nooit nog mijn gevoelens zou tonen. En ik slaagde daar wonderwel in.
Ik kreeg dan ook meteen de bijnaam “Het standbeeld”
Maar liever dat dan mijn tranen te laten lopen in het bijzijn van wie dan ook.
Ik volgde de regeltjes zonder morren of discussie.
Slechts met twee had ik het moeilijk!

Zo mochten we overdag niet zonder begeleiding naar de slaapzaal.
Wanneer we iets nodig hadden moesten we steeds aan een opvoedster vragen om met ons mee te gaan.
Dit was natuurlijk om diefstal tegen te gaan, want de ene had al meer dan de andere.
Ik heb haren in het rond zien vliegen en bloed zien vloeien omdat het ene meisje beweerde dat de andere een paar panty's had gejat van haar.
Tja, die waren niet goedkoop en we moesten ze zelf  van ons zakgeld kopen.

Dat zakgeld bedroeg -30BF.per week en dat kreeg je pas als men je eerste loon had ontvangen. Van dat zakgeld moest je zowel je sigaretten kopen als je snoepgoed.
Je werd ook verplicht om je aankopen in het home zelf te doen.
Het winkeltje was twee huizen verder gelegen in het tweede pand.
Had je geen werk, had je ook geen zakgeld. Dus daarom werd er regelmatig gestolen.
Ik kon die slaapkamer regel dus wel begrijpen, maar de manier hoe die regel werd toegepast door de opvoedsters was gewoon machtsmisbruik. Want de ene keer mocht het, de andere keer niet. En een verklaring kreeg je niet.

Wanneer je bijvoorbeeld schrijfpapier wou halen op je kamer moest je met sterke argumenten afkomen, wou je de toelating krijgen. Bij alles moest je steeds weer een uitleg geven waarom,
en dan nog kreeg je niet altijd de toelating.
Ook moest je soms een engelengeduld hebben, want de opvoedster ging alleen met je mee naar boven wanneer het haar uitkwam, en dat duurde soms wel uren.
Het was net of men je wou testen hoelang het zou duren voor opstandig zou worden. Dan volgde er natuurlijk straf!
In eerste instantie kreeg je een weigering. Dus als je wou schrijven of lezen en je papier of je boek lag boven, kon je het vergeten!
Vervolgens werd er een boete gegeven. Deze boete hield in dat er enige franken van je zakgeld afgingen, of dat men het helemaal afnam, al naargelang de overtreding.
Tenslotte nam men je je weekend af en dat was voor de meeste de ergste straf.
Voor mij maakte dat laatste niet uit want ik had niemand bij wie ik op weekend kon gaan.

Met een andere regel had ik het nog het moeilijkst!
Zo mocht je je niet afzonderen en moest je steeds in groep van minstens drie bij elkaar zitten, lopen of staan.
Het home had een redelijk grote tuin met mooie eikenbomen en ik wandelde daar graag.
Enkel in gezelschap van m ’n gedachten en gewoon tot rust komen in mezelf. Maar dat was dus verboden.
Je had op geen enkel moment wat privacy. En dat viel mij echt zwaar.

Diegene die niet uit werken gingen moesten het huis onderhouden. Dat was iets dat ik wel graag deed.
Poetsen, wassen, strijken, afwassen, koken of het ontbijt klaar zetten, ik deed het allemaal zonder tegenspraak.
Het gebeurde met een beurtrol. Elke week hing er een lijst uit met de taken die we op ons moesten nemen. Ook elke taak werd door minstens drie meisjes gedaan.

De eerste maand van mijn verblijf nam ik hun taak meestal over om toch maar bezig te kunnen zijn en niet te hoeven denken.
De smerigste karwei was eens per week alle maandverbanden verbranden in de tuin.
Het was vies en het stonk van jewelste, maar vooral kroop er veel tijd in.
Ook die taak nam ik graag op mij. Al was het maar om heel even alleen te kunnen zijn zijn!

Doordat van de ene op de andere dag mijn medicatie was weggevallen kon ik niet slapen. Dus ik was constant moe. Maar ik was binnenin ook erg onrustig, zo onrustig dat hyperventileerde.
Maar ik vertikte het om ook maar iets te vragen of iets te zeggen.
Ik leefde als een slaapwandelaar. Men kon me niets verwijten of ten laste leggen.
Zo kwam ik de eerste maand door in “het home”.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
30-10-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HET HOME (2)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Reeds een maand verbleef ik het home. Ondertussen had de directrice mij de brief gegeven die mijn pleegmoeder had geschreven in de eerste week. Zij had maar een klein gedeelde voorgelezen toen in haar kantoor. Misschien vond zij dat raadzamer om mij niet overstuur te maken. Ze kon natuurlijk niet weten dat al wat in die brief stond geschreven voor mij al jaren dagelijkse kost was.
Ik kon lezen mijn pleegmoeder mij liet weten dat mijn plaatsing uit hun huis mijn verdiend loon was. Dat ik het enkel aan mezelf te danken had dat het zo was mis gelopen tussen ons.
Dat ik het niet waard was om zulke brave mensen als zijzelf.........en zo wat van dat gebral.
In eerste instantie wilde ik een brief terugschrijven, maar ik mocht niet van de directrice.
Achteraf bekeken was dat misschien maar goed zo, want zelfs via een brief bleef pleeg-ma mij pijn doen
Ik was kwaad om haar oneerlijkheid en schijnveiligheid.
Jaren later besefte ik pas dat die bewuste brief een goed doordachte strategie was geweest van mijn pleegmoeder. "Pa" heeft van die brief nooit wat af geweten.
Pleeg-ma wist dat alle brieven die toekwamen in het home werden opengemaakt en gelezen voor wij ze te zien kregen.
En op die manier kon ze mijn geloofwaardigheid ondermijnen nog voor ik ze geuit had.

Zij kon natuurlijk niet weten dat ze van mijn kant niets te vrezen had. Dat ik mijn lippen stijf op elkaar hield.
omdat ik reeds vele malen ondervonden had dat er niemand om maalde hoe de vork werkelijk in de steel zat.

Omdat ik zo naar wat privacy verlangde, sloop ik 's nachts uit mijn houten kamertje.
De opvoedster sliep weliswaar op ons verdiep, maar wel in haar eigen kamer.
De marmeren trap ongehoord afdalen was geen probleem, maar de overloop ernaar toe was een ander paar mouwen, want dat was een vloer van parket.
Zo van die echte oude parket die bij elke stap kraakt, maar het lukte mij toch vrij vaak om beneden te komen zonder te worden gesnapt.
Mijn doel was de keldertrap.
Daar ging ik gewoon wat zitten niksen. Slapen kon ik nog steeds niet.
Soms nam ik een boek mee en soms had ik schrijfgerei bij me.

Tot mijn verwondering was ik lang niet de enige die op dat idee kwam.
Zo kwam het dat we dikwijls met meer dan vijf bij mekaar zaten op die ijskoude keldertrap. In dunne nachtkleding en op onze blote voeten met enkel het licht van de nood lampen.

Beetje bij beetje begon ik mijn draai te vinden.
Want hoe meer ik mij afzijdig hield hoe meer men mijn gezelschap opzocht.
Men begon spontaan zijn eigen verhaal te vertellen en ik luisterde gewillig.
Op die manier leerde ik dat ik niet alleen was die een slechte thuis had.
Dat noch mijn biologische moeder, noch mijn pleegouders de enige waren die kinderen mishandelden, verwaarloosden of in de steek lieten.
Stuk voor stuk had elkeen zijn eigen redenen om zo te handelen met hun kinderen. En wij waren zonder uitzondering daarvan de dupe.
Wij werden opgesloten, gestraft. En hun leven ging rustig verder zijn gangetje.

Tegen de opvoedsters of tegen de directrice vertelde ik niets, maar stilaan ontdooide ik wel tegenover mijn huisgenoten.
Zij wisten tenminste wat verdriet was! Zij twijfelden niet aan de echtheid van mijn woorden. Zij wisten dat het waarheid was, want zij waren ook daar geweest op één of andere manier.
Nog steeds met de nodige terughoudendheid, maar toch al wat opener en bereidwilliger, liet ik ook met mondjesmaat wat vriendschap toe.
Men leerde mij roken, men leerde me mij goed te voelen bij troost en men leerde mij wat knuffelen was.
(Dat laatste was niet steeds bedoeld als troost alleen, maar dat wist ik toen niet.)
Wij zaten allemaal in hetzelfde schuitje. Wij hadden zonder uitzondering weinig vertrouwen in volwassenen.
Wij hadden enkel elkaar. En we hadden elkaar nodig.
Stilaan verdween het meisje op de achtergrond en werd ik een jonge vrouw.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
02-11-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HET HOME (3)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Er roerde wat in het home wat mij betreft.
De opvoedsters probeerden mij aan de praat te krijgen over mijn leven bij mijn pleegouders.
Mijn medebewoners echter hadden mij gewaarschuwd dat wanneer je veel negatiefs vertelde over je "thuis" men je zeker niet op weekend zou laten gaan.
Van dat op weekend gaan zou bij mij toch geen sprake zijn maar desalniettemin loste ik geen woord.
Ik besefte maar al te goed dat het hen niet te doen was uit oprechte interesse in mij.
Het was hen enkel te doen om een juist profiel van mij te kunnen opmaken.

Buiten één opvoedster die bijna de pensioengerechtigde leeftijd bereikt had, waren de anderen vrij jong. Twee van hen waren zelfs stagiairs.
Iets in mij verzette zich om hen ten koste van mijn ellende goede punten te laten behalen.
Uiteindelijk werden dan maar de grote kanonnen ingezet en moest ik tweemaal per week bij de directrice op kantoor komen.
Nu had zij de "moederlijke aanpak" goed onder de knie en na een beetje peuteren vertelde ik het een en ander.
Maar wat ik vreemd vond was dat ze mij op een keer  vroeg naar de financiële situatie van mijn pleegouders.

Nu was mij door pleeg-ma altijd opgedragen om te zwijgen over het bijbaantje van pleeg-pa.
Uit wraak en boosheid legde ik haarfijn uit hoe en waar hij werkte.
Ook werd er steeds gevraagd naar mijn moeder.
Net als bij een verhoor werd die vraag steeds als bij verrassing gesteld.
Nu, daar hoefde ik ook niet om te liegen, ik had haar nog nooit gezien of gehoord.
Maar ik vertelde haar niet wat mijn pleegmoeder mij allemaal naar mijn hoofd slingerde over haar.
Want ik meende dat men mij naar haar toe wilde sturen.

Dat was wishful thinking natuurlijk.
In gedachten zag ik hoe mijn jonge knappe moeder mij zou komen ophalen en mij zou meenemen om bij haar te gaan wonen.
Natuurlijk zou zij prachtig wonen, en ging ik daar een heerlijk leiden en leefde ik nog lang en gelukkig.

In de plaats daarvan liet de directrice mij onomwonden weten dat ik niet in het home zou kunnen blijven.
Er moest betaald worden voor mijn verblijf daar.
Bij de anderen werd dat gedaan door de ouders, goedschiks of kwaadschiks, al dan niet opgelegd door de wet.
Maar ik had geen ouders.
Mijn pleegouders hadden geen rechten, maar ook geen plichten tegenover mij.
Mijn droom moeder was niet te vinden of was niet in staat om te betalen voor mij. Dat werd mij klaar en duidelijk medegedeeld.
Eens temeer stond ik met mijn rug tegen de muur.
Net toen ik mij een beetje begon te integreren, kreeg ik dat nieuws te verwerken.

De directrice zei me dat er toch een klein lichtpuntje was.
Mijn toeziende voogd was van mening dat ik terug naar school toe moest. En dat kon niet vanuit het home als niemand ervoor betaalde. Omdat het gedeeltelijk een privé instelling was, of zoiets. Maar wanneer ik die man in een brief zou laten weten dat ik liever ging werken, dan kon ik misschien toch blijven. Want dan kon ik mezelf bedruipen.
Ondertussen had men alvast werk gezocht en gevonden.
Ik twijfelde niet lang. Had tenslotte ook niet veel keuze. Ik schreef de brief.
De week daarop reds begon te werken op een marsepein fabriekje.
Het was gelegen in dezelfde straat als het home.

En weer begon ik de toekomst vol goede moed in te zien.
Nu zou ik eindelijk zakgeld krijgen. En ik zou in het weekend al eens mee op groep uitstap mogen.
Uit verhalen van hen die dit al hadden mogen doen kon ik opmaken dat die uitstappen altijd heel leuk waren.

En dus werkte ik ijverig op dat fabriekje. Ik probeerde te vergeten welke hekel ik had aan fabriekswerk. Ik volgde stipt de regels van het home en zorgde ervoor dat men mij geen enkele opmerking of verwijt kon maken.

Maar hoe hard ik ook mijn best deed. En hoe klein de dromen ook waren die ik probeerde waar te maken, het wou maar niet lukken.

©huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
04-11-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DEJA VU
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Op een maandag morgen begon ik dus vol goede moed en hoopvol te werken op de confiserie  schuin tegenover het home.
Het was wederom een klein familie bedrijfje met drie werknemers de baas en de bazin.
De baas was een kleine dikkerd met slechts één arm en één been.
Zijn vrouw was een kleine bange muis. Zij hadden vier kinderen onder de tien jaar..
Hij was een echte tiran. Zowel voor zijn personeel als voor vrouw en kinderen.
Zijn arm en zijn been was hij kwijtgeraakt door een flink pak volt door zijn lijf te krijgen bij het hangen van een luchter tijdens een verhuis.
Zijn vrouw kon nog net de stroom afzetten. Meer dood dan levend brachten ze hem naar het ziekenhuis.
Maar onkruid vergaat niet en hij was daar het levende bewijs van.

Omdat hij maar een halve vent was, moest er steeds iemand mee om te gaan leveren want zware of grote dozen dragen kon hij natuurlijk niet.
Omdat ik de jongste was mocht ik mee gaan leveren.
Ik was dolblij!
Ten eerste had ik nog bijna nooit in een auto gezeten en ten tweede was ik liever onderweg dan in een verhitte kelder amandelen te staan pellen. Hetgeen de minst leuke taak was en daarom natuurlijk ook werd toebedeeld aan de laatst bijgekomen.
Dus voor mij een welkome afwisseling.

Soms reden we gewoon de stad in. Maar zij hadden ook klanten in Wallonië.
Wanneer we voor een ganse dag weg waren gingen we op zijn kosten wat eten in een wegrestaurant of cafetaria.
Praten tegen mij deed hij weinig, maar dat gaf niet want ik had veel te veel om te bekijken.
Zo nu en dan vroeg hij iets over mijn leven, maar ik omzeilde steeds die vragen met een nietszeggend antwoord.
 Of hij vroeg hij mij iets over het leven in het home, maar ook daarover hield ik mijn antwoorden karig.

Op een gegeven ogenblik waren we weer ver van huis.
Het was mooi zomerweer en hij stelde voor om koffiekoeken te kopen en die ergens buiten te gaan opeten.
Het was voor mij allemaal goed.
Hij reed een bosweg in en ergens op een open plek stopten we.
We bleven in de auto zitten met de deuren open.
Toen we gegeten hadden stelde hij voor om nog wat te wandelen.
Ik had geen flauw vermoeden van wat mij stond te gebeuren.

Hij vroeg mij of ik niet graag wat geld voor mezelf zou hebben?
Ik dacht dat hij bedoelde dat hij mijn overuren in het zwart ging uitbetalen. Ik wist dat hij dit deed bij de andere meisjes. En dus zei ik  natuurlijk ja.
Mijn bevestigend antwoord zette hem meteen aan tot daden die ik niet had voorzien, noch zien aankomen.
In details ga ik niet treden, maar het kwam erop neer dat door mijn "ja" hij het idee had dat ik hem zeer genegen ging zijn.
Toen dat niet zo bleek te zijn werd hij heel vals.
Hij zou mij achterlaten daar in dat bos en vertellen in het home dat ik was weggelopen. Ik zou beter maar eens goed nadenken. Ondertussen bleef hij moeite doen om mij te overmeesteren, en geloof me, voor een halve vent had hij enorm veel kracht.

Uiteindelijk was ik zo radeloos dat ik het op een lopen zette.
Ik riep hem nog toe dat ik bij de eerste beste telefooncel de politie zou bellen, hetgeen natuurlijk pure bluf was van mij.
Ik vertrouwde immers geen politie.
Ik liep de weg terug af die we gekomen waren, wetende dat aan de rand van het bos een drukke verkeersweg liep.
Hij haalde mij even later in met zijn auto en gebood mij om in te stappen. Zei sorry, had mij verkeerd begrepen verklaarde hij. Het zou niet weer gebeuren.

Hij vertelde mij gauw nog even dat één van zijn  meisjes dat ook met hem deed en dat hij haar daar dik voor betaalde. Maar dat meisje was een vrouw van midden twintig. Geen vijftien, zoals ik.
Ik stapte in want wist anders niet hoe ik thuis moest  komen. Ik wist niet eens waar we waren!  Maar ik was vooral bang dat hij anders zijn bedreiging zou uitvoeren en gaan vertellen dat ik was weggelopen. Ik wist ondertussen al verdomd goed dat men hem eerder zou geloven dan mij.

Dit alles gebeurde op een woensdag, en op vrijdag kreeg ik mijn ontslag.
Ik had in het home tegen niemand iets gezegd van het voorval. Dat zwijgen als vermoord beter is dan praten had ik ook al jong geleerd.

Toen Juffrouw Beatrix, zo noemde de directrice, van mijn ontslag hoorde riep ze mij bij zich.
Of ze een vermoeden had weet ik niet, maar ze vroeg mij herhaaldelijk of er wat gebeurd was. Maar ik bleef zwijgen.
Juffrouw B. vond het niet zo best dat ik ontslagen was, het zou in mijn nadeel werken bij mijn voogd, zei ze. Maar ik vond nog diezelfde week ander werk,
ditmaal in een boekbinderij.
Er werkten nog meisjes uit het home, dus 's morgens gingen we met z'n allen samen naar het werk. Het werk zelf was leuk en de sfeer was heel aangenaam.
Ik was er graag. En men  had mij graag.
Maar dit was niet het mooie einde van een sprookje!


PS: Jaren later wandelde ik met dochterlief in haar kinderwagen toen plots en auto naast mij stopte. Ik dacht dat de man de weg wou vragen en stapte naar hem toe.
Het was de baas van het marsepein fabriek. Hij vroeg of ik ondertussen veranderd was van gedacht en nu misschien  wat extra geld kon gebruiken.
Ik ben zwijgend voortgestapt en liet de smeerlap voor wat hij was.
©huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
08-11-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TERUG NAAR AF!
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Ik was nu zo'n zes maanden in het home.
Het werk in de boekbinderij was leuk en mijn collega's waren fijne mensen.
Nooit heb ik ook maar iemand een rotte opmerking horen maken over ons.
In het home zelf begon ik mij goed thuis te voelen. Op die korte tijd was ik al een heel pak socialer geworden. Het praten, met en over, ging me al een pak beter af.
De reden was dat ik merkte dat ik niet alleen stond met mijn ellende. Dat er nog andere meisjes waren die ook een slechte thuis hadden.

Met de opvoedsters ging het nog wat stroef en was ik  terug houdend. Ik vertrouwde ze nog steeds niet helemaal.
Op weekend ging ik nooit. Maar door de uitstapjes die we maakten begon ook dat gemis te minderen.
Tot ik op een vrijdagavond van het werk kwam en bij de directrice werd geroepen.

Zij liet mij een brief van mijn toeziende voogd lezen.
Hij was van oordeel dat ik toch terug naar school moest.
In eerste instantie was ik blij om zulks te lezen, want naar school gaan en leren was nog altijd iets dat ik graag wou doen.
Juffrouw B. liet mij weten dat er op maandagmorgen een sociaal assistente zou komen en dus niet naar het werk moest.

Mijn gevoel bij dit alles was een beetje dubbel.
Langs de éne kant voelde ik mij een beetje euforisch omdat ik weer naar school mocht gaan. Langs de andere kant zou ik mijn werk en werk makkers missen.
Ik hield niet zo van verandering. Dan voelde ik mij steeds voor lange tijd heel onzeker en verloren. Iets dat ik nu op latere leeftijd nog steeds zo ervaar.

Maar zoals steeds sloeg ik aan het fantaseren.
Ik zag mij al lopen met een splinternieuwe boekentas en dito schoolgerief.
Natuurlijk had ik lieve leerkrachten die mij ook graag hadden!
En de leerlingen zouden binnen de kortste keren allemaal mijn vriendinnen worden.
Tenslotte had ik doordat ik werkte wat nieuwe kleren mogen kopen en mede door de goede smaak van de jonge opvoedsters waren ze nog bij de tijd ook.
Dus zou ik alvast geen buitenbeentje meer zijn wat dat betreft.
Terwijl de andere werkten zou ik vakantie hebben en dan zou ik met een boek in de hand wat privacy kunnen opzoeken.
Ja, ik was al een heel eind weg in mijn fantasie.

Wie dat allemaal ging betalen, daar stond ik natuurlijk niet bij stil.

Op maandagmorgen brak dan het uur van de waarheid aan!
Zij kwamen met z'n tweeën.
De rechterhand van mijn voogd en naar ik vermoed, haar hulpje.
Mede door de aanwezigheid en de zachte aandrang van juf B. probeerde ik zo goed en zo kwaad mogelijk uit te leggen wat ik graag zou worden later.
Ik wou later een kantoorbaan, secretaresse of zo, liet ik weten.
Maar werken met verlaten of verwaarloosde kinderen leek me ondertussen ook wel wat. Hulp kunnen bieden waar nodig. En vooral het juist inschatten van de situatie.
Een schamper lachje was mijn antwoord.

Keer op keer vroeg ze mij of ik het wel zeker wist dat ik weer naar school wou? Haar vragen werden steeds indringender geformuleerd.
Ik begon het daardoor wat benauwd te krijgen. Waarom klinken haar vragen als een waarschuwing, vroeg ik mij af? Net alsof ik zou worden gestraft.
Maar ik luisterde niet naar mijn gevoel.
Ze zuchtte en stond op. Knikte met haar hoofd naar het hulpje (dat mij zat aan te staren als was ik een rariteit)dat het tijd was om op te stappen en stak het dossier weg.
Goed, zei ze, dat zullen we dan zien te regelen voor je, en ik mocht gaan.

Terug bij de meisjes kreeg ik natuurlijk honderden vragen over mij heen.
Ik antwoordde ze één voor één met groot enthousiasme.
En toch was er in mijn achterhoofd iets dat me zei.......maar wat?
Was het mijn wantrouwen of was het mijn ongeloof in geluk?
Was ik in de loop der jaren te pessimistisch geworden, een zwartkijker, een doemdenker?
Ik zette het nare gevoel van mij af en genoot van de aandacht van de meisjes.
Had ik maar geluisterd naar mijn gevoel.

©huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
10-11-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HET SPROOKJE IS UIT.
Klik op de afbeelding om de link te volgen


Ik keek uit naar de dag dat ik weer naar school toe mocht. Ondertussen ging ik elke dag naar de boekbinderij.
Lange tijd hoorde ik niets maar dat maakte mij niet ongerust over.
Eerder was ik van mening dat het een goed teken was. Tenslotte liep het naar de kerstvakantie toe en meende ik te moeten wachten tot na de kerstvakantie.

Om de veertien dagen kregen we 's vrijdags ons loon.
Wanneer we een gegronde reden hadden konden we in de loop van die week geld aanvragen om een aankoop te doen.
Dat werd dan in beraad gehouden, want indien we ondertussen iets uithaalden dat niet volgens de regels van het home was, werd het ons geweigerd uiteraard.
Ik had gevraagd of ik een nieuw paar winter laarzen mocht kopen Ik moest dus wachten tot vrijdag voor het antwoord.
Maar ik was er nogal gerust in dat ik het zou krijgen, want meisjes die niets van thuis kregen mochten vlugger wat kopen dan de anderen.
Dus die vrijdagavond ging ik blij gezind naar het home in het vooruitzicht op een dagje heerlijk shoppen de dag nadien

Na het avondeten ging ik dus naar het kantoor van juffrouw B. om te horen of ik de toelating had.
Tot mijn verwondering kreeg ik te horen dat ik mijn koffers moest pakken want dat ik niet in het home zou blijven.
Waar ik wel naartoe ging werd mij niet gezegd.
Wel kreeg ik nogmaals te horen dat wanneer ik naar school ging, dit niet kon vanuit het home.
Het home was enkel bedoeld om meisjes te herbergen die ofwel werkten voor hun onderhoud, ofwel onderhouden werden door hun ouders.

Later kwam ik te weten dat het mede daardoor was dat mijn pleegouders geen contact namen met mij tijdens mijn verblijf in het home. Zij waren bang dat men hen alsnog kon dwingen om voor mij te betalen.

Zaterdagmorgen stond ik met mijn koffers in de gang.
Ik zag meisjes op weekend vertrekken, anderen gingen winkelen.
Heel even dacht ik eraan dat ik nog geen nieuwe laarsjes had, maar dat zou wel komen in het volgende home.
Een beetje nerveus was ik wel, want ik hechte mij niet zo gauw aan een andere situatie, omgeving of mensen.
Het was dus bang afwachten.

De assistente van mijn voogd kwam mij oppikken.
Mijn koffers, nou ja, koffers kon je het niet noemen, het waren eerder XXXL handtassen, maar het was al een hele verbetering tegenover de plastiek tassen waar mijn pleegouders mijn beetje kleding had ingepropt. En ik had ondertussen ook al enkele kledingstukken meer dan toen.
Mijn tassen dus werden zwijgend op de achterbank  van haar auto gezet en ik mocht voorin plaatsnemen.
Op mijn vraag waar we naartoe gingen zei ze mij dat ik moest zwijgen onder het rijden.

We reden richting centrum. Maar op een bepaald moment was de omgeving mij totaal onbekend.
Iets later stopten voor een groot en somber gebouw.
Een lange donkere bakstenen muur met een grote bruine poort in het midden.
Het leek wel een gebouw uit de middeleeuwen.
We reden een zijstraat in en ook daar weer die donkere muur.
Wat mij meteen opviel was de prikkeldraad bovenop de muur en de scherpe glazen pieken die als haaientanden uit de muur leken te groeien.
Ik zag hoge ramen met dikke zwarte tralies ervoor.

Ik had meisjes over dit gebouw horen praten in het home.
Meisjes die er vandaan kwamen en de gruwelijkste verhalen vertelden.
Verhalen over de manier waarop je werd behandeld. Verhalen over de onmenselijk strenge reglementen.
Over cellen en eenzame opsluiting, over macht geile nonnen.
En plots wist ik waar ik was!
Ik was in Sint Margharetha van Cortona.

©huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
14-11-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SINT MARGARETHA VAN CORTONA (1)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

De sociale assistente en ik gingen niet door de grote poort aan de voorkant naar binnen, maar via een deur in de zijstraat. 
Nadat zij aan de bel had getrokken, het was zo'n ouderwetse trekbel, kwam een non opendoen.
Dat trok me al niet erg aan want ik moest niet veel hebben van nonnen sinds ik snit en naad had gevolgd in een katholieke school. Daar had ik reeds ondervonden dat katholieken er niet voor terug deinzen om je te vernederen. En dat de naastenliefde die ze zo graag en vaak predikten niet was bedoeld voor de arme.
We staken een mooi geplaveid plein over met in het midden een mooi rozenperk. Gingen weer door een deur die uitkwam op een lange gang.
Wat bij mij al wat lichte paniek veroorzaakte was dat de non telkens met een enorme bos sleutels elke deur weer achter ons op slot draaide.
Ik mocht plaats nemen op een houten bank.
Diegenen die al eens een klooster hebben bezocht als toerist, zullen zich het interieur wel een beetje voor de geest kunnen halen.
Hoge ramen met glas in lood tekeningen.... meters hoge heiligenbeelden in grote nissen... etc.
Maar ik heb geen zin om het interieur te bespreken van de inkom. Want hoe rijkelijk het ook oogde voor de bezoeker, onze verblijven waren heel wat minder fraai.

Daar het weekend was nam Mere superieure de honneurs waar. (De eigenlijke directrice van het internaat was iemand die aangesteld was door de staat en was in het weekend vrij).
Ik heb meer dan een uur op die bank gezeten en probeerde een voorstelling te maken van wat mij hier te wachten stond.
Maar ik had me nooit kunnen inbeelden van wat er werkelijk ging komen.

De s.a. kreeg ik niet meer te zien. De non met de enorme sleutelbos verdween achter weer een andere deur.
Ik heb ze nooit geteld die deuren die op die lange gang uitkwamen, maar het waren er veel!.
Die gang kreeg je ook enkel en alleen te zien als nieuwkomer of bij het voorgoed verlaten van het internaat.

Mere superieure liet mij weten wat men vanaf nu van mij verwachtte.
Zo zou ik op het derde verdiep worden gelogeerd. Op de beneden verdieping was het home Sint Anna, maar ook dat was weer voor meisjes met betalende ouders en daar kwam ik dus niet voor in aanmerking.
Maar voor ik naar het verdiep mocht moest ik eerst met weer een andere non naar de douches.
Ik moest mij uitkleden en wassen terwijl de non toekeek. Zij kwam ook mijn haren inspecteren op luizen.
Ik voelde mij ongelooflijk gegeneerd en vernederd.
En toen kwam het ergste! Iets waar ik op dit moment niet dieper op in ga.
Ik moest een lange witte japon met blauwe strepen aantrekken over mijn naakte lichaam. De non nam mijn kleren, mijn schoenen mocht ik aandoen.
We gingen met de lift naar boven. Die lift werd ook steeds met een sleutel op slot gedaan.
Bovengekomen hoorde ik meisjes praten en borden rammelen.
Op dat moment voelde ik dat ik honger had
Maar we gingen niet richting meisjes en eten, we gingen door een deur met tralies. Daarachter zaten drie ijzeren deuren, met een klein getralied raampje dat langs de buitenkant werd afgesloten.
In de cel, want dat was het, lag enkel een matras op de grond, een piepklein tafeltje dat in de muur was verankerd met dikke ijzeren beugels en een dito stoel. Een grote witte emmer met deksel maakte het geheel af.

Omdat ik de neiging had, of misschien wel aanstalten maakte, om te vluchten, kreeg ik een stevige duw in mijn rug van de non en struikelde de cel in. De non zei me koudweg dat ik drie dagen in afzondering moest blijven. Dan zou ik worden onderzocht door een dokter en pas daarna zou ik naar mijn afdeling mogen. Dat was zo voor elke nieuwe loge, zei ze, en deed de ijzeren deur achter mij dicht.

Ik gilde in paniek dat dit een vergissing was! Dat ik naar school mocht gaan. Wat ik verder nog allemaal heb uitgeschreeuwd in mijn wanhoop, weet ik niet meer. Ik kreeg als antwoord dat zeker naar school zou moeten. Dat ik geen andere keuze zou hebben.
En weet je wat je nog gaat leren, zei de non, dat je niets, maar dan ook niets te willen hebt hier!
Anders is de volgende stap de jeugdgevangenis in Brugge.
En de cel ging dicht!

©huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
24-11-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SINT MARGARETHA VAN CORTONA (2)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

St.Margaretha van Cortona werd in de volksmond "Cartouche" genoemd, naar Louis Dominique Cartouche (1693-1721) Hij was een bende leider van meer dan tweehonderd rovers en moordenaars. (
En ons noemde men "De bende van Cartouche" naar de titel van het boek dat men later over hem schreef. Het waren geen fraaie benamingen.
En dan te bedenken dat de meeste geplaatste meisjes allemaal sores kenden of hadden gekend door een slechte thuis.
Er zaten meisjes die te maken hadden gehad met de losse pollen of de snelle rits van hun stiefvader of vriend van hun moeder. Er zaten meisjes die uit wanhoop zichzelf wat hadden willen aandoen omdat één of beide ouders liever dronken dan werkten. En er zaten meisjes, zoals ik, die geen ouders hadden, of waarvan de ouders niet konden of wilden voor hen zorgen.
Natuurlijk zaten er ook meisjes die thuis waren gaan lopen omdat ze niet met hun vriendje mochten omgaan van ma of pa.
En er zaten spijbelaars waarmee de de ouders zich geen raad wisten. Ook meisjes die aan de drugs waren geweest zaten er.
Het kwam er in feite op neer dat we een kleurrijk allegaartje waren.
Maar allen moesten we leven naar het strenge regime dat in het internaat werd toegepast.
En die was niet van de poes.

Het internaat telde drie verdiepen en op het eerste verdiep logeerden de meisjes voor wie hun ouders betaalden. Die afdeling noemde men "Home Sint Anna" zoals ik al in vorig logje schreef. Het waren die meisjes die Bojako al eens zag lopen op straat.

De anderen kwamen nooit buiten de poort. Tenzij ze op weekend mochten, hetgeen om de zes weken toegelaten was na een opsluiting van drie maanden, of diegenen die buiten het internaat gingen werken.

Het tweede verdiep was voor de al iets oudere meisjes en met zwaardere delicten op hun conto. Dieven of moordenaars waren het evenwel niet! Het waren meestal meisjes die weken of maanden op straat hadden gezworven. Sommigen hadden samengehokt met één of meerdere personen, sommige hadden drugs genomen en waren opgepakt in een kraakpand.

En dan had je het derde verdiep, daar zaten de jongere meisjes van veertien tot achttien jaar.
(In die tijd was men pas meerderjarig op ons eenentwintigste, en de jeugdrechter kon beslissen om je zolang binnen te houden, hetgeen ook vrij vaak gebeurde.
Op die derde verdieping kwam ik terecht.

De procedure voor alle nieuwkomers was dat je drie dagen in een cel in volledige afzondering werd gezet.
Je mocht pas bij de andere meisjes als je bij de psychiater was geweest en een gynaecologisch onderzoek had ondergaan.
Ik zat er dus vijf dagen in die cel vermits ik op een zaterdag was aangekomen, en er pas op maandag kon begonnen worden met mijn observatie. Pech dus!
Elk uur van de dag kroop vooruit. Temeer daar ik van die procedure niet op de hoogte was en dus niet wist of ik er ooit nog zou uitkomen.
Naar buiten kijken ging niet want het piepkleine raampje met tralies zat zowat tegen het plafond. Stoel en tafel zaten verankerd, en een bed stond er niet, enkel een matras tegen de grond.
Ik zag enkel de non die mij driemaal daags eten bracht. Maar die zei nooit één woord. Zij bezag je trouwens ook niet, haar ogen keken steeds aan je voorbij of naar de grond.
In plaats van een normaal bestek kregen ik enkel een houten lepel, kwestie van dat ik mijn polsen niet zou oversnijden met een metalen of plastiek bestek. Mijn warme maaltijd was steeds fijn geprakt, vlees aardappelen en groenten door mekaar.
Terwijl ik at bleef de non steeds met haar rug naar mij voor de open celdeur staan.
Vaak heb ik haar in gedachten vermoord. En elk uur dacht ik ook aan zelfmoord. Maar ik vermoed dat de nonnen dit wisten en daarom hun voorzorgen namen.
Het wassen gebeurde met lauw water in een grootmoeders teil. Ook daar bleef de non op staan kijken.
Zelfs mijn emmer mocht ik niet zelf uitdragen. Deze klus werd geklaard door een meisje dat gestraft was voor haar ongehoorzaamheid.
De vernedering was compleet!

Op donderdag mocht ik dan eindelijk naar de psychiater.
Het was een stokoude man. Zo een man waar de jeugd sowieso al een afkeer van heeft.
Een vette speknek, varkensogen, en een blik om van te gruwelen.
Ik kreeg tekeningen te zien, en ik moest zeggen wat ik daar in zag. Ik zag een vlinder in het eerste, twee negers in het tweede, en bij de derde zei ik dat ik het al een even lelijke vlek vond als de twee vorigen..
Hij stak zijn kaartjes woedend weg, en zei dat ik mocht gaan omdat ik weigerde om mee te werken.
Goed gezien van die vent! Onderzoek afgelopen!
De volgende dag naar een sociaal assistente. Vragen beantwoorden over de toestand bij mijn pleegouders. Niet hoe het mij daar was vergaan, maar hengelen naar hun financiële toestand.
De derde dag moest ik naar de dokter.
Volgens mij was hij een tweelingbroer van de psychiater, want hij zag er al net zo vettig uit, alleen droeg hij een brilletje op z'n neus.
Ik moest mij volledig uitkleden en in het midden van de kamer gaan staan. De dokter leunde met zijn rug tegen zijn bureau met zijn armen over mekaar.
En, zei hij "vertel me eens hoeveel keer jij seksuele betrekkingen hebt gehad? Nu was ik nog maagd op mijn vijftiende, maar toen ik dat zei lachte hij dit weg. "Dat zeggen ze allemaal" zei hij en knipoogde naar de non die hem assisteerde bij het onderzoek.
Leg je maar op de tafel" zei hij, en wees naar iets dat wij vrouwen nog vaak in ons leven zouden beklimmen.
Het was echter niet de luxe uitvoering van nu, het was een witte metalen tafel. Niks lederen bekleding, niks papier. De tafel werd door de non na elke "patient" met een sopje schoongemaakt.
Eerst met zijn hand naar binnen tot aan zijn elleboog meende ik. En toen nam hij een marteltuig en prikte er mee in mijn baarmoeder om vocht af te nemen. Ik heb twee dagen pijnlijk moeten plassen.
"Je bent inderdaad nog maagd" kreeg ik te horen, maar het bloed op de tafel bewees dat dit verleden tijd was.
Dat onderzoek was ook een vaste procedure. Want telkens je op weekend was geweest moest je het ondergaan.
Meisjes die gevreeën hadden kregen dan steevast twee rode pilletjes te slikken waarna ze, ook steevast, vijf dagen later ongesteld werden..

Maar na dit vernederend avontuur mocht ik mijn eigen kleren aandoen en mocht ik bij de andere meisjes op het verdiep.
We waren ongeveer met twintig.
Het reglement zou mij later op de dag worden uitgelegd, maar ik zat er niet mee.
Ik was al lang blij dat ik niet terug naar de cel hoefde.
Dat was hun tactiek! Ze maakten je blij met een dooie mus en je was er hen nog dankbaar voor ook.
Omdat je wist dat het erger kon!

©huismusje




Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
27-11-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HET REGLEMENT
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Ik kan mij het volledige reglement niet meer herinneren, er waren teveel regels. Enkel diegene die op mij de meeste inruk hebben nagelaten staan in mijn geheugen gegrift.
De voornaamste kreeg je in eerste instantie te horen van de non in mitrailleur stijl. De andere leerde je gaande weg van de meisjes of wanneer je ze onbewust verbrak.
Steeds volgde er dan straf, en zo vergat je ze nooit meer.

Zo mochten we nooit met minder dan een groepje van vijf bij elkaar zitten.
Dit om te vermijden dat gegevens werden uitgewisseld die tegen de zedelijk indruiste. Of dat er plannen werden gesmeed, om het hazepad te kiezen uit de instelling bijvoorbeeld.
Wanneer we ons in de tuin of op de koer toch een keer afzonderden of gewoon met z'n twee op de bank zaten, dan kwam de non er als een waakhond tussen staan. En onze non had een indrukwekkend figuur!
Zij had de brede schouders die van staal leken te zijn gemaakt.
Zij had een indrukwekkende boezem die je in normaal omstandigheden zou kunnen beschrijvnl als moederlijk en uitnodigend om er je vermoeide hoofd tegen te leunen en troost te ontvangen.
Maar haar houding en haar streng gelaat en norse blik bracht je heel snel op andere gedachten.

Naar het toilet gaan wanneer het nodig was, was uit ten boze en werd zeer streng gestraft.
Op bepaalde tijdstippen moesten we ons allemaal in de gang twee aan twee opstellen om dan in volledige stilte naar het toilet te gaan.
Dat was een grote ruimte met muren van witte tegels en langs beide zijden de toiletten met halve deuren. We noemden het spottend "Ons plasvatorium."
Ooit hadden we een non die ons gebood om die deur open te laten terwijl we ons gevoeg deden. Zij wandelde dan steeds door de ganse ruimte heen en weer. Maar van "onze non" mocht de toiletdeur dicht. We kregen ook niet rustig tijd, het moest vlug gaan.
Enkel wanneer we ongesteld waren en we moesten ons verschonen werd er een uitzondering gemaakt.
Dan ging je eerst met de non naar de slaapzaal waar de linnenkasten stonden, je kreeg dan een door ons meisjes een van oud linnen zelfgemaakte katoenen verband met je persoonlijke nummer op geborduurd. Je mocht dan op je eentje naar het toilet, maar je moest wel je gebruikte verband tonen aan de non voor je het in de waston smeet. Kwestie van dat je niet zou profiteren van de situatie. En ook mocht je niet te vlug verversen, voor enkele druppels kreeg je geen nieuw verband leerden we al gauw.
In een rij van twee aan twee moesten we ook naar de eetzaal, slaapzaal, kerk, douche en de klas. En dit allemaal in stilte natuurlijk!

Elke donderdag mochten we douchen. ook daar was de regel, snel, snel, snel. Er waren ook enkele ligbaden, en het was een gunst als je mocht baden. Dit was dus voor de lievelingetjes van de non of opvoedsters.
Die laatsten zouden het nu niet zo gemakkelijk hebben als toen met ons. Wij zeiden ja en amen op vrijwel alles wat men ons gebood te doen. Hun nukken hadden een weerslag op onze dag.
Kwam bij dat het in de meeste gevallen stagiaires waren die goede punten moesten halen, dus van af en toe een kleine afwijking op de regels was geen sprake. Ook zagen ze nooit wat door de vingers, zij waren soms nog strenger dan de nonnen.

Om 20h. moesten we gaan slapen. De slaapzaal was onderverdeeld in houten chambrettes van twee op twee meter. Ze stonden in rijen van vier, veertig in totaal. Boven ons hoofd waren de chambrettes afgedekt met tralies of kippengaas. Er was een deur met een piepklein venstertje van gewapend glas en eveneens tralies ervoor. Enkel langs de buitenkant kon dit venstertje open of dicht worden gemaakt. Tussen twee rijen in stonden de lavabo's waar we 's avonds met een teil water mochten nemen om ons wassen in onze cel. Om negen uur 's avonds gingen de lichten uit en kwam de non onze deur op slot doen. Wanneer daar brand was uitgebroken Hadden we als ratten in de val gezeten. 
'S morgens om zes uur werden we gewekt door een ouderwetse schoolbel en mochten we ons wassen aan de lavabo's. We moesten ons wel wassen onder ons nachtkleed, een stukje naakt was strikt verboden.

Voor en na schooltijd (de klassen waren op het verdiep zelf) moesten we werken. 's morgens moesten we aardappelen schillen, de slaapzaal en recreatiezaal schoonmaken, of verstelwerk doen. Sommigen "mochten" in de keuken gaan helpen, sommigen mochten in de was-kelder helpen. (Beide waren gelegen in de catacomben van het klooster.)  Dat was een gunst en een begeerde job omdat er minder streng toezicht werd gehouden.

's Avonds moesten we de refter, de ziekenboeg, de isoleercellen, de toiletruimte en de gang schoonmaken.
Elke dag moesten we ook werken voor een fabriek. Dat ging van chocolaatjes inpakken tot kartonnen taartdozen vouwen voor bakkerijen. J(e ziet die gevouwen dozen bij de bakker als je taart op taartjes gaat kopen.)
Er was echter een uitweg voor al die klussen, want diegene die 's morgens naar de vroegmis gingen, die moesten niet helpen. Enfin, toch niet elke dag, want natuurlijk waren de nonnen niet achterlijk. Jullie mogen eens drie keer raden waar ik vaak te vinden was? Juist! Kon ik lekker verder soezen. Ik kende de mis in het latijn gans van buiten na een wijl.

Er waren heel veel regels. Grote en kleine, harde en minder harde.
Elk van die regels had zijn bijbehorende straf wanneer je ze overtrad.
We waren geen totaal individu meer, we waren één geheel.
Ik voelde mij er doodongelukkig, en ik niet alleen.
©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
06-12-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.KERST OP INTERNAAT.
Klik op de afbeelding om de link te volgen Op het internaat stond alles in het teken van Kerstmis.
Er werd geen gedachte besteed aan geschenkjes, lekker eten en/of een nieuwe outfit.
Alles draaide rond geboorte van Jezus.
De kapel was prachtig versiert. We moesten nog meer bidden dan op gewone dagen want we zaten in de adventsperiode. En we werden er meermaals uitdrukkelijk op gewezen dat dit een periode was waarop we ons moesten bezinnen over onze zonden..

Hoe vaak de nonnen ook beweerden dat wij die grote zondaars waren, ze konden ons er niet van overtuigen dat dit zo was. We voelden ons integendeel slachtoffers van de maatschappij. En al dat bidden en bezinnen zou daar niets aan veranderen of ons ook maar een stap vooruit helpen.
Maar we deden er wijselijk het zwijgen toe.

Vele meisjes keken gretig uit naar het verlengde weekend bij hun ouders thuis.
Maar velen bleven ook in de instelling wegens niet welkom thuis.
Ik was één van hen.

Zoals ik al schreef moesten we regelmatig naar de psychiater. En wanneer ik onderweg was naar die man nam ik mij telkens voor om eindelijk eens te vertellen hoe de situatie bij mijn pleegouders werkelijk in mekaar zat.
Maar wanneer ik in die kale kamer op die harde houten stoel zat en naar het vette gezicht van de man keek, klapte ik dicht.
Het was in feite ook niet de bedoeling dat ik sprak, het was veeleer de bedoeling dat ik luisterde.
Dat ik zou toegeven dat het enkel en alleen mijn fout was dat het "thuis" was misgelopen.
Ik viel nog liever dood!

Sinds vele jaren had ik mij eigen gemaakt om te zwijgen of mijn verdriet en onmacht te verdoezelen met een kwinkslag.
Dat was mijn manier om de situatie aan te kunnen.
Maar die gediplomeerde deskundige zag niet door mij heen. En hij oordeelde steeds maar weer dat ik koppig was en weigerde om mee te werken.
Wat de man ook probeerde, ik zou nooit toegeven dat ik de schuldige was. De sukkelaar! Hoe graag hij het ook had zien gebeuren hij zou mij niet breken.

Elke week kregen we post.
De enveloppen waren zonder uitzondering open gescheurd.
Elke brief werd zorgvuldig door de nonnen gelezen, en als er in de brief iets stond dat de nonnen niet wilden dat je te lezen kreeg, was die passage met een dikke zwarte viltstift onleesbaar gemaakt.
Maar we leerden tussen de regels te lezen, en de schrijver, of schrijfster, leerde in "code" te schrijven.
In het begin keek ik ook telkens uit naar die wekelijkse avond. Maar er kwam niets.

Alle twee weken op zaterdag mochten de ouders ook op bezoek komen.
Daar had ik het heel moeilijk mee.
's Morgens werd er op die dag in ijltempo gepoetst, dan na het middagmaal vlug onze nette kleding aan ( als je die had) en dan naar de refter.
Daar zaten we dan te wachten tot de telefoon ging. ***Telkens er een bezoeker binnen kwam belde non-portierster naar boven om te zeggen dat die of die bezoek had en naar beneden mocht komen.***
Wanneer de bel rinkelde, ging de non naar haar bureeltje en even later riep ze dan de naam van diegene waarvan het bezoek in de grote zaal op de benedenverdieping was zat te wachten.

Bij elk telefoon gerinkel zag je de hoop in onze ogen. En meteen daarop de teleurstelling wanneer het niet onze naam was die werd afgeroepen.
Ik wist dat ik geen bezoek zou krijgen. Al hoop je steeds van wel.
Er waren nog meisjes die stellig wisten dat er niemand zou komen opdagen.
Sommigen omdat ze van heel ver moesten komen en het voor dat twee uur durend bezoek niet doenbaar was om de verplaatsing te maken. Sommigen omdat er geen geld was. En een zeer klein aantal omdat ze niemand van hun familie wilden zien, of vice versa.
 
Dat laatste was meestal zo wanneer ze pas in het gesticht waren aangekomen. Ze waren nog boos. Maar vooral hadden ze nog een grote weerstand.

Die weerstand probeerden de nonnen steevast te breken, en in de meeste gevallen lukte hen dat ook.

Eén van hun methoden was om iedereen bij mekaar in de refter te zetten wachten. ook diegene waarvan men zeker wist dat er geen bezoek zou komen.
Men verplichte ons om te blijven wachten tot het bezoekuur was afgelopen.
In de refter stond een piano en daar ging de non wat trieste muziek zitten op spelen. Kwestie van dat we ons goed bewust zouden zijn van onze eenzaamheid.
Na het bezoek vroeg de non dan aan diegene die wel bezoek hadden gehad, om ons ongelukkigen extra te gedenken in hun gebeden.
 
Zo hielden ze ons in hun macht. Zo lieten ze ons voelen dat wij zondaars waren.

En met kerstmis werd dit nog wat dikker in de verf gezet.
©Huismusje



Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
14-12-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ST MAR. VAN CORTONA (3)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Kerstmis kwam en ging, zo ook oud en nieuw.
Ik probeerde wanhopig alle emoties onder controle te houden.
Probeerde niet teveel te denken hoe het er bij mijn pleegouders zou aan toe gaan tijdens de feestdagen.
Wij, als achterblijvers in het internaat probeerden troost te vinden bij mekaar, al lukte dat niet makkelijk door de bemoeizucht en het bestendige toezicht van de nonnen en de opvoedsters.
We mochten immers niet bij mekaar kruipen. We mochten mekaar niet omarmen, of uithuilen bij elkaar.
Het enige dat we konden was stil in ons bed liggen huilen, er steeds op bedacht opdat de non die toezicht hield 's nachts, het niet zou horen.
Dat gunden we hen niet.

Het leven ging zijn gangetje met de dagelijks weerkerende routine en dicipline.
We waren robotten, zonder eigen mening of visie. We werden geleefd.
Ik was reeds meer dan tien maanden uit "huis" en ik had ondertussen taal noch teken gehad van mijn pleegouders.
Ik begon hen meer en meer te missen.
Het is raar dat je als kind al snel alle ellende kunt vergeten, en de omstandigheden maakte dat ik al vlug de situatie bij mijn pleegouders begon te verheerlijken.
Ik had ook geen alternatief.
Het meeste miste ik in feite nog de buurtbewoners uit de straat.
De mensen die mij opvingen na weer eens een heftige ruzie.
Mijn kameraden die steeds bereid waren naar me te luisteren en me meermaals zeiden dat ik niet eerlijk behandeld werd.
Van dat feit was ik wel op de hoogte ondertussen, maar het deed mij goed om te horen dat een ander er ook zo overdacht, en het maakte mij sterk om de situatie verder aan te kunnen.
Tot op die bepaalde hoogte, op die bewuste dag, die mijn leven een zo drastische wending gaf.

Het was weer "postdag" in het internaat. Ik bleef er al geruime tijd koel onder, want ik had er mij bij neergelegd dat er voor mij nooit een brief zou komen.
Mijn pleegouders wilden niet schrijven, mijn vrienden mochten niet schrijven.
Plots riep de non mijn naam!
De eerste seconden drong het niet echt tot mij door, daarom riep zij met meer nadruk nog eens mijn naam af.
Het was een brief van mijn pleegouders!
Gretig nam ik hem aan, al maakte ik mij terzelder tijd de bedenking dat deze brief mij ging kwetsen, mij nog meer verdriet ging doen dan ik al had.
Ik kon met de beste wil van de wereld niets goed meer van hen verwachten, hoe graag ik het ook wilde.
De brief was zoals de regels het voorschreven opengescheurd en reeds door de nonnen gelezen.
Dus toen ik opstond om hem uit haar handen te gaan aannemen, lachte zij mij toe, en kreeg ik een hartelijk schouderklopje erbovenop.
Mijn pleegmoeder was een slechte briefschrijfster, zinnen die geen aanbouw hadden, springend van de hak op de tak, en vooral veel taalfouten.
Zij schreef praktisch fonetisch.
Zo schreef ( en sprak) ze mijn naam nooit correct uit.
Van Lucienne maakte zij Lusjen.
Maar ze sprak mijn naam dan ook zelden uit, ze had velerlei andere benamingen voor mij.

Ik had een beetje moeite om haar geschrift te kunnen ontcijferen, maar het kwam erop neer dat ze wellicht een keertje op bezoek zouden komen.
Ze hadden nu pas toelating gekregen van de jeugdrechter.
Volgens mijn pleegmoeder had ze mij al vaak geschreven, maar kwamen die brieven telkens terug met de vermelding dat de inhoud niet toepasselijk was.
Er was maar één probleem, Luc (mijn pleegbroer) mocht niet meekomen van de jeugdrechter.
Ze moesten dus opvang voor hem zoeken, en mijn oudere pleegzuster die mij het licht in mijn ogen niet gunde, weigerde om hem op te passen.
Maar vermits hij negen was kon hij misschien alleen thuisblijven voor die drie à vier uurtjes, en de buurvrouw zou dan een oogje in het zeil houden.
Er stond niet in wanneer ze juist gingen komen, het eerst volgend bezoek was over twee weken, maar ze liet mij in het ongewisse.
Ze schreef ook dat ze blij was dat ik had ingezien dat ik totaal verkeerd was geweest, en dat het goed was dat ik tot inkeer was gekomen.
Ik weet nog steeds niet waar ze dat vandaan haalde, want ik had nooit toegegeven dat alles mijn fout was. Ook had ik hen nooit geschreven.
Maar ik stond er verder niet bij stil.
Ik was blij omdat ik niet vergeten was. Ik was blij voor de hoop die ik weer mocht hebben.
Ik was gelukkig met het feit dat ik erbij hoorde, want zolang je geen brief kreeg van "thuis" nam men vanzelfsprekend aan dat je je schuldig had gemaakt aan onvergeefelijke feiten.
Door de onmiskenbare blikken van de nonnen alleen al voelde je je schuldig wanneer er geen post kwam voor jou.

Ik zat een beetje perplex op mijn stoel en las de brief keer op keer over.
Want op het einde schreef mijn pleegmoeder " wel schatteke, tot op het bezoek"
Het was de allereerste keer in mijn leven dat ze me "schatteke" noemde, en het maakte mij aan het huilen.
Op slag was alle ellende die ik had moeten verduren van haar, vergeten.
Mijn hart smolt, en mijn haat jegens haar verdween op diezelfde moment.
En de liefde die ik ondanks alles steeds voor hen was blijven voelen, kwam in één klap weer.
De twee weken tot bezoektijd zouden mij eeuwig lijken.

