TERUG IN DE HEL
Ik sta nog steeds een beetje versteld wanneer ik terug denk aan
hoe vaak en gemakkelijk ik me kon aanpassen aan allerlei omstandigheden.
Het zal wel te wijten geweest zijn aan mijn jong zijn.
Want ik heb het daar nu heel wat moeilijker mee.
”Verandering van spijs doet eten” gaat niet op voor mij.
Ik ben honkvast, en hondstrouw.
Misschien ligt de basis daarvoor wel net in mijn jeugd.
Voor de tweede maal was ik in de hel beland. Genaamd, ‘St Margaretha van Cortona’.
Dit enkel omdat diegene die mij op de wereld hadden geschopt onkundig, maar vooral
onwillig waren, om hun verantwoordelijkheid te dragen.
Daar was ik nogmaals de dupe van geworden.
(Net als zoveel anderen die ik in het gesticht ontmoet heb.)
Je kunt ‘St Margaretha van Cortona’ allerlei mooie namen geven, feit blijft dat
het in casus positie een verbeteringsgesticht was. En ook als zodanig bekend
stond bij de modale burger.
In de isoleercel, ontdaan van alle bovenkleding en met enkel een matras op de
blote vloer, een vastgespijkerd tafeltje en dito stoel, had ik alle tijd om na te
denken.
En het enige waar ik kon aan denken was sterven.
Allerlei scenario's van zelfdoding liet ik de revue passeren.
Maar daar waren de nonnen zich maar al te goed van bewust. Want om de zoveel tijd kwamen ze kijken.
Er werd daarbij geen woord tegen je gesproken.
Weer dezelfde intake procedure.
De vernedering bij de dokter en het gesprek met een ongeïnteresseerde psychiater.
Enig verschil met vorig intiem onderzoek bij de dokter, ik was geen maagd meer.
De dokter stelde dit vast en de non schreef het in mijn dossier. Onder dwang moest ik twee rode pilletjes slikken.
Er werd goed opgelet dat ik ze ook degelijk doorslikte.
Als enige uitleg voor die pillen kreeg ik te horen dat ik binnen enkele
ongesteld zou worden. En dat was zo.
Toen die procedure achter de rug was mocht ik naar het verdiep. Naar naar het tweede verdiep dit keer.
Het gerucht liep dat de meisjes op het tweede verdiep van een zwaarder
crimineel gehalte waren dan die van het derde verdiep.
Maar dat was ofwel, een verzinsel verspreid door de fantasie van de meisjes
zelf, of een afschrikmiddel van de nonnen.
Want de waarheid was dat op het tweede verdiep de oudere meisjes zaten, en
vooral diegene die niet op korte termijn terug naar huis zouden keren.
M.a.w. meisjes die tot hun eenentwintigste geplaatst waren.
De regels op het tweede verdiep waren vrijwel hetzelfde dan die van het derde.
Met één enkele uitzondering dat wanneer je vertrouwbaar was, je buitenhuis
"mocht" gaan werken. Zo werd dat geformuleerd.
Goed bekeken van de nonnen, want zo was je hen nog dankbaar op de koop
toe, en fier dat je "mocht" gaan werken voor hen.
Maar zoals gezegd, ik paste mij vrij vlug aan aan het ritme en de discipline van
elke dag.
Er kwam vrij vlug een brief van mijn pleegouders, waarin ze me
lieten weten dat ze op bezoek zouden komen van zo gauw ze de toelating kregen
van de jeugdrechter.
Maar ook de psychiater, de directrice en moeder-overste moesten daarvoor hun
fiat geven.
Wat hun beoordeling 's normen waren heb ik nooit geweten, maar ik gaf hen alvast
geen aanleiding om dit te weigeren.
Weer een periode van drie maanden observatie.
Dan een evaluatie.
Naar de jeugdrechter om het verdere verloop te horen te krijgen.
Je hoopte dan telkens dat je zou vrij komen.
Dat zal waarschijnlijk ook wel de bedoeling zijn geweest van die bezoeken aan
de jeugdrechtbank, want zo hielden de meeste zich heel koest tijdens die
periodes.
Enkel wanneer je terugkwam en te horen had gekregen dat je nog wat langer moest
blijven, was er soms wat verzet.
Dan werd er wat gerevolteerd tegen de discipline, maar daar maakten de nonnen heel
snel en kordaat komaf mee.
Een dag isoleercel of enkele dagen ziekenkamer, en je liep weer in het gareel.
Je kon trouwens toch geen kant op.
En zo gleed mijn jeugd door mijn vingers als water.
Zo was ik wars van alle buitengebeuren, want naar nieuwsberichten mochten we niet kijken.
Enkel door de nieuwkomers kregen we wat informatie van de nieuwe strekkingen en Kregen we een glimp van de nieuwste mode.
Het zou zes maanden duren voor ik opnieuw de straat zou zien.
Ik was toen zeventien jaar en acht maanden.








