HET SCHAVOT


De bewuste dag volgend op het fameuze “gesprek” was een
bewogen dag geweest.
Hoezeer ik er ook tegenop zag, en hoe graag ik ook op dat moment naar het einde
van de wereld was gevlucht, ik moest de feiten onder ogen zien.
Ik zou met mijn moeder, en vooral met haar toenmalige souteneur (want dat was hij) wederom een
confrontatie moeten aangaan.
Ik zag er tegenop als een berg, maar R. ging
met mij mee als steun en toeverlaat.
Toch voelde het aan alsof ik op weg was naar het schavot.
Ik wist niet wat mij bij moeder te wachten stond.
En hoezeer ik mij ook trachtte voor te bereiden op allerlei scenario's, wat ik vond had ik nooit kunnen dromen.
Boven aan het appartement aangekomen stak ik met een bang
hart de sleutel in het slot en……mijn sleutel paste niet!
Even dacht ik dat ik de verkeerde sleutel had, maar nee.
Het lag niet aan de sleutel maar aan het slot.
Er was een nieuw slot op de deur gestoken. Ik werd buiten gesloten.
Ik belde aan bij het appartement van F. maar kreeg ook daar geen gehoor.
Vermits ik officieel stond ingeschreven op het bewuste adres
opperde R dat ik een slotenmaker zou bellen.
Zo gezegd, zo gedaan, maar wel met een heel bang hart.
Ik had in mijn jonge leven al zo vaak voor een gesloten deur gestaan.
Had daarbij al zo vaak doelloos langs de straat moeten lopen, dag of nacht.
Iets in mij verzette zich daar nu tegen.
Voor mijn pleegouders was ik "een vreemde luis"
Maar toch niet mijn eigen moeder?
Voor haar kon ik toch geen vreemde zijn?
Het was iets dat ik niet begreep toen, dat ik niet kon vatten, waar ik geen vaste greep op kon krijgen.
Allerlei gebeurtenissen liep ik in gedachten door om een verklaring te vinden
voor dat nieuwe slot.
Allemaal met de vrees dat er iets ergs gebeurd was met mijn moeder.
Geen enkel dat de ware toedracht benaderde.
Toen de slotenmaker arriveerde en mijn adres had geverifieerd
maakte hij het slot open. Stak een nieuw slot en overhandigde mij de
nieuwe sleutels.
Ik liet R uit angst voor wat ik zou vinden, eerst binnen gaan.
Want het scenario van mijn moeder in een plas bloed was voor mij niet
ondenkbaar.
Ik had gezien hoe H mijn moeder had geslagen en hoe snel en berekend hij
daarbij te werk ging.
Hoe opvliegend hij kon zijn van de éne seconde op de andere, zeker na enkele
glazen boose.
Maar R stelde mij gerust en dus stapte ik ook naar binnen.
En ik stapte binnen in een leeg appartement!
Alle meubels waren verdwenen, tot het kleinste prul aan toe.
Enkel de zetel waar ik op sliep stond er nog.
Maar geen dekens.
En de gordijnen en overgordijnen hingen ook nog aan het raam.
Mijn kleding stond ingepakt in een vuilniszak naast de zetel.
Totaal aangeslagen namen R en ik plaats op de zetel. Ons afvragend hoe men op één dag een gans appartement kan leegmaken.
Daar hadden wij tenslotte geen ervaring mee.
Kwam bij dat er drie reuze aquariums hadden gestaan, en die nam je toch zo maar
niet op.
Alle kamers waren leeggehaald, zo ook de kinderkamer van J.
"Die verhuizers moeten wij ook boeken" zei R. wat lacherig om de stilte te doorbreken. En ondanks alles moest ik lachen.
R stelde voor om met hem terug te gaan en te logeren bij
zijn ouders.
Maar dat wilde ik niet en wou ook niet dat hij de ganse nacht bij me bleef.
Al wat ik wou was alleen zijn.
Er werd afgesproken dat hij mij ’s anderdaags zou komen ophalen om mij naar mijn
nieuwe dienst te brengen.
Toen hij vertrok liep ik als een zombie door het
lege appartement.
Hield mijn oren goed open om elk gerucht in de hal te kunnen waarnemen.
Want hoe bang ik ook was geweest voor de confrontatie met mijn moeder en f, nu keek ik er naar uit.
Nog steeds met de hoop dat er voor dit alles een plausibele verklaring zou
komen.
Want in al mijn verwarring geloofde ik nog steeds dat alles goed zou komen.
©Huismusje