Elke zondagmiddag mochten we brieven schrijven, en ik besloot om ook een brief te schrijven.
Iets dat ik tot nu steeds geweigerd had te doen.
We kregen één blad briefpapier, het moest dus van de eerste keer juist zijn.
We hadden wel de mogelijkheid om eerst een kladbrief te schrijven met potlood.
Wanneer je toch een fout had geschreven, moest je een ander blad gaan vragen, en dat werd dan met een laakdunkende blik aangereikt.
Ik ondervond op een keer dat die kladbriefjes door de nonnen uit de prullemand werden gehaald, glad werden gestreken, en in een kaft werden gestopt.
Dus ik wikte en woog mijn woorden heel zorgvuldig, want ook onze brieven werden eerst gelezen voor ze de poort uitgingen.
Ik weet niet meer wat ik heb neergepend, maar het zal wel heel emtioneel zijn geweest.
Of misschien wel juist koel en berekend, want ik was zò voorzichtig geworden in alles.
En niettegenstaande kinderliefde niet vlug verdwijnt, met mijn vertrouwen was het anders gesteld.
Ik had, en heb steeds mijn ganse leven, die dosis wantrouwen naar mijn pleegouders toe gehouden.
En heel terecht zou later blijken, maar voor nu had ik weer even hoop.
Hoop dat ik uit deze gevangenis ooit zou uitkomen.
Hoop dat ik iets van mijn leven zou kunnen maken.
Hoop, zoveel hoop, voor zovele dingen!



Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
17-12-2005
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. BEZOEKDAG
Klik op de afbeelding om de link te volgen
Het was zaterdag, en het was bezoekdag.

De wekelijkse poetsklus was achter de rug, en na het middagmaal gingen de meisjes zich omkleden om hun bezoek te ontvangen.
Diegen die geen bezoek kregen trokken naar de recreatiezaal. Zo ook ik.
Maar de non riep mij terug, en vroeg wat ik van plan was.
"Jij moet je gaan omkleden, want vandaag komen je pleegouders op bezoek."
Hoe zij dat zo stellig kon weten was mij op dat moment een raadsel, want ik wist van niets.
Wel had ik een brief gehad waarin mijn pleegmoeder beloofde om te komen, maar hun beloftes nam ik al lang niet meer au serieus.
Maar mére Emillienne (moeder overste) klonk heel overtuigend.
Ik dus naar de slaapzaal om mij te verfrissen.

Toen ik bij de anderen zat te wachten tot mijn naam werd afgeroepen, gingen er duizende gedachten en vragen door mij heen.
Wat gaan ze zeggen? Wat moet ik zeggen? Hoe moet ik reageren? Wat kan ik verwachten?
In feite was ik al bezig om mij te verdedigen nog voor er maar één woord was gesproken.
Ik zou mij niet laten uitkafferen. Ik zou niet de schuld op mij nemen. Ik zou niet.....!
Doodnerveus was ik.
En hoewel het bezoek een afwisseling was in de dagelijkse sleur, ik zag er enorm tegenop.
Het was zo om en nabij de tien maanden geleden dat ik hen nog had gezien of gesproken.

Klokslag 14.00h. begon de telefoon te rinkelen ten teken dat het bezoek begon binnen te sijpelen.
Telkens maakte mijn hart een sprong, en was het net of mijn blaas stond op springen.
Mijn naam werd als één van de eersten afgeroepen, en ik moest de neiging om te vluchten onderdrukken.
Maar omdat ik in het onderdrukken van gevoelens enorm bedreven was, volgde ik gedwee en in stilte de non naar beneden, en naar de grote bezoekerszaal.

Naast de dubbele deur van de zaal stonden langs de muur rijen tafels in L.vorm gerangschikt.
Daarop stonden alle benodigheden om het bezoek te verwennen.
Je kon er soep en koffie verkrijgen, frisdrank, broodjes met kaas of hesp en stukken taart of vlaai.
Wat je er moest voor betalen weet ik niet meer, maar wees maar zeker dat alles uitverkocht was op het einde van het bezoek.
De nonnen verdienden zo menig centje bij aan ons bezoek.


De zaal zelf had aan het einde een groot podium alwaar er toneel werd opgevoerd met bepaalde gelegendheden.
Die gelegendheden hadden zich voor mij nog niet voorgedaan, want ik was hier nog nooit geweest.

In het midden stonden netjes op een rij de tafels en de stoelen waar het bezoek mocht plaats nemen.
Ik keek rond maar zag in feite niets. Alles leek door mekaar heen te lopen op mijn netvlies.
De non gaf me een stevige duw in de goede richting.... en dan zag ik hen!

Mijn pleegmoeder kwam vrijwel nooit buiten, dus ik zag haar nooit anders dan met een oud kleed en een schort ervoor.
Nu zat haar haar netjes in de krul, zij had lippenstift op, en een outfit aan die ik nog nooit had gezien.
"Pa" had een hemd met das aan, iets dat hij ook enkel droeg bij speciale gelegenheden.
Mijn eerste gedachte was niet zo fraai want ik vroeg mij af waar ze plots het geld vandaan had om haar zo te kunnen uitdossen.
Zij stond op van haar stoel en ik kreeg een knuffel en een zoen.
Ik verstijfde, want ook dat was ik niet gewend.

Ik zou nog jaren verstijven bij elke lieve aanraking, dit ten gevolge van mijn liefdeloze jeugd ervaringen, maar dat besef had ik op dat moment nog niet.
Het leek er meer op dat ik hen afwees, en zo nam mijn pleegmoeder het ook op.
Maar ze sprak er mij toen niet over aan, ze deed net of ze het niet merkte.
Ook van mijn pleegvader kreeg ik een knuffel en een kus, hetgeen mij al beter beviel, maar ook niet helemaal van harte was.
Ik was het niet gewend om op die manier door hen te worden aangeraakt, en ik wist er mij geen raad mee.

Wat er allemaal is gezegd weet ik natuurlijk niet meer woord voor woord, maar het klonk allemaal heel vriendelijk en lief.
Ze hadden ook een tas met snoepgoed bij. Het was niet mijn favoriete snoepgoed, ze waren voortgegaan op de smaak van mijn pleegbroer, maar het was wel lief bedoeld.
Tegen het einde van het bezoek vroeg mijn pleegmoeder hoe ik zou vinden om terug bij hen te komen wonen.
Ik hoorde het in Keulen donderen, en wist niet wat te antwoorden.
Ik wou natuurlijk zo vlug mogelijk uit deze gevangenis, maar het liefst was ik terug naar het "home" gegaan.
Daar had ik zekerheid en geborgenheid.
Alles moest daar van twee kanten komen, maar dat deed het dan ook.
Het leven in het "home" verliep op eerlijkheid en vertrouwen langs beide zijde.

Mijn pleegmoeder wist mij te vertellen dat ik als proef eerst enkele keren op weekend zou komen.
Dat zou al heel vlug kunnen zei ze me.
Ik deed er nog steeds het zwijgen toe. Ik kon, ik wou niet geloven wat ik hoorde.
Doordat ik mij geen houding wist te geven kwam het over alsof ik liever bleef waar ik was.
"We praten er nog wel over, zei pa, als je op weekend komt.

Het bezoek was voorbij, en we gingen in stilte, twee aan twee terug naar boven.
Daar aangekomen moesten we onze tas met snoep afgeven, en moesten we naar de recreatiezaal.
Druppels gewijs begonnen de woorden van mijn pleegouders door te dringen.
En beetje bij beetje kwam er terug wat leven in mij.
Maar ik durfde het nog steeds niet geloven, de teleurstelling zou te erg zijn wanneer er nog maar eens niets van waar bleek te zijn.
Maar vooral was ik niet zeker dat het een goede zaak was dat ik terug ging. Doch in 'Cortona' blijven was ook geen optie.
Ik zou wel zien wat morgen zou brengen, eerst moesten de weekenden nog geregeld worden.
Dat was nu hetgeen ik naar uitkeek.
Niet naar mijn pleegouders an sich, maar naar de vrijheid, de straat en mijn vrienden.





Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
12-01-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.NIEUW BEGIN?
Klik op de afbeelding om de link te volgen Op een morgen wordt ik door de non van onze afdeling non uit de les gehaald.
Die lessen stelden trouwens niet veel voor. Als ik al gedacht en gehoopt had dat ik hier een opleiding zou vplgen, dan was ik er wel degelijk aan voor mijn moeite.
Het totale lessenpakket was op lager school niveau. Er wed veel meer aandacht besteed aan huishoudkunde, want de nonnen stoomden ons liever klaar om gedienstige, nederige, vrome vrouwen en moeders te worden.
(PING! De naam van die non schiet mij plotsklaps te binnen, zij noemde zuster Esmeralda)

Zodus, zuster Esmeralda haalt me uit de les. De sociale assistente, rechterhand van mijn toeziende voogd en procureur des Koning, wil met me praten.
De schrik slaat me om het hart want ik vrees dat men mij nog verder weg zal steken, naar nog een strenger instelling. Het doem beeld van de vrouwengevangenis in Brugge wordt ons regelmatig voor ogen gehouden. Ik zie anders geen enkele andere reden waarom dat mens met mij wil praten.

Wanneer ik in het kale kamertje binnenkom, heeft de dame reeds mijn dossier opengeslagen voor haar liggen. "Ga zitten" zegt ze heel kortaf.
Haar toon bevalt me niet. En zoals steeds wanneer men me af blaft voel ik de opstandigheid in me opborrelen.
Maar je mag het noodlot niet uitdagen heb ik geleerd, en dus ga ik gehoorzaam zitten.
Het is die machteloosheid die ik haat, en die mij in mijn verdere leven steeds parten zal blijven spelen.

"Je mag naar huis" zegt ze vlak en ik meen in haar toon te horen dat ze het daar helemaal niet mee eens is. Maar ze draait in elk geval niet rond de pot.
Waarschijnlijk heb ik haar met open mond zitten aanstaren. Dat was dan  ook het laatste wat ik uit haar mond verwacht had. Ik wist niet of mijn oren mij niet bedrogen, maar de s.a. ging onverstoord verder gaat zij verder.
"Je haalt goede resultaten hier in de klas, maar men heeft hier niet de mogelijkheden om je verder te onderwijzen."
"Je voogd is van mening dat je beter naar een buitenschool gaat, maar dat kan niet van hieruit."
"Je pleegouders gaan met de voorwaarden akkoord, en willen je terug opnemen in hun gezin."
"Er is een jeugdrechter aangesteld die je schoolresultaten maandelijks zal opvragen en je zult  elk kwartaal  bij hem moeten komen om je vorderingen te bespreken".
"Ik hoop dat je deze nieuwe en unieke kans gaat benutten, het gaat je wel."
En weg was ze....!

Zij had dit alle gezegd in een adem.
Geen woord over het hoe en wanneer.
Mijn pleegouders hadden ook niets laten weten.
Maar vooral twijfelde ik of ze met die voorwaarde akkoord gingen, en zo ja, waarom.
En welke school, welke richting?
Ik had meer dan twee jaar onderwijs gemist.
De lessen op het internaat telden niet mee want er werd meer gelet op je gedrag in de klas dan op je resultaten.

Terwijl  een non mij terug naar boven bracht, begon het heel langzaam tot mij door te dringen dat ik weldra vrij zou zijn.
Enerzijds was ik blij natuurlijk, maar anderzijds was ik bang.
Ik had reeds meer dan een jaar geleefd in een gemeenschap waarin ik mij geen zorgen hoefde maken.
Waar alles voor mij werd beslist. Enkel gehoorzamen was de boodschap en doen wat men je opdroeg zonder tegenspraak en zonder dralen.

Dat is niet makkelijk als je tiener bent.
Maar langs de andere kant werden vele zorgen je uit handen genomen.
Ik moest geen rekening houden met de buitenwereld. Ik moest niet beschaamd zijn voor mijn kleding, want niemand ging naar de laatste mode gekleed in het internaat.
Ik moest geen rekening houden met een wisselende gemoedsinstelling. Elke dag zag er immers hetzelfde uit.
De nonnen en de opvoedsters waren op dat vlak ook  op mekaar afgestemd.
Natuurlijk was ik blij dat men me loste , maar ik was ook bang voor hetgeen me bij mijn pleegouders te wachten stond.

Was het een nieuw begin, of was het een sprong in het diepe?
Ik zou het heel snel ondervinden!
Ik zou de drijfveer van mijn pleegouders heel vlug te weten komen.
Er zou nog veel ellende op mij afkomen.
Gelukkig wist ik dat toen nog niet.
Waarom hadden de deskundigen het niet kunnen voorzien.
Wie kreeg hier in feite een tweede kans?
©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
20-01-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE JEUGDRECHTER
Voor ik naar huis mocht moest ik eerst naar het Justitiepaleis om kennis te maken met de jeugdrechter. Een opvoedster van dienst begeleidde me.
De jeugdrechter leek me een vriendelijke man te zijn. Hij sprak niet uit de hoogte, stak ook geen donderpreken af, maar behandelde mij heel normaal.
“Jeugdrechter Maes” stelde hij zich kort en bondig voor. U bent mij toegewezen door uw toeziende voogd en u zal onder mijn toezicht staan tot uw eenentwintigste, liet hij me weten.

Hij vroeg me of ik het zag zitten om terug naar mijn pleegouders te gaan? "Tja, wat had je gedacht, dat ik liever bij die machtsgeile nonnen zat?" flitste er door mijn hoofd. Maar dat zei ik natuurlijk niet hardop. In de plaats knikte ietwat timide van, ja.
Je weet, vroeg hij, dat je terug naar school moet gaan en dit minstens tot je achttien bent? Weer knikte ik bevestigend.
Hij bekeek me over zijn donker omrande bril lang en onderzoekend aan. Mijn hart bontste in mijn keel en ik wist me geen houding te geven. Niettegenstaande hij me heel gemoedelijk aansprak vond ik het allemaal heel erg imponerend.
Bon, zei hij, dat is dan afgesproken. Het eerst volgende weekend verwachten je pleegouders je weer thuis. Ik wens je veel succes en hoop je hier nooit meer terug te moeten zien. Hij stond op en ging de kamer uit.

Een klerk kwam naar me toe, haalde een papier tevoorschijn dat ik moest tekenen zonder tijd te krijgen om het te lezen, en stopte het vervolgens in mijn dossier.

Dat dossier van mij had ondertussen al serieuze pproporties aangenomen en ik was nog steeds reuze benieuwd wat er allemaal in stond. Maar zoals ik reeds scchreef in een vorig item, ik heb er nooit de kans toe gekregen.

De opvoedster stond op en wij gingen naar buiten. Zij had blijkbaar nog niet veel zin om terug te keren naar het internaat en we gingen nog wat drinken in een café in de buurt. Zij een koffie en ik een Cola.
Het was bijna een jaar geleden dat ik nog een cola had geproefd. Hij smaakte heerlijk!

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
25-01-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE THUISKOMST
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Ik was weer bij mijn pleegouders.
De eerste dagen verliepen enigszins stroef.
Niemand sprak veel, het was voor iedereen een aanpassing.
Vrienden waren blij om mij terug te zien. Ze stelden weinig of geen vragen. Misschien durfden ze niet?
Er was vervreemding tussen ons. Hun interesse was niet meer de mijne. Ik was hen ontgroeid.
Liever hield ik mij op bij volwassenen.

Ook bij mijn pleegouders ging het vrijwel hetzelfde.
Er werden geen vragen gesteld.
Niet door mij en niet door hen.
Het was voor eens en altijd een uitgemaakte zaak dat ik het allemaal aan mezelf te danken had en ik sprak het reeds lang niet meer tegen.
Mijn visie op het gebeurde stak ik diep weg.
Het kostte me ook geen moeite meer om mijn gevoelens te onderdrukken want dat had ik reeds op jonge leeftijd goed onder de knie.
Ik liet me gewoon meedrijven met de stroom.
Geen mens die wist hoe ik innerlijk vocht om dit zo te houden. Geen mens  die het wat kon schelen.

Mijn toeziende voogd had beslist dat ik terug naar school moest.
Dat was de voorwaarde van mijn vrijlating.
Mijn pleegouders gingen er tot mijn grote verbazing mee akkoord.
Zelf was ik graag naar de handelsschool gegaan, maar dat was uitgesloten om volgende redenen....

....In de straat achter de hoek was een school, genaamd:  "De Villa".
Men kon er twee richtingen volgen, snit en naad en kinderverzorging.
Voor kinderverzorging kwam ik niet meer in aanmerking daar ik teveel jaren had gemist.
Het interesseerde mij ook niet.
Mijn pleegmoeder verklaarde in haar eigen stijl waarom ik geen handel kon gaan volgen.
Die school was enkel bereikbaar met het openbaar vervoer.
Eventueel ook met de fiets, maar die bezat ik niet meer. (Tiens, altijd al vergeten te vragen waar die gebleven was?)
Zij zei dat ik moest begrijpen dat dit reeds kosten zou meebrengen waar ze  de middelen niet voor hadden.
Kwam bij dat ik ook allerlei boeken zelf zou moeten aanschaffen, alsook een typemachine.
Mijn pleegbroer had immers ook een typemachine en twee van die dingen konden ze niet betalen, liet ze fijntjes weten. 
Bleef over de snit en naad opleiding.
Vermits ik in het internaat reeds een grote ervaring had opgedaan door het verplicht in mekaar stikken van pyjama's, was dat de beste optie.
Eveneens een positieve noot was dat mijn nichtje S. ook op die school zat en Ik in dezelfde klas als zij zou terechtkomen
Weliswaar was zij 2 jaar ouder dan ik. Maar door haar vele operaties en langdurig verblijf in diverse ziekenhuizen, moest ook zij lessen inhalen.

De grootste struikelblok voor mij was dat ik mij (alweer) alleen moest gaan aanmelden op de school.
Daarbij moest ik de aanbevelingsbrief van de jeugdrechter voorleggen, en mijn pleegmoeder wou die schande niet onder ogen zien.
In de school maakte men daarover wat bezwaren, want mijn pleegouders moesten toelating geven en papieren tekenen.
Dus werd er voor mij een uitzondering gemaakt en werden de papieren meegegeven zodat zij ze thuis konden tekenen. Het was geen goed begin, vond ik, want ik voelde me er toch weeral ongemakkelijk bij.
Op je zestiende ben je het liefst geen buitenbeentje.
Het tegenpruttelen van de secretaresse en haar röntgen blikken bezorgde me buikpijn.
Maar goed, ook dat slikte ik door.

Het eerste gedonder begon in de klas zelf.
Men was een rok aan het maken.
Die rok moest een verticale streep als design hebben en een bepaald soort stof zijn.
Die stof hadden de leerlingen kunnen aankopen via de school, maar daar ik midden op het schooljaar was komen binnenvallen, had men die stof niet meer in voorraad.
Geen nood zei de juf, wij hebben een contract met een welbepaalde winkel en daar kun je die stof nog gaan kopen.
De bewuste stoffenwinkel was gelegen op de "Herentalsebaan" en noemde "Paula".
Het was een tamelijke dure  kwaliteit stoffenwinkel.
Toen ik mijn pleegmoeder daarvan in kennis stelde was het op slag gedaan met haar kalmte en steigerde zij als vanouds.
Er waren goedkopere winkels... en die oude schaar die in de keukenla lag zou ook wel doen... patroonpapier had zijzelf nooit gebruit... bruin papier voldeed ook. Rood en blauw potlood om patronen te tekenen? Wat een flauwe kul allemaal!

Nichtje, alhoewel kleiner en freler dan ik, ging dapper in tegen de woordenstroom van pleeg-ma.
Zij kende natuurlijk niet de angst die ik voor haar had en zij had ook niets te verliezen.
Toch werden ook haar argumenten en verdedigingstactiek van tafel geveegd.

Het resultaat was dat ik met de oude schaar en een lap goedkope stof naar de klas trok.
Tot grote hilariteit van mijn medeleerlingen en de misprijzende blik van de juf.
De school werd opnieuw een lijdensweg.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
30-01-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ALLES GAAT ZIJN GANG.
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Mijn zestiende verjaardag ging in stilte voorbij. En ook mijn jeugd kabbelde in stilte verder.
De school was een grote fiasco.
Niet wat de algemene lessen betrof, want die kon ik vlot volgen.
Maar  het hoofdvak was andere koek.
Niet voldoende of juiste materiaal hetgeen tot een demotivatie leidde bij mij.
Wij hadden thuis geen naaimachine. En dat was toch een vereiste.
Alle stiksels werden door mij met de hand genaaid, maar dat was natuurlijk niet de bedoeling.
Dus moest al dat werk overdoen in de klas. Terwijl ging de leerkracht uiteraard verder met de andere leerlingen.
Hetgeen betekende dat ik die nieuwe technieken dan weer niet meekreeg. En dus raakte ik hopeloos achterop.
Het pleidooi van nichtje S. bracht ook al geen zoden aan de dijk.
Mijn pleegouders waren doof voor mijn noden. Op de naaimachine werken van nichtje kon wel af en toe, maar zij moest natuurlijk haar haar werk ook afkrijgen.

Weer voelde ik mij niet  happy op de school, en ik was blij dat het schooljaar ten einde was.
Tussen mij en mijn pleegouders ging alles relatief goed.
Ik vroeg of zei niets. Zij deden net hetzelfde.
Ook met mijn pleegbroer klikte het beter.
Sinds ik terug was zocht hij meer toenadering.
Met zijn kinderlijk, maar o zo venijnig getreiter, was hij gestopt.
Wanneer de zoon van mijn pleegzuster kwam logeren had ik het nog wel zwaar te verduren, toch hield pleegbroer zich bij die plagerijen steeds meer en meer afzijdig.
We maakten rustig ons huiswerk. Zelfs een gezelschapsspel brachten we tot een goed einde.
Dit alles kwam de sfeer ten goede.

Eén ding was nog steeds hetzelfde gebleven.
Mijn pleegbroer kreeg dure geschenken en nog duurdere kleding en schoeisel, terwijl ik aflatertjes droeg.
Een opmerking daarover maken deed ik niet. Tenslotte kende ik  het antwoord al.
Er was geen geld en ik moest dankbaar zijn.
En alles was me liever dan terugkeren naar het internaat.
Ik had mijn vrijheid veel te lief om die in de weegschaal te gooien.
Al was die vrijheid dan ook zeer relatief, want ik had vele klusjes te doen in huis.
Maar ook dat nam ik erbij en maakte er het beste van.

Mijn examen doorliep ik als in een roes.
Wat ik niet kon deed ik ook niet.
De helft van hetgeen ik op het examen te zien kreeg had ik gemist in de loop van het schooljaar.
Mijn blad was dan ook steeds vlug ingevuld.
Als je klaar was met je papier mocht je naar huis. Niet nodig zeker om te zeggen dat ik steevast één van de eerste was die het klaslokaal verliet?

Tot mijn grote verbazing was ik toch geslaagd.
Weliswaar met de hakken over de sloot, maar toch.
Ik kreeg de raad van de klastitularis om in de vakantie wat bijlessen te nemen.
Daar hadden mijn pleegouders geen oren naar wegens niet gratis.
Het kon mij allemaal niet zoveel schelen.
Het was vakantie en ik was vrij!

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
01-02-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SCHOOLMOE
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Het was vakantie!

Maar meer dan de klussen in huis doen en op straat wat rond lummelen was het niet.
De zus van mijn pleegvader woonde schuin tegenover ons.
Mijn pleegmoeder was er niet welkom wegens de zoveelste ruzie tussen die twee. Mijn pleegvader wel en Ik ging dan steeds met hem mee op bezoek.
De dochter des huizes was enkele jaren ouder dan ik.
Het waren veelal haar afdankertjes die ik kreeg.
Gelukkig was zij nogal modebewust en was haar kledij niet al te veel versleten. en Hoe ouder ik werd, hoe beter alles me paste.

Die dochter werkte reeds jaren op een drukkerij.
Die drukkerij was gelegen in weer een andere zijstraat van onze straat en dus op loopafstand bereikbaar.
Zij liet weten dat ze daar een loopjongen/meisje zochten.
Als ik interesseert was zou ze voor mij bij de baas een goed woordje doen.
Ik had er wel oren naar want de school zou toch weer  niets worden.
Je hebt nu éénmaal schoolgerief nodig wil je een beroep aanleren en dat was er niet voor mij.
Was er nooit geweest en zou er ook nooit zijn.
Met als steeds weerkerend excuus van mijn pleeg-ma: "Er is geen geld voor".
"Wij doen zo al genoeg voor je, en allemaal gratis".
Dat bleek later een grove leugen te zijn maar dat kon ik niet weten.
Dus, na een zeer kort overleg met mijn pleegmoeder, kreeg ik in een mum van tijd haar fiat. Of wat had je gedacht?
Ik op weg.

In de bewuste straat waren twee drukkerijen vlak naast elkaar.
In mijn wild enthousiasme stapte ik de eerste binnen .
Daar wist men van niets, maar het lot was mij gunstig gezind.
Maar de kantoor overste zag mij wel zitten en ik werd ik aangenomen.
Toen uiteindelijk bleek dat ik op de verkeerde drukkerij was gaan solliciteren was het te laat om nog te veranderen.
En tenslotte werk was werk he?

Ik moest de post sorteren en ronddragen.
Koffie maken en rond brengen.
Nieuwe formulieren halen naar het magazijn en uit delen, kortom, al hetgeen een kantoor hulpje zoal doet.
Het werk was voor mij een beetje een hemel op aarde want ik deed het allemaal ontzettend graag.
En het loon was ook redelijk.

Toen het tegen 1 september aanliep beslisten mijn pleegouders en ik dan ook om te blijven werken.
Enkel de school moest daarover worden ingelicht, alsmede de jeugdrechter.
Het eerste lieten mijn pleegouders aan mij over. Maar dat vormde geen probleem voor mij, dat had ik al zo vaak gedaan.
De school maakte er al evenmin een probleem van.
De secretaresse vulde de papieren in en de directrice  tekende ze.
Die papieren moesten nog worden opgestuurd naar de jeugdrechter maar daar zouden mijn pleegouders voor zorgen.

De drukkerij was mijn toevlucht.
Ik vond er vriendschap en genegenheid. Sommigen stelde wel eens vragen maar ik liet nooit het achterste van mijn tong zien.
Nog altijd in de veronderstelling dat alles wat gebeurd was door mijn eigen schuld kwam.
Dat was natuurlijk een zeer uitgekiende tactiek van mijn pleegmoeder om mij het zwijgen op te leggen.
En het werkte nog ook!
Mijn collega's moeten wel in de gaten hebben gehad dat het er bij mij "thuis" niet allemaal koosjer aan toe ging, maar ze zeiden er nooit wat van.

Ik was meer dan tevreden met die situatie.
Ik bracht geld binnen en dat stemde mijn pleegouders tevreden.
Het werk deed ik heel graag, en dat stemde mij tevreden.
Gaf mijn loon af zonder morren.
Het enige min puntje was dat het nog steeds niet genoeg scheen te zijn voor mijn pleegmoeder.
Want iets nieuw voor mij kon er enkel af in de allerhoogste nood.
En ik moest zelf mijn was en strijk blijven doen.
Moest in de weekends helpen poetsen.
Meestal moest ik de gang en de straat doen, maar dat deed ik graag.
Zo kon ik een praatje maken met al diegenen die de deur passeerden.
En eindelijk begon ik te geloven dat het leven mooi kon zijn. Ook voor mij.
©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
07-02-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EERSTE LIEFDE
Klik op de afbeelding om de link te volgen Reeds enkele maanden was ik aan het werk op de drukkerij en het beviel mij daar prima.
Het was bijna Nieuwjaar en mijn leven zou nog maar eens een andere wending krijgen.

Op oudejaarsavond was er in de harmonie waar ik majorette was geweest, steeds een bal, en ik werd ook uitgenodigd.
Het verbaasde mi enigszins, maar ik mocht er naartoe  gaan van mijn pleegmoeder.
Meer zelfs!
Ik mocht naar de kapper en kreeg een nieuw kleedje en schoenen.
Ik voelde mij de koning te rijk.

Daar de harmonie slechts enkele huizen verderop was  moest ik zelfs niet op een bepaald uur terug zijn.
Het was fijn om al die mensen terug te zien waar ik zo'n fijne momenten mee had beleeft.
De meesten waren van mijn thuissituatie op de hoogte en dus moest ik niet al teveel vervelende vragen beantwoorden.

R. was er ook.
Hij speelde in de harmonie op de klaroen.
Vaak had ik met hem staan gekscheren, maar als liefdes kandidaat had ik hem nooit bekeken.
Wellicht omdat hij zes jaar ouder was dan ik en ik als prille tiener hem toen een "oude" vent vond.
Maar met mijn zestien en acht maanden, en met de ervaring die ik achter de rug had, bekeek ik hem anders.
Hij noemde me steeds "blondje", en zo vroeg hij mij ook dan ten dans.
" He Blondje, wil je met me dansen?" Ik hoor het hem nog vragen.
En dit blondje, zei ja.
Wanneer de vonk nu precies is overgeslagen zou ik niet meer kunnen zeggen. Feit is, hij werd mijn eerste grote liefde.

R. had een auto.
Een knalgele Volkswagen-kever.
En geloof me, we hadden er veel bekijks mee.
Dat was R ten voeten uit, een lieve ietwat introverte man die zich af en toe door iets extravagant liet opvallen.
Zo kwam hij mij eens ophalen voor een ritje naar het Zilvermeer in Mol.
Hij droeg een gifgroene bloemmetjes broek met daarboven  een knalrood hemd waar hij de mouwen van had afgeknipt.
Ik stikte bijna van het lachen toen ik hem zo zag. Maar hij gaf geen krimp en deed alsof hij in z'n zondags kostuum aanhad,
Zo was R. dus.
Gelukkig had hij zo maar af en toe van die rare uitschieters, en dat maakte het nu juist zo plezant.

Mijn pleegouders konden het goed vinden met R. Hij was iets meer terughoudend tegenover hen.
Hij vond dat er een kilte sfeer in huis hing hoewel hij op dat ogenblik nog niets afwist van de ganse situatie.
Maar van in het begin merkte hij verbaasd op dat mijn pleegouders niet van me hielden.
Ik was eerder verbaasd over zijn opmerkingsgave, want mij viel het niet meer op.
Ik was al lang blij dat mijn pleegmoeder mij niet meer sloeg.
Scheldnamen en scheldwoorden liet ze ook meestal achterwege sinds ik terug was uit het internaat.
Vreemd genoeg heb ik die opmerking over die kilte tussen hen en mij later nog een paar keer horen zeggen van anderen die met mijn pleegouders in contact kwamen.

R. was enig kind en werd op handen gedragen door zijn ouders. En dat was wederkerig.
Met R's ouders had ik nog niet echt kennis gemaakt.
R. sprak zijn moeder vaak aan met haar voornaam, wetende dat hij haar daar mee op de kast joeg.
Zij gaf hem dan speels een tik tegen zijn hoofd, en hij dook dan lachend weg.
Ik was een beetje jaloers op de goede verstandhouding die R. met zijn ouders had, maar vooral miste ik de liefde die er tussen hen was.  Iets wat ik niet kende.

R. antwoordde steeds een beetje terughoudend op mijn vraag waarom hij me niet voorstelde aan hen.
Meestal kreeg ik te horen, "dan gaan ze zich bemoeien en is de pret eraf".
Ik begreep het wel niet maar zat er ook niet echt mee.
We maakten plezier en het leven was mooi.
Hij was stapel op me. En ik op hem.
Dat was voor mij een nieuwe ervaring en meteen ook een grote stap.
Want ik vertrouwde maar heel weinig mensen. Maar tegenover R. voelde ik geen greintje wantrouwen.
Dat was liefde! Mijn eerste grote liefde.
©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
12-02-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EERSTE LIEFDE 2
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Ik beleefde een heerlijke tijd met R.
Doordat hij een auto bezat kwam ik op plaatsen waar ik nog nooit was geweest.
We bleven wel in België natuurlijk, want zo groot was zijn budget nu ook weer niet.
Maar we gingen een dagje naar zee. Of naar de Ardennen.
R. had een vriend die een manege had. Daar bleek dat ik doodsbang was voor paarden.
We gingen naar de Drive-in bioscoop. En naar dancing “De Fauna" (een dancing in Schilde).
Hij leerde mij top-biljart spelen en liet mij af en toe winnen. De schat!
Kortom, een leuke tijd.
Maar toch niet helemaal zorg vrij!

 Met mijn pleegmoeder kon ik kortelings zo nu en dan een normaal gesprek voeren.
En daarom durfde ik al eens een vraag stellen over mijn echte moeder.
Zo kwam ik te weten dat mijn grootmoeder langs moederskant in Antwerpen woonde.
Dat mijn moeder mij wel was komen bezoeken toen ik nog een baby was en de eerste maanden wel voor me had betaald.
Het waren maar kleine dingen, maar ze betekende veel voor mij.
Want ik bleef er naar verlangen om mijn moeder te ontmoeten.

Bij de ouders van R. mocht ik niet binnen.
Ik kwam uit een verbeteringsgesticht zoals ze het noemden, dus ik deugde niet.
R. zei me dat ik geduld moest hebben, dat ze wel zouden bijdraaien.
Maar ik had zoiets van, als jullie mij niet moeten, dan ik jullie ook niet.
Tja, ik was jong, en door al mijn nare ervaringen was ik nogal categoriek in mijn oordeel over mensen.
Kwam bij dat ze niet eens de moeite deden om de waarheid te achterhalen.
Het maakte me boos en verdrietig tegelijk.

Telkens we in het weekend ergens naartoe reden  kreeg R. een hele boel goede raad mee van zijn moeder.
Zo mocht hij zich niet laten verleiden door mij om seks te hebben.
“Laat je door haar je kop niet zot maken” zei ze dan.
“Want als ze zwanger wordt hang je vast”.
Maar het was R. die op seks aandrong! En het was ik die  angst had om zwanger te worden!
Want 'De pil' kregen jonge meisjes toen niet van de dokter. We zouden ze ook niet hebben durven vragen.

Bij mijn pleegmoeder kon niet terecht met vragen over seks.
Ik had het één keer geprobeerd en kreeg meteen de kous op mijn kop.
“Je bent al net zo'n hoer als je moeder en grootmoeder” beet ze me toe.
En dat was dus meteen mijn eerste en laatste vraag die ik haar daaromtrent over stelde.

Al wat ik wist over seks had ik van horen zeggen.
Van de meisjes uit het home en internaat enerzijds, en van de vrouwen op de fabriek anderzijds.
Dus het bleef tussen R. en mij bij wat geflikflooi, want ik hield de boot af.
Maar toch was ik de slang in de ogen van de moeder van R. We kregen er onze eerste ruzie over maar die duurde niet lang. Het daarna weer bijleggen was heel plezant!

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
15-02-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DESKUNDIGHEID
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Chia schreef in een reactie: “Op mijn zeventiende was ik nog een baby”!
Wel, ik ben een beetje jaloers op haar “baby fase”.
Door al de nare ervaringen die ik had meegemaakt.
was ik reeds lange tijd volwassen. ik moest moest wel!.
Ik had geen onbevangen kind of tiener mogen zijn, het werd mij niet toegelaten.

Tussen mijn zestiende en zeventiende deden zich weer feiten voor die mij al gauw in één klap enkele jaren ouder deden worden.
Er was de eerste liefde en tegelijk de eerste ontgoocheling.
Er was de zoveelste ontgoocheling in mijn pleegouders. Maar dat had ik halvelings ingecalculeerd.
Maar er was ook de ontgoocheling in volwassenen waarvan ik het niet verwacht had.
En vooral was er de ontgoocheling van diegene waar ik het meest naar verlangde.
Die van mijn eigen echte moeder.

Hoezeer mijn pleegmoeder ook haar best deed om bij elke gelegenheid die zich voordeed mijn biologische moeder de grond in te boren, ik bleef in haar geloven en verlangen.
Ik zou en moest haar vinden.
Wou haar met mezelf confronteren.
Geloofde rotsvast dat wanneer ze mij zou zien alles goed zou komen.

Neen, ik was geen onwetend kind op mijn zestiende.
Maar integendeel een ervaringsdeskundige.
Deskundig in de ervaring met de slechtste kanten van de mens.
Met de ervaring van de onkunde van diegene die volgens hun statuut verstand zouden moeten hebben van kinderen in mijn situatie.
Ervaring met het onbegrip en laksheid van zovelen.
Het was geen prettige ervaring!

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
16-02-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TURBULENT JAAR (1)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Er gebeurden tussen mijn zestiende en zeventiende jaar zoveel dat ik echt mijn hersenen hoor kraken bij de pogingen alles in chronologische volgorde te plaatsen.
PffffT…amaai wat een zin!

Hoe meer het jaar naar mijn zeventiende verjaardag liep, hoe chaotischer mijn leven weer werd.
Wanneer de aandachtige lezer in mijn schrijfsels dus moest constateren dat sommige gebeurtenissen door elkaar lopen, dan heeft hij/zij waarschijnlijk nog gelijk ook.
Maar laat mij proberen te beginnen met het begin.

Het werk op de drukkerij liep nog steeds heel vlotjes. De liefde tussen R. en mij was nog steeds heel groot.
Zijn ouders bleven eveneens halsstarrig weigeren mij te aanvaarden. Al mocht ik sinds kort af en  binnenkomen.
Dat was gekomen doordat we in de winter vaak een potje zaten te vrijen in de auto. Kwestie van ons warm te houden he!.
R. liet dan de motor draaien en dat kostte natuurlijk benzine'.
Vermits zijn ouders die benzine betaalden omdat hij ook per auto ging werken, voelden ze dat in hun geldbeugel.
Dat R. zijn volledige loon op zijn 23e nog steeds braaf afgaf vond iedereen in die tijd normaal. Hij woonde tenslotte nog thuis en kostgangers  hield men toen niet.
Daarom mochten we in de winter al eens in de voorkamer zitten, want die werd toch niet gebruikt.
En zo had ik al een beetje een voet in huis.

R. noemde zijn moeder Jeanneke, en zijn vader, Flup.
Het was een speels plagerijtje tussen hen.
Op een zondagmiddag werd ik door zijn ouders onverwachts uitgenodigd om te komen eten.
Ze lieten mij meteen weten dat dit geen wekelijkse gewoonte zou worden, maar dat ze anders hun zoon in het weekend niet meer te zien kregen.

Ik noemde de moeder van R. ook altijd, Jeanneke. Niet rechtstreeks tegen haar natuurlijk, maar in een gesprek met R.
Maar ze had het gehoord en meteen werd mij diets gemaakt dat ze dit van mij niet tolereerde.
Dat ik haar Madame...(familienaam) moest noemen
Zo waren er vele kleine schermutselingen die er allemaal op duidden dat ze mij afwezen.
De vader van R. was iets toleranter naar mij toe, maar dan alleen als zijn vrouw niet in de buurt was.

 R. bezat een Duitse Herdershond, Jackie genaamd. Echt waar hoor bojako!
Het beestje was al vrij oud en vrij jaloers. Kwam bij dat ik een grote angst had opgelopen door de ervaring met onze hond en dat het beest dat scheen te ruiken.
Voor we aan tafel gingen zaten R. en ik wat te keuvelen in de salon met de hond tussen ons in.
Dat vond Jeanneke prima want telkens ik bewoog begon de hond zacht te grommen. 
Geen handjes vasthouden, en al zeker geen kusje, want de hond tolereerde het niet.
In een onoplettend moment stak ik toch mijn hand uit naar R. en meteen had de hond mij vast.
Zonder verwittiging en snel als de bliksem.
Iedereen schrok daar erg van en R. bedaarde in paniek de hond. Ik  keek in paniek naar mijn bloedende hand.

Uit dit voorval kwam ook iets goed uit.
Was het omdat zij een beetje medelijden met me had? Maar telkens wanneer ik mocht komen eten maakte ze iets klaar dat ik graag lustte.
Maar het bleef allemaal heel afstandelijk en ik heb met hen nooit een close band gehad.
Veeleer zagen ze in mij een bedreiging voor hun zoon.
Een bedreiging omdat zij meenden  ik een slechte invloed had op hem. Omdat hij steeds vaker uit huis was.
Feit was ook dat de moeder van R. nog heel vaak contact had met zijn vorig meisje.  Ze hadden veel liever gezien dat hij voor haar had gekozen in plaats van voor mij.

Ze wilden maar niet inzien dat R. oud en wijs genoeg was om te weten wat hij wilde. En hij wilde mij, of zijn ouders dit nu graag hadden, of niet.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
22-02-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TURBULENT JAAR 2
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Nog steeds in datzelfde jaar zouden  bepaalde feiten in een razend tempo op me afkomen.

De relatie met de ouders van R. bleef afstandelijk.
Hoe meer R. en ik naar elkaar toegroeiden, hoe meer ze mij schenen te misprijzen.

Wanneer ik op zondag al eens mocht blijven eten vroegen ze mij honderd uit over mijn pleegouders, en over het internaat....enz.
Maar zoals ik al zo vaak schreef, ik vertrouwde niemand voldoende om veel te vertellen.
Dat dit een zekere achterdocht opwekte daarvan was ik mij toen niet bewust natuurlijk.
Misschien... wanneer men wat harder geprobeerd had om mij te begrijpen....misschien wanneer men we wat meer tijd had gegeven om vertrouwen op te bouwen....misschien dan.

Het was zondagavond en R. wilde mij naar huis voeren. De auto stond geparkeerd  voor zijn ouderlijke woonst en tussen twee auto's in. We zaten nog wat te praten toen we plots een andere auto in volle vaart  recht op ons af zagen komen. De chauffeur van die wagen had in de schuin tegenover liggende bar flink zitten pintelieren.  Ik zie het nog voor mijn ogen gebeuren.
De klap was enorm.

R. werd beschermd door zijn stuur maar ik sloeg met mijn hoofd op het dashboard.
Gevolg was een flinke jaap onder mijn kin.
Ik bloedde als een rund.
Wat er dan vervolgens juist is gebeurd weet ik niet zo goed meer.
De politie kwam en de ziekenwagen.
En er stond massa volk te gapen.

 De snede onder mijn kin moest worden genaaid.
Mijn neus bleek gebroken en mijn rechter pols vermoedde men.
Dat laatste was gelukkig niet zo, zoals later bleek, maar ik moest toch een steun verband dragen.

Terwijl men met mij naar het ziekenhuis reed, bleef R. achter om alle formaliteiten te vervullen.
Toen ik ’s avonds laat bij mijn pleegouders toekwam, wisten die nog van niets.
Achteraf is daar nog een hele heisa rond geweest tussen zijn ouders en mij, want de moeder van R. had verwacht dat ik terug zou komen naar hen.
Zij vond dat ik dat had moeten doen.
Ik was echter teveel van de kaart om rationeel te kunnen denken of handelen.
En heel stiekem had ik gehoopt dat R. naar mij zou toekomen, maar die was op dat moment ook helemaal ondersteboven van het ongeval

 Mijn pleegouders waren niet blij.
Niet om mijn verwondingen, maar omdat ik niet zou kunnen werken.
En vooral omdat ze voor niet in orde waren met het ziekenfonds.
Er werd mij gezegd dat ik toch moest proberen om te gaan werken.
Maar de baas stuurde mij linea recta terug naar huis.
Ik zag er ook niet uit echt presentabel uit! Mijn gezicht en hals zagen blauw.
Mijn arm lag in een draagverband. Bovendien had ik barstende hoofdpijn.
Mijn collega’s schrokken zich rot toen ze mij zagen.
Tja, de aanblik was niet mooi.

Thuis was er niemand die zich afvroeg hoe ik mij voelde bij het bekijken van mijn gezicht in de spiegel.
Hoe ik mij voelde met die lelijke snee op mijn kin dat voorgoed een lelijk litteken zou blijven. Iets dat elk jong meisje erg van streek zou maken, toch?

Van toen af ging alles weer als in een stroomversnelling.
Er zijn flarden van het gebeurde die me steeds zullen bijblijven of die sporadisch in me opkomen, maar er zijn en blijven ook veel hiaten.
De kettingreactie van gebeurtenissen die hierop  zouden volgenden zal ik echter nooit meer vergeten.

©Huismusje


 


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
23-02-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.NIEUWE DROOM
Klik op de afbeelding om de link te volgen

De verstandhouding met mijn pleegouders nam weer beetje bij beetje af.
Voor mijn werk moest ik allerlei papieren in orde maken. En daar knelde nu net het schoentje.
Ik was niet verzekerd, stond niet ingeschreven bij het ziekenfonds.
Het was nog maar eens een volwassenen probleem dat ik als jeugdige tiener mocht proberen op te lossen.

Mede door de raadgevingen van de ouders van R. stelde ik penibele vragen aan mijn pleegouders.
Vragen waar ik steeds meer en meer een bitsige repliek op kreeg.
“Waar bemoeien die mensen zich mee” vroeg mijn pleegmoeder?
Toen ik haar antwoordde dat de verzekering van R. die papieren nodig had om de schadevergoeding te kunnen uitbetalen, haalde ze haar schouders op.
Ook mijn baas was niet tevreden met mijn uitleg, want ook zij kwamen in de problemen met de sociale wetten.
Steeds vaker en vaker kreeg ik dan als antwoord “Zoek je moeder en ga haar lastig vallen”!

 Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik me ook niet echt met die papierwinkel bezig hield.
Kwam bij dat R. en ik nu extra vrije tijd hadden die ik veel liever op een andere manier invulde dan bezig te zijn met een administratie waar ik totaal geen kennis van had .

 Waar ik mij wel degelijk voor inzette was naar het op zoek gaan van mijn “echte” moeder.
Meer en meer werd het verlangen naar haar hardnekkiger.
De dagdromen die ik over haar had werden steeds mooie.
Stap voor stap kwam ik verder in mijn zoektocht naar haar.
R. en ik liepen de district huizen en politiebureaus plat.
Uiteindelijk kwamen we terecht bij het C.O.O. (commissie van openbare onderstand), het OCMW van nu.

En daar gingen de poppen aan het dansen!
Men vroeg daar mijn ganse levensloop, en ik beantwoorde die naar waarheid.
Ik had daarbij slechts één doel voor ogen, het vinden van mijn moeder.
Wat de gevolgen zouden kunnen zijn voor mijn pleegouders of voor mij, was iets waar ik niet bij stilstond.
Had er ook geen flauw benul van.

En ik boekte resultaat!
Na verschillende adressen te hebben doorgekregen van zowel van binnen als buitenland.... en dito namen van voor mij onbekende familieleden…kreeg ik uiteindelijk het adres van van mijn “moeder” te pakken.

Ik was door het dolle heen!
Eindelijk zou ik haar ontmoeten.
Vanaf nu zou het leven mooi worden voor mij.
Wat zou ze blij zijn dat ze mij zag!
In mijn fantasie en dromen was alles al in kannen en kruiken.
Ik vertelde het geboekte resultaat aan mijn pleegouders met enige schroom. Want ergens voelde ik het aan als verraad tegenover hen. Niettegenstaande zij mij er toe aangezet hadden. Niettegenstaande ik wist dat ze me liever niet, dan wel, zagen

Die onthaalde dit nieuws niet zo prettig.
Stellig waren zij zich bewuster van de eventuele gevolgen dan ik.
Mijn pleegmoeder barstte dan ook meteen uit in hoongelach.
Liet mij op schampere toon weten dat ik nu eindelijk de waarheid onder ogen zou krijgen.
Dat ik de ware aard van mijn moeder nu zou leren kennen.
Maar het deerde mij allemaal niet.
Ik had een lang gekoesterde droom kunnen waarmaken
En ik droomde een heel eind weg.
©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
02-03-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MIJN FENIKS 1
Klik op de afbeelding om de link te volgen

De meeste tieners krijgen het al wel eens aan de stok met hun ouders.
Meestal is de moeder dan kop van jut daar zij een ietsje meer aanwezig is bij de opvoeding dan de vader.
Maar iedere tiener weet ook dat in nood  hij/zij steeds op diezelfde moeder kan rekenen.
En dat geloofde ik ook!

R. en ik hadden besloten om mijn moeder te gaan opzoeken zonder enige verwittiging.
Wij wilden de verrassing compleet maken. Haar voor een voldongen feit zetten, zeg maar.
We wilden ten alle kosten vermijden dat we op voorhand zouden worden afgescheept.

Ik geloofde rotsvast dat mijn moeder blij zou zijn om mij te zien.
Dat ze een plausibele uitleg zou kunnen geven waarom ze mij nooit was komen opzoeken. En vooral waarom ze mij had achtergelaten?
Tenslotte had ik recht op wat uitleg was ik van mening.
Eventueel zou ik haar vragen naar mijn vader, maar dat was niet mijn prioriteit.
Vreemd genoeg is het dat ook nooit geweest.

We kwamen te weten dat mijn moeder niet eens zo ver weg woonde.
Zij woonde zelfs in dezelfde gemeente als mijn pleegouders.
Maar dan wel in een veel chiquere buurt.
Een omgeving waar de duurdere appartementen en huizen te vinden waren.
Dat gaf mij al goede hoop.
Want als zij zich die dure behuizing kon permitteren zou het haar wel goed gaan.
Of zij gehuwd was….? Of ze nog kinderen had….? Of haar eventuele partner op de hoogte was over mij….?
Het waren vragen waar ik in al mijn overmoed en impulsiviteit niet bij stilstond.
Ik had maar één doel en dat was haar zo vlug mogelijk ontmoeten.

Op een zaterdag was het dan zover.
R. en ik reden zonder iemand te verwittigen naar het bewuste adres.
Daar aangekomen gierden de zenuwen door mijn keel.
Tegelijkertijd was ik ook zeer zelfzeker.
Toen ik haar naam (mijn familienaam) op de deurbel las klopte mijn hart bijna tweemaal zo vlug als normaal.
Volgens de positie van de deurbel woonde mijn moeder op het vierde verdiep.
Toen ik naar boven keek zag ik een vrouw die bezig was met de ramen te lappen.
Tegelijkertijd keek die vrouw naar mij.
Het was een magisch moment. Het leek of de wereld even stilstond.
Tot op de dag van vandaag kan ik dat moment van toen, seconde per seconde voor mijn geest halen.
Het staat in mijn geheugen gebrand.

Ik wist dat die vrouw mijn moeder was.
R. had zo zijn twijfels en liet dat ook blijken. Maar ik twijfelde geen moment. Het waarom kan ik echter niet verklaren. Maar toen ik mijn vinger op de bel drukte wist ik dat die vrouw van de ladder zou stappen om de deur te openen.
En zo was het ook.
Eindelijk, dacht ik...

...Vanaf nu kan er mij niets meer gebeuren. Vanaf nu komt alles goed!
Dat geloofde ik vast!
Zij was mijn eigenste Feniks.
Herrezen uit de grijze as.
Dat je aan hete as je vingers lelijk kunt branden was iets waar ik niet aan dacht...!

©Huismusje



Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
03-03-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MIJN FENIKS 2
Klik op de afbeelding om de link te volgen Toen de deur automatisch geopend werd kwamen R. en ik in een mooie inkomhal.
Mooie betegelde vloer, een lange oper op de vloer en een reusachtige spiegel met majestueuze kader tegen de witte bepleisterde muur.
We gingen met de lift naar boven. (Ook al iets dat ik niet vaak zag in de kringen waarin ik vertoefde.)
Boven aangekomen stond mijn moeder ons op te wachten.
Ik kan niet beschrijven welk gevoel er door mij heenging toen ik haar zag staan. Ik vond haar de knapste vrouw die ik  ooit in mijn leven had gezien.
Mijn pleegmoeder zag ik immers vrijwel nooit anders dan met een schort.
Deze vrouw leek net op weg te zijn naar een feest.

Ik wist niet goed wat zeggen of doen.
Mijn hart klopte nog steeds tegen tweehonderd per uur.
Maar zij loste het op voor mij.
”Dag schatteke” zei ze. Ik kreeg een knuffel en een zoen.

Ik kon mij met de beste wil van de wereld niet verroeren. Stond als aan de grond genageld en kon geen woord uit mijn strot krijgen.

Ik voelde tranen prikken achter mijn ogen maar wist ze terug te dringen.
Ik was tenslotte kampioen in het camoufleren van mijn gevoelens.
Dat ik daarbij koel en afstandelijk overkwam besefte ik niet.
Trouwens, dat probleem stelt zich al gans mijn leven.

Mensen die mij maar oppervlakkig kennen vinden mij, in het beste geval, een zuurpruim.

Mijn moeder leidde ons naar de living. Ook daar vielen mijn ogen bijna uit mijn kop.
Alles was supermodern en luxueus ingericht.
Inclusief twee reusachtige aquariums en gordijnen die open en dicht schoven door een druk op een knop.
Ook de stereo en de tv werden met een knopje verborgen of tevoorschijn getoverd.
Maar wat mij het meest verbaasde waren de twee kinderen die ook aanwezig waren.

Mijn moeder stelde ze aan mij voor als mijn halfbroer en halfzus.
Maar melde mij gelijk in één adem dat ze niet van mijn bestaan op de hoogte waren en dat dit ook zo moest blijven.
Althans toch voor nu. Ik werd dus voorgesteld aan hen als een nichtje van haar.

Mijn halfbroer noemde Jean-Claude en mijn halfzus Jacqueline.
Zij waren respectievelijk twaalf en drie jaar oud.
JC was op internaat en was enkel in de vakantie thuis.
J. woonde bij haar want de man waar ze op dat moment mee samen was, was de vader van J.
Moeder liet mij weten dat ik niet lang kon blijven daar ze binnen enkele uren zou moeten  gaan werken.
Zij werkte in Brussel.
Zij werkte ’s nachts. Meestal ging ze daar naartoe met de trein. aar omdat ik op bezoek was en omdat ze me niet meteen terug de deur wou wijzen, ging ze per uitzondering maar met de auto, vertelde ze me.
Die auto was een witte Triumph.

Het was allemaal heel overweldigend en indrukwekkend wat ik die dag te zien ente  verwerken kreeg.
En er zou nog veel meer komen

Copyright ©

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
07-03-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MOEDERLIEFDE?
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Het bezoek aan mijn moeder had een diepe indruk nagelaten.
Toen ik ’s avonds met R. terug naar mijn pleegouders reed zat ik met mijn hoofd nog steeds in een dikke mist.
(Nee het is geen spraakverwarring van "met m’n hoofd in de wolken zitten" het was dikke pappige mist.)
Zovele gedachten schoten er door mijn hoofd, zovele vragen die ik nog niet had gesteld.
En vele vragen die ik wel had gesteld en waar ik geen of een ontwijkend antwoord op had gekregen.
Kortom, heel veel wijzer was ik door dat bezoek niet geworden.

Akkoord, ik had voor de eerste maal in zeventien jaar mijn moeder in levende lijve gezien.
Ook werd ik geconfronteerd met het feit dat ik nog een halfbroer en een halfzus had.
Dat feit alleen al riep bij mij vele vragen op.
Zoals de meest voor de hand liggende vraag: “Waarom zij twee wel, en ik niet”?
Mijn vader was niet de vader van mijn halfbroer, en de vader van mijn halfzus was niet de vader van ons beide.
Mijn moeder was met geen enkele van de bewuste vaders getrouwd. Wij droegen  alle drie moeders naam. Dat was het enige dat we gemeen hadden, onze moeder en haar naam.

