Van harte welkom op mijn reliblog. Ik zal mij even voorstellen. Mijn naam is Wil. Ik ben 59 jaar oud. Ik ben getrouwd met Tom. Ik ben moeder van een dochter en een schoonzoon en oma van Joost en Tijmen.
Die chaos schiep tot mensenland, die mensen riep tot zinsverband, Hij
schreef ons tot bescherming, zijn handvest van ontferming, Hij schreef ons
vrij, met eigen hand.
Schrift die mensenoorsprong schrijft. Woord dat
trouw blijft.
Dat boek waarin getekend staan, gezichten, zielen, naam voor
naam, hun overslaande liefde, hun overgaande liefde, hun weeën, die
niet overgaan.
Schrift die mensendagen schrijft. Licht dat
aanblijft.
Zijn onvergankelijk testament: dat Hij ons in de dood nog kent
- de dagen van ons leven ten dode opgeschreven, ten eeuwig leven
omgewend.
Schrift die mensentoekomst schrijft. Naam die trouw
blijft.
Liefde is blij
zijn, een arm om je heen. Liefde is lachen, is nooit meer alleen. Liefde
is luist’ren, de woorden gaan door. Liefde is fluist’ren, heel zacht in je
oor.
Liefde is
lopen, mijn hand in jouw hand. Liefde is hopen, is gaan langs het
strand. Liefde is amen, is wolken, is wind. Liefde is samen, is spelen als
kind.
Liefde is zingen, is wit en is groen. Liefde is
zacht, is een kus in ’t plantsoen. Liefde is leven, je ademt weer
op. Liefde is geven, is leven met God.
God die ons liefheeft, gedoopt in de heilige Geest, hebben wij voor altijd Christus ontvangen U zegt tot ieder van ons: 'Jij bent uniek voor Mij, in jou vind ik mijn vreugde'.
Frère Roger van Taizé
God van vrede, door uw heilige Geest stelt U ons in staat de woestijnen van het hart te doortrekken, en door uw vergeving laat U onze gebreken verdwijnen als nevels in de ochtend.
Frère Roger van Taizé
Lees een bijbeltekst met behulp van de vier B's van Luther: bedenken, bedanken, belijden, bidden. Je bedenkt wat God in dit gedeelte leert: Je bedankt God voor datgene wat deze tekst je zegt: Je belijdt God een tekortkoming die in je opkomt nu je de tekst leest: Tenslotte bid je op grond van het voorafgaande om iets concreets dat je gedrag zal beïnvloeden.
wo. 28 maart
Het oog van de Heer rust op wie hopen op zijn trouw: bij hongersnood zal hij hun leven sparen.
Ps 33
do. 29 maart
Toen Jezus langs het Meer van Galilea liep, zag hij Simon en Andreas, de broer van Simon, die hun netten uitwierpen in het meer; het waren vissers. Jezus zei tegen hen: “Kom, volg mij! Ik zal van jullie vissers van mensen maken.”
Mc 1:16-20
vr. 30 maart
Paulus schreef: De liefde berokkent uw naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde.
Rom 13:8-10
za. 31 maart
Jezus zegt: Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden.
Lc 6:36-38
ZON. 1 april
PALMZONDAG
Juich, schreeuw het uit van vreugde! Je koning is in aantocht, bekleed met gerechtigheid en zege. Nederig komt hij aanrijden op een ezel.
Zach 9:9-10
ma. 2 april
Paulus schreef: Dood noch leven, noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, zal ons kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus.
Rom 8:31-39
di. 3 april
Toen Jezus bij de Olijfberg was aangekomen, zei hij tegen zijn leerlingen: Bid dat jullie niet in beproeving komen.
Lc 22:39-46
wo. 4 april
Paulus schreef: We hebben het zwaar te verduren gehad, boven onze krachten. Dat liet ons beseffen dat we niet op onszelf moeten vertrouwen, maar alleen op de God die de doden opwekt.
