PUZZELSTUKJE 7
De verzekerinsbrief:
Het kwam zeer zelden voor dat ik
het rijk voor mij alleen had ten huize van mijn pleegouders. Maar nu was het even zo.
Ik wist dat alle papieren, net zoals alle foto's, bewaard werden in blikken
koekjes dozen. Die dozen stonden op de bodem van de ouderlijke
kleerkast.
Het was een oude kleerkast waarvan het sleutelgat veel te groot geworden was
voor de bijpassende sleutel, en daarom was het heel eenvoudig, zelfs wanneer ze op slot was om de deur open
te krijgen.
Met je vinger in het sleutelgat gestoken even een korte stevige ruk aan de deur geven, en open was de kleerkast.
Ik moest wel voortmaken want wist niet hoelang de ouderavond zou duren.
Na in enkele dozen gesnuffeld te hebben vond ik de brief van de verzekering. Tevens ik vond nog veel meer dat mij met verbijstering sloeg.
Ik vond brieven van de jeugdrechtbank waarvan de inhoud mijn mond liet
openvallen en mijn bloed deed koken.
Hoe vaker ik die bewuste brieven las, hoe furieuzer ik werd.
Wat waren mijn pleegouders smeerlappen! Gore vieze laag bij de grondse
smeerlappen!
Het beetje liefde en respect dat ik voor hen bezat, verdween bij deze als sneeuw
voor de zon. Tegelijk met mijn boosheid kwam verdriet. Een onpeilbaar verdriet. Had ik altijd nog een beetje geloofd dat zij ergens toch van me hielden... dan gaf het mij bij deze de zekerheid dat dit totaal
niet zo was.
Ik was in hun ogen geen mens van vlees en bloed. Enkel en alleen maar een inkomen, niets meer of minder. En hoewel ik dit vaak genoeg had ondervonden en diep in mijn achterhoofd ook wel besefte, wou ik toch kost wat kost geloven dat ik het verkeerd voor had.
Maar nu lagen de bewijzen hier zwart op wit voor me.
Even overwoog ik om mijn
pleegmoeder met dit alles meteen te confronteren, maar ik besloot om het
niet te doen.
Zij zou de brieven uit mijn handen hebben gegrist om ze vervolgens te laten
verdwijnen. En dan zou ik geen bewijzen meer hebben.
Daarom stak ik ze in mijn handtas en besloot om ze in bewaring geven aan mijn Moederke.
Bij haar zouden die brieven veilig zijn enn ik zou meteen getuigen hebben
indien ik die ooit nodig zou hebben.
Het moeilijkste moment voor mij was om het stilzwijgen te bewaren toen mijn pleegmoeder terug thuis kwam.
Wel tien keer was ik nagegaan of ik de blikken dozen op dezelfde plaats had
teruggezet. En of de kleerkast deur terug gesloten was en de sleutel in dezelfde positie als voorheen in het sleutelgat stak.
Allemaal overbodige stress weet ik nu, want mijn pleegmoeder vermoedde in de
verste verte niet dat ik op zoek zou gaan.
Ik had het trouwens ook nog nooit geavontuurd om in hun laden of kasten te gaan
snuffelen.
Toen mijn pleegmoeder weer thuis kwam stond ik klaar om te vertrekken. De brieven brandden in mijn
handtas.
Het viel haar op dat ik heel nerveus was.
Venijnig vroeg ze mij of ik zo ongeduldig was om naar die
vieze kroeg te gaan. Ik antwoordde niet, deed mijn
mantel aan en ging er als een haas van door. M in plaats van naar mijn Moederke te gaan stapte ik op de tram en reed naar de kamer van Mon.
Daar kon ik de brieven lezen op mijn gemak
Onderweg besloot ik om nooit meer weer te keren naar het huis
van mijn pleegouders.
Een ondoordachte en emotionele beslissing. Eén waar ik later noodgedwongen op terug moest komen. Maar ik had door de brieven een grote troef in handen. Mijn
pleegouders konden mij niks meer maken.
Ditmaal hield ik de touwtjes in handen.
Wordt andermaal vervolgd....
©Huismusje