Mijn moeder was lief en vriendelijk tegen me geweest, maar niets liet uitschijnen dat ze voortaan voor mij zou zorgen.
Wanneer ik haar iets wou vertellen over mijn leven bij mijn pleegouders werd het gesprek vlug een andere richting uitgestuurd.
Veeleer leek het op een leuk treffen tussen twee kennissen die elkaar een tijdje niet hadden gezien.
Er was zelfs geen afspraak gemaakt voor een volgend bezoek!

R. vond dat ik teveel piekerde.
Hij was helemaal weg van mijn moeder.
Vond haar een vlotte en toffe vrouw.
Tja, ik moet het haar na geven, mannen kon ze rond haar vinger draaien als geen ander..
Kwam bij dat mijn moeder op dat moment ook nog vrij jong was, al bezag ik dat als tiener iets anders.
Maar feit was wel dat ze een pak jonger was dan mijn pleegmoeder, en twee pakken jonger dan R’s. moeder.
Mijn moeder was op dat ogenblik drieëndertig jaar oud.

Bij mijn pleegouders werd ik ook al niet hartelijk ontvangen.
”Ma” vroeg mij ten honderd uit over van alles en nog wat. En bij elk positief antwoord dat ik gaf werd de trek om haar mond bitter en haar repliek schamper.
Maar ik was zo vol van mijn moeder en het feit dat ik haar eindelijk had ontmoet, dat ik op die signalen geen acht sloeg.
Dat was zeer dom van me, want dat zou me nog zuur opbreken.
Ik zag niet hoe de dollar tekens in haar ogen verschenen toen ik mijn moeders woonst beschreef.
Hoe het vuur uit haar ogen schoot toen ik haar zei hoe mooi mijn moeder wel was en hoe mooi ze gekleed ging.
Ik schonk geen aandacht aan het feit dat ze telkens weer opsprong om naar de keuken achter een schoteldoek te gaan om de tafel mee schoon te vegen hoewel dat niet nodig was. Ik was trots omdat  mijn moeder in een sportwagen reed en in Brussel werkte.
Ik was zo vol van al die feiten dat ik maar door kletste  zonder acht te slaan op al die tekenen.

Nu begrijp ik dat ik haar op dat moment geweldig pijn heb gedaan.
Dat ik ondanks alles zeer ondankbaar overkwam.
Ik hield geen rekening met haar gevoelens.
Stond niet stil bij het feit dat niettegenstaande alle ellende, zij het was die mij had grootgebracht en niet mijn eigen moeder.
Dat ze het liefdeloos had gedaan is een feit, maar zelf  zag ze dat uiteraard totaal anders.

Dat ongeacht alles, ik toch van haar hield.
Het was iets dat ze nooit heeft ingezien en nooit heeft bij stil gestaan. Of nooit heeft willen weten? Of misschien was ze wel onmachtig om liefde te herkennen?                                                                      De moeder van R. reageerde wel positief.Maar zij had dan weer een ander doel. Zij hoopte dat ik vanaf nu een andere weg zou inslaan waarbij ze haar lieve zoontje weer voor zich alleen zou hebben.

En ik zou ook een andere weg inslaan.
Niet omdat ik het wou, omdat het buiten mij om gebeurde.
Omdat ik voor de zoveelste maal een speelbal werd van mensen die enkel rekening hielde met zichzelf.
Omdat ik voor de zoveelste maal tegen een enorme desillusie aanliep. Met nog maar eens desastreuze gevolgen voor mij.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
14-03-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DOOS VAN PADORA
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Door mijn geestdrift over het ontmoeten van mijn moeder, opende ik de doos van Pandora.
Wanneer ik dacht reeds het allerslechtste van mijn pleegmoeder te hebben meegemaakt, was ik verschrikkelijk naïef.
Mijn enthousiasme bracht haar in alle staten.
Eén ding had ze echter beter in de hand dan vroeger.
Toen zou ze haar razernij meteen hebben botgevierd op mij.
Nu hield ze zich in en beredeneerde heel tactisch haar volgende zet.
Dit was erger want ik zag de bui niet aankomen.
De reden dat ze zichzelf in de hand hield lag bij het feit dat ik werkte en geld binnenbracht.
En dat wou ze natuurlijk niet verliezen.

Dus ging ik vrolijk elke dag naar het werk.
Maar daar maakte men voortdurend moeilijkheden omdat ik niet aangesloten bleek bij het ziekenfonds.
Papieren die moesten worden ingevuld voor de verzekering van het werk werden door mijn pleegouders terzijde geschoven.
Mijn baas was een lieve man en ontzag me zoveel als mogelijk, maar hij moest zich ook aan de wet houden.

Op een dag moest ik op zijn kantoor komen.
Daar liet hij mij weten dat wanneer ik binnen veertien dagen niet in regel zou zijn, hij mij zou moeten ontslaan.
Dan zou ik tijdens mijn ziekte periode ten gevolge van het auto-ongeluk ongewettigd afwezig zijn geweest.
En dat was iets dat hij niet kon goed praten tegenover de grote baas.

Toen ik dat “thuis” liet weten werd het stil, heel stil.
Mijn pleegvader zei:”Hier moet een oplossing voor komen”.
Mijn pleegmoeder antwoordde: “Die heb ik al”.
En nog steeds was ik mij van geen kwaad bewust.
Tot op een zaterdagmiddag aan de de voordeur werd gebeld.
Vermits het mijn taak was om open te gaan (in geval het de melkboer, groenteboer of bakker was die de rekening kwam ontvangen en die ik dan met één of andere smoes moest afwimpelen) ging ik met een klein hartje opendoen.
Maar tot mijn grote vreugde was het mijn moeder die op de drempel stond.
Mijn vreugde was echter van korte duur want heel vriendelijk zag ze er niet uit.
Al was ze weer om door een ringetje te halen.
Dat laatste zette kwaad bloed bij mijn pleegmoeder.
En als twee vurige kemphanen stonden ze tegenover elkaar.

Ik weet niet wat er tussen die twee is bepraat.
Beide bevolen mij om naar buiten te gaan.
Ik liep gehoorzaam de straat op.
Ging bij de buren die voor hun deur stonden een praatje maken en liet hun weten dat mijn "echte" moeder mij kwam opzoeken.
Die buurvrouw stelde zich daar uiteraard vragen bij zoals:”Waarom mag jij daar niet bij zijn?”
Maar ik zag er allemaal geen kwaad in.

Toen mijn moeder naar buiten kwam, liep mijn pleegmoeder haar woest roepend en tierend achterna.
Mijn moeder stopte naast mij en zei dat ze mij de volgende dag bij haar thuis wou spreken.
En ik verheugde mij op dat gesprek.
Ik deed ’s avonds het ganse relaas aan R. en zijn ouders, en ook zij zagen het positief in. in.

Mijn pleegmoeder negeerde mij en mijn vragen.
”Je zult het vlug genoeg merken” liet ze me kortaf weten.
Mijn pleegvader was werken dus daar kon ik het ook niet aan vragen.
Mijn pleegbroer wist me te vertellen dat die twee hooglopende ruzie hadden gehad.
Dat mijn moeder het huis was uit gevlucht, bang voor de razernij van mijn pleegmoeder.

Ik deed die nacht haast geen oog dicht.
Voor mij kon het niet vlug genoeg zondagmiddag zijn.
Want ik had goede hoop.
Ik had steeds goede hoop!
Want hoop doet leven, nietwaar?!

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
17-03-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MOEDER MIJN...

R. en ik waren nog steeds stapelverliefd.
In zoverre zelfs dat we af en toe spraken, of is het dromen, over trouwen en kindjes.
Mijn pleegouders namen deze uitspraken op in volkomen lethargie.
De ouders van R. was andere koek!
Zij dachten reeds aan de komende kosten bij dit alles en dat lieten ze mij dan ook duidelijk weten.
Zo ging hun vraag of ik een spaarboekje had?
Neen, dat had ik niet. En bijna was ik gaan lachen bij die vraag.
”Maar je werkt toch nu en je hebt vroeger ook al gewerkt" vroegen ze ietwat verwonderd?
”Jawel, maar zij menen dat ik moet terug betalen wat ze in mij hebben ingestoken toen ik nog niet kon werken” liet ik hen weten.
”Wie moet er dan voor de kosten opdraaien"?

Dat en nog veel meer vragen in die trend werden constant op me afgevuurd.
Lang stond ik er evenwel niet bij stil.
Wij waren jong en verliefd en we lachten het leven zoveel mogelijk toe.
Wij maakten ons geen zorgen om geld.
In feite maakte we ons in heel weinig zorgen,
te weinig weet ik nu.
We konden met de auto rijden, we konden uitgaan, en voor de rest, who cares?
Maar nu besef ik dat die vragen terecht waren.

Het was mede daarom dat de ouders van R. zo opgezet waren met het ten tonele verschijnen van mijn “echte moeder”.
Zij gingen uit van het uiterlijke vertoon, en het enthousiasme over dat alles van R. en mezelf.
Ik werd dan ook door hen gepusht om zoveel mogelijk naar mijn moeder toe te gaan.
Wanneer ik hen dan liet weten wat er was gebeurt tussen mijn moeder en mijn pleegmoeder, zeiden ze mij,”daarom juist moet je gaan”.
Maar ik wou de zaken niet forceren.
Wisten zij veel in welke tweestrijd ik zat.
Natuurlijk wou ik naar mijn moeder, maar het was nog maar de vraag of mijn moeder mij wou.
En ik was zo onnoemelijk honkvast. Iets wat ik trouwens nog ben.
Een thuis in de ware zin van het woord had ik niet echt bij mijn pleegouders, maar het was de enige “thuis” die ik kende.
Had ook nooit wat anders gekend.
Of jawel, ik had het ‘home’ leren kennen en het internaat.
Dat laatste was een zo danige verschrikking geweest dat het overal beter was dan daar, zelfs bij mijn pleegouders
Alleen al de totale beperking van vrijheid was iets dat ik niet meer zou aankunnen meende ik.

Op een dag gaf ik dan toch toe aan het gezeur.
Ik belde mijn moeder op en vroeg of ik mocht langskomen.
Dat mocht.

De ontvangst was iets beter voorbereid dan de vorige keer.
Zo waren haar toenmalige partner, vader van mijn halfzus J., en diens zoon van eenentwintig jaar oud, ook aanwezig
Mijn halfbroer J.C. was er niet. Hij was op de kostschool. "Duur zene, die kostschool" zei mijn moeder.
En ik vroeg meteen en zonder nadenken waarom ze dan niet voor mij betaalde?
Plots kwamen mijn tranen zonder dat ik ze kon tegenhouden.
Alle ellende gooide ik eruit.
Er meteen achteraan gooiend dat mij al die ellende zou bespaart zijn gebleven als er voor mij ook betaald was geweest.
Het bleef minutenlang stil.
Niemand zei wat, en buiten mijn snikken kon je een speld horen vallen.
Uiteindelijk was het haar partner die het woord nam.
”Waarom zou ze niet hier kunnen komen wonen ?” zei hij.
”Je zou er hulp kunnen aan hebben.”
”Ze is tenslotte oud genoeg om op J. te kunnen passen, niet ?”
”En dan heb jij ook eens wat meer vrije tijd.”

Mijn moeder zei niets.
Ze was duidelijk geschrokken van de reactie van haar partner.
Had die reactie duidelijk niet verwacht.
Zo meende ik althans te weten!
Maar mijn moeder haar gedachten gingen verder dan dat. Alleen kon ik dat niet weten.
Er werd dus afgesproken dat er nog eens met mijn pleegmoeder overleg zou worden gepleegd.
Dit enkel uit beleefdheid, want wettelijk had mijn moeder alle rechten over mij.
Ondanks alles had men nooit haar moeder rechten over mij afgenomen.

We hebben die dag tot laat in de avond gepraat.
En het gevoel dat ik daarbij had kan ik helaas niet beschrijven.
Maar laat mij zeggen dat ik mij “thuis” voelde.
Dat ik mij eindelijk als dochter geliefd voelde.
Vele vragen van mijn kant werden beantwoord. Vele ook niet.
Maar ik drong niet aan want wilde mijn moeder in geen geval kwetsen of pijn doen.

Het is vreemd!
Men zegt; "bloed kruipt waar het niet gaan kan" en dat was vermoedelijk wat ik die avond voelde.
Een onvoorwaardelijke liefde voor een moeder die ik nooit had gekend.
Een onvoorwaardelijk vertrouwen ging daarmee hand in hand.
Ik liep op wolkjes.
Niets kon mij nu nog deren, niemand zou me nog pijn doen.
Het was een overheerlijk gevoel!

 ©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
21-03-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.NIEUWE THUIS

Mijn pleegmoeder verzette zich tegen mijn verhuis naar mijn moeder.
Even dacht ik dat het uit verdriet was, en ik zei haar dat ik haar niet zou vergeten en nog vaak op bezoek zou komen.
Maar ze lachte en ze op venijnig toon dat ik een onnozel wicht was.
Ik ga de harde woordentwist tussen ons beide laten voor wat het was, voor nu dan.
Later kom ik er nog op terug, want wat ze naar mijn hoofd slingerde was niet eens zo absurd, al begreep ik pas later wat de werkelijke bedoeling ervan was.

Ik trok dus bij mijn moeder in.
En ik voelde mij de koning te rijk.
Ik was fier op alles.
Mijn moeder, mijn halfzus, zelfs op het appartement en zijn omgeving was ik fier.
Fier dat ik er woonde.
Alleen met de partner van mijn moeder en zijn zoon wou het niet zo direct klikken.
Wat het was kon ik niet uitleggen? Misschien was het intuïtie? Ik moest hem niet.
En hoe vriendelijker beide tegen mij waren hoe meer ik afstand nam.
De partner zal ik voortaan F. noemen en zijn zoon E.

F. was minstens twintig jaar ouder dan mijn moeder.
Hij werkte niet want hij was oorlogsinvalide.
Hij had een kunstbeen ten gevolge van een opgelopen wonde in W.O.II
Hij had meegevochten met het Duitse leger tegen het Bolsjewisme
Her en der stond dan ook vlaggetjes met de Vlaamse leeuw erop afgebeeld.
Alles wat ik wist over de oorlog, wist ik uit de vertellingen van mijn pleegouders en hun beste vrienden.
Beide mannen waren krijgsgevangene geweest en beide vrouwen waren hen achterna gereisd.
Met z'n vieren waren ze kunnen vluchten, terug naar België, waar de mannen waren gaan werken voor de Engelsen.
”Pa” moest zich meermaals gaan verstoppen voor de Gestapo.
Tijdens zijn werk voor de Engelsen werd hij gekwetst door een vliegende bom die viel aan "Het Schijnpoort".
Daarbij was ook hij zijn been kwijtgeraakt.

F. was een Brusselaar en sprak meestal Frans net als zijn zoon. Al kenden beide heel goed het  Nederlands.
F. was de ganse dag thuis en zat meestal te kijken naar de vissen in de prachtige aquariums die tegen de muur van het appartement stonden.
In de spiegelende ruiten kon hij de ganse woonkamer overzien.
Elke dag speelde hij op pick-up Duitse marsmuziek.
Ook hij vertelde vaak over de oorlog.
Toen ik hem het wedervaren van mijn pleegouders tijdens de oorlog vertelde, verbood hij mij om nog over “die lafaards” te praten.
Daar schrok ik van en ik was ook danig geschrokken van zijn woede uitval.
Wat kon die man choleriek en fanatiek zijn als het over de oorlog ging!
Terwijl de verhalen van mijn pleegouders in feite voor mij één groot avontuur leken en ik steeds geboeid zat te luisteren. Dat begon al niet goed!

Bijna elke avond, terwijl mijn moeder werken was,  ging hij pokeren in café “De Leeuw van Vlaanderen”
Een nogal berucht lokaal in Antwerpen.
Drinken deed hij ook in grote mate.
In feite had hij de ganse dag een glas Whisky bij de hand.
Daar mijn moeder ’s nachts werkte en overdag sliep zag ik hem meer dan haar.
Maar het was de manier waarop hij tegen mij sprak dat mij nog het meest verwarde.

Zo wou hij niet dat R. elke dag of elk weekend kwam.
”Die jongen past niet bij jou” zei hij telkens.
”Jij bent veel te knap om met die kerel te lopen”
”En je bent nog zo jong”.
Dat, en meer, kreeg ik elke dag te horen van hem.
Ik dacht vaak bij mezelf, dat moesten ouders van R. eens weten. Want die waren reuze blij dat ik bij mijn moeder was ingetrokken.
Natuurlijk wilde R. en ik mekaar zoveel mogelijk zien.
En als hij kon kwam hij mij ook van het werk halen, want ik woonde nu wel een heel eind verder van de drukkerij
Dat zei ik dan ook tegen F.
En hij had al meteen de oplossing.
Er staat in de garage nog een mini fiets, die mag je gebruiken.
En als het slecht weer is kan je met de bus, of ik breng je weg en kom je halen.

Ik durfde niet te weigeren of wou al niet meteen dwars gaan liggen.
Dus gaf ik toe.
En het zou niet de laatste toegeving zijn die ik tegen mijn gevoelens in moest doen.

©Huismusje

 


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
23-03-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SLECHT BEGIN
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Reeds drie weken woonde ik bij mijn echte moeder.
Tot echte gesprekken met haar kwam het nooit.
Zij werkte ’s nachts en sliep overdag.
Ik weet dus van wie ik het heb.

Mijn gevoelens gingen op en neer als een jojo en mijn gedachten waren een doolhof
Ik kon het niet laten om af en toe tussen de lunchpauze binnen te springen bij mijn pleegmoeder.
Het was deels mijn schuldgevoel, deels het gemis vermoed ik.
Macht der gewoonte kan men het ook noemen, want dat is het is jarenlang gebleven ook.
Ik vertelde tegen mijn moeder niets van die bezoekjes. Waarom weet ik niet. Maar zoals gezegd, mijn gevoelens waren totaal verward.
Tijdens zo’n middag bezoek gaf mijn pleegmoeder mij een kaartje met daarop de melding dat ik een aangetekend schrijven moest afhalen op het postkantoor. Ik daar dus naartoe om de brief te gaan ophalen.
Het was mijn ontslagbrief.

Terug op het werk ging ik meteen ann mijn baas om uitleg vragen.
Hij zat er duidelijk mee verveeld en vond het verschrikkelijk, maar zei er meteen bij dat hij geen andere keuze had.
Het had te maken met het feit dat ik niet in orde was met het ziekenfonds. En ook met de papieren die nodig waren voor de verzekering in voege met het auto-ongeluk.
Mijn pleegouders hadden altijd weigerden om die te ondertekenen.
Dus bleef hem spijtig niets anders over. Maar ik zou een uitstekende aanbevelingsbrief mee krijgen want op mijn werk viel hoegenaamd niet aan te merken.
Nog een maand zou ik werk hebben, en dan was het finito.

Mijn vraag of ik er nog iets aan mijn ontslag kon gedaan worden werd helaas negatief beantwoord.
”Het is te laat meisje, je ouders hebben al zo vaak een brief daaromtrent gekregen, en steeds zonder resultaat, antwoord of enige verklaring.
’s Avonds ging ik ietwat boos terug naar mijn pleegouders.
Wou hen laten weten wat de gevolgen waren van hun nalatigheid.
Wilde natuurlijk ook het waarom weten.
Maar ze haalden hun schouders op.
Wisten mij te vertellen dat ik het op tijd en stond wel zou te weten komen.
Dat ik alleen maar bij mijn moeder kon zijn zolang zij dat toelieten.
Want als ze de jeugdrechter zouden verwittigen, zou dat niet lang meer duren.

Hun dreigementen nam ik heel serieus. Ze klonken heel onheilspellend. En ik wist ondertussen dat niet al hun dreigementen loze praatjes waren.
Door dit alles was ik ondertussen vergeten dat mijn moeder op mij zat te wachten.
Zij moest niet werken en wou uitgaan met F en ik zou daarbij op J passen.
Meestal was ik ten laatste om zes uur thuis. Nu was het door het oponthoud bijna half acht.
Dat werd mij niet in dank afgenomen.
En er werd al direct gesmeten met woorden van: "je eet hier, dus mogen we ook iets van je terug verwachten".
Ik wou hen terugzeggen dat ik zoveel jaren geen eten had gekost aan hen...maar ik hield mijn mond maar.
Zij waren trouwens nog niet op de hoogte van mijn ontslag, zodoende kon ik hen maar beter gunstig gestemd houden.
Want ik wist niet hoe ze op dat nieuws gingen reageren. En eerlijk gezegd zat ik er ook wat mee in mijn maag.
Het was een slecht begin en het zou geen goede indruk maken op mijn moeder vreesde ik. Ook al was het dan niet mijn schuld.
Maar ik was vast van plan om zo vlug mogelijk een nieuwe job te vinden.
En dat was in die tijd geen probleem.
Maar het voelde voor mij toch een beetje aan als dansen op een slappe koord.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
06-04-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MIJN KLVERTJE VIER
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Een maand woonde ik reeds bij mijn moeder.
Zoals gezegd, veel zag ik haar niet, want toen ik thuiskwam van het werk, stond zij klaar om te vertrekken naar haar “werk”.
En dat werk was niet helemaal van het soort dat je verwacht van je moeder.

Mijn pleegouders kregen dus gelijk met hun bewering dat ik "een hoerenjong" was. Want mijn moeder werkte inderdaad als prostituee.
Al vind ik nog steeds dat het onterecht was van hen om mij die benaming toe te spelen, maar enfin.

Zij had haar eigen bordeel in Brussel en werkte samen met nog twee andere meisjes.
Maar dat nam niet weg dat dit feit een danige desillusie was voor mij.
Ik had er heel wat moeite mee om het te aanvaarden.

Het tweede feit waar ik moeite mee had was dat ik tegen niemand mocht zeggen dat ik haar dochter was.
Zo moest ik voor haar op een keer een paar panty’s halen bij de kapster op de hoek van de straat.
”Als Anita moest vragen wie je bent, dan moet je zeggen dat je mijn nichtje bent, de dochter van mijn broer.”
Die broer heette Lucien, was mijn peetoom, en woonde in Duitsland.
Bij hem had mijn moeder vele jaren gewoond en
daar had ze ook haar huidige partner leren kennen, de vader van mijn halfzus J.
Ik heb die peetoom van mij nooit gehoord of gezien.

Dus ik naar het kapsalon op de hoek. Ik ga binnen en wat blijkt! De dochter van de eigenares is een vroegere klasgenoot uit de lagere school.
Het was enerzijds een leuk weerzien, anderzijds moest ik uitkijken wat ik zei.
Toen ik vroeg naar de panty’s van Loulou, want zo noemde iedereen mijn moeder, kwam natuurlijk de gevreesde vraag.
”Ha, is die familie van jou?” Jullie lijken wel wat op elkaar nu je het zegt!”
Ik had zo graag naar waarheid geantwoord, maar besloot om het toch maar niet te doen.
Dus zei ik haar met een brok in mijn keel dat ik het nichtje was.

Op de weg naar huis van mijn laatste werkdag reed ik tegen het portier van een auto op.

Meestal lette ik dubbel zo goed op wanneer ik een auto zag parkeren, maar dit keer was ik met mijn gedachten bij het gesprek dat ik later op de avond zou moeten voeren met mijn moeder. En vooral met haar partner F.Want het was hij die de scepter zwaaide in huis en mijn moeder knikte ja of nee op zijn commando.

Gevolg, het voorwiel van de mini-fiets was verbogen en ik had schrammen op handen, ellebogen en knieën.
Daar het regende hing ik ook vol slijk.

De man was al even erg geschrokken als ikzelf, en bood aan om mij naar huis te voeren.
Aan de deur gekomen belde ik aan om mijn moeder niet al te erg te laten schrikken wanneer ze me zag maar het was F. die naar beneden kwam.
Nou, die man kreeg er behoorlijk van langs.
Het resultaat was dat de man geld bood aan F die het uiteindelijk aannam toen bleek dat de man niet meer zou geven.

Bovengekomen werd het verslag van alles aan mijn moeder doorgegeven.
”Wat ga je doen met het geld”, vroeg mijn moeder.
”Winnen bij het pokeren” zei f.
Na het avondeten vertrokken beide. De éne naar het werk, de andere naar de kroeg.

En daar zat ik dan.
Samen met mijn halfzusje J.
R. wist nog niks af van het gebeurde want ik mocht hem niet zien door de week.
Ik voelde mij beetje bij beetje meer verloren.
Alles was mij zo vreemd! En ik had het mij allemaal toch zo anders voorgesteld!
Misschien was ik niet realistisch genoeg op mijn zeventiende. Ik had op zo veel meer gehoopt.
Al wat ik vroeg was liefde.
Graag gezien worden door diegene voor wie het vanzelfsprekend zou moeten zijn.
Maar van vanzelfsprekendheid is in mijn leven nooit sprake geweest.

Waar en wanneer zou ik mijn klavertje vier vinden?

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
11-04-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ONBREEKBARE LIEFDE

Soms schud ik vol ongeloof mijn hoofd bij het horen of lezen van wat ouders hun kinderen allemaal aandoen.
Maar veelal sta ik vesrteld wanneer blijkt dat, ondanks al het nare dat hen is aangedaan, die kinderliefde niet kapot te krijgen is.
Hoe ze steeds weer al die nare dingen naast zich kunnen neerleggen en vergeven.
Maar eigenlijk hoef ik niet eens zo verbaast te zijn!
Ik deed namelijk net hetzelfde

Toen ik na al die jaren mijn moeder leerde kennen, had ik grote verwachtingen.
Alles zou van nu af anders worden. Daar was ik heilig van overtuigd.
En het werd ook allemaal anders!
Een mooie droom is het echter niet geworden.
Nu, zovele jaren later, vind ik nog steeds excuses voor het gedrag van zowel mijn moeder, als van mijn pleegouders.
Zit er nog steeds een dosis liefde voor hen beide.
Of verwar ik hier liefde met respect en dankbaarheid?
Hoewel dankbaar! Voor wat dan wel?!

Ik heb de ware liefde leren kennen.
Ben onnoemelijk gelukkig dat ik ze mocht ondervinden, maar vooral dat ik ze kan geven.
Liefde zonder voorbehoud.
Respectievelijk als vrouw en moeder.
En ik weet voor een feit dat in beide hoedanigheden nooit de keuze zou hebben gemaakt die mijn moeder en pleegouders meenden te moeten maken.
Voor dilemma’s komen we allemaal wel eens te staan in het leven, niet?
Dilemma’s waarbij je wel een keuze moet maken en die schrijnende, zo niet verdrietige, gevolgen kan hebben.
Maar die gevolgen nam ik grotendeels voor mezelf.
Het verdriet verzachte ik met al mijn macht.

Je kunt je kinderen niet vrijwaren van enig verdriet.
Maar de pijn die je daarbij als moeder zijnde voelt, is enorm.
En dat blijft zo. Je ganse leven lang. Hoe oud je kinderen ook mogen zijn.
Daarom dat ik niet kan begrijpen dat er ouders zijn die hun kinderen bewust kunnen pijn doen.
Ze zowaar kunnen verminken voor het leven, lichamelijk, zowel als geestelijk.
Daarbij hun leven lijden zonder verder op of om te zien.
Zich in vele gevallen niet eens schuldig voelen.

Ik heb beide aan den lijve ondervonden.
Rechten die je als kind meent te bezitten en die je niet krijgt.
Dromen die je hebt als kind en opgroeiende tiener, en die de bodem worden ingeslagen, telkens weer.
Met als gevolg een intens verdriet waar je geen raad mee weet.
Waar je ook nergens mee terecht kunt.
En vooral heb je een laag zelfbeeld.
Het maakt je sterk. Het maakt dat je mondig wordt.
Dat je een vechter wordt. Al is het dan uit zelfbehoud.
Men haalt je niet meer zo vlug onderuit en je kunt vele situaties de baas.
Maar ik had het liever anders gezien!

Gelukkig bezit ik het vermogen om te relativeren.
Kan ik begrip opbrengen voor heel veel dingen.
Eén ding kan ik echter niet!
En dat is vergeten.
Vergeten dat ik een moeder heb die nooit een zier om me heeft gegeven.
Die haar eigen belangen voorop stelde.
Die liever haar eigen vege lijf redde dan dat van haar kinderen.

Ja kinderen, want we zijn met drie.
En we hebben allemaal geleden onder de onkunde en het egoïsme van onze moeder.
Niemand van ons drie het tot nog toe volledig verwerkt. Al moet je niet denken dat we zielige figuren zijn of dag in dag uit een ‘Happy pil’ nodig hebben.
Wat we alle drie gemeen hebben is onze sterke overlevingsdrang
Dat is het enige dat onze moeder ons gegeven heeft
Ieder van ons gaat anders om met dit gegeven.
Ik schrijf het hier van me af.
Dankbaar dat jullie het willen lezen!

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
18-04-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MIJN OMA

...Of hoe ik aan de naam Lulu kom.

Tijdens mijn verblijf bij mijn moeder kwam het gesprek op mijn grootmoeder.
Ik had haar de vraag gesteld hoe het kwam dat zij een voorkeur had voor Franse namen.
Ze vertelde me dat haar vader, mijn grootvader van Franse origine was.
Verder wou ze niets kwijt over de man.
Wel liet ze me weten dat mijn grootmoeder gescheiden was van haar vader en dat zij ook een bar bezat in de stad, genaamd “Primavera” samen met haar tweede man.
”Waarom ga je haar niet eens bezoeken” zei ze me.
”Neem je zusje mee”.
Zo gezegd, zo gedaan!

In een zijstraat van het ‘De koninckplein had ze haar appartement en de bar lag daar schuin tegenover in een andere zijstraat.

Het was een typische bar.
Een raam met rode fluwelen gordijnen die wanneer opengeschoven waren werden bijeengehouden met een gevlochten koord.
Aan beide zijden van het raam twee zetels in ‘Empire’ stijl en een klein rond goudkleurig salontafeltje er tussenin. Pure kitsch dus.
Aan de buitenkant boven het raam de naam van de bar in knipperende blauwe neonletters.
En aan beide zijden van de glazen ingangsdeur een rode lantaarn.
Voor je het vertrek in kwam moest je ook door rode fluwelen overgordijnen die met koperen ringen waren bevestigd aan een koperen staaf.

Het vertrek zelf was niet groter dan een toenmalige doorsnee huiskamer.
En zo was het ook ingericht.
Tapijten op de vloer.
Aan de muren hier en daar een lampje met een rood kapje dat een diffuus licht verspreidde.
Daar tussenin schilderijen met veel naakt.
In de éne hoek een rood lederen salon en een laag salontafeltje met wit marmeren blad.
Recht tegenover het raam, een kleine ovalen toog van donker hout, bekleed met rood fluweel aan de voorkant, het buffet met de vele flessen sterke drank bestond uit spiegelglas.

Achter die toog stond een kleine gezette vrouw, van een, voor mij althans, respectabele leeftijd.
Pikzwarte haren, hoog opgestoken zoals toen de mode was.
Opzichtig geschminkt met veel zwart en op de lippen vuurrode lippenstift.
Een zwarte kanten blouse met diepe decolleté en een zwarte rok met hoge split aan de voorkant.
Dat was mijn grootmoeder dus!
Zij stelde zich aan me voor als Ramona, wat haar werkelijke voornaam bleek te zijn zoals ik later te weten komen.
In de zaak waren ook nog twee jonge vrouwen aanwezig die “haar meisjes” bleken te zijn.

Mijn grootmoeder stelde mij aan hen voor.
”Dit is onze kleine Lulu, de oudste dochter van ons Loulou.”
Ik kreeg van elk een warme omhelzing.
Mijn grootmoeder deed alsof ik maar enkele weken afwezig was geweest en geen zeventien jaar!
Het leek of het allemaal de normaalste zaak was….
dat ik effe binnen sprong om een goede dag te zeggen….?
En dat verwarde mij.
De verwelkoming was hartelijk, dat wel.
Maar er werd over het verleden met geen woord gerept.
Ik kreeg er de kans niet toe.

Dat die meisjes mijn moeder heel goed schenen te kennen vond ik ook al raar.
Ze noemden haar dus Loulou, wat een afkorting was van haar werkelijke naam, Marie-Louise.
En mij, alsof het altijd zo geweest was, Lulu.
Nu vond ik dat veel mooier klinken dan mijn werkelijke naam.
Temeer daar een niet Franstalige mijn naam veelal verschrikkelijk lelijk uitspreekt.
Zo spraken mijn pleegouders hem uit als, Luchèn. En daar had ik een bloedhekel aan. (Mijn pleegbroer en pleegzuster spreken mijn naam trouwens nu nog zo uit.) Grrrr...ril ril ril. Vanaf toen noemde ik mezelf ook, Lulu.

Het is het enige positieve dat mijn moeder en grootmoeder mij hebben bijgebracht.
Buiten dat ik éénmaal op mijn grootmoeders appartement ben geweest en daarna werd getrakteerd op een ijsje in een chique ijssalon op de ‘Rooseveltplaats’, heb ik nooit nog wat van haar vernomen.
Het bleef bij die twee ontmoetingen.
Ondertussen weet ik dat ze overleden is, zo ook de man waar ze toen samen mee was en waarvan ik nooit de naam heb geweten.
In mijn gedachten zie ik hem als een grote struise man met hoed en bril.
Maar nu, zovele jaren later, vraag ik mij af of hij  werkelijk zo groot en struis was.
Mijn grootmoeder echter staat op mijn netvlies gebrand.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
19-04-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MIJN MOEDER

Dat ik mijn werk kwijt was vond mijn moeder in principe niet zo erg.
Nu kon ik zus J. van en naar school brengen.
Kon helpen in het huishouden wat haar dan de mogelijkheid gaf om enkele uurtjes langer te slapen na haar nachtelijke bezigheden.
Daar het paasvakantie was nam ik J. mee wanneer ik naar de ouders van mijn eerste liefde R.ging, of een bezoek bracht aan mijn pleegouders.
Of we gingen gewoon wat wandelen in het park of naar de speeltuin.
De tegenwerking kwam echter van een andere zijde, namelijk van de partner van mijn moeder.

Op een avond laat kwamen mijn moeder en haar partner F.terug van een avondje uit.
Ook zoon E. was erbij.
Mij was gevraagd om op J. te passen intussen, iets dat ik met graagte deed.
Enerzijds omdat ik dan het rijk voor mij alleen had, en ik was graag alleen, anderzijds omdat ik in feite een aversie had tegen F en zijn zoon E.
Beide waren tweetalig maar prefereerden om Frans te spreken tegen elkaar.
Tijdens een dergelijk gesprek hadden ze het over mij, in de veronderstelling dat ik het toch niet verstond.
Het ging erover dat E vond dat ik ook mijn steentje moest bijdragen bij het huishoudgeld.
F.was het daar mee eens en zei dat hij dat wel zou oplossen.
Ik repte geen woord over hetgeen ik gehoord had en was het hele gesprek bijna vergeten.
Tot op die avond.

F. leefde gescheiden van zijn vrouw maar was nog niet wettelijk gescheiden.
Daarom huurde hij officieel het appartement naast dat van mijn moeder. Zo kon hij niet betrapt worden op overspel.
Doch liet hij duidelijk blijken dat alle meubelen die op het appartement van mijn moeder stonden, door hem waren betaald.
Toen mijn moeder daarop repliceerde wie er dan elke nacht ging werken, waren een paar klappen haar antwoord.
Het was de eerste keer dat ik een vrouw klappen zag krijgen van een man. En het maakte grote indruk op me.
Mijn moeder verdedigde zich niet, douchte, trok haar pyjama aan en ging naar bed.
  Fvertrok naar zijn eigen vertrekken met slaande deuren.
J bleef samen met mij beduusd achter, dus we gingen maar weer wandelen.
Tegen etenstijd ging ik met een bang hart naar huis, maar ondertussen was alles weer koek en ei tussen hem en mijn moeder.
Met een avondje uit tot gevolg dus.
Toen mij dit werd medegedeeld werd er gelijk door F bij gezegd dat er eens moest worden gepraat over hoe ik mijn toekomst zag bij hen.

Wegens plaatsgebrek sliep ik vanaf mijn komst op de zetel in de living.
Dat maakte dat ik meteen wakker was toen ze gedrieën luid lachend en gekscherend weer thuiskwamen na het avondje uit.
Er werd muziek op gezet, en ik werd door E van de zetel geplukt, want hij wou met me dansen.
Normaal danste ik wel graag, maar met die kerel wilde ik dit helemaal niet.
F.liet mij weten dat ik dan niet de aard naar mijn moeder had, want die kon beter dansen dan Fred Astaire en Ginger Rogers volgens hem.
Na wat heen en weer gezevver danste ik dan, tegen heug en meug, toch maar een slow met E.
Mijn moeder, maar vooral f namen mij daarbij goed op.
”Ze beweegt wel soepel, zei mijn moeder, dat heeft ze van mij”…..
”Ze moet nog veel bijleren, zei F, maar ze is nog jong”….
Toen het plaatje afgelopen was werd ik gevraagd om aan tafel te komen zitten "want we moeten eens praten”.

Ik voelde mij er niet echt gerust in.
Dacht dat ik onder mijn voeten ging krijgen omdat ik er een ganse dag was op uit getrokken met J.
Omdat ik die dag niets had gedaan in het huishouden.
Of omdat ik met J naar mijn pleegouders ging, of naar de ouders van R.
Ik wist dat mijn moeder en f mijn eerste liefde niet echt zagen zitten.
Ze vonden hem te oud voor mij. Maar vooral vonden ze mij te jong voor een vaste relatie.
Daarom dat ze niet wilden dat ik R door de week zag, iets waarin ik niet gehoorzaamde.
Ook herinnerde ik mij het gesprek tussen f en zijn zoon, waarin werd geopperd dat ik mijn steentje moest bijdragen in het huishoudgeld. Ik tijd gehad om daar over na te denken en ik had mijn antwoord al klaar.
Want ik zou hen laten merke dat ik niet op m’n mondje gevallen was.
De aanval was de beste verdediging, was sinds kort mijn motto.

Nog ietwat slaapdronken nam ik plaats aan de tafel.
Ondertussen had mijn moeder voor mij een glas rode wijn uitgeschonken.
Ik had nog nooit alcohol gedronken, lustte het niet eens.
Maar rode wijn was, net zoals de Italiaanse keuken, (F was van Italiaanse afkomst), in mijn moeders huishouden ingeburgerd.
Dus ik dronk het glas leeg, dronk er nog een en werd al een aardig beetje teut.
Dat was ook de bedoeling, meen ik nu nog steeds.
Het moest mij ontvankelijker maken voor het gesprek.
En het werkte want ik keuvelde lekker mee.
Lachte met de schuine moppen waar ik maar de helft van begreep, maar dat liet ik natuurlijk niet blijken.
Dacht bij mezelf “nou, het gesprek valt goed mee, ik heb me zorgen gemaakt om niets”.
Na het derde glas wijn was ik van de wereld en dacht enkel nog aan slapen.
Toen kwam het gesprek!
Toen barstte de bom en spatte mijn wereld voor de zoveelste maal uit elkaar!

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
25-04-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HET GESPREK (1)

Het was de allereerste keer dat ik alcohol dronk, het was ook de eerste keer dat ik mijn moeder dronken zag.
Dat was nu iets dat ik niet gewend was, dronken mensen.
Bij mijn pleegouders werd enkel een glaasje gedronken met Kerst en Nieuwjaar.
Het werd dan even een vrolijke boel, maar dat was het dan.
Buiten oom D waren er geen dronkenlappen in die fam.
Bij mijn moeder echter stonden de flessen drank een ganse dag ter beschikking en werd er ook gretig gebruik van gemaakt.
Twee flessen wijn per avondmaal was eveneens een must.
Ik lust geen alcohol, al zal ik bij gelegenheid zeker mijn steentje bijdragen.
Feit is dat er iets in mijn lichaam tegen alcohol protesteert, en dat ik na enkele glazen zo ziek ben als een hond.
Dat ‘iets’ heeft mij alvast behoed om alcoholist te worden, moest ik daartoe dan al de neiging hebben gehad.
Het heeft mij eveneens behoed om grote stommiteiten te doen
Zo ook die nacht.

Vroeger op de avond had F mij laten weten dat we eens een gesprek moesten hebben.
Een gesprek over mijn toekomst en bijdrage in hun gezin.
De aanloop naar dat gesprek was al heel verwarrend voor mij.
En ondertussen was dit alleen maar erger geworden.
Maar uiteindelijk was het H die het gesprek begon.

“Hoe zie jij je toekomst” vroeg hij me?
“Ik ga ander werk zoeken, eender wat is goed” antwoordde ik.

“Wel, zei hij, je moeder en ik hebben andere plannen met je”.
”Je weet wat je moeder doet, je weet wat je grootmoeder doet, en ik wil dat jij bij één van hen gaat werken”.
”40% van je inkomsten zijn voor mij, van de 60% die overblijft betaal je hier je deel voor kost en inwoon”.
”Die 40% is redelijk want ik betaal je kapper en je kleding die je moeder voor je zal uitzoeken uit zal k in een chique winkel in Brussel. Dus niet het goedkope spul dat je nu draagt, ik wil niet dat je gekleed loopt met kleding uit de Sarma”
”Tevens is het geen doen dat jij hier op de zetel moet slapen en daarom kom op mijn appartement slapen.

“Wat betreft je vrijer betreft, dat moet uit zijn. Die jongen deugd niet voor je, is te oud voor je, en jij te jong voor een vaste relatie”.
”Je bent jong, en je moet het leven eerst nog leren kennen”.
”Je moeder en ik hebben dit reeds uitgebreid besproken en we hebben beide het beste met je voor”.
”Je moeder heeft spijt dat ze niet beter voor jou heeft gezorgd, maar dat brachten de omstandigheden nu eenmaal zo mee, maar zij wil het bij deze allemaal goedmaken”.
”Daarom dat wij niet willen dat jij je verdere leven gaat werken met opgestroopte mouwen”

Dat was dus, “Het gesprek”.
Ik zat als van de hand Gods geslagen, het drong allemaal in slow motion tot mij door.
Ik keek naar mijn moeder. Zij had tijdens het ganse gesprek geen woord gesproken en deed dat ook nu niet.
De kamer draaide als een tol en ik kon nog net op tijd tot aan de wc geraken.
Daar kotste ik de olijven, hapjes en glazen wijn in één keer uit…..

Wordt vervolgd....

©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
27-04-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HET GESPREK (2)

...Ik kotste de drie glazen wijn uit.
Nu ik de rotzooi uit mijn maag kwijt was moest ik ook mijn lever nog zuiveren.
Want daar lag nog iets serieus te wringen.
Ik spoelde mijn mond, poetste mijn tanden, maar de slechte smaak in mijn mond bleef.
Vanuit de badkamer hoorde ik dat het binnen nog steeds een vrolijke boel was.
Er werd gelachen en gepraat, en f had zijn geliefkoosde Duitse marsmuziek opgezet.

Met de moed der wanhoop stapte ik terug de huiskamer in.
“Als je wil gaan slapen, zei F. ga dan maar gelijk naar hiernaast”.
Voor hem was het al een uitgemaakte zaak.
Toen ik weigerde werd hij vuurrood, zette met een klap de muziek af en sloeg met zijn vuist op tafel.

“Denk je echt dat je moeder voor jou gaat werken?”
”Zou dat zoveel gevraagd zijn na zeventien jaar” vroeg ik?
”En ik ben helemaal niet van plan om te luieriken, ik ga werk zoeken”.
”Ha, als fabrieksmeid zeker" zei F smalend. “Werken met opgestroopte mouwen, wat een eergevoel moet dat geven”?
Woorden waarmee ik mijn moeder onbewust moet hebben met gekwetst.
“Dat is eervoller dan te moeten werken met een afgestroopte broek!” antwoordde ik gevat.

F ging gelijk van een vuurrood gezicht naar een spierwit.
Nog even, dacht ik, en ook bij hem komt het schuim op zijn mond te staan, net zoals bij mijn pleegmoeder”.
”Dit gaat je zuur opbreken meisje”,zei hij, en hij vertrok met slaande deuren.
Mijn moeder zei het eerste ogenblik niets.
E lachte schaapachtig en ging achter zijn vader aan.
Toen zei mijn moeder ”nu heb je het verkorven, nu ben je te ver gegaan, nu kan ik je niet meer helpen”.
”Je hebt zonet je toekomst hier vergooid” zei ze mij nog voor ze achter beide mannen aan ging.
En al wat ik kon denken was, wie moet J. dan naar school brengen.

Ik bleef alleen achter met een bonzende hoofdpijn en een bonzend hart.
Voelde mij als een dier in het nauw.
Waar kon ik nu nog naar toe?
Het was ondertussen vijf uur in de morgen.
Plots kwam mijn moeder terug binnen, maakte J wakker en kleedde haar aan.
Ik vroeg waar ze naartoe ging, en of ze niet moest slapen?
”Ik ga mij ophangen”, was al wat ze zei.
In wat een fractie van een seconde leek was ze terug buiten…

Ondertussen werd het licht buiten en ik deed de overgordijnen open.
Net op tijd om hen in een taxi te zien stappen.
Ik was te suf om erover na te denken waar ze op dit uur naartoe gingen.
Eerst moest ik wat slapen.
Voelde mij nog steeds kotsmisselijk.
”Komt tijd, komt raad” dacht ik, en legde mij op de zetel om toch nog een beetje slaap te krijgen, en hoopte dat mijn dromen mooier zouden zijn dan de werkelijkheid.©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
01-05-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OVERLEVEN
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Toen ik na twee uurtjes onrustig slapen wakker werd, besloot ik maar op te staan.
Het was stil in het appartement. Al waar ik kon aan denken was, ik moet hier weg.
Maar waar naartoe?
Ik besloot om naar R te gaan.
Toen ik op de overloop stond te wachten op de lift, ging plots de deur van F zijn woonst open.
E sprak mij aan en vroeg of ik binnen wou komen.

Nee, dat wilde ik niet.
Hij zei me dat dit dom van me was en dat ik beter zou doen hetgeen ze me vroegen.

“Jij kent mijn vader nog niet goed”zei hij,” hij krijgt steeds wat hij wil, en je gaat nog kruipen voor hem”
Ik antwoordde niet, stapte in de lift, ging naar de bushalte en reed naar R .
Eens daar aangekomen gooide ik alle ellende in mij uit.

Al hortend en stotend deed ik het ganse relaas.
“Ik wist het,zei R heb ik het niet gezegd ma?”
Zowel zijn vader als zijn moeder zwegen.
Toen liet zijn moeder weten dat ik niet bij hen kon blijven…. Dat zij niet die verantwoordelijkheid kon nemen…. Dat ze geen woedende F aan haar deur wou…..en zo verder.
Maar R kwam met de oplossing!
Weet je wat, ik ga een appartement huren en dan gaan we samenwonen.
Na die woorden kreeg de moeder van R bijna een appelflauwte.
Wat...zijde gij zot ... zij is minderjarig hoor... en ga jij je toekomst vergooien voor haar... daar is geen sprake van... daar zal ik een stokje voor steken!...en de litanie ging nog een hele tijd verder.
De vader zei nog steeds niets, en R bleef ook zijn kalme zichzelf.
Rustig zei hij: “Of ze blijft hier, of ik huur een appartement, vandaag nog”.
Zijn moeder was een hartaanval nabij en ik wist niet wat doen of zeggen.
Ik had hulp nodig maar wou daarom geen tweedracht ontketenen tussen R en zijn ouders.
Ik wist hoe zielsveel zij van hem hielden en ik wist dat dit wederkerig was.
De vader van R. opperde dat ik ook in post zou kunnen gaan als kindermeisje of hulp in het huishouden.
Dan heeft ze een dak boven haar hoofd en al wat ze nodig heeft, en dan verdient ze nog wat ook.
Meteen voegde hij de daad bij het woord, en nam de krant van zaterdag.
(In die tijd stond de krant vol van zulke werk aanbiedingen.)

Nog diezelfde dag had ik een baan bij een dokters gezin.
Nu nog mijn kleren gaan halen bij mijn moeder.
Iets waar ik als een berg tegenop zag, maar het moest gebeuren.
R beloofde met mij mee te gaan. Hoewel hij er niet welkom was, stemde ik er deze keer toch in toe, want alleen zou niet ik op kunnen tegen F.
Daarenboven kon ik slechts maar aan één ding denken.
Hoe moet ik dit weer overleven?

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
09-05-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HET SCHAVOT
Klik op de afbeelding om de link te volgen

De bewuste dag volgend op het fameuze “gesprek” was een bewogen dag geweest.
Hoezeer ik er ook tegenop zag, en hoe graag ik ook op dat moment naar het einde van de wereld was gevlucht, ik moest de feiten onder ogen zien.
Ik zou met mijn moeder, en vooral met haar toenmalige souteneur (want dat was hij) wederom een confrontatie moeten aangaan.
Ik zag er tegenop als een berg, maar R. ging met mij mee als steun en toeverlaat.
Toch voelde het aan alsof ik op weg was naar het schavot.
Ik wist niet wat mij bij moeder te wachten stond.
En hoezeer ik mij ook trachtte voor te bereiden op allerlei scenario's, wat ik vond had ik nooit kunnen dromen.

Boven aan het appartement aangekomen stak ik met een bang hart de sleutel in het slot en……mijn sleutel paste niet!
Even dacht ik dat ik de verkeerde sleutel had, maar nee.
Het lag niet aan de sleutel maar aan het slot.
Er was een nieuw slot op de deur gestoken. Ik werd buiten gesloten.
Ik belde aan bij het appartement van F. maar kreeg ook daar geen gehoor.
Vermits ik officieel stond ingeschreven op het bewuste adres opperde R dat ik een slotenmaker zou bellen.
Zo gezegd, zo gedaan, maar wel met een heel bang hart.

Ik had in mijn jonge leven al zo vaak voor een gesloten deur gestaan.
Had daarbij al zo vaak doelloos langs de straat moeten lopen, dag of nacht.
Iets in mij verzette zich daar nu tegen.
Voor mijn pleegouders was ik "een vreemde luis"
Maar toch niet mijn eigen moeder?
Voor haar kon ik toch geen vreemde zijn?
Het was iets dat ik niet begreep toen, dat ik niet kon vatten, waar ik geen vaste greep op kon krijgen.
Allerlei gebeurtenissen liep ik in gedachten door om een verklaring te vinden voor dat nieuwe slot.
Allemaal met de vrees dat er iets ergs gebeurd was met mijn moeder.
Geen enkel dat de ware toedracht benaderde.

Toen de slotenmaker arriveerde en mijn adres had geverifieerd maakte hij het slot open. Stak een nieuw slot en overhandigde mij de nieuwe sleutels.
Ik liet R uit angst voor wat ik zou vinden, eerst binnen gaan.
Want het scenario van mijn moeder in een plas bloed was voor mij niet ondenkbaar.
Ik had gezien hoe H mijn moeder had geslagen en hoe snel en berekend hij daarbij te werk ging.
Hoe opvliegend hij kon zijn van de éne seconde op de andere, zeker na enkele glazen boose.
Maar R stelde mij gerust en dus stapte ik ook naar binnen.

En ik stapte binnen in een leeg appartement!
Alle meubels waren verdwenen, tot het kleinste prul aan toe.
Enkel de zetel waar ik op sliep stond er nog.
Maar geen dekens.
En de gordijnen en overgordijnen hingen ook nog aan het raam.
Mijn kleding stond ingepakt in een vuilniszak naast de zetel.
Totaal aangeslagen namen R en ik plaats op de zetel. Ons afvragend hoe men op één dag een gans appartement kan leegmaken.
Daar hadden wij tenslotte geen ervaring mee.
Kwam bij dat er drie reuze aquariums hadden gestaan, en die nam je toch zo maar niet op.
Alle kamers waren leeggehaald, zo ook de kinderkamer van J.
"Die verhuizers moeten wij ook boeken" zei R. wat lacherig om de stilte te doorbreken. En ondanks alles moest ik lachen.

R stelde voor om met hem terug te gaan en te logeren bij zijn ouders.
Maar dat wilde ik niet en wou ook niet dat hij de ganse nacht bij me bleef.
Al wat ik wou was alleen zijn.
Er werd afgesproken dat hij mij ’s anderdaags zou komen ophalen om mij naar mijn nieuwe dienst te brengen.

Toen hij vertrok liep ik als een zombie door het lege appartement.
Hield mijn oren goed open om elk gerucht in de hal te kunnen waarnemen.
Want hoe bang ik ook was geweest voor de confrontatie met mijn moeder en f, nu keek ik er naar uit.
Nog steeds met de hoop dat er voor dit alles een plausibele verklaring zou komen.
Want in al mijn verwarring geloofde ik nog steeds dat alles goed zou komen.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
11-05-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CONFRONTATIE
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Jeugd slaapt overal en door alles heen.
Zo ook ik! Maar ik wist dat ik de confrontatie met F. en mijn moeder niet uit de weg zou kunnen gaan.

Ik was uiteindelijk op de zetel in slaap gevallen.
Tegen zes uur in de ochtend hoorde ik lawaai in de hal.
Toen ik ging kijken van waar het rumoer kwam, stonden mijn moeder en F met hun onbruikbare sleutel in de hand.
Ze hadden reeds verwoede pogingen ondernomen om de deur van het appartement open te maken, maar door het nieuwe slot dat ik had laten steken lukte hen dat niet natuurlijk.
Ik opende de deur.
Dat had ik beter niet gedaan!

F. en mijn moeder stormden als twee gekken naar binnen en iepen van alles door mekaar.
Meer dan de helft van wat ze zegden ging aan mij voorbij, zo geschrokken was ik.
Uiteindelijk kwam het er op neer dat wanneer ik daar wou blijven wonen, ik dan de ganse huur maar moest betalen, alsook water, gas en licht.
Dat zou ik natuurlijk nooit kunnen.
Het appartement lag in een dure buurt en ik was pas zeventien, dus minderjarig.
”Dan ga je vandaag nog buiten” zei F.
”Zo niet zal je beticht worden van diefstal”.
Ik stond nog steeds een beetje perplex. Diefstal?
”Jawel” zei F.
”Je moeder en ik zijn naar de politie geweest en het verdwijnen van onze meubelen gaan aangeven. Als jij niet maakt dat je buiten bent wijzen we jou aan als de dief.”

Ik geloofde mijn oren niet en stond doodsbang aan de grond genageld.
Het was pure bluf van hen want alle meubels stonden gewoon aan de overkant in het appartement van F.
Maar dat wist ik toen natuurlijk niet.
En ik was doodsbang van de politie, gezien mijn slechte ervaring toen ze mij naar het ‘home’ brachten.
Ik had daarbij in de cel gezeten in de catacomben van het ‘Justitiepaleis’ te Antwerpen.
En ik had mij nog liever van kant gemaakt dan daar weer naartoe te moeten.
”En nu buiten” schreeuwde F.
Ik nam in paniek de vuilniszak met mijn kleren, en spurtte naar de deur.
”Hei, wacht eens” zei F, “kom eens terug”!
En weer had ik even de hoop dat het een spelletje was.
Dat om één of andere reden mijn moeder en F mij een lesje wilden leren.
En hoopvol ging ik terug naar binnen.
Maar mijn hoop was tevergeefs.