Er was eens een droom en die droom leek vervlogen En hij scharrelde eenzaam en oud door de stad Door vrienden van vroeger verlogend bedrogen Een karikatuur die zijn tijd had gehad En die stokoude droom ging langs deuren van huizen Waar ooit hij het stralende middelpunt was Geliefd en aanbeden, een held in 't verleden Met een kroon op zijn hoofd en met vleugels van glas
En hij nam ons mee, langs wegen van liefde Naar hoog in de bergen, naar toppen van kracht En het uitzicht daarboven was niet te geloven Zo mooi en zo ver en nog nooit zo bedacht Maar die stokoude droom zwerft nu door de straten Verhongerd, vermagerd, verarmd en half blind Niemand heeft tijd om wat met hem te praten Alleen af en toe nog een gek of een kind
Dus als je hem tegen komt een dezer dagen Haal hem in huis, probeer het een keer Geef hem een stoel en dan moet je hem vragen "Hee ouwe droom, hoe zat het ook weer Dat jij ons meenam langs wegen van liefde tot hoog in de bergen, naar toppen van kracht De wereld hervormen, de hemel bestormen Met nieuwe ideeen, nog niet eerder bedacht
Want die stokoude droom heeft nog heel veel te geven Hij heeft een geheim en dat zijn wij soms kwijt Maar hij zal ons ook allemaal overleven Hij is zo oud als de wereld, maar zo jong als de tijd Maar je moet hem beschermen, je moet hem verzorgen Je moet hem koesteren onder de zon Je moet hem vertrouwen, en vandaag al of morgen Weet je het weer waar het ooit om begon
Dan neemt hij je mee weer langs wegen van liefde Tot hoog in de bergen, naar toppen van kracht En daar zal dan blijken dat je verder kunt kijken En hoger kunt reiken dan je ooit had gedacht
Paul van Vliet
Onze wijkpredikant Rob Basten maakte een preek met bovenstaand gedicht als leidraad.Onderstaand de link van deze preek.
Het is een sport om met gestrekte vinger Te wijzen naar de goeden en de kwaden. Ik houd het liever bij de binnendringer Die in mij zelf verlangt naar euveldaden.
Twee zielen huizen in ons en ze heten Ons meestal-kwade en soms-betere ik. Ik hoor ze altijd. In mij woedt hun vete. Straks klopt de demon weer. Vrees ik zijn tik?
De vrede om ons is maar schijn van vrede. Ons eerste ik voert oorlog met ons tweede, Ik word zó weer de ander die ik ben.
Zolang ik mijn gehate ik maar kén En in de gaten houd ben ik niet bang. Elk uur van lauwheid is een uur te lang.
Laat ons bidden uit gemis tot de God die liefde is en Hem om ontferming smeken, want het lijden is zo groot en Hem vragen recht te spreken, want de wereld is in nood.
De steppe zal bloeien de steppe zal lachen en juichen. De rotsen die staan vanaf de dagen der schepping staan vol water, maar dicht. De rotsen gaan open. Het water zal stromen het water zal tintelen, stralen, dorstigen komen en drinken. De steppe zal drinken, de steppe zal bloeien, de steppe zal lachen en juichen.
De ballingen keren, zij keren met blinkende schoven. Die gingen in rouw tot aan de einden der aarde een voor een, en voorgoed, die keren in stoeten. Als beken vol water als beken vol toesnellend water schietend omlaag van de bergen. Met lachen en juichen - die zaaiden in tranen die keren met lachen en juichen.
De dode zal leven de dode zal horen: nu leven. Ten einde gegaan en onder stenen bedolven dode, dode, sta op, het licht van de morgen. Een hand zal ons wenken een stem zal ons roepen: Ik open hemel en aarde en afgrond. En wij zullen horen en wij zullen opstaan en lachen en juichen en leven.
