TURBULENT JAAR 2


Nog steeds in datzelfde jaar zouden bepaalde feiten in een razend tempo op me afkomen.
De
relatie met de ouders van R. bleef afstandelijk.
Hoe
meer R. en ik naar elkaar toegroeiden, hoe meer ze mij schenen te misprijzen.
Wanneer ik op zondag al eens mocht blijven eten vroegen ze
mij honderd uit over mijn pleegouders, en over het internaat....enz.
Maar zoals ik al zo vaak schreef, ik vertrouwde niemand voldoende om veel
te vertellen.
Dat dit een zekere achterdocht opwekte daarvan was ik mij toen niet bewust natuurlijk.
Misschien... wanneer men wat harder geprobeerd had om mij te begrijpen....misschien wanneer men we wat meer tijd had gegeven om vertrouwen op te bouwen....misschien dan.
Het was zondagavond en R. wilde mij naar huis voeren. De auto stond geparkeerd voor zijn ouderlijke woonst en tussen twee auto's in. We zaten nog wat te praten toen we plots een andere auto in volle vaart recht op ons af zagen komen. De chauffeur van die wagen had in de schuin tegenover liggende bar flink zitten pintelieren. Ik zie het nog voor mijn ogen gebeuren.
De klap was enorm.
R. werd beschermd door zijn stuur maar ik sloeg met mijn
hoofd op het dashboard.
Gevolg was een flinke jaap onder mijn kin.
Ik bloedde als een rund.
Wat er dan vervolgens juist is gebeurd weet ik niet zo goed meer.
De politie kwam en de ziekenwagen.
En er stond massa volk te gapen.
De snede onder mijn kin moest worden genaaid.
Mijn neus bleek gebroken en mijn rechter pols vermoedde men.
Dat laatste was gelukkig niet zo, zoals later bleek, maar ik moest toch een
steun verband dragen.
Terwijl men met mij naar het ziekenhuis reed, bleef R. achter om alle
formaliteiten te vervullen.
Toen ik ’s avonds laat bij mijn pleegouders toekwam, wisten die nog van niets.
Achteraf is daar nog een hele heisa rond geweest tussen zijn ouders en mij, want de moeder van R. had
verwacht dat ik terug zou komen naar hen.
Zij vond dat ik dat had moeten doen.
Ik was echter teveel van de kaart om rationeel te kunnen denken of handelen.
En heel stiekem had ik gehoopt dat R. naar mij zou toekomen, maar die was op dat moment ook helemaal ondersteboven van het ongeval
Mijn pleegouders waren niet blij.
Niet om mijn verwondingen, maar omdat ik niet zou kunnen werken.
En vooral omdat ze voor niet in orde waren met het ziekenfonds.
Er werd mij gezegd dat ik toch moest proberen
om te gaan werken.
Maar de baas stuurde mij linea recta terug naar huis.
Ik zag er ook niet uit echt presentabel uit! Mijn gezicht en hals zagen blauw.
Mijn arm lag in een draagverband. Bovendien had ik barstende hoofdpijn.
Mijn collega’s schrokken zich rot toen ze mij zagen.
Tja, de aanblik was niet mooi.
Thuis was er niemand die zich afvroeg hoe ik mij voelde bij het
bekijken van mijn gezicht in de spiegel.
Hoe ik mij voelde met die lelijke snee op mijn kin dat voorgoed een lelijk litteken
zou blijven. Iets dat elk jong meisje erg van streek zou maken, toch?
Van toen af ging alles weer als in een stroomversnelling.
Er zijn flarden van het gebeurde die me steeds zullen bijblijven of die sporadisch in me opkomen, maar er zijn en blijven ook veel hiaten.
De kettingreactie van gebeurtenissen die hierop zouden volgenden zal ik echter nooit meer vergeten.



















