
Kerstmis kwam en ging, zo ook oud en nieuw.
Ik probeerde wanhopig alle emoties onder controle te houden.
Probeerde niet teveel te denken hoe het er bij mijn pleegouders zou aan toe gaan tijdens de feestdagen.
Wij, als achterblijvers in het internaat probeerden troost te vinden bij mekaar, al lukte dat niet makkelijk door de bemoeizucht en het bestendige toezicht van de nonnen en de opvoedsters.
We mochten immers niet bij mekaar kruipen. We mochten mekaar niet omarmen, of uithuilen bij elkaar.
Het enige dat we konden was stil in ons bed liggen huilen, er steeds op bedacht opdat de non die toezicht hield 's nachts, het niet zou horen.
Dat gunden we hen niet.
Het leven ging zijn gangetje met de dagelijks weerkerende routine en dicipline.
We waren robotten, zonder eigen mening of visie. We werden geleefd.
Ik was reeds meer dan tien maanden uit "huis" en ik had ondertussen taal noch teken gehad van mijn pleegouders.
Ik begon hen meer en meer te missen.
Het is raar dat je als kind al snel alle ellende kunt vergeten, en de omstandigheden maakte dat ik al vlug de situatie bij mijn pleegouders begon te verheerlijken.
Ik had ook geen alternatief.
Het meeste miste ik in feite nog de buurtbewoners uit de straat.
De mensen die mij opvingen na weer eens een heftige ruzie.
Mijn kameraden die steeds bereid waren naar me te luisteren en me meermaals zeiden dat ik niet eerlijk behandeld werd.
Van dat feit was ik wel op de hoogte ondertussen, maar het deed mij goed om te horen dat een ander er ook zo overdacht, en het maakte mij sterk om de situatie verder aan te kunnen.
Tot op die bepaalde hoogte, op die bewuste dag, die mijn leven een zo drastische wending gaf.
Het was weer "postdag" in het internaat. Ik bleef er al geruime tijd koel onder, want ik had er mij bij neergelegd dat er voor mij nooit een brief zou komen.
Mijn pleegouders wilden niet schrijven, mijn vrienden mochten niet schrijven.
Plots riep de non mijn naam!
De eerste seconden drong het niet echt tot mij door, daarom riep zij met meer nadruk nog eens mijn naam af.
Het was een brief van mijn pleegouders!
Gretig nam ik hem aan, al maakte ik mij terzelder tijd de bedenking dat deze brief mij ging kwetsen, mij nog meer verdriet ging doen dan ik al had.
Ik kon met de beste wil van de wereld niets goed meer van hen verwachten, hoe graag ik het ook wilde.
De brief was zoals de regels het voorschreven opengescheurd en reeds door de nonnen gelezen.
Dus toen ik opstond om hem uit haar handen te gaan aannemen, lachte zij mij toe, en kreeg ik een hartelijk schouderklopje erbovenop.
Mijn pleegmoeder was een slechte briefschrijfster, zinnen die geen aanbouw hadden, springend van de hak op de tak, en vooral veel taalfouten.
Zij schreef praktisch fonetisch.
Zo schreef ( en sprak) ze mijn naam nooit correct uit.
Van Lucienne maakte zij Lusjen.
Maar ze sprak mijn naam dan ook zelden uit, ze had velerlei andere benamingen voor mij.
Ik had een beetje moeite om haar geschrift te kunnen ontcijferen, maar het kwam erop neer dat ze wellicht een keertje op bezoek zouden komen.
Ze hadden nu pas toelating gekregen van de jeugdrechter.
Volgens mijn pleegmoeder had ze mij al vaak geschreven, maar kwamen die brieven telkens terug met de vermelding dat de inhoud niet toepasselijk was.
Er was maar één probleem, Luc (mijn pleegbroer) mocht niet meekomen van de jeugdrechter.
Ze moesten dus opvang voor hem zoeken, en mijn oudere pleegzuster die mij het licht in mijn ogen niet gunde, weigerde om hem op te passen.
Maar vermits hij negen was kon hij misschien alleen thuisblijven voor die drie à vier uurtjes, en de buurvrouw zou dan een oogje in het zeil houden.
Er stond niet in wanneer ze juist gingen komen, het eerst volgend bezoek was over twee weken, maar ze liet mij in het ongewisse.
Ze schreef ook dat ze blij was dat ik had ingezien dat ik totaal verkeerd was geweest, en dat het goed was dat ik tot inkeer was gekomen.
Ik weet nog steeds niet waar ze dat vandaan haalde, want ik had nooit toegegeven dat alles mijn fout was. Ook had ik hen nooit geschreven.
Maar ik stond er verder niet bij stil.
Ik was blij omdat ik niet vergeten was. Ik was blij voor de hoop die ik weer mocht hebben.
Ik was gelukkig met het feit dat ik erbij hoorde, want zolang je geen brief kreeg van "thuis" nam men vanzelfsprekend aan dat je je schuldig had gemaakt aan onvergeefelijke feiten.
Door de onmiskenbare blikken van de nonnen alleen al voelde je je schuldig wanneer er geen post kwam voor jou.
Ik zat een beetje perplex op mijn stoel en las de brief keer op keer over.
Want op het einde schreef mijn pleegmoeder " wel schatteke, tot op het bezoek"
Het was de allereerste keer in mijn leven dat ze me "schatteke" noemde, en het maakte mij aan het huilen.
Op slag was alle ellende die ik had moeten verduren van haar, vergeten.
Mijn hart smolt, en mijn haat jegens haar verdween op diezelfde moment.
En de liefde die ik ondanks alles steeds voor hen was blijven voelen, kwam in één klap weer.
De twee weken tot bezoektijd zouden mij eeuwig lijken.
Elke zondagmiddag mochten we brieven schrijven, en ik besloot om ook een brief te schrijven.
Iets dat ik tot nu steeds geweigerd had te doen.
We kregen één blad briefpapier, het moest dus van de eerste keer juist zijn.
We hadden wel de mogelijkheid om eerst een kladbrief te schrijven met potlood.
Wanneer je toch een fout had geschreven, moest je een ander blad gaan vragen, en dat werd dan met een laakdunkende blik aangereikt.
Ik ondervond op een keer dat die kladbriefjes door de nonnen uit de prullemand werden gehaald, glad werden gestreken, en in een kaft werden gestopt.
Dus ik wikte en woog mijn woorden heel zorgvuldig, want ook onze brieven werden eerst gelezen voor ze de poort uitgingen.
Ik weet niet meer wat ik heb neergepend, maar het zal wel heel emtioneel zijn geweest.
Of misschien wel juist koel en berekend, want ik was zò voorzichtig geworden in alles.
En niettegenstaande kinderliefde niet vlug verdwijnt, met mijn vertrouwen was het anders gesteld.
Ik had, en heb steeds mijn ganse leven, die dosis wantrouwen naar mijn pleegouders toe gehouden.
En heel terecht zou later blijken, maar voor nu had ik weer even hoop.
Hoop dat ik uit deze gevangenis ooit zou uitkomen.
Hoop dat ik iets van mijn leven zou kunnen maken.
Hoop, zoveel hoop, voor zovele dingen!