De ontvankelijkheid van Maria is geen berusting. Zij is niet een doetje die met zich laat sollen. Nee, nee. Integendeel. Haar ontvankelijkheid is een teken van moed en van hoop. Wek in mij, God, uw kracht. In die ontvankelijkheid wordt de dochter van Sion de moeder van de Messias. In die ontvankelijkheid is zij ook maagd. Dat maagd-zijn is een teken. Lange tijd gold en geldt ook nu nog onder veel christenen dat het teken alleen maar waardevol is als het ook een biologisch teken is. Jezus is de Zoon van God want niet Jozef maar God is zijn vader. En als reactie daarop halen vele andere kerkmensen hun schouders op, of haken zelfs af: Hoe kun je dat nu nog geloven? Het is jammer als de gesprekken zo gaan. Voor de maagdelijkheid van Maria moeten we niet te rade gaan bij biologen maar bij de profeten en bij heel het eerste testament. Zij hebben altijd al geweten dat een man wel een kind kan verwekken en een vrouw een kind kan baren maar de eerstgeborene onder de zusters en broeders verwekken en baren, dat kunnen ze niet. Dat is al zo bij Abraham en Sara, bij Isaäc en Rebekka, bij Jakob en Lea en Rachal, bij de vader en moeder van Simson, bij Elkana en Hanna, bij Zacharias en Elisabeth. Dat is temeer nog zo bij Jozef en Maria. Mensen kunnen wel kinderen verwekken en baren. Maar de Messias wordt ze door God geschonken. Zelf denk ik dat Jezus naar zijn menselijkheid verwekt en geboren is als wij allen. Maar als de Messias, als Zoon van God is Hij niet uit de wil van een man en niet uit de vruchtbaarheid van een vrouw maar uit God geboren. En wat van Jezus geldt, geldt door Hem voor ons allen, zegt de evangelist Johannes in het veertiende vers van zijn beroemde eerste hoofdstuk. Als gelovigen, als zusters en broeders van Jezus de eerstgeborene zijn wij niet uit de wil van een man maar uit God geboren. Maria is onze zuster die als geen ander mensenkind ons voorgaat en ons leert om voor God open te staan en de Messias te verwachten in het eigen bestaan.
Fragment uit de preek van ds. Jan. C.Bos. Uitgesproken in de Ontmoetingskerk in Haarlem op 6 december 2009.
de ontmoetingskerk. onze kerk staat aan de frankrijklaan in haarlem (schalkwijk) onze kerk hoort bij de pkn.
klik op de foto voor de website van onze kerk
en zo ziet het er uit van binnen
1) Zomaar een dak boven wat hoofden deur die naar stilte open staat. Muren van huid, ramen als ogen speurend naar hoop en dageraad. Huis dat een levend lichaam wordt als wij er binnen gaan om recht voor God te staan.
2) Woorden van ver, vallende sterren vonken verleden hier gezaaid. Namen voor Hem, dromen, signalen diep uit de wereld aangewaaid. Monden van aarde horen en zien, onthouden, spreken voort Gods vrij en lichtend woord.
3) Tafel van Een, brood om te weten dat wij elkaar gegeven zijn. Wonder van God, mensen in vrede, oud en vergeten nieuw geheim. Breken en delen, zijn wat niet kan doen wat ondenkbaar is, dood en verrijzenis.
