MOEDERLIEFDE?


Het bezoek aan mijn
moeder had een diepe indruk nagelaten.
Toen ik ’s avonds met R. terug naar mijn pleegouders reed zat ik met mijn
hoofd nog steeds in een dikke mist.
(Nee het is geen spraakverwarring van "met m’n hoofd in de wolken zitten" het
was dikke pappige mist.)
Zovele gedachten schoten er door mijn hoofd, zovele vragen die ik nog niet had
gesteld.
En vele vragen die ik wel had gesteld en waar ik geen of een ontwijkend
antwoord op had gekregen.
Kortom, heel veel wijzer was ik door dat bezoek niet geworden.
Akkoord, ik had voor de eerste maal in zeventien jaar mijn
moeder in levende lijve gezien.
Ook werd ik geconfronteerd met het feit dat ik nog een halfbroer en een halfzus
had.
Dat feit alleen al riep bij mij vele vragen op.
Zoals de meest voor de hand liggende vraag: “Waarom zij twee wel, en ik niet”?
Mijn vader was niet de vader van mijn halfbroer, en de vader van mijn halfzus
was niet de vader van ons beide.
Mijn moeder was met geen enkele van de bewuste vaders getrouwd. Wij droegen alle drie moeders naam. Dat was het enige dat we gemeen hadden, onze moeder en haar naam.
Mijn moeder was lief en vriendelijk tegen me geweest, maar
niets liet uitschijnen dat ze voortaan voor mij zou zorgen.
Wanneer ik haar iets wou vertellen over mijn leven bij mijn pleegouders werd
het gesprek vlug een andere richting uitgestuurd.
Veeleer leek het op een leuk treffen tussen twee kennissen die elkaar een
tijdje niet hadden gezien.
Er was zelfs geen afspraak gemaakt voor een volgend bezoek!
R. vond dat ik teveel piekerde.
Hij was helemaal weg van mijn moeder.
Vond haar een vlotte en toffe vrouw.
Tja, ik moet het haar na geven, mannen kon ze rond haar vinger draaien als
geen ander..
Kwam bij dat mijn moeder op dat moment ook nog vrij jong was, al bezag ik dat
als tiener iets anders.
Maar feit was wel dat ze een pak jonger was dan mijn pleegmoeder, en twee
pakken jonger dan R’s. moeder.
Mijn moeder was op dat ogenblik drieëndertig jaar oud.
Bij mijn pleegouders werd ik ook al niet hartelijk
ontvangen.
”Ma” vroeg mij ten honderd uit over van alles en nog wat. En bij elk positief
antwoord dat ik gaf werd de trek om haar mond bitter en haar repliek
schamper.
Maar ik was zo vol van mijn moeder en het feit dat ik haar eindelijk had
ontmoet, dat ik op die signalen geen acht sloeg.
Dat was zeer dom van me, want dat zou me nog zuur opbreken.
Ik zag niet hoe de dollar tekens in haar ogen verschenen toen ik mijn
moeders woonst beschreef.
Hoe het vuur uit haar ogen schoot toen ik haar zei hoe mooi mijn moeder wel
was en hoe mooi ze gekleed ging.
Ik schonk geen aandacht aan het feit dat ze telkens weer opsprong om naar de keuken achter een schoteldoek te gaan
om de tafel mee schoon te vegen hoewel dat niet nodig was. Ik was trots omdat mijn moeder in een
sportwagen reed en in Brussel werkte.
Ik was zo vol van al die feiten dat ik maar door kletste
zonder acht te slaan op al die tekenen.
Nu begrijp ik dat ik haar op dat moment geweldig pijn heb
gedaan.
Dat ik ondanks alles zeer ondankbaar overkwam.
Ik hield geen rekening met haar gevoelens.
Stond niet stil bij het feit dat niettegenstaande alle ellende, zij het was die
mij had grootgebracht en niet mijn eigen moeder.
Dat ze het liefdeloos had gedaan is een feit, maar zelf zag
ze dat uiteraard totaal anders.
Dat ongeacht alles, ik toch van haar hield.
Het was iets dat ze nooit heeft ingezien en nooit heeft bij stil gestaan. Of
nooit heeft willen weten? Of misschien was ze wel onmachtig om liefde te herkennen? De moeder van R. reageerde wel positief.Maar zij had dan weer een ander doel. Zij hoopte dat ik vanaf nu een andere weg zou inslaan waarbij ze haar lieve
zoontje weer voor zich alleen zou hebben.
En ik zou ook een andere weg inslaan.
Niet omdat ik het wou, omdat het buiten mij om gebeurde.
Omdat ik voor de zoveelste maal een speelbal werd van mensen die enkel rekening
hielde met zichzelf.
Omdat ik voor de zoveelste maal tegen een enorme desillusie aanliep. Met nog maar eens desastreuze gevolgen voor mij.



