Mijn moeder had helemaal in het begin dat ik bij haar kwam me twee gouden ringen gegeven.
Eén ring was van haar en er stond de letter L in gegraveerd.
De andere ring was van mijn grootmoeder geweest, en had een grote blauwe steen gevat in draadgoud.
Hoewel ze iets te oud waren voor mij droeg ik ze elke dag.
Ik had nooit eender een ring of eender welk ander gouden juweel bezeten.
Ik was er dan ook apetrots op.
”Je sleutels afgeven” beet F me toe.
Toen ik die sleutels overhandigde viel zijn oog op beide ringen.
”En die ringen teruggeven”
”Nee”, zei mijn moeder.
”Die ringen heeft ze van mij en die blijven voor haar”.
Dat zijn de laatste woorden die ik van haar gehoord heb.
Buiten heel even, twee jaar later, was het de laatste maal dat ik mijn moeder heb gezien of gehoord.

©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
16-05-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.LICHTPUNTJE

Ik was in post bij een dokters gezin.
Buiten mijn wil en dik tegen mijn zin, maar ik had andermaal geen andere keuze. In die post werd het mij duidelijk dat ik moeilijk bevelen kon opvolgen.
De gebiedende toon zoals “doe dit” en “doe dat” begon meer en meer aversie bij me op te roepen.
Nu  ga je misschien zeggen dat ik moeilijk van  karakter was. Maar dat is heus niet zo.
Het enige waar ik met hart en ziel naar verlangde was vrijheid.
Verlost zijn van alle juk en druk die mij door gevoelloze mensen op mijn schouders werd gelegd.
Dat dit niet haalbaar was door mijn minderjarigheid was iets dat ik niet kon inzien.
Ik  wou eindelijk mijn leven in eigen handen nemen. Weg van iedereen die mij pijn deed, of zo vaak had gedaan.
En wie zou mij daarbij beter kunnen helpen dan mijn eerste grote liefde.

R was meerderjarig dus voor hem zou het makkelijk zijn om een woonst te huren.
Hij had die optie al eens vernoemd maar zijn ouders schreeuwden daarbij moord en brand.
De enige reden dat ze mij tolereerden was uit liefde voor R.
Maar in werkelijkheid zagen ze mij liever verdwijnen naar Timboektoe om nooit meer weerkeren.
Vanuit hun standpunt kan ik hen nu wel begrijpen.
Ik had geen rooie cent, had geen degelijke thuis en mijn background was ook niet om mee te stoeffen (pochen).
Ik kan dus nu wel begrijpen dat zij voor hun zoon  wat anders op het oog hadden, want zelf zaten ze goed in de slappe was.
Of ze nu gierig of gewoon zuinig waren, wil ik in het midden laten.
Ook zo met het feit of ze over beschermend of gewoon bemoeizuchtig waren tegenover hun zoon.
Maar feit was wel dat ze van hun meerderjarige zoon al zijn geld beheerden.
Voor elke uitgegeven cent moest hij verantwoording afleggen, elk extraatje moest hij vragen. Meestal kreeg hij dat wel zonder morren, maar toch.
Ook aan zijn spaargeld kon hij niet komen zonder de toelating van zijn ouders.

Op maandag en donderdag had ik mijn vrije dag.
Erg wettelijk was dit allemaal niet, maar zoals gezegd, ik had geen andere keuze dan te aanvaarden.
R werkte op weekdagen, dus we zagen elkaar amper, want ik moest ten laatste om 22u weer op dienst zijn.
Aan tijd om alleen te zijn ontbrak het ons ook, enkel tijdens de terugrit konden we vrijuit praten.
Het was tijdens zo'n rit dat R mij liet weten dat hij werk ging maken van die flat.
Dat zijn ouders hoog en laag mochten springen, maar dat aan deze situatie een einde moest komen.
Ik sprak hem niet tegen en was blij met zijn kordaatheid.

Op een dag kwam R mij ophalen.
Moest je niet werken, vroeg ik hem verwonderd?
Ik heb een dag verlof genomen, zei hij.
Jij en ik gaan naar ons appartement kijken.
Ik sprong een gat in de lucht.
Voor mij was het als een lichtpunt in de duisternis.
Eindelijk verlost! Eindelijk vrij!
Over de verantwoordelijkheid die dit alles zou meebrengen maakte ik mij geen zorgen.
Net als alle jonge verliefden waren we er rotsvast van overtuigd dat alles vanzelf zou lopen.
Liefde overwint immers alles!
En ik was verliefder dan ooit, dus geen probleem.

Maar dat was buiten de waard gerekend.
Mijn leven zou mijn leven niet zijn moest er weer geen donkere wolken boven mijn hoofd hangen.
De waard in dit geval waren de ouders van R.Ik sta nog steeds versteld hoe ver deze mensen zijn gegaan om hun slag thuis te halen.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
22-05-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ONS FLATJE
R had alle tegenkanting van zijn ouders aan zijn laars gelapt, en tegen hun wil  een flat gehuurd.Het was een kleine flat gelegen op het eerste verdiep.
Het huis was gebouwd na de oorlog en was hoewel niet ultra modern, ook niet zo heel oud.
Het had alles wat we nodig hadden. Tenslotte hadden we nog weinig of geen huisraad.
Maar dat was het minste van onze zorgen.
Zoals alle jonge mensen zaten we boordevol plannen, en hadden we een rotsvast vertrouwen in ons zelf en onze toekomst.
Toen ik mijn pleegouders op de hoogte bracht van onze plannen, gaven die geen krimp.
Het enige dat mijn pleegmoeder zei was dat ze blij was dat ik de ware aard van mijn moeder had leren kennen en dat ze hoopte dat ik wist waar ik aan begon.
Voor de rest zou ze ons geen duimbreed in de weg leggen.
Zo niet echter met de ouders van R.Van de ene op de andere dag was ik niet meer welkom in hun huis.
Maar dat maakte niets uit want we zaten toch elk vrij moment op ons appartementje.
Toen we op een keertje bij R thuis wat schildergerei moesten ophalen, bleef ik netjes in de auto zitten.
De moeder van R kwam met hoog rood aangelopen gezicht naar me toe.
Ze liet mij weten dat ik niet moest denken dat ik al gewonnen had.
Dat ze het niet zou toelaten dat ik de toekomst van haar zoon zou verknoeien.
”Je zal wel zien meisje, je gaat nog bittere tranen wenen en je mag weten dat ik daar voor zal zorgen”.
Ik lachte het weg.
Voelde mij sterk staan en dacht dat er me niets meer kon gebeuren.

Wat zou ze trouwens kunnen doen?
R en ik hielden van elkaar.
We wilden samen een toekomst opbouwen.
Wie zou ons daarbij kunnen in de weg kunnen staan?

Het was één van de mooiste periodes van mijn leven.
Het kiezen van de kleuren voor verf en behang.
De kleine keuken spulletjes die ik kocht van mijn schamel loontje.
De tweedehands meubeltjes die we her en der op de kop tikten.
De oude keukenkast, met glas in lood raampjes, en die we op straat vonden. Die we wit schilderde en op de deurtjes kleefden we bloemen. Apetrots waren we op onze kast!
Van de beneden buur kregen we haar oude gordijnen en overgordijnen
Gaandeweg werd ons appartementje een paleis. In onze ogen dan toch. En we voelden ons superrijk.

Het enige struikelblok waren de grote meubelen.
De eetkamer, het salon, en heel belangrijk natuurlijk …..de slaapkamer.
Wij wilden eindelijk eens naast elkaar wakker worden in een zacht bed.
Ons eigen bed.

R had in zijn ouderlijk huis een spiksplinternieuwe slaapkamer, en hij was van het gedacht dat hij die, of zijn oude, wel zou meekrijgen.
Maar nada! Zijn ouders lagen op alle punten dwars.
”Dan maar mijn spaarcenten aanspreken” zei hij.
Maar ook dat feestje ging niet door want zijn ouders gaven geen toelating.
Maar waar een wil is, is een weg.
R liet weten dat hij zijn loon niet meer zou afgeven.
En met dat loon deden we een eerste aanbetaling voor onze mooie nieuwe slaapkamer.
De rest zouden we betalen in termijnen. Zijn ouders waren furieus en ik kreeg alle zonden van Israël over mij uitgestort.
Want het was natuurlijk allemaal mijn schuld!
Ik zette hun zoon aan tot die daden. Daden die hij anders nooit zou hebben uitgevoerd moest hij mij niet kennen.

Ergens kan ik hen nu wel begrijpen. Want ik had  geen nagel om aan mijn gat te krabben. Niettegenstaande ik toch al van mijn veertiende werkte.
En de ouders van R hadden gedaan wat elke ouder doet, zij hadden gespaard voor hun zoon.
Zij hadden ervoor gezorgd dat hij aan een toekomst kon beginnen zonder zorgen.
Alleen hadden ze daarbij een ander meisje in gedachten gehad en niet zo eentje als ik die uit een armoedig en lamentabel nest kwam.

Ik zei mijn dienst op bij het dokters gezin en vond werk enkele straten van onze woonst in een confiserie.
Het was natuurlijk makkelijk in die tijd om van de éne dag op de andere werk te vinden.
We rekenden en berekenden en kwamen tot de slotsom dat we van mijn loon nog wel wat tweedehands spulletjes zouden kunnen kopen.
We zouden het heel zuinig aan moeten doen en uitgaan was er niet meer bij. Maar dat gaf niet.
We hadden elkaar. En we waren niet uit op grote luxe.
Tv hadden we niet, maar we hadden een radio en een platendraaier.
En we hadden een jong stel leren kennen die het ook niet breed hadden.
We gingen om de beurt bij elkaar op bezoek.
Soms werd er gekaart, soms gingen we wandelen in de nabij gelegen parken.
Of we praatten over onze toekomst bij onze favoriete muziek met een hapje en een drankje.

Enig min=puntje was toen ik naar de dokter stapte.
R en ik wilden nog geen kinderen, dus wilde ik de pil nemen.
Condooms vonden we jakkes en, om voor ‘het zingen de kerk uit te gaan, daarvoor waren we te onstuimig.
Maar toen ik bij de dokter mijn vraag stelde, bekeek die mij met een frons op zijn voorhoofd.
”Ik mag je die pil niet voorschrijven wegens minderjarig” zei hij.
Je moet toelating vragen aan je ouders.
Toen ik hem mijn situatie uitlegde, haalde hij zijn schouders op.
”Het spijt mij, het antwoord blijft nee”, liet hij mij weten.
Naar een andere dokter dan… en nog een andere… maar ik ving overal bot.
Tja, de tijden waren anders toen. En de moraal al helemaal.
Maar het zou al vlug blijken dat we ons daar geen zorgen moesten over maken.
Er hing een andere bijl boven mijn hoofd.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
31-05-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERSTOORDE YDILLE

Daar zaten we dan!
Knusjes op ons appartementje.

R ging nog regelmatig naar zijn ouderlijk huis slapen, kwestie van de kerk in het midden te houden.
Want met elke dag die voorbij ging werd de boosheid van zijn ouders groter.
Ik vergooide zijn toekomst volgens hen.
Welke toekomst zij voor ogen hadden weet ik niet. Tenslotte was R maar een gewone bouwvakker. Weliswaar gediplomeerd, maar toch.
Maar ik was gelukkig met de situatie.
Ik was onder de pannen en vooral onder alle juk vandaan.

Het werk op de confiserie was saai bandwerk.
De ganse dag hetzelfde... doosje openvouwen…. snoepgoed er in leggen…. doosje toevouwen...  op pallet zetten….doosje open vouwen……en dit acht uur lang
Maar ik verdiende er geld mee en ik had fijne collega’s.
Ik had besloten om avondschool te gaan volgen om zo alsnog mijn middelbaar te kunnen afmaken.
Het dreigement van R’s moeder "dat ik nog bittere tranen zou wenen" was ik al lang vergeten.
Maar ik zou er vlug aan herinnerrd worden.

Op een avond, ik was alleen thuis want R moest om 21.00H thuis zijn als hij daar ging slapen.
(Ongelooflijk voor een man van vijfentwintig, maar hij schikte zich zonder morren.)
Op een avond dus, ging de bel.
Politie!
“Wie woont hier, juffrouw?”
Vermits ik nog steeds bij mijn pleegouders stond opgeschreven, en de huur op R’s naam stond, antwoordde ik naar waarheid.
”En wie ben jij dan en wat doe jij hier?”
Ik vertelde hen dat af en toe bleef logeren.
Zij noteerden mijn naam en adres en gingen vriendelijk groeten weer naar buiten.
Ik vertelde het voorval aan R.
Maar hij reageerde er maar flauwtjes op, beetje ontwijkend, beetje afwezig.
Dat viel mij niet meteen op, pas later toen alle puzzelstukjes in elkaar vielen kwam dat beeld terug voor mijn geest.

Een zaterdagmorgen heel vroeg, weer de deurbel.
Wij lagen nog lekker in bed.
R sprong vlug in zijn broek en ging opendoen.
Groot was mijn verrassing toen R terug naar boven kwam met in zijn kielzog drie politieagenten en het hoofd van de Jeugdbrigade, Meneer Verkoeyen. Ik zal zijn naam nooit vergeten.

“Aankleden en meekomen” beet hij me toe.
Het leek net een scène uit een oorlogsfilm over de vervolging van de Joden.
”Waarom?” vroeg ik “en naar waar?"
”Nu,” snauwde hij me toe.
”Als je niet meteen gevolg geeft dan zullen deze heren je een handje helpen” en hij wees daarbij naar de politieagenten.
Trillend als een espenblad deed ik wat men van mij verlangde.
Huilend riep ik naar R “Doe iets”.
Maar die deed er de ganse tijd het zwijgen toe en zat wat apathisch op de zijkant van het bed.

Geflankeerd door de politie ging ik naar beneden.
Daar stond een politie combi op me te wachten, daarachter de politieauto van de jeugdbrigade.
(In die tijd poetsten mensen op zaterdagmorgen nog veelal de straat en Ik durfde niet op of om kijken, ik kon wel door de grond zinken van schaamte.)
De politie agenten duwden mij de combi in en vertrokken.
Het hoofd van de jeugdbrigade was achter gebleven bij R.

De politie reed met mij naar het centrum van Antwerpen en wat ik vreesde werd waarheid.
Men bracht mij voor een tweede keer naar het ‘Justitiepaleis’
Weer naar die enge cellen.
De celdeur viel achter mij in het slot.
En al wat ik kon doen was wachten.
Wachten en gissen.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
02-06-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HOOP DOET LEVEN

Zo werd ik voor een tweede keer opgesloten als een crimineel in een cel in de catacomben van het “Justitiepaleis” te Antwerpen.
Al wat ik kon doen was bang afwachten, en elke minuut leek eeuwen te duren.
Lieve deugd wat was ik bang!

Iets voor de middag ging de celdeur open.
Twee rijkswachters kwamen me ophalen.
Naar boven, naar het kabinet van jeugdrechter Maes.
Die was helemaal niet blij dat hij op een zaterdag werd opgetrommeld.
Ook zijn “bijzitters”, zagen er niet vrolijk uit.
Maar dat kon je van mij ook niet zeggen.

Toen we boven gekomen waren moest ik plaats nemen in de gang en wachten tot ik werd binnen geroepen.
De twee rijkswachters bleven naast mij rechtstaan

Ik keek rond.
Had verwacht, en vooral gehoopt, dat R ook aanwezig zou zijn.
Of mijn moeder… mijn pleegouders…eender wie! Maar er was niemand. Ik zou het alleen moeten klaren. Maar ik had geen idee waarom ik hier zat. Hoewel....
....Ik was minderjarig, zeventien, en dus mocht ik niet samenwonen.
In normale omstandigheden zou daar geen haan naar gekraaid hebben, maar mijn geval was een geval apart.
Ik stond onder toezicht door de afwezigheid van een moeder of vader in mijn leven.

De jeugdrechter keek mij minutenlang zwijgend aan.
Wat hij te zien kreeg was een klein hoopje ellende dat bang zat af te wachten op wat komen zou.
Toen hij uiteindelijk zijn mond open deed klonk hij toch vriendelijk.
“Bon” zei hij. (Dat was zijn stopwoordje wist ik ondertussen)
“Er is de afgelopen maanden voldoende bewezen dat je pleegouders niet in staat zijn om jou in het nodige te voorzien en in wat ik in mijn hoedanigheid hen had opgelegd te doen”.
”Dit is niet jouw schuld of fout”.
“En dat ik daartegen maatregelen moet treffen, is een zeer spijtige zaak”.
”Maar ik kan niet toelaten dat jij zonder toezicht verder gaat zoals je nu placht te doen.
”Het is tevens wettelijk ontoelaatbaar en er is dan ook bezwaar tegen deze feiten aangetekend”.

Dat laatste snapte ik niet helemaal, maar ik zat dan ook ietwat wezenloos te luisteren.
”Vermits het weekend is" ging de jeugdrechter verder  "heb ik voor volgende noodoplossing beslist”: “IK JEUGDRECHTER MAES, ZETELEND……BESLIS HIERBIJ DAT GENAAMDE MINDERJARIGE LUCIENNNE……ONDER DE TIJDELIJKE HOEDE ZAL WORDEN GEPLAATST IN HET HOME WINGERDBLOEI……EN DIT TOT ER EEN DEFINITIEVE OPLOSSING WORDT GEVONDEN”

“HEREN" sprak hij tot de rijkswachters I"K DRAAG U HIERBIJ OP OM DEZE MINDERJARIGE TE BEGELEIDEN TOT BESTEMMING”
Ik verwachtte nog een klop met zijn hamertje, maar dat bleef achterwege.

Hij stond op en verdween door een zijdeur met zijn gevolg in zijn kielzog.
Waarschijnlijk ging hij terug naar huis, naar zijn familie.
En ik, ik had niemand om naartoe te gaan. En er was niemand die naar mij toekwam.

De rijkswachters namen mij bij de armen, gingen met me terug naar de kelders en zetten mij terug in een cel.
Eén van beide liet mij weten dat men eerst nog begeleiding moest zoeken om mij weg te kunnen brengen, maar dat er momenteel niemand vrij was.
Men beloofde dat men dit zo snel mogelijk zou doen.
En men liet deze keer de celdeur helemaal open staan.

Vrees dat ik zou vluchten moesten ze niet hebben.
Ten eerste had ik daarvoor noch de moed, noch de fut toe. En ten tweede, de cellen werden nauwlettend bewaakt.
Ten derde, ik wist waar ik naar toe zou gaan.
En het maakte mij iets minder bevreesd, omdat ik het ‘home’ reeds kende.
Ik wist nu ook dat ik niet zou terugkeren naar “ons liefdesnestje”, zoals R het steeds noemde.
Maar ik had tegen beter weten in de hoop dat dit toch vlug weer zou kunnen, want de jeugdrechter had gesproken van een “tijdelijke oplossing”.
R zou mij wel komen verlossen.
Misschien zag ik hem straks al. Dan zou het allemaal wel in orde komen. Nu was het enkel nog wachten tot men mij kon wegbrengen, en ik keek er al naar uit.
Het kon niet vlug genoeg gaan voor mij.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
05-06-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HOOP DOET LEVEN (vervolg)
...Het wachten duurde heel lang in die onderaardse cellen.
Maar uiteindelijk had men zich kunnen vrijmaken om mij weg te brengen naar het ‘home’.
Daar aangekomen speurde ik de straat af om te zien of er ergens een gele VW keven stond geparkeerd.
Maar ik zag er geen.
Veel tijd om rond te kijken kreeg ik trouwens niet van de rijkswachters, alles moest vlug vlug gaan.

Eens de deur van het ‘home’ achter mij dicht was gevallen, hetzelfde scenario als voorheen.
Wachten in de hal tot de administratieve rompslomp afgehandeld was!
Eén ding was wel, ik was hier niet meer vreemd.
De opvoedsters waren nog dezelfde, alleen de stagiairs waren nieuw.
Zij waren nieuwer dan ik in feite.
Bewoonsters die er nog steeds waren van vorige keer kwamen mij gedag zeggen!
 Even stiekem met de hand wuiven en Hi zeggen,  want het was verboden om met een pas binnen gekomen meisje te praten.
Bang was ik ook niet, enkel ongerust.
Er was maar één ding waar ik kon aan denken, en dat was R.
Waar zat hij verdorie!

Een week ging voorbij, en nog een week kwam en ging.
Ondertussen had men mij nog maar eens een andere werkgever bezorgd.
Naar de confiserie mocht ik niet meer naartoe.
In plaats daarvan werd ik nu tewerkgesteld op een papierfabriek.
Het fabriekje heette: “Papyrus” en was gelegen in de Lamoniërestraat.
Er werden enveloppen gemaakt in alle, kleuren, maten en modellen

Jonge mensen zijn sterk!
Men kon aan ons uiterlijk niet zien dat we van binnen kapot gingen van ellende en verdriet.
We praatten en lachten net of er niets aan de hand was.
Maar in feite leefden we als robots.
Opstaan….eten…werken…eten….slapen.
En tussenin dachten we aan thuis maar lieten het niet merken.

Ik hoorde niets van R.
En dat maakte mij heel verward.
Ik had toch zoveel vragen…..
De directrice van het ‘home’ haalde bij elke vraag haar schouders op.
”Wacht nog even meisje... geduld meisje... je krijgt wel uitsluitsel... meisje”
Maar het duurde allemaal veel te lang voor mij.
Wachten op iemand van wie je houdt, niet weten wat er aan de hand is met je geliefde, dat maakt dat je kapot gaat van de zenuwen.
Dan ervaar je je omgeving niet bewust en sta je voor niets open.

Op een dag, daar was het dan….Een brief!
Een brief van R…. EINDELIJK!
Nu zou alles vlug in orde komen!

Ik zou vlug terug in ons “liefdesnestje” zijn.


Ik moest wachten tot na het avondeten voor ik de brief zou kunnen lezen.
Dan pas zou ik naar mijn chambretje mogen en wat privacy hebben.
Eindelijk was het moment daar!
Met trillende vingers van de zenuwen maakte ik de brief open.
En dit stond er in te lezen:

Mijn lieve blonde,

 Via de jeugdrechter kwam ik te weten dat je weer in het home bent  en dat vind ik vreselijk voor jou.
Maar misschien is het wel allemaal maar best zo.
Geloof mij wanneer ik dit met pijn in mijn hart aan je schrijf. Maar ik hoop op je begrip. Ik weet dat je daar verstandig en sterk genoeg voor bent.
Ik kan de druk van mijn ouders niet meer aan.
Dat is al langer zo, maar zolang ik je dicht bij mij had, had ik niet de moed om je dat te zeggen.
Zeg maar dat ik laf ben, je hebt gelijk, maar bedenk dat ik enkel heb gewacht tot nu om je dit te zeggen, omdat ik jou geen pijn kan doen en ook niet wil doen.
Ja, ik ben laf, want ik kan je tranen niet zien, maar wel vermoeden, maar weet dat ook ik dit in tranen aan je schrijf.
Het beste is dat je mij zo snel mogelijk vergeet, al zal ik jou nooit kunnen vergeten.
Maar het is het beste zo, voor jou en voor mij, voor iedereen.
Blondje, schrei niet om mij.
Er komt vast snel iemand die jou weer gelukkig zal maken, en ik weet vast dat jij hem gelukkig zal maken.
Dat geluk heb ik bijna twee jaar mogen ondervinden, spijtig dat ons sprookje op deze manier moet eindigen.
Nog maar eens, je zult het nu wel niet zo zien, maar het is het beste voor ons allebei.

Het ga je goed blondje, nog een laatste afscheidskus wil ik hierbij in doen.
R.

En dat was het!

Ik heb de brief toen wel tientallen keren gelezen en herlezen.
Het was een afscheidsbrief. Ik kon mijn ogen niet geloven.
Kon niet geloven dat hij dit meende.
Wat met ons appartementje, onze meubels, wat met onze liefde voor elkaar?
Het spatte allemaal uiteen als een zeepbel.
Het leek wel een kwade droom.
Urenlang heb ik op de rand van mijn bed gezeten, starend naar dat velletje papier.
Naar woorden die mijn wereld op zijn kop zette, die mij alle hoop ontnam.
Wat later zou de puzzel van dit alles in elkaar vallen, maar op dat moment begreep ik er totaal niets meer van.

Ik heb de brief hier voor mij liggen.
Heb mij er nooit kunnen toe brengen om hem weg te gooien.
Misschien dat ik het nu wel doe, nu dat ik het van mij af heb geschreven.
Trouwens hij valt bijna uiteen, en de letters zijn bijna vergaan door de vele tranen die er zijn opgevallen in die dagen..

Ik heb R nog slechts éénmaal weer gezien.
Met een vrouw aan zijn arm. Zijn vrouw?
Ik was toen aan de wandel met mijn dochter in haar kinderwagen.
R lachte naar me en stak zijn hand op.
En het gaf mij een steek in m’n hart.
Want het is werkelijk waar.
Je eerste liefde vergeet je nooit.
Benieuwd of dat voor hem ook zo is!

©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
07-06-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VOORUITBLIK

Ik had geen vooruitzicht meer.
Al diegene die ooit te maken hebben gehad met liefdesverdriet, en wie heeft dat niet, zullen begrijpen wat ik bedoel.

In het home ging alles zijn gewone gangetje.
Waarschijnlijk om dat ik al bij de ‘ouderen’ behoorde mocht ik in het weekend uitgaan tot twaalf uur.
Behalve op zondag. Dan moesten we binnen zijn om 22u.
Maar uitgaan was aan mij niet echt besteed.
Ben een keertje mee op groep uitstap geweest, weekendje Brugge waar in dat weekend net “Klank en lLichtspel”  doorging.

We waren met tien meisjes, een opvoedster, en de directrice van het ‘home’ Juffrouw Beatrice.
Van die directrice werd beweerd dat ze lesbisch was, en een verhouding had met de toenmalige directrice van de jeugdgevangenis in Brugge, Juffrouw Maria.
Of dat werkelijk zo was kan ik niet bevestigen.
Feit is wel dat Jufrouw Beatrice oogde als en man.
Feit is ook dat die twee directrices heel close waren.

Ergens in die jeugdgevangenis hebben we toen gelogeerd.
Vraag mij niet waar, want dat weet ik niet meer.
De zombie, remember!
 Ik heb toch wel wat kunnen genieten van dat‘Klank en Lichtspel. Het was heel bijzonder
We vaarden met een bootje op de Reien en daarbij kon je  binnenkijken in de vele historische huizen.
In die huizen speelden zich dan historische taferelen af.
Overdag was er al een prachtige stoet door de straten getrokken.
Het is van toen af dat Brugge mijn hart een beetje heeft gestolen.

Ook kregen we een rondleiding in de jeugdgevangenis zelf.
We mochten er praten met de gedetineerden en konden luisteren naar hun verhaal.
Dat laatste zal wel bedoeld geweest zijn als afschrikmiddel.
Maar ik, die in St Margaretha van Cortona was geweest, zag een grote gelijkenis met dat internaat. Het enige verschil was dat er hier echte cellen waren.
Al bij al was dit het enige weekend dat mij is bijgebleven uit die periode van mijn liefdesverdriet.

Troost en bemoediging kreeg ik van de meisjes in het ‘home’
Ook de opvoedsters en de directrice zelf lieten zich niet onbetuigd.
Men ontzag mij een beetje.
Liet mij langer alleen op de slaapzaal dan in feite toegelaten was.
En wanneer ik het echt kwaad kreeg was er steeds iemand om een schouderklop te geven of om een arm van troost om mij te leggen.

Maar de echte hulp kwam uit onverwachte hoek. Die kwam van mijn pleegouders.
Zij vroegen toelating aan de jeugdrechter om mij op weekend te laten komen.
Iets dat mij zou toegelaten worden na drie maanden verblijf in het home.
Zo liet de jeugdrechtbank mij weten in een brief.
En daar leefde ik naar toe.
Dan kon ik misschien R zien?
Konden we alles uitpraten.
Kwam toch alles nog in orde.
Want mijn ganse doen en denken draaide nog om hem.
Dan zou de puzzel eindelijk in elkaar vallen voor mij.

En de puzzel viel ook in mekaar!
Maar heel wat maanden later dan ik dacht.
Want er stond mij eerst nog heel wat verbijstering te wachten.
Verbijstering, onbegrip en verdriet!
Maar goed dat ik niet kon vooruit blikken!

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
16-06-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.LAM GESLAGEN VLEUGELS

Na drie maanden verblijf in het ‘home zou ik op weekend mogen naar mijn pleegouders.
Dat liet de jeugdrechter mij weten.
En ik telde de dagen af tot het zover zou zijn.
Als je jong bent gaan de uren en dagen zeer traag. Vooral als je sterk naar iets verlangd.

Ondertussen ging mijn leven zijn gewone gangetje.
Werken, slapen eten, met zo nu en dan een uitstapje als ontspanning.
Al was "mijn gangetje”, de levenswandel van mijn “gewone” vriendinnen in acht genomen, helemaal niet zo gewoon, .
Maar ik was het zo gewend. En ook al wist ik dat het anders en beter kon, ik had mij er al lang bij neergelegd dat het mij niet verging zoals anderen.
"Je moet geloven in de toekomst"  was mij al zo vaak gezegd. Dat probeerde ik dan ook met alle kracht die ik in me had.
Gelukkig had ik mijn fantasie die ik haalde uit romantische boekjes, want soms was de realiteit wel heel erg hard.
Tot er weer wat gebeurde.
Iets dat ik in de stoutste dromen niet had durven dromen.
Dan sloeg de wrede realiteit weer toe.
En lachte de fantasie mij keihard uit!

Op een avond zat ik nog maar eens in een hoekje een  super romantische boek te lezen toen de directrice van het home mij bij zich riep..
”Morgen moet jij om tien uur bij de jeugdrechter komen”…
Ha, dacht ik, eindelijk!
Want mijn drie maanden waren om.
Dus ook de "tijdelijke regeling".
En ik ging die avond naar bed met mooie gedachten en dromen over mijn toekomst.

Een opvoedster ging met mij mee naar het ‘Justitiepaleis’.
Weer wachten in die sombere lange gang met zijn veel te weinig houten banken voor alle aanwezigen.
Ik zag meisjes en jongens passeren tussen rijkswachters, met of zonder handboeien aan.
Sommigen kwamen al lachend terug buiten en werden omhelsd door moeder en/of vader.
Anderen kwamen minder vrolijk buiten.
Er waren er zelfs die een advocaat aan hun zijde hadden en ik vroeg mij daarbij af wat die dan wel op hun kerfstok moesten hebben.
Mijn levensloop mocht dan niet lopen zoals het moest, met criminaliteit had ik nooit te maken gehad.

Ik keek rond om te zien of mijn pleegouders ook aanwezig waren, maar nee.
Toen ik daarover een vraag stelde aan de opvoedster kreeg ik geen antwoord.
Zij haalde haar schouders op en deed er verder het zwijgen toe.

De gang werd leger en lege en ik barstte ondertussen van de zenuwen.
Waarom moesten we hier zijn om tien uur?
Het was ondertussen weeral bijna middag!
Uiteindelijk riep de klerk mijn naam af en mochten we naar binnen.
Daar zaten weer de jeugdrechter met zijn bijzitters in vol ornaat.
En wie ook aanwezig was, maar die ik eerst niet opmerkte, was de assistente van mijn toeziende voogd.
Zij zat naast de deur zoals een waakhond.
Bekeek mij niet, maar verloor mij toch niet uit het oog.

Jeugdrechter Maes bekeek mij zoals hij alleen dat kon…..
 ...Zo een lange diepe blik die dwars door je heen scheen te gaan en waarbij je het gevoel kreeg dat je op een nest mieren zat.
Zijn blik ging van mij naar een lijvig dossier dat voor hem lag.
Zwijgend begon hij te bladeren.
Na wat een eeuwigheid leek sloeg hij het dossier met een klap dicht en keek mij weer lang aan. Eindelijk deed hij zijn mond open!
Ik kreeg eerst de hele rimram over zijn "hoedanigheden". Dan het verloop van mijn laatste maanden in "vrijheid" zoals hij het noemde, en vervolgens een samenvatting over mijn verblijf in het home.
Er viel op mijn gedrag niets aan te merken, zei hij.
Mijn gedrag in het home was voortreffelijk geweest, maar…..
En nu gaat het komen, dacht ik... en het kwam ook... maar niet zoals ik gedacht had!

Hij liet mij weten dat mijn verblijf in het home een noodoplossing was geweest.
Want een verblijf in het home moet betaald wegens privé.
Mijn moeder was onvermogend. (???...)
Mijn pleegouders waren evenmin in staat daartoe.
Derhalve zou ik in een staatsinstelling worden geplaatst tot mijn eenentwintigste jaar.
De staatsinstelling zou St Margaretha van Cortona worden.

De wereld verging op dat moment!
De bodem werd weggeslagen onder mijn voeten.
Ik begon hysterisch te huilen toen de woorden van de jeugdrechter weer tot mij door drogen.
Vluchten, hier weg, was alles wat ik nog kon denken.
Maar mijn benen wilden niet mee!

Al de rest ging als in een roes aan me voorbij.
Met de rijkswachter aan mijn ene zijde, en de assistente aan de andere, naar de catacomben van het Justitiepaleis.
Van daaruit naar een politiecombi….de zij-ingang van het internaat.... het wachten in de gang tot de directrice het dossier kon overnemen van de s.a…..de non die mij naar boven bracht…..die mij in de isoleercel plaatste... mij uitkleedde en de zware ijzeren deur achter mij op slot deed. Mij alleen liet met slechts  één gedachte.... waar is iedereen.
Waar zijn diegene waar ik van hou? Waar zijn diegene die van mij houden?
"Ik maak mij van kant…. Nu maak ik mij van kant"!

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
21-06-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TERUG IN DE HEL

Ik sta nog steeds een beetje versteld wanneer ik terug denk aan hoe vaak en gemakkelijk ik me kon aanpassen aan allerlei omstandigheden.
Het zal wel te wijten geweest zijn aan mijn jong zijn.
Want ik heb het daar nu heel wat moeilijker mee.
”Verandering van spijs doet eten” gaat niet op voor mij.
Ik ben honkvast, en hondstrouw.
Misschien ligt de basis daarvoor wel net in mijn jeugd.

Voor de tweede maal was ik in de hel beland. Genaamd, ‘St Margaretha van Cortona’.
Dit enkel omdat diegene die mij op de wereld hadden geschopt onkundig, maar vooral onwillig waren, om hun verantwoordelijkheid te dragen.
Daar was ik nogmaals de dupe van geworden.
(Net als zoveel anderen die ik in het gesticht ontmoet heb.)
Je kunt ‘St Margaretha van Cortona’ allerlei mooie namen geven, feit blijft dat het in casus positie een verbeteringsgesticht was. En ook als zodanig bekend stond bij de modale burger.

In de isoleercel, ontdaan van alle bovenkleding en met enkel een matras op de blote vloer, een vastgespijkerd tafeltje en dito stoel, had ik alle tijd om na te denken.
En het enige waar ik kon aan denken was sterven.
Allerlei scenario's  van zelfdoding liet ik de revue passeren.
Maar daar waren de nonnen zich maar al te goed van bewust. Want om de zoveel tijd kwamen ze kijken.
Er werd daarbij geen woord tegen je gesproken.

Weer dezelfde intake procedure.
De vernedering bij de dokter en het gesprek met een ongeïnteresseerde psychiater.
Enig verschil met vorig intiem onderzoek bij de dokter, ik was geen maagd meer.
De dokter stelde dit vast en de non schreef het in mijn dossier. Onder dwang moest ik twee rode pilletjes slikken.
Er werd goed opgelet dat ik ze ook degelijk doorslikte.
Als enige uitleg voor die pillen kreeg ik te horen dat ik binnen enkele ongesteld zou worden. En dat was zo.

Toen die procedure achter de rug was mocht ik naar het verdiep. Naar naar het tweede verdiep dit keer.
Het gerucht liep dat de meisjes op het tweede verdiep van een zwaarder crimineel gehalte waren dan die van het derde verdiep.
Maar dat was ofwel, een verzinsel verspreid door de fantasie van de meisjes zelf, of een afschrikmiddel van de nonnen.
Want de waarheid was dat op het tweede verdiep de oudere meisjes zaten, en vooral diegene die niet op korte termijn terug naar huis zouden keren.
M.a.w. meisjes die tot hun eenentwintigste geplaatst waren.

De regels op het tweede verdiep waren vrijwel hetzelfde dan die van het derde.
Met één enkele uitzondering dat wanneer je vertrouwbaar was, je buitenhuis "mocht" gaan werken. Zo werd dat geformuleerd.
Goed bekeken van de nonnen, want zo was je hen nog dankbaar op de koop toe, en fier dat je "mocht" gaan werken voor hen.
Maar zoals gezegd, ik paste mij vrij vlug aan aan het ritme en de discipline van elke dag.

Er kwam vrij vlug een brief van mijn pleegouders, waarin ze me lieten weten dat ze op bezoek zouden komen van zo gauw ze de toelating kregen van de jeugdrechter.
Maar ook de psychiater, de directrice en moeder-overste moesten daarvoor hun fiat geven.
Wat hun beoordeling 's normen waren heb ik nooit geweten, maar ik gaf hen alvast geen aanleiding om dit te weigeren.

Weer een periode van drie maanden observatie.
Dan een evaluatie.
Naar de jeugdrechter om het verdere verloop te horen te krijgen.
Je hoopte dan telkens dat je zou vrij komen.
Dat zal waarschijnlijk ook wel de bedoeling zijn geweest van die bezoeken aan de jeugdrechtbank, want zo hielden de meeste zich heel koest tijdens die periodes.
Enkel wanneer je terugkwam en te horen had gekregen dat je nog wat langer moest blijven, was er soms wat verzet.
Dan werd er wat gerevolteerd tegen de discipline, maar daar maakten de nonnen heel snel en kordaat komaf mee.
Een dag isoleercel of enkele dagen ziekenkamer, en je liep weer in het gareel.
Je kon trouwens toch geen kant op.

En zo gleed mijn jeugd door mijn vingers als water.
Zo was ik wars van alle buitengebeuren, want naar nieuwsberichten mochten we niet kijken.
Enkel door de nieuwkomers kregen we wat informatie van de nieuwe strekkingen en Kregen we een glimp van de nieuwste mode.
Het zou zes maanden duren voor ik opnieuw de straat zou zien.
Ik was toen zeventien jaar en acht maanden.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
25-06-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ARBEID ADELT?

Anno 1969.
Bijna achttien jaar en nog steeds van mijn vrijheid berooft.
Onterecht berooft, zo meen ik, maar de kinderrechten lagen in die tijd wel iets anders dan nu.
Ook onder het ouderlijke gezag werden de normen en waarden iets strenger gesteld dan nu.
En wij kinderen van toen rebelleerden iets minder expliciet daarop.
Waarden zoals gehoorzaamheid, respect en beleefdheid naar volwassenen toe, werd ons met de paplepel ingegeven.
En daar handelden wij ook naar.
Al was dat respect niet altijd wederkerig, zoals ik al zovele malen had moeten ondervinden.

Mijn vrijheid werd iets verruimd door mij toe te staan de weekends door te brengen bij mijn pleegouders.
Dit om de zes weken.
Het was een lange tussentijd, maar het was toch iets om naar uit te kijken.
Mijn eerste betrachting was om contact op te nemen met mijn eerste grote liefde R.
Maar mijn zelfrespect weerhield mij daar uiteindelijk van.
Wel ging ik kijken naar ons “liefdenestje” zoals hij het zo graag noemde.
Maar al aan de buitenkant kon ik zien dat er ondertussen andere mensen inwoonden.
Dit werd mij ook bevestigd door een toevallige voorbijgaande oude buur.
De ouders van R hadden de boel leeggehaald.
Zij hadden daarbij nog geen week gewacht.
Mijn spullen, gekregen van mijn vrienden of gekocht met mijn geld, hadden ze ook aangeslagen.
Zij meenden daar recht op te hebben zo lieten ze mij weten, twee jaar na datum tijdens een toevallige ontmoeting op de wekelijkse markt.
En ik had geen zin om mij daar nog druk over te maken.
Gedane zaken nemen geen keer.

Tijdens die  vrije weekends verliep één en ander niet zoals het mij door de jeugdrechter was opgelegd.
Maar daarover later meer.

Ondertussen werd ik door de psychiater als “gehoorzaam en volgzaam” bestempeld.
En omdat ik zo braaf en volgzaam was, zou ik worden beloond.
De beloning bestond eruit dat ik buitenhuis zou mogen gaan werken.
Waar en hoe bepaalden zij voor mij.
Ik had daarbij geen enkele inspraak. Tegenspraak evenwel zou ernstige gevolgen hebben.
Wanneer ik niet akkoord zou gaan, dan zou ik niet meer op weekend mogen.
Dan zou ik geen bezoek meer mogen ontvangen.
Men kon mij het leven behoorlijk zuur maken en dat wilde ik ten allen koste vermijden.
Dus ik legde mij neer bij hun voorwaarden.
Die voorwaarden waren de volgende;

Ik zou te werk gesteld worden op de fabriek “Koffie Rombouts”.
Dit samen met nog drie andere meisjes van mijn afdeling.
Wij werden aan de poort van het internaat afgehaald door een taxi en werden vervolgens afgezet voor de poort van de fabriek.
’s Avonds zelfde scenario in omgekeerde richting.

Het openbaar vervoer vond de nonnen geen geschikt transportmiddel voor ons.
We zouden teveel zien en horen vermoed ik.
En vooral zou men niet voldoende controle hebben gehad.

Wij kregen dagelijks een door de nonnen gemaakt lunchpakket mee, twee sigaretten en vijf Belgische franken om een frisdrank te kopen.
Koffie kregen we gratis en zoveel we wilden op de fabriek tijdens de lunchpauze en ook zo om 10.u en om 15u.
We gebruikten die vijf frank dan ook meestal om een koek te kopen die men op de fabriek tweemaal per dag te koop aanbood.
Ook konden we voor die vijf frank friet met mayonaise kopen in de gaarkeuken van de fabriek.
Of ook nog een grote kop soep.
Voor een volledige maaltijd, die men daar ook kon eten, was de vijf frank niet toereikend.

Soms spaarden we die dagelijkse vijf frank ook op om een pakje sigaretten te kopen, want rokers waren we vrijwel allemaal in die tijd.
We moesten die dan wel in ons kastje laten, want de non portierster onderzocht je tas dagelijks bij het weerkeren 's avonds.
En al wat ze vond dat verboden was verdween voorgoed in haar kast.
En buiten je schort en je lege lunchdoos was vrijwel alles verboden.

Wat mijn uurloon was heb ik nooit geweten!
Elke veertien dagen kregen de werknemers hun loonzakje. In het midden van de maand een voorschot, en op het einde van de maand de rest.
We moesten dan aan de receptie gaan aanschuiven, je naam noemen, papier tekenen, en dan kreeg je dat loonzakje met cash geld in je handen gestopt.
Als extraatje kreeg je van de baas ook een pak koffie mee.
Dat laatste was verbonden aan de jaren dienst.
Voor de nieuweling was er het ‘Groenmerk’, voor de oudgediende het ‘Goudmerk’.
Maar voor ons, "de meisjes van Cartouche" zoals we werden genoemd op de fabriek, zat het enigszins anders.
Wij moesten ook aanschuiven aan de receptie.
Maar ons loonbriefje moeste we blind tekenen.
Dat wil zeggen, er werd een leeg blad papier overheen gelegd, en enkel de plaats voor de handtekening kregen we te zien.
Ons loonzakje kregen we ook niet te zien. Dat werd  afgehaald door de non van dienst, inclusief het pakje koffie.

Zo heb ik nooit geweten wat mijn uurloon of maandloon was tijdens mijn verblijf in het internaat.
Ik weet dat jaren na datum er een hele heisa is geweest met de directrice en de staat.
Het ging om frauduleuze praktijken die zouden zijn gebeurt.
Geld dat er had moeten zijn, maar dat er niet was.
Ik heb er nooit het fijne van geweten, heb er mij ook nooit op toegelegd om het te weten.

Feit is wel dat ik na die arbeid slechts -1200BF  op mijn spaarboekje had staan.
Een spaarboekje waar ik niet eerder aankon dan op mijn eenentwintigste en ook nog eens de toelating  van de jeugdrechter moest vragen.
Waarbij je met rode kaken voor de loketbediende stond omdat die je met een scheve blik bekeek.

Tja, van vernedering weet ik alles!
Het was vernedering alom in de jaren van mijn jeugd.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
27-06-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VINCENT EN ANTOINETTE
Een kennismaking met de mensen die mijn redding zijn geweest. Die me hun liefde gaven en me door dik en dun hebben gesteund vanaf het eerste moment dat ze me leerden kennen.

't Pleintje van Meneer pastoor werd gesponsord door notabelen en zakenmensen.
Zo waren er onder meer, Vincent en Antoinette.
Maar iedereen noemde hen Jos en ‘Netje’.
Jos was beroeps militair in het Engels kamp van Emblem en Netje zwaaide de plak in hun café, De Pax. Het echtpaar had drie kinderen, een dochter en twee zonen.
Hun jongste zoon was van dezelfde leeftijd als ik en hem kende ik dan ook het beste.

Jos en Netje, maakten deel uit van het bestuur dat was opgericht vanwege, De Blokhut.
Dat was een houten keet die op het terrein van 't Pleintje stond en waar fuiven werden gegeven voor de zestien-plussers.
De Blokhut was er gekomen door hun toedoen.
Ze zochten en vonden sponsors en hielden er toezicht op dat alles netjes verliep.
Jos en Netje zouden al gauw een belangrijke rol in mijn leven gaan spelen.

Door toedoen van de jongste zoon die mijn kameraad was kwam ik op mijn zeventiende (bijna achttien) al eens bij hen in het café.
Netje, nam mij al vlug onder haar vleugels na het horen van mijn situatie bij mijn pleegouders.
Ontelbare keren schoof zij mij een glas Cola toe  en gaf ze mij een pakje sigaretten dat ik niet hoefde te betalen
Zij kwam voor mij op wanneer iemand een opmerking maakte.
Zij verdedigde mij door dik en dun, zelfs wanneer ik fout was.
Dan vergoelijkte zij die fout met een kwinkslag.
Op elk moment, dag of nacht, was ik welkom bij hen.
Jos heeft zelfs een keer zijn vuisten gebruikt om mij te verdedigen, maar hoe dat in zijn haak zit, vertel ik later.
Overal waar zij gingen, ging ik met hen mee.
Na sluitingstijd nog een hapje eten... en hop, bibi mocht mee.
Naar de stad op hun vrije dag, of bij vrienden of familie op bezoek.... als het kon namen ze me mee.
Eindelijk had ik mensen om mij heen die van me hielden om wat ik was en wie ik was.
Mensen bij wie ik mij veilig voelde. Gaandeweg werden zij mijn surrogaat ouders.
Mijn pleegmoeder was met al die aandacht voor mij helemaal niet blij.
”Dat vuile café, die vieze mensen” kreeg ik dan steeds te horen.
Maar geen tien paarden konden mij van hen weg houden.

Netje, is zeer vroeg gestorven, op 57-jarige leeftijd reeds. Ik was toen vooraan in de twintig.
De oudste zoon en Jos zijn ondertussen ook al enige jaren dood.
De dochter en de jongste zoon zie ik sporadisch, en dat is steeds een blij weerzien.
Ik mis Netje nog elke dag.
Wat had ik graag haar oude dag opgesmukt. Uit dankbaarheid voor al de liefde zie ze mij heeft gegeven.

©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
12-07-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ACHTTIEN JAAR

Achttien jaar!
Een verjaardag waar we halsreikend naar uitkeken.
Niet omdat we het dan voor het zeggen zouden hebben, zoals nu, maar met achttien jaar voelde je je toch al een beetje  een vrije mens.
Maar dat laatste ging niet op voor mij.

Aan verjaardagsfeestjes werd in St Margaretha van Cortona niet gedaan.
Enkel de katholieke feesten en sommige naamdagen werden uitgebreid gevierd met een extra lange kerkdienst.
Nu ja, dat laatste vond ik niet zo heel erg ten tijde dat ik nog elke morgen naar de kerkdienst ging. Het was een goede manier om nog een beetje te kunnen dutten.
Het was kiezen, of je deed klusjes en herstelwerk, of je ging naar de kerkdienst.
Dat eerste vertikte ik. We moesten al genoeg klusjes doen gedurende de dag en avond.
Niet enkel poetswerk, maar ook echt werken voor de één of andere fabriek. Onbetaald uiteraard!
Want heb er nooit één cent van gezien hoewel ik er heel veel uren ingestoken heb.
De kerkdiensten hielden op toen ik buiten het internaat op de fabriek ging werken.

Maar dus mijn achttiende verjaardag was er één in mineur.
De opsluiting, de harde discipline, de afgedwongen gehoorzaamheid, de vereenzaming, en nog veel meer van die nare gevoelens... het leek of ze op die bewuste dag allemaal tegelijk en loodzwaar op mijn schouders vielen.
Hoe harder ik mijn best deed om die dag zo goed mogelijk door te komen, hoe minder het mij scheen te lukken.

En ik werd ziek…..heel ziek!
Maar ik wist het niet.
Ik vermagerde zienderogen, kon niet meer eten, had ook geen hongergevoel meer.
(Dat mager worden vond ik niet erg, in die tijd was slank zijn ook al de mode.)
Maar ik werd futloos en stond heel slapjes op mijn benen.
Hondsmoe na een nacht slapen, want ook dat slapen lukte mij niet meer zo goed.
Verschillende keren per nacht werd ik wakker, badend in het zweet na nog maar eens een nachtmerrie.

Het begon de nonnen op te vallen.
Het begon de collega’s van het werk op te vallen.
Zelfs mijn pleegouders zeiden er wat van.
En mijn surrogaat-moederke, mijn Netje, die maakte zich kwaad.
Die vond dat het zo niet langer kon.
Zij ondernam actie.
Zij ging praten en raad vragen aan de hoofd-pastoor van de parochie en sprak met haar dokter.
Vermits zij mede in de bestuursraad zat van ‘’t Pleintje’, kende zij nogal wat notabelen.
Ze sprak ze dan ook één voor één aan.

Ondertussen sleepten de dagen zich voort.
De nonnen dwongen mij om allerlei pillen te slikken.
Maar wat ze ook gaven, het hielp geen zier.
En op een dag kon ik mijn bed niet meer uit .
Hoge koorts en overgeven. (Iets dat zeer pijnlijk was met een lege maag.)
Men bracht mij in de rolstoel van moeder-overste naar de ziekenkamer. ( Nu schiet mij plots ook weer de naam van die non te binnen, het mere Emmiliene en ze had MS, vandaar die rolstoel)
En ik bedenk mij nu eveneens dat dit misschien de enige keer was dat die kamer niet werd gebruikt als strafkamer voor ongehoorzame meisjes.
Achtentwintig dagen heb ik daar gelegen.
Dagen die volledig uit mijn geheugen zijn gewist.
Buiten dan de pap die ik moest slikken.
En de vernedering omdat men mij een plastieken luier aandeed omdat ik mijn blaas niet meer onder controle kon houden.

Maar het ziek worden had ook een goede kant.
Want voor mij bracht het de redding.
En ze kwam niet van God, zoals de nonnen mij graag wilden doen geloven, maar van de jeugdrechter!

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
14-08-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VRIJHEID, BLIJHEID.
Achttien jaar was ik net geworden.
En ik leefde als een veroordeelde zware crimineel.
Werd uiteindelijk doodziek van alle geleden ellende.
Ellende die al jaren voortsleepte en waar ik op dat moment bijlange na nog geen verandering zag in komen.
Maar de verandering kwam toch.

In volkomen lethargie zat ik op een ijzeren stoel, aan een kleine ijzeren tafel in de ziekenkamer (waar ik al weken verbleef) te turen door het kleine getraliede venster naar de met prikkeldraad en glasscherven bezaaide muur, toen een non binnenkwam met een brief.
De brief kwam van de jeugdrechter die liet weten dat hij mij in zijn kabinet verwachtte. Dat gebeurde om de drie of zes maanden.
Ik las het gelaten want ik verwachtte er niet veel goeds van.
Enkel de mededeling dat ik zou ‘vastzitten’ tot mijn eenentwintigste jaar.
Drie lange jaren waarin ik elk uur zou besteden aan het uitdokteren hoe ik me het best en het snelst van kant kon maken.
Want ik wilde niet meer leven. Dit leven had geen enkele zin meer voor mij.
Toekomstperspectieven had ik niet en zag ik ook niet meer.

Toen ik van de jeugdrechter te horen kreeg dat ik terug naar mijn pleegouders zou mogen gaan, geloofde ik dan ook mijn oren niet, en het duurde lang voor het goede nieuws tot mij doordrong.
Weliswaar zou de dokter van het internaat, en de psychiater mij eerst genezen moeten verklaren, maar dat zou een makkie worden, zo dacht ik.
Maar ik was zieker dan ik zelf vermoedde en men  mij de afgelopen weken vol medicatie gepompt. Medicatie die trouwens geen zier had geholpen, want voor diep ingeworteld verdriet bestaan pillen.
Fysiek was ik al wat aangesterkt door het niets anders doen dan liggen en zitten de laatste weken, maar ik was er ook mentaal onder doorgegaan, en dat was nog niet over.
Jarenlange verwaarlozing, mishandeling, zowel geestelijke als lichamelijke hadden uiteindelijk zijn tol geëist.

Maar ik was een vechter.
En met de gedachte aan mijn ‘vrijlating’ kwam die vechtlust weer, elke dag een beetje meer.
De dag kwam dat ik uit de ziekenkamer mocht.
Dat ik weer onder de meisjes kon zijn
Dat ik weer de strenge discipline aankon zonder de hartkloppingen die mij het gevoel gaven dat m’n hart uit mijn lijf ging springen.
De dag kwam dat ik weer kon gaan werken.

En zo kwam ook de dag dat de dokter vond dat het tijd was om mij vrij te laten. Dat ik het internaat en zijn machtsgeile nonnen achter me kon laten
Ditmaal zou ik het allemaal anders doen. Dat nam ik me stellig voor.
En ik deed het ook helemaal ander!                             


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
21-08-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ONDERDRUKKING
Wat Vrijheid is besef je pas als je jaren achter slot en grendel hebt gezeten. Wanneer je vanonder het juk van de onderdrukking bent uitgekomen
Je zou dus rustig kunnen vermoeden dat ik overliep van blijdschap toen de grote houten poort achter me dichtviel.
Dat ik het van de daken schreeuwde en al huppelend de straat afliep.
Niets was minder waar.

