LAGERE SCHOOL (2)

Het was de eerste keer in 3 jaar tijd dat ik genoten had van een vakantie zonder uit werken te moeten gaan.Ook had ik de zwakke plek van mijn pleegmoeder ontdekt en tevens mijn durf om dat uit te buiten.
Maar na de euforie zou de realiteit weer keihard toeslaan!
Het begon al meteen op de eerste schooldag. De zesde klas van het lager onderwijs.
We hadden een waslijst aan school benodigdheden meegekregen en ik legde die 's avonds op tafel.
"Ma" keek er niet eens naar. Toen ik geld vroeg om het nodige te gaan kopen, tikte ze met haar wijsvinger tegen haar voorhoofd.
"Als jij gaat spelen in plaats van te werken is er geen geld voor jou" Ze zei er nog bij dat ze hoopte dat ik van de vakantie had genoten, want het zou mijn laatste zijn.
Haar haat jegens mij nam alsmaar grotere proporties aan en de mijne tegen haar eveneens.
Elke dag kreeg ik voortaan te horen bij elke vraag die ik stelde "vraag het aan meneer pastoor" of "zoek je moeder en ga daar bedelen."
Al maakte mij zo klein mogelijk in de klas, het was onbegonnen werk want
iedereen wist dat nooit het nodige schoolgerief bij me had. Ook qua hygiëne ging het bergafwaaarts.
Mijn pleegmoeder weigerde om mijn kleding nog te wassen. Ik moest het voortaan zelf doen. Maar haar getreiter ging soms zo ver dat ze mij niet toeliet om waspoeder te gebruiken.
Sokken pikte ik stiekem uit de lade van mijn pleegvader want blootvoets was in die tijd geen mode. Maar zo viel ik nog meer op! Meisjes droegen immers witte sokjes en geen dikke wollen grijze mannensokken.
Soms droeg ik twee paar sokken over mekaar omdat van het éne paar in de linker sok een gat zat en in het andere paar in de rechter sok.
Aan mijn voeten droeg ik plastieken laarzen die pleeg-ma gebruikte om de straat te schuren.
Daar ze mij te groot waren vouwde ik de bovenrand naar buiten. Met als gevolg dat ik pijnlijke striemen op mijn benen had, want op die manier schuurde ze mijn huid kapot. De striemen waren zo diep dat het maanden heeft geduurd voor de littekens verdwenen waren.
De juf van het zesde leerjaar hadden we ook in de vijfde klas gehad. Dus die wist dat ze van mij niets moest verwachten en dat deed ze dan ook niet. Zij negeerde mij zoveel mogelijk. Behalve als er een voorbeeld moest gesteld worden van hoe iets niet moest want dan wees haar vinger naar mij.
Tot grote hilariteit van de klas.
Schoolboeken en sommige schriften hadden we sowieso van de school maar kladschriften en notaboeken moesten de ouders kopen.
Ook de benodigdheden voor tekenen en schilderen, handwerk (haak en breinaalden en wol)muziek (blokfluit), enfin al wat je zo al nodig had om de leerstof onder de knie te krijgen moest worden gekocht door de ouders.
Ik had niets! En ik besefte goed genoeg dat de andere leerlingen mij niet steeds dingen gingen lenen. Trouwens ik moest dan steeds wachten tot zij klaar waren natuurlijk en zo geraakte ik hopeloos achterop.
Zo goed en zo kwaad als ik kon probeerde ik mijn plan te trekken.
Ik had een heel gamma aan smoezen klaar wanneer ik weer eens niet in orde was met iets.
Het geld voor de thee in de lunchpauze had ik zelden of nooit bij me.
Telkens ik wel kon betalen had ik het bijeen gestolen van kleingeld dat "ma" op de kast liet liggen en vergat weg te steken
Ik loog bij elke vraag die volwassenen mij stelden. Dan nog liever doodvallen dan te zeggen hoe het er "thuis" aan toeging.
Omdat ik rotsvast geloofde dat het mijn eigen schuld was.
Alles deed ik stiekem!
Ik wachtte tot iedereen sliep om boterhammen klaar te maken voor op school. Ik deed het in het donker en muisstil.
Dat kon ik doen omdat ik in de woonkamer, vlak naast de keuken, op een zetel sliep.
Ik stak de boterhammen, verpakt in een oude broodzak, dan weg in mijn boekentas met als resultaat enorme vetvlekken op mijn boeken en schriften.
Gelukkig was er nichtje S die haar thee met me deelde.
Je mocht telkens twee koppen thee halen, maar nichtje S. mocht wegens haar stoma niet veel drinken en dus gaf ze haar tweede kop aan mij.
Ook haar boterhammen deelde ze soms.
Doch als de juf van de middagpauze het zag vloog ik de refter uit.
Dat jaar werd ik op heel korte tijd ook heel erg bitter.
Het rare is dat ik mijn pleegbroer erger haatte dan mijn pleegouders. Ik zag hem als de oorzaak van mijn ellende.
Hij mocht en kreeg alles wat hij vroeg.
En natuurlijk buitte hij dat zoveel mogelijk uit. Daarvoor was hij kind.
Ja, het zesde leerjaar was een ware hel!
Mijn leven was een hel en ik had het enkel te danken aan de mensen die bij ons over de vloer kwamen dat ik nog een dak boven mijn hoofd had.
Maar dat was dan ook het enige dat ik had!!!