Die vragen krijg ik nog wel eens te horen. Dan antwoord ik: ‘Ik ben hervormd geboren’. Maar ja, wat geef ik daarmee eigenlijk aan? En dus vul ‘k aan: rechtzinnig daarenboven dat is een vrijzinnige manier van geloven. Maar toen ik nog jong was, is mij al geleerd: Een goed woord voor hervormd is gereformeerd. dus behoor ‘k ook tot de gereformeerde kerk. en doe gereformeerd gemeentewerk. En de kerk is al oud! Dat is zonder meer, dus ben ik eigenlijk ook oud-gereformeerd. Ik ben christelijk zo is me geleerd, dus ben ik ook christelijk gereformeerd. Ik kan ook zeggen, dat kan er ook mee door, dat ik tot een christengemeente behoor. Christus bevrijdde mij, tot liefde en hoop, dus vast en zeker, vrijgemaakt ben ik ook. Omdat men in mijn kerk ook aan dopen doet, past baptistengemeente me ook wel goed. In mijn kerk komt ook jaarlijks ‘t pinksterfeest voor, dus is het dat ik ook tot de pinkstergemeente behoor. En omdat het steeds om het evangelie gaat, kan evangelische gemeente ook geen kwaad. Ik vaar op ‘t bijbels apostolisch gezag, dat is de reden dat ik me ook apostolisch noemen mag. Tenslotte is het gewoon een klein publiek: de kerk is algemeen, dus ‘k ben ook katholiek. Je weet nu tot welke kerk/gemeente ik hoor. Of komt mijn antwoord je wat verwarrend voor? Je hebt gelijk! Die namen! Wat een gedoe! Daarom wens ik je van ganser harte toe, dat op de vraag: waar hoor je bij? Van wie ben jij (bent u)? Je antwoord zij: Van Christus ben ik! Straks en...Nu
Ik ging naar Bommel om de brug te zien. Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden die elkaar vroeger schenen te vermijden, worden weer buren. Een minuut of tien dat ik daar lag, in 't gras, mijn thee gedronken, mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd - laat mij daar midden uit de oneindigheid een stem vernemen dat mijn oren klonken.
Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren. Zij was alleen aan dek, zij stond bij 't roer,
en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren. O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer. Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.
Jij, Gods kind, mag nu leven daar in dat mooie licht ons dit als troost gegeven in Gods aangezicht
Vol liefde werd jouw hand omvat op weg naar de eeuwigheid jij die zo tot de Schepper bad Heer, ik kom er aan, ik ben voorbereid
Heel zachtjes en liefdevol werd jij opgehaald en naar Gods huis gebracht voor ons te vroeg, maar er werd bepaald dat jij daar op die tijd werd verwacht
Jij hebt ons in dit aardse leven laten zien wie in jou woont het was veel wat jij mocht geven nu word jij, met Gods heerlijkheid bekroond
Dit is de Zuid-Oosterkerk in Haarlem Oost. In dit kerkje zijn wij getrouwd. De kerk stond op de nominatie om gesloopt te worden, maar gelukkig blijft de kerk behouden en krijgt onze kerk een maatschappelijke bestemming.
Licht dat ons aanstoot in de morgen, voortijdig licht waarin wij staan koud, een voor een, en ongeborgen, licht overdek mij, vuur mij aan. Dat ik niet uitval, dat wij allen zo zwaar en droevig als wij zijn niet uit elkaars genade vallen en doelloos en onvindbaar zijn.
Licht, van mijn stad de stedehouder, aanhoudend licht dat overwint. Vaderlijk licht, steevaste schouder, draag mij, ik ben jouw kijkend kind. Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen of ergens al de wereld daagt waar mensen waardig leven mogen en elk zijn naam in vrede draagt.
Alles zal zwichten en verwaaien wat op het licht niet is geijkt. Taal zal alleen verwoesting zaaien en van ons doen geen daad beklijft. Veelstemmig licht, om aan te horen zolang ons hart nog slagen geeft. Liefste der mensen, eerstgeboren, licht, laatste woord van Hem die leeft
Een kleine foto impressie van zondag 23 november 2009. De dag dat o.a. de naam van mijn vader genoemd werd. Hij was één van onze zeventien gemeenteleden die ons dit jaar ontvielen.
Vrede zij met U zó kwam Hij binnen een diepe betekenis een simpele taal Vrede zij met U dat zijn van die zinnen die klinken heel anders dan: dag allemaal
Kind, wij dragen je op handen naar het water van de bron want jouw leven mag niet stranden niet vergaan in het waarom Door het water vroeg of later kom je dicht bij het geheim in de hoge hemel staat er dat je kind van 't Licht mag zijn Als jouw naam wordt uitgesproken over duister water heen is jouw eenzaamheid doorbroken ben je hier niet meer alleen Water, water, laat het stromen teken en herinnering van een eeuwig heimwee dromen van een altijd nieuw begin Opgenomen en verbonden met de Naam die vrede is gaat jouw leven niet ten onder en het wordt niet uitgewist
Vreemd, dat 100 euro zo veel lijkt als je naar de KERK gaat, maar zo weinig als je ermee gaat shoppen.
