LAGER SCHOOL (1)

Al vanaf het laatste jaar kleuterschool werd ik alleen op pad gestuurd. Soms met lunch, soms gewoon zonder. Maar of ik nu eten bij had of niet, ik moest 's middags overblijven.Dat maakte dat ik soms een ganse dag zonder eten was, want pleeg-pa maakte zijn boterhammen zelf en was reeds vertrokken wanneer ik opstond.
Pleeg-ma had geen tijd voor mij want al haar aandacht ging naar mijn pleegbroer.Hij was haar obsessie en zou dat blijven tot aan haar dood!
Niettegenstaande de honger was ik een redelijk goede leerling, dwz, ik was verstandig en kon de leerstof goed aan. Maar....
....Toen de inktpot en pen werd afgeschaft en wij met een vulpen moesten schrijven, behaalde ik al achterstand. Want ik kreeg geen vulpen, maar een gewone goedkope 'Bic.'
Vermits het niet toegelaten was om daar mee te schrijven, werden er punten afgetrokken op mijn rapport.
Sportkledij en zwemgerief kreeg ik ook niet, dus weer zero punten op het rapport.
Het ergste voor mij was dat ik er bovenop nog voor gestraft werd door de juf. Moest dan de hoek in of bij het turnen op de speelplaats onder de bel gaan staan.
Maar de zwemles was pas echt een vernedering voor mij!
Dan moest ik als 10 jarige als straf in het eerste leerjaar gaan zitten.
Waarbij die zes-jarigen mij natuurlijk flink uitlachten!
Voor al het schoolgerief dat moest worden aangekocht en ik van "thuis" niet kreeg, had ik steeds een uitvlucht. Maar die was zo kinderlijk naïef en doorzichtig dat de juf het natuurlijk niet geloofde.
Zeggen dat ik het niet kreeg van "thuis" werd trouwens ook niet geloofd!
Op mijn rapporten stond jaar na jaar steeds dezelfde opmerking: "Zij kan goed mee maar is nooit in orde!" Ik had menige mooie rode O staan!
Vriendinnetjes had ik niet veel want die moesten dan steeds hun gerief delen met mij.
Zoals hun kleurpotloden of verf, hun vulpen wanneer ze die dubbel hadden en zelfs hun handwerkgerief. Iets wat ze enkel deden onder dwang van de juf.
Vermits kinderen wreed zijn tegenover andere kinderen werd ik daarvoor uitgescholden voor "schele" of "arme hond".
Zo werd ik een eenzaat. Mij verdedigen deed ik niet. Durfde ik ook niet!
Ik was bang om klappen te krijgen en die kreeg ik thuis al genoeg. Kwam bij dat ik wel degelijk goed besefte dat ik niet was zoals andere kinderen, ik merkte het verschil elke dagen.
Liever vluchtte ik naar mijn fantasiewereld. In die wereld had ik alles wat ik nodig had.... en véél meer.
Terwijl de anderen met het springtouw en de ballen speelden of de toenmalige gebruikelijke groepspelletjes deden, keek ik steeds van op afstand toe.
Wanneer ik dan weer eens uit de klas werd gezet profiteerde ik van de gelegenheid om met het achtergebleven springtouw of ballen te spelen. Zo leerde ik toch touwtje springen en ballen tegen de muur of in de lucht gooien.
Ik fantaseerde mij er ook een hele resem vriendjes bij. In mijn hoofd was ik nooit alleen en had ik niks tekort!
Zwemmen heb ik mezelf helaas nooit kunnen leren.













