TERUG NAAR AF!


Ik was nu zo'n zes maanden in het home.
Het werk in de boekbinderij was leuk en mijn collega's waren fijne mensen.
Nooit heb ik ook maar iemand een rotte opmerking horen maken over ons.
In
het home zelf begon ik mij goed thuis te voelen. Op die korte tijd was
ik al een heel pak socialer geworden. Het praten, met en over, ging me al
een pak beter af.
De reden was dat ik merkte dat ik niet alleen
stond met mijn ellende. Dat er nog andere meisjes waren die ook een slechte thuis hadden.
Met de opvoedsters ging het nog
wat stroef en was ik terug houdend. Ik vertrouwde ze nog
steeds niet helemaal.
Op weekend ging ik nooit. Maar door de uitstapjes die we maakten begon ook dat gemis te minderen.
Tot ik op een vrijdagavond van het werk kwam en bij de directrice werd geroepen.
Zij liet mij een brief van mijn toeziende voogd lezen.
Hij
was van oordeel dat ik toch terug naar school moest.
In eerste instantie was ik blij om zulks te lezen, want naar school gaan en leren was nog altijd iets dat ik graag wou doen.
Juffrouw B. liet mij weten dat er op maandagmorgen een sociaal assistente zou komen en dus niet naar het werk moest.
Mijn gevoel bij dit alles was een beetje dubbel.
Langs
de éne kant voelde ik mij een beetje euforisch omdat ik weer naar
school mocht gaan. Langs de andere kant zou ik mijn werk en werk makkers
missen.
Ik hield niet zo van verandering. Dan voelde ik mij steeds voor
lange tijd heel onzeker en verloren. Iets dat ik nu op latere leeftijd nog steeds
zo ervaar.
Maar zoals steeds sloeg ik aan het fantaseren.
Ik zag mij al lopen met een splinternieuwe boekentas en dito schoolgerief.
Natuurlijk had ik lieve leerkrachten die mij ook graag hadden!
En de leerlingen zouden binnen de kortste keren allemaal mijn vriendinnen worden.
Tenslotte
had ik doordat ik werkte wat nieuwe kleren mogen kopen en mede
door de goede smaak van de jonge opvoedsters waren ze nog bij de tijd ook.
Dus zou ik alvast geen buitenbeentje meer zijn wat dat betreft. Terwijl de andere werkten zou ik vakantie hebben en dan zou ik met een boek in de hand wat privacy kunnen opzoeken.
Ja, ik was al een heel eind weg in mijn fantasie.
Op maandagmorgen brak dan het uur van de waarheid aan!
Zij kwamen met z'n tweeën.
De rechterhand van mijn voogd en naar ik vermoed, haar hulpje.
Mede door de aanwezigheid en de zachte aandrang van juf B. probeerde ik zo goed en zo kwaad mogelijk uit te leggen wat ik graag zou worden later.
Ik wou later een kantoorbaan, secretaresse of zo, liet ik weten.
Maar werken met verlaten of verwaarloosde kinderen leek me ondertussen ook wel wat. Hulp kunnen bieden waar nodig. En vooral het juist inschatten van de situatie.
Een schamper lachje was mijn antwoord.
Keer op keer vroeg ze mij of ik het wel zeker wist dat ik weer naar school wou? Haar vragen werden steeds indringender geformuleerd.
Ik begon het daardoor wat benauwd te krijgen. Waarom klinken haar vragen als een waarschuwing, vroeg ik mij af? Net alsof ik zou worden gestraft.
Maar ik luisterde niet naar mijn gevoel.
Ze zuchtte en stond op. Knikte met haar hoofd naar het hulpje (dat mij zat aan te staren als was ik een rariteit)dat het tijd was om op te stappen en stak het dossier weg.
Goed, zei ze, dat zullen we dan zien te regelen voor je, en ik mocht gaan.
Terug bij de meisjes kreeg ik natuurlijk honderden vragen over mij heen.
Ik antwoordde ze één voor één met groot enthousiasme.
En toch was er in mijn achterhoofd iets dat me zei.......maar wat?
Was het mijn wantrouwen of was het mijn ongeloof in geluk?
Was ik in de loop der jaren te pessimistisch geworden, een zwartkijker, een doemdenker?
Ik zette het nare gevoel van mij af en genoot van de aandacht van de meisjes.
Had ik maar geluisterd naar mijn gevoel.





















