ZEEPBELLEN.


Waarom dromen, als dromen nooit uitkomen?
Dagdromen zijn een leuke bezigheid. Het helpt je vaak door
nare situaties heen. Het helpt je vaak om je leven wat meer kleur te geven.
Maar wat als je die dromen nooit waar kan maken? Wat, als je
keer op keer weer in de harde realiteit wordt gesmeten? Wat als de nachtmerrie
blijft bestaan?
Zo was het bij mij!
Ik was zo fier als een gieter toen ik met mijn eerste
loonzakje naar huis trok. Thuis gekomen haalde ik het uit mijn tas en legde het op tafel.
Ik voelde me heel wat!
Ik ging er eens goed voor zitten want nu zou er toch het een en ander moeten besproken worden.
Zo vond ik het niet meer dan normaal dat ik eindelijk
zakgeld zou krijgen. Niet zomaar wat enkele centen maar een redelijk bedrag
dat mijn zelfstandigheid zou doen toenemen.
Ook had ik de wens om eindelijk mijn eigen garderobe te
bezitten. Te beginnen met de lingerie.
Dat alleen al zou mijn zelfvertrouwen een heel eind
opkrikken. Dan hoefde ik niet meer door de grond te zakken van schaamte telkens
ik mij moest omkleden in het bijzijn van mijn colega's.
Het was immers de gewoonte dat we op het werk onze
bovenkleding in de kast hingen en onze schort direct over onze onderkleding
droegen.
De steelse blikken en het fronsen van hun wenkbrauwen
wierpen mij steeds terug naar de nare ervaringen die ik had meegemaakt in de
school. Bij het sporten of bij een dokters controle voelde ik mij steeds als een
voorwerp uit een rariteitenkabinet. En ook nu had ik weer datzelfde gevoel.
Ik rechte mijn rug om eens aan een duidelijk gesprek te
beginnen met mijn pleegouders.
Om mijn eisen kenbaar te maken en hen mijn rechten te
verklaren.
Mijn loonzakje lag als een doorslaand argument in het midden
van de tafel tussen ons in .
Mijn pleegmoeder nam de enveloppe, scheurde ze open, en stak
het geld zwijgend in haar portemonnee.
Ik had niet eens de tijd gehad om te tellen hoeveel
erin zat! En zij nam niet eens de moeite om te gaan zitten maar ging meteen
verder doen met wat ze bezig was geweest.
Geen proficiat. Geen "dank je wel" En vooral geen dialoog.
Maar zo gauw gaf ik het natuurlijk niet op. Ik liep achter haar de keuken in, nog steeds met dat euforische gevoel in mij, en gaf haar mijn wensen te kennen. “Morgenvroeg zou ik graag naar de kapper gaan en na de middag naar de stad om wat kleding te kopen” liet ik weten.
Heel gemeend vroeg ik of ze geen zin had om met mij mee te
gaan? Zoals moeders met hun dochter doen.
Mijn pleegmoeder keek mij aan.
Het duurde even voor ze antwoordde. Dat gaf mij hoop. Want meestal kwamen de bitsige woorden als kogels uit haar mond geschoten.
Misschien dat ze mijn vraag niet eens zo onredelijk vond? Ik
weet het niet.
Maar ze dacht niet lang na over mijn voorstel. Vermoedelijk stond ze te
plannen wat ze met het geld ging kopen voor mijn pleegbroer.
Toen kwam haar antwoord!
Zij vroeg mij of ik wist wat ik hen al die jaren had gekost? Hoelang ik zou moeten werken om dat alles terug te kunnen betalen?
Ze vertelde mij wat haar vriendin verdiende per maand en per
kind als onthaalmoeder.
Of ik eens wilde uitrekenen hoeveel zij nog van mij tegoed had
dan.
En of ik nu echt dacht dat alles gratis was?
Zij haalde een boel argumenten aan en ik een boel tegenargumenten. Maar het hielp geen zier. Even nog vroeg ik met een vleugje hoop of het dan van het volgende loonzakje zou kunnen? Maar het gesprek ging over in een hysterische scheldpartij.
Mijn pleegvader zat aan tafel zijn krant te lezen en deed er
het zwijgen toe zoals altijd.
Toen ik aan hem vroeg of hij dit eerlijk vond, haalde hij
zijn schouders op. Hij opperde dat ik misschien, net zoals hij, een weekend job
erbij zou kunnen nemen en dat ik van dat geld dan wel wat zou kunnen krijgen. “Krijg
ik dan helemaal niets?” vroeg ik heel ontdaan. "Ook geen zakgeld?" Weer haalde hij zijn
schouders op...en zweeg.
Mijn pleegbroer zat ondertussen te spelen met zijn Meccano.
Hij had enkel nog een motor en een transformator nodig om
het bouwwerk te laten werken.
Pleeg-ma zei dat ze morgen wel eens naar de speelgoedwinkel zouden
kunnen gaan....!



