Vreemd, hoe lang het duurt God een uur te dienen, maar hoe snel 90 minuten voetbal omgaan.
Vreemd, hoe lang een paar uur in de KERK duurt, en hoe kort dat is, als je naar een film kijkt.
Vreemd, dat we vaak niet weten wat we bidden moeten, maar dat we onze vriend of vriendin altijd wel wat te vertellen hebben.
Vreemd, dat het zo spannend is als de voetbalwedstrijd in de verlenging gaat, en hoe we zuchtend op ons horloge kijken als de kerkdienst langer duurt dan anders.
Vreemd, hoe moeilijk het is om een hoofdstuk uit de HEILIGE BOEK te lezen, maar hoe makkelijk het is om 100 bladzijden van een bestseller te verslinden.
Vreemd, hoe mensen bij een concert dolgraag op de voorste rij willen zitten, en zich in de kerk om een plaats op de achterste rij verdringen.
Vreemd, dat we 2 tot 3 weken nodig hebben om een kerkelijke aangelegenheid in ons drukke schema in te passen, maar een andere aangelegenheid op het laatste moment ingepland kan worden.
Vreemd, hoe moeilijk het is voor de mensen om het Goede Nieuws te vertellen, maar hoe makkelijk het is om de laatste roddels te vertellen.
Vreemd dat zich de grappen over internet razendsnel verspreiden, maar als iemand begint nieuws te verzenden waarin God verheerlijkt wordt, denken mensen wel twee keer na of ze het door zullen sturen.
Vreemd, of niet? Lach je? Denk je na?
Verspreidt het goede nieuws en geef God de eer, want Hij is goed!
Vreemd, hoeveel op jouw adreslijst deze mail niet ontvangen omdat jij niet zeker bent of ze dit wel zullen waarderen?
Vreemd? Treurig!
Merkwaardig, dat wij geloven wat er in de krant staat, maar twijfelen aan wat er in de heilige geschriften staan.
Merkwaardig, dat iedereen in de hemel wil komen en dan toch aanneemt, dat men niet hoeft te geloven, te denken, te zeggen en te doen wat er in de BIJBEL staat. Is dat soms te beangstigend?
Merkwaardig, hoe iemand zeggen kan: 'Ik geloof in God.', maar desondanks de duivel volgt (die zelf trouwens ook in God 'gelooft').
Merkwaardig dat de grappen via mail zich als een lopend vuur verspreiden, maar als men begint over God, krabt men zich wel eventjes op het hoofd eer men het doorstuurt, Merkwaardig, hoe het obscene, vulgaire, gewelddadige, en occulte vrij de cyberspace passeren kan, maar een openlijke discussie over GOD in de scholen en werkplaatsen onderdrukt wordt.
Merkwaardig, nietwaar?
Raar, dat ik me meer bezorgd maak over wat de mensen over mij denken, dan wat God van mij denkt.
Natuurlijk kan je dit bericht zo wegklikken, alsof deze je niet geraakt heeft. Raar...... toch? Merkwaardig, dat ,als je dit bericht als mail verzendt, je deze niet aan veel van je adressenlijst zult sturen, omdat je weet wat ze geloven of wat ze van jou vinden.
Mooi, als je zo'n bericht mag ontvangen Mooi als je dit zo even tussen de drukte door kan lezen Mooi als je weer met 2 benen op de grond staat Blij wordt ik hier van, We gaan blij het leven door, omdat we geloven dat er een mooie toekomst voor ons ligt, in ZIJN handen.
Diep in onszelf dragen wij hoop; Als dat niet het geval is, is er geen hoop.
Hoop is een kwaliteit van de ziel en hangt niet af van wat er in de wereld gebeurt.
Hoop is niet voorspellen of vooruitzien.
Het is een gerichtheid van de geest, een gerichtheid van het hart, verankerd voorbij de horizon.
