PUZZELSTUKJE 4
Bij de jeugdrechter:
In de gang van het Justitiepaleis
zat ik weeral met knikkende knieën te wachten tot we werden
binnengeroepen bij de jeugdrechter.
Het wachten leek wederom uren te duren. En ook wederom voelde ik mij schuldig.
Mij constant schuldig voelen aan van alles en nog wat was sinds jaren een tweede natuur geworden.
Tegelijk met het het dat ik mij moest wapenen
De jeugdrechter
keek mij op zijn typische manier over zijn
brillenglazen aan
Vroeg hoe het met me ging?
Wat kon ik daar nu op antwoorden?
Kon ik zeggen dat ik mij doodongelukkig voelde? Dat ik mij uitgebuit voelde? Wegwerpartikel nummer één?
Wat als hij mij dan weer zou plaatsen?
Ik nam het risico niet en zei hem dat het mij prima verging.
Hij keek mij zo lang stilzwijgend aan dat ik mij er ongemakkelijk ging bij
voelen.
Hij had goed en slecht nieuws zei hij. Wat wilde ik eerst horen?
Opgevreten door de zenuwen kreeg ik geen
woord over mijn lippen.
Het enige dat ik hoorde was dat hij slecht nieuws had, en ik kon geen slecht nieuws
meer aan.
Op een paar luttele seconden speelde zich in mijn hoofd een
ganse film af.
Ik was zodanig in paniek dat ik in eerste instantie niet hoorde wat hij zei.
Ik keek naar de gezichten van mijn pleegouders, zag mijn pleegvader stiekem op
zijn horloge kijken. Zijn werkplaats lag vlakbij het gerechtshof en hij had daarom slechts een uurtje vrijaf
gevraagd.
Dat uur was bijna om en daar maakte hij zich zichtbaar zorgen over, niet om mij.
Mijn pleegmoeder had een schamper lachje om haar mond. Allemaal geen goed teken concludeerde ik.
De jeugdrechter sprak: "Je krijgt de toestemming om te huwen en de rechtbank heeft beslist dat je de volledige beschikking
krijgt van je loon tot aan je trouwdatum. Dat is het goede nieuws."
"Het slechte nieuws is, je wettelijke moeder moet haar toestemming geven
voor je huwelijk en zij weigert dat te doen.
Daarom heeft de rechtbank een gerechtsdeurwaarder aangesteld die voor jou de lopende zaken zal afhandelen.
En dat was het. Hij wenste mij proficiat met mijn aanstaande
huwelijk en veel geluk in mijn verdere leven.
Mijn pleegmoeder had de ganse tijd
niets gezegd. Iets dat mij vreselijk bang en onzeker maakte.
Want als ze schold wist ik tenminste waaraan of waaraf. Maar als ze zweeg was
ze pas echt gevaarlijk.
Ik vroeg me af waarom ze niet had geprotesteerd toen
de jeugdrechter besliste dat ik mijn loon mocht houden.
Want ik wist dat ze daar niet akkoord mee ging.
Heel waarschijnlijk gooit ze mij vanavond al de straat op, zo meende ik. Want hoewel ze beiden een papier hadden getekend voor akkoord, had dit hen nog nooit tegengehouden om alle wetten aan hun laars te lappen.
De jeugdrechter kende hen niet zoals ik hen kende.
Mijn pleegmoeder in de eerste plaats, zou zich bij dat vonnis niet neerleggen zonder slag of stoot.
Ik wist toen nog niet waarom ze het wel deed, maar al gauw zou de ganse puzzel
volledig zijn.
Wordt vervolgd.....
©Huismusje




