GESCHONDEN VERTROUWEN.


Op mi' n twaalfde wist ik dat ik op mijn leeftijdsgenoten niet moest rekenen!
Niet voor medeleven of troost in elk geval.
Het leek er eender op dat hoe meer ellende ik thuis meemaakte, hoe meer zij zich verheugden in mijn miserie.
Mijn levensomstandigheden hadden voor hen dan ook meer weg van een SF verhaal vermoed ik omdat zij de realiteit niet konden plaatsen in hun eigen onbekommerde en beschermde leventje.
Als afschrikmiddel kwam ik hen wel al eens van pas.
Als ze geplaagd werden door de jongens bijvoorbeeld, dan werd ik erbij gehaald.
Ik kende dan ook een indrukwekkende waslijst aan scheldwoorden. Maar vooral kon ik de razernij van mijn pleegmoeder perfect imiteren. En daar werden plaaggeesten dan heel erg stil van en dropen ze af.
Maar voor de rest liet men mij links liggen!
Ik zocht dan ook het liefst het gezelschap op van volwassenen.
Na het débâcle van de atlas affaire mocht ik van nichtje S. voortaan mijn huiswerk bij haar thuis maken.
Oom D. (haar vader en broer van mijn pleegvader) had daar geen bezwaar tegen.
Niettegenstaande hij een zware alcoholist was, verwende hij zijn kinderen mateloos.
Als weduwnaar was hij vader, moeder en kostwinner tegelijk.
Hij werkte in een drie ploegenstelsel zodat we vaak het rijk voor ons alleen hadden.
Als hij een late- of nacht-dienst had konden we lekker laat opblijven.
Enkel als hij de vroege shift had was hij 's avonds thuis.
Dan kookte hij lekker en mocht ik blijven eten.
Ik zat ook vaak bij onze de buren, maar bij oom D was ik het liefst.
Als hij dronken was kon hij echt de clown uithangen. Dan dolde hij met ons of we deden gezelschapsspelletjes.
Ik begon hem allengs meer en meer als een vader te beschouwen dan een oom.
Tot op een dag!
Nichtje S. had door haar ziekte veel verzorging nodig.
Er moesten katheters gestoken en kompressen ververst worden. Maar vooral moest zij verschillende keren per dag gebaad worden doordat zij geen controle had over haar blaas.
Ze had in de plaats een stoma op haar buik. Haar urine liep daarbij in een plastieken zakje. Vermits zij haar urine niet voelde lopen en wij als kinderen door het spelen de tijd niet altijd in het oog hielden, kwam het regelmatig voor dat dit zakje overliep.
Het gevolg was natte kledij en natte windels en kompressen.
Oom D gaf haar dan een bad.
Een bad was voor mij pure luxe. Wij hadden enkel het aanrecht in de keuken of een zinken bad om ons te wassen.
Van badschuim had ik nog nooit gehoord, laat staan gezien. Zelfs tandpasta kende ik niet!
Er was ten huize D geen enkele gêne qua naaktheid. Iets wat bij mijn pleegouders een groot taboe was.
Omdat ik steeds verlangend naar dat lekker geurende badwater stond te gapen, zei oom D. dat ik ook wel in bad mocht als ik wou.
Nichtje S. die tevens huidkanker had aan haar linkervoet en daarom niet veel of lang mocht en kon lopen, ging na haar bad steeds op haar bed liggen rusten.
Dan ging oom D bij haar zitten om te vertellen of naar haar verhalen te luisteren.
Ondertussen ging ik dan al eens een keertje in bad.
Zo ook die dag!
Plots ging de deur van de badkamer open, want een slot was er niet op de deur, en oom D kwam binnen.
Ik was een beetje verlegen.
Niet zozeer voor mijn naaktheid dan wel voor mijn vieze en ouderwetse ondergoed. Want lingerie had ik niet van mezelf, Ik droeg dat van mijn pleegmoeder.
En die liet het niet toe dat ik elke dag schoon ondergoed uit de kast nam.
Oom D ging op zijn knieën naast het bad zitten, nam het washandje en begon mij te wassen.
Tot hiertoe vond ik het nog best omdat hij dit ook bij zijn dochter deed.
Maar dan gingen zijn handen tussen mijn benen en stak zijn vinger in mijn vagina! Tegelijk trok hij de stop uit het bad.
Ik sprong op als een verschrikt wild dier want hij deed mij pijn! Echter door de schuim in het bad gleed ik uit.
Toen zaten zijn handen overal!
Hij suste mij en zei dat ik niet bang hoefde te zijn.
Maar ik was niet zo naïef om te denken dat dit een gewone wasbeurt was.
Hij vroeg of hij verder mocht gaan?
Zei dat ik hem daar een groot plezier mee zou doen. Verzekerde mij dat ik het ook leuk zou vinden. Hij opende zijn broek.
Ik wist niet wat zeggen! Ik hield van die man als van een vader. Ik had hem nodig als compensatie voor de harde en kille behandeling van mijn pleegouders.
Ik voerde een helse tweestrijd, want ergens wou ik hem ter wille zijn. Maar het voelde toch verkeerd en ik was bang.
Toen hij mij een tongkus gaf, mijn allereerste, knapte er iets in mij.
Zijn adem stonk naar drank en sigaretten. Maar ik vond vooral het tongkussen op zich heel vies en ik vroeg hem om te stoppen.
Op dat eigenste moment wist ik dat door die weigering ik iets ging verliezen dat nooit meer zou terugkomen.
Hij liet mij los, keerde zich van mij af en fatsoeneerde zijn kleren.
Hij vroeg mij nog om nooit iets te zeggen over het gebeurde.
Dat beloofde ik hem.
(Behalve aan mijn pleegvader heb ik het ook nooit aan iemand vertelt zolang oom D leefde.)
Het is nooit meer hetzelfde geworden tussen oom D en mij!
Hij praatte nooit meer over het voorval en ik zweeg ook als vermoord.
Ik had zo graag de ontstane afstand tussen hem en mij teniet gedaan. Maar ik wist dat dit niet kon zonder dat hij dingen van me zou verlangen die ik absoluut niet wilde doen.
Al heb ik nog lang en vaak getwijfeld.
Al was het maar om aandacht te krijgen, hoe verkeerd die aandacht dan ook zou zijn.
Al was het maar om gewenst te zijn en om iets voor iemand te kunnen betekenen!
Want nu voelde ik mij weer eens verstoten.
Wederom was ik een illusie armer!
Eens te meer verdween weer dat fijne gevoel van veilig zijn uit mijn leven.
Mensen rondom mij vonden mij een vroegrijp kind, zowel van geest als van lichaam.
Vroegrijp? Ik voelde mij simpelweg stokoud!


















