Van Nederpark gedicht Uitzichtloos (momentgevoel)


zo'n vier keer per dag
word ik gereduceerd
tot een ding, dat niet lopen mag
dat het spreken is verleerd
zit ik met een uitdrukkingloos gezicht
te wachten tot mijn pillen
mijn lichaam tot actie hebben verplicht
en de spieren weer werken willen
steeds langer duren de tijden
tot de pillen mij bevrijden
alleen met bange gedachten
want scherp blijft de rusteloze geest
een wilde vogel, in een kooi gevangen
fladderend, het wanhopig beest
wordt verscheurd door vrijheidsverlangen
Thea





















