Toen het verjaardagsfeestje ten einde was, was het reeds
vroeg in de morgen.
Ik was het doorgekomen zonder ook maar één woord te lossen over het gebeurde.
Ook was het feest grotendeels aan me voorbij gegaan en heb de indruk dat
iedereen zich flink geamuseerd heeft, behalve ik.
Al wat ik wou was, wegkruipen... slapen... en vooral niet nadenken.
Marina stelt voor om bij haar te logeren.
En ik neem dat voorstel gretig aan want bij Marina thuis hebben ze een badkamer met douche,
een luxe die mijn pleegouders niet bezitten.
Er wordt met mijn moederke afgesproken dat ik ’s avonds om 18.00h bij hen ga avondmalen
en daarna tot een uur of tien de dienst van haar overneem.
Marina werkt trouwens ook in de horecasector en moet om 19.00h. aan haar dienst
beginnen.
Wanneer ik onder de douche sta komt Marina mij handdoeken en een badjas brengen.
Ik zie haar ogen groot worden van verbazing.
”Wat is er met jou gebeurt? ” vraagt ze me.
Ik bekijk mezelf zo goed en kwaad ik kan en merk dat ik onder
de schrammen en blauwe plekken zit.
Mijn hals, nek, armen, schouders, borsten, dijen, enfin, het lijkt alsof ik door een betonmolen ben gehaald.
”'k Weet niet” zeg ik ontwijkend, maar Marina laat zich niet afschepen.
Ze trekt in eerste instantie de verkeerde conclusie.
Ze denkt dat mijn pleegmoeder haar woede nog maar eens op mij gekoeld heeft.
Even overweeg ik om haar in haar gedacht te laten, maar ik kan niet liegen. Ze peutert beetje bij beetje het ware verhaal uit mijn neus.
”Ik wist het ”, roept ze boos uit, "die smeerlap is niet te vertrouwen."
Wonder boven wonder val ik meteen in slaap.
Maar als de wekker afloopt staat het
gebeurde weer levensgroot voor me. Omdat mijn ganse lijf pijn doet.
Hoewel het een mooie lentedag is, leen ik van Marina een trui en broek die de
meeste blauwe plekken verhullen. Maar ook mijn polsen vertonen blauwe plekken en zelfs mijn
linkeroor ziet purper.
Ik vroeg Marina om over het gebeurde te zwijgen tegenover iedereen.
Wilde mijn schaamte en de vernedering met niemand delen
Maar aangekomen bij mijn moederke gooide ze er alles uit toen ook zij
mijn blauwe plekken opmerkte.
Toen ik opmerkte dat mijn enige angst was om hem weer te ontmoeten, iets dat
zeker zou gebeuren vermits hij dagelijkse klant was, zei mijn moederke dat ik
me daar geen zorgen moest om maken.
Toen ik die avond achter de toog stond en Jef binnenkwam en met een triomfantelijke blik een pint bestelde, kreeg ik niet de
tijd om ook maar iets te doen of te zeggen.
Als een furie schoot Netje uit de keuken.
Herhalen wat ze hem allemaal naar het hoofd slingerde durf ik hier niet, maar
het kwam erop neer dat hij niet meer welkom was in de zaak.
Het werd opeens doodstil in het café.
Jef ontkende niet eens wat er gebeurt was.
”Waarom ging ze mee naar binnen? ”, hoorde ik hem vragen.
Het was een vraag die ik mezelf al duizendmaal had gesteld.
Mijn antwoord vandaag zou zijn: Omdat je ondanks alles nog steeds vertrouwen had in de mensen, Lulu.
De Engelse klanten die van het geraas niets hadden verstaan,
vroegen, en kregen uitleg van de Jos.
Toen gebeurde iets wat niemand had kunnen voorzien.
”Wat, met je vieze poten aan 'onze Lucy' gezeten”?
Jef werd tussen twee mannen naar buiten gesleurd. En in een donkere hoek van
de tegenover gelegen kerk, kreeg hij het pak slaag van zijn leven.
Maar Jef zou het daar niet bij laten, en het verhaal zou nog een staartje
krijgen.
Maar in de zaak is hij nooit meer binnen durven komen.
De eerste dagen liep ik ietwat angstig over straat, bang
dat hij me zou staan opwachten. Maar dat is niet gebeurd.
Stilaan begon ik het ganse voorval uit mijn gedacht te zetten. Vergeten echter zal ik nooit.
Gelukkig heb ik er geen trauma aan overgehouden,
Maar het veranderde wel mijn gedrag.
Gedaan met de losbol uit te hangen, gedaan met vertrouwen te hebben in mannen.
Ik ging met een grote boog om hen heen.
Je zou kunnen zeggen dat ik op het kruispunt van mijn leven was aanbeland in een doodlopende
straat.
Hoog tijd dus om omkeer te maken en nieuwe wegen te bewandelen.
Maar welk pad ik ook koos, het zou er een zijn met vele hindernissen.
©Huismusje