DE FABRIEK (1)

Ik had de laatste twee schooljaren niks en veel geleerd!Niks, omdat ik niets van de leerstof had meegekregen doordat ik geen schoolgerief had.
Bij mijn pleegouders thuis voerde men de slogan"eigen volk eerst" lang voor het V.B. ermee uitpakte.
Vermits men, in tegenstelling tot het lager onderwijs, zijn schriften en menige boek zelf moest kopen....En vermits ik ten huize van niet bij het 'eigen volk' behoorde, zat er weinig meer op voor mij dan te spijbelen. Kwestie van de vernederingen in de klas te ontlopen.
En veel, omdat ik een enorme levenswijsheid had opgebouwd.
Een volwassen aditute had jaren voor de eigenlijke volwassenheid zijn intrede gedaan.
Al kende ik veel volwassenen die vrolijker door het leven gingen dan ik.
Net voor de paasvakantie, waarin ik veertien jaar zou worden, gaf ik de strijd op!
Ik begon mijzelf te overtuigen dat studeren toch niet zo belangrijk was voor mij.
Dat ik het waarschijnlijk nooit in praktijk zou kunnen brengen. Ik begreep toen reeds dat je zonder wat ruggesteun toch niks kon verwezenlijken.
Kwam bij dat het mij zo ontzettend moeilijk was gemaakt in de kappersschool, dat zelfs een volwassene de pesterijen niet zou kunnen volhouden.
Ik was wel zo slim om te wachten tot het eind van de paasvakantie om mijn pleegouders te laten weten dat ik wou gaan werken.
Had "ma" een plopmuts gehad, ze zou van pure blijdschap menige keer de hoogte zijn ingegaan.
Nu verschenen er enkel een koppel dollartekens in haar ogen.
Het heugelijke nieuws deed in een mum van tijd de ronde, en nog voor "pa" zijn werktas kon neerzetten, kreeg hij de feiten te horen.
Zijn reakie was niet helemaal naar de zin van mijn pleegmoeder, want ik hoorde haar stem de hoogte inschieten. Waarschijnlijk had ze een rondedans voorzien, maar nu bleef het bij een schouderophalend knikje.
Meteen werd ik grandioos in de watten gelegd, want ik kreeg geld om de krant te gaan halen. De zaterdagkrant, want daar stonden de meeste werkaanbiedingen in.
Nu was er in die jaren werk in overvloed. Je ging je op zaterdag aanbieden, en maandag mocht je reeds beginnen.
Soliciteren was toen nog een uniek woord!
Zo ook ik, en dan nog wel net om de hoek van de straat waar ik woonde.
Ik kon er te voet naartoe gaan, en weer bracht ik vreugde in mijn pleeggezin!
Het was in feite een snoepwinkel.
Achter de winkelruimte lag het vertrek waar de snoepjes werden ingepakt in dozen.
Witte dozen voor de groothandel, en gouden dozen als geschenkverpakking.
De baas en de bazin waren nederlanders, en hun voornaamste handelwaar waren spekken en zachte fruitspekken.
Spekjes (spinnekes voor de antwerpenaren en omstreken) in alle maten, kleuren en modellen, en allemaal voorzien van een laag suiker.
Er werkten vier vrouwen. De bazin zelf stond meestal in de winkel, en de baas deed de leveringen. Zij hadden twee ettertjes van kinderen.
Het magazijn was in feite een omgebouwde garage. Daar stonden de grote vaten waar de spekken in bulck vanuit Nederland toekwamen.
Ik voelde mij heel onwennig, maar vooral voelde ik mij bekeken.
De dames die er werkten, en ook de bazin, leken zo uit een modeblad te zijn weggestapt.
Zelfs hun schort leek design in mijn ogen.
Hun haren naar de laatste mode kunstig hoog opgestoken en geen enkele lok die niet op zijn plaats zat.
Zij spraken onder mekaar over reizen die ze gingen doen, over supermeubelen die ze zich gingen aanschaffen, maar hetgeen mij het meeste imponeerde was dat ze met een auto naar het werk kwamen.
En daar stond ik dan weer!
Met mijn ouderwetse en goedkope schoenen.
Met een oude keukenschort van mijn pleegmoeder.
Met kleding die mij ofwel te groot, ofwel te klein was, maar nooit nieuw.
De dames wilde veel over mij weten, maar ik gaf geen antwoord op hun vragen.
Het vertrouwen in volwassenen was ik allang verloren, ik wist dat mijn antwoorden toch niet zouden geloofd worden.
Kwam bij dat ik niet wou dat iemand wist hoe mijn situatie was, omdat ik er steeds van overtuigd werd door mijn pleegouders dat het allemaal mijn eigen schuld was.
Ik liet ze al vlug merken dat ik met hen geen dikke maatjes wenstte te worden, en ze lieten mij dan ook vlug links liggen.
Het werk op zich was niet zo moeilijk en ik kende al vlug de knepen van het vak.
Ik werkte vlug, vlugger dan ik in feite moest werken, maar waarschijnlijk werkte ik zo mijn verdriet en frustraties weg.
Dat werd mij niet in dank afgenomen door de dames, want ik had steeds meer dozen gedaan dan zij. Ik begreep niet dat ik daar mee schade berokkende aan de werksfeer.
Wat wist ik in godsnaam van werken in groepsverband.
Het meest, en het liefst, was ik alleen.
Elke week werd het loon handje contantje uitbetaald, zonder veel poespas.
Een gewone witte briefomslag, met daarop de werkuren opgeschreven met een balpen.
Ik verdiende de, in mijn ogen, immense som van vijftien frank (€ 0,37) per uur. Een weekloon van 600BF (€14,87) per week.
Opslag voelde ik mij schatrijk, ik had nooit zoveel geld in mijn handen gehad.
Ik maakte plannen voor de dag van morgen.
Dan zou ik naar de stad gaan, en zou ik in één van de magazijnen een nieuwe outfit kopen.
Wat ik wou wist ik al, ik had immers het voorbeeld elke dag voor mij.
Maandag zou ik ook met mooie opgestoken haren komen werken!
Zou ik nieuwe schoenen aan mijn voeten hebben!
Want eigenlijk wou ik wel vriendjes worden met hen, maar ik moest er eerst voor zorgen dat op gelijke voet kwam.
De underdog was ik lang en vaak genoeg geweest. En ik besefte maar al te goed dat men beoordeeld werd naar zijn uiterlijk vertoon.
Ik had het beremoeilijk om mij aan te passen aan de arbeid, maar het was het waard
Met die dromen in mijn hoofd, en mijn geldzakje in mijn zak ging ik die vrijdagavond naar huis.
Ik wiste alle narigheid die achter mij lag uit mijn hoofd.
Vanaf nu zou alles anders, en vooral beter worden tussen mij en mijn peegouders!
Want eindelijk bracht ik het grote geld binnen,toch?
Endelijk zou ik worden aanvaard, en misschien zouden ze wel van mij beginnen houden.
Met die dromen ging ik naar huis.
En ook die dromen vielen als een zeepbel uit mekaar!



















