DE BELONING.

Voor al mijn klusjes in het huishouden en mijn vakantiewerk mocht ik als beloning op zondagmiddag naar de bioscoop.Ik was natuurlijk zo fier als en gieter want ik was het enige elfjarige kind uit de buurt die zulks mocht.
Ik was dol op film want dan kon ik de realiteit ontvluchten. Ik fantaseer mij middenin de film.
Zo zong en danste ik samen met 'Elvis Presley.' Trok ik op avontuur met 'Winnetou.' Op die laatste was ik hopeloos verliefd... en hij natuurlijk ook op mij... of wat had je gedacht!
Op mijn weg van en naar de bioscoop moest ik voorbij verschillende open velden en plekken met struikgewas.
In de winter was het reeds donker toen de film uit was en deed de weg wel een beetje eng aan.
Mijn oplossing was dan luidop in mezelf praten of luidop lopen zingen.
**(Dat was iets dat ik mij eigen had gemaakt in mijn strafkamer.
Telkens pleeg-ma mij daarin stopte zette ze de radio wat luider. Niet voor haar rust want zij kon mij toch niet horen wegens de gesloten tussendeuren, maar voor de buren vermoed ik.
Dat maakte dat ik vrijwel elk liedje van de radio of platendraaier kon meezingen. Zelfs in het Frans, Engels en Duits. Fonetisch weliswaar, want verstaan deed ik het niet.**
Toevallige passanten keken mij na en moeten mij een raar kind hebben gevonden.
Maar ik stapte moedig door in het gezelschap van mijn twee helden van het witte doek!
Mijn buurmeisje, en tevens klasgenootje, wou ook wel graag naar de film en vroeg aan haar ouders of ze met me mee mocht.
Haar ouders zagen dat helemaal niet zitten wegens véél te jong en te gevaarlijk.
Het argument van mijn buurmeisje "dat ik het toch ook mocht" schoot bij de moeder in het verkeerde keelgat en maakte dat die het nodig vond om een dringend praatje te houden met pleeg-ma.
Ik zat een beetje verdoken op de trap te luisteren naar het bewuste gesprek tussen die twee.
De moeder van mijn buurmeisje vond het niet kunnen dat een elfjarig kind
's avonds alleen en in het donker over straat liep.
Ze opperde dat er "van alles" kon gebeuren.
"Of mijn pleegmoeder zich wel bewust was van het gevaar dat ik liep?"
"Of zij nog nooit had gehoord van kinderverkrachters?"
Het gesprek eindigde met het woest dichtslaan van de voordeur door pleeg-ma.
's Avonds deed mijn pleegmoeder haar verhaal aan pa.
Zij was nog steeds opgewonden en dus zweeg hij maar.
"En wat dan nog?" raasde mijn lieve pleegmoeder.
"Dan zijn we meteen van die vreemde luis vanaf, want ze brengt niks dan ellende mee"
Mijn pleegvader bleef zoals altijd zwijgen.
Ik vreesde dat mijn zondagse vluchten uit de harde realiteit wel eens voorbij zou kunnen zijn.
Later op mijn kamer overliep ik in gedachten nog eens de beide gesprekken van die dag. Die van de moeder van mijn buurmeisje, en die van mijn pleegouders.
De bezorgde toon van de éne, en de dreigende van de andere.
En stilletjes kwam het vermoeden dat mijn beloning wel eens helemaal geen beloning zou kunnen zijn.










