Woensdag 20 april 2005
PORTRET VAN MIJN PLEEGVADER.
Mijn pleegvader werd geboren te Antwerpen op 19/02/1914. Van de eerste oorlog weet hij niets meer. Van de tweede des te meer daar hij krijgsgevangene is geweest. Het gezin telde 3 kinderen waarvan hij de middelste was. Hij had nog een jongere zus en een oudere broer. Met deze laatste zou ik nog onaangenaam geconfronteerd worden. Maar daarover later meer.
Zijn ouders waren marktkramers en verkochten pantoffels. Moeder en vader dronken op elk moment van de dag graag hun pint zodat "pa" achter het kraam moest staan.Het is op de markt dat hij mijn pleegmoeder leerde kennen en op haar verliefd werd.
In 1937 huwden ze en kregen het jaar daarop een dochter.
"Pa" is een minzaam man en gaat nooit tegen de beslissingen van zijn eega in. Hij verdraagt al haar nukken, al haar scheldpartijen en tirannie. Volgens mij, en ook naar eigen zeggen, is hij bang van haar. Zij is huisvrouw en zwaait de plak.
Hij werkt door de week bij de Bell Compagnie en in het weekend 's nachts als banketbakker.
Maar dit is voor haar nog niet genoeg, en daarom kom ik in 1952 het gezin vervoegen.
Na de dood van "ma" geeft hij toe dat hij misschien meer had moeten doen voor mij. Dat hij vaker had moeten tussenbeide komen als "ma" weer eens haar woede koelde op mij. Maar hij had angst dat die woede zich dan tegen hem zou keren en keek daarom liever de andere kant op.
Maar wat ben ik daarmee zoveel jaren later? Mijn gevoel voor "pa" is dubbel. Een stuk minachting voor zijn lafheid, maar liefde voor de schaarse mooie momenten die wij samen hadden.
Hij leeft nog en ik ga hem nog vaak bezoeken, al schieten de nare feiten telkens door mijn hoofd wanneer ik in het "ouderlijk" huis kom.
Maar gedane zaken nemen geen keer! Het is goed zoals het nu is!!!
PS: pa op 7 juni 2008 overleden.
©Huismusje
Zijn ouders waren marktkramers en verkochten pantoffels. Moeder en vader dronken op elk moment van de dag graag hun pint zodat "pa" achter het kraam moest staan.Het is op de markt dat hij mijn pleegmoeder leerde kennen en op haar verliefd werd.
In 1937 huwden ze en kregen het jaar daarop een dochter.
"Pa" is een minzaam man en gaat nooit tegen de beslissingen van zijn eega in. Hij verdraagt al haar nukken, al haar scheldpartijen en tirannie. Volgens mij, en ook naar eigen zeggen, is hij bang van haar. Zij is huisvrouw en zwaait de plak.
Hij werkt door de week bij de Bell Compagnie en in het weekend 's nachts als banketbakker.
Maar dit is voor haar nog niet genoeg, en daarom kom ik in 1952 het gezin vervoegen.
Na de dood van "ma" geeft hij toe dat hij misschien meer had moeten doen voor mij. Dat hij vaker had moeten tussenbeide komen als "ma" weer eens haar woede koelde op mij. Maar hij had angst dat die woede zich dan tegen hem zou keren en keek daarom liever de andere kant op.
Maar wat ben ik daarmee zoveel jaren later? Mijn gevoel voor "pa" is dubbel. Een stuk minachting voor zijn lafheid, maar liefde voor de schaarse mooie momenten die wij samen hadden.
Hij leeft nog en ik ga hem nog vaak bezoeken, al schieten de nare feiten telkens door mijn hoofd wanneer ik in het "ouderlijk" huis kom.
Maar gedane zaken nemen geen keer! Het is goed zoals het nu is!!!
PS: pa op 7 juni 2008 overleden.


