DE STRAFKAMER.


We verhuizen nog maar eens een keer!
Ditmaal naar een kleine eengezinswoning met op de bovenverdieping twee slaapkamers.
Daar mijn pleegbroer nog klein is, wil pleeg-ma hem bij haar op de kamer.
Ik krijg dus mijn eigen kamertje.
Er is geen tuin of koer aan het huis. In de plaats daarvan is er een berghok aan de keuken aangebouwd.
Het hok heeft een dak van zinken golfplaten waardoor het daar in de zomer snikheet en in de winter ijzig koud is.
Het berghok wordt afgesloten met een zware houten deur en ijzeren schuifgrendel.
Er zijn geen ramen en dus het is er stikdonker.
Er huizen talloze spinnen, muizen en ander kruipend ongedierte.
De overbodige rommel, gereedschap en fietsen worden er in opgeborgen.
De weg van en naar school is langer dan voorheen maar dat zal mijn pleegouders een zorg zijn en mij deert het ook niet.
Daarbij, enkele klasgenootjes wonen bij me in de buurt en dus gaan we gezellig allemaal samen op weg.
Er zijn nog veel omliggende velden, weiden en onbebouwde grond in de nabije omgeving van het huis.
Dus het is heerlijk ravotten met de kinderen uit de buurt.
Forten bouwen op de braakliggende grond of pistes maken om te crossen met de fiets.
Of ook gewoon lekker liggen niksen op de wei in de zon en kransjes maken van de madeliefjes, paarde- en boter-bloemen.
Maar dan moet ik naar binnen!
Ik doe er alles aan om bij “ma” in de gunst te komen!
Ik doe de boodschappen en help met poetsen.
Zelfs de was doe ik mee en dat was niet zo simpel want we hadden geen wasmachine en zelfs geen geiser waar warm water uitkwam.
Alles gebeurde met water uit de regenton en daarna werden de emmers met water opgewarmd op de kachel of fornuis.
Hoe jong ik ook was, die klussen had ik al behoorlijk onder de knie.
Eens die klussen geklaard waren was ik weer bij af. Ik kon met geen mogelijkheid haar liefde winnen!
Wanneer pleeg-ma weer eens slecht geluimd is en ik haar in de weg loop stopt ze mij in dat hok.
Doodsangsten sta ik daarin uit!
In mijn kinderfantasie zie ik legers spinnen op mij afkomen.
Ik hoor allerlei vreemde geluiden maar zie geen steek voor mijn ogen.
De grendel van de zware deur zit onwrikbaar vast.
Roepen, schoppen en schreeuwen help niet. Eens de keukendeur achter haar is dichtgevallen kan ze mij niet meer horen.
Ik kan slechts hopen dat “pa” vlug thuiskomt want hij haalt mij er meestal uit.
Ten minste als hij weet dat ik zit opgesloten!
Ik kan enkel wachten en hopen.








