HET REGLEMENT
Ik
kan mij het volledige reglement niet meer herinneren, er waren teveel regels. Enkel diegene die op mij de meeste inruk hebben nagelaten staan
in mijn geheugen gegrift.
De voornaamste kreeg je in eerste instantie te horen van de non in
mitrailleur stijl. De andere leerde je gaande weg van de meisjes of
wanneer je ze onbewust verbrak.
Steeds volgde er dan straf, en zo vergat je ze nooit meer.
Zo mochten we nooit met minder dan een groepje van vijf bij elkaar zitten.
Dit
om te vermijden dat gegevens werden uitgewisseld die tegen de zedelijk
indruiste. Of dat er plannen werden gesmeed, om het hazepad
te kiezen uit de instelling bijvoorbeeld.
Wanneer we ons in de tuin of op de koer toch een keer afzonderden of gewoon met z'n twee op de bank zaten, dan kwam de non er als een waakhond tussen staan. En onze non had een indrukwekkend figuur!
Zij had de brede schouders die van staal leken te zijn gemaakt.
Zij
had een indrukwekkende boezem die je in normaal omstandigheden zou kunnen beschrijvnl als moederlijk en uitnodigend om er je vermoeide hoofd tegen te leunen en
troost te ontvangen.
Maar haar houding en haar streng gelaat en norse blik bracht je heel snel op andere gedachten.
Naar het toilet gaan wanneer het nodig was, was uit ten boze en werd zeer streng gestraft.
Op bepaalde tijdstippen moesten we ons allemaal in de gang twee aan twee opstellen om dan in volledige stilte naar het toilet te gaan.
Dat was een grote ruimte met muren van witte tegels en langs beide zijden de toiletten met halve deuren. We noemden het spottend "Ons plasvatorium."
Ooit
hadden we een non die ons gebood om die deur open te laten terwijl we
ons gevoeg deden. Zij wandelde dan steeds door de ganse ruimte heen en
weer. Maar van "onze non" mocht de toiletdeur dicht. We kregen ook niet rustig tijd, het moest vlug gaan.
Enkel wanneer we ongesteld waren en we moesten ons verschonen werd er een uitzondering gemaakt.
Dan
ging je eerst met de non naar de slaapzaal waar de linnenkasten
stonden, je kreeg dan een door ons meisjes een van oud linnen zelfgemaakte katoenen
verband met je persoonlijke nummer op geborduurd. Je mocht dan op je eentje naar het
toilet, maar je moest wel je gebruikte verband tonen aan de non voor je het in de waston smeet. Kwestie van dat je niet zou profiteren
van de situatie. En ook mocht je niet te vlug verversen, voor enkele druppels kreeg je geen nieuw verband leerden we al gauw.
In een rij van twee aan twee moesten we ook naar de eetzaal, slaapzaal, kerk, douche en de klas. En dit allemaal in stilte natuurlijk!
Elke donderdag mochten we douchen. ook daar was de regel, snel, snel, snel. Er waren ook enkele
ligbaden, en het was een gunst als je mocht baden. Dit was dus voor de
lievelingetjes van de non of opvoedsters.
Die laatsten zouden het nu niet zo gemakkelijk hebben als toen met ons. Wij zeiden ja en
amen op vrijwel alles wat men ons gebood te doen. Hun nukken hadden een
weerslag op onze dag.
Kwam bij dat het in de meeste gevallen
stagiaires waren die goede punten moesten halen, dus van af en toe een
kleine afwijking op de regels was geen sprake. Ook zagen ze nooit wat
door de vingers, zij waren soms nog strenger dan de nonnen.
Om 20h. moesten we gaan slapen. De
slaapzaal was onderverdeeld in houten chambrettes van twee op twee meter. Ze stonden in rijen van vier, veertig in totaal. Boven ons hoofd waren de chambrettes afgedekt met tralies of kippengaas.
Er was een deur met een piepklein venstertje van gewapend glas en eveneens
tralies ervoor. Enkel langs de buitenkant kon dit venstertje open of dicht worden gemaakt. Tussen twee rijen in stonden de lavabo's waar we 's avonds met een teil water mochten nemen om ons wassen in
onze cel. Om negen uur 's avonds gingen de lichten uit en kwam de non onze deur
op slot doen. Wanneer daar brand was uitgebroken Hadden we als
ratten in de val gezeten.
'S morgens om zes uur werden we gewekt door een ouderwetse schoolbel
en mochten we ons wassen aan de lavabo's. We moesten ons wel wassen onder ons nachtkleed, een stukje naakt was strikt verboden.
Voor en na schooltijd (de klassen waren op het verdiep zelf) moesten we werken. 's morgens moesten we aardappelen schillen, de slaapzaal en recreatiezaal schoonmaken, of verstelwerk doen. Sommigen "mochten" in de keuken gaan helpen, sommigen mochten in de was-kelder helpen. (Beide waren gelegen in de catacomben van het klooster.) Dat was een gunst en een begeerde job omdat er minder streng toezicht werd gehouden.
Elke dag moesten we ook werken voor een fabriek. Dat ging van chocolaatjes inpakken tot kartonnen taartdozen vouwen voor bakkerijen. J(e ziet die gevouwen dozen bij de bakker als je taart op taartjes gaat kopen.)
Er was echter een uitweg voor al die klussen, want diegene die 's morgens naar de vroegmis gingen, die moesten niet helpen. Enfin, toch niet elke dag, want natuurlijk waren de nonnen niet achterlijk. Jullie mogen eens drie keer raden waar ik vaak te vinden was? Juist! Kon ik lekker verder soezen. Ik kende de mis in het latijn gans van buiten na een wijl.
Er waren heel veel regels. Grote en kleine, harde en minder harde.
Elk van die regels had zijn bijbehorende straf wanneer je ze overtrad.
We waren geen totaal individu meer, we waren één geheel.
Ik voelde mij er doodongelukkig, en ik niet alleen.





















