HET GESPREK (2)
...Ik kotste de drie glazen wijn uit.
Nu ik de rotzooi uit mijn maag kwijt was moest ik ook mijn
lever nog zuiveren.
Want daar lag nog iets serieus te wringen.
Ik spoelde mijn mond, poetste mijn tanden, maar de slechte smaak in mijn mond
bleef.
Vanuit de badkamer hoorde ik dat het binnen nog steeds een vrolijke boel was.
Er werd gelachen en gepraat, en f had zijn geliefkoosde Duitse marsmuziek
opgezet.
Met de moed der wanhoop stapte ik terug de huiskamer in.
“Als je wil gaan slapen, zei F. ga dan maar gelijk naar hiernaast”.
Voor hem was het al een uitgemaakte zaak.
Toen ik weigerde werd hij vuurrood, zette met een klap de muziek af en sloeg
met zijn vuist op tafel.
“Denk je echt dat je moeder voor jou gaat werken?”
”Zou dat zoveel gevraagd zijn na zeventien jaar” vroeg ik?
”En ik ben helemaal niet van plan om te luieriken, ik ga werk zoeken”.
”Ha, als fabrieksmeid zeker" zei F smalend. “Werken met opgestroopte mouwen,
wat een eergevoel moet dat geven”?
Woorden waarmee ik mijn moeder onbewust moet hebben met gekwetst.
“Dat is eervoller dan te moeten werken met een afgestroopte broek!” antwoordde ik gevat.
F ging gelijk van een vuurrood gezicht naar een spierwit.
Nog even, dacht ik, en ook bij hem komt het schuim op zijn mond te staan, net
zoals bij mijn pleegmoeder”.
”Dit gaat je zuur opbreken meisje”,zei hij, en hij vertrok met slaande deuren.
Mijn moeder zei het eerste ogenblik niets.
E lachte schaapachtig en ging achter zijn vader aan.
Toen zei mijn moeder ”nu heb je het verkorven, nu ben je te ver gegaan, nu kan
ik je niet meer helpen”.
”Je hebt zonet je toekomst hier vergooid” zei ze mij nog voor ze achter beide
mannen aan ging.
En al wat ik kon denken was, wie moet J. dan naar school brengen.
Ik bleef alleen achter met een bonzende hoofdpijn en een
bonzend hart.
Voelde mij als een dier in het nauw.
Waar kon ik nu nog naar toe?
Het was ondertussen vijf uur in de morgen.
Plots kwam mijn moeder terug binnen, maakte J wakker en kleedde haar aan.
Ik vroeg waar ze naartoe ging, en of ze niet moest slapen?
”Ik ga mij ophangen”, was al wat ze zei.
In wat een fractie van een seconde leek was ze terug buiten…
Ondertussen werd het licht buiten en ik deed de overgordijnen open.
Net op tijd om hen in een taxi te zien stappen.
Ik was te suf om erover na te denken waar ze op dit uur naartoe gingen.
Eerst moest ik wat slapen.
Voelde mij nog steeds kotsmisselijk.
”Komt tijd, komt raad” dacht ik, en legde mij op de zetel om toch nog een beetje
slaap te krijgen, en hoopte dat mijn dromen mooier zouden zijn dan de
werkelijkheid.©Huismusje
















