MIJN LAATSTE SCHOOLJAREN (3)

Het was weer vakantie.Het schooljaar in de katholieke school had mij weinig kunnen bijbrengen. Op het einde van het schooljaar was er steeds een mode defilé. Maar daar ben ik enkel heengegaan om mijn vriendin op de catwalk te zien lopen met haar creatie. Zelf had ik niets te tonen.
Het was een verloren jaar!
De vakantie was ook al niet veel soeps.
Op Het Pleintje zwaaide een nieuwe onderpastoor de plak. Ik moest hem niet.
Kwam bij dat ik dertien was. En dan val je er net tussenin. Dan ben je vis noch vlees.
Jongens hadden mij niets te bieden en ik hen niet. Het wantrouwen in mij had allang de bovenhand gehaald bij ieder die mijn pad kruiste.
Ik bracht veel tijd door met op m 'n ééntje langs de straten te slenteren.
Vooral 's avonds wanneer mijn vriendjes naar binnen moesten van hun ouders om te eten.
Ik moest nooit thuis zijn om te eten!
Op een dag werd er een nieuw bed geleverd!
Mijn zetel die al meermaals stuk was gegaan doordat hij in feite niet geschikt was om op te slapen, verdween naar de vuilnisbelt.
Het nieuwe bed werd in de voorkamer gezet.
Het werd onder de ramen gezet. Dat van mijn pleegbroer tegen de muur dichtbij de kachel.
Aan de twee schuiframen zaten rolluiken. Doch de ramen waren gammel en sloten niet goed af, en de rolluiken gingen nooit helemaal tot beneden.
Ik was wel blij met het bed. Want nu zou ik tenminste uitgestrekt kunnen slapen. Iets wat mij in de kleine zetel al jaren niet meer lukte.
Dat ik in de winter alle koude tocht die door de kieren van de ramen naar binnen kwam op mij zou krijgen, nam ik er voor lief bij.
Maar ik kreeg al vlug weer een domper te verwerken.
Het zoontje van mijn pleeg-zus, die twee jaar ouder was dan mijn pleegbroer, kwam logeren.
En telkens hij kwam logeren moest ik mijn bed afgeven.
Er werd dan een oude tapijt dubbel gelegd op de grond, daarover een laken en een deken, en dat was dan mijn slaapplaats. Net een hond!
Nu zou ik dat nog niet zo erg hebben gevonden, ware het niet dat ik altijd tegelijkertijd met hen naar bed moest.
Het lezen in bed was er dan niet meer bij want het licht moest uit. Ik lag dan urenlang klaarwakker, want ik was het ondertussen noodgedwongen gewoon geworden om 's nachts te leven.
Het getreiter van die twee was ook niet van de poes.
Zij wisten verdraait goed dat ik uiteindelijk toch de klos zou zijn.
Op een avond laat vonden beide niet beter dan te urineren op mij.
Het was door dat voorval dat ik een echte woede aanval kreeg.
Waarschijnlijk zat er al veel langere tijd een woede diep in mij maar werd die woede verdrongen door mijn verdriet.
Ook was ik een meester in het mij onverschillig tonen omdat ik wist dat het mijn pleegmoeder razend maakte. En haar razend maken was mijn liefhebberij geworden.
Maar die bewuste avond kon ik die woede niet bedwingen.
Ik haalde uit naar allebei met alle kracht die ik in me had.
Ik krabte en beet, sloeg en schopte, en noch "pa" noch"ma" konden mij in bedwang houden.
Er knapte iets in mij. Iets dat ik niet in de hand had.
Mijn pleegouders evenals mijn pleegbroer en zijn neef sloegen mij waar ze ne raken konden.
Ik voelde mijn tanden door mijn lip gaan en proefde het bloed in mijn mond.
Hun slagen veroorzaakte snerpende pijnen op mijn lichaam maar het deerde me niet. Ik denk dat ik op dat moment in staat was om te doden.
Natuurlijk moest ik de strijd opgeven want ik was niet sterker dan hun vier. Maar helemaal ongeschonden kwamen zij ook niet uit de strijd.
Uiteindelijk sloeg mijn pleegmoeder op mijn hoofd met de pook van de kachel en viel ik bewusteloos neer.
Toen ik weer bij bewustzijn kwam stond er politie naast mij.
De bovenbuurvrouw had die gebeld toen ze mijn geschreeuw hoorde.
Wederom moest ik naar het ziekenhuis. En wederom was er niemand die mij vroeg wat er gebeurd was.
En ik mocht na verzorging weer naar huis.
Daar aangekomen zag ik de ravage die ik in mijn razernij had aangericht en de schrik sloeg mij om het hart.
Dit zou pleeg-ma zomaar niet laten voorbij gaan.
Maar zij had mij nodig en dat was mijn redding.
Ik moest immers de boodschappen doen wanneer het geld op was, want daarvoor was zijzelf te laf.
En het geld was meestal op nog voor "pa" het had verdiend.
Ik wist dat, en zij wist dat ik het wist.
Maar het ging bergaf met mij.
Ik zocht niet meer het gezelschap van mijn vriendinnetjes op.
Ik sprak niet veel meer. Ee lethargie begon zich meer en meer meester van me te maken.
Sommige kinderen vroegen mij of ik wel kon lachen?
Maar ze leerden het al vlug af om mij te vervelen met hun vragen.
Mijn blik zei hun dat ze mij beter met rust konden laten.
Ik was alleen, maar ik was graag alleen.
Ik zonderde mij meer en meer af.
Volgens de wet moest ik nog één jaar naar school.
Maar de wet liet het hoe en waar helemaal aan mij over omdat op te lossen.
En zo ging ik naar mijn laatste schooljaar!



