Hoop in deze diepe en krachtige betekenis is niet hetzelfde als vreugde omdat alles goed gaat, of bereidheid je in te zetten voor wat succes heeft.
Hoop is ergens voor werken omdat het goed is, niet omdat het kans van slagen heeft.
Hoop is niet hetzelfde als optimisme; evenmin de overtuiging dat iets goed zal aflopen. Het is de zekerheid dat iets zinvol is onafhankelijk van de afloop, onafhankelijk van het resultaat.
voor het beluisteren van het lied, eerst even de muziek uitzetten
De steen
Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde
Het water gaat er anders dan voorheen
De stroom van een rivier hou je niet tegen
Het water vindt er steeds een weg omheen
Misschien eens, gevuld door sneeuw en regen
Neemt de rivier mijn kiezel met zich mee
Om hem dan glad en rond gesleten
Te laten rusten in de luwte van de zee
Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde
Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten
Ik leverde bewijs van mijn bestaan
Omdat door het verleggen van die ene steen
De stroom nooit meer dezelfde weg zal gaan
Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde
Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten
Ik leverde bewijs van mijn bestaan
Omdat door het verleggen van die ene steen
Het water nooit dezelfde weg zal gaan...
geschreven door Bram Vermeulen
Een man Gods had op een dag een gesprek met de Heer en zei:
'Heer, ik zou willen weten wat hemel en hel inhouden.' De Heer leidde de man naar 2 deuren, Hij opende één van de deuren en liet de man binnenkijken. In het midden van de kamer was een hele grote ronde tafel In het midden van die tafel stond een grote pan met stamppot, welke heerlijk geurde en maakte dat de man Gods watertandde . De mensen die rondom de tafel zaten waren echter mager en ziekelijk. Ze leken erg hongerig. Ze hielden lepels in hun handen met erg lange handgrepen, welke aan hun armen vastgemaakt waren. Het was voor een ieder mogelijk om in de pan met heerlijk eten te reiken en daaruit te eten, maar omdat de lepels langer waren dan hun armen, konden ze de lepels niet naar hun monden brengen. De man rilde bij het aangezicht van deze ellende en dit lijden.
God zei: 'Nu heb je de hel gezien.' Ze gingen naar de volgende kamer, en God opende de deur. Deze was exact dezelfde als de eerste....... Er stond een grote ronde tafel in het midden van de kamer, met daarop een grote pan met stamppot, waarvan de man moest watertanden. De mensen hier waren uitgerust met dezelfde lange lepels, vastgemaakt aan hun armen. Maar deze mensen waren wel doorvoed en gezond. Lachend en pratend met elkaar. De man zei:'Ik snap het niet, ik snap er niks van!' 'Het is vrij simpel' sprak God, 'je hoeft maar één ding te weten. Zie je, zij hebben geleerd om elkaar te voeden, terwijl de inhalige mensen alleen maar aan zichzelf denken.'
De Heer zij vóór u om u de juiste weg te wijzen. De Heer zij achter u om u in de armen te sluiten en u te beschermen tegen gevaar. De Heer zij onder u om u op te vangen wanneer u dreigt te vallen. De Heer zij in u om u te troosten als u verdriet hebt. Hij omgeve u als een beschermende muur, wanneer anderen over u heen vallen. De Heer zij boven u om u te zegenen. Zo zegene u God, vandaag, morgen en in de eeuwigheid. Amen.
1. Heer, verberg niet uw gelaat nu ‘k vermoeid ben en verzwakt; ‘k hunker naar uw dageraad zoals ‘t land naar regen snakt. Kom, mijn Meester, kom met spoed, ‘k leef niet als ‘k U niet ontmoet.
2. Troost’loos is de morgenstond als uw levend licht niet straalt; De ochtend die uw glans niet vond, heeft als nieuwe dag gefaald; Maar de kille nacht verdwijnt als uw zon van liefde schijnt.
