HET HOME (3)


Er roerde wat in het home wat mij betreft.
De opvoedsters probeerden mij aan de praat te krijgen over mijn leven bij mijn pleegouders.
Mijn
medebewoners echter hadden mij gewaarschuwd dat wanneer je veel
negatiefs vertelde over je "thuis" men je zeker niet op weekend zou laten
gaan.
Van dat op weekend gaan zou bij mij toch geen sprake zijn maar desalniettemin loste ik geen woord.
Ik besefte maar al te goed dat het hen niet te doen was uit oprechte interesse in mij.
Het was hen enkel te doen om een juist profiel van mij te kunnen opmaken.
Buiten
één opvoedster die bijna de pensioengerechtigde leeftijd bereikt had,
waren de anderen vrij jong. Twee van hen waren zelfs stagiairs.
Iets in mij verzette zich om hen ten koste van mijn ellende goede punten te laten behalen.
Uiteindelijk werden dan maar de grote kanonnen ingezet en moest ik tweemaal per week bij de directrice op kantoor komen.
Nu had zij de "moederlijke aanpak" goed onder de knie en na een beetje peuteren vertelde ik het een en ander.
Maar wat ik vreemd vond was dat ze mij op een keer vroeg naar de financiële situatie van mijn pleegouders.
Nu was mij door pleeg-ma altijd opgedragen om te zwijgen over het bijbaantje van pleeg-pa.
Uit wraak en boosheid legde ik haarfijn uit hoe en waar hij werkte.
Ook werd er steeds gevraagd naar mijn moeder.
Net als bij een verhoor werd die vraag steeds als bij verrassing gesteld.
Nu, daar hoefde ik ook niet om te liegen, ik had haar nog nooit gezien of gehoord.
Maar ik vertelde haar niet wat mijn pleegmoeder mij allemaal naar mijn hoofd slingerde over haar.
Want ik meende dat men mij naar haar toe wilde sturen.
Dat was wishful thinking natuurlijk.
In gedachten zag ik hoe mijn jonge knappe moeder mij zou komen ophalen en mij zou meenemen om bij haar te gaan wonen.
Natuurlijk zou zij prachtig wonen, en ging ik daar een heerlijk leiden en leefde ik nog lang en gelukkig.
In de plaats daarvan liet de directrice mij onomwonden weten dat ik niet in het home zou kunnen blijven.
Er moest betaald worden voor mijn verblijf daar.
Bij de anderen werd dat gedaan door de ouders, goedschiks of kwaadschiks, al dan niet opgelegd door de wet.
Maar ik had geen ouders.
Mijn pleegouders hadden geen rechten, maar ook geen plichten tegenover mij.
Mijn droom moeder was niet te vinden of was niet in staat om te betalen voor mij. Dat werd mij klaar en duidelijk medegedeeld.
Eens temeer stond ik met mijn rug tegen de muur.
Net toen ik mij een beetje begon te integreren, kreeg ik dat nieuws te verwerken.
De directrice zei me dat er toch een klein lichtpuntje was.
Mijn toeziende voogd was van mening dat ik terug naar school toe moest. En dat kon niet vanuit het home als niemand ervoor betaalde. Omdat het gedeeltelijk een privé instelling was, of zoiets. Maar wanneer ik die man in een brief zou laten weten dat ik liever ging werken, dan kon ik misschien toch blijven. Want dan kon
ik mezelf bedruipen.
Ondertussen had men alvast werk gezocht en gevonden.
Ik twijfelde niet lang. Had tenslotte ook niet veel keuze. Ik schreef de brief.
De week daarop reds begon te werken op een marsepein fabriekje.
Het was gelegen in dezelfde straat als het home.
En weer begon ik de toekomst vol goede moed in te zien.
Nu zou ik eindelijk zakgeld krijgen. En ik zou in het weekend al eens mee op groep uitstap mogen.
Uit
verhalen van hen die dit al hadden mogen doen kon ik opmaken dat die
uitstappen altijd heel leuk waren.
En dus werkte ik ijverig op dat fabriekje. Ik probeerde te vergeten welke hekel ik had aan fabriekswerk. Ik volgde stipt de regels van het home en zorgde ervoor dat men mij geen enkele opmerking of verwijt kon maken.
Maar hoe hard ik ook mijn best deed. En hoe klein de dromen ook waren die ik probeerde waar te maken, het wou maar niet lukken.





