Ik voelde helemaal geen blijdschap.
Eerder had ik een gevoel van losgeslagen te zijn.
Op drift als een klein bootje op een woeste zee.
Jawel, ik wist waar naar toe. Vermoedde hoe ik de volgende dagen en weken, zelfs maanden en jaren zou doorbrengen.
En dat besef maakte nu juist dat ik geen blijdschap kon voelen.
Want ik ruilde de ene opsluiting in voor een andere.
Nee, men zou geen deuren meer achter me op slot draaien, maar dat was dan ook het enige verschil.
Een gevangene zou ik blijven, want ik zat opgesloten in mezelf.

Tijdens mijn verblijf in het internaat, en vooral de weken tijdens mijn ziekte, was ik tot de slotsom gekomen dat er voor mij geen toekomst was.
Dat ik in deze gezinssituatie op geen mooie toekomst moest rekenen
Het plaatje zou er als volgt uitzien, werken, m ’n geld afgeven, dankbaar zijn voor elke kruimel die me toegeworpen werd, en voor de rest lopen voor wat je goed bent.
Waar en hoe je loopt interesseert ons geen zier.
Ik zou weer de heftige driftbuien van mijn pleegmoeder moeten ondergaan.
Driften die ze op mij zou botvieren.
Ik was haar uitlaatklep. En als het haar echt hoog zat, ook haar boksbal. Want mijn pleegvader had zich in de loop der jaren de kunst perfect eigengenaakt om op zulke momenten onzichtbaar te worden.

En ik, ik had geen keuze.
Het was mijn enige “thuis”.
Of toch iets dat het moest benaderden.
Het verzet, de woede daar tegen, speelde nog steeds bij mij. Maar ook het besef van onmacht.
Het was die onmacht die van mij een gevangene maakte.
Dat mij verhinderde om blijdschap te voelen.
Neen, ik huppelde niet blij door de straat...floot of zong geen liedje...  ik stapte in gedachten en met loden schoenen van de ene onderdrukking naar de andere toe..

©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
28-08-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.INNERLIJKE PIJN
Terug in het huis van mijn pleegouders.
En waar ik voor gevreesd had werd waarheid.
Al wat ik te doen had was zoveel mogelijk geld binnenbrengen.
En dat deed ik dan ook maar zo goed als ik kon.
Op de koffie fabriek waren genoeg mogelijkheden om overuren te doen, dus deed ik er elke dag vier.
En gaf alle centen netjes af.
Moest daarbij m ’n eigen was en strijk doen, zoals vanouds.
Misschien dat er onder jullie lezers zijn die dit de dood normaalste zaak vinden. Ik vond dat niet. Al was het enkel maar omdat het allemaal gebeurde onder het motto: "Jij bent ons geld schuldig omdat wij jou ik huis hebben genomen." Liever had ik geien dat ze mij als baby aan de bevoegde instanties hadden toevertrouwd. Misschien was ik dan ergens terecht gekomen waar ik gewenst was. Misschien was mij dan heel veel ellende en verdriet bespaard gebleven.

Vaak moest ik die strijk nog doen voor ik naar het werk vertrok, want ’s avonds was ik laat thuis wegens de overuren en stond de kachel reeds op een laag vuur. (Strijken gebeurde toen nog met een ijzeren strijbout die verwarmd op de kachel.)
Dan maar mijn was doen ’s avonds, vaak tot laat in de nacht (wassen gebeurde toen nog allemaal op de hand) want het bleef niet steeds bij mijn was alleen.
Zaterdagmorgen werkte ik ook op de fabriek.
En in de namiddag schuurde ik gang en straat, ook als vanouds.
En dat was geen klein werkje want de deuren en de plinten moesten wekelijks worden afgewassen, de rolluiken en de ramen aan de buitenkant.
De arduinen richel  met blauwsel, en de kelder roosters met ammoniak.

Er restte mij dus geen tijd om zoals andere achttien- jarigen,  naar de kapper te gaan of te gaan shoppen.
Mijn zakgeld was trouwens slechts twintig BF per week, iets dat in die tijd ook een aalmoes was.
Een cola kostte in die tijd -11BF.
Dus uitgaan moest ik ook al niet.

Gelukkig was er mijn moederke van het café  die me gratis drankjes gaf.
Zodoende bracht ik de ganse zondag bij haar door.
Oom D. en nicht S waren daar dan ook steeds, en ’s avonds at ik bij hen.
Mijn pleegouders vonden dat goed geregeld zo... en ik ook.

Toen de baas eens opmerkte dat ik nu al wel een rijk meisje zou zijn wegens de vele uren die ik werkte, schoten de tranen in m ’n ogen.
Verbaasd vroeg de goede man wat er aan de hand was? Hoe meer hij vroeg, hoe harder ik begon te snotteren.
Met horten en stoten vertelde ik de ganse toedracht.
Meer dan twee uur heeft de man naar mijn relaas geluisterd,
Toenik zweeg bleef het heel lang stil.
Toen zei hij me dat hij mijn overuren apart zou uitbetalen.
”In het zwart” liet hij me weten, “maar vertel dit nooit aan je collega’s, want ik doe dit enkel voor jou.”
”Zodoende kan je wat achterover drukken”….. En dat deed ik dan ook.

Echt goed voelde ik mij daarbij niet, maar het was haast een kwestie van ‘overleven’.
Want heel vaak was er geen brood genoeg voor mij, en moest ik zonder lunchpakket gaan werken.
Ik rookte, maar voor  sigaretten moest ik steeds bij mijn pleegmoeder bedelen. En als ze weer eens een slechte bui had, kreeg ik niets.
Wanneer er ’s avonds nog warm eten over was, had ik geluk, anders moest ik maar wat bijeen zoeken.
Ongelooflijk, maar waar!

En zo ging er een halfjaar voorbij.
Zes maanden waarin ik een man leerde kennen.
Een relatie die al vlug weer afsprong omdat ik er niet klaar voor was.
Ik had geen liefde meer te geven.
Alles liet mij koud.
En zodoende wandelde ik het verkeerde pad op.
Een pad waarop ik enkel mezelf zou pijn doen.
Maar het leek wel alsof ik die pijn nodig had om te beseffen dat ik leefde!

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
30-08-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.KRUISPUNT
Beeld jullie in dat je midden in een veld van metershoge mais op een kruispunt staat.  Welk pad zou je dan kiezen? Dat vroeg ik me ook af, welke richting kan ik uitgaan?
Op pad dat achter me ligt, ga ik alvast niet meer op.
Teveel tranen op gestort.
Links heeft een beetje een negatieve klank.
”Jij hebt twee linkse poten” hoor ik mijn pleegmoeder dan in gedachten zeggen, “jij deugd voor niks”!
Dus links is geen optie.
Het pad dat voor me ligt, kan ik niet op!
Te bang, te weinig zelfvertrouwen en niemand die je bij de hand neemt.
Niemand die je de weg wijst, je staat moederziel alleen.
Rechts dan maar, want als je van rechts komt, heb je voorrang.
Dan moet men voor je stoppen, dan moet men rekening houden met je.
Je staat voor een keuze, en je kiest.
Alleen besef je niet dat je de verkeerde keuze maakt.
Er is niemand die het je zegt, geen rood licht dat je waarschuwt.

Mijn luttele vrije tijd bracht ik door in het café.
Ik werd er aanvaard, en ik kon er mijn zorgen vergeten. Althans, ik kon ze wegdrukken voor even.

Zonder pochen mag ik zeggen dat ik er tamelijk goed uitzag. Ik was jong, slank en mijn lange blonde haren maakten het geheel af.  Of toch niet. Het was mijn vranke teut die het geheel afmaakte!
Op alles had ik een gevat antwoord klaar.
Ik grapte, ik lachte, en het was mijn vrolijkheid die aanstekelijk was.
Mannen zagen mij niet langer meer als een jong meisje, maar als een volwassen vrouw.
Eén die wist wat ze wou en vooral wat ze niet wou.
Wisten zij veel dat het allemaal maar façade was.
Dat ik heel diep van binnen huilde als een klein kind.
Elke dag weer.
En hoe meer pijn ik voelde, hoe harder ik lachte.
Want niemand zou ooit nog mijn tranen zien.
Niemand zou mij nog verdriet doen of kwetsen.

De hotpants waren in, en de minirok.
En al zeg ik het zelf, ik had een mooi stel benen.
En daar maakte ik dankbaar gebruik van.
Het maakte dat de mannen, jong en oud aan me kleefden als een vlieg aan een pot stroop.
Ik had maar te kiezen, en dat deed ik dan ook.
Het was iets waar ik goed in was, het spel van het verleiden en hen op het laatste moment de rug toekeren .
Het was mij om de macht te doen.
Ik lachte, ik danste en was een populaire jonge vrouw.
Maar van binnen ging ik kapot.
Wist verdomd goed waar het die mannen om te doen was. Zeker niet om mijn gevoelens.
Als er ooit structuur in mijn leven was geweest, gooide ik die nu met ware doodsverachting weg.
Met als enig doel voor ogen, als ik kapot moet gaan, zal ik mezelf wel kapot maken.
Ik kies, niet jullie!
Maar ik ga niet zonder stoot of slag.

Ik koos en wees hen meteen weer af.
Ik schepte er genoegen in.
Ik speelde gevaarlijk spel.
Een beetje zoals bij Russische roulette.
Maar ik hield tenminste zelf het pistool in handen.
Stak zelf de kogel in de lader.
Klik….Nee, niet vandaag…..morgen misschien?
Want ooit kom ik aan het einde aan de weg.
Dan kan ik geen kant meer op!

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
04-09-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN RUSTPUNT

Al mijn vrije tijd bracht ik door in het café van mijn moederke.
Vaak kwam ik nachten niet naar huis, maar geen mens die vroeg waar ik uithing.
Ik bracht geld binnen, deed mijn taken in de huishouding, en voor de rest liet men me lopen waar ik goed voor was.
En dat beviel me best want zo was ik het ook gewend.

Om niet als een klaploper beschouwd te worden hielp ik vaak in het cafe.
Zo poetste ik op zondagmorgen en deed om 11.00h de zaak open.
Het is zo dat ik de horeca microbe te pakken kreeg.
Zorgen dat alles netjes was, dat de glazen blonken, om dan met een vriendelijke groet de klanten te bedienen.
Het ging me beter af dan het bandwerk in de fabriek.
Het voelde niet aan als werken en ik bekeek het ook zo niet.
Lachen met de klanten hun grapjes of hun verdriet deed me mijn eigen zorgen vergeten.
En de beloning was groot want ik werd graag gezien. Dat deed me deugd.

Met de aanwezige jeugd had ik weinig affiniteit en
verkoos het gezelschap van ouderen.
Veel keuze had ik niet. Aan al die dingen die jongeren deden kon ik niet mee doen.
Naar de bioscoop, zwemmen in het openluchtbad van het park, of naar fuiven of dancings gaan, daar had je centen voor nodig.
Maar het deerde me niet, ik had andere dingen in de plaats.

Jos was beroepsmilitair n het Engels kamp, te Emblem.
Die Engelsen met hun gezin waren allemaal gehuisvest in een straat die gelijk liep met de straat waar het café gevestigd was.
Het waren niet alleen Engelsen, maar ook Ieren, Schotten, en mensen uit de streek van Welsh
Die kwamen allemaal hun dorst lessen in ons café. En of die dorst hadden!
Hun vrouwen moesten ten andere niet onder doen voor hun mannen en het was dagelijks een vrolijke boel. Want als ze wat pinten op hadden dan werd er steevast gezongen en gedanst.
Zo haalde de één een doedelzak boven, de andere dan weer een typisch Iers instrument (waarvan ik de naam ben vergeten) of er werd gewoon muziek gemaakt met handen geklap en gefluit. Vaak begon men ook die typische danspasjes a la River Dance te dansen

Mijn Engels kon er mee door, maar wanneer die mannen onder mekaar hun streektaal spraken, dan moest ik toch passen
Ik zette dan mijn oren goed open en probeerde dan dat brabbel taaltje fonetisch weer te geven.
Maar ik sloeg al die dialecten door elkaar en dat vonden ze hilarisch.
Ja, het leven was goed zoals het was, meer had ik niet nodig om gelukkig te zijn.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
06-09-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ALLEREERSTE VERJAARDAGSFEEST (1)

Schonken mijn pleegouders geen aandacht aan mijn verjaardag, mijn moederke deed het des te meer. Zij vond dat ik een feestje verdiende ook al was het ver na datum.
Toen ik op een zaterdagavond de zaak binnenkwam, was het café versierd met slingers en ballonnen.
Elke klant die binnenkwam kreeg twee gratis drankjes mits ze “Happy Birthday” voor me zongen en dat deden ze natuurlijk graag. Of wat had je gedacht!
Het moet haar een aardige duit hebben gekost want op vrijdagavond zat de zaak stampvol tot in de vroege uurtjes.
Het was nog in die tijd dat mensen elkaars gezelschap opzochten, en niet individueel voor een tv, of pc scherm zaten.
Gezelligheid troef dus.

Tussen de vele klanten zat ook een boer met de toepasselijke naam, Jef.
En het was een echte boer! Zo een boer die vlak na het bemesten van zijn veld een pint kwam pakken.
De geur van mest rondom hem en het vuil nog dik onder zijn nagels.
Half kaal, tanden bruingeel door het pruimen van tabak.
Een man die ik liever uit de weg ging, maar die ik als klant van de zaak toch vriendelijk te woord stond.
Toen ik ooit eens opmerkte dat hij nooit wat anders droeg dan zijn stinkende vuile overall, liet hij me weten dat hij geen mooi pak nodig had. Dat hij overal binnen mocht zoals hij was omdat hij geld bij had.
En de man had geld, was in feite stinkend rijk. Droeg de briefjes van duizend los in zijn broekzak. Iets waar hij graag mee uitpakte.

En die bewuste zaterdagavond gaf Jef een briefje van duizend aan me als verjaardagscadeau.
Maar ik wilde het niet aannemen. Hoewel ik kon dromen wat ik er allemaal mee zou kunnen doen.
Maar ik wist dat de man achter me aanzat. Hij werd zelfs opdringerig.
Steeds weer vroeg hij om een slow te dansen. Steeds weigerde ik met een smoes of een kwinkslag.
Dan lachte hij zijn vieze tanden bloot en zei: “ach meisje, het geeft niet, ik kan krijgen wie ik wil” en haalde dan demonstratief een dik pak geld uit zijn zak, en toonde het aan iedereen die het maar wou zien.
In feite verschilden we niet zoveel van elkaar, Jef en ik. Hij kocht vriendschap en aandacht door rondjes te geven, ik kocht mijn aandacht door te flirten.
Maar ik was kieskeurig en Jef hoorde niet tot mijn uitverkorenen.

Vermits ik mij beter voelde bij ietwat oudere personen, had ik in het café een vriendin die wel 15 jaar ouder was dan ik. Marina heette ze.
Marina was gescheiden en woonde daarom weer thuis in bij haar moeder en vrijgezellen broer.
Het toeval wil dat Marina een naaste buur is van Jef. En laat Jef nu de nieuwe eigenaar zijn van de boerderij, waar ik als kind tomaten ging plukken om een centje te verdienen.

Marina stelt op een keer voor om me op een etentje te trakteren in een Grieks restaurant voor mijn verjaardag.
Iets waar ik meteen enthousiast over was want ik was nog nooit in een echt restaurant geweest en al zeker geen Grieks.
”Maar”, zei Marina, “dan ga ik mij wel eerst omkleden thuis.”
Jef, die het gesprek gevolgd had, stelde voor om haar met de auto naar haar thuis te voeren.
Marina ging alleen akkoord als ik ook mee reed. Want Jef zat achter alle vrouwen aan en ze vertrouwde het  niet om alleen te zijn met hem.

Zonder verder nadenken stap ik mee in de auto.
Er wordt afgesproken dat mijn moederke nadat ze de zaak hebben gesloten ons in het restaurant komt vervoegen.
Wij zullen van bij Marina thuis met een taxi naar daar gaan.
Onderweg naar Marina thuis vertel ik aan Jef,  dat ik als kind vaak  op zijn boerderij ben geweest.
Dat de kinderen klasgenootjes waren en dat ik er in het seizoen, in de serres tomaten ging plukken.
”Goh”, zei Jef, “dan zal je de boerderij nu wel niet meer herkennen, ik heb het huis helemaal gerenoveerd.”
”Waarom kom je niet een kijkje nemen”, zei Jef.
”Wel ja”, zei Marna “ik kom je ophalen zodra ik klaar ben”.

In mijn euforie over het etentje hoorde ik geen belletje rinkelen, en dus ging ik argeloos mee met Jef.
Hij liet mij de kamers zien. Ze waren echt prachtig geworden moest ik toegeven.
”En de zolder heb ik ook helemaal omgetoverd”, zei hij, “kom maar mee”.
Op die zolder had hij zijn slaapkamer. En voor ik het goed en wel in de gaten had, stonden we voor zijn bed.
Jef wilde me kussen, maar dat liet ik niet toe en stapte richting deur.
Maar Jef had andere plannen. En Jef was beresterk.
”Als je niet wil dat ik je pijn doe, dan kan je beter een beetje meewerken” liet hij me weten.

Enige tijd later drukte Marina in vol ornaat haar vinger op de deurbel.
En ik lag halfnaakt op een vies bed en was door een viezerik verkracht.
”Wel”, zei Jef, “zo erg was het niet hè, geef maar toe dat je het ook leuk vond.”
”En als ik jou was, hield ik hierover mijn mond dicht.”
”Trouwens, niemand zou je geloven, je rotzooit zoveel.”

Jef belde voor ons een taxi.
Op weg naar het restaurant valt het Marina op dat ik stil ben, maar ik vertel haar niets.
Ik vertel het ook niet tijdens het etentje en het dancing bezoek erna.
Ik lach met hun grappen en grollen en doe alsof er niets gebeurt is. In het incasseren en verdoezelen was ik tenslotte een kei.
Mijn allereerste verjaardagsfeest was er één dat ik nooit zal vergeten!!!

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
12-09-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ALLEREERSTE VERJAARDAGSFEEST (2)

Toen het verjaardagsfeestje ten einde was, was het reeds vroeg in de morgen.
Ik was het doorgekomen zonder ook maar één woord te lossen over het gebeurde.
Ook was het feest grotendeels aan me voorbij gegaan en heb de indruk dat iedereen zich flink geamuseerd heeft, behalve ik.
Al wat ik wou was, wegkruipen... slapen... en vooral niet nadenken.

Marina stelt voor om bij haar te logeren.
En ik neem dat voorstel gretig aan want bij Marina thuis hebben ze een badkamer met douche, een luxe die mijn pleegouders niet bezitten.
Er wordt met mijn moederke afgesproken dat ik ’s avonds om 18.00h bij hen ga avondmalen en daarna tot een  uur of tien de dienst van haar overneem.
Marina werkt trouwens ook in de horecasector en moet om 19.00h. aan haar dienst beginnen.

Wanneer ik onder de douche sta komt Marina mij handdoeken en een badjas brengen.
Ik zie haar ogen groot worden van verbazing.
”Wat is er met jou gebeurt? ” vraagt ze me.
Ik bekijk mezelf zo goed en kwaad ik kan en merk dat ik onder de schrammen en blauwe plekken zit.
Mijn hals, nek, armen, schouders, borsten, dijen, enfin, het lijkt alsof ik door een betonmolen ben gehaald.
”'k Weet niet” zeg ik ontwijkend, maar Marina laat zich niet afschepen.
Ze trekt in eerste instantie de verkeerde conclusie.
Ze denkt dat mijn pleegmoeder haar woede nog maar eens op mij gekoeld heeft.
Even overweeg ik om haar in haar gedacht te laten, maar ik kan niet liegen. Ze peutert beetje bij beetje het ware verhaal uit mijn neus.
”Ik wist het ”, roept ze boos uit, "die smeerlap is niet te vertrouwen."

Wonder boven wonder val ik meteen in slaap.
Maar als de wekker afloopt staat het gebeurde weer levensgroot voor me. Omdat mijn ganse lijf pijn doet.

Hoewel het een mooie lentedag is, leen ik van Marina een trui en broek die de meeste blauwe plekken verhullen. Maar ook mijn polsen vertonen blauwe plekken en zelfs mijn linkeroor ziet purper.

Ik vroeg Marina om over het gebeurde te zwijgen tegenover iedereen.
Wilde mijn schaamte en de vernedering met niemand delen
Maar aangekomen bij mijn moederke gooide ze er  alles uit toen ook zij mijn blauwe plekken opmerkte.
Toen ik opmerkte dat mijn enige angst was om hem weer te ontmoeten, iets dat zeker zou gebeuren vermits hij dagelijkse klant was, zei mijn moederke dat ik me daar geen zorgen moest om maken.

Toen ik die avond achter de toog stond en Jef binnenkwam en met een triomfantelijke blik een pint bestelde, kreeg ik niet de tijd om ook maar iets te doen of te zeggen.
Als een furie schoot Netje uit de keuken.
Herhalen wat ze hem allemaal naar het hoofd slingerde durf ik hier niet, maar het kwam erop neer dat hij niet meer welkom was in de zaak.

Het werd opeens doodstil in het café.
Jef ontkende niet eens wat er gebeurt was.
”Waarom ging ze mee naar binnen? ”, hoorde ik hem vragen.
Het was een vraag die ik mezelf al duizendmaal had gesteld.
Mijn antwoord vandaag zou zijn: Omdat je ondanks alles nog steeds vertrouwen had in de mensen, Lulu.

De Engelse klanten die van het geraas niets hadden verstaan, vroegen, en kregen uitleg van de Jos.
Toen gebeurde iets wat niemand had kunnen voorzien.
”Wat, met je vieze poten aan 'onze Lucy' gezeten”?
Jef werd tussen twee mannen naar buiten gesleurd. En in een donkere hoek van de tegenover gelegen kerk, kreeg hij het pak slaag van zijn leven.
Maar Jef zou het daar niet bij laten, en het verhaal zou nog een staartje krijgen.
Maar in de zaak is hij nooit meer binnen durven komen.

De eerste dagen liep ik ietwat angstig over straat, bang dat hij me zou staan opwachten. Maar dat is niet gebeurd.
Stilaan begon ik het ganse voorval uit mijn gedacht te zetten. Vergeten echter zal ik nooit.

Gelukkig heb ik er geen trauma aan overgehouden,
Maar het veranderde wel mijn gedrag.
Gedaan met de losbol uit te hangen, gedaan met vertrouwen te hebben in mannen.
Ik ging met een grote boog om hen heen.
Je zou kunnen zeggen dat ik op het kruispunt van mijn leven was aanbeland in een doodlopende straat.
Hoog tijd dus om omkeer te maken en nieuwe wegen te bewandelen.
Maar welk pad ik ook koos, het zou er een zijn met vele hindernissen.

©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
26-09-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE POLITIE UW VRIEND?

Mei 1970
Ik tracht het laffe misbruik van Jef zover mogelijk weg te drukken.
De eerste twee weken lijkt het of iedereen het aan me kan zien, of iedereen er over fluistert. Maar stilaan gaat dat gevoel ook voorbij.
Maar net wanneer ik het bijna een plaats kan geven, gebeurt er weer iets waardoor dat nare moment levensgroot voor m ’n ogen staat.

Jef durft het niet meer riskeren om naar het café te komen.
En hoewel ik in het begin vrees dat hij me ergens zou staan opwachten, blijft  hij ver uit mijn buurt.
Waarschijnlijk bang om nog een pak slaag te krijgen
Maar de man liet het daar niet bij, en was klacht gaan neerleggen bij de politie voor slagen en verwondingen.

Aan mijn pleegouders had ik van het ganse voorval niets vertelt.
Omdat ik mij kon inbeelden hoe mijn pleegmoeder zou reageren.
Zij zou het mij verwijten en de fout bij mij leggen. En dat deed ik zelf al, dus haar commentaar kon ik best missen.
Maar op een avond kwam ik van mijn werk en liet ze mij weten dat de wijkagent aan de deur was geweest en dat ik naar het politiebureau moest komen.
Pleeg-ma had  aan de agent uitleg gevraagd maar die had niets los gelaten. Dus werden de vragen op mij afgevuurd.
Ik loog dat het ging om een café ruzie.
De schrik sloeg mij echter om het hart.
Het doembeeld van het internaat daagde voor mijn ogen op. Niet weer, dacht ik, a.u.b niet weer.

Op het politiebureau liet men me weten dat Jef klacht had neergelegd tegen mij.
Volgens hem had ik de mannen ertoe aangezet om hem in mekaar te slaan.
De politiecommissaris die mijn dossier voor hem had liggen, behandelde mij als vuil van de straat.
Groot machtsvertoon, dreigementen om mij achter de tralies te zetten als ik niet de waarheid zou zeggen... enz.
Telkens ik mijn verhaal wilde doen onderbrak hij mij met een snauw.
”Ik ken jouw soort wel” zei hij.
Ik kreeg geen kans om ook maar iets te verduidelijken. Uiteindelijk legde hij me een verklaring voor waar geen enkel woord instond van de ware toedracht.

“Hier tekenen” snauwde hij me toe, maar ik raapte al mijn moed bijeen en weigerde.
De man werd nog kwader en gooide er nog enkele dreigementen bovenop. Maar ik tekende niet.
Van het politiebureau liep ik als een haas regelrecht naar mijn Moederke en deed daar het relaas.
Jos aanhoorde alles en stapte ijlings naar het politiebureau met de woorden “Ik kan even hard brullen als hij en luisteren zal hij”!
En zo gebeurde het ook.
Mijn verklaring werd opgemaakt en ik ondertekende ze.

Weken hoorde ik niets en zat ik met een bang hart af te wachten wat er komen zou.
Toen kwam er weer een uitnodiging om naar het politiebureau te komen.
Jef zou zijn klacht laten vallen als ik mijn verklaring zou intrekken.
Maar dat wilde ik niet want  het zou teveel lijken of ik had gelogen over het ganse voorval.
De commissaris liet mij langs zijn neus weg weten dat de procureur de zaak heel waarschijnlijk toch zou seponeren.
Maar dat was mij om het even.

Uiteindelijk heb ik van de ganse zaak niets meer vernomen.
Er is inderdaad nooit een rechtszaak van gekomen.
En in feite was  ik daar blij om. Langs de andere kant vraag ik mij nog steeds af of men bij een meisje met een andere achtergrond dan ik... met ouders die voor haar zouden  zijn opgekomen... men dit ook zo maar terzijde zou gelegd hebben.
Ik geloof nog altijd van niet!

©Huismisje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
12-10-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.NOODLOT (1)

Achttien jaar! Het leven moest in feite nog beginnen voor mij. Maar ik had integendeel al een zware tijd achter de rug.
In de steek gelaten door moeder en vader.
Ondergebracht bij pleegouders, die naam onwaardig.
Verwaarloost, geslagen, uitgescholden en uitgespuugd.
Bepotelt door een perverse pleegoom….. opgesloten gezeten in home en gesticht….verkracht.
Ooit zou het tij keren, zo droomde ik, maar ik kon niet vermoeden dat ik er nog jaren zou moeten op wachten. In feite wacht ik er al gans mijn leven op.
Want aan je noodlot kun je niet ontsnappen!

Het was de gewoonte om in het weekend met mijn Moederke na sluitingstijd nog wat te gaan eten in de stad.
Zij was verlekkerd op kikkerbilletjes in looksaus, en die konden ze geweldig klaarmaken in een restaurant nabij het De Coninckplein.
Enkele vaste klanten gingen dan gewoonlijk ook mee.
Omdat Moederke nog wat werk had voor ze kon afsluiten, werd er besloten dat ik  met een van die vaste klanten vooruit zou rijden om plaats te gaan houden. (We waren altijd minstens met een man of tien.)
De bewuste chauffeur van die avond was vertegenwoordiger bij Morris Meubelen, en zijn achterbank lag dan ook steeds stampvol.
Maar geen nood, want zijn auto had een bank uit een stuk voorin. Dus daar konden we gemakkelijk met drie zitten.
Ik in het midden wegens de smalste. Dus wij vertrokken.
Aan het Ooststation, net voorbij het Erasmus ziekenhuis in Borgerhout, heeft men nieuwe asfalt gelegd en  verkeerslichten gezet.
Het licht springt net op groen voor ons en onze chauffeur rijd het kruispunt op.
Van rechts komt een auto met volle vaart door het rode licht gereden en ramt ons frontaal.
De klap was enorm.
Ik ben door de voorruit gekatapulteerd en de vrouw van de chauffeur werd door het portier naar buiten geslingerd.
De chauffeur zelf had niets meer dan een verstuikte pols en bij zijn vrouw was haar schouder uit de kom

Bij mij echter was het andere koek.
Een jaap op mijn voorhoofd om u tegen de zeggen.
Mijn benen geschaafd waarbij het grint dat het nieuwe asfalt bedekte,  diep in mijn wonden dringen
(Dat asfalt zit er trouwens nu nog, al zie je het een ietsje minder nu.)
Mijn jas en schoenen zijn aan flarden.
De tegenligger had als excuus dat zijn vrouw moest bevallen en daarom haast had.
Ik moet enkele tijd het bewustzijn verloren hebben, want toen ik bijkwam had de politie me op de vluchtheuvel gelegd.
Ik raak in paniek, want ik voel vochtigheid onder mijn benen doorlopen en ik denk dat het mijn bloed is.
Maar het is benzine of water van eenn van de wagens.
Dan begint te regenen.
  Een politieagent zet mij in de wagen van de chauffeur die ons heeft aangereden in afwachting tot de ambulance komt. Maar de hoogzwangere vrouw die op de achterbank ligt, begint als een gekkin te krijsen wanneer ze mij ziet.
Gelukkig komen op dat moment de ziekenwagens aan.

Hoewel het Erasmus ziekenhuis vlakbij is, brengt men mij naar het ‘Stuivenbergziekenhuis.’
Men naait de wonde dicht zonder verdoving, dat hoort zo als je gedronken hebt, verklaart de dokter.
Ik zeg dat ik niet drink, ook nooit heb gedaan, maar hij is al begonnen, en werkt rustig verder.
Ik verlies weer het bewustzijn.
Wanneer ik andermaal bijkom, lig ik op de gang op een bed.
Ik heb een schedelbreuk en een hersenschudding, zegt de non van dienst, maar er is geen plaats op de zaal.
(Later kom ik te weten dat er een oude vrouw op sterven ligt en dat men wacht tot dat bed vrij is.)

Van die bewuste nacht en de daaropvolgende dag weet ik niet veel meer.
Pas na twee dagen kan ik ietwat helder uit mijn ogen kijken.
Ik mag geen bezoek hebben. Iets wat een lachertje is want ik lig op een overbevolkte ronde zaal en het scherm dat rond mijn bed staat houd het tumult niet tegen, net zo min als het plafondlicht dat pijnlijk is aan mijn ogen.
Ik klaag dat mijn benen pijn doen telkens ik ze beweeg.
Men komt tot de conclusie dat er nog glasscherven in mijn bed liggen die uit mijn kleding waren gekomen.

Na vijf dagen mag ik uit bed en mag ik naar de badkamer.
Niemand heeft mij nachtkleding of toiletspullen gebracht, dus ik krijg die van het ziekenhuis.
Ik kijk in de spiegel, en ken mezelf niet meer.
Mijn gezicht staat vol met bloedrode sneeën.
Een snee die  dwars door mijn wenkbrauw loopt is genaaid. ook zo met een snee op mijn wang

De snede op mijn voorhoofd loop tot ver over mijn schedel en men heeft een deel van mijn haren weggeschoren
De wonde loopt in een boog van het midden van mijn voorhoofd tot aan mijn rechter wenkbrauw.
Wat niet rood ziet van het bloed, ziet zwart.
Ik had tot dan toe nog geen echt voedsel gekregen, enkel een soort pap. Ik zie nu waarom. Mijn tanden staan allemaal los.
Ik ga met de kam door mijn haren en ik zie ontsteld dat het met lange strengen in de kam blijft zitten.
Kapot gesneden door het glas van de autoruit.
Mijn mooie lange haren….. mijn tanden…..mijn gezicht...en de tranen barsten los.

 Wordt vervolgt...

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
16-10-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.NOODLOT (2)

...Pas na Vijf dagen in het ziekenhuis mag bezoek hebben.
Mijn Moederke is de eerste. Dan de chauffeur en zijn vrouw van het voertuig waar ik als passagier inzat.
Ze brengen me een krant mee waar staat het ongeluk in beschreven staat met foto erbij.
De chauffeur van het andere voertuig was dronken.
Onze chauffeur was bloed nuchter.
Dit zal later blijken want de zaak komt voor de correctionele rechtbank.
Onvrijwillige slagen en verwondingen luid het verdict enkele maanden later.
Ik heb de veroordeelde chauffeur nooit gezien.

’s Avonds komen mijn pleegouders en pleegbroer op bezoek.
Dat bezoek verloopt niet zo leuk.
Mijn pleegmoeder laat weten dat ik normaal twee weken in het ziekenhuis moet blijven maar dat dit niet zal gaan.
Ze kunnen dat niet betalen, ik blijk niet verzekerd.
”En je mag ook zes weken niet gaan werken!” bijt ze me toe. “Hoe denk je dat op te lossen?”
Vele vraagtekens bij mij. Want hoezo niet verzekerd? Ik werk toch!
En hoezo, geen geld voor de rekeningen? Ik heb net vorige vrijdag mijn loon af gegeven!
Mijn pleegouders zeggen me dat ik me op eigen risico moet laten ontslagen uit het ziekenhuis. Vandaag nog! En ze duwen me gelijk de papieren onder de neus.
***Pikant detail; beneden in het ziekenhuis is een winkeltje en daar kun je kranten, bloemen en knuffels kopen. Pleegbroer wil een stripverhaal en hij krijgt zonder morren het geld om het te gaan kopen. Voor mij hadden ze niets bij.***

Mijn pleegmoeder was al niet erg opgezet met het feit dat ik veel naar mijn Moederke trok.
Ze is niet blij met de bemoeienissen over de manier waarop ik door hen behandeld wordt.
En ze laat me dan ook weten dat het ongeluk mijn eigen schuld is, of de schuld is van Moederke.
”Gaan zij nu de rekeningen betalen?” sneert ze.
”Gaan zij je nu zes weken gratis eten geven?”
Ik ben te beduusd en voel me te ellendig om te antwoorden.

De dokter komt langs en ik geef hem de ontslag papieren.
Hij raad mij deze beslissing ten stelligste af, ik heb tenslotte een barst in mijn schedel en dat vraagt opvolging,  laat hij weten.
Maar ik kijk naar het verbeten gezicht van mijn pleegmoeder. Mijn pleegvader kijkt stoicijns naar de grond, en zegt niets, zoals altijd.
Ik heb geen andere keuze dan die papieren te tekenen, ik zie geen andere uitweg.
De dokter zegt met nadruk dat ik dan thuis moet platliggen in een rustige en verduisterde kamer, want anders kan die schedelbreuk nare gevolgen opleveren voor later.
Maar dat zal mijn pleegouders een zorg wezen……

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
30-10-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERLOREN JAREN

...Ik denk niet dat veel 18-plussers, wanneer ze op hun jeugdjaren terugblikten, tot de conclusie kwamen dat het allemaal verloren jaren waren geweest.
Toen ik terugblikte op mijn jonge leven kon ik niet anders dan concluderen dat het in mijn geval wel zo was
Wanneer ik in de spiegel keek zag ik enkel doffe ellende.
Een jong gelaat met oude ogen. Met littekens die ik gans mijn leven zou meedragen.
Maar ook mijn innerlijk vertoonde al vele wonden.
Alleen zag niemand dat.

Hoop...je moet altijd blijven hopen.. maar op wat kon ik nog hopen?
Moed... je moet blijven vechten...maar je wordt het vechten zo beu.
Je kunt soms gewoonweg niet winnen... wat je ook doet... hoe hard je ook probeert. Je hebt eerder de neiging om je neer te leggen om te slapen en daarbij je hoopt dat je nooit meer hoeft wakker te worden. Omdat elk klein lichtpuntje toch altijd weer een fiasco wordt.
Alsof je een rugzak vol kasseien met je meesleept...te zwaar voor je frêle schouders...
te moeilijk om te vatten. Het grote waarom?

Neen er waren in mijn naaste omgeving niet veel 18- jarigen die zich die vragen hoefde te stellen.

Eerder zag ik hen onbezorgd door het leven gaan.
Ze studeerden af en begonnen aan een carrière. Ze  hadden mooie vooruitzichten en hoge verwachtingen.
Wat ze ook deden, ze deden het in het besef dat ze werden gesteund door diegene die hen lief had.
En dat maakten hen sterk. Zij hadden nog voldoende wilskracht in zich om te verlangen... te hopen... te vechten.
Ik niet meer.

Mijn kracht en levenslust was gebroken.
Die van hen maakte mij eerder somber...misschien ook afgunstig...maar vooral verdrietig...moedeloos.
Omdat ik mij ervan bewust was dat het anders kon...  anders had moeten zijn.

Mijn kelk was leeg... het bittere goedje opgedronken tot de laatste druppel...dacht ik.
©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
09-11-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.IMPACT

Ik moest zes weken rusten na het auto-ongeval, maar na drie weken reeds ga ik terug aan het werk.
Niet erg bevorderlijk om met een half genezen schedelbreuk en hersenschudding tussen dreunende machines te moeten staan. Maar ik kan de verwijten en het gezeur van mijn pleegmoeder niet meer aan.
Het gevolg is migraine. (Gelukkig raak ik daar rond mijn vijfentwintigste vanaf dank zij goede medicatie)
Elke dag weer laat ze me weten dat ik haar geld kost en dat ik mijn moeder maar moet gaan vragen om eten. Het tot in den treure herhaald aloude liedje dus.
Het doet me zo’n pijn dit te horen! Want ze weet deksels goed dat ik niets liever zou doen. Maar die keuze heb ik niet.

Wanneer ik zo terugblik op al die sneren en op al die verwijten, dan kan ik enkel maar tot de bevinding komen dat ze mij uit de grond van haar hart heeft gehaat.
Maar waarom? Dat is nog steeds mijn grote vraag.
Ze had volgens mij een haat op al wat vrouw was.
Getuige de vele ruzies die ze had met haar moeder, zuster, schoonzusters en tantes.
Vriendinnen had ze niet, buiten dan het stel dat wekelijks kam kaarten. Maar ook die ontsnapte niet aan haar venijn, zij het achter haar rug.
Buren gingen haar liever uit de weg en waren bang van haar scherpe tong.
Ze duldde immers geen tegenspraak.

Toen ik later met mijn kinderen op bezoek ging, ze was toen al gedeeltelijk verlamd en leed aan dementie, moest ik haar goed in de gaten houden.
Mijn zoon kon niets mis doen in haar ogen, maar mijn dochter, die amper lopen kon, kreeg een klap als ze in haar nabijheid kwam.
Ook haar snoepjes nam ze haar af, om ze aan mijn zoon te geven.
Zag ze mij in haar?
Het zijn en blijven open vragen.

Terug naar mijn jeugd nu.
Ik zou niet lang meer onder hun dak blijven. Alles gebeurde tamelijk snel.
Op amper een halfjaar leerde ik de vader van mijn kinderen kennen.
Hij werd mijn toevluchtsoord.
Maar voor het zover was, zou ik nog het één en ander te weten komen dat mijn beslissing om uit huis te gaan bespoedigde.
Dingen die me zo boos maakten dat ik voor mezelf niet meer kon  instaan.
Een puzzel die in elkaar viel. Een plaatje dat af was.
Maar wat een lelijk plaatje!
Dat vertel ik jullie een andere keer.

Het is raar hoe al die emoties van vroeger nu nog zo’n impact kunnen hebben op mijn gemoed.
Niettegenstaande mijn pleegmoeder al jaren dood is zit ze verdorie nog steeds onder mijn huid.
Ik heb nooit de gelegenheid genomen om mijn hart te luchten tegen haar, zoals een psychiater mij ooit aanraadde.
Enkel uit respect, ze was al ziek, en ze zou het niet meer begrepen hebben.
Misschien had ik het beter wel gedaan.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
14-11-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PUZZELSTUKJE 1
Ik krijg een aangetekende brief thuis gestuurd.
Postbodes namen het in die tijd niet zo nauw en zodoende tekende mijn pleegmoeder in mijn plaats af met mijn naam.
Het is een uitnodiging om naar een wetsdokter te komen. Ik begrijp het niet goed, maar ik krijg uitleg. Mijn pleegouders hebben hun Burgerlijke verzekeringspolis gebruikt om een schadevergoeding te vragen in voege met mijn auto-ongeval
Daarom moet een wetsdokter de schade aan mijn aangezicht bepalen.
Ook moet ik mij burgerlijke partij stellen.
Ik heb er niet veel zin in, maar ik doe het toch.

De wetsdokter vraagt mij wat ik wil doen.
Of ik graag de littekens met een schoonheidsoperatie wil laten verwijderen?
Ik zeg ja. Want ik lijdd erg onder die littekens in mijn gelaat.

Mijn pleegouders zijn woedend wanneer ik hen dat vertel. Want dat betekent dat er geen geld wordt gestort, maar dat enkel alle medische verzorging wordt vergoed.
Ze maken mij wijs dat wanneer ik een schadevergoeding aanvraag, in plaats van dat ik een operatie wens, ik dan toch de operatie kan laten uitvoeren en nog geld overhoud bovendien. Want men betaald veel meer uit aan een jonge vrouw.
Maar ik blijf bij mijn beslissing.
Uiteindelijk spelen ze het toch klaar dat mijn beslissing wordt herzien. Hun verzekeringsagent brengt dat voor hen in orde buiten mijn weten om.

Ondertussen vraagt mijn vriendin Marina, of ik geen zin heb om in het café komen te werken waar zij ook werkt.
Ik heb toch ervaring, beweerd ze. Maar die ervaring deed ik op in het café van mijn Moederke, en dat was als een thuismatch spelen.
Enkel maar de vrijdagavond, zegt ze me, dan kan ik de vrijdag vrijaf nemen. Zou je dat voor me willen doen?
Ik kan zo moeilijk nee zeggen he!, Iets waar ik nu nog mee worstel. En dus stem toe.Dat dit café in de beruchte Stationsbuurt van Antwerpen ligt, verzwijgt ze me wijselijk. Anders had ik me sito presto bedacht. Eens ik binnen ben is het te laat om nog te weigeren.

Na de ervaring met Jef ga ik alle mannen zoveel mogelijk uit de weg. En in dit café zitten heel veel mannen
Ruwe mannen, dronken mannen, en mannen die denken dat met geld alles te koop is.

Op de hoek aan de toog zit een man in een zee-uniform.
Donkere ogen, donker haren en dito baard. Ook twee perfecte rijen met witte tanden laat hij zien wanneer hij naar me lacht.
Hij blijft mij verder zwijgend gadeslaan en merkt dat ik heel onwennig reageer wanneer er weer eens een dronken klant tegen me staat te lallen of naar me wil grijpen.
Plots staat hij op en neemt één van de dronken klanten bij zijn revers, en zegt hem dat hij zijn fikken van me af moet houden, of anders……

Die zeeman zou de vader van mijn kinderen worden, maar dat wist ik nog niet op dat moment.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
17-11-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PUZZELSTUKJE 2

Mijn pleegmoeder noemde mij in het beste geval “die vreemde”, waarbij ze bedoelde dat ik niet bij hen hoorde, geen deel uitmaakte van hun gezin.
Uiteindelijk miste die uitspraak zijn doel niet, want ik vervreemde totaal van hen.
Verdeelde mijn vrije tijd tussen het café van mijn Moederke en het café waar ik werkte op vrijdagavond. En natuurlijk mijn nieuwe liefde!
Wanneer Mon ( afkorting van Raymond) aan wal was, dan was hij dit vaak voor enkele weken.

Mon is geboren in De Panne op18 maart 1944. Hij heeft de zeevaarttscool van Oostende doorlopen. Op het moment dat ik hem ontmoet is hij tweede luitenant ter zeevaart. Hij is acht jaar ouder dan ik.
Een bereisd en volwassen man, een beleerd man ook, hij schrijft en spreekt vloeiend vijf talen.
Mon is het tweede kind, en enige zoon, in een gezin van vier.
Op hem rust dus de taak om de naam voort te zetten.
En daar werd heel veel belang aan gehecht. (Hoewel ik dat altijd iets of wat belachelijk heb gevonden omdat van hun familienaam, bij wijze van spreken, er dertien in een dozijn gaan.
Mijn kinderen zeggen nu nog dat zij veel liever mijn familienaam hadden gedragen omdat hij zoveel mooier klinkt en niet kan worden verbasterd tot iets belachelijks.

Zijn ouders hebben altijd in het hotelwezen gezeten. Zijn moeder is kokkin.
Iets dat later tot veel strubbelingen tussen haar en mij zou leiden, want veel meer dan aardappelen schillen en worteltjes schrapen kan ik niet.
Ik had nooit echt leren koken. Het interesseerde me ook niet. Want van alle huishoudelijke taken is koken het enige dat ik niet graag doe.
Tot op heden zie ik het nog steeds als een noodzakelijk kwaad, al ben ik ondertussen wel geëvolueerd in de kookkunst.

Wanneer hun kinderen het huis uit zijn, behalve het jongste zusje dat een nakomertje is, verhuizen ze naar Antwerpen.
Mon woont niet meer bij hen in, hij huurt een kamer boven een restaurant gelegen op, De Paardenmarkt.
Ik blijf daar dan ook vaak slapen.
Iets dat mijn pleegouders helemaal niet erg vinden. Minder last voor ons, moeten ze hebben gedacht.

Enkele maanden later kent Mon gans mijn levensverhaal, en maken we toekomstplannen alsof we zwemmen in een stroomversnelling.
”Jij moet daar weg”, zegt hij keer op keer, “het wordt tijd dat iemand jou begint te verwennen, dat iemand voor je zorgt zoals het hoort.
Ik spreek hem niet tegen. ik kijk geweldig naar hem op op, hij is mijn toevluchtsoord en steunpilaar.
Maar of hij mijn grote liefde is…...daar twijfel ik op dat moment nog aan.
Geen holderdebolder gevoel. Geen dartele vlinders in mijn buik. Mijn hoofd tolt niet.
Het lijkt wel of ik geen liefde meer te geven heb en bekijk alles heel rationeel. Wik en weeg af.

Ben ik dan totaal ongevoelig geworden, vraag ik me af.
Wat is er met me gebeurt? Ik kan lief zijn, kan lieve woordjes fluisteren en mezelf geven. Zonder daarbij ook mariets te voelen dat naar liefde smaakt?
Waarom, en vooral wanneer, ben ik die koude kikker geworden?
(Wordt vervolgt)

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
05-12-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MIJN LIEF

...Ik bracht bijna al mijn tijd door op de kamer van Mon. Ik kwam er tot rust en kreeg beetje bij beet je wat zelfvertrouwen. De relatie tussen mij en mijn pleegouders was nog nooit zo afstandelijk geweest.
Ik denk dat ik toen op die kamer voor het eerst tot het besef kwam hoe graag ik alleen was. Iets dat nooit meer is overgegaan.

‘Mon’ sprak al snel over trouwen. Dat overviek mij enigszins. Maar uiteindelijk zou dat we de beste oplossing zijn gezien de nare situatie waarin ik zat.
Hoewel ik bijna niet meer naar mijn plegouders ging, kwam mijn stond mijn pleegvader steeds aan de fabriekspoort om mijn loonzakje te ontvangen.
Toen ik hem liet weten dat ik mijn overuren niet meer zou afgeven, iets dat de baas mij al gedurende ruime tijd in het handje uitbetaalde, was ik al helemaal niet meer welkom.
De vrees om wegens dat feit nog maar eens een keer te eindigen in het internaat was bijzonder groot.
Dat die vrees overbodig was wist ik niet.
En het waarom ook niet, maar daar zou ik snel achter komen.

Alles draaide om geld bij mijn pleegmoeder, enkel geld.
Geld dat integraal naar mijn pleegbroer ging. Je kon het zo gek niet bedenken of pleeg-ma kocht het voor hem.
Niet erg natuurlijk, ware het niet dat het ten koste ging van de maandelijks facturen die moesten betaald worden.
Er stond dan ook gedurig wel ergens een rekening open.
Pleegvader had al twee jobs en ik werkte. Maar we konden haar spilzucht niet bijbenen. (Nu moet eerlijkheidshalve vermelden dat mijn pleegmoeder ook nooit wat voor zichzelf kocht.)
En die situatie kon niet langer volgens mijn toekomstige man.

Dus werden er voorbereidingen getroffen voor een huwelijk.
Maar mijn leven zou mijn leven niet zijn moesten er daarbij geen moeilijkheden opduiken.
Moeilijkheden waarbij ik weer geen keuze had en waarbij er weer een oplossing gevonden werd die mijn toekomst anders zou bepalen dan ik het gewenst had.
En bij die voorbereidingen zou er iets aan het licht komen. Iets waarover ik mij al vele vragen had gesteld, maar waar niemand mij een antwoord op wou geven. Omdat het antwoord voor de zoveelste keer het hebberige gelaat van mijn pleegouders zou blootleggen. (

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
08-12-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE VOORBEREIDING

...Is de voorbereiding van een huwelijk sowieso al stresserend, bij ons kwam daar nog een schepje bovenop. We hadden heel wat obstakels uit de weg te ruimen.

Ten eerste, mijn geboorteakte was nergens te vinden.
Dus moesten we naar het moederhuis waar ik geboren was. (De Vinckenstraat, Antwerpen).
Daar zei men ons dat die akte in het tehuis voor ongehuwde moeders lag. Daar had mijn moeder de laatste maanden van haar zwangerschap gewoond.
Dat tehuis was gehuisvest in de Kapucienessenstraat, Antwerpen (nabij de Britselei).
Daar liet men ons dan weer weten dat ik langs de Procureur des Koning moest omdat ik zijn toelating nodig had vermits hij mijn toeziende voogd was.
Daar moesten we dan weer eerst een afspraak voor maken, want daar kom je zomaar niet bij. Ik had hem trouwens nog nooit ontmoet.
Enfin, om een lang verhaal wat in te korten, na vele dagen van het kastje naar de muur te zijn gestuurd, kwam ik uiteindelijk weer terecht bij de jeugdrechter.

En zo zat ik voor de zoveelste keer met klamme handen op die stoel voor Meneer Maes en zijn bijzitters.
Ik mocht mijn verhaal doen. En hij leek mijn vraag om te mogen huwen niet ongenegen te zijn.
"Maar, zei hij, je hebt niet mijn toelating nodig maar die van je biologische moeder". Zij was immers nooit uit de ouderlijke macht ontzet. Begrijpe wie het begrijpe kan!

Mijn pleegouders trokken zich van dit alles niets aan, voor hen was ik al lang passe.
Ik ging nog wel naar daar en bleef er ook een enkele keer slapen. Want helemaal niet meer opdagen durfde ik niet.
Tenslotte kon er nog controle komen van de rechtbank, en dan moest ik wel aanwezig zijn.
Ook was het wettelijk niet toegelaten voor de huurbaas om mij officieel in te schrijven op de kamer die Mon huurde. Omdat ik nog minderjarig was.
Maar die kamer voelde voor het eerst in mijn leven aan als een echte thuis.
Mon was vaak voor weken op zee en dan was ik daar alleen. Ik voelde me er rustig en geborgen.

Beetje bij beetje verfraaide ik de kamer. Met hier een plantje en daar wat kitscherige spulletjes. Maar ze leken toen van onschatbare waarde voor mij.
Ik kon er in alle rust naar de muziek luisteren die ik graag hoorde of kon er ongestoord een boek lezen. Lezen deed ik veel en graag. (Ook al iets dat ik nooit had kunnen doen bij mijn pleegouders).

En toen kwam de dag waar ik geweldig tegenop zag. in feite waren het twee dagen.
De eerste dag was die dat ik naar mijn moeder zou toe moeten om haar toelating te vragen voor het huwelijk. De tweede dag was de kennismaking met mijn toekomstige schoonouders.
Mijn vroegere ervaring met de moeder van R. had me geleerd dat ik niet de gedroomde schoondochter was.
En dat mijn vrees niet onterecht was zou snel blijken.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
13-12-2006
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PUZZELSTUKJE 3

Toen ik weer eens voor een dag of twee bij mijn pleegouders ging slapen, wachtten er drie brieven op mij.
Twee kwamen van het gerechtshof , de andere kwam van de verzekering. Die laatste betrof mijn tweede auto-ongeval.
De eerste brief van het gerecht bevatte een uittreksel van mijn geboorteakte.
En op die akte las ik voor de eerste keer, de volledige naam van mijn moeder, haar geboortedatum en geboorteplaats.
Het was desondanks een ietwat emotioneel moment, het leek of ik nu pas een bestaansrecht had.
Het is moeilijk om te beschrijven wat ik voelde toen ik dat stukje papier in handen had. En het is waarschijnlijk nog veel moeilijker om vatten hoe het voelt voor iemand die niet in mijn situatie zit,

De tweede brief was een oproep om naar de jeugdrechter te komen.
Ook mijn pleegouders, Mon en mijn moeder moesten die dag aanwezig zijn.
Bij die brief had ik al een minder goed gevoel. Hoewel dat, zoals later bleek, geheel onterecht was.

De derde brief van de verzekering is een verhaal apart.
Het toonde nog maar eens wat ik werkelijk waard was in de ogen van mijn pleegouders. En vele onbeantwoorde vragen kregen klaarheid.

Zoals: de reden waarom ik voor de tweede maal geplaatst werd toen ik samen woonde met R...
en de reden waarom mijn pleegouders geen verzekeringspapieren wilden tekenen na het auto-ongeval met R. toen ik op het kantoor werkte van de drukkerij en daarom werd ontslagen op de drukkerij wegens ongewettigde afwezigheid...
en het het gesjoemel van mijn pleegouders met een toelage... en gesjoemel met verzekeringsgeld dat mij toekwam na mijn tweede auto-ongeval.

Het was geen fraai plaatje! en Ik was er dan ook  kapot van op dat Moment. Maar al bij al ben ik blij dat ik de antwoorden ken.
Wordt vervolgd…

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
17-01-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PUZZELSTUKJE 4

Bij de jeugdrechter:

In de gang van het Justitiepaleis zat ik weeral met knikkende knieën te wachten tot we werden binnengeroepen bij de jeugdrechter.
Het wachten leek wederom uren te duren. En ook wederom voelde ik mij schuldig.
Mij constant schuldig voelen aan van alles en nog wat was sinds jaren een tweede natuur geworden.
Tegelijk met het het dat ik mij moest wapenen

De jeugdrechter keek mij op zijn typische manier over zijn brillenglazen aan
Vroeg hoe het met me ging?
Wat kon ik daar nu op antwoorden?
Kon ik zeggen dat ik mij doodongelukkig voelde? Dat ik mij uitgebuit voelde? Wegwerpartikel nummer één?
Wat als hij mij dan weer zou plaatsen?
Ik nam het risico niet en zei hem dat het mij prima verging.
Hij keek mij zo lang stilzwijgend aan dat ik mij er ongemakkelijk ging bij voelen.
Hij had goed en slecht nieuws zei hij. Wat wilde ik eerst horen?
Opgevreten door de zenuwen kreeg ik geen woord over mijn lippen.
Het enige dat ik hoorde was dat hij slecht nieuws had, en ik kon geen slecht nieuws meer aan.

