LAGERE SCHOO (3)

Was het zesde leerjaar voor mij slecht begonnen, het zou nog erger worden!Daar ik geen atlas kreeg van thuis mocht ik die van de juf gebruiken.
Ik moest hem wel telkens na de les aardrijkskunde terug afgeven.
Ook zo voor handwerk, schildergerei en muziekles.
Ik voelde mij dan telkens zeer opgelaten want er werd op die momenten steevast gegiecheld door mijn klasgenoten.
Het hielp mij echter wel om de lessen te kunnen volgen. Ik droomde al van een rapport zonder nullen wegens "niet in orde" en misschien wel eens een voldoende omdat ik mee kon met de leerstof.
Met huiswerk evenwel was het een andere zaak. Daar had ik natuurlijk niet het gerief voorhanden dat ik nodig had.
Op een keer moesten we de landkaart van België tekenen en inkleuren.
Mijn pleegbroer had kleurpotloden en waterverf van de allerbeste merken.
Ik mocht voor een keer de atlas van de juf mee naar huis nemen met de woorden: "Ik reken erop dat je er zorg voor draagt!"
De heisa thuis begon al van toen ik zei dat ik plaats nodig had aan de tafel om te schilderen. Want plotsklaps moest mijn pleegbroer ook schilderen.
En vermits hij, volgens pleeg-ma dan toch, het artistieke talent in zich had om een groot kunstenaar te worden, moest ik plaats ruimen.
Meteen daarop kwam de volgende moeilijkheid want ik had een tekenpapier nodig maar had geen tekenblok.
Dus wachten tot pleeg-ma even uit het zicht verdween om er stiekem twee van Luc te nemen.
Toen mijn tekening af was moest ik ze nog kleuren.
Dus weeral een hoop geruzie met pleeg-ma en Luc om de penselen en de verf te mogen gebruiken.
Natuurlijk moest hij net die kleur gebruiken die ik ook nodig had. En natuurlijk kreeg hij de eerste keuze.
Ik, die niet echt meer zo makkelijk over m'n kop liet gaan, beet behoorlijk van mij af. Luc die wist dat hij bij de minste kik zijn gelijk zou halen, beet behoorlijk terug.
Door het kabaal aan tafel kwam mijn pleegmoeder als een getergde leeuwin uit de keuken.
Zonder ook maar enige uitleg te vragen trok ze mij bij mijn haren van mijn stoelen sloeg met haar vlakke hand in mijn gezicht.
Toen nam ze mijn tekening van de tafel en scheurde ze kapot. Vervolgens smeet ze de atlas met een smak tegen de grond. "Ziezo" zei venijnig, " je huiswerk is af." zei ze.
Ik stond als aan de grond genageld!
Niet om de klappen die ik kreeg, want dat was ik gewend. Niet om mijn bloedende lip en neus, want dat merkte ik niet eens.
Ook niet wegens de luide schaterlach van Luc, want hij wist niet beter als vijfjarig kind.
Het was omdat de atlas kapot aan mijn voeten lag.
Ik durfde niet naar school de volgende dag. Uren heb ik rondgedoold.
Nadenkend over wat ik moest uitvinden om een plausibele uitleg te kunnen geven voor het gebeurde.
Na de middag had ik genoeg moed verzameld om naar de klas te gaan en te vertellen dat de atlas van tafel was gevallen. Ik verzon er een gans scenario bij om mijn uitvlucht geloofwaardig te maken.
Ik durfde gewoon de ware toedracht niet vertellen. Ik was er zo van overtuigd dat ik slecht was en dat het allemaal mijn schuld was, dat ik nog liever loog dan de waarheid te zeggen. I
k was er vast van overtuigd dat anderen evenzo over mij dachten.
Tenslotte hoorden men nooit wat goeds over mij zeggen.
De Ooooh's en de Aaaaaah's van de kinderen in de klas deden me meer pijn dan de klappen van mijn pleegmoeder.
De lerares stelde geen verdere vragen.
Ik moest met de kapotte atlas naar de directrice en daar mijn verhaal opnieuw doen.
Daar mocht ik dan voor het bureau tot aan de speeltijd in straf gaan staan.
De directrice schreef een nota in mijn agenda.
Die moest ik thuis laten tekenen om het daarna weer aan haar te laten zien.
Ik maakte mij daar geen zorgen over omdat noch pleeg-ma noch pleeg-pa" ooit mijn agenda las, laat staan dat ze hem tekenden.
















