EINDELIJK TOEKOMST

Voor de tweede keer in mijn leven
woonde ik op mijn eigen stekje en had ik mijn eigen spulletjes.
Veel was het niet. In tegenstelling tot nu had ik toen nog veel ruimte over.
Wel hadden we een spiksplinternieuwe en moderne slaapkamer gekocht.
De baby spulletjes waren ook allemaal nieuw want daar stond ik op.
Voor de rest waren het meestal tweedehands meubeltjes, maar nog wel heel mooi.
Een tv toestel hadden we niet en het radiotoestel kon je met recht en reden
antiek noemen Maar er kwam geluid uit en dat voldeed voor ons. En dan was er ook nog de bandopnemer
van M. Zo een groot en zwaar bakbeest waarvan het deksel dienst moest doen als luidspreker en met banden die bijna zo groot waren als een rol pelliculefilm. (Op een van die banden had M. een live optreden staan van Edith Piaf in het Olympia in Parijs. Niet nodig zeker dat ik vertel dat ik die grijs gedraaid heb)!
Maar waar ik bijzonder fier op was dat was op mijn telefoontoestel. Het was er nog een van bakeliet met een draaischijf en loodzwaar in vergelijking met de
toestellen van nu.
Het was mijn allereerste telefoonaansluiting. Van Belgacom kreeg ik toen tien
voorgedrukte kaartjes met onze naam op en telefoonnummer. Goh, wat voelde ik mij rijk en voornaam!
Het toestel werd dan ook liefdevol ingepakt in zo'n fluwelen hoesje
met aan het afdekplaatje van de draaischijf een kwastje.
Oerlelijk vind ik nu, maar toen vond ik het prachtig.
Minpunt van dit
alles was dat ik nog steeds officieel
ingeschreven stond op het adres van mijn pleegouders en dus al mijn briefwisseling naar daar ging.
We zaten we nog steeds te wachten op een toelating van de
rechtbank om te mogen trouwen.
Dat vroeg van mij enorm veel geduld en als je jong bent heb je dat niet. Trouwens, met gebrek aan geduld kamp ik nu nog steeds,
Mijn pleegouders deden er meestal het zwijgen toe wanneer ik achter mijn post kwam. Het was koude oorlog tussen ons, maar bij mijn weten hebben ze nooit een brief achter gehouden, ik denk dat ze dat niet meer aandurfden.
Jaren later zei mijn pleegmoeder mij eens dat ik mij in die periode zeer hautain gedroeg tegenover haar, en ik wil haar daar best in geloven. Want het feit dat ze mij niets meer konden maken deed mij zweven.
En op een dag was het
dan zover, de brief van de Procureur des Koning met de toelating voor ons
huwelijk viel eindelijk in de bus.
Maar voor ik die bewuste brief in handen had moest ik eerst weer een aanslag plegen op mijn geduld.
Het was een
aangetekende zending. Het was een grote en dikke bruine briefomslag. Mijn pleegmoeder die
niet wist wat de inhoud van die zending was, ik ook niet trouwens op dat
moment, wilde eerst die zending zelf gaan ontvangen op het postkantoor. Maar ze
kreeg het niet zonder mijn paspoort of volmacht en daar was ze spinnijdig voor
geworden op het postkantoor.
Nu wou het toeval dat diezelfde loketbediende een vaste klant is van het café van
mijn Moederke. En natuurlijk vertelde hij het ganse gebeuren. hij doet mij het relaas.
Ik dus sito presto naar mijn pleegouders om die zending te gaan ophalen. Eerst gebaarde mijn pleegmoeder van kromme haas, maar toen ik haar zei wat de postbeambte me had vertelt, gaf ze mij het bewijs. Puur getreiter was het van haar, maar ook totaal verloren moeite. Ik had de lijvige brief in handen.
De zending was bijna
een half wetboek en stond vol met artikels sus en zoveel van het Belgische
wetboek. Maar wat ons het meest interesseerde was het prachtig opgemaakte document met aan de onderkant een resem stempels en enkele mooie zwierige handtekeningen waaronder een van onze toenmalige koning himself.
Ik heb spijt dat ik dat document niet meer bezit doordat we het bij onze ondertrouw
moesten afgeven.
Op een van de andere papieren stond te lezen dat wij verplicht waren om een eenmalige aangetekend
schrijven te richten aan mijn biologische moeder met daarin datum en
uur van de ondertrouw, samen met een uitnodiging om daar te verschijnen. Maar
dat was puur protocollair want ook zij kon ons niets meer in de weg leggen.
Ik stak (pochen) ons naamkaartje met
telefoonnummer bij in de aangetekende zending.
Nooit gedacht dat we antwoord zouden krijgen... maar dat kregen we dus wel.
Mijn moeder liet via de telefoon weten dat wanneer we haar met de auto kwamen
ophalen zij haar handtekening zou zetten. En hoewel haar handtekening totaal overbodig geworden was, zijn we haar toch gaan ophalen. Omdat ik haar nog eens wou zien. Omdat ik misschien een verklaring zou krijgen van het vroegere gebeurde. Omdat ik hoopte dat we verder zouden kunnen gaan als moeder en dochter.
Maar het was ijdele hoop want ze bekeek ons amper en sprak onderweg geen woord. We hebben haar dan ook stilzwijgend weer aan haar deur afgezet, Diezelfde deur waar ik jaren gelden met een kloppend hart mijn vinger op de bel drukte en haar voor de allereerste keer zag staan terwijl ze de ramen stond te lappen. Trouwens dat beeld komt me nu na zovele jaren nog steeds voor ogen wanneer ik aan haar denk.
Ik zal wel nooit weten waarom ze gekant was tegen mijn huwelijk.
De huwelijksdag zou 7 december worden. We hadden niet veel tijd meer om alles te regelen, ik was ondertussen vijf maand zwanger.
Maar ik kon eindelijk vooruit blikken. Na bijna twintig jaar een aaneenschakeling van leed, miserie, narigheden en trieste gebeurtenissen te hebben doorlopen, had ik eindelijk toekomst perspectief.
PS: Buiten enkele nabeschouwingen is dit het einde van mijn jeugd verhaal.