Op een paar luttele seconden speelde zich in mijn hoofd een ganse film af.
Ik was zodanig in paniek dat ik in eerste instantie niet hoorde wat hij zei.
Ik keek naar de gezichten van mijn pleegouders, zag mijn pleegvader stiekem op zijn horloge kijken. Zijn werkplaats lag vlakbij het gerechtshof en hij had daarom slechts een uurtje vrijaf gevraagd.
Dat uur was bijna om en daar maakte hij zich zichtbaar zorgen over, niet om mij.
Mijn pleegmoeder had een schamper lachje om haar mond. Allemaal geen goed teken concludeerde ik.

De jeugdrechter sprak: "Je krijgt de toestemming om te huwen en de rechtbank heeft beslist dat je de volledige beschikking krijgt van je loon tot aan je trouwdatum. Dat is het goede nieuws."
"Het slechte nieuws is, je wettelijke moeder moet haar toestemming geven voor je huwelijk en zij weigert dat te doen.
Daarom heeft de rechtbank een gerechtsdeurwaarder aangesteld die voor jou de lopende zaken zal afhandelen.
En dat was het. Hij wenste mij proficiat met mijn aanstaande huwelijk en veel geluk in mijn verdere leven.

Mijn pleegmoeder had de ganse tijd niets gezegd. Iets dat mij vreselijk bang en onzeker maakte.
Want als ze schold wist ik tenminste waaraan of waaraf. Maar als ze zweeg was ze pas echt gevaarlijk.
Ik vroeg me af waarom ze niet had geprotesteerd toen de jeugdrechter besliste dat ik mijn loon mocht houden.
Want ik wist dat ze daar niet akkoord mee ging.
Heel waarschijnlijk gooit ze mij vanavond al de straat op, zo meende ik. Want hoewel ze beiden een papier hadden getekend voor akkoord, had dit hen nog nooit tegengehouden om alle wetten aan hun laars te lappen.
De jeugdrechter kende hen  niet zoals ik hen kende.
  Mijn pleegmoeder in de eerste plaats, zou zich bij dat vonnis niet neerleggen zonder slag of stoot.
Ik wist toen nog niet waarom ze het wel deed, maar al gauw zou de ganse puzzel volledig zijn.
Wordt vervolgd.....

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
19-01-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PUZZELSTUKJE (5)

Na de zitting:

Gedrieën stapten we zwijgend achter elkaar het Justitiepaleis uit.
Mijn pleegvader ging terug naar zijn werk, mijn pleegmoeder stapte naar de tramhalte en ik sjokte er verward achteraan.
Verward, omdat mijn hoofd nog niet alles kon vatten wat de jeugdrechter had gezegd. Bang, voor wat mij te wachten stond wanneer mijn pleegmoeder eindelijk haar mond zou opendoen.
Hoewel ik ook vlakbij het gerechtshof werkte, had ik, in tegendeel tot mijn pleegvader, een ganse dag vrijaf gevraagd.
Plots sprak pleeg-ma mij aan en ik schrok me bijna een hartinfarct, zo diep was ik in gedachten verzonken.
"Wat ga je doen?" vroeg ze me bits. Here we go, dacht ik.
"'k Weet niet, wat moet ik doen", vroeg ik?
"Wel, ga je naar de kamer van Mon, of ga je mee naar huis?"

"Euh, 'k weet niet" was alles wat ik kon uitbrengen. Ik wist voor mezelf dat ik het liefst naar het café van mijn Moederke wou gaan om haar gerust te stellen. Want zij was de dag voordien heel bezorgd geweest.
Toen ik mijn pleegmoeder dat zei, reageerde ze tegen alle verwachting in heel gelaten: "Je doet maar, maar vanavond wil ik dat je naar huis komt want we moeten praten" was haar antwoord.

's Avonds ging ik dik tegen mijn zin naar huis.
Mijn pleegouders zaten aan tafel te eten. Er was voor mij niet gedekt.
Hier gaan we weer, dacht ik, en ik zat er vlak op.
Ik zou vanaf nu mijn eten en alle andere kosten, tot in het kleinste detail, zelf moeten betalen.  En ik zou maar beter zo snel mogelijk trouwen.

Het verwonderde mij dat ze geen kostgeld vroegen! Maar ik repte er wijselijk niet over. Zij ook niet. Maar al vlug zou blijken waarom.

Wordt vervolgd...

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
04-02-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PUZZELSTUKJE 6

Een opdoffer:

Mon en ik maakten een afspraak met de gerechtsdeurwaarder. We mochten nog diezelfde week komen.

De deurwaarder bezorgde ons al meteen een opdoffer.
Hij begon met te zeggen dat hij zijn best ging doen maar dat mijn moeder uiteindelijk niet kon gedwongen worden om haar toelating te geven voor ons huwelijk.
In het slechtste geval kon zij het huwelijk tegenhouden tot aan mijn eenentwintigste.
Temeer daar de procedure zelf al veel tijd in beslag zou nemen.
Zo zou de deurwaarder eerst een normale brief moeten schrijven naar mijn moeder.
Op die brief moest zij niet reageren als ze dat niet wou. Daar zouden al drie maanden overheen gaan.
Vervolgens zou er een aangetekende brief worden verzonden. Maar ook op die brief was ziet verplicht te reageren. Weer enkele manden kwijt.
Vervolgens, ging hij verder, ga ik ter plaatse met een dringend verzoek. "Maar let wel" zei hij "dit is een verzoek en geen dwangbevel". Je moeder hoeft hierbij evenmin een reden op te geven waarom zij gekant is tegen het jullie huwelijk. Haar njet voldoet.
Daarna moeten we een gerechtelijke procedure opstarten. Ondertussen is er bijna een jaar verlopen, liet de deurwaarder ons weten.
In die gerechtelijke procedure kan dan een rechter beslissen om over de beslissing van je moeder te gaan, en de toelating voor jullie huwelijk geven. "Maar let wel", zei de deurwaarder weer, er is geen 100% zekerheid dat de rechter dit zal doen.
Komt bij dat je moeder drie maanden de tijd krijgt om tegen zijn beslissing in beroep te gaan. Wanneer zij zulks doet zijn we nog een jaar verder en ben je ondertussen eenentwintig jaar.
Conclusie van ons en hem, een langdurige en kostelijke nutteloze zaak.

Tot slot gaf hij ons nog een goede raad mee. Hoewel ik tot op vandaag nog altijd twijfel aan die raad wanneer ik op mijn leven terug kijk?
"Zorg dat je zwanger wordt, zei hij, en ga dan rechtstreeks een verzoek naar je toeziende voogd, Dan heb je de toelating van je moeder niet meer nodig en kun je huwen nog voor de geboorte van het kind. Want rechters zien liever geen onwettige kinderen geboren worden.

Zo formuleerde hij het en het klonk ons als muziek in onze oren.
Oefenen om zwanger te geraken zou geen probleem zijn, ). De pil nam ik niet want de dokter weigerde om me die voor te schrijven wegens veel te jong en nog geen kinderen. (Vele dokters waren toen nog categoriek wegens hun geloofsovertuiging tegen  die anticonceptiepil die toen nog vrijwel in haar kinderschoenen stond.)

Wanneer ik er nu op terug denk was het in feite een wonder dat ik nog niet zwanger was! Waarschijnlijk lag dat aan het gelukkige toeval dat Mon vaak lang van huis was en mijn vruchtbare periode er net middenin viel.
Maar vanaf nu zouden we niets meer aan het toeval overlaten.
We schroefden de frequentie van onze "oefeningen" nog wat op, rekenden en maakte de som. En hoera! Na drie maanden van hard maar plezierig labeur, was ik zwanger. Ondertussen moest Mon weer vertrekken en ik af en toe slapen bij mijn pleegouders.
Van mijn biologische moeder kreeg ik taal nog teken, en dat vond ik best was  best zo.

Op een vrijdagavond was het ouderavond in de school van mijn pleegbroer.
Mijn pleegvader moest werken tot 22u, en dus ging mijn pleegmoeder alleen.
Dat maakte dat ik het rijk voor mij alleen had, iets dat heel zelden voorkwam.
Maar nu zag ik de kans schoon om de brief van de verzekering te zoeken.
De brief met betrekking op mijn auto-ongeluk en die vlug werd opgeborgen door mijn pleegouders zonder dat ik hem had kunnen lezen......
Wordt vervolgd...

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
05-02-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PUZZELSTUKJE 7

De verzekerinsbrief:

Het kwam zeer zelden voor dat ik het rijk voor mij alleen had ten huize van mijn pleegouders. Maar nu was het even zo.
Ik wist dat alle papieren, net zoals alle foto's, bewaard werden in blikken koekjes dozen. Die dozen stonden op de bodem van de ouderlijke kleerkast.
Het was een oude kleerkast waarvan het sleutelgat veel te groot geworden was voor de bijpassende sleutel, en daarom was het heel eenvoudig, zelfs wanneer ze op slot was om de deur open te krijgen.
Met je vinger in het sleutelgat gestoken even een korte stevige ruk aan de deur geven, en open was de kleerkast.
Ik moest wel voortmaken want wist niet hoelang de ouderavond zou duren.
Na in enkele dozen gesnuffeld te hebben vond ik de brief van de verzekering. Tevens ik vond nog veel meer dat mij met verbijstering sloeg.

Ik vond brieven van de jeugdrechtbank waarvan de inhoud mijn mond liet openvallen en mijn bloed deed koken.
Hoe vaker ik die bewuste brieven las, hoe furieuzer ik werd.
Wat waren mijn pleegouders smeerlappen! Gore vieze laag bij de grondse smeerlappen!
Het beetje liefde en respect dat ik voor hen bezat, verdween bij deze als sneeuw voor de zon. Tegelijk met mijn boosheid kwam verdriet. Een onpeilbaar verdriet. Had ik altijd nog een beetje geloofd dat zij ergens toch van me hielden... dan gaf het mij bij deze de zekerheid dat dit totaal niet zo was.
Ik was in hun ogen geen mens van vlees en bloed. Enkel en alleen maar een inkomen, niets meer of minder. En hoewel ik dit vaak genoeg had ondervonden en diep in mijn achterhoofd ook wel besefte, wou ik toch kost wat kost geloven dat ik het verkeerd voor had.
Maar nu lagen de bewijzen hier zwart op wit voor me.

Even overwoog ik om mijn pleegmoeder met dit alles meteen te confronteren, maar ik besloot om het niet te doen.
Zij zou de brieven uit mijn handen hebben gegrist om ze vervolgens te laten verdwijnen. En dan zou ik geen bewijzen meer hebben.
Daarom stak ik ze in mijn handtas en besloot om ze in bewaring geven aan mijn Moederke.
Bij haar zouden die brieven veilig zijn enn ik zou meteen getuigen hebben indien ik die ooit nodig zou hebben.

Het moeilijkste moment voor mij was om het stilzwijgen te bewaren toen mijn pleegmoeder terug thuis kwam.
Wel tien keer was ik nagegaan of ik de blikken dozen op dezelfde plaats had teruggezet. En of de kleerkast deur terug gesloten was en de sleutel in dezelfde positie als voorheen in het sleutelgat stak.
Allemaal overbodige stress weet ik nu, want mijn pleegmoeder vermoedde in de verste verte niet dat ik op zoek zou gaan.
Ik had het trouwens ook nog nooit geavontuurd om in hun laden of kasten te gaan snuffelen.

Toen mijn pleegmoeder weer thuis kwam stond ik klaar om te vertrekken. De brieven brandden in mijn handtas.
Het viel haar op dat ik heel nerveus was.
Venijnig vroeg ze mij of ik zo ongeduldig was om  naar die vieze kroeg te gaan. Ik antwoordde niet, deed mijn mantel aan en ging er als een haas van door. M in plaats van naar mijn Moederke te gaan stapte ik op de tram en reed naar de kamer van Mon.
Daar kon ik de brieven lezen op mijn gemak
Onderweg besloot ik om nooit meer weer te keren naar het huis van mijn pleegouders.
Een ondoordachte en emotionele beslissing. Eén waar ik later noodgedwongen op terug moest komen. Maar ik had door de brieven een grote troef in handen. Mijn pleegouders konden mij niks meer maken.
Ditmaal hield ik de touwtjes in handen.

Wordt andermaal vervolgd....

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
08-02-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. PUZZELSTUKJE 8

Inhoud van de brieven:

Pas wanneer ik op mijn bestemming aankom valt de gejaagdheid van mij af.

Op de kamer van Mon zet ik eerst koffie en doe wat huiselijk werk. Ik stel het lezen van de brieven zolang mogelijk uit. Omdat ik bang ben om al die dingen te lezen waarvan ik geen vermoeden had.
Ook bang voor de represailles van mijn pleegmoeder wanner ze het verdwijnen van die brieven ontdekt. Ik vroeg mij af of mijn pleegvader van die brieven op de hoogte was? Pleeg-ma hield wel meer voor hem verborgen. Maar op zijn hulp zou ik toch niet kunnen rekenen. Hij zou, zoals steeds, de andere kant op kijken en knikken als een marionet als mijn pleegmoeder hem gebood te knikken.

Uiteindelijk zette ik mij toch neer en opende de brief van de verzekering.
Daarin kon ik lezen dat, (kort samengevat) vermits ik geen schoonheidsoperaties wilde om de littekens in mijn aangezicht te laten verwijderen, er mij een som zou worden uitgekeerd van -84000BF. voor geleden pijn en smarten. Exclusief alle medische kosten en werkonbekwaamheid. Daarvoor wachtte men op de nodige facturen en uittreksels.
Ingesloten in de enveloppe stak nog een andere brief van de verzekering advocaat die mijn verdediging op zich had genomen op het proces in voege het ongeval.
In die brief kon ik lezen dat de tegenpartij correctioneel veroordeeld werd voor het toebrengen van onvrijwillige slagen en verwondingen door het rijden onder invloed en dat hij veroordeelt was om mij een vergoeding te betalen van -20.000BF. vermeerderd met procenten... en nog wat van die gerechtelijke poespas.

Het duizelde mij een beetje in het hoofd want zoveel geld had ik nog nooit bij elkaar gezien. En dat was allemaal voor mij?!
Net als elke andere jonge bruid begon ik te dromen van een sprookjeshuwelijk met wit kleed en dito sleep
Van een leuk appartementje met mooie meubeltjes en snuisterijen.
Ik las de brieven nog eens door. Toen viel mij op dat het geld zou worden gestort met een post-assignatie, en daarachter de datum van verzending.
Toen vervloog meteen mijn mooie droom. De vooropgestelde datum was al enkele maande oud.
Toen ik nog wat beter keek kon ik zien dat de cheques niet waren verzonden op mijn naam, maar op de naam van mijn pleegouders!

Dat vroeg om uitleg, maar eerst de andere brieven nog lezen, de brieven van de jeugdrechtbank.
En die sloegen mij met nog meer verstomming en ongeloof.
Wordt nog steeds vervold....

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
09-02-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PUZZEL BIJNA AF (1)

Inhoud brieven jeugdrechtbank:

Toen ik de brieven van de jeugdrechtbank had gelezen, was het maar goed dat ik alleen op Mon's kamer zat. Ik weet niet of ik anders mijn woede in de hand had kunnen houden wanneer ik voor mijn pleegouders had gestaan.

In die brieven kon ik lezen dat er een vergoeding betaald zou worden aan mijn pleegouders ten bate van mijn schoolopleiding. Een schoolopleiding die de jeugdrechter vooropgesteld had voor mijn vrijlating uit het internaat.
Elke maand kregen zij -200bf bovenop de wettelijke kinderbijslag.
Bovenop hadden zij een school toelage gekregen van 500bf, en dat zouden ze elk jaar weer krijgen bij het begin van elk schooljaar.
Eveneens hadden ze 500bf kledinggeld gekregen, en ook dat kregen ze jaarlijks zolang ik in hun midden was.

Het waren misschien geen grote sommen, maar wanneer ik bedacht dat er nooit één cent aan mij besteed was, begon mijn bloed te koken.
Zelfs op mijn eten werd beknibbeld want elk stom voorval werd aangegrepen om mij zonder eten te zetten.
In de klas had ik amper een pen om te schrijven, laat staan dat ik het andere nodige schoolgerief had.
Het verklaarde ook het feit dat ze er geen graten in zagen wanneer ik noodgedwongen de school verliet en ging werken.
Het verklaarde waarom er op de drukkerij geen verzekeringspapieren konden worden ingevuld na mijn auto-ongeluk met R, Ze hadden mij doodgewoon niet ingeschreven als werkende, want dan zouden ze de toelage verliezen. Nu hadden ze een dubbel inkomen van mij, want ze hadden mijn bovenop de toelage ook mijn loon.
Het verklaarde eveneens waarom zij geen protest uitten wanneer ik met R op een appartement ging wonen want ook dan zouden ze de toelage zijn kwijtgespeeld.
En het zou later ook verklaren welke stok de moeder van R gebruikt had om onze relatie kapot te maken, (Maar daarover later meer).

Bij het lezen van al die brieven werden er voor mij heel veel dingen duidelijk.
Vragen die ik mezelf vaak had gesteld en waar ik nooit een antwoord voor kon vinden.
Ik doe hierbij mijn pleegvader misschien onrecht aan, want hij lag ook onder ijzeren plak van mijn pleegmoeder.
Hij was even bang van haar als ik.
Maar evengoed was hij een stukje van mijn levens puzzel.
Een puzzel, die wanneer hij af was, geen bevredigend gevoel gaf en geen fraai plaatje bood.
Maar beetje bij beetje viel elk puzzelstukje in elkaar.
Wordt andermaal vervolgd...

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
06-03-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PUZZEL BIJNA AF (2)

Mijn leven ging zo normaal mogelijk zijn gangetje. Maar 'normaal' was een understatement in mijn jonge leven.
Ik vertoefde bijna voltijds op de kamer van Mon, maar ging toch nog tweemaal in de maand op bezoek bij mijn pleegouders. Niet echt uit liefde of volle goesting, maar de bruggen volledig opblazen durfde ik niet. Tenslotte was ik nog altijd minderjarig.
Mon had mij ook laten beloven dat ik tegenover mijn pleegouders zou zwijgen als het graf over de brieven die ik gevonden had.
Dat was makkelijker gezegd dan gedaan! Want ik was, toen ook al, een notoire flapuit. Onrecht verdroeg ik niet, en wanneer ik het zag gebeuren kon ik niet anders dan er wat van zeggen, ook al brak mij dat vaak zuur op.
Bij elk bezoek dat ik hen bracht zat ik op mijn stoel te draaien en te keren van de zenuwen.
Telkens ik binnenkwam was ik er op voorzien dat ik donder en bliksem over mij heen zou krijgen omdat men de verdwijning van de brieven had ontdekt.
Maar zij waren zich van geen kwaad bewust. In hun gedachten waren de brieven veilig opgeborgen voor mijn ogen opgeborgen.
Uiterlijk was ik rustig en vriendelijk naar hen toe en hielp mijn pleegmoeder bij de huishoudelijke klusjes. Dit laatste enkel om mijn zenuwen te baas te kunnen blijven, toch mijn pleegmoeder interpreteerde dit anders. Volgens haar bevestigde dit dat haar harde aanpak jegens mij de juiste bleek te zijn.

Mon had een plan bedacht opdat ik misschien toch nog aan het mij rechtmatige verzekeringsgeld kon komen, of tenminste een deel ervan.
Maar dat moest stiekem gebeuren zodat mijn pleegouders al geen maatregelen zouden kunnen treffen nog voor we ons plannetje konden uitvoeren. Maar Mon was op zee en zou pas binnen drie weken terug aan wal zijn. Dus doen alsof en zwijgen als vermoord was essentieel.

Mon was goed bevriend met een adjunct commissaris van de rijkswacht.
Ik had de man een keer gezien tijdens een bezoekje aan een dancing gingen in Brasschaat.
Mon vertelde toen zo'n beetje mijn verhaal aan die man en hij beloofde om het nodige te doen om het tij te doen keren.
Hij gaf ons toen afspraak op zijn kantoor. maar door de vele huwelijks beslommeringen waren we dat een beetje uit het oog verloren. Na het bezoek aan de deurwaarder in voege met ons huwelijk en dat in feite op niets was uitgedraaid, had M. hem gebeld.
Op de dag van die afspraak zaten wij te wachten. Tot zolang moest ik de komedie volhouden.
Ook mijn pleegouders zwegen over het feit dat ik op de kamer van Mon logeerde. Zij rijfde tenslotte nog altijd mijn toelage binnen en wisten niet dat ik daarvan op de hoogte was.

Meestal ging ik op zaterdag bij hen op bezoek want van daaruit ging ik naar het café van mijn Moederke.
Op zaterdag bakte mijn pleegmoeder meestal frieten. Zo van die lekkere echte frieten die eerst werden voorgebakken in een echte ouderwetse gietijzeren frietketel om daarna kort te worden afgebakken. Maar ik ving dan steeds bot. Voor mij er nooit een portie.
"We kunnen toch niet weten dat je komt" was steeds haar uitvlucht. Dan trok ik maar naar de frituur. Maar dat viel niet in goede aarde bij mijn pleegmoeder, want dan begon mijn pleegbroer te zeuren dat die frituur frieten vele lekkerder waren en hij er ook wou. Dus werd mij bevolen om geen frieten meer mee te brengen. "Je eet maar na je bezoek" of je eet maar in die vieze kroeg.

Trouwens, ik at heel lekker in het restaurant waar Mon zijn kamer huurde.
Er bleef vaak genoeg over van de dagschotel op het menu zodat ik gratis mocht mee eten met het personeel van de zaak. In ruil hielp ik dan met opdienen tijdens een drukke zondag of stak in de keuken een handje toe.
Het was allemaal fijn geregeld vond ik, en stilaan kwam ik tot rust.
Maar voor de zoveelste keer in mijn leven zou ook dat niet blijven duren.

©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
08-03-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MIJN EEUWIGE NOODLOT.

Alles liep weer op rolletjes... in zoverre er rolletjes aanwezig waren in mijn leven dan toch.
Een ideale situatie was het niet, maar ik stelde mij er tevreden mee.
Door de week overdag werken op de fabriek en 's avonds naar de kamer van Mon. Elke vrijdagavond werken in het café in het statie kwartier en om de twee weken 's zaterdags op bezoek bij mijn pleegouders. Wel elke zaterdag naar mijn Moederke natuurlijk want die kon ik geen twee weken missen.
Op zondag soms helpen in het restaurant, anders lekker onderuit gezakt een boek lezen of luisteren naar muziek.
Lezen was mijn favoriete bezigheid want ik had er vrijwel nooit de kans toe gekregen
Boeken waren er in het huis van mijn pleegouders niet en voor de bibliotheek kreeg ik geen geld. Uiteraard!
Het enige leesvoer waren de kinderboeken en stripverhalen van mijn pleegbroer of de week en maandbladen van mijn pleegmoeder.
(Jaren later kon ik merken ik dat mijn pleegvader ook een verwoed boeken lezer was. Toch gedurende zijn leven samen met mijn pleegmoeder heb ik hem nooit een boek weten vasthebben. De krant was al wat hij toen las, en dan most dat nog op de wc gebeuren, anders was het boel.)
Ik was mijn gezapige leventje al danig gewend toen de zoveelste tegenslag als een donderslag bij heldere hemel uit de lucht kwam vallen.

Op een dag werd ik op de fabriek omgeroepen omdat er telefoon voor me was.
Dat was al heel uniek want ik bezat zelf geen telefoon, mijn pleegouders ook niet, en Mon telefoneerde enkel op zondag naar het restaurant. Als hij al telefoneerde want dat scheen super duur te zijn en ook niet altijd mogelijk van op zee.
Maar het was de baas van het restaurant zelf die me belde met ontstellend nieuws.
Of ik onmiddellijk kon komen want er was brand uitgebroken in de keuken van het restaurant. Onze kamer lag daar vlak boven.
Of er iets was dat hij zeker uit de kamer moest redden?
Ja, mijn brieven! Ik vertelde hem waar hij ze kon vinden. Raar aan wat op zulk moment denk, en aan  wat je vergeet te denken.
Die brieven was mijn hoogste prioriteit. Dat ik ook nog een som geld in de la had liggen kwam op dat moment niet in me op.
Toen werden lonen nog cash uitbetaald. Zichtrekeningen bij de bank waren voor ons gewone arbeiders vrijwel onbekend.
Trouwens, ik zou in die tijd toch geen rekening hebben kunnen openen wegens minderjarig.
Maar ik dacht niet aan het geld, enkel aan mijn brieven. Gelukkig vond de baas ook mijn geld in de la.
Ik vertelde aan de baas van de fabriek wat er gebeurd was en mocht meteen stoppen met werken.
Maar het duurde nog bijna een uur voor ik aan onze kamer aankwam.

Daar aangekomen kreeg ik een hallucinant beeld voor ogen.
Een massa volk op de straat, brandweer en politieauto's, de straat onder water, een vieze brandgeur en een hoop rook.
(Ik kan mij die brandgeur nu nog voor de geest halen).
Op de stoep voor het restaurant lag een wirwar van meubelen en huisraad die gered waren geworden.
Het duurde even voor ik de baas tussen de ramptoeristen vond. (Hij moest mij de doorgang toezeggen want de politie hield mij tegen en ik kon en mocht natuurlijk niet zeggen dat ik daar woonde).
Met begeleiding van een brandweerman mocht ik dan toch naar de kamer om wat spullen te halen.

De kamer was om te huilen, alles  zag zwart van de rook, het water liep van de murenen het behang hing in flarden naar beneden.
Men gaf mij enkele kartonnen dozen en ik pakte zo goed en zo kwaad als het kon zoveel mogelijk van onze spullen in. Maar veel was onze kleding niet meer waard, alles stonk naar de rook en die geur het is er ook nooit meer uitgegaan.
De eigenaar had ook reeds de waardevolste spullen van Mon, zoals meet materiaal, studieboeken en waardevolle souvenirs meegebracht van zijn reizen, uit de brand gesleept.

Maar wat moest ik nu? Waar moest ik slapen?
En waar moest ik die spullen opbergen? De brieven, mijn geld?
Maar mijn Moederke bracht nog maar eens redding, ik kon alles bij haar bergen, enkel een slaapplaats had zij niet voor mij, ze had zelf drie grote kinderen, elk met een lief. Het was daar in het kleine appartement boven het café al overbevolkt.
Dus ging ik node nog maar eens aankloppen bij mijn pleegouders.
Het ging hen niet van harte, maar in feite hadden zij geen andere keuze dan mij weer op te nemen.
En zo was ik weer terug bij af!

©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
13-03-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SNELTREINVAART

Mijn negentiende verjaardag ging voorbij zonder noemenswaardige feiten. De daarop volgende maanden echter zouden voortrazen met een sneltreinvaart.
Allereerst kreeg ik bericht dat Mon zijn reis zou onderbreken wegens de brand. Hij moest enkel wachten tot zijn plaatsvervanger aan boord was. En ik wachtte vol ongeduld op hem.

De laatste tijd zat ik vaak afwezig te dromen. Ik merkte weinig of niets van mijn omgeving en dat was ook maar best zo. De noodgedwongen logeerpartij bij mijn pleegouders was zoals vanouds immers geen pretje. Ik kon voor mezelf die droomtoestand echter niet verklaren. Meestal was ik immers de nuchterheid zelve.

Ik werkte op een koffiebranderij.
Wanneer ik iets te vroeg was dan stapte ik een halte vroeger van de tram en wandelde op mijn gemak naar de fabriek toe.
Je hoefde enkel je neus te volgen om de fabriek te vinden want de geur van gebrande koffie kwam je al van ver tegemoet. Het een geur die mij anders niet meer opviel, maar nu nam ik hem duizendmaal meer waar en ik vond hem hoe langer hoe onaangenamer.
Die geur werd zo onaangenaam dat ik er letterlijk kotsmisselijk van werd.
Eens ik op de fabriek was werd het er niet beter op,.en ik bracht het eerste uur dan ook meestal op het toilet door.

Toen Mon eindelijk thuis kwam bekeek hij me met pretlichtjes in zijn ogen.
" Jij bent zwanger" zei hij. Ik antwoordde dat hij getikt was.
Hoe hij het bij het eerste moment dat hij me zag kon weten is mij nu nog een raadsel. Maar hij had het wel bij het rechte eind.
Ik was zwanger!

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
20-03-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PUZZEL BIJNA AF (3)

Ik logeerde nog altijd bij mijn pleegouders wegens de brand. Ik was zwanger, maar dat vertelde ik hen niet. 
Ik kon daar gelukkig nog terecht, maar voor Mon lag het anders. Hij kon niet logeren bij zijn ouders wegens geen plaats. Zelf wou hij dat ook niet omdat hij al vele jaren vroeger uit zijn ouderlijk huis was gegaan. Eerst naar de zeevaartschool en daarna op kamers. Die jarenlange zelfstandigheid kon en wou hij niet opgeven.  En ook al omdat hij niet zo best kon opschieten met zijn vader. Dat een echte despoot, één wiens woord wet was en at botste vaak. (Wat trouwens niet afdeed aan het respect dat hij voor zijn vader had, maar toch). Dus was de oplossing een woonst zoeken waar wij ons konden settelen met het nakende huwelijk in het vooruitzicht.

Een woonst zoeken en vinden zou vlug moeten gaan. Ik had overdag geen tijd om te zoeken. Mon had dan wel verlof aangevraagd en gekregen, maar dat zou ook niet eeuwig duren.
Ik at mijn dagelijkse warme maaltijd op de fabriek. Goedkoop en erg lekker bovendien. Maar Mon ging 's avonds bij zijn ouders eten en dat waren ook verloren uren.
Ten eerste had hij een bloedhekel aan de manier waarop zijn ouders bleven proberen hem op andere gedachten te brengen wat ons huwelijk betrof. "Samenwonen kon toch ook en zou goedkoper zijn wanneer het mis liep in onze relatie...etc".
Gelukkig voor mij stond zijn besluit vast. Wat ik anders zou gedaan hebben weet ik niet.
Bovenop al mijn ellende ook nog eens alleenstaande moeder zijn.
Trouwens het waren toen andere tijden en het zou allemaal niet zo simpel verlopen zijn zoals nu.
Heel waarschijnlijk was ik in die tijd terecht gekomen in een tehuis voor ongehuwde moeders. Wat er dan van mij en mijn kind zou geworden zijn, daar durf ik niet aan denken.
Dat was echter nu niet aan de orde want Mon trof alle voorbereidingen voor ons huwelijk.

Hij vond een benedenverdieping in Deurne.
Het was niets bijzonder maar het voldeed tot we wat beters vonden.
Nu was het enkel nog kwestie van het te bemeubelen.
Op mijn pleegouders moesten we niet rekenen om iets te krijgen en mijn vorige inboedel waar ik zo hard voor gespaard had was in beslag genomen door de ouders van R.
Maar met kleine beetjes werd ons stekje toch gevuld.
Kieskeurig waren we niet en we hadden ook niet veel van doen.
Zo kochten we links en rechts wat tweedehands spullen.

Waar ik wel op stond was dat alle baby spullen nieuw waren.
Achteraf beken misschien niet zo slim van mij maar zo ben je als je jong bent en voor de eerste keer moeder wordt.
En het moest dan ook nog eens het beste van het beste zijn! Met minder nam ik geen genoegen.
Zo had ik een prachtige kinderwagen gezien, de Rolls-Royce onder de kinderwagens. Die zou en moest  ik hebben.
Dat ik daarvoor nog niet toekwam met een maandloon maakte mij ietwat kregelig.
Mijn gedachten gingen daarbij naar het geld van de verzekering die mijn pleegouders hadden opgestreken.
Geld dat mij toekwam en geld dat ik nu goed zou kunnen gebruiken.
Meer en meer had ik moeite om hen dit alles voor de voeten te gooien.
Om hen te confronteren met wat ik wist en de brieven als bewijsstukken onder hun ogen te brengen.
Maar Mon weerhield mij daarvan. Hij verwees naar het gesprek dat we gehad hadden met zijn vriend, de rijkswacht commandant.....
Wordt vervolgd...

©Huismusje

Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
25-03-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE RIJKSWACHTCOMMANDANT

Het gesprek met de rijkswachtcommandant en goede vriend van Mon, verliep in een heel gemoedelijke sfeer.
Ik ging er wel naartoe met een heel klein hartje want ik had in het verleden immers niet zo'n goede herinneringen aan politiemannen en rijkswachters.
Die enkele keren dat ik met hen te maken kreeg had dat trieste gevolgen gehad voor mij.
En dan ook nog al die keren dat ik als klein meisje de straat werd op gesmeten door mijn pleegmoeder en waarbij ze zei dat de politie mij wel zou oppakken en wegsteken, en dat in mijn tienerjaren ook werkelijk gebeurde. Dat alles maakte dat ik geen vertrouwen had in het blauw. De politie was niet mijn vriend.

Maar nu was ik bijna volwassen, hoewel nog niet meerderjarig. Het gevaar was heel reëel dat men me alsnog kon plaatsen in een of ander gesticht. Die angst zat diep ingeworteld en dat kon Mon niet uit me praten. Maar mijn angst was totaal overbodig, de bevriende rijkswachtkommandant stond ons heel vriendelijk te woord. En hij had ook al wat voorbereidend werk verricht.

De man liet ons weten dat de verzekering dik in de fout was gegaan. Zij hadden dat geld nooit aan mijn pleegouders mogen uitbetalen, ook al stond de polis op hun naam.
De verzekering had twee mogelijkheden gehad, ofwel het geld aan mijn wettelijke moeder uitbetalen (iets dat ook geen goede optie was geweest), ofwel het geld beheren tot ik meerderjarig was geworden om het vervolgens aan mijzelf uit te betalen.
Dat was wat de wet vertelde.
Een derde mogelijkheid was om mij meerderjarig te laten verklaren, maar die procedure zou veel tijd in beslag nemen en overbodig zijn daar ik automatisch meerderjarig zou worden na mijn huwelijk.Maar hij zou alles in het werk stellen opdat ik alsnog mijn geld zou krijgen.


Om te beginnen zou hij meteen de verzekeringsmaatschappij aanschrijven en de Procureur des Koning (mijn wettelijke voogd) op de hoogte stellen.
"Binnen dit en een maand ga je van één van beide horen" zei hij.
En ik dacht; "O-ye, dan gaan ten huize van de poppen weer aan het dansen...dan zou ik moeten bekennen dat ik die brieven in mijn bezit had...en de procureur, die gaat mij zeker weer doorverwijzen naar mijn jeugdrechter... en die op zijn beurt...
maar de commandant onderbrak mijn negatieve gedachtegang en stelde mij gerust.
Ik zou zo vlug mogelijk in onze woonst intrekken. De jeugdrechter zou mij daarbij geen duim breed in de weg leggen mij niets meer maken daar ik zwanger was en er een huwelijk zou volgen, temeer daar hij voor dat huwelijk al zijn fiat had gegeven.
Het was dus voor mij enkel bang afwachten tot de dag van de confrontatie.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
01-04-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MIJN TRIOMF

Op een dag was het dan zover en gingen de poppen  aan het dansen.
Het was een gewone weekdag voor velen, maar in mijn herinnering zal hij altijd bijzonder blijven.
Om wat voor reden ik die dag niet gaan werken was weet ik niet meer, maar al bij al was het goed dat ik die dag in het huis van mijn pleegouders was.

Er werd gebeld en ik ging opendoen. Voor mijn neus stond J.
J. was de verzekeringsagent.
Om de hoek van onze straat was in die tijd nog een ziekenfondskantoor.
J was daar loketbediende maar na zijn uren verkocht hij verzekeringen.
Hij was een grote struise man met kalend voorhoofd en dikke grijze krullen op de rest van zijn schedeldak.
Ik moest de man niet. Steeds wanneer hij de kans schoon zag maakte hij altijd van die dubbelzinnige opmerkingen tegen elke vrouw die voor zijn loket stond.
De man beantwoorde volledig aan het gezegde: "Gekrulde haren zijn gekrulde zinnen."

Ik liet hem in de woonkamer en mijn pleegmoeder keek heel verwonderd op. Hij stak meteen van wal:
Ik heb slecht nieuws voor jullie...het verzekeringsgeld van de juffrouw hier is onterecht uitbetaald aan jullie... jullie moeten het volledige bedrag terugstorten aan de maatschappij binnen de dertig dagen...anders zul je door de maatschappij worden aangeklaagd wegens fraude... ik kom het jullie maar even  persoonlijk zeggen... maar er zal nog een aangetekend schrijven volgen één dezer dagen.
Zo min of meer ging dat gesprek.

Mijn pleegmoeder kreeg alle kleuren van de regenboog en zakte ietwat beduusd neer op haar stoel.
"Hoe, wat en waar" hoorde ik haar stamelen. Ik zweeg in alle talen maar zette mij schrap tegen wat eventueel zou kunnen volgen. En het kwam.
J. liet weten dat ik klacht had neergelegd omdat ik meende recht te hebben op het geld. En terecht, liet hij er op volgen.
Jullie hadden nooit die claim mogen ondertekenen met jullie naam, ging J.verder. Mij treft geen schuld want ik was niet van op de hoogte dat de juffrouw niet jullie wettelijke dochter was.
(Zo dekte hij zich meteen in natuurlijk, maar in feite was zijn bewering een grove leugen want hij was als loketbediende van het ziekenfonds wel degelijk al jaren op de hoogte van de situatie. Maar ja, net als zovele anderen al die jaren daarvoor, bemoeide hij zich liever niet en deed alsof zijn neus bloedde.

Nadat J verdwenen was bleef mijn pleegmoeder perplex op haar stoel zitten.
Ik wilde mij zo vlug als mogelijk uit de voeten maken, maar dat was buiten de waard gerekend.
Plots barstte zij los en vraagde hoe ik wist van dat geld en hoe de verzekering op de hoogte was van de feiten?
Ik biechtte alles eerlijk op. Met veel schrik maar ook een beetje triomfantelijk omdat ik haar eindelijk te baas was. Omdat ik haar eindelijk kon laten voelen dat zij niet meer kon doen met mij wat ze al die jaren had gedaan.

De scheldpartij die daarop volgde was er een van groot kaliber. Ik was een dief... een achterbakse teef.. een ondankbare rotzak... en nog zoveel meer.
Plots sprong ze op mij af, maar ik had dat verwacht en zien aankomen. Toch was ik nog net niet vlug genoeg om mij uit de voeten te maken.
Zij sloeg, beet, stampte en stompte waar ze mij maar raken kon. Ze sleurde mij bij mijn haren de ganse kamer door.
Maar ik liet mij niet meer doen... ik sloeg ongenadig en hard terug.
Het werd een vrouwen gevecht in regel, twee woeste tijgerinnen die vechten bij het leven.
Een klein moment was ik haar te baas en vluchtte naar buiten.
Nog maar eens...voor de zoveelste keer liep ik noodgedwongen de straat op.
Maar ditmaal wist ik waarheen... ditmaal zou ik geen uren meer doelloos moeten ronddolen... niet wetend van welk hout pijlen maken.

'k had ondanks de slagen die ik nog maar eens had moeten incasseren een goed gevoel.
Het was een gevoel dat mij bewust maakte van mijn zijn. Dat ik iemand was waar men rekening mee moest houden.
Ik had gezegevierd tegenover een jarenlange onderdrukking. En het voelde zo heerlijk!

En dat triomferende gevoel heb ik behouden tegenover mijn pleegmoeder tot op de dag dat ze stierf.

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
16-04-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EINDELIJK TOEKOMST

Voor de tweede keer in mijn leven woonde ik op mijn eigen stekje en had ik mijn eigen spulletjes.
Veel was het niet. In tegenstelling tot nu had ik toen nog veel ruimte over.
Wel hadden we een spiksplinternieuwe en moderne slaapkamer gekocht.
De baby spulletjes waren ook allemaal nieuw want daar stond ik op.
Voor de rest waren het meestal tweedehands  meubeltjes, maar nog wel heel mooi.
Een tv toestel hadden we niet en het radiotoestel kon je met recht en reden antiek noemen Maar er kwam geluid uit en dat voldeed voor ons. En dan was er ook nog de bandopnemer van M. Zo een groot en zwaar bakbeest waarvan het deksel dienst moest doen als luidspreker en met banden die bijna zo groot waren als een rol  pelliculefilm. (Op een van die banden had M. een live optreden staan van Edith Piaf in het Olympia in Parijs. Niet nodig zeker dat ik vertel dat ik die grijs gedraaid heb)!
Maar waar ik bijzonder fier op was dat was op mijn telefoontoestel. Het was er nog een van bakeliet   met een draaischijf en loodzwaar in vergelijking met de toestellen van nu.
Het was mijn allereerste telefoonaansluiting. Van Belgacom kreeg ik toen tien voorgedrukte kaartjes met onze naam op en telefoonnummer. Goh, wat voelde ik mij rijk en voornaam!
Het toestel werd dan ook liefdevol ingepakt in zo'n fluwelen hoesje met aan het afdekplaatje van de draaischijf een kwastje.
Oerlelijk vind ik nu, maar toen vond ik het prachtig.

Minpunt van dit alles was dat ik nog steeds officieel ingeschreven stond op het adres van mijn pleegouders en dus al mijn briefwisseling naar daar ging.
We zaten we nog steeds te wachten op een toelating van de rechtbank om te mogen trouwen.
Dat vroeg van mij enorm veel geduld en als je jong bent heb je dat niet. Trouwens, met gebrek aan geduld kamp ik nu nog steeds,
Mijn pleegouders deden er meestal het zwijgen toe wanneer ik achter mijn post kwam. Het was koude oorlog tussen ons, maar bij mijn weten hebben ze nooit een brief achter gehouden, ik denk dat ze dat niet meer aandurfden.

Jaren later zei mijn pleegmoeder mij eens dat ik mij in die periode zeer hautain gedroeg tegenover haar, en ik wil haar daar best in geloven. Want het feit dat ze mij niets meer konden maken deed mij zweven.

En op een dag was het dan zover, de brief van de Procureur des Koning met de toelating voor ons huwelijk viel eindelijk in de bus.
Maar voor ik die bewuste brief in handen had moest ik eerst weer een aanslag plegen op mijn geduld.

Het was een aangetekende zending. Het was een grote en dikke bruine briefomslag. Mijn pleegmoeder die niet wist wat de inhoud van die zending was, ik ook niet trouwens op dat moment, wilde eerst die zending zelf gaan ontvangen op het postkantoor. Maar ze kreeg het niet zonder mijn paspoort of volmacht en daar was ze spinnijdig voor geworden op het postkantoor.
Nu wou het toeval dat diezelfde loketbediende een vaste klant is van het café van mijn Moederke. En natuurlijk vertelde hij het ganse gebeuren. hij doet mij het relaas.
Ik dus sito presto naar mijn pleegouders om die zending te gaan ophalen. Eerst gebaarde mijn pleegmoeder van kromme haas, maar toen ik haar zei wat de postbeambte me had vertelt, gaf ze mij het bewijs. Puur getreiter was het van haar, maar ook totaal verloren moeite. Ik had de lijvige brief in handen.

  De zending was bijna een half wetboek en stond vol met artikels sus en zoveel van het Belgische wetboek. Maar wat ons het meest interesseerde was  het prachtig opgemaakte document met aan de onderkant een resem stempels en enkele mooie zwierige handtekeningen waaronder een van onze toenmalige koning himself.
Ik heb spijt dat ik dat document niet meer bezit doordat we het bij onze ondertrouw moesten afgeven.

Op een van de andere papieren stond te lezen dat wij verplicht waren om een eenmalige aangetekend schrijven te richten aan mijn biologische moeder met daarin datum en uur van de ondertrouw, samen met een uitnodiging om daar te verschijnen. Maar dat was puur protocollair want ook zij kon ons niets meer in de weg leggen.
Ik stak (pochen) ons naamkaartje met telefoonnummer bij in de aangetekende zending.
Nooit gedacht dat we antwoord zouden krijgen... maar dat kregen we dus wel.
Mijn moeder liet via de telefoon weten dat wanneer we haar met de auto kwamen ophalen zij haar handtekening zou zetten. En hoewel haar handtekening totaal overbodig geworden was, zijn we haar toch gaan ophalen. Omdat ik haar nog eens wou zien. Omdat ik misschien een verklaring zou krijgen van het vroegere gebeurde. Omdat ik hoopte dat we verder zouden kunnen gaan als moeder en dochter.
Maar het was ijdele hoop want ze bekeek ons amper en sprak onderweg geen woord. We hebben haar dan ook stilzwijgend weer aan haar deur afgezet, Diezelfde deur waar ik jaren gelden  met een kloppend hart mijn vinger op de bel drukte en haar voor de allereerste keer zag staan terwijl ze de ramen stond te lappen. Trouwens dat beeld komt me nu na zovele jaren nog steeds voor ogen wanneer ik aan haar denk.
Ik zal wel nooit weten waarom ze gekant was tegen mijn huwelijk.

Maar eind goed, al goed, we konden een datum vastleggen en we konden vooruitkijken.
De huwelijksdag zou 7 december worden. We hadden niet veel tijd meer om alles te regelen, ik was ondertussen vijf maand zwanger.
Maar ik kon eindelijk vooruit blikken. Na bijna twintig jaar een aaneenschakeling van leed, miserie, narigheden en trieste gebeurtenissen te hebben doorlopen, had ik eindelijk toekomst perspectief.


PS: Buiten enkele nabeschouwingen is dit het einde van mijn jeugd verhaal.
©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
16-05-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PUZZEL COMPLEET (1)

Dinsdag 7 december 1971, een doodgewone. Voor mij echter een heel speciale dag waar ik lang naar uitgekeken had.
Vandaag was onze huwelijksdag. Straks zou ik vrij en onder het juk van mijn pleegouders vandaan zijn.

Een koude regendag, grijze wolken en geen straaltje zon te bespeuren
Geen bloemen op onze huwelijksdag. Er waren zelfs geen aankondigen verzonden. Enkel mondeling was er een enkeling op de hoogte gebracht. Het was zeker geen huwelijk zoals elk jong meisje in gedachten heeft. Geen tijd voor een goede voorbereiding, teveel problemen moeten oplossen.

Twee getuigen en de ouders van Mon met zijn jongste zus. Mon in een gewoon blauw pak, ik in een donkerbruine wintermantel. Niemand die in ons een bruidspaar zou herkennen.
Dat zag men trouwens in het gemeentehuis van Deurne ook niet in ons. Toen wij aankwamen, met onze eigen auto en een taxi voor mijn toekomstige schoonouders, waren de poetsvrouwen de trappen van de inkomhal aan het poetsen. Men verbood ons de toegang en toen we zeiden dat wij kwamen om te trouwen werd er duchtig gevloekt want men was dat vergeten te melden. Ook de schepen van de Burgerlijke stand wist van niets, hoewel we toch al zes weken in het 'kastje' hingen. Pas, nadat we zeker een halfuur op de trappen hadden staan wachten, kwam die man op zijn duizenden gemakken  aan gewandeld.
Mijn toekomstige schoonvader had een fototoestel om zijn nek hangen, en het eerste en enige dat de ambtenaar ons wist te vertellen was dat er geen foto's mochten getrokken worden in de trouwzaal of in het gemeentehuis. Want dat recht was verpacht  aan een vaste fotograaf. Geen blik, geen hand of excuses naar ons toe.
Mijn schoonvader, niet gewend van gedwarsboomd te worden, begon de man meteen zijn gedacht te zeggen: "Niemand kan mij beletten om foto's te maken van het huwelijk van mijn enige zoon!" Maar dat konden ze dus wel. Men waarschuwde hem dat men zijn toestel in beslag zou nemen en dat men hem zelfs zou verwijderen indien nodig.
"Wilden we wachten op de bevoegde fotograaf?" Ja, dat zouden we dan maar doen, en we mochten nog eens twintig minuten wachten, dit keer in een lege trouwzaal.
Leuk begin!

De getuige van Mon was uiteraard zijn beste vriend Gabriël, voor mij was dat mijn pleegvader, en dat kwam zo...
Yvonne ( uit mijn vorige verhalen) zou mijn getuige zijn, maar twee dagen voor ons huwelijk moest zij opgenomen worden in het ziekenhuis. Yvonne stierf op 13 januari 1972 aan longkanker.
Dat maakte dat ik weinig keuze had. Mijn schoonmoeder weigerde want was tegen ons huwelijk, idem dito zijn zusters. Mijn Moekerke deed voor ons een feestje en zij had haar zaak, het was voor haar te kort dag. Bleef dus over één van mijn pleegouders. Radeloos ging ik het hen maar vragen, maar mijn pleegmoeder, nog steeds razend kwaad voor de klacht die ik had neergelegd wegens hun onterecht ontvangen verzekeringsgeld, zei njet. Zij verbood het ook mijn pleegvader, maar voor de eerste keer in mijn en zijn leven, ging hij tegen haar in, en stemde toe.

Van de huwelijksvoltrekking weet ik nog weinig af, ik beleefde het als in een roes, gelukkig en verdrietig tegelijk.
Gelukkig omdat ik geloofde in een mooie toekomst. Verdrietig omdat ik familie miste, omdat ik mijn huwelijk zo helemaal anders had voorgesteld.
Wanneer we terug buiten stonden en Mon aan zijn vader vroeg om enkele foto's te trekken in het nabijgelegen park, weigerde hij. "Geen zin meer" murmelde ie.
Al wat hij nog wilde was een koffie gaan drinken in het café op de hoek en een taxi bestellen om naar huis te gaan.
Geen proficiat, geen omhelzing, geen "welkom in de familie meisje." Zelfs op die dag was ik ongewenst.
In het café speelde men op een bepaald moment het liedje van de Rightheous Brothers: "Unchained Melodie" en R nam me bij de hand en we dansten onder de verbaasde blikken van de kaarters en biljarders. Dit was onze huwelijksdans.
Ondertussen was de taxi voor mijn schoonouders gearriveerd en zij vertrokken zonder boe of ba.
Wij brachten eerst mijn pleegvader naar huis om daarna wat te gaan eten en drinken met Gabbe tot het tijd was om naar het feestje te gaan dat mijn Moederke voor ons gaf. Maar toen we stopten aan de voordeur van mijn pleegouders, wenkte mijn pleegmoeder ons om binnen te komen.....

(Wordt vervolgt)

©Huismusje

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
19-05-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PUZZEL COMPLEET (vervolg)

Toen mijn pleegmoeder teken deed dat we moesten binnenkomen, verwachte ik daar niets goeds van.
Maar groot was onze verbazing, ook die van mijn pleegvader (zeker die van mijn pleegvader) toen we de mooie gedekte tafel zagen.
Zij had broodjes en een taart gekocht. Eveneens had ze een mooi boeket bloemen gekocht voor me. En als geschenk kreeg ik een pakket bad en keukenhanddoeken en een mooi wit damasten tafelkleed.
Ik, nee wij vier liever, stonden perplex. Ze kon mij zo niet laten gaan, zei ze, niet met lege handen, ze werd als het ware heel emotioneel en ze wenste ons proficiat met drie kussen.

Na het eten ging de conversatie weer richting verzekeringsgeld, en Mon en ik stonden al gelijk in de startblokken om het hazenpad te kiezen.
Ik kreeg nog maar eens haar visie te horen over mijn verblijf bij hen.
"Hadden ze mij niet grootgebracht ...hadden ze mij ooit echt in de steek gelaten ...hadden ze mij niet steeds weer binnen gepakt.....en dit allemaal gratis"? Andere pleegouders zouden het hen niet zo gauw nadoen, want pleegouders worden betaald voor hun diensten, en zij hadden nooit wat gekregen!"
"Wacht maar tot jouw kind geboren wordt, dan zal je pas weten wat het allemaal kost". "Wij hebben nooit een eigen huis gehad, nooit een auto gehad".
Al wat ik eruit kon verstaan was dat hun gebrek aan materiële dingen allemaal door mij kwam. In mijn schoenen werd geschoven. Maar ik zweeg, ik wilde geen ruzie vandaag. Elke tegenwerping zou toch verloren moeite zijn.
Enige opmerking kon ik toch niet laten: "Ik had niet gevraagd om bij hen terecht te komen, ik had niet gevraagd om bij hen te mogen blijven, ik had simpelweg geen andere keuze gehad, zij wel."
Maar mijn pleegmoeder was er heilig van overtuigd dat zij een edele en onbaatzuchtige taak op zich had genomen en naar behoren had voltooit.

Plots haalde ze enkele brieven te voorschijn die moest ik lezen van haar, met o.a  een brief van een deurwaarder.
In die brief stond te lezen dat zij binnen een korte termijn het aan hen onterechte verzekeringsgeld moesten terugbetalen aan de verzekering of hun goederen zouden worden aangeslagen.
In weer een andere brief stond te lezen dat zij vervolgd konden worden voor fraude met gevangenisstraf tot gevolg.
Er volgde een grote jammerklacht.: "Wij hebben dat geld niet meer om terugbetalen....en wat een schande moeten wij dan doormaken....en je pleegvader gaat zijn werk verliezen, en dan hebben we niets meer....en wat gaat er dan van je pleegbroer worden,  ocharme........ik hang mij nog liever op".

Dit alles en nog veel meer kreeg ik over mij heen.
Ik kon dat alles ongedaan maken wanneer ik mijn eis teniet zou doen, wanneer ik mijn klacht zou intrekken, liet ze mij weten.
"Is dat niet je plicht na alles wat wij voor jou hebben gedaan"?
Ik keek naar mijn pleegvader en zoals gewoonlijk zei hij niets, maar hij leek mij nog kleiner te worden dan hij al was. Hij zat gebogen op zijn stoel, zijn blik bedroeft op mij gericht.Trouwens hij had de ganse dag al een zeer bezorgde blik gehad, dat viel mij nu ineens op.
En mijn hart brak voor deze man die al zijn ganse leven hard had geploeterd en er geen greintje respect of liefde had voor teruggekregen van zijn vrouw.
Nee, dat wilde ik niet, dat was het mij allemaal niet waard, en ik stemde toe om mijn klacht en mijn eis in te trekken. Gevangenisstraf had ik hen nooit toegewenst, noch het verlies van hun inboedel. Dat het allemaal zo'n proporties zou aannemen dat had ik mij niet kunnen inbeelden en had daar niet bij stilgestaan.
Meteen werd er briefpapier en pen boven gehaald. Het ijzer smeden als het heet is, moet ze hebben gedacht. Nou ja, dat was niet eens zo absurd natuurlijk, en ik stemde ermee in om alles te laten vallen waar ik in feite recht op had. Maar Mon stond erop om alles rustig te doen. Later.
Enige dagen later heb ik dan met behulp van J de verzekeringsagent officieel laten weten dat ik mijn eis introk. De bevriende rijkswacht commandant van Mon heeft de rest voor ons opgelost. Maar hij liet me wel weten dat hartstikke gek was. Maar ik heb er nooit spijt van gehad. Mijn gerust gemoed was me meer waard dan dat geld.  

