VOORUITBLIK
Ik had geen vooruitzicht meer.
Al diegene die ooit te maken hebben gehad met liefdesverdriet, en wie heeft dat
niet, zullen begrijpen wat ik bedoel.
In het home ging alles zijn gewone gangetje.
Waarschijnlijk om dat ik al bij de ‘ouderen’ behoorde mocht ik in het weekend
uitgaan tot twaalf uur.
Behalve op zondag. Dan moesten we binnen zijn om 22u.
Maar uitgaan was aan mij niet echt besteed.
Ben een keertje mee op groep uitstap geweest, weekendje Brugge waar in dat
weekend net “Klank en lLichtspel” doorging.
We waren met tien meisjes, een opvoedster, en de directrice van het ‘home’ Juffrouw Beatrice.
Van die directrice werd beweerd dat ze lesbisch was, en een verhouding had met
de toenmalige directrice van de jeugdgevangenis in Brugge, Juffrouw Maria.
Of dat werkelijk zo was kan ik niet bevestigen.
Feit is wel dat Jufrouw Beatrice oogde als en man.
Feit is ook dat die twee directrices heel close waren.
Ergens in die jeugdgevangenis hebben we toen gelogeerd.
Vraag mij niet waar, want dat weet ik niet meer.
De zombie, remember!
Ik heb toch wel wat kunnen genieten van dat‘Klank en Lichtspel. Het was heel bijzonder
We vaarden met een bootje op de Reien en daarbij kon je binnenkijken in de vele historische
huizen.
In die huizen speelden zich dan historische taferelen af.
Overdag was er al een prachtige stoet door de straten getrokken.
Het is van toen af dat Brugge mijn hart een beetje heeft gestolen.
Ook kregen we een rondleiding in de jeugdgevangenis zelf.
We mochten er praten met de gedetineerden en konden luisteren naar hun verhaal.
Dat laatste zal wel bedoeld geweest zijn als afschrikmiddel.
Maar ik, die in St Margaretha van Cortona was geweest, zag een grote
gelijkenis met dat internaat. Het enige verschil was dat er hier echte cellen waren.
Al bij al was dit het enige weekend dat mij is bijgebleven uit die periode van mijn liefdesverdriet.
Troost en bemoediging kreeg ik van de meisjes in het ‘home’
Ook de opvoedsters en de directrice zelf lieten zich niet onbetuigd.
Men ontzag mij een beetje.
Liet mij langer alleen op de slaapzaal dan in feite toegelaten was.
En wanneer ik het echt kwaad kreeg was er steeds iemand om een schouderklop te
geven of om een arm van troost om mij te leggen.
Maar de echte hulp kwam uit onverwachte hoek. Die kwam van mijn pleegouders.
Zij vroegen toelating aan de jeugdrechter om mij op weekend te laten
komen.
Iets dat mij zou toegelaten worden na drie maanden verblijf in het home.
Zo liet de jeugdrechtbank mij weten in een brief.
En daar leefde ik naar toe.
Dan kon ik misschien R zien?
Konden we alles uitpraten.
Kwam toch alles nog in orde.
Want mijn ganse doen en denken draaide nog om hem.
Dan zou de puzzel eindelijk in elkaar vallen voor mij.
En de puzzel viel ook in mekaar!
Maar heel wat maanden later dan ik dacht.
Want er stond mij eerst nog heel wat verbijstering te wachten.
Verbijstering, onbegrip en verdriet!
Maar goed dat ik niet kon vooruit blikken!
©Huismusje










