
Daar was ik dan in de kappersschool!
Er waren heel wat harde woorden gevallen,want mijn pleegmoeder had daar danig de pest over in. Toen ik haar vroeg wat dan een goede keuze zou zijn geweest, kreeg ik als antwoord "de fabriek". Ondertussen moest ze zich toch maar neerleggen bij mijn beslissing want ik was nog een half jaar leerplichtig.
Hoe ik in de school moest komen trokken mijn pleegouders zich ook al niet aan. Het enige wat men wel zei was dat ik niet moest rekenen op geld voor de bus.
"Jij hebt de school gekozen, zie dat je er geraakt" was wat ik te horen kreeg.
Via de buurvrouw kreeg ik dan toch nog een fiets, geen nieuwe maar toch nog een mooie. Dus dat was opgelost.
Het schoolgerief, en dan in het bijzonder het kappers gerief was andere koek.
Ik had veel nodig, heel veel zelfs. En ik had er eerlijk gezegd niet bij stilgestaan dat dit veel geld zou kosten.
De krulspelden, kammen, borstels, scharen... enfin alles dat je nodig had om kapster te kunnen worden, moest van een bepaald merk zijn.
We kregen dan ook het adres van de winkel waar we alle benodigdheden moesten kopen en waar de school een contract mee had. Zo kwamen we niet met prullen af maar met degelijk materiaal dat de ganse opleiding zou meegaan.
De prijslijst konden we afhalen op het secretariaat.
Had mijn pleegmoeder smalend de lijst met benodigdheden opzij gesmeten, bij het zien van de prijslijst begon ze te schaterlachen. Ze vroeg of ik ze alle vijf op een rijtje had? Geen haar op haar hoofd die eraan dacht om ook maar één van die artikelen te kopen.
En zo begon mijn kappersopleiding!
Ik nam de krulspelden mee van pleeg-ma en eveneens kam en borstel.
Nu kan ik er al een beetje mee lachen want waar zaten in godsnaam mijn gedachten bij dit alles!
Geloofde ik nou echt dat ik het met die enkele prullen zou redden!
Maar toen kon ik helemaal niet lachen!
Ik werd binnen de kortste tijd een outsider, de risee van de school. Ik werd gepest als nooit tevoren.
Mijn fiets lag bijna elke dag in de prak. Banden werden lek gestoken, licht kapot geslagen, bel weg enz...enz.
Ook mijn jas werd op een keer bewerkt met een gilletje.; ik zelf werd op een keer door een paar jongens hard aangepakt. Waarom, vroeg ik mij toen vaak af? Nu weet ik het wel! Ik paste totaal niet op die school.
Het werd mij op elk moment onmogelijk gemaakt om ook maar één minuut te vergeten dat ik niets of niemand was. Ik had mijn medeleerlingen niets te bieden.
Met de lunchpauze gingen de meesten een broodje kopen. Ik had nog geen boterham om te eten. Iedereen was gekleed naar de laatste mode, ik droeg gekregen kleding.
Op gans mijn doen en laten en op gans mijn wezen stond in koeien van letters STRAATARM te lezen.
De vriendinnen van de harmonie negeerden mij binnen de school. Zij wilde met mij niet geassocieerd worden want dat zou afbreuk doen aan hun eigen imago.
Ook de leerkrachten konden het niet laten om snerende opmerkingen te maken. Zelfs de leraar godsdienst, die tevens haarbewerking gaf, liet mij steeds weer verstaan dat ik een verloren zaak was.
En weer kon ik mij niet verdedigen. Maar het einde was in zicht.
Want de school besliste in mijn plaats hoe het verder zou gaan.....
....Het was een openbare school, en daarom was de opleiding ook gratis. Of dat had het moeten zijn!
Toch, de school had er wat op gevonden om een centje extra in het laadje te krijgen.
Bij de les haartoi, mochten we shampoo, zalfjes, haarverf, droogkappen (föhn bestond toen nog niet) plastiek schorten e.d. van de school gebruiken.
De leerlingen van de laatste klas compenseerden deze gunst door het haar van bezoekers te kappen aan een goedkoper tarief dan in een kapsalon. Dat geld kwam de school ten goede.
De lagere klassen moesten lootjes, koekjes en dergelijke verkopen en waren verplicht een bepaald minimum bedrag bijeen krijgen. Kon je het aantal lootjes niet verkocht krijgen moest je ze zelf kopen. Zo ook ik!
Mijn pleegbroer volgde toen al les in het Xaverius college en dat koste een flinke duit. Ook daar werden kalenders verkocht door de leerlingen voor het één of ander goed doel. Diegene die het meest verkocht had kreeg een prijs en een vermelding op het rapport.
Dus moest Luc zeker de hoogste verkoop halen en dus kocht pleeg-ma zich blauw aan kalenders. Die werden dan weggestoken voor “pa” en als hij ze toch vond, dan werd er beweerd dat die besteld en betaalt waren door anderen.
Toen ik dan ook thuis kwam met mijn loten, moest ik natuurlijk op niets rekenen. Maar ik had ook niets anders verwacht.
Ik had al jaren geen zelfvertrouwen meer, dus langs de straat gaan, of het aan kennissen vragen om er te kopen, durfde ik niet. In de harmonie waren mijn vriendinnen mij voor, want hun moeders waren natuurlijk ook lid, en mijn pleegmoeder hield zich verre van al wat ik graag deed.
Dus ik terug naar de school met nog een half boekje over.
De vernederende woorden die ik van de leerkrachten en directrice te horen kreeg zal ik jullie besparen. Maar de grootste vernedering zou nog komen.
Telkens wij les in haartooi kregen, werd onze klas in twee gedeeld.
De eerste twee uren ging je in de stoel zitten, en werd jouw haar gekapt door je medeleerling. Wanneer de leerkracht dan het resultaat van het kapsel had beoordeeld, werd er gewisseld en moest jij werken op het hoofd van je medeleerling.
Wegens het niet verkocht hebben van de loten, had men voor mij de volgende strafmaat getroffen.
Ik moest steeds in de stoel gaan zitten, en mocht niet meer werken op een levend hoofd.
Dan had ik ook geen warm water of shampoo nodig.
Wanneer mijn haar gekapt was, en de leerling had haar punten gekregen, kwam de leerkracht mijn haar nat maken met koud water. Kletsnat, zodat er ook maar geen enkele krul meer in mijn haar zou te zien zijn.
Wanneer ik een handdoek van mijzelf mee had kon ik mijn haren afdrogen. Ik mocht immers niet meer onder de droogkap.
Wanneer ik geen handdoek stiekem had kunnen buiten smokkelen, moest ik met kletsnatte haren naar huis.
Stelde men mij eerst nog vragen daarover, het leuke nieuwtje ging al gauw de ganse school rond.
Elke maandag en donderdag hetzelfde ritueel! En telkens moest ik met natte haren door de kou in de winter.
Soms plakten mijn haren bevroren tegen mijn hoofd.
Ik vraag mij nog steeds af of dit wel wettelijk was. Maar wat ging er wel wettelijk in mijn geval?
Wie maalde daarom?
©Huismusje