SINT MARGARETHA VAN CORTONA (2)


St.Margaretha
van Cortona werd in de volksmond "Cartouche" genoemd, naar Louis
Dominique Cartouche (1693-1721) Hij was een bende leider van meer dan
tweehonderd rovers en moordenaars. (
En ons noemde men "De bende van
Cartouche" naar de titel van het boek dat men later over hem schreef.
Het waren geen fraaie benamingen.
En dan te bedenken dat de meeste
geplaatste meisjes allemaal sores kenden of hadden gekend door een slechte thuis.
Er zaten meisjes die te maken
hadden gehad met de losse pollen of de snelle rits van hun stiefvader of
vriend van hun moeder. Er zaten meisjes die uit wanhoop zichzelf wat
hadden willen aandoen omdat één of beide ouders liever dronken dan
werkten. En er zaten meisjes, zoals ik, die geen ouders hadden, of
waarvan de ouders niet konden of wilden voor hen zorgen.
Natuurlijk zaten er ook meisjes die thuis waren gaan lopen omdat ze niet met hun vriendje mochten omgaan van ma of pa.
En er zaten spijbelaars waarmee de de ouders zich geen raad wisten. Ook meisjes die aan de drugs waren geweest zaten er.
Het kwam er in feite op neer dat we een kleurrijk allegaartje waren.
Maar allen moesten we leven naar het strenge regime dat in het internaat werd toegepast.
En die was niet van de poes.
Het internaat telde drie verdiepen en op het
eerste verdiep logeerden de meisjes voor wie hun ouders betaalden. Die afdeling noemde men "Home Sint
Anna" zoals ik al in vorig logje schreef. Het waren die meisjes die Bojako al eens zag lopen op straat.
De anderen kwamen nooit buiten de poort. Tenzij ze op weekend mochten, hetgeen om de zes weken toegelaten was na een opsluiting van drie maanden, of diegenen die buiten het internaat gingen werken.
Het tweede verdiep was voor de al iets oudere meisjes en met zwaardere delicten op hun conto. Dieven of moordenaars waren het evenwel niet! Het waren meestal meisjes die weken of maanden op straat hadden gezworven. Sommigen hadden samengehokt met één of meerdere personen, sommige hadden drugs genomen en waren opgepakt in een kraakpand.
En dan had je het derde verdiep, daar zaten de jongere meisjes van veertien tot achttien jaar.
(In
die tijd was men pas meerderjarig op ons eenentwintigste, en de
jeugdrechter kon beslissen om je zolang binnen te houden, hetgeen ook
vrij vaak gebeurde.
Op die derde verdieping kwam ik terecht.
De procedure voor alle nieuwkomers was dat je drie dagen in een cel in volledige afzondering werd gezet.
Je mocht pas bij de andere meisjes als je bij de psychiater was geweest en een gynaecologisch onderzoek had ondergaan.
Ik
zat er dus vijf dagen in die cel vermits ik op een zaterdag was aangekomen, en er
pas op maandag kon begonnen worden met mijn observatie. Pech dus!
Elk uur van de dag kroop vooruit. Temeer daar ik van die procedure niet op de hoogte was en dus niet wist of ik er ooit nog zou uitkomen.
Naar
buiten kijken ging niet want het piepkleine raampje met tralies zat
zowat tegen het plafond. Stoel en tafel zaten verankerd, en een bed
stond er niet, enkel een matras tegen de grond.
Ik zag enkel de non
die mij driemaal daags eten bracht. Maar die zei nooit één woord. Zij bezag je trouwens ook niet, haar ogen keken steeds aan
je voorbij of naar de grond.
In plaats van een normaal bestek
kregen ik enkel een houten lepel, kwestie van dat ik mijn polsen
niet zou oversnijden met een metalen of plastiek bestek. Mijn warme
maaltijd was steeds fijn geprakt, vlees aardappelen en groenten door
mekaar.
Terwijl ik at bleef de non steeds met haar rug naar mij voor de open celdeur staan.
Vaak
heb ik haar in gedachten vermoord. En elk uur dacht ik ook aan
zelfmoord. Maar ik vermoed dat de nonnen dit wisten en daarom hun
voorzorgen namen.
Het wassen gebeurde met lauw water in een grootmoeders teil. Ook daar bleef de non op staan kijken.
Zelfs
mijn emmer mocht ik niet zelf uitdragen. Deze klus werd geklaard door een
meisje dat gestraft was voor haar ongehoorzaamheid.
De vernedering was compleet!
Op donderdag mocht ik dan eindelijk naar de psychiater.
Het was een stokoude man. Zo een man waar de jeugd sowieso al een afkeer van heeft.
Een vette speknek, varkensogen, en een blik om van te gruwelen.
Ik
kreeg tekeningen te zien, en ik moest zeggen wat ik daar in zag. Ik zag
een vlinder in het eerste, twee negers in het tweede, en bij de derde
zei ik dat ik het al een even lelijke vlek vond als de twee vorigen..
Hij stak zijn kaartjes woedend weg, en zei dat ik mocht gaan omdat ik weigerde om mee te werken.
Goed gezien van die vent! Onderzoek afgelopen!
De
volgende dag naar een sociaal assistente. Vragen beantwoorden over de
toestand bij mijn pleegouders. Niet hoe het mij daar was vergaan, maar
hengelen naar hun financiële toestand.
De derde dag moest ik naar de dokter.
Volgens mij was hij een tweelingbroer van de psychiater, want hij zag er al net zo vettig uit, alleen droeg hij een brilletje op z'n neus.
Ik
moest mij volledig uitkleden en in het midden van de kamer gaan staan. De dokter
leunde met zijn rug tegen zijn bureau met zijn armen over mekaar.
En,
zei hij "vertel me eens hoeveel keer jij seksuele betrekkingen hebt
gehad? Nu was ik nog maagd op mijn vijftiende,
maar toen ik dat zei lachte hij dit weg. "Dat zeggen ze allemaal" zei
hij en knipoogde naar de non die hem assisteerde bij het onderzoek.
Leg je maar op de tafel" zei hij, en wees naar iets dat wij vrouwen nog vaak in ons leven zouden beklimmen.
Het
was echter niet de luxe uitvoering van nu, het was een witte metalen
tafel. Niks lederen bekleding, niks papier. De tafel werd door de non
na elke "patient" met een sopje schoongemaakt.
Eerst met zijn hand
naar binnen tot aan zijn elleboog meende ik. En toen nam hij een
marteltuig en prikte er mee in mijn baarmoeder om vocht af te nemen. Ik
heb twee dagen pijnlijk moeten plassen.
"Je bent inderdaad nog maagd" kreeg ik te horen, maar het bloed op de tafel bewees dat dit verleden tijd was.
Dat onderzoek was ook een vaste procedure. Want telkens je op weekend was geweest moest je het ondergaan.
Meisjes
die gevreeën hadden kregen dan steevast twee rode pilletjes te slikken waarna ze,
ook steevast, vijf dagen later ongesteld werden..
Maar na dit vernederend avontuur mocht ik mijn eigen kleren aandoen en mocht ik bij de andere meisjes op het verdiep.
We waren ongeveer met twintig.
Het reglement zou mij later op de dag worden uitgelegd, maar ik zat er niet mee.
Ik was al lang blij dat ik niet terug naar de cel hoefde.
Dat was hun tactiek! Ze maakten je blij met een dooie mus en je was er hen nog dankbaar voor ook.
Omdat je wist dat het erger kon!





















