DE VOORBEREIDING
...Is de voorbereiding van een huwelijk sowieso al stresserend, bij ons kwam daar nog een schepje bovenop. We hadden heel wat obstakels uit de
weg te ruimen.
Ten eerste, mijn geboorteakte
was nergens te vinden.
Dus moesten we naar het moederhuis waar ik geboren was. (De Vinckenstraat, Antwerpen).
Daar zei men ons dat die akte in het tehuis
voor ongehuwde moeders lag. Daar had mijn moeder de laatste maanden van haar
zwangerschap gewoond.
Dat tehuis was gehuisvest in de Kapucienessenstraat, Antwerpen (nabij de Britselei).
Daar liet men ons dan weer weten dat ik langs de Procureur des Koning moest
omdat ik zijn toelating nodig had vermits hij mijn toeziende voogd was.
Daar moesten we dan weer eerst een afspraak voor maken, want daar kom je zomaar
niet bij. Ik had hem trouwens nog nooit ontmoet.
Enfin, om een lang verhaal wat in te korten, na vele dagen van het kastje naar
de muur te zijn gestuurd, kwam ik uiteindelijk weer terecht bij de
jeugdrechter.
En zo zat ik voor de zoveelste keer met klamme handen op die stoel voor Meneer Maes en zijn
bijzitters.
Ik mocht mijn verhaal doen. En hij leek mijn vraag om te mogen huwen niet
ongenegen te zijn.
"Maar, zei hij, je hebt niet mijn toelating nodig maar die van je biologische moeder". Zij was immers
nooit uit de ouderlijke macht ontzet. Begrijpe wie het begrijpe kan!
Mijn pleegouders trokken zich van dit
alles niets aan, voor hen was ik al lang passe.
Ik ging nog wel naar daar en bleef er ook een enkele keer slapen. Want helemaal
niet meer opdagen durfde ik niet.
Tenslotte kon er nog controle komen van de rechtbank, en dan moest ik wel
aanwezig zijn.
Ook was het wettelijk niet toegelaten voor de huurbaas om mij officieel in te schrijven op de kamer die Mon huurde. Omdat ik nog
minderjarig was.
Maar die kamer voelde voor het eerst in mijn leven aan als een echte thuis.
Mon was vaak voor weken op zee en dan was ik daar alleen. Ik voelde me er rustig en geborgen.
Beetje bij beetje verfraaide ik de kamer. Met hier een plantje en daar wat kitscherige
spulletjes. Maar ze leken toen van onschatbare waarde voor mij.
Ik kon er in alle rust naar de muziek luisteren die ik graag hoorde of kon er ongestoord
een boek lezen. Lezen deed ik veel en graag. (Ook al iets dat ik nooit had kunnen
doen bij mijn pleegouders).
En toen kwam de dag waar ik
geweldig tegenop zag. in feite waren het twee dagen.
De eerste dag was die dat ik naar mijn moeder zou toe moeten om haar toelating
te vragen voor het huwelijk. De tweede dag was de kennismaking met mijn toekomstige
schoonouders.
Mijn vroegere ervaring met de moeder van R. had me geleerd dat ik niet de gedroomde
schoondochter was.
En dat mijn vrees niet onterecht was zou snel blijken.



