DE RIJKSWACHTCOMMANDANT
Het gesprek met de rijkswachtcommandant en goede vriend van Mon, verliep
in een heel gemoedelijke sfeer.
Ik ging er wel naartoe met een heel klein hartje want ik had in het verleden immers niet zo'n goede
herinneringen aan politiemannen en rijkswachters.
Die enkele keren dat ik met hen te maken kreeg had dat trieste gevolgen gehad voor mij.
En dan ook nog al die keren dat ik als klein meisje de straat werd op gesmeten door mijn
pleegmoeder en waarbij ze zei dat de politie mij wel zou oppakken en wegsteken, en dat in mijn tienerjaren ook werkelijk gebeurde. Dat alles maakte dat ik geen vertrouwen had in het blauw. De politie was niet mijn vriend.
Maar nu was ik bijna volwassen, hoewel nog niet meerderjarig. Het gevaar was heel reëel dat men me alsnog kon plaatsen in een of ander gesticht. Die angst zat diep ingeworteld en dat kon Mon niet uit me praten. Maar mijn angst was totaal overbodig, de bevriende rijkswachtkommandant stond ons heel vriendelijk te woord. En hij had ook al wat voorbereidend werk verricht.
De man liet ons weten dat de
verzekering dik in de fout was gegaan. Zij hadden dat geld nooit aan mijn
pleegouders mogen uitbetalen, ook al stond de polis op hun naam.
De verzekering had twee mogelijkheden gehad, ofwel het geld aan mijn wettelijke moeder uitbetalen
(iets dat ook geen goede optie was geweest), ofwel het geld beheren tot ik meerderjarig
was geworden om het vervolgens aan mijzelf uit te betalen.
Dat was wat de wet vertelde.
Een derde mogelijkheid was om mij meerderjarig te laten verklaren, maar die
procedure zou veel tijd in beslag nemen en overbodig zijn daar ik automatisch
meerderjarig zou worden na mijn huwelijk.Maar hij zou alles in het werk
stellen opdat ik alsnog mijn geld zou krijgen.
Om te beginnen zou hij meteen de verzekeringsmaatschappij aanschrijven en de Procureur
des Koning (mijn wettelijke voogd) op de hoogte stellen.
"Binnen dit en een maand ga je van één van beide horen" zei hij.
En ik dacht; "O-ye, dan gaan ten huize van de poppen weer aan het dansen...dan zou ik moeten bekennen dat ik die brieven in mijn bezit had...en de procureur, die gaat mij zeker weer doorverwijzen naar mijn jeugdrechter...
en die op zijn beurt...
maar de commandant onderbrak mijn negatieve gedachtegang en stelde mij gerust.
Ik zou zo vlug mogelijk in onze woonst intrekken. De jeugdrechter zou mij daarbij geen duim breed in de weg leggen mij
niets meer maken daar ik zwanger was en er een huwelijk zou volgen, temeer daar hij voor dat huwelijk al zijn fiat had gegeven.
Het was dus voor mij enkel bang afwachten tot de dag van de confrontatie.
©Huismusje




