PUZZEL COMPLEET (1)
Dinsdag 7 december 1971, een
doodgewone. Voor mij echter een heel speciale dag waar
ik lang naar uitgekeken had.
Vandaag was onze huwelijksdag. Straks zou ik vrij en onder het juk van mijn pleegouders vandaan zijn.
Een koude regendag, grijze wolken en geen straaltje zon te bespeuren
Geen bloemen op onze
huwelijksdag. Er waren zelfs geen aankondigen verzonden.
Enkel mondeling was er een enkeling op de hoogte gebracht. Het was zeker geen
huwelijk zoals elk jong meisje in gedachten heeft. Geen tijd voor een goede
voorbereiding, teveel problemen moeten oplossen.
Twee getuigen en de
ouders van Mon met zijn jongste zus. Mon in een gewoon blauw pak,
ik in een donkerbruine wintermantel. Niemand die in ons een bruidspaar zou herkennen.
Dat zag men trouwens in het gemeentehuis van Deurne ook niet in ons. Toen wij
aankwamen, met onze eigen auto en een taxi voor mijn toekomstige schoonouders,
waren de poetsvrouwen de trappen van de inkomhal aan het poetsen. Men verbood
ons de toegang en toen we zeiden dat wij kwamen om te trouwen werd er duchtig
gevloekt want men was dat vergeten te melden. Ook de schepen van de Burgerlijke
stand wist van niets, hoewel we toch al zes weken in het 'kastje' hingen. Pas,
nadat we zeker een halfuur op de trappen hadden staan wachten, kwam die man op
zijn duizenden gemakken aan gewandeld.
Mijn toekomstige schoonvader had een fototoestel om zijn nek hangen, en het
eerste en enige dat de ambtenaar ons wist te vertellen was dat er geen foto's
mochten getrokken worden in de trouwzaal of in het gemeentehuis. Want dat recht
was verpacht aan een vaste fotograaf. Geen blik, geen hand of excuses naar
ons toe.
Mijn schoonvader, niet gewend van gedwarsboomd te worden, begon de man meteen
zijn gedacht te zeggen: "Niemand kan mij beletten om foto's te maken van
het huwelijk van mijn enige zoon!" Maar dat konden ze dus wel. Men waarschuwde hem dat men zijn toestel in beslag zou nemen en dat
men hem zelfs zou verwijderen indien nodig.
"Wilden we wachten op de bevoegde fotograaf?" Ja, dat zouden we dan
maar doen, en we mochten nog eens twintig minuten wachten, dit keer in een lege
trouwzaal.
Leuk begin!
De getuige van Mon was uiteraard
zijn beste vriend Gabriël, voor mij was dat mijn pleegvader, en dat kwam zo...
Yvonne ( uit mijn vorige verhalen) zou mijn getuige zijn, maar twee dagen voor
ons huwelijk moest zij opgenomen worden in het ziekenhuis. Yvonne stierf op 13
januari 1972 aan longkanker.
Dat maakte dat ik weinig keuze had. Mijn schoonmoeder weigerde want was
tegen ons huwelijk, idem dito zijn zusters. Mijn Moekerke deed voor ons een
feestje en zij had haar zaak, het was voor haar te kort dag. Bleef dus over één
van mijn pleegouders. Radeloos ging ik het hen maar vragen, maar mijn
pleegmoeder, nog steeds razend kwaad voor de klacht die ik had neergelegd
wegens hun onterecht ontvangen verzekeringsgeld, zei njet. Zij verbood het ook
mijn pleegvader, maar voor de eerste keer in mijn en zijn leven, ging hij
tegen haar in, en stemde toe.
Van de huwelijksvoltrekking weet
ik nog weinig af, ik beleefde het als in een roes, gelukkig en verdrietig
tegelijk.
Gelukkig omdat ik geloofde in een mooie toekomst. Verdrietig omdat ik familie miste,
omdat ik mijn huwelijk zo helemaal anders had voorgesteld.
Wanneer we terug buiten stonden en Mon aan zijn vader vroeg om enkele foto's te
trekken in het nabijgelegen park, weigerde hij. "Geen zin meer"
murmelde ie.
Al wat hij nog wilde was een koffie gaan drinken in het café op de hoek en een
taxi bestellen om naar huis te gaan.
Geen proficiat, geen omhelzing, geen "welkom in de familie meisje."
Zelfs op die dag was ik ongewenst.
In het café speelde men op een bepaald moment het liedje van de Rightheous Brothers:
"Unchained Melodie" en R nam me bij de hand en we dansten onder de
verbaasde blikken van de kaarters en biljarders. Dit was onze huwelijksdans.
Ondertussen was de taxi voor mijn schoonouders gearriveerd en zij vertrokken
zonder boe of ba.
Wij brachten eerst mijn pleegvader naar huis om daarna wat te
gaan eten en drinken met Gabbe tot het tijd was om naar het feestje te gaan dat
mijn Moederke voor ons gaf. Maar toen we stopten aan de voordeur van mijn pleegouders, wenkte mijn
pleegmoeder ons om binnen te komen.....
(Wordt vervolgt)