Later, op het feestje die avond,  hadden Mon en ik onze eerste echtelijke kwebbels.* "Ze heeft je mooi ingepakt" zei Mon.  "Dure broodjes en taart zijn dat geworden!"
Maar ik zag het anders, ik had een zwaar schuldgevoel afgekocht, en ik kon hen en iedereen te allen tijde recht in de ogen kijken.
Ik kon met een zuiver geweten bouwen aan mijn nieuwe toekomst.
(* meningsverschil, woorden hebben.)

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
24-05-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EINDE VAN MIJN JEUGD (slot)

Ons huwelijk was zuiver een detail geweest. Hoewel ik het helemaal anders gedroomd had, net als elk ander jong meisje, maalde ik er niet om dat het anders gelopen was. Ik was gelukkig met het feit dat getrouwd was met de man die ik innig liefhad en die de vader van mijn kind (eren) zou worden.

Kort na mijn huwelijk ging ik in zwangerschapsverlof en zoals het toen nog min of meer de gewoonte was keerde ik na de geboorte van onze zoon niet meer terug naar de koffiebranderij, maar werd voltijds huisvrouw.

  Ik had dan ook alle tijd om mijn jeugdjaren te herdenken en alles rustig te overlopen. Nu ikzelf moeder zou worden besefte ik dat mijn jeugd voorgoed voorbij was.
In feite had ik nooit een jeugd gehad.
Och ja, er waren enkele mooie herinneringen. Zoals  de vakanties met het "'t Pleintje" bijvoorbeeld. Dit  enkel en alleen dank zij het kordate optreden van de onderpastoor, Menner Heylen, tegenover mijn pleegmoeder. Daar tegenover stonden dan weer andere vakanties waarbij ik als elfjarig kind  dienstmeid moest gaan spelen in een joods gezin, zogezegd om de onkosten te vergoeden van mijn verblijf bij mijn pleegouders. En op nog jongere leeftijd tomaten moest plukken bij de toenmalige  naburige boer.
Ook een leuke herinnering was de periode dat ik majorette was in de harmonie. Ik beleefde er mijn eerste kalverliefde.
Later zou ik dan via diezelfde harmonie mijn eerste grote liefde leren kennen Maar dat bracht uiteindelijk ook het eerste grote liefdesverdriet.
Nader bekeken en welbeschouwd waren mijn kind-en jeugd-jaren een grote treurnis geweest.
Een grote "stuggle for life". Mijn hoofd boven water houden om niet te verzuipen onder de kwellingen van mijn pleegmoeder en de laksheid van mijn pleegvader.
Vaak heb ik er de brui willen aan geven, tweemaal er effectief ook een poging toe gedaan.

Maar dat was nu allemaal voorbij. Ik stond aan een nieuw begin. Het begin van een toekomst die er heel rooskleurig en veelbelovend uitzag,
Eindelijk had ik mijn leven in eigen handen. Ook al bleek dat achteraf heel relatief te zijn. Je kunt tenslotte je noodlot niet ontlopen heb ik moeten ondervinden. Ach er is nog zoveel onheil, onrecht, en verdriet op mijn weg gekomen. Zoveel waar ik tegen vechten moest.
Zoveel waarover ik gestruikeld ben en diep over in de put heb gezeten. Maar dat kon ik toen nog niet weten. En misschien gelukkig maar.

Ik had al die narigheden doorstaan en overleefd, en was er sterker uitgekomen. Tijd nu om dat alles achter mij te laten en te bouwen aan een nieuwe toekomst Onze toekomst!
Mijn man, mijn kind, wat klonk dat hemels!

En met dit ben ik aan het einde gekomen van dit blog.
Wat gebeurt is, is gebeurt en daar kan geen mens wat aan veranderen.

Ik heb lang getwijfeld om dit blog aan te maken en hier mijn verhaal te doen. En kijk, ik heb er geen moment spijt van moeten hebben. Ik wil jullie daarvoor allemaal heel erg bedanken!  Voor alle troost en medeleven. Voor alle lieve woorden. Voor jullie steun die mij de moed en de kracht gaven om mijn verhaal te kunnen doen tot aan het einde toe.

Jullie hebben geen vermoeden hoeveel dit voor mij betekent.

BEDANKT!!!

©Huismusje


Categorie:MIJN TRIESTE JEUGD
17-07-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.NET ALS HANS & GRIETJE

Ik herinner mij dat wanneer ik ongeveer een drie a vier jaar oud was, wij een grote brede witte kachel hadden. Het zou natuurlijk kunnen dat hij in mijn herinnering en gezien met mijn kinderogen groter lijkt dan hij werkelijk was, maar toch, hij nam behoorlijk wat plaats in.
Op die kachel werd het eten gekookt, maar werd ook de was afgekookt en het badwater op verwarmd. Er waren ook verschillende openingen op de kookplaat. Met een ijzeren haak die steeds omwonden was met een dikke doek als remedie tegen het verbranden van de handen, kon je die gaten openmaken. Dat ging in trapjes, er was het deksel dat een klein ijzeren staafje had in het midden waar de haak onderdoor kon worden geschoven om zo het deksel op te heffen. Maar daar rond waren ook nog ijzeren ringen. Hoe meer ringen je eraf nam, hoe groter de openingen werden. Er werd ook vaak in 'gekeutert' met die haak, en dan sloegen de vlammen tot hoog boven de kachel uit.
In de kachel werden 'eierbollen' gestookt, een kolensoort in de vorm van een ei.
Ik weet nog perfect hoe men zulke 'stoof' want zo noemde men dat toen, moest aanmaken.
Eerst werd er krantenpapier in gedaan, dat moest losjes ineen gefrommeld worden. Vervolgens gingen er dunne latjes hout bovenop, die werden ook gekocht in een zak, net als de kolen.
Dan werd op verschillende plaatsen de krant aangestoken met een lucifer. Eerst had je altijd veel rook, kwam doordat het hout niet droog genoeg was hoewel het steevast naast de kachel stond, net als de 'kolenbus.' Je moest dan met een stevig karton in de hand, gezeten voor de kacheldeur veel wind maken tot alles goed in de vlam stond. Dan werden de kolen erop gegooid en op hoop van zegen bleef hij branden, zoniet kon je alles uitladen en opnieuw beginnen.
De kachel had verschillende deuren, grote en kleine, en allemaal met een nikkelen handgreep.
Eén grote deur werd gebruikt om de pantoffels in te warmen en daar stonden ook de ijzeren strijkijzers in waarmee voor het slapen gaan de lakens werden warm gestreken.
Er was ook een lade in de kachel, dat was de asla, en die moest regelmatig worden leeggegooid, anders ging de kachel uit. Wanneer het gesneeuwd had, of wanneer het glad was, dan werd die as op de straat gekieperd, anders ging hij gewoon in vuilnisbak, of in de tuin als je die had.

In het midden van de kachel had je een soortement spionnetje. Wanneer je dat opzij schoof, dan kon je de vlammen zien, het luikje viel vanzelf terug op zijn plaats wanneer je het losliet.
Ik was uitermate gefascineerd door de vlammen die ik kon zien door dat luikje, en ik opende het dan ook heel vaak. Natuurlijk kreeg ik een tik op mijn handen daarvoor wanneer mijn pleegmoeder mij snapte want het was gloeiend heet en je kon je lelijk branden.
Maar vindingrijk en handig als ik was gebruikte ik de ijzeren haak om dat luikje open te houden, en zo zat ik dan naar mijn gevoel, uren naar die vlammen te turen.

Op een dag kreeg ik het lumineus idee om door dat luikje de dunne latjes hout door te steken.
En hoe meer hout ik door dat luikje stak, hoe hoger de vlammen laaiden. De kookplaat zag rood van de hete gloed, en ik vond dat prachtig. Metershoge vlammen maakte ik en ik genoot, tot mijn pleegmoeder mij betrapte.
Nu was het net dat tijdstip dat de kleuterjuf het verhaal verteld had van Hans en Grietje, en dat boekje had ik thuis ook. Al honderden keren had men het me voorgelezen, maar ik kreeg er niet genoeg van.
Mijn pleegmoeder, die natuurlijk het gevaar van mijn capriolen besefte, wilde mij een pandoering geven, maar klein en vinnig als ik toen was liep ik rond en onder de tafel door zodat ze mij niet te pakken kreeg.
Dat maakte haar natuurlijk enkel maar woedender, en toen ze me uiteindelijk toch kon vatten, pakte ze me op en zei met een boze heksenstem dat ze mij door dat luikje in de kachel zou steken, net zoals de heks dat met Hans en Grietje had gedaan.
Geloof me vrij, ik ben nooit meer aan dat luikje geweest, de schrik zat er goed in.

Wat later kochten ze een kookvuur op gas, en kwam er een andere kachel.
Dit keer een kleinere en bruin van kleur. Hij had één grote deur aan de voorkant met venstertjes van plastiek alwaar je de vlammetjes ook kon doorzien, tenminste als ze niet zwart van de rook zagen.
Maar ik heb het nooit meer geavontuurd om die deur te openen.
Ik heb later nog ontelbare keren in mijn leven zo rond een tafel gelopen met een razende en tierende pleegmoeder achter me aan. Soms kreeg ze me te pakken, vaak ook niet.
Vaak liep ik naar buiten en als het avond was had ik dikke pech, want dan duurde het uren voor ik weer naar binnen mocht, en in het donker lijkt alles veel akeliger als je kind bent.

Maar zelfs wanneer ze me niet te pakken kreeg bleef de schrik nog urenlang kleven.
Maar ik heb nooit meer zoveel schrik gehad geloof ik als toen mijn pleegmoeder met mij Hans en Grietje wilde spelen.


10-08-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CONTRAST

Moeders!
Een dankbaar frustratie forum voor dochters! Geen groter contrast dan tussen moeders en dochters.
Denken we!

Als we kind zijn kijken we naar haar op. Moeders weten het, moeders kennen het, moeders doen het. En wat ze ook doen, doen ze goed.
Moeder is er steeds voor ons als we ze nodig hebben.
Om ons te prijzen voor wat we goed doen. Om onze pijntjes en traantjes weg te kussen.

En dan worden we tieners. En plots is onze moeder niet meer zo ideaal. Integendeel!
Ze kent niets van mode, weet niets van wat er zich in de wereld afspeelt.
Moeder is een kwezel, een oude zeur want niets mag. Alles wat leuk is wordt verboden en zij heeft kritiek op alles wat we doen.
Moeder begrijpt ons langs geen kanten en wij begrijpen moeder nog veel minder.
De ganse puberteitsperiode zetten we ons tegen haar af, verfoeien haar en wensen haar het liefst naar de maan.
"Ach mens, laat me met rust!" roepen we veel en graag.

En plots zijn we volwassen jonge vrouwen.
En weer is moeder een dankbare boksbal.
"Mijn haren zitten niet goed en dat komt omdat ik jouw genen heb!"
Evenzo met onze lichaamsbouw, onze benen die te lang, te kort, te dik of te dun zijn.
We hebben het van onze moeder. Het is haar schuld dat we niet perfect zijn.
"En kom ons vooral niet vertellen hoe we ons huishouden moeten doen want we weten het zelf veel beter."

En dan komt het moment dat we zelf moeder worden.
We luisteren naar wat ze ons vertelt uit haar tijd en haar manier van opvoeden.
We luisteren wel maar we zijn vast besloten om het met onze kinderen hélemaal anders te doen, het zijn tenslotte andere tijden.
We gaan samen winkelen, het is leuk, voor een dag dan toch, want we hebben het druk. Zo druk heeft onze moeder het nooit gehad!

En dan komt de dag dat onze kinderen de deur uit zijn.
We hebben weer tijd over voor onze moeder. Onze ondertussen oud geworden moeder.
We gaan vaak op bezoek, maar met ons hoofd zitten we al in de dag van morgen.
Eén ding hebben we ondertussen geleerd, we spreken haar niet meer tegen.
We weten dat we fouten hebben gemaakt door niet te luisteren naar haar wijze raad.

En op een dag komt de schok!
"Jij bent net je moeder" gooit onze partner ons voor de voeten bij een woordenwisseling.
Of een familielid merkt op "Ik zie in jou helemaal je moeder."
En dat snijd dwars door je hart, want het is waar.
Als je echt heel eerlijk wil zijn, dan heb je net zo gedaan als je moeder, ook al heb je je daar met hand en tand tegen verzet, verbaal dan toch.

Hadden ze je dat dertig jaar geleden gezegd, je zou hoog en laag gesprongen hebben om het te ontkennen.
Maar nu wordt je stil, heel stil, verdrietig stil.
Want je moeder is er niet meer. En je wilde haar nog zoveel te vragen, nog zoveel te vertellen.
Je had nog duizendmaal meer willen zeggen,"Mams, ik houd van jou!" Net zoveel keer dan dat zij dit tegen jou heeft gezegd.

En je bent trots. Trots dat je haar dochter bent en trots dat je op haar lijkt.
En je wilt dat doorgeven aan je eigen dochter.
Je geeft haar wijze raad.
Maar die heeft het druk.
Veel drukker dan jij het ooit hebt gehad!

De cirkel is rond.

©Huismusje



24-10-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE ZWEMLES

Hier op de foto een gebreid badpak naar het model dat ik toen droeg.

Mijn kleindochter kon bij manier van spreken, zwemmen nog voor ze kon lopen. Dat heeft ze te danken aan haar ouders die elke zondagmorgen met haar naar het zwembad van Merksem gaan. Zoonlief zwemt als een vis. Ontegensprekelijk een aardje naar zijn vaartje, want van mij heeft hij het alvast niet. Ik kan niet zwemmen. Wanneer men me de vraag stelt of ik kan zwemmen, antwoord ik steeds gekscherend: "Ja hoor, recht tot op de bodem, en de rest doe ik te voet verder."
Maar ik heb altijd met een weinig afgunst gekeken naar al diegene die het wél kunnen.

Ik herinner mij van toen ik nog heel klein was dat we vaak met de 'Sint Annekesboot' naar het 'Noordkasteel' of 'St. Anneke's plage gingen. Mijn pleegmoeder kon niet zwemmen, mijn pleegvader een beetje, zodoende leerde men het mij ook niet. Pootje baden was het gewaagdste dat we deden.
Later gingen we vanaf het vijfde leerjaar van de lagere school op zwemles, maar ook dat werd een flop voor mij. De relatie pleegkind/pleegouder was zo erbarmelijk verziekt dat er voor mij geen zwemgerief werd gekocht en geen geld werd uitgegeven om de zwemles en het busgeld te betalen.
Eén keer op de maand ging die zwemles door en één keer op de maand zat ik dan straf te schrijven in een lagere klas.
Van pedagogie had men toen nog niet veel kaas gegeten, anders had de school wel eens een klappeke gedaan met mijn pleegouders, of tenminste gezorgd dat ik toch in de mogelijkheid was om de les mee te doen ipv van dat ik gestraft werd om zaken die ik niet kon beïnvloeden.

Enkele jaren later dan gingen mijn vriendinnen zwemmen naar het open bad in het 'Boekenbergpark'. Maar bibi hier liep er dan ook altijd maar bij voor spek en bonen, want nog steeds geen badpak.
Tot op een dag één van de moeders van een vriendin een badpak opdook uit een lang vergeten doos op een stoffige zolder.
Het was het badpak geweest van haar grootmoeder vermoed ik. Het was een donkerblauw gebreid badpak, met op de strategische plaatsen een grote witte bloem. Het model op zich viel niet eens zo heel erg uit de toon, maar het materiaal was andere koek.
Maar toch stapte ik fier uit het badhokje en nam melkwit plaats tussen mijn bruinverbrande vrienden.
Eén van die vrienden wilde mij wel leren zwemmen en kreeg mij uiteindelijk zo ver dat ik in het water stapte.

Maar o wee, dat heb ik geweten!
Hoe natter het badpak werd, hoe zwaarder, en hoe meer de schouderbanden uitrekten. Halverwege het ondiepe hing mijn badpak bijna op mijn knieën. Ik had dus helemaal geen tijd om te leren zwemmen, ik moest constant dat badpak omhoog trekken. Dus exit water. Maar dat was vlugger gezegd dan gedaan want het badpak bedekte niet meer wat het moest bedekken en was in tussentijd minstens driemaal in lengte toegenomen.
Dan maar langs de rand van het water gaan zitten peddelen zodat ik toch een beetje de indruk kon wekken dat ik daar met een goede reden zat, en ondertussen hard biddend dat het badpak vlug droog zou zijn. Maar dat was ook al iets dat dik tegensloeg en beetje bij beetje nam ik de kleur van het badpak aan.

Uiteindelijk kwam dan toch het moment dat ik met min of meer  fatsoen naar de kleedhokjes kon stappen om mij om te kleden.
Ik wil tegen beter weten in rotsvast blijven geloven dat niemand iets gemerkt heeft en dat het gegiechel en het gefluister achter hun hand niets met mij te maken had.
Maar het was de eerste en de laatste keer dat ik ging zwemmen in mijn jonge jaren.
Vele jaren later heb ik dan toch de euvele moed gehad om nog enkele keren een zwembad te betreden, dit keer met een degelijk zwempak, maar leren zwemmen heb ik nooit.

©Huismusje

(Met dank aan Ludovicus voor deze hilarische herinnering.)


02-01-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SOMBER/GEDICHT

Dit las ik op het internet, geschreven door een journalist.
Het klinkt een beetje somber, maar o zo waar.
Ik wil het jullie niet onthouden.
Zo aan het begin van het nieuwe jaar;

 

Nieuwjaarsgedicht

Knallen die klinken tot diep in de nacht
blije gezichten,een kind dat hard lacht
vuurwerk dat knalt,wordt afgestoken
de beste wensen worden uitgesproken
armen omarmen,en iedereen kust
dorst wordt met dure champagne geblust
vreugde en feest, gelukkig nieuwjaar
een waanzinnig contrast met daar!!

Knallen weerklinken daar diep in de nacht
bange gezichten,geen kind dat daar lacht
armen omarmen,een vrouw wordt gesust
ze heeft net haar man....voor t'allerlaatst gekust!!
Ik zou willen wensen voor al die mensen
maar vooral voor de kinderen daar:
in alle oorlogslanden Vredig nieuwjaar!

Morgen zal het heus niet beter gaan.
Dat doen de trendwatchers mij althans verstaan.
Weer het Westen tegen het Oosten.
Het Noorden tegen armoedig Zuid.
De economie nauwelijks vooruit.
Moeten wij dan op 2007 toosten?
Geldkoersen vallen met een crash.
Het milieu krijgt een zoveelste dodelijke smash.

Moeder Aarde zal koppig blijven beven.
Miljoenen kinderen die niet overleven.
Politici durven"Het Nieuwe" niet aan.
Corruptie zal meer dan ooit bestaan.
In naam van God zal onschuld sterven.
Valse profeten zullen veel status verwerven.
De stem van het volk wordt vermoord.
Palestijnen en Joden nimmer akkoord.

"Apr?s nous le d?luge", de zondvloed,
De hebzucht, de razende spoed.
Waanzinnige uren, jaren vechten met de tijd.
De stress, de deadline die aan ons bijt.
Die godverdomse onverschilligheid!
Arbeiden wordt gewoon ijdelheid...
Yankees blijven de wereld terroriseren.
Muzelmannen willen Allah met bloed vereren.

De wapenindustrie zal bloeien, meer dan ooit.
Het weze gezegd: zo komt de mens ER nooit.
Goedheid en idealen worden krijgsgevangen.
Liefde gefolterd in onderaardse gangen.
Vriendschappen worden opgehangen
Met sombere klaaggezangen.
Wij wachten op de Engelen van Vrede.
"Knuffel elkaar"-2007-Dit is des dichters bede.



03-01-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.LIEDJESTEKST
Klik op de afbeelding om de link te volgen
GEEN KIND MEER

 Je leeft je eigen leven
wat zij er ook van vindt
je bent allang geen kind meer
al blijf je ook haar kind
je wilt erover praten
maar niet op haar manier
je zult haar best verdriet doen
maar niet voor je plezier
wat moet je nog met haar en met haar ouderlijk gezag
en dan opeens, dan is-ie er, die dag...

De dag waarop je moeder sterft
dat jij wordt losgelaten
en al haar eigenschappen erft
die jij zo in haar haatte
de scherpe tong, de bokkepruik
de zure schooljuffrouw
die zullen ze dan binnenkort
herkennen gaan in jou
en hoop'lijk ook de and're kant; de aardige, de zachte
maar of je die hebt meegeërft valt nog maar af te wachten
de dag waarna de rest een kwestie wordt van tijd en pijn
de dag waarna je nooit meer kind zult zijn

Wat al die jaren fout ging
komt dan niet meer terecht
en wat je nog wou zeggen
blijft eeuwig ongezegd
de machteloze frasen
van je genegenheid
en dat het niet haar schuld was
en ook dat het je spijt
de dingen die je lang niet zeggen kon en zeggen wou
en dan zo graag nog één keer zeggen zou

De dag waarop je moeder sterft
de dag die al je dagen
van dan af aan wat grijzer verft
al hou je niks te klagen
je hebt je goede vrienden nog
die staan je ook dichtbij
en als je soms een minnaar zoekt
dan staan ze in de rij
maar niemand zal meer weten hoe je met je pop kon spelen
en niemand zal nog ooit je vroegste vroeger met je delen
de dag waarna je nooit meer kwetsbaar wezen kunt en klein
de dag waarna je nooit meer kind zult zijn

Gezongen door Karin Bloemen
Tekst dichter : Jan Boerstoel.
Componist : Marnix Busstra

 

 

 


Categorie:TRIESTE JEUGD OP RIJM
23-01-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MOEDERTROOST (GEDICHT)

Op het blog van KLAPROOSJE( kwam ik een mooi gedicht tegen. En hoewel het volledig tegen mijn principe is om iets te gaan jatten op een blog, kon ik dit gedicht niet uit m'n hoofd krijgen. Dus heb ik vriendelijk de toelating gevraagd en poot ik het hier neer. Voor mijn dochter:

MOEDERTROOST

Stil maar mijn kind,
ik weet van je verdriet,
huil nu maar uit; je hoeft niet flink te wezen,
het zal wel duren, voor je wonden zijn genezen,
ik weet het....

Stil maar mijn kind,
ik weet wat je behoeft.
Woorden van troost; die om geen uitleg vragen,
een arm die steunt, en die je last helpt dragen,
een hart wat meehuilt om wat jou bedroeft...

Stil maar mijn kind,
de nacht gaat weer voorbij.
Ik strooi het licht uit, waar jouw voeten lopen,
ik doe de dichte deur weer voor je open.
Ik ben er altijd, vertrouw maar op mij...

Stil maar mijn kind,
ik geef je troost en moed.
Meer dan een moeder aan een kind kan geven;
Jouw naam staat in mijn handpalm geschreven...
Vertrouw op mij!...


(Auteur:Nel Benschop )

http://www.dorpskerk.com/documentatie/gedichten.htm




26-01-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEDICHT VAN MIMI
Klik op de afbeelding om de link te volgen
Ik zal niet de zon zijn om je nacht te beëindigen,  Noch zal ik de muur zijn om je tranen te keren.  Maar ik zal met je meekijken tot het licht wordt.
Want er zijn geen woorden om dingen recht te zetten,
Noch hoop die men onderdompelt in rouw,
Ik zal niet de zon zijn om je nacht te beëindigen,
Een wijsheid aanbieden, veel te helder,
Om je pijn te verzachten of je angsten te laten rusten.
Maar ik zal met je meekijken tot het licht wordt.
Er moet tijd zijn om te treuren tot het leed
Gelijk is aan de liefde van dagen en jaren.
Ik zal niet de zon zijn om je nacht te beëindigen,
Want verdriet moet zijn hoogte bereiken, alvorens het breekt
En getijen moeten keren voor men huiswaarts keert.
Maar ik zal met je meekijken tot het licht wordt.
Er zijn kwellingen die vriendschap niet kunnen verzachten,
Een bitterheid ongekleurd tot de dageraad verschijnt.
Ik zal niet de zon zijn om je nacht te beëindigen. Maar ik zal met je meekijken tot het licht wordt.

GEKREGEN VAN MIMI.

Categorie:TRIESTE JEUGD OP RIJM
14-03-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.LIEVE ZOON / GEDICHT

LIEVE ZOON,

Het levenspad waarop ik stil moest staan
wandel jij al lachend voor mij af
Veerkrachtig in lichte draf
Trots zie ik je voortgaan

Terwijl ik terugkijk op het verleden
wandel jij naast mij de toekomst binnen
Onze levens ontginnen
een heerlijk gezamenlijk heden

Ooit wordt alles herinnering
op een stukje glanspapier
Maar voorlopig zijn we samen hier
En lieve zoon onthoudt steeds één ding....
DAT IK ZIELSVEEL VAN JE HOU

©Huismusje





26-03-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
BIJ GEBREK AAN TIJD OM TE SCHRIJVEN, EVEN EEN GEDICHT.
HEB HET OOIT VAN HET NET GEHAALD,
IK VOND HET MOOI,EN IK HOOP JULLIE OOK.




Categorie:TRIESTE JEUGD OP RIJM
18-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERLOREN LIEFDE GEDICHT
Keuzes maken ligt mij niet,
dat is altijd zo geweest.
Telkens weer verdriet.
Liefde maakt mij zo bevreesd!


Bij het woord "afscheidsgroet"
Voel ik pijn in m'n hart.
Ik weet niet wat ik er mee moet.
Liefde maakt mij héél verward!

Ik wil je niet verliezen,
en toch loopt alles fout.
Juist daarom moet ik kiezen!
Liefde maakt mij oud.

Ooit vervaagd die pijn,
toch veel blijft onbesproken.
Tussen ons zal immer liefde zijn!
Liefde heeft mij gebroken.
©Huismusje


25-05-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VOOR MIJN MOEDER/GEDICHT

ONDERSTAAND GEDICHT IK HEB GESCHREVEN    TOEN IK EEN JAAR OF VEERTIEN  WAS.

OP EEN MOMENT DAT IK HET ALLEMAAL WEDEROM NIET KON VATTEN.

EN OMDAT IK HET HAAR WAARSCHIJNLIJK NOOIT PERSOONLIJK KAN ZEGGEN SCHRIJF IK HET HIER NEER.

Moeder, waar ben je
Waarop wacht je nog
Ik lig te huilen in mijn wieg
Maar jij zorgt niet voor mij

Moeder, waar ben je
Ik zeg "mama" tegen een vreemde vrouw
terwijl ik verlangend op jou wacht
Maar je komt niet naar mij

Moeder, waar ben je
Mijn hart schreeuwt om jou
Ik had je zo vaak nodig
Waarom geef jij niks om mij

Moeder, wat ben je
Ben jij die mooie naam wel waard
Denk jij ooit aan je verstoten kind
Waarom hou jij niet van mij

Moeder, wie ben je
Ik heb je nooit  gekend.
Een leven lang moest ik je missen
Jij was er nooit voor mij.

Moeder, waar ben je
Leef je nog of ben je dood
Wat maakt het nu nog uit
Het hoeft niet meer voor mij.

Moeder, waar je ook bent
Wie of wat je ook mag zijn
Je hebt mijn liefde nooit gewild
Dat is jouw verlies maar mijn verdriet.

©Huismusje


22-06-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERLATEN / GEDICHT

EEN DONKERPAARSE HEMEL
EEN WAARIN MEN GEEN WOLKEN VIND
GEEN GROND ONDER JE VOETEN
DAT IS DE WERELD VAN EEN VERLATEN KIND!

©Huismusje


30-06-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. ZOMAAR EEN KIND ---GEDICHT
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Een kindermond vol woorden
die stil en zacht van klank
triest om hulp roepen
Maar niemand die ze hoorde

Een kinderhoofd vol gedachten
reiken achter de horizon
Teruggekaatst door stormwind
Er valt niets te verwachten

Een kinderhart vol haat
of is het hopeloze pijn
Om iets dat nooit komen zal
Zonder traan op het gelaat

Bittere trekken om de kindermond
gedachten geheel verward
Een hart te vroeg gebroken
De woorden zijn verstomd

(©Huismusje)


01-08-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HOPELOOS/GEDICHT

Ik stap met lege ogen
en een verdronken hart,
strompelend door het duister
weg van pijn en smart.
Tot ver achter mijn gedachtengang
naar een diep en eindeloos dal.
Ik hoor de echo van stille kreten,
zie de bodemgloed van stille tranen,
en ik stap moedig en verbeten
over de rand.....en val.

©Huismusje


07-08-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PAPA / GEDICHT


Ik heb mijn vader nooit gekend.
Weet niet wie hij was, of waar hij is.
En hoewel ik er bijna nooit over praat,  over hem denken  doe ik veelvuldig.

Zoveel vragen waar ik nooit een antwoord op zal krijgen.
Een grote onbekende.
Een leegte die nooit zal worden opgevuld.

En toen kwam ik tijdens het surfen op het internet toevallig terecht bij onderstaand gedicht.
Las het met enige verbijstering.
Want het geeft zo totaal mijn gevoelens weer.


MY DAD


I guess I had a father,
But I didn't have a Dad.
I didn't get the nurturing
That other daughters had.
I didn't learn the things
That he should have taught.
So I really don't know how to get
The love I never got.
It hurt so bad
That he wasn't there,
The little girl in me
Pretended not to care.
I put my need for hugs and kisses
High up on a shelf.
That little girl said,
"I don't need a Dad,
I can take take care of myself."

 Nicolette Woltman



15-08-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MOEDERDAG (GEDICHT)

Vandaag "Moederdag" in Antwerpen! Steeds een dag met een dubbele impact voor mij.
Enerzijds een gelukkig gevoel als moeder, anderzijds een triest gevoel als dochter.
Maar vandaag wil ik enkel gaan voor het moeder zijn.
Ik vond dit gedicht op Internet en hoewel we het misschien niet zo uitgesproken aanvoelen als de dichteres, een kern van waarheid zit er toch in.
Want onze kinderen volledig loslaten doen we nooit.

Overpeinzingen van een moeder

Het valt me zwaar, mijn kinderen los te laten
die ik gedragen heb, vanaf hun pril begin
onder en in mijn hart
Ik heb ze leren praten ze leren kijken
Gods volmaakte schepping in
Ik mocht met mijn gebeden hen omringen
hen koesteren in mijn liefde,veilig warm en groot
ik mocht ze wijzen op de mooie dingen
als ze verdrietig waren nam ik ze op schoot
Ik wist dat ook voor hen de tijd zou komen
dat ze als man op eigen benen zouden staan
vergeten zouden zijn hun kinderdromen
ze zouden los van mij een andere kant opgaan.
Och ja ik heb het allemaal geweten
ik had me naar ik dacht er goed op voorbereid
Maar waarom wil een moeder liefst vergeten
dat eenmaal ieder kind zijn eigen leven leidt?

(Nel Benschop-1918)


22-08-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. GESCHONDEN BESTAAN / GEDICHT
Klik op de afbeelding om de link te volgen

DOOR DE LITTEKENS OP MIJN LICHAAM
EN MIJN GESCHONDEN AANGEZICHT
HEEFT MEN IN MIJN BESTAAN
MENIGE BLIK OP MIJ GERICHT

MAAR HET LITTEKEN IN MIJN HART
ZO PIJNLIJK EN ZO DIEP
ZO LIEFDELOOS MIJ TOEGEBRACHT
DAT LITTEKEN ZIET MEN NIET

HET IS NOCHTANS EEN OPEN WONDE
ÉÉN DIE NIMMER MEER GENEZEN KAN
WANT ELKE DAG, ZELFS ELKE STONDE
ERVAAR IK NOG DE PIJN ERVAN

©Huismusje


27-08-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.RUST (GEDICHT)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

De laatste jaren,
heeft drukte
mij volledig
overmand,
't plezier in 't leven
overschaduwd
door alle drukte:
drukte in huis,
maar vooral
in mijn hoofd.
Een gedachtenstroom
die als een vervuilde rivier
door mijn hersenen stroomt.

Nog maar pas
kreeg ik de tijd
om een dam te bouwen
die de waterval
van gedachten
tegen kon houden,
en eruit te vissen
wat voor mij bruikbaar is.

Sinds kort
maakt een innerlijke rust
zich langzaam
van mij meester.
Een rust
die mijn handen
minder doet trillen,
mijn hart
langzamer doet kloppen,
en mijn ademhaling
rustiger doet verlopen.

Een innerlijke rust,
die mijn leven levendiger,
en mijn liefde liefdevoller maakt.

Een broodnodige rust
die mijn geluk compleet maakt.

(auteur onbekend)


08-09-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. VERLOREN LIEFDE/ GEDICHT
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Door jouw glimlach gul en gemeend
En de lichtjes in je ogen
Werd ik mij bewust van mezelf
Ging ik weer in liefde geloven.

Liefde, woest en onbeperkt
Passie in haar pure vorm
Een oneindige roes
En toen...plots een storm

Liefde werd afstandelijkheid
Ieder ons eigen streven
Beide onze eigen zoektocht
Naar individualiteit.

©Huismusje


10-09-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEDICHT/WAAROM....?
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Waarom kan ik niet vergeten,
al die trieste dagen,
die trauma's uit 't verleden.
Waarom blijft het aan mij knagen?

Waarom kan het diepe geluk,
dat vandaag mijn deel mag zijn,
mij niet houden in het heden.
Waarom keer ik weer naar die intense hartepijn?

Waarom leg ik al die goedbedoelde troost,
steeds weer naast mij neer.
Waarom, waarom, waarom!
Vraag ik mijzelf telkens weer.


Categorie:TRIESTE JEUGD OP RIJM
11-09-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.IN MINEUR(Gedicht)

Als je jezelf niet kent,
niet weet of je iets of niemand bent.
Het gevoel hebt van onzekerheid,
het verschil niet kent tussen mening en feit...

Als je je alleen voelt,
dingen zegt die je niet zo hebt bedoeld.
Niemand die naast je staat,
en begrijpt waar het jou echt om gaat...

Als mensen het goed bedoelen,
en zeggen hetzelfde als jij te voelen.
Toch trekken ze je op een lijn,
omdat ze niet weten hoe het voelt om echt verdwaald te zijn...

Als mensen om wie je geeft je in de steek laten,
niet meer naar je vragen en niet meer met je praten.
Dan leer je pas wat leven is,
en dat echte liefde geven is.
( auteur onbekend)


Categorie:TRIESTE JEUGD OP RIJM
04-10-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MELANCHOLIE / GEDICHT
Klik op de afbeelding om de link te volgen

HOEVEEL LEED KAN IK NOG DRAGEN
HOEVER MOET IK NOG GAAN
VOOR HET EINDELIJK BEGINT TE DAGEN
AL WAT JE MIJ HEBT AANGEDAAN

ALS JE IN MIJN SPIEGEL KIJKT
ZIE JE DAN NIET MIJN LEGE OGEN
ZIE JE NIET DAT IK BEZWIJK
HEB JE ECHT GEEN MEDEDOGEN

NEEN, IK KAN NIET VERDER MEER
GEEN TRANEN MEER DIE VLOEIEN
IK KAN NIET KEER OP KEER
STEEDS WEER OPENBLOEIEN



Door de lieve reactie van mijn evenzo lieve bezoekster bojako, begreep ik dat bovenstaande vers ietwat misleidend overkomt.
Deze woorden zijn geschreven toen ik bijna vijftien jaar was. Het schrijven van gedichten was mijn manier om te vluchten uit de realiteit.
Ik heb ze nog bijna allemaal. Sommige zijn echt kinderlijk, sommige zijn zelfs bijna vrolijk, maar allemaal drukken ze uit hoe ik mij voelde op het moment dat ik ze neerpende.

©Huismusje


Categorie:TRIESTE JEUGD OP RIJM
11-10-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEDICHT / KINDERDROMEN

DROOM KIND

 

Droom kind
droom maar weg op de wind
want jou wacht nog een leven vol zorgen

Droom kind
droom maar weg op de wind
maar geloof in het wonder van morgen

Als het najaar is gekomen
en het groen heeft meegenomen
is dat niet voor lang

Als de natte kale takken
in de winterstorm knakken
wees dan niet bang

Onontkoombaar zijn de grote dingen
de seizoenen laten zich niet dwingen
en het jaar dat gaat
in vaste regelmaat
zijn eigen gang

Droom kind
Niemand is ooit in zijn leven
zonder tegenslag gebleven
of tegenwind

Niet je dromen die bedriegen
maar de grote mensen liegen
uit angst mijn kind

Ook de dappersten zijn weggedoken
ook het sterkste hart is soms gebroken
want ons levenslied
is vol verdriet m'n kind
maar de liefde wint

Droom kind weg op de wind
ook al wacht jou een leven vol zorgen
Droom kind en bij al wat je vindt:
geloof in het wonder van morgen!
Want jij ben een wonderkind....

Auteur onbekend.


Categorie:TRIESTE JEUGD OP RIJM
19-10-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEDICHT

Over het dode gras

Ik zie een rennend meisje
...over het dode gras...
Haar leven is weggewaaid net als as.
Ze rent weg voor haar problemen,
en ze zal het nooit anders nemen.
Ze kijkt de hele tijd achterom.
terug naar haar verleden,
Ze zal het nooit vergeten,
wat ze haar aandeden.
er komt geen einde aan.
...over het dode gras...

Maar ineens kan ze niet verder.
Ze staat voor heel diep water.
ze is het nooit geweest,
een echte prater.
Ze kijkt angstig achterom,
en ziet haar verleden op haar afkomen
haar jeugd is haar ontnomen.
Haar verleden is te zwaar,
Nooit gewenst,en alles kwam door haar.
Het verleden duwt haar omver,
en niemand die het ziet.
ze valt in het diepe water,
en verdronk toen haar verdriet.


Dit is niet door mezelf geschreven, maar het sprak mij wel enorm aan omdat het weergeeft hoe ik mij voelde als tiener.
En ook omdat ik mij vragen stel over schrijfster dezer.
Auteur Pauline - Vijftien jaar

Categorie:TRIESTE JEUGD OP RIJM
10-11-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEDACHTENFLITS / GEDICHT

Ik zou je willen zoenen
op je warme wangen
Ik zou je willen omhelzen
Het is mijn groot verlangen....

Ik zou je willen toefluisteren
heel zacht in je oor
Mams, ik houd van je
Ja, daar leef ik voor
 
Maar....Helaas!
Zo nabij, doch onbereikbaar
Leegte tussenin
Ach, laat maar.....
© huismusje

Categorie:TRIESTE JEUGD OP RIJM
13-11-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SPREKEN IS...(GEDICHT)

Sommige mensen wil je niet tegenspreken, omdat je hen niet wilt kwetsen......

Sommige mensen kan je niet tegenspreken, omdat ze gelijk hebben......
Sommige mensen zijn de moeite niet waard, omdat je hen beter in hun dwaasheid laat......
Sommige mensen durf je niet tegenspreken, omdat ze geen tegenspraak dulden......

Spreek dat maar eens tegen!


©Huismusje



Categorie:TRIESTE JEUGD OP RIJM
15-11-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERLOREN DROOM / GEDICHT

In de hoek van de kast
Ergens in een oude doos
Een vat vol herinneringen
Zoveel waar ik niet voor koos.

Heel even streel ik je weer
Je kijkt me lachend aan
Maar weet je, lieve schat
Mij is het lachen vergaan

Bij het opbergen van je foto
Sluit ik weer een hoofdstuk
En droom ik in gedachten
Ons niet gegund geluk.

©Huismusje



Categorie:TRIESTE JEUGD OP RIJM
29-12-2009
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VADERTJE TIJD / GEDICHT

Eenzaam huilde zij haar verdriet
Ging zitten op een omgevallen boom
Het zonnetje zag ze even niet
Haar leven leek een boze droom

Tot er plots een klein mannetje voor haar stond
Stelde zich voor als vadertje tijd
Nog geen twee turven hoog op de grond
En heel even werd ze door zijn kleine gestalte afgeleid

Hij nam haar troostend bij de hand
Kijk zei hij, eigenlijk is het heel frappant
Mensen zijn eigenwijs, willen nooit leren
Verdriet hoort bij het leven, dat moet je accepteren

Ook al is verdriet nog zo groot
Tijd zal alle wonden helen
Daarom moet je je verdriet niet altijd voor jezelf houden
Maar probeer je gevoel met iemand te delen

Kijk maar eens goed om je heen
Er is altijd wel iemand waarbij je even mag schuilen
Wees niet bang, je hoeft je niet te schamen
Ook andere mensen moeten wel eens huilen

Geloof me, het zal werken
Neem dat maar aan van vadertje tijd
Straks zie jij weer zonnestralen
Nu geen verdriet meer lieve meid

Auteur; REIGER

AAN AL MIJN MEDE-BLOGGERS....

EEN HEEL GELUKKIG 2007

KUS VAN MUS


Categorie:TRIESTE JEUGD OP RIJM
12-01-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TOEKOMSBEELDT

Mijn generatie kan al meer dan een halve eeuw terugblikken. De meeste onder ons doen dat met een waar genoegen en een beetje heimwee.
De straten waren veiliger, er was minder verkeer en dus ook minder luchtvervuiling. De muziek was minder luid en nodigde uit tot dansen of meezingen. Aids was, hoewel niet onbestaande, iets waar we niet wakker van lagen, en ons bord aten we nog leeg zonder aan kanker te denken bij elke hap. Maar vooral konden we nog dromen over een toekomst.
Wie gewoon huisvrouw en moeder wilde worden, kon dat, wie een carrière wilde uitbouwen, had ook die mogelijkheid. Dat is nu wel anders.

Wanneer ik mijn kleindochter zorgeloos zie zitten spelen, dan vraag ik mij vaak af wat haar toekomst zal zijn.
Moest zij dromen om een simpele huisvrouw aan de haard te worden, gewoon moeder van veel kindjes zijn, dan vrees ik dat haar bittere armoede staat te wachten. Leven met één loon is ondenkbaar in deze tijd, en dat zal in de toekomst niet meer veranderen. En als ze een carrière wil dan zal ze moeten opboksen tegen vele concurrenten.

Wanneer ik in de krant lees dat de huidige job eisen het privé-leven van zes op tien werknemers danig hinderen, hoe zal het dan binnen ongeveer twintig jaar zijn? Wat zal haar marktwaarde zijn als ze dertig is? Gaat ze dan oud en afgeschreven zijn voor de arbeidsmarkt?

Wanneer ik terugblik op vroeger besef ik ten volle dat het toen ook niet allemaal rozengeur en maneschijn was.
Maar ik kijk nu toch bevreesder naar de toekomst, dan toen.
Al die doembeelden en donderpreken waarmee je nu om je oren wordt geslagen beloven niet veel goeds. Er gaat van niets nog veel zijn, of het zou van de tekorten moeten zijn. Tekort aan drinkwater, tekort aan energie, tekort aan pensioengeld, zorggeld.....enz.

 De gemiddelde leeftijd van de vrouw is vierentachtig, en dan zal mijn kleindochter vijfendertig zijn. Dan zou ik toch al een goede kijk moeten kunnen hebben op haar toekomst.
Maar Dokter Lecompte heeft zich ook flink misrekend, niet!

©Huismusje


Categorie:DIVERSEN
16-01-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AFSCHEID
Klik op de afbeelding om de link te volgen Ik heb het reeds vele malen geschreven, muziek is niet weg te denken uit mijn leven.
Voor elk moment, triest of blij, heb ik wel een song.
Zo heb ik ook een song die mij herinnert aan te vroege einde van een gelukkige periode met de vader van mijn kinderen.

Ik was achttien en hij zevenentwintig toen we elkaar leerden kennen.
Na een een moeilijk begin en veel tegenwerking van alle kanten kwam ons huwelijk.
Bij de geboorte van onze zoon wordt beslist dat ik niet meer uit werken ga, zoals het veelal de gewoonte was in die tijd.
Omdat hij vaak voor langere tijd op zee was en wist hoe graag ik naar muziek luisterde, kocht hij voor mij een voor die tijd ultra moderne muziekinstallatie.

Mijn man heel goed mondharmonica spelen, hij moest maar een lied horen op de radio en hij speelde het na.
Zelf was hij, onder meer, een fan van Harry Belafonte.
Zelf had hij ook een diepe warme stem en kon Belafonte wonderwel imiteren Dat deed hij dan ook vaak.

Zo was het een ludieke gewoonte dat telkens voor hij weer vertrok bij manier van afscheid het liedje "Jamaica farwell" zong.

De woorden "Kingstontown" verving hij dan speels door "Aantwaarpen".
Het feit alleen al dat hij als West-Vlaming het woord in mijn plaatselijk dialect uitsprak maakte dat het afscheid steeds een humoristische toets kreeg.
Het was iets van ons twee, iets dat anderen niet begrepen. Waarom stonden die twee daar nu te schaterlachen bij een afscheid dat weken zou duren?
Wat was daar nu leuk aan?
Maar ik verklaarde het nooit, het was ons geheimpje,  hoe kinderlijk naïef het ook mocht zijn.

Op een dag keerde mijn man niet meer weer.
Zijn beste vriend, en getuige op ons huwelijk, die met hem aan boord was heeft hem van boord zien gaan in een havenstad van Brazilië.
Hij heeft hem in een taxi zien stappen. Daa hij zelf van corvee was kon hij niet mee gaan. Nog volgens de vriend, zou mijn man enkele souvenirs willen kopen hebben. (Mijn man bracht vaak van die rariteiten mee naar huis, zoals onder andere een oerlelijke waterpijp en een zo mogelijk nog lelijker houten masker.)
Mijn man is nooit teruggekeerd aan boord.

Hij is vanaf dat moment voorgoed uit ons leven verdwenen.
Sindsdien heeft de song "Jamaica Farwell" een speciale plaats in mijn leven.
Telkens ik het lied hoor staat dat laatste afscheid weer glashelder voor mijn geest....

.....Dan sta Ik weer op die drukke kade.
Op mijn arm ons zoontje, in mijn buik onze dochter.
Achter mij de taxi die staat te wachten om mij weer naar huis te brengen.
Een thuis dat vanaf dat moment nooit meer hetzelfde zou zijn.
We houden het afscheid vrij kort, want er is voor hem nog veel te doen aan boord voor het vertrek.
He left he's little girl in Aantwaarrp town. Permanently!
©Huismusje




Categorie:NABESCHOUWING
03-02-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FIEKE

Het gaat niet goed met ons Fieke!
Fieke is ons hondje, een mini Malthezertje en een echt schatje. Ik weet niet precies hoe oud ze is, maar wanneer ik het zo nareken dan moet ze minstens twaalf a dertien jaar oud zijn.Volgens de dierenarts kan ze zelfs nog wat ouder zijn.
Voor wie hier pas komt lezen, nog even haar verhaal in het kort

Ik maakte voor het eerst kennis met haar in het café van een vriendin. Fieke was het hondje van een klant van haar. Een graatmager en vuil onooglijk beestje, zo zag ze er toen uit. Toen die klant op een keer zijn rekening niet kon betalen, werd Fieke aangeboden als betaalmiddel, en vriendin hapte toe. Maar vriendin was nogal wispelturig en zodoende logeerde Fieke heel vaak bij mij thuis. Op een gegeven moment was vriendin Fieke helemaal beu, en zodoende adopteerde ik haar. Ondertussen leeft zij voltijds acht jaar bij ons.

Omdat ik niet meer zo vaak met haar kan gaan wandelen, maar vooral omdat zij heel erg aan haar baasje verknocht is, neemt knuffel haar door de week mee naar NL. Wandelen en ravotten in de bossen is Fieke’s grootste plezier en daar heeft ze bij knuffel geen gebrek aan.
Althans, was haar grootste plezier moet ik schrijven, want de laatste tijd doet iedere beweging haar pijn. Het gesukkel begon een jaar of drie terug met een baarmoederontsteking. Enige maanden later werd vastgesteld dat zij ook een hartprobleem had. Dan kreeg ze een Hernia, iets waarvan ik niet wist dat honden dat ook konden krijgen. Spelen lukte haar niet meer, elke keer hapt ze krampachtig naar adem. Met regelmatig medicatie toedienen en veel rusten zijn we aangekomen aan vandaag.

Dit weekend was elke stap haar één teveel. Ook haar favoriete eten ging maar met mondjesmaat naar binnen, en zelf haar koekjes en bot waar ze anders zo verzot op is, bleven onaangeroerd liggen. Ze loopt heel traag en ineengedoken met je mee als ze haar plasje moet doen. En ze laat haar kopje hangen. Echt zielig om te zien.
Knuffel gaat met haar nóg maar eens naar de dierenarts toe, maar we vrezen dat er nog weinig aan te verhelpen is. En dan sta je voor de verscheurende keuze! Wat moeten we doen? Weer zwaardere medicatie? Zal het haar helpen om haar nog een waardig leven te laten lijden? Zal ze dan zonder pijn zijn? En voor hoelang?

Kon ze maar praten denk ik vaak, dan zou zij kunnen zeggen wat ze wilt. Is ze tevreden met haar leventje zoals het nu is?
Nu ligt ze een ganse dag te slapen, volgens ons bang om de pijn die ze bij elke beweging voelt. Een dosis pijnstillers per dag en te suf om te weten waar ze leeft. Weer zwaarder medicatie is weer een zwaardere belasting op haar hart, liet de dierenarts ons vorige keer weten.
Emotioneel gedreven wil ik haar nog niet kwijt, maar ik mag niet aan mezelf denken, moet aan Fieke denken. Ergens hoop ik dat ze vanzelf rustig inslaapt.
Hevige tweestrijd. Hartverscheurende keuze.


Categorie:DIVERSEN
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.IN MEMORIAM
03-02-2009
Fieke is om 15h30 thuis overleden.
Volgens de dierenarts was zij niet meer te redden.
Haar lever weigerde dienst.
En een operatie kon ze niet meer aan, ze zou de narcose niet overleefd hebben.

Categorie:DIVERSEN
07-02-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.BALLAST

Onlangs las ik op een blog, quote: "Je verleden is ballast en ballast moet je overboord gooien, pas dan kan je verder met je leven", unquote. Je hebt zo nog wel meer van die slagzinnen, spreuken of gezegden die allemaal hetzelfde beweren. Wel, ik ben het daar niet mee eens.

Misschien gaat dit op voor mensen die nooit echt door een diep dal zijn moeten gaan. Die enkel kleine ongemakken hebben ondervonden. Algemeenheden die in ieders leven wel eens voorkomen. Daarbij denk ik dan aan het eerste liefdesverdriet, een sollicitatie waar je veel van verwacht maar niet doorgaat, de kinderziekten van je kind, een mankement aan je nieuwe auto, administratie die in het honderd loopt....enz. Kortom dingen die ieder van ons wel eens tegenkomt en/of mee te maken krijgt.
Maar dit gaat niet op voor mensen die een ernstig trauma hebben opgelopen.

Mensen die een ernstige trauma hebben opgelopen kunnen niet zomaar alles afdoen als ballast en overboord gooien.
Een trauma loop je op wanneer één of meerdere schokkende gebeurtenissen van buitenaf op je inwerken. Je voelt hierbij een sterk aanwezig angstgevoel, een aanhoudende angst belevenis. Het daarbij gaande gevoel van machteloosheid en hulpeloosheid heeft meestal een sterke ontwrichting van je bestaan tot gevolg. Het uit zich veelal in psychosomatische symptomen die permanent aanwezig zijn, zoals: negatieve gedachten en angstgevoelens.
De symptomen uiten zich meestal als volgt; een backflasch bij een lied dat je hoort, een zin die je leest, een te luid gesproken woord, een intonatie van een uitgesproken zin, een gelaatsuitdrukking of lichaamshouding. Denk maar even aan het kind of de volwassenen die terugschrikt of ineenkrimpt wanneer iemand een hand vol goede bedoelingen naar hem/haar uitsteekt. Er treed ook vaak onthechting en vervreemding op, en nog zoveel meer, teveel om nu en hier op te noemen.

Nee, voor diegene die een trauma hebben opgelopen is het verleden geen ballast. Was het maar zo simpel dat we het in één keer allemaal overboord konden gooien. Maar helaas!
Vaak komen bovengenoemde symptomen niet eens meteen te voorschijn, maar maanden, en nog vaker, jaren later. Net op het moment dat ze allerminst evident zijn, bijvoorbeeld in een periode dat je super gelukkig bent en je veilig voelt. Op dat moment is er niemand die je begrijpt, jijzelf nog het allerminst. Het is dan geen kwestie van het overboord te gooien en het af te doen met " Het zal wel weer over gaan, effe een dipje". Nee, het wordt vanaf dat moment keihard werken. Werken aan jezelf in de eerste plaats, maar dat gaat niet zonder de medewerking van anderen. Hetzij je naasten, hetzij professionele hulp. Vaak is beide nodig.

Je moet je trauma verwerken, om het daarna een plaats te kunnen geven in je leven. Aanvaarden dat wat is geweest altijd deel zal uitmaken van jezelf.
Niks geen sprake van overboord gooien! Een opgelopen (en verwerkt!) trauma in het verleden maakt je tot die persoon die je vandaag bent. Het verleden ben jij!
En jij bent geen ballast!
Jij bent uniek!
En vaak ben je een begripvoller en liefdevoller mens dan diegene die onnadenkend en klakkeloos alles overboord gooit wat niet in zijn/haar straatje niet past.

©Huismusje


Categorie:NABESCHOUWING
21-02-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OP EIGEN VLEUGELS

Vele bezoekers, die mijn "triest verhaal" helemaal tot aan het einde toe hebben gelezen, verwonderen zich vaak en vragen me hoe ik uit die nare situatie zo sterk ben kunnen uitkomen. Sommigen zijn zelfs verwonderd dat ik een zo goede en close band met mijn kinderen heb kunnen opbouwen. Wel voor al die lieve mensen heb ik maar één antwoord, ik weigerde om slachtoffer te zijn.
Mijn levensdrang was, en is, enorm groot. Zonder die levensdrang had ik me moeten neerleggen bij mijn angst. Dan had ik mijn kwetsbaarheid moeten tonen aan diegene die hem zouden hebben vermoord. Het was dus prioriteit om die kwetsbaarheid voor mezelf te erkennen, maar er zo min mogelijk aan bloot te staan. Het is een elan dat ik nog steeds in me draag.

