KERST OP INTERNAAT.

Op het internaat stond alles in het teken van Kerstmis.Er werd geen gedachte besteed aan geschenkjes, lekker eten en/of een nieuwe outfit.
Alles draaide rond geboorte van Jezus.
De kapel was prachtig versiert. We moesten nog meer bidden dan op gewone dagen want we zaten in de adventsperiode. En we werden er meermaals uitdrukkelijk op gewezen dat dit een periode was waarop we ons moesten bezinnen over onze zonden..
Hoe vaak de nonnen ook beweerden dat wij die grote zondaars waren, ze konden ons er niet van overtuigen dat dit zo was. We voelden ons integendeel slachtoffers van de maatschappij. En al dat bidden en bezinnen zou daar niets aan veranderen of ons ook maar een stap vooruit helpen.
Maar we deden er wijselijk het zwijgen toe.
Vele meisjes keken gretig uit naar het verlengde weekend bij hun ouders thuis.
Maar velen bleven ook in de instelling wegens niet welkom thuis.
Ik was één van hen.
Zoals ik al schreef moesten we regelmatig naar de psychiater. En wanneer ik onderweg was naar die man nam ik mij telkens voor om eindelijk eens te vertellen hoe de situatie bij mijn pleegouders werkelijk in mekaar zat.
Maar wanneer ik in die kale kamer op die harde houten stoel zat en naar het vette gezicht van de man keek, klapte ik dicht.
Het was in feite ook niet de bedoeling dat ik sprak, het was veeleer de bedoeling dat ik luisterde.
Dat ik zou toegeven dat het enkel en alleen mijn fout was dat het "thuis" was misgelopen.
Ik viel nog liever dood!
Sinds vele jaren had ik mij eigen gemaakt om te zwijgen of mijn verdriet en onmacht te verdoezelen met een kwinkslag.
Dat was mijn manier om de situatie aan te kunnen.
Maar die gediplomeerde deskundige zag niet door mij heen. En hij oordeelde steeds maar weer dat ik koppig was en weigerde om mee te werken.
Wat de man ook probeerde, ik zou nooit toegeven dat ik de schuldige was. De sukkelaar! Hoe graag hij het ook had zien gebeuren hij zou mij niet breken.
Elke week kregen we post.
De enveloppen waren zonder uitzondering open gescheurd.
Elke brief werd zorgvuldig door de nonnen gelezen, en als er in de brief iets stond dat de nonnen niet wilden dat je te lezen kreeg, was die passage met een dikke zwarte viltstift onleesbaar gemaakt.
Maar we leerden tussen de regels te lezen, en de schrijver, of schrijfster, leerde in "code" te schrijven.
In het begin keek ik ook telkens uit naar die wekelijkse avond. Maar er kwam niets.
Alle twee weken op zaterdag mochten de ouders ook op bezoek komen.
Daar had ik het heel moeilijk mee.
's Morgens werd er op die dag in ijltempo gepoetst, dan na het middagmaal vlug onze nette kleding aan ( als je die had) en dan naar de refter.
Daar zaten we dan te wachten tot de telefoon ging. ***Telkens er een bezoeker binnen kwam belde non-portierster naar boven om te zeggen dat die of die bezoek had en naar beneden mocht komen.***
Wanneer de bel rinkelde, ging de non naar haar bureeltje en even later riep ze dan de naam van diegene waarvan het bezoek in de grote zaal op de benedenverdieping was zat te wachten.
Bij elk telefoon gerinkel zag je de hoop in onze ogen. En meteen daarop de teleurstelling wanneer het niet onze naam was die werd afgeroepen.
Ik wist dat ik geen bezoek zou krijgen. Al hoop je steeds van wel.
Er waren nog meisjes die stellig wisten dat er niemand zou komen opdagen.
Sommigen omdat ze van heel ver moesten komen en het voor dat twee uur durend bezoek niet doenbaar was om de verplaatsing te maken. Sommigen omdat er geen geld was. En een zeer klein aantal omdat ze niemand van hun familie wilden zien, of vice versa.
Dat laatste was meestal zo wanneer ze pas in het gesticht waren aangekomen. Ze waren nog boos. Maar vooral hadden ze nog een grote weerstand.
Die weerstand probeerden de nonnen steevast te breken, en in de meeste gevallen lukte hen dat ook.
Eén van hun methoden was om iedereen bij mekaar in de refter te zetten wachten. ook diegene waarvan men zeker wist dat er geen bezoek zou komen.
Men verplichte ons om te blijven wachten tot het bezoekuur was afgelopen.
In de refter stond een piano en daar ging de non wat trieste muziek zitten op spelen. Kwestie van dat we ons goed bewust zouden zijn van onze eenzaamheid.
Na het bezoek vroeg de non dan aan diegene die wel bezoek hadden gehad, om ons ongelukkigen extra te gedenken in hun gebeden.
Zo hielden ze ons in hun macht. Zo lieten ze ons voelen dat wij zondaars waren.
En met kerstmis werd dit nog wat dikker in de verf gezet.




















