PIJN!
Dat wil zeggen, ik wist niet hoe mij te gedragen.
In zijn nabijheid voelde ik mij bang en opgewonden tegelijk en wist me met die gevoelens geen raad.
Omdat ik beloofd had om niets te zeggen, en omdat ik wist dat men mij "thuis" toch niet zou geloven...
...Tevens omdat ik vreesde dat ik zoals altijd de schuld van het gebeurde zou krijgen had ik geen andere uitlaatklep dan verbaal tegen alles en iedereen in het verweer te gaan.
Nichtje S. wist ook geen raad met mijn gedrag!
Ik die anders altijd voor haar op kwam liet haar nu aan haar lot over. Ook kwam ik vrijwel niet meer bij haar thuis over de vloer.
Dat maakte dat ik weer elke avond na school naar "huis" ging.
Maar ik weigerde om naar de winkel te gaan wanneer pleeg-ma me dit vroeg.
Ik weigerde elke klus die ze mij opdroeg en dat ontaarde in een machtsstrijd.
Het enige verschil met de jaren daarvoor was dat ik geen angst meer had van "ma" en dat verwarde haar.
Ik daagde haar integendeel meer en meer uit.
Ik wou klappen krijgen, ik wou pijn voelen.
Op die manier werd ik tenminste niet meer genegeerd. Ook deed ik wat ze mij al zoveel jaren verweet, ik haalde het bloed vanonder haar nagels zoveel ik kon.
Nu weet ik waarom. Maar toen begreep ik mijzelf niet.
Bittere tranen huilde ik meermaals per dag, maar ik lette er wel op dat niemand het zag.
Alles deed ik stiekem. Ook die dingen die ik niet stiekem moest doen.
Ik begon "s nachts te leven en wachtte tot iedereen sliep om mijn was te doen.
Meermaals maakte ik daarbij moedwillig kabaal zodat pleeg-ma wakker werd en waarbij ik minstens een scheldpartij over mij heen kreeg.
Maar dat was nu net mijn opzet. En dus lachte ik haar uit tot ik uiteindelijk klappen kreeg.
Ik was nog niet sterk genoeg om tegen haar op te kunnen en dus moest ik steeds bakzeil halen. Maar ik voelde het toch aan als een overwinning.
Door mijn pleegbroer te plagen kon ik "ma" zeker over de rooie laten gaan. Dat was dan ook een nieuwe uitdaging voor mij.
Op een dag was hij een koek aan het eten. Hij lustte graag "Centwafels" en ik ook.
Maar hij kreeg steeds het ganse pakje en heel soms kreeg ik dan van hem een koekje.
Ik begon het te vertikken om telkens weer te smeken om een koek aan een kind dat zeven jaar jonger was dan ik.
Dus nam ik het stiekem als hij niet keek.
Op een keer had hij het gezien! Hij brulde als vermoord omdat hij wist dat zijn moeder als een hazewind zou komen aangelopen.
Omdat hij wist dat ik zonder vragen toch in het ongelijk zou worden gesteld.
Maar dat wist ik onderhand ook! Alleen kon het mij niet meer deren.
Ik ging de confrontatie niet meer uit de weg. Integendeel!
Het resultaat was dan ook merkbaar op mijn ganse lijf want pleeg-ma sloeg al lang niet meer met de blote hand.
Maar ik begon van pijn te houden!
Het was mijn manier om aandacht te krijgen!
Lichamelijke pijn werd een deel van mijn leven. Het was een pijn die ik uiteindelijk goed aankon. Een gevoel dat ik kon plaatsen.
Pijn was een zekerheid in mijn bestaan. Het was tenslotte de enige zekerheid die ik had.
Enkel wanneer oom D. op bezoek was voelde ik een andere pijn.
Ook schrik voelde ik, schrik dat hij het voorval zou vertellen.
Dat hij dat zeker niet zou doen besefte ik toen niet.
Maar het besef dat de pijn die ik voelde voortkwam uit het feit dat ik hem kwijt was, had ik wel.
Ik miste hem ondanks alles. Ik miste mijn veilige haven. Ik miste de aandacht die hij me gaf.
En die pijn kon ik enkel vervangen door lichamelijke pijn.
En dat was iets waarmee mijn pleegmoeder me gul bedeelde.



















