HOOP DOET LEVEN (vervolg)
Eens de deur van het ‘home’ achter mij dicht was gevallen,
hetzelfde scenario als voorheen.
Wachten in de hal tot de
administratieve rompslomp afgehandeld was!
Eén ding was wel, ik was hier niet meer vreemd.
De opvoedsters waren nog dezelfde, alleen de stagiairs waren nieuw.
Zij waren nieuwer dan ik in feite.
Bewoonsters die er nog steeds waren van vorige keer kwamen mij gedag zeggen!
Even stiekem met de hand wuiven en Hi zeggen, want het was verboden om met een pas binnen gekomen meisje
te praten.
Bang was ik ook niet, enkel ongerust.
Er was maar één ding waar ik kon aan denken, en dat was R.
Waar zat hij verdorie!
Een week ging voorbij, en nog een week kwam en ging.
Ondertussen had men mij nog maar eens een andere werkgever bezorgd.
Naar de confiserie mocht ik niet meer naartoe.
In plaats daarvan werd ik nu tewerkgesteld op een papierfabriek.
Het fabriekje heette: “Papyrus” en was gelegen in de Lamoniërestraat.
Er werden enveloppen gemaakt in alle, kleuren, maten en modellen
Jonge mensen zijn sterk!
Men kon aan ons uiterlijk niet zien dat we
van binnen kapot gingen van ellende en verdriet.
We praatten en lachten net of er niets aan de hand was.
Maar in feite leefden we als robots.
Opstaan….eten…werken…eten….slapen.
En tussenin dachten we aan thuis maar lieten
het niet merken.
Ik hoorde niets van R.
En dat maakte mij heel verward.
Ik had toch zoveel vragen…..
De directrice van het ‘home’ haalde bij elke vraag haar schouders op.
”Wacht nog even meisje... geduld meisje... je krijgt wel uitsluitsel... meisje”
Maar het duurde allemaal veel te lang voor mij.
Wachten op iemand van wie je houdt, niet weten wat er aan de hand is met je
geliefde, dat maakt dat je kapot gaat van de zenuwen.
Dan ervaar je je omgeving niet bewust en sta je voor niets open.
Een brief van R…. EINDELIJK!
Nu zou alles vlug in orde komen!
Ik zou vlug terug in ons “liefdesnestje” zijn.
Ik moest wachten tot na het avondeten voor ik de brief zou kunnen lezen.
Dan pas zou ik naar mijn chambretje mogen en wat privacy hebben.
Eindelijk was het moment daar!
Met trillende vingers van de zenuwen maakte ik de brief open.
En dit stond er in te lezen:
Mijn lieve blonde,
Via de jeugdrechter kwam ik te weten dat je weer in het home bent en dat vind ik vreselijk voor jou.
Maar misschien is het wel allemaal maar best zo.
Geloof mij wanneer ik dit met pijn in mijn hart aan je schrijf. Maar ik hoop op je begrip. Ik weet dat je daar verstandig en sterk genoeg voor bent.
Ik kan de druk van mijn ouders niet meer aan.
Dat is al langer zo, maar zolang ik je dicht bij mij had, had ik niet de moed om je dat te zeggen.
Zeg maar dat ik laf ben, je hebt gelijk, maar bedenk dat ik enkel heb gewacht tot nu om je dit te zeggen, omdat ik jou geen pijn kan doen en ook niet wil doen.
Ja, ik ben laf, want ik kan je tranen niet zien, maar wel vermoeden, maar weet dat ook ik dit in tranen aan je schrijf.
Het beste is dat je mij zo snel mogelijk vergeet, al zal ik jou nooit kunnen vergeten.
Maar het is het beste zo, voor jou en voor mij, voor iedereen.
Blondje, schrei niet om mij.
Er komt vast snel iemand die jou weer gelukkig zal maken, en ik weet vast dat jij hem gelukkig zal maken.
Dat geluk heb ik bijna twee jaar mogen ondervinden, spijtig dat ons sprookje op deze manier moet eindigen.
Nog maar eens, je zult het nu wel niet zo zien, maar het is het beste voor ons allebei.
R.
Ik heb de brief toen wel tientallen keren gelezen en herlezen.
Het was een afscheidsbrief. Ik kon mijn ogen niet geloven.
Kon niet geloven dat hij dit meende.
Wat met ons appartementje, onze meubels, wat met onze liefde voor elkaar?
Het spatte allemaal uiteen als een zeepbel.
Het leek wel een kwade droom.
Urenlang heb ik op de rand van mijn bed gezeten, starend naar dat velletje papier.
Naar woorden die mijn wereld op zijn kop zette, die mij alle hoop ontnam.
Wat later zou de puzzel van dit alles in elkaar vallen, maar op dat moment begreep ik er totaal niets meer van.
Ik heb de brief hier voor mij liggen.
Heb mij er nooit kunnen toe brengen om hem weg te gooien.
Misschien dat ik het nu wel doe, nu dat ik het van mij af heb geschreven.
Trouwens hij valt bijna uiteen, en de letters zijn bijna vergaan door de vele tranen die er zijn opgevallen in die dagen..
Ik heb R nog slechts éénmaal weer gezien.
Met een vrouw aan zijn arm. Zijn vrouw?
Ik was toen aan de wandel met mijn dochter in haar kinderwagen.
R lachte naar me en stak zijn hand op.
En het gaf mij een steek in m’n hart.
Want het is werkelijk waar.
Je eerste liefde vergeet je nooit.
Benieuwd of dat voor hem ook zo is!











