HET KONINGSKIND.


Mijn pleegbroer leek geboren in een gouden wieg!
Vermoedelijk was die late en onverwachte zwangerschap van mijn pleegmoeder haar in het hoofd geslagen. Want ze behandelde hem als was hij een koningskind.
Niettegenstaande dat pleegvader drie jobs had, was het geld al op nog voor het op tafel lag. Alles ging naar "de kleine"!
Zo liet pleeg-ma voor die driejarige peuter bij "Het Meuleken"(een gekende Antwerpse kleermakerswinkel) zijn pakjes op maat maken. Idem dito met zijn schoentjes die wit met een boord van zwart lakleer moesten zijn.
Zijn hemden moesten wit zijn met aan de kraag een boord van kant of plooitjes en daar horen uiteraard zijden strikjes en gouden manchetknopen bij.
Iedereen vond het een plaatje. Nou ja, het was ook een mooi ventje hoor!
Maar ik snap niet dat er nooit iemand met zijn wijsvinger tegen zijn voorhoofd tikte wanneer pleeg-ma" met hem schouwde.
Ook het duurste speelgoed was maar net goed genoeg!
Zo had hij Lego blokjes en Meccano bij de vleet.
Tientallen puzzels, stripboeken en kleurboeken bezat hij.
Alles uit de beste speelgoedwinkels en van het duurste merk.
Zo had hij diverse treintjes waar nu nog elke liefhebber jaloers zou op zijn. Alles moest van "Marklin"zijn.
Het beste was nooit goed genoeg. Er was steeds wel iets beter en duurder.
Elke week kwam de huisdokter. Want als hij een keer zijn bord niet leeg at was pleeg-ma totaal in paniek.
Er werd dan ook enkel dat gekookt wat Luc eten wilde.
Het was pathetisch om te zien hoe Luc haar hele doen en laten beheerste!
Maar voor mij was het triest. Want haar haat en nijd jegens mij werd met de dag groter en feller.
Ik herinner mij dat ik op zeker ogenblik een koek van tafel nam die hij maar half opgegeten had.
Razend werd ze daarvoor!
"Wie dacht ik wel dat ik was?" "Jij dikke zeug, jij vreemde luis, jij moet met je poten van die koek afblijven!" En die benamingen waren nog mild ten overstaan van de vele andere die ik dagelijks naar mijn hoofd geslingerd kreeg.
Daar ik steeds rond de tafel liep wanneer er weer klappen gingen vallen en ze mij zodoende niet te pakken kon krijgen omdat ik kleiner en sneller was, nam ze op een keer een hark en sloeg daarmee over de tafel heen naar mij.
Eén van de scherpe punten maakte een diepe wonde op mijn schouder en rug.
Als troost kreeg ik de raad om mijn mond dicht te houden tegen iedereen. "Anders zou ze mij de straat opgooien, voorgoed." Dus zweeg ik!
Ik heb van die klap met die hark een vergroeiing in mijn hals overgehouden..
Naar de kleuterschool is Luc nooit geweest omdat zij hem steeds aan haar zijde hield.
Maar eens schoolplichtig had ze geen keuze meer en waren de beste scholen niet goed genoeg.
Omdat de zonen van onze huisdokter in het Xaverius College school hadden gelopen, moest Luc daar natuurlijk ook naar toe.
Het dure schoolgeld konden mijn pleegouders zich in feite niet permitteren, maar liever maakte mijn pleegmoeder schulden dan haar zoon naar de jongensschool om de hoek te sturen.
Vriendjes werden gekocht met massa's snoep en geschenkjes.
Elke week ging ze naar zijn leraar toe, want ze wou zeker zijn dat hij de punten kreeg die hij volgens haar verdiende.
Mijn pleegvader keek het allemaal met lede ogen aan. Wanneer hij een opmerking maakte, hetgeen een enkele keer gebeurde, werd ze een razende furie. Het schuim kwam letterlijk op haar lippen te staan. Echt doodsbang waren wij van haar wanneer ze weer een aanval van razernij kreeg.
En zulke aanval kwam geheid telkens iemand ook maar iets van commentaar gaf op haar gedrag betreffende Luc.
Mijn pleegmoeder is in de laatste jaren van haar leven dement geworden. Maar volgens mij is die dementie reeds ontstaan bij de geboorte van Luc.
Telkens er geen geld meer was om de boodschappen te betalen stuurde ze mij naar de winkel. Mijn pleegmoeder rekende er immers op dat men een kind niets zou weigeren.
Dan moest ik vragen om alles zolang op de rekening te schrijven.
Meerdere malen kreeg ik dan te horen dat er nog een rekening open stond en dat die eerst moest worden voldaan.
Pleeg-pa wist daar niets van. Zoals later zou blijken!
Soms moest ik te voet van Deurne naar het ziekenfonds in de Ommeganckstraat om de ziekenbons te gaan uitwisselen.
Meerdere malen moest ik zonder geld te voet weerkeren naar huis, omdat de bijdrage niet was betaald en men dus ook niet uitbetaalde.
Op zulke momenten werd het mij vaak echt te moede omdat ik wist wie de dupe ging zijn van die weigering. Dan kreeg ik steeds te horen dat hun te kort aan geld mijn schuld was. Dat als ik er niet was geweest.....enz.
Het was niet zo dat ik het Luc niet gunde hoor, integendeel.
Maar het contrast van de leffomstagheden tussen ons beide was te schrijnend en te groot.











