MIJN TRIOMF
Op een dag was het dan zover en gingen de
poppen aan het dansen.
Het was een gewone weekdag voor velen, maar in mijn herinnering zal hij altijd bijzonder
blijven.
Om wat voor reden ik die dag niet gaan werken was weet ik niet meer, maar al bij al
was het goed dat ik die dag in het huis van mijn pleegouders was.
Er werd gebeld en ik ging opendoen. Voor mijn neus stond J.
J. was de verzekeringsagent.
Om de hoek van onze straat was in die tijd nog een ziekenfondskantoor.
J was daar loketbediende maar na zijn uren verkocht hij verzekeringen.
Hij was een grote struise man met kalend voorhoofd en dikke grijze krullen
op de rest van zijn schedeldak.
Ik moest de man niet. Steeds wanneer hij de kans schoon zag maakte hij altijd van die dubbelzinnige
opmerkingen tegen elke vrouw die voor zijn loket stond.
De man beantwoorde volledig aan het gezegde: "Gekrulde haren zijn gekrulde
zinnen."
Ik liet hem in de woonkamer en
mijn pleegmoeder keek heel verwonderd op. Hij stak meteen van wal:
Ik heb slecht nieuws voor jullie...het verzekeringsgeld van de juffrouw hier is onterecht uitbetaald aan
jullie... jullie moeten het volledige bedrag terugstorten aan de maatschappij binnen de dertig
dagen...anders zul je door de maatschappij worden aangeklaagd wegens fraude... ik kom het jullie maar even
persoonlijk zeggen... maar er zal nog een aangetekend schrijven volgen één dezer
dagen.
Zo min of meer ging dat gesprek.
Mijn pleegmoeder kreeg alle kleuren van de regenboog en zakte ietwat beduusd
neer op haar stoel.
"Hoe, wat en waar" hoorde ik haar stamelen. Ik zweeg in alle talen maar zette mij schrap tegen wat eventueel zou kunnen volgen. En het kwam.
J. liet weten dat ik klacht had neergelegd omdat ik meende recht te hebben
op het geld. En terecht, liet hij er op volgen.
Jullie hadden nooit die claim mogen ondertekenen met jullie naam, ging J.verder. Mij treft geen schuld want ik was niet van op de hoogte dat de juffrouw
niet jullie wettelijke dochter was.
(Zo dekte hij zich meteen in natuurlijk, maar in feite was zijn bewering een grove leugen want hij was als loketbediende
van het ziekenfonds wel degelijk al jaren op de hoogte van de situatie. Maar ja, net als zovele anderen al die jaren daarvoor, bemoeide hij zich liever niet en deed alsof zijn neus bloedde.
Nadat J verdwenen was bleef mijn
pleegmoeder perplex op haar stoel zitten.
Ik wilde mij zo vlug als mogelijk uit de voeten maken, maar dat was
buiten de waard gerekend.
Plots barstte zij los en vraagde hoe ik wist van dat geld en hoe de
verzekering op de hoogte was van de feiten?
Ik biechtte alles eerlijk op. Met veel schrik maar ook een beetje triomfantelijk
omdat ik haar eindelijk te baas was. Omdat ik haar eindelijk kon laten voelen
dat zij niet meer kon doen met mij wat ze al die jaren
had gedaan.
De scheldpartij die daarop volgde
was er een van groot kaliber. Ik was een dief... een achterbakse teef.. een
ondankbare rotzak... en nog zoveel meer.
Plots sprong ze op mij af, maar ik had dat verwacht en zien aankomen. Toch was ik nog net
niet vlug genoeg om mij uit de voeten te maken.
Zij sloeg, beet, stampte en stompte waar ze mij maar raken kon. Ze sleurde mij
bij mijn haren de ganse kamer door.
Maar ik liet mij niet meer doen... ik sloeg ongenadig en hard terug.
Het werd een vrouwen gevecht in regel, twee woeste tijgerinnen die vechten bij
het leven.
Een klein moment was ik haar te baas en vluchtte naar buiten.
Nog maar eens...voor de zoveelste keer liep ik noodgedwongen de straat op.
Maar ditmaal wist ik waarheen... ditmaal zou ik geen uren meer doelloos moeten ronddolen...
niet wetend van welk hout pijlen maken.
'k had ondanks de slagen die ik nog maar eens had moeten incasseren een goed gevoel.
Het was een gevoel dat mij bewust maakte van mijn zijn. Dat ik iemand was
waar men rekening mee moest houden.
Ik had gezegevierd tegenover een jarenlange onderdrukking. En het voelde
zo heerlijk!
En dat triomferende gevoel heb ik behouden tegenover mijn pleegmoeder tot op de dag
dat ze stierf.




