PUZZEL COMPLEET (vervolg)
Toen mijn pleegmoeder teken deed dat we moesten binnenkomen, verwachte ik daar niets goeds van.
Maar groot was onze verbazing, ook die van mijn pleegvader (zeker die van mijn
pleegvader) toen we de mooie gedekte tafel zagen.
Zij had broodjes en een taart gekocht. Eveneens had ze een mooi boeket bloemen
gekocht voor me. En als geschenk kreeg ik een pakket bad en keukenhanddoeken en
een mooi wit damasten tafelkleed.
Ik, nee wij vier liever, stonden perplex. Ze kon mij zo niet laten gaan, zei
ze, niet met lege handen, ze werd als het ware heel emotioneel en ze wenste ons
proficiat met drie kussen.
Na het eten ging de conversatie
weer richting verzekeringsgeld, en Mon en ik stonden al gelijk in de
startblokken om het hazenpad te kiezen.
Ik kreeg nog maar eens haar visie te horen over mijn verblijf bij hen.
"Hadden ze mij niet grootgebracht ...hadden ze mij ooit echt in de
steek gelaten ...hadden ze mij niet steeds weer binnen gepakt.....en
dit allemaal gratis"? Andere pleegouders zouden het hen niet zo gauw
nadoen, want pleegouders worden betaald voor hun diensten, en zij hadden nooit
wat gekregen!"
"Wacht maar tot jouw kind geboren wordt, dan zal je pas weten wat het
allemaal kost". "Wij hebben nooit een eigen huis gehad, nooit een auto
gehad".
Al wat ik eruit kon verstaan was dat hun gebrek aan materiële dingen allemaal
door mij kwam. In mijn schoenen werd geschoven. Maar ik zweeg, ik wilde geen
ruzie vandaag. Elke tegenwerping zou toch verloren moeite zijn.
Enige opmerking kon ik toch niet laten: "Ik had niet gevraagd om bij hen
terecht te komen, ik had niet gevraagd om bij hen te mogen blijven, ik had
simpelweg geen andere keuze gehad, zij wel."
Maar mijn pleegmoeder was er heilig van overtuigd dat zij een edele en
onbaatzuchtige taak op zich had genomen en naar behoren had voltooit.
Plots haalde ze enkele brieven te
voorschijn die moest ik lezen van haar, met o.a een brief van een deurwaarder.
In die brief stond te lezen dat zij binnen een korte termijn het aan hen
onterechte verzekeringsgeld moesten terugbetalen aan de verzekering of hun
goederen zouden worden aangeslagen.
In weer een andere brief stond te lezen dat zij vervolgd konden worden voor
fraude met gevangenisstraf tot gevolg.
Er volgde een grote jammerklacht.: "Wij hebben dat geld niet meer om
terugbetalen....en wat een schande moeten wij dan doormaken....en je
pleegvader gaat zijn werk verliezen, en dan hebben we niets meer....en wat
gaat er dan van je pleegbroer worden,
ocharme........ik hang mij nog liever op".
Dit alles en nog veel meer kreeg
ik over mij heen.
Ik kon dat alles ongedaan maken wanneer ik mijn eis teniet zou doen, wanneer ik
mijn klacht zou intrekken, liet ze mij weten.
"Is dat niet je plicht na alles wat wij voor jou hebben gedaan"?
Ik keek naar mijn pleegvader en zoals gewoonlijk zei hij niets, maar hij leek
mij nog kleiner te worden dan hij al was. Hij zat gebogen op zijn stoel, zijn
blik bedroeft op mij gericht.Trouwens hij had de ganse dag al een zeer bezorgde
blik gehad, dat viel mij nu ineens op.
En mijn hart brak voor deze man die al zijn ganse leven hard had geploeterd en
er geen greintje respect of liefde had voor teruggekregen van zijn vrouw.
Nee, dat wilde ik niet, dat was het mij allemaal niet waard, en ik stemde toe
om mijn klacht en mijn eis in te trekken. Gevangenisstraf had ik hen nooit
toegewenst, noch het verlies van hun inboedel. Dat het allemaal zo'n proporties
zou aannemen dat had ik mij niet kunnen inbeelden en had daar niet bij
stilgestaan.
Meteen werd er briefpapier en pen boven gehaald. Het ijzer smeden als het heet
is, moet ze hebben gedacht. Nou ja, dat was niet eens zo absurd natuurlijk, en
ik stemde ermee in om alles te laten vallen waar ik in feite recht op had. Maar Mon stond erop om alles rustig te doen. Later.
Enige dagen later heb ik dan met behulp van J de verzekeringsagent officieel laten weten dat ik mijn eis introk. De bevriende rijkswacht commandant van Mon heeft de rest voor ons opgelost. Maar hij liet me wel weten dat hartstikke gek was. Maar ik heb er nooit spijt van gehad. Mijn gerust gemoed was me meer waard dan dat geld.
Later, op het feestje die
avond, hadden Mon en ik onze eerste
echtelijke kwebbels.* "Ze heeft je mooi ingepakt" zei Mon. "Dure broodjes en taart zijn dat
geworden!"
Maar ik zag het anders, ik had een zwaar schuldgevoel afgekocht, en ik kon hen
en iedereen te allen tijde recht in de ogen kijken.
Ik kon met een zuiver geweten bouwen aan mijn nieuwe toekomst.
(* meningsverschil, woorden hebben.)