Ik weiger dus om slachtoffer te zijn, hoewel de traumatische jeugdervaringen het zouden verantwoord hebben. Het woord 'slachtoffer' alleen al geeft een vieze smaak na in mijn mond.
De wil om te overleven, mijn doorzettingsvermogen, maakte dat ik alle tegenwerking en hindernissen het hoofd kon bieden.
Oh ja, ik heb in mijn jeugd vaak getwijfeld aan mijn eigenwaarde. Mijn vertrouwen werd keer op keer geschonden. Ik werd op nietsontziende wijze geconfronteerd met mijn onmacht tegen de overmacht. Maar het heeft er nooit toe geleid dat ik mijn diepste verlangens en mijn ware ik heb verborgen achter een masker.

Ik heb ook nooit de hele gebeurtenis willen verdringen, integendeel. Heel soms leefde ik op automatische piloot of sloot mij af van derden, om de verminderde veerkracht in weer op te krikken en daarna weer door te gaan. Maar nooit hen ik gewenst er nooit meer over te moeten praten.
Dat heeft me behoed om depressief door het leven te gaan, of net andersom, een keiharde tante te worden. Het verschil tussen goed en kwaad is me altijd duidelijk geweest, als een natuurlijk instinct.
Zelfmedelijden is me vreemd, net omdat ik altijd goed heb kunnen communiceren. Ik heb kunnen stilstaan bij al die nare gevoelens en ze kunnen relativeren, het heeft mijn vechtlust aangewakkerd.
Had ik mij gewonnen gegeven dan waren de daders de overwinnaars geworden, en dat gunde ik ze niet.

Wanneer ik door mijn verhaal naar buiten te brengen, ook maar één iemand heb kunnen helpen, slechts één iemand heb laten denken, wat zij kan, kan ik ook, dan is mijn nare jeugd niet voor niets geweest. Dan heb ik mijn doel bereikt.
Want ook al noemt men je slachtoffer, je hoeft je daarom nog geen slachtoffer te voelen.

©Huismusje

Categorie:NABESCHOUWING
26-04-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.BEN IK ZO MAKKELIJK TE VERGETEN?
Klik op de afbeelding om de link te volgen Een moeder vergeet nooit de geboorte van haar kind! Wat ze wel vergeet is de ochtend misselijkheid, de kleine ongemakken, de pijn bij het baren. Dat is wat een moeder vergeet bij de eerste blik op haar baby. Het meermaals 's nachts je bed uit moeten wegens huilen of honger van het kleintje, dat is wat een moeder vergeet. Doodsangst stond je uit wanneer hij/zij te onrustig was, of net andersom, te rustig! Maar dat vergeet je.
Maar een moeder zal zich blijven herinneren hoe zoet  de geur van haar kind was. Hoe knus het hummeltje in haar armen lag, zoekend naar die volle borst of fles.
De eerste vermeende lachjes, de eerste woordjes,zijn eerste stappen...
...Hoe het vol liefde zijn armpjes naar je uitstak... je herinnert het je net alsof het gisteren was.

Hoe je klaar stond om te vechten als een razende leeuwin wanneer je dacht dat hem/haar kwaad zou worden aangedaan. De eerste schooldag! En het lijkt wel kort daarop de eerste nachtelijke uitstap.
Weer zat je met angst en weer kon je niet slapen
Maar het is vergeten.

Waarom voelt mijn moeder al die dingen dan niet? Waarom is zij mij vergeten?
Ben ik dan zo makkelijk te vergeten?
©Huismusje

Categorie:NABESCHOUWING
12-05-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VEERKRACHT IS....

Veerkracht is......
Veerkracht hebben is heel belangrijk voor elke mens, maar in het bijzonder voor diegene die geleden heeft. De mens die een helse jeugd heeft gehad, het mishandelde en/of verwaarloosde kind. Of de mens die door de verdrukking van een zieke geest zichzelf weer van voor af aan moet opbouwen.

Opnieuw zin geven aan je leven, er weer greep op krijgen en terug toekomstmogelijkheden zien.
Weer een gevoel van eigenwaarde kweken. Zelfrespect en geloof in jezelf ontdekken is heel belangrijk om jezelf weer te kunnen opbouwen.
Humor, het kunnen lachen en relativeren van de geleden miserie, hoe moeilijk dit ook mogen zijn op het eigenste moment, is nodig.

Weer controle over je leven krijgen betekent vaak dat je van hieraf alleen verder moet.
Maar wat een mooie beloning krijg er voor in de plaats als je je angst overwint!
Je zult je weer veilig voelen als je beseft dat enkel jijzelf je toekomst bepaald en in die richting stuurt die jij voor ogen hebt.

Sommige, vaak domme mensen, durven je egoist noemen. Meestal omdat ze niet eens in staat zijn zich te realiseren wat een weg je hebt afgelegd om te komen waar je nu bent.
Laat ze! Jij weet beter! Hun aanschouwing houdt geen verband met de werkelijkheid, hun redenering is een abstract perspectief. Hef je hoofd op en wandel zonder omkijken verder de weg op die je zo moedig hebt ingeslagen

Dat is veerkracht hebben.

©Huismusje


Categorie:NABESCHOUWING
13-05-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MOEDERDAG

In mijn weekblad stonden allerlei mooie wensen voor moederdag, geschreven door kinderen.
Ik ben dus een jankbuil, want er waren er enkele bij die de tranen in mijn ogen brachten en een krop in mijn keel.
Bij één echter schoot ik in een schaterlach en ik twijfel er eerlijk gezegd aan of het werkelijk door een tienjarig kind is gezegd, het leek mij veeleer een mop te zijn, en ik wil hem jullie niet onthouden.

De mama van mijn mama is mijn oma.
De mama van mijn oma is mijn overgrootmoeder.
De mama van mijn overgrootmoeder is mijn bedovergrootmoeder. En die haar mama dan.
Is dat dan mijn stapelbedovergrootmoeder?
(bron: Dag Allemaal)

En dan nog een bedenking van mezelf.

Voor de meeste vrouwen is het niet moeilijk om moeder te WORDEN.
Moeilijker wordt het om moeder te ZIJN.
Ik ken er alvast één die daar niet in is geslaagd
 


Categorie:NABESCHOUWING
17-05-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.IN MEMORIAM. TAMMY

17-05-2008

Vandaag verdriet ten huize van zoonlief en hier, want onze lieve Tammy is gisteravond plots gestorven.

Tammy was een flink uit de kluiten gewassen Noorse Boskat. Zoonlief had hem uit het asiel gehaald, nu zo'n 12 jaar geleden. Hoe oud hij werkelijk was daar hadden we het raden naar, maar hij moet om en nabij 16 a 17 jaar zijn geworden.
Prachtig dier, al zag hij er erg vervaarlijk uit. Doordringende ogen in een prachtige kop die je vrank aankeken. Wanneer hij je kende kon ie zeer aanhankelijk zijn, als hij zin had dan wel. Maar voor een buitenstaander was hij helemaal niet vriendelijk. Hij gromde dan naar je als een panter die op het punt staat om je met huid en haar te verslinden. Zo'n hele grauwe grom die van diep uit zijn keel kwam. Je deed vanzelf een stapje achteruit, geloof me.
Het was van angst, zo wisten wij, want Tammy was een bange kat en een beetje asociaal.

De laatste maanden zag je hem achteruit gaan. Hij liep niet meer zo kwiek, at niet meer zo veel en werd zichtbaar magerder. Zijn leven en lust was wandelen in de tuin en de tuinen van de buren, want hij kreeg overal wel wat lekkers, maar ook dat interesseerde hem niet meer zo. De dierenarts kon echter geen oorzaak vinden.
Gisteravond dan kreeg hij een inwendige bloeding en is onderweg naar de dierenarts gestorven in de armen van zoonlief.
We zullen hem heel erg missen!


Categorie:DIVERSEN
21-05-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.NABESCHOUWING
Klik op de afbeelding om de link te volgen Wanneer het stil is in huis en er geen linken zijn die naar het verleden leiden, dan denk ik wat na over mezelf. Dan stel ik mijzelf de vraag, welke verwachtingen heb ik nog, welke wensen, welke dromen. Maar vooral vraag ik mij af, hoe zit ik in feite in mekaar? Wie of wat ben ik? Na 53 jaar op deze aardbol moet ik nog steeds het antwoord schuldig blijven. Ik kom er niet uit!  Ik huil bij het zien van mens- kind- en dieren-leed. Maar ik geef zelden of nooit geld aan straatbedelaars.
Ik ben ontroerd wanneer ik een bruid of communicant zie. Net zo bij de geboorte van een kind. Maar op een begrafenis sluit ik mijn hart.
Ik ben in mijn leven dikwijls keihard geweest Voor mezelf in de eerste plaats, maar soms ook voor anderen. Sommigen verdienden het, sommigen ook niet! Maar nee zeggen wanneer ik het beter wel zou doen kan ik niet.
Ik voel de liefde die ik krijg, en ik geef maar al te graag terug. Maar liefde maakt mij bang.
Want liefde maakt je kwetsbaar en ik wil niet kwetsbaar zijn.
Ik koester alle liefde die krijg maar trek mij daarbij terug in mezelf.
Ik huil te vaak en teveel van binnen. Maar toon het nooit.
Ik ben graag alleen en voel mij daarbij nooit eenzaam. Maar steeds blijft het verlangen naar het samen zijn. Begrijpe wie het kan!
Ik ben een vat vol tegenstrijdige emoties en dat vraagt van mijn naasten veel begrip en geduld.
 Ach, ooit vind ik mezelf wel.
Eén ding weet ik vandaag al heel zeker,
Ik ben een tevreden mens
©Huismusje

Categorie:NABESCHOUWING
24-05-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OVERLIJDEN MARLIES
Overlijden van de moeder van mijn schoondochter.

VANDAAG NEMEN WE AFSCHEID VAN MARLIES.


13 JUNI 1942-20 MEI 2006

IK VERLAAT HEN DIE IK LIEFHAD

EN GA NAAR HEN DIE IK LIEFHAD

Categorie:DIVERSEN
05-06-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ERE WIE ERE TOEKOMT

Straks verbreek ik de laatste schakel met mijn verleden als kind. De zachtste schakel van de ganse keten maar die met de sterkste structuur! Als ik ook maar enig dochter-vader gevoel heb mogen ervaren, dan kwam dat door hem, mijn pleegvader. "Bang voor de duivel en bang voor zijn wijf" zingt Rob Denijs, en die twee zinnen typeren "mijn pa". Want mijn pleegmoeder was de duivel in ons gezin. En hij was banger van haar dan ik.

En toch was hij het die met me ging wandelen op de 'Bosuil' me leerde fietsen in 'Het Rivierenhof'. Me meenam naar de kermis, de Sinksefoor, de cinema.
Het was hij die me terug mee naar binnen nam toen ik als vijfjarig kind 's nachts door haar op straat werd gesmeten. Het was hij die me verloste toen zij me voor de zoveelste maal in een donker hok had opgesloten, zonder eten of drinken, uren lang.
Later toen ik zelf moeder was en uit werken ging haalde hij m'n kinderen van school
Hij gaf ze snoepjes tot ze er bijna ziek van werden, maar hij deed het uit liefde.
Hij hielp me met verhuizen, ook al wist hij dat hem bij het thuiskomen een scheldtirade wachtte.
Maar uit angst voor haar keek hij ook vaak de andere kant op wanneer ik nog maar eens geslagen werd. Ik noemde hem daarom een zwakkeling, een lafaard.

Nu zovele jaren later vraag ik mij af of dat terecht was?
Of deze kleine tengere man die helemaal geen partij was voor die furie van een vrouw, niet moediger was dan vele stoere binken.

Ik kom de kamer in en vanonder het witte laken komt een wit gezicht.
Een gezicht dat enkele weken geleden nog heerlijk bloosde. Zo bloosde dat ik hem plagend vroeg hoe hij toch al die jaren dat babyvelletje had kunnen behouden. Hij vierde die dag zijn 94 ste verjaardag.
Het zal zijn laatste zijn, want hij is stervende.

Zijn gezicht is bijna onherkenbaar, het is een doodsmasker geworden. Het is enkel nog een kwestie van dagen, uren misschien, men kan het niet zeggen.
Zijn hart is sterk ondanks dat zijn levensfuncties het een voor een laten afweten. Twee derden van zijn longblaasjes zijn reeds vernietigd. Zijn nieren blokkeren en hij is bezig zichzelf te vergiftigen. Er is geen enkele hoop meer voor em en wordt daarom in een kunstmatige slaap gehouden met Morfine. Daardoor voelt hij geen pijn.
Men zal hem niet reanimeren, dat zou te onmenselijk zijn.

Tegen beter weten in hoop ik dat hij nog eenmaal zijn ogen zal openen zodat ik hem een laatste glimlach kan schenken als afscheid.
Tegen beter weten in geloof ik dat hij me nog kan horen wanneer ik zeg dat ik hem alles al lang vergeven heb en dat ik van hem houd. Dat hij altijd 'Pa' is geweest voor mij en 'Bompa' voor mijn kinderen, met hoofdletter.

We waken dag en nacht om beurten bij hem, mijn pleegbroer en ik, zijn familie en mijn familie.
Buiten het zachte gezoem van het zuurstofapparaat en het geklik van de morfinepomp is het stil in de kamer.

Hij sterft zoals hij geleefd heeft, zacht en rustig.

©Huismusje


Categorie:DIVERSEN
07-06-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.IN MEMORIAM

19-02-1914--07-06-2008
BEDANKT ALLEMAAL VOOR JULLIE LIEVE TROOSTWOORDEN EN JULLIE BLIJKEN VAN MEDELEVEN.
PA IS OVERLEDEN VIJF MINUTEN NA MIDDERNACHT IN HET BIJZIJN  VAN MIJN PLEEGBROER EN MEZELF. WIJ HEBBEN HEEL SEREEN AFSCHEID KUNNEN NEMEN.
LUCIENNE


Categorie:DIVERSEN
15-06-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.BEDANKT!

Bedankt vrienden voor jullie steun en vele  troostwoorden bij het overlijden van  pa.
Een hele speciale dank aan mijn lieve vrienden die aanwezig waren op de uitvaartplechtigheid en alzo voor mij een hele grote steun waren die me diep getroffen heeft.
Ook een hele speciale dank aan Ronald Milo die het mogelijk maakte dat ik op mijn manier afscheid kon nemen.
Voor jullie is vriendschap geen ijdel woord en  dank je wel is gewoonweg ontoereikend om jullie te zeggen welk een warm gevoel jullie me allen me geven.

(© Huismusje)




Categorie:DIVERSEN
19-06-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MUZIEK IS.....
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Nog steeds kan een plotse triestheid mij overvallen wanneer ik terugdenk aan mijn jeugd. Een totaal verloren jeugd. Een jeugd die me ontnomen is.

Wanneer ik mij triest, moedeloos of eenzaam voel, dan luister ik naar klassieke muziek.
Nu hoor ik jullie zeggen, als je in een dipje zit  moet je niet naar al die opera drama’s luisteren!
Dan kan je beter naar liedjes van Urbanus of Nico Haak luisteren waarbij je weer een lach om je mond krijgt.
Voor vele anderen is dat misschien zo. Maar niet voor mij.

Ik zit zo niet in mekaar.

Want die prachtige geschoolde stemmen van al die opera diva’s brengen mij tot rust.
Het verhaal van de opera doet mij mijn eigen zorgen vergeten.
Doet mij dromen.
Maken mij rustig.
Dan zet ik mij neer in mijn zetel en lluit mijn ogen.
En laat mijn omgeving verdwijnen om te zweven tussen de personages van het verhaal.

Ik heb twee ultieme favoriete componisten.
 Guiseppe Verdi en Giacomo Puccini.
Welke opera ik van hen het mooist vind zou ik niet kunnen zeggen. het zijn allemaal pareltjes.

'Madame Butterfly' zal wel door iedereen gekend zijn vermoed ik.
Maar onlangs luisterde ik, nog maar eens, naar, Turandot . De mooiste aria uit die opera vind ik 'Nessum dorma'.

Ik heb het gezongen door 'Luciano Pavarotti'.
Maar het wordt door zovelen gezongen.
En ik heb het ooit op de radio gehoord door 'Mario Lanza', en ook dat vond ik een zeer mooie vertolking, al is de eerst genoemde tenor toch veel grootser.
Maar dat is natuurlijk kwestie van smaak.
Ik heb de tekst eens opgezocht in het Nederlands, want het wordt uiteraard gezongen in het Italiaans.
Hier volgt de Nederlandse tekst van een van  s'wereld's bekende aria's:

Nessum dorma

Niemand slaapt, niemand slaapt,
Zelfs jij, oh Prinses,
In jouw koude kamer,
Staart naar de sterren,
welke trillen door de liefde
en met hoop.
Maar mijn geheim is in mij verborgen;
mijn naam, welke niemand zal kennen, nee, nee,
maar op jouw lippen zal ik hem uitspreken.
Wanneer de maan schijnt,
en mijn kus zal de stilte doen verdwijnen.
Die zal jou de mijne maken.
Niemand zal zijn naam kennen,
en wij moeten, helaas, sterven.
Verdwijn, oh nacht!
Sterren gaat onder!
Bij het ochtendgloren zal ik overwinnen!
Ik zal overwinnen! Ik zal overwinnen!

©Huismusje


Categorie:NABESCHOUWING
06-07-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.JEUGDBESCHERMING? ME HOELA!

Op een keer kreeg ik een verrassend mailtje in mijn mailbox.
Het kwam van een vrouw die als meisje ook in het internaat St. Margaretha van Cortona was geweest.
Zij melde mij dat zij vrijwel dezelfde lijdensweg was doorgelopen, dan ik zelf.
En het deed me veel plezier om van haar te horen.
Niet omdat ik mij verkneukel in de miserie van een ander hoor!
Gewoon omdat het mijn herinneringen bevestigt.

Zij schreef mij dat zij vaak was gaan lopen uit het gesticht,”langs het varkenshok, weet je nog Lulu”?
”Er stonden glasscherven op de muren en prikkeldraad, maar dat hield mij niet tegen”.
“En dan was ik voor maanden pleite”.
”Wanneer ik dan uiteindelijk toch terug werd opgepakt, vloog ik ook voor enkele dagen in het "cachot”

Dat varkenshok was ik volkomen vergeten.
Maar het is waar, langs daar ontsnapten wel meer meisjes.
Het was voor ons jonge mensen en met onze fysiek niet zo moeilijk om op het dak te komen.
En diegenen die werkelijk wilden ontsnappen namen de schrammen van prikkeldraad en glas er graag bij.
Ik had niet die moed.
Heb er vaak aan gedacht, maar waar moest ik heen?

Ook schreef ze nog: “Het waren helse jaren daar in Cortona, maar men heeft mij niet kapot gekregen”.
”Ik ben er integendeel sterker uitgekomen”.
En dat is hier idem dito.
’What doesn't kill you makes you stronger’.
Het is een geliefd gezegde van, Bojako. Maar voor ons lotgenoten van Cortona, is het een waarheid als een koe.
Hoe meer men ons trachtte te breken, hoe sterker we werden.
Waarschijnlijk hebben de nonnen dat nooit kunnen, of willen begrijpen.
Naar hen toe waren we ogenschijnlijk volgzaam, maar in ons binnenste zat een verzet dat niet kapot te krijgen was.

De vrouw van het mailtje was ook een slachtoffer van de onkunde van het ouderschap.
In haar geval, een stiefmoeder.
En de maatschappij wist geen andere oplossing dan ons te gebruiken als wegwerpartikel.
We werden gemakshalve gedumpt omdat men niet verder wou kijken dan zijn neus lang was.
Door de lakse houding van de kinderbescherming.

Vaak krijg ik te horen dat ik een boek zou moeten schrijven over mijn jeugd.
Maar veeleer zou ik een boek willen schrijven over de meisjes van het internaat ‘Cortona’.
Hun reden van verblijf, hun lotgevallen, en de trauma’s die het heeft teweeg gebracht.
Want trauma’s hebben we er allen aan over gehouden.
Omdat de onwetende burgermaatschappij ons veroordeelden veroordeelden.
Want zonder enige kennis van de feiten werden we afgeschilderd als, gespuis, onhandelbare kinderen, slechte meisjes, en nog meer van dat fraais.
Dat stigma alleen al draagt bij tot een levenslang trauma.

Vermoedelijk zou mijn boek één grote aanklacht worden tegen de lakse houding van de toenmalige jeugdbescherming.
De naam ‘Jeugd-BESCHERMING’ alleen al brengt een wrang gevoel in mij naar boven.
En ik vermoed bij ieder kind dat er toen mee te maken kreeg.

Niettegenstaande wij een slechte naam kregen zijn wij zijn geen criminelen geworden.
Wij hebben onze kinderen niet verwaarloosd of in de steek gelaten.
Wij zijn geen moordenaars of dieven geworden.
Wij hebben vooral geleerd hoe het niet moest. en naar het tegendeel ervan gehandeld. wij hebben geleerd hoe te overleven.
Wij hebben schrijnende toestanden doorspartelt.
Dat hebben we enkel en alleen aan ons zelf te danken.
Dit wil ik heel sterk benadrukken, voor al diegene die daar zijn geweest waar ik was.
Om hen te zeggen, “Jij bent niet de schuldige!”
”Jij bent niet diegene die verkeerd was!”
Niet zij hebben ons heropgevoed, wij hebben onszelf opgevoed
”Jij bent het slachtoffer van de maatschappij”!

Dat zou ik schrijven in mijn boek

©Huismusje

 


Categorie:NABESCHOUWING
12-08-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MOEDERDAG.
Klik op de afbeelding om de link te volgen

15 augustus is in het Antwerpse de "moederkesdag" bij uitstek.
Dat hebben we vóóral de danken aan de katholieken.
De cultus van de moeder werd in de middelleeuwen toegespits op Maria, de toegewijde en liefdevolle moeder van Jezus.
Toen zij machteloos moest toezien hoe haar zoon aan het kruis werd genageld en helse pijnen leed, brak haar hart.
Maar haar beloning was groot volgens de leer van de katholieke kerk, want zij werd met lichaam en ziel in de hemel opgenomen om naast haar zoon voor eeuwig te tronen.
Haar hemelvaart gebeurde (nog steeds volgens de katholieke kerk) op 15 augustus.
Gelovigen en niet-gelovigen promoveren die dag hun moeder tot "koningin" en daar kan de "wereldse" moederdag in mei niet tegenop.

Elke moeder baart en sluit sindsdien haar kind in haar hart.
Behalve mijn moeder!
Met een nooit aflatende toewijding zorgt ze emotioneel en materieel voor het afhankelijke wezentje.
Maar niet mijn moeder!
Die heel bijzondere moeder-kind-band doorstaat de zwaarste stormen.
Behalve bij mijn moeder!
Elke moeder blijft bekommerd om het welzijn van haar reeds volwassen kindereren, en dit haar leven lang.
Daar heeft mijn moeder geen last van!
Wat alle moeders, in alle culturen en tijdperken verbind, is de onvoorwaardelijke liefde, zonder berekening, zonder maat, maar met een inmense toewijding voor hun kind.
Mijn moeder uitgezonderd!

Ik had dubbel gelukkig kunnen zijn met de twee moeders in mijn leven.
Eèn waarvan ik hield door de bloedband verbonden  en omdat kinderen toegewijd zijn.
Eèn die de mij de liefde en verzorging gaf omdat de andere niet aanwezig was.
Dat geluk was mij niet gegund.
Geen van beide heeft de naam moeder waardig kunnen maken naar mij toe.
Ik had graag op 15 augustus twee mooie boeketten rozen gekocht, en die met liefde afgegeven.
Maar het lot heeft er anders over beslist.
Ik heb geen moeder, heb er nooit èèn gehad. Enkel een biologische moeder. Enkel een moeder op papier.
Voor die beide moeders in mijn leven, krijg ik de woorden "gelukkige moederkesdag" niet over mijn lippen.
Nog steeds niet, zelfs niet na al die jaren!

Ik wens dan maar al die moeders die het wel waard zijn.
Die door allerlei omstandigheden hun kinderen op die dag niet bij hun kunnen hebben.
Die moeders met een groot hart ook naar andere dan hun eigen kinderen toe....
Een héél gelukkige moederkesdag!!!


Categorie:NABESCHOUWING
24-08-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VOOR DOCHTERLIEF

HAPPY BIRTHDAY!

Weer een jaar ouder
De tijd gaat snel.
Verledenjaar dacht ik
Red ze het wel?
Ik ben zo trots op jou,

Maar bovenal wil ik zeggen
Dat ik zielsveel van je hou.
Dochterlief, geniet van het leven,
En ik hoop dat je nieuwe liefde,
Jou het geluk zal geven.

Weer een jaar voorbij,
De tijd gaat snel.
Maar ik weet het nu zeker,
Jij red het wel.

Dikke kussen erbij


Categorie:DIVERSEN
17-09-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FLASHBACK ELS

Vreemd hoe je zomaar vanuit het niets moet denken aan mensen uit je ver verleden. Jarenlang heb je niet aan hen gedacht, ze zijn al zolang uit je leven verdwenen, en dan staan ze plotsklaps weer levensgroot voor je in beeld.
Els, heette ze, en ze was mijn buurmeisje en vriendin van de lagere school. Zij was klein en tenger.

Ik herinner mij hoe zij, ondanks de warme kledij, in de winter liep te verkleumen van de kou. Haar handen zagen steeds blauw. In de zomer echter was zij steeds de eerste die een mooi bruin kleurtje kreeg, ze moest nog maar 'zon' denken en ze zag al bruin.

Els was een nakomertje, een ongelukje, en dat liet men haar regelmatig voelen Ze had een oudere zus Philomena, maar wij noemden haar kortweg Philly.
Uiterst strenge ouders had Els. Vriendinnetjes mochten nooit mee naar binnen. Zelfs voor haar deur spelen mocht niet en als we toch niet wilden luisteren dan was een emmer koud water ons deel.
Haar vader kregen we nooit te zien maar we hoorden hem wel vaak schreeuwen en brullen tot op straat. Alle kinderen uit de buurt waren doodsbang voor die mensen, Els en Philly nog het meest vermoed ik.

De oma van Els, Neeltje, woonde enkele meters verder in een piepklein rijhuis. Er stonden zo vier van die huisjes naast elkaar. Je kon vrij bij hen inlopen via een klein steegje dat achter de huisjes lag en dat doodliep in een groot veld van een boer. Elk huisje had ook een tuintje. Een smal reepje grond. Het ene tuintje stond vol bloemen, het andere deed als moestuintje dienst. Maar de mensen deelden hun tuin met hun buren. Dan weer zaten ze met z'n allen in de bloementuin, een andere keer waren ze gezamenlijk aan het werk in het moestuintje. Buurman Oscar zijn tuintje was volledig afgestemd op kinderen hoewel hij zelf altijd kinderloos was gebleven, of misschien net daarom. Het stond vol met kabouters en er was zelfs een schommel. Zijn favoriete bezigheid was ons op die schommel zo hoog mogelijk laten vliegen.

Neeltje baatte het snoephuisje uit in het 'Tirolerhof'. Een grote nabij gelegen speeltuin. Groot in mijn kinderogen dan.
Hoewel zij toch al een respectabele ouderdom had werkte zij nog elke dag. Vermoedelijk was ze wel verplicht om te blijven werken, want Neeltje had een zorgenkind, Charlotte.
Charlotte was 'achterlijk' zoals men het toen wat respectloos noemde. Uiterlijk zag je niets aan haar. Maar innerlijk was zij nog een kind hoewel zij al de dertig jaar was.
Charlotte vierde haar moederlijke gevoelens bot op mij en zij nam mij onder haar vleugels.
Wanneer mijn tirranieke pleegmoeder haar kuren weer had, dan vluchtte ik naar Charlotte.

Charlotte was ook een beetje jongensgek, niet zo verwonderlijk natuurlijk gezien haar leeftijd, en wij fietsten dan ook regelmatig naar de kazerne van Fort 1 waar zij de soldaten ging opzoeken. Ik moest dan steeds op uitkijk staan om te zien of er geen overste aankwam. Een reep chocolade van de soldaat in kwestie was dan steeds mijn beloning.

Voor we terug naar huis reden pikten we gauw nog wat wortelen en rabarber van het veld dat naast de kazerne lag. Zo had Charlotte een alibi voor haar afwezigheid.

Neeltje maakt vele snoepjes zelf bij haar thuis. Het rook er dan ook altijd heel lekker naar karamel. Mijn liefste bezigheid was die lange warme karamelErepen in stukken snijden. Ze moesten allemaal gelijk zijn, maar Charlotte leerde mij een trucje om op het laatst een te klein stukje over te hebben, en zodoende mocht dat in onze mond verdwijnen.
Sommige karamelblokjes werden gedoopt in warme chocolade en wij mochten dan steeds de pot uit likken. Ook spekken maakte ze zelf, maar die lustte ik niet.

Els lustte ze des te meer maar zij mocht van haar ouders niet bij haar oma op bezoek gaan. Neeltje en haar oudste dochter (moeder van Els) hadden de grootste ruzie. Het had iets te maken met de vader van Els, maar ik heb er natuurlijk nooit het fijne van geweten.

Ik verloor hen uit het oog toen we nog maar eens verhuisden.
Neeltje is al geruime tijd dood en Charlotte is toen naar een home gegaan. Dat weet ik omdat ik hen later als tiener een keertje wilde opzoeken. Toen bleek dat de huisjes waren afgebroken en dar er nieuw mooie huizen voor in de plaats waren gebouwd  Maar één van die nieuwe bewoners herinnerden zich Neeltje nog.
Ook Els was ondertussen verhuisd, maar niemand kon zeggen waarheen.


Vandaag moest ik weer even aan haar denken, ik weet niet waarom. Ik vraag mij af waar ze nu is en wat ze vandaag aan het doen is. Zou zij ook nog eens aan mij denken?

©Huismusje



Categorie:NABESCHOUWING
26-09-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DOORZICHTIGHEID

...Wat maakt dat ik niet genoeg heb aan de mensen die ik diep liefheb en die mij op hun beurt liefhebben?
Dat ik mij o zo graag laat omringen door vrienden? Vrienden die mij troosten en die ik op mijn beurt troost aanbied. Vrienden bij wie ik kan lachen om hun capriolen. Of stil wordt van hun moedige  strijd tegen al wat hun leven beïnvloed.

Wat maakt dat ik de hand die me stokslagen gaf nog steeds in mijn hand durf te nemen?
Is het een gebrek aan zelfvertrouwen? Of aan bewustzijn?
Ik heb een muur om me heen opgetrokken, maar ik bouwde er gaten in.
Gaten waar de wind  doorheen kan razen en de regen kon binnensijpelen. Heel soms ook heftige stormen.
Maar door diezelfde gaten kwam ook zonneschijn, broodnodige warmte en licht.
Ik houd mijn cocon bewust doorzichtig.

©Huismusje


Categorie:NABESCHOUWING
11-10-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VAN VLINDER TOT RUPS

(ateur van het gedicht: onbekend.)

Het lijkt soms alsof ik in een cocon leef! Een taai ondoorzichtig vel dat ik ongemerkt en ongewild rondom mij heb gesponnen. Bescherming tegen de vijand, de grote onbekende. Ik zie hem niet maar voel dat hij aanwezig is. Hij loert op me. Hij wacht op dat ene zwak moment dat ik even niet alert ben  op hem, en slaat dan toe.  Zo voel ik mij. De omgekeerde fase. Van vlinder naar rups. Waarom? 'k heb geen idee.

Angst piept een stemmetje in mijn achterhoofd. Vrees voor de pijn die niemand opmerkt maar steeds aanwezig is.  En waarom merkt niemand jouw pijn, piept dat stemmetje weer,  eigen schuld, dikke bult, je camouflage is te perfect.
Ik blijf een toeschouwer. Iemand die van binnen door het raam naar buiten kijkt. Die alle beweging registreert maar er nooit aan deelneemt.  Ik voel de warmte van het haardvuur en toch blijven mijn handen koud.

Het is inderdaad angst, weet ik. Angst voor wat ik niet kan zien, niet kan betasten, maar als een onzichtbare deken rondom mij wordt geweven. Angst ook voor wat hierna komt.
Voor de volgende fase van deze omgekeerde evolutie. Een hoopje doorzichtige eitjes aan de onderkant van een blad. Gecamoufleerd als vogelpoep. Om de sluipwesp en de spin te misleiden. Bevreesd ook, om te worden verdelgd door het rond gesproeide gif van hen die sterker en machtiger zijn.
Ik kan enkel maar hopen!

©Huismusje


Categorie:NABESCHOUWING
15-10-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SCHADUWZIJDE

Mishandelde en/of emotioneel verwaarloosde kinderen moeten leren leven met hun schaduwzijde.
Wat die Psy-tisten ook mogen zeggen... dat er ooit nog wel eens iemand zal kunnen opduiken die de volwassene graag ziet... zijn leven met hem/haar wil delen... en er ook nog in slaagt om haar daarvan te overtuigen... het Kind gelooft het niet. Dat kwam ongewenst ter wereld en kan zich niets anders voorstellen dan dat het ook ongewenst die wereld weer zal verlaten.

Emotionele verwaarlozing van kinderen kan leiden tot ernstige groeiachterstand. Maar vaak is daarbij ook de uitscheiding van groeihormoon afgenomen. Zodat het lijkt of deze kinderen een hormonale stoornis hebben. Kinderartsen beschrijven een aantal karakteristieke gedrag afwijkingen die bij dergelijke kinderen kunnen voorkomen, zoals vraatzucht (hyperfagie) en abnormale dorst.

Nu, dat is dus bij mij niet het geval.
Met mijn 1m.74 ben ik alvast in mijn lichamelijke groei niet gestoord.
Vraatzucht? Nou, ik houd wel van lekker eten en dat is me ook aan te zien, maar van vraatzucht heb ik gelukkig geen last.
Abnormale dorst dan?
Ik heb in de loop der jaren menige koffiebaal verzet, en ook af en toe een glas wijn teveel gedronken, maar of dit nu abnormaal is daar twijfel ik aan.

Wantrouwen! De Engelsen noemen het 'Frozen watchfulness.'
En ja, daar moet ik toegeven dat dit één van de karakteristieke eigenschappen is die ik bezit.
Zodra iemand in mijn buurt komt dan switch ik naar veilige modus, en dat doe ik al heel veel jaren. Al is het in de loop der tijden drastisch verminderd. Maar het was een lang leerproces.
Het is geen toneelspelen, ik doe me niet voor als iemand anders dan ik van nature ben, ik ben enkel op mijn hoede. Ik ben er mij van bewust dat er mensen in mijn buurt zijn en dat ik dus moet oppassen. Vraag me niet waarvoor. Vraag me niet om het een naam te geven, ik kan het je niet zeggen. Ik associeer de menselijke aanwezigheid onbewust met "mogelijk gevaar."
Het lijkt wel wat op een derde zintuig. Je ontwikkeld een 'doorkijkblik'. Je kunt het ook intuïtie noemen. Vaak heb ik het bij het rechte eind, maar ik geef niet altijd toe aan die gevoelens. Ik heb mezelf moeten leren om mensen het voordeel van de twijfel te gunnen.

Er zijn nochtans mensen die ik vertrouw, bij wie ik het gevoel heb dat ik 'mezelf' kan zijn.
Mensen die zich de moeite namen om me te doorgronden. Geduldige mensen die me in mijn eigen ritme laten functioneren.
Gelukkig! Het heeft me vrienden opgeleverd en het laat me liefde beleven.
Maar er is altijd die verhoogde alertheid waar je geen verklaring voor vind. Ik heb er jaren over gedaan om die een plaats te kunnen geven.


©Huismusje


Categorie:NABESCHOUWING
19-10-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HOGE HAKKEN

Ik schreef hier mijn verhaal over de kommer en kwel die ik beleefde bij mijn pleegouders.
Ik heb ook geschreven dat ik daar al jaren klaar mee ben en de pijn nog maar heel latent aanwezig is. Sommige dingen vergeet je nu eenmaal nooit!

Maar er zijn ook enkele leuke herinneringen en die heb ik veelal te danken aan mijn pleegvader. Ondanks alles hadden wij samen toch een band en heb ik van hem gehouden. En hij van mij.  op zijn manier dan.
Bewijze de volgende anekdote.

Het was de periode van de naaldhak.
Hoe fijner en hoger de hak, hoe beter. Althans  voor ons modebewuste jonge vrouwen. En vanaf het moment dat ik oud genoeg was om ze met goed fatsoen te kunnen dragen liep ik rond op die stiletto’s.
Ik droeg ze zelfs tijdens de werkuren.  Alle wijze raad en waarschuwingen voor een slechte rug en mismaakte voeten op mijn oude dag ten spijt.
Zonder moeite, geen enkel probleem.  Of toch eén probleem! Ik leef namelijk op grote voet. Letterlijk! Schoenmaat 40.
Vandaag is dat geen enkel probleem meer want je vind nu zelfs damesschoenen in maatje 42, maar dat was in de jaren ´60 niet zo.
In feite heb ik maatje 40 ½, maar dat was al helemaal zoeken naar een speld in een hooiberg destijds. Mijn budget was er immers niet op gericht om in super-de-luxe schoenwinkels te kopen.

Die modieuze schoenen bezaten bovendien ook een smalle tip. Voor de kleine voet heel elegant. Aan mijn voeten echter leken het wel overzetboten! Dus kocht ik ze tegen beter weten in steevast een maatje kleiner dan vereist.
En hierbij kwam pa mij ter hulp

Omdat elk nieuw paar schoenen kwam met grote en pijnlijke blaren waarbij het bloed vaak letterlijk in mijn schoenen stond , kwam hij met een idee. Hij zou die schoenen voor mij wel ‘uitlopen’. Zelf had hij schoenmaat 41. Kleine schoenmaat voor een man, maar hij was dan ook klein en tenger van gestalte.
Zogezegd zo gedaan dus. En zo gebeurde het dat pa in huis met een dik paar sokken aan zijn voeten op hoge hakken rondliep. Een hilarisch zicht was dat, want lopen is een groot woord. Het was eerder strompelen dat hij deed. Een heel komisch en hilarisch zicht was dat, een slapstick gelijk.
Maar allengs begon hij er beter en beter mee ‘uit de voeten’ te kunnen. Zo goed zelfs, dat hij vaak niet eens meer besefte dat hij ze aanhad.

Op een dag kocht ik weer een nieuw paar hoge hakken. Mooie witte zomerpumps met open teen en op de neus als versiering een gouden gesp met glitter steentjes. En pa was weer bereid om me pijn en smarten te besparen.
Mijn pleegmoeder staat in de keuken te koken wanneer ze plots tot de ontdekking komt dat ze iets nodig heeft van de winkel v. Pa als goede huisvader schiet meteen in actie en gaat naar de kruidenier op de hoek van onze straat om het benodigde te halen. Op mijn hoge hakken! Hij had het niet eens in de gaten! De buren evenwel……: -))
Pas toen hij al bijna halverwege de straat was begonnen de rare blikken van de mensen hem op te vallen en viel zijn frank. Op dat moment voelde pa de wereld onder zijn (mijn) hoge hakken wegzinken, want hij besefte terdege dat dit voorval hem voor jaren tot lijdend voorwerp zou markeren op iedere gezellige bijeenkomst.

Ik heb nog vele jaren, en nu nog trouwens, op naaldhakken gelopen. Met de jaren werd het wel makkelijker om de juiste schoenmaat te vinden. En gelukkig maar, want pa heeft sinds die memorabele dag nooit meer mijn schoenen willen ‘uitlopen’.
Verleden jaar nog wees hij met een guitige blik naar mijn hoge hakken en vertelde plagend dat die hem jarenlang nachtmerries hadden bezorgd.
Ik kon hem gelukkig laten weten dat zijn moeite niet tevergeefs was geweest. Want telkens pa mijn schoenen had uitgelopen pasten ze als gegoten en was ik blaren vrij.
Ik heb menige leuke dansavond aan hem te danken.

© Huismusje


Categorie:NABESCHOUWING
06-11-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.UIT DE KUNST

Een begenadigde kunstenaar en goede vriend werd geïnspireerd door mijn badpakverhaal.
Hij vereeuwigde mij dan ook meteen tot museumstuk.
Ik wou het jullie niet onthouden.
Dit is het resultaat!


Geef toe, met zo'n vriend ben je overmatig gelukkig, toch!


Categorie:DIVERSEN
03-12-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.KLEINE LULU BIJ DE SINT
KLEINE LULU BIJ DE SINT

©Huismusje

Categorie:DIVERSEN
24-12-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.KERSTMISSPROOKJE
Klik op de afbeelding om de link te volgen Van alle sprookjes die ik gelezen en voorgelezen heb  vind ik onderstaand het mooiste. Het is het enige sprookje dat mij steeds weer tot in het diepst van mijn hart ontroerd. Het is ook het enige sprookje waar ik voeling mee heb, maar dat zal wel liggen aan mijn trieste jeugd. En zoals ik mijn trieste jeugdjaren van mij afschrijf, zo wil ik ook dit sprookje met jullie delen.

Het meisje met de zwavelstokjes

Hans Christian Andersen

Het was afschuwelijk koud, het sneeuwde en het begon donker te worden. Het was ook de laatste avond van het jaar, oudejaarsavond. In die kou en in dat donker liep er op straat een arm, klein meisje, zonder muts en op blote voeten. Ze had wel pantoffels aangehad toen ze van huis ging, maar dat hielp niet veel: het waren heel grote pantoffels, haar moeder had ze het laatst gedragen, zo groot waren ze, en het meisje had ze bij het oversteken verloren, toen er twee rijtuigen vreselijk hard voorbijvlogen. De ene pantoffel was niet te vinden en met de andere ging er een jongen vandoor: hij zei dat hij hem als wieg kon gebruiken als hij later kinderen kreeg. Daar liep dat meisje dus op haar blote voetjes, die rood en blauw zagen van de kou. In een oud schort had ze een heleboel zwavelstokjes en één bosje hield ze in haar hand. Niemand had nog iets van haar gekocht, de hele dag niet. Niemand had haar ook maar een stuivertje gegeven. Hongerig en koud liep ze daar en ze zag er zo zielig uit, dat arme stakkerdje! De sneeuwvlokken vielen in haar lange, blonde haar, dat zo mooi in haar nek krulde, maar aan dat soort dingen dacht ze echt niet. Uit alle ramen scheen licht naar buiten en het rook overal zo lekker naar gebraden gans; het was immers oudejaarsavond en daar dacht ze wel aan.

In een hoekje tussen twee huizen, waarvan het ene een beetje vooruitstak, ging ze in elkaar gedoken zitten. Haar beentjes trok ze onder zich op, maar ze kreeg het nog kouder, en naar huis durfde ze niet, want ze had geen zwavelstokjes verkocht en ook geen stuivertje gekregen. Haar vader zou haar slaan en thuis was het trouwens ook koud. Ze woonden vlak onder het dak en daar blies de wind doorheen, ook al waren de ergste kieren met stro en oude lappen dichtgestopt. Ze had bijna geen gevoel meer in haar handjes van de kou. O, wat zou een zwavelstokje lekker warm zijn! Zou ze er eentje uit het bosje durven trekken en het tegen de muur afstrijken om haar handen te warmen? Ze trok er een uit. "Ritsss..." Wat vlamde dat, wat brandde dat! Het gaf een warm, helder vlammetje, net een kaarsje, toen ze haar handen eromheen hield. Een wonderlijk licht gaf het. Het meisje dacht dat ze voor een grote, ijzeren kachel zat met glimmende koperen ballen en een koperen trommel. Het vuur brandde zo heerlijk, het was zo lekker warm. Maar wat was dat? Het meisje strekte haar voetjes al uit om die ook te warmen - toen ging de vlam uit, de kachel verdween - en zij zat met een stompje van het afgebrande zwavelstokje in haar hand.

Ze stak er nog een aan. Het brandde, het gaf licht en waar het schijnsel op de muur viel, werd die doorzichtig, net als een sluier. Ze keek zo de kamer in, waar de tafel gedekt was met een spierwit tafelkleed, met het fijnste porselein. De gebraden gans, gevuld met pruimen en appeltjes, stond heerlijk te dampen. En wat het allerheerlijkst was, de gans sprong van de schaal en waggelde met een vork en mes in zijn rug over de grond. Hij kwam recht op het arme meisje af; toen ging het zwavelstokje uit en was alleen de dichte, koude muur er nog.

Ze stak er nog een aan. Toen zat ze onder de mooiste kerstboom, nog groter en nog rijker versierd dan de boom die ze door de glazen deur bij de rijke koopman had gezien, vorig jaar met Kerstmis. Er brandden wel duizend kaarsjes aan de groene takken, en gekleurde prentjes, zoals je die in etalages ziet, keken haar aan. Het meisje strekte haar beide handen uit - toen ging het zwavelstokje uit, de vele kerstkaarsjes gingen de lucht in en veranderden in sterren, zag ze. Eentje viel er en liet een lange streep van vuur achter aan de hemel. "Nu gaat er iemand dood," zei het meisje. Want haar oude grootmoeder, de enige die lief voor haar was geweest, maar die nu dood was, had gezegd: “Als er een ster valt, gaat er een zieltje naar God."

Ze streek weer een zwavelstokje af tegen de muur, het gaf licht en in het schijnsel stond haar oma, heel duidelijk, heel stralend, heel vriendelijk en lief. "Oma!" riep het meisje. "O, neem me mee! Ik weet dat je weg bent, als het zwavelstokje uitgaat. Weg, net als de warme kachel, de gebraden gans en die prachtige, grote kerstboom." Haastig streek ze de rest van de zwavelstokjes uit het bosje af, want ze wilde oma vasthouden. De zwavelstokjes gaven zoveel licht dat het klaarlichte dag leek. Oma had er nog nooit zo mooi en zo groot uitgezien. Ze nam het kleine meisje op haar arm en ze vlogen, stralend en blij, heel, heel hoog. Er was geen kou, geen honger, geen angst - ze waren bij God. Maar in het hoekje bij het huis zat in de koude wintermorgen het kleine meisje met de rode wangen, met een glimlach om haar mond - dood, doodgevroren op de laatste avond van het oude jaar.

Het werd nieuwjaarsochtend en de kleine dode zat daar met haar zwavelstokjes, waarvan een bosje bijna was opgebrand. Ze heeft zich willen warmen, zeiden ze. Niemand wist wat voor moois ze had gezien, hoe stralend ze met oma de vreugde van het nieuwe jaar was ingegaan.


EINDE



Categorie:DIVERSEN
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN MENS VAN GOEDE WIL

Vrede op aarde aan alle mensen van goede wil!
Is er een mooiere kerstwens te bedenken?
Maar wat betekent het, "Een mens van goede wil zijn?"
Mag je dan tegen de stroom invaren? Mag je, mensen die haat en nijd spreken en ademen, tegenspreken
Of betekent dit dat je iedereen naar de mond moet praten, over jezelf moet laten lopen en kruipen voor hen die een grote muil opzetten?

Voor mij is een mens van goede wil iemand die kan vergeven en vergeten. Iemand die zijn fouten kan toegeven en niet te beroerd is om zijn excuses aan te bieden.
Iemand die zonder zichzelf te moeten verloochenen, onbevangen en met een open geest, naar anderen kan kijken, zonder vooroordelen
Iemand met luisterbereidheid en relativeringsvermogen.
Iemand die durft en kan lachen met zijn eigen tekortkomingen en niet die van een ander op de voorgrond zet om zichzelf achter weg te steken.
Iemand die zorgt en verzorgt, of het nu voor mens of dier is.
Iemand die zonder achterbaksheid, lafheid, leugens, bedrog en pesterijen, toch voor zichzelf, maar vooral voor een zwakkere durft opkomen.
Dat is volgens mij een mens van goede wil!

EN AAN AL DIE MENSEN VAN GOEDE WIL WENS IK EEN VROLIJK KERSTFEEST!
©Huismusje

Categorie:DIVERSEN
25-12-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN KERSTSPROOKJE

De hond en de mus

Een herdershond had een baas die niet goed voor hem was want hij liet hem hongerlijden. Toen hij het niet langer bij hem kon uithouden, liep hij heel treurig weg. Op de grote weg ontmoette hij een mus die sprak: “Broeder hond, waarom ben je zo bedroefd?” - De hond antwoordde: “Ik heb honger en ik heb niets te eten.” Toen sprak de mus: “Broederlief, kom mee naar de stad dan zal ik zorgen dat je je buik vol kunt eten.” Zo gingen ze samen naar de stad en toen ze voor een slagerswinkel kwamen, zei de mus tegen de hond: “Blijf daar staan dan zal ik een stuk vlees voor je pikken.” Hij streek neer op de toonbank, keek rond of niemand het zag en pikte, trok en rukte net zo lang aan een stuk vlees dat aan de kant lag, tot het naar beneden viel. Toen pakte de hond het beet, kroop in een hoekje en at het op. “Kom nu mee naar een andere winkel,” zei de mus, “dan zal ik nog een stuk voor je naar beneden halen, zodat je genoeg hebt.” Toen de hond ook het tweede stuk verorberd had, vroeg de mus: “Broeder hond ben je nu verzadigd?” - “Ja, vlees heb ik genoeg gehad,” antwoordde hij, “maar ik heb nog geen brood gekregen.” De mus zei: “Ook dat zal je hebben, kon maar mee.” Hij bracht hem naar een bakkerswinkel en pikte tegen een paar broodjes tot ze op de grond rolden en toen de hond nog meer wilde hebben, bracht hij hem naar een andere bakkerij en haalde nog meer brood naar beneden. Toen dat op was zei de mus: “Broeder hond, heb je nu genoeg?” - “Ja,” antwoordde de hond, “laat ons nu samen wat buiten de stad gaan wandelen.”

Toen liepen ze samen de grote weg op. Maar het was warm weer en toen ze een eindje gelopen hadden, zei de hond: “Ik ben moe en ik zou graag willen slapen.” - “Ga jij maar slapen,” antwoordde de mus, “dan ga ik intussen op een takje zitten.” De hond ging dus op de weg liggen en viel vast in slaap. Terwijl hij daar lag te slapen kwam er een voerman aanrijden met een wagen met drie paarden, waarop twee vaten wijn waren geladen. De mus zag echter dat hij niet wilde uitwijken maar in het karrenspoor bleef rijden waarin de hond lag; hij riep: “Voerman, doe dat niet, of ik maak je arm.” Maar de voerman bromde voor zich heen: “Jij zult mij niet arm maken,” knalde met zijn zweep en joeg de wagen over de hond, zodat de wielen hem doodden. Nu riep de mus: “Jij hebt mijn broeder hond doodgereden, dat zal je kar en paard kosten.” - “Jawel, kar en paard,” zei de voerman, “wat zou jij mij nu voor schade kunnen berokkenen?” en hij reed verder. Maar de mus kroop onder het wagenzeil en pikte net zolang aan een spongat tot hij de spon los had. Toen liep alle wijn eruit zonder dat de voerman het merkte. En toen hij eens even omkeek zag hij dat er iets uit de wagen druppelde, onderzocht de vaten en zag dat er één leeg was: “Ach, ik arme!” riep hij uit. “Nog niet arm genoeg,” zei de mus en vloog op het hoofd van het ene paard en pikte hem zijn ogen uit. Toen de voerman dat zag pakte hij zijn bijl en wilde de mus raken maar de mus vloog op en de voerman trof zijn paard op het hoofd zodat het dood neerviel. “Ach, ik arme!” riep hij uit. “Nog niet arm genoeg,” zei de mus, en toen de voerman met de twee paarden verder reed, kroop de mus weer onder het zeil en pikte ook de spon uit het tweede vat los, zodat alle wijn eruit gutste. Toen de voerman dat merkte riep hij weer: “Ach, ik arme!” maar de mus antwoordde: “Nog niet arm genoeg” en hij vloog op het hoofd van het tweede paard en pikte hem zijn ogen uit. De voerman holde erheen, haalde uit met zijn bijl, maar de mus vloog op en toen trof de slag het paard zodat het neerviel. “Ach, ik arme!” - “Nog niet arm genoeg,” zei de mus en ging ook op het hoofd van het derde paard zitten en pikte naar zijn ogen. In zijn drift sloeg de voerman in het wilde weg op de mus los, raakte hem echter niet maar sloeg ook zijn derde paard dood. “Ach, ik arme!” riep hij uit. “Nog niet arm genoeg,” antwoordde de mus, “nu ga ik je thuis arm maken,” en hij vloog weg.

De voerman moest de wagen laten staan en ging vol van ergernis en boosheid naar huis. “Ach,” sprak hij tot zijn vrouw, “wat heb ik een tegenspoed gehad. De wijn is uit de vaten gelopen en de paarden zijn alle drie dood.” - “Ach man,” antwoordde zij, “en wat voor een boze vogel is er in ons huis gekomen! Hij heeft alle vogels van de wereld bij elkaar gehaald en die zijn boven op onze tarwe neergestreken en eten alles op.” Toen klom hij naar boven en daar zaten duizenden en duizenden vogels op de zolder die de tarwe hadden opgegeten en de mus zat midden tussen hen in. Toen riep de voerman uit: “Ach, ik arme!” - “Nog niet arm genoeg,” antwoordde de mus, “voerman, het kost je nog je leven ook,” en hij vloog naar buiten.

Nu had de voerman al zijn goed verloren; hij liep naar beneden, naar de woonkamer, ging achter de kachel zitten en was heel boos en gifnijdig. Maar de mus zat buiten voor het venster en riep: “Voerman, het kost je je leven!” Toen greep de voerman zijn bijl en wierp die naar de mus: maar hij sloeg alleen de ruiten kapot, de mus raakte hij niet. Nu wipte de mus naar binnen, ging op de kachel zitten en riep: “Voerman, het kost je je leven.” Helemaal dol en blind van woede, slaat hij de kachel in stukken en vernielt vervolgens zijn hele huisraad, telkens als de mus van de ene plek naar een volgende vliegt: het spiegeltje, de banken, de tafel en tenslotte de muren van zijn huis, maar hij kon de mus niet raken. Maar eindelijk vangt hij hem toch met zijn hand. Toen sprak zijn vrouw: “Zal ik hem doodslaan?” - “Nee,” riep hij uit, “dat zou te mild zijn. Die moet een veel gruwelijker dood sterven, ik zal hem verslinden,” en hij pakt hem beet en verslindt hem in zijn geheel. Maar nu begint de mus in zijn buik te fladderen, fladdert weer naar boven, tot in de mond van de man - dan steekt hij zijn kop naar buiten en roept: “Voerman, het kost je toch je leven.” De voerman reikt zijn vrouw de bijl aan en spreekt: “Vrouw, sla de vogel in mijn mond dood.” De vrouw slaat toe, maar zij mist en slaat de voerman precies op zijn hoofd, zodat hij dood neervalt. Maar de mus vliegt op en gaat er vandoor.

EINDE

 De gebroeders Grimm


Categorie:DIVERSEN
31-12-2010
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GELUKKIG NIEUWJAAR!
IK WENS AAN IEDEREEN EEN GELUKKIG NIEUWJAAR!