3. Heer, bezoek mijn ziel dan nu in de nacht van mijn tekort; Plaats mij zó in ‘t licht van U dat ‘k de weerschijn daarvan word; Nooit ben ‘k zwak meer of vermoeid als die gloed tot glorie groeit.
De Heer heeft mij gezien en onverwacht ben ik opnieuw geboren en getogen. Hij heeft mijn licht ontstoken in de nacht. gaf mij een levend hart en nieuwe ogen Zo komt Hij steeds met stille overmacht, en zo neemt Hij voor lijf mijn onvermogen
Hij doet met ons, Hij gaat ons in en uit heeft in zijn handen onze naam geschreven. De Heer wil ons bewonen als zijn huis, plant als een boom in ons zijn eigen leven, wil met ons spelen, neemt ons tot zijn bruid en wat wij zijn, Hij heeft het ons gegeven.
Gij geeft het uw beminden in de slaap Gij zaait uw naam in onze diepste dromen. Gij hebt ons zelf ontvankelijk gemaakt, zoals de regen neerdaalt in de bomen zoals de wind, wie weet waaarheen hij gaat, zo zult Gij uw beminden overkomen.
Zo vriendelijk en veilig als het licht zo als een mantel om mij heen geslagen zo is mijn God, ik zoek zijn aangezicht ik roep zijn naam, bestorm hem met mijn vragen, dat Hij mij maakt, dat Hij mijn wezen richt. Wil mij behoeden en op handen dragen.
Want waar ben ik, als Gij niet wijd en zijd waakt over mij en over al mijn gangen. Wie zou ik worden, waart Gij niet bereid om, als ik val, mij telkens op te vangen. Ik leef niet echt, als Gij niet met mij zijt. Ik moet in lief en leed naar u verlangen.
Spreek Gij het woord dat mij vertroosting geeft, dat mij bevrijdt en opneemt in uw vrede. Ontsteek die vreugde die geen einde heeft, wil alle liefde aan uw kind besteden. Wees Gij vandaag mijn brood, zowaar Gij leeft – Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden. Huub Oosterhuis
Onze Vader, al zolang onderweg van de hemel naar de aarde, Uw naam worde geheiligd nooit meer in gevechten van volk tegen volk, van man tegen man; uw Naam worde gedaan en doorgegeven in gerechtigheid en vrede, van mens tot mens van land tot land, over heel de wereld.
Laat komen uw rijk door allen die veranderd zijn in mensen van vrede en mededogen.
Laat gebeuren in ons midden wat wij hebben uitgesteld tot in de hemel.
Geef ons heden zoveel inzicht dat wij weten wat ons werkelijk tot vrede en toekomst brengt.
Vergeef ons dat wij U tegenhielden, in zoveel mensen, zoveel eeuwen lang;
En leid ons weg uit de verleiding tot macht en geweld, maar verlos ons vandaag nog van één wereld voor enkelen en open die wereld van God en mens met allen.
Een knipoog van de Schepper Het lied van de schepping van onze aarde verteld dat het pas écht wat wordt met ons en deze wereld als er kleuren in gaan meespelen. Daarom wordt er 'na de ramp', de zondvloed, een brug tussen de hemel en de aarde gespannen: de regenboog. Alle kleuren en kleurcombinaties die we kennen, zijn terug te vinden in de regenboog. Deze boog is als het ware de troostrijke knipoog van de Schepper zelf. Om ons te bemoedigen en om ons uit te dagen tot gerechtigheid. De mooie boog tussen hemel en aarde herinnert ons aan de opdracht om de zonzijde van het bestaan te kiezen: liefde, rechtvaardigheid en vrede. Als een uitroepteken kromt de boog zich om de aarde. 'Maak er wat van, mensen!' lijkt hij te zeggen. Echter, zon en regen sámen maken de regenboog. Liefde moet men bevechten op liefdeloosheid; rechtvaardigheid op onrechtvaardigheid; vrede op oorlog. Dat is de gang van onze geschiedenis. Zal eens onze wereld en zullen wijzelf baden in het pure zonlicht? Laten we de Schepper herinneren aan deze afspraak met ons.