Naar de inhoud

Uitgeslapen wakker worden, informatie over slaap

Gids voor een betere nachtrust
akke.beakke.be

Archief

Niet-medicamenteuze aanpak.

In het januarinummer van 'American Family Physician', het huisartsenblad in Amerika, werd de niet medicamenteuze aanpak van slapeloosheid onder de loep genomen. De besluiten bevestigen punt voor punt de Belgisch richtlijn, zodat ik ze graag met u overloop.

Studies tonen aan dat de niet-medicamenteuze behandeling van slapeloosheid betrouwbare en blijvende verbeteringen teweeg brengt in het slaappatroon, zonder nood aan slaappillen. In vergelijking met slaapmedicatie bewees cognitieve gedragstherapie even goed te zijn, maar met behoud van zijn gunstig effect gedurende 12 tot 24 maanden later, wat niet zo was bij slaapmedicatie. Cognitieve gedragstherapie gaf in vergelijking met slaappillen een grotere tevredenheid bij patiënten en een groter aantal normale slapers.

Zie ook 'meer over stap 4: cognitieve gedragstherapie'

Het doel van cognitieve gedragstherapie is om te weten te komen welke verkeerde ideeën een slapeloze heeft over slaap en om deze te verbeteren. Verder wordt gebruik gemaakt van een goede slaaphygiëne, stimuluscontrole, slaaprestrictie, paradoxale aanpak en relaxatietherapie.

Wat zijn de belangrijkste aanbevelingen op het gebied van slaaphygiëne?
- Vermijden van cafeïne en nicotine, vooral later in de dag.
- Geen grote sportinspanningen tot 4 uur voor het slapengaan. Beweging overdag is wel belangrijk om goed te slapen.
- Geen zware maaltijden voor het slapengaan.
- Vermijden van dutjes overdag.
- Op regelmatige uren gaan slapen en 's morgens opstaan.
- Zorgen voor een comfortabele temperatuur in de slaapkamer.
- De slaapkamer zo donker als mogelijk houden.
- Een moment van ontspanning houden voor het slapen, een terugkerende slaapritueel, met gebruik van relaxatietechnieken.
- Gebruik van oordopjes bij lawaai.
- Blootstelling aan daglicht 's morgens gedurende minstens 30 minuten.

Stimuluscontrole leert de patiënt om  het bed en de slaapkamer terug te associëren met slaap en seks, in plaats van met wakkerhoudende activiteiten. Zie ook: 'Het bed als uitnodiging tot slaap.'

Slaaprestrictie probeert de tijd die je wakker bent in bed zo kort mogelijk te houden, om de slaapefficiëntie te verhogen. Zie ook: 'hoe werkt slaaprestrictie.'

Paradoxale technieken raden de patiënt aan om wakker te blijven, om op die wijze de angst om niet in slaap te kunnen vallen weg te nemen.

Relaxatietechnieken proberen om het te hoge spanningsniveau waardoor iemand niet in slaap raakt te verminderen.
- Autogene training: voorstellen van een warmte en zwaartegevoel in het lichaam, voorstellen van een rustige omgeving.
- Visuele of auditieve biofeedback: training om specifieke functies te leren controleren.
- Hypnose.
- Autosuggestie: maakt gebruik van visualisatietechnieken. Zie ook: 'Hoe werkt autosuggestie?'
- Meditatie, buikademhaling.
- Ademhalingstechnieken.
- Progressieve spierrelaxatie: alle spieren een voor een opspannen en ontspannen.
- Repetitief focussen een woord, geluid, gebed, zin of spieractiviteit.

Wat zijn de besluiten uit het artikel?
- Cognitieve gedragstherapie is eerste keus behandeling bij langdurige slapeloosheid.
- Cognitieve gedragstherapie is in vergelijking met slaapmedicatie even efficiënt, maar de resultaten blijven langer aanhouden.
- Bij acute slapeloosheid kan medicatie worden gebruikt als een snel effect nodig is.
- In de behandeling van langdurige slapeloosheid zijn stimuluscontrole en slaaprestrictie efficiënt.

Bron: Medscape, 22/1/2009, L. Barclay, Nonpharmacologic Treatment of Chronic Insomnia Reviewed.
         Am. Fam. Physician 2009;79: 125-130.

Geschreven door Bruno Ariens om 00:00 Reageer op dit bericht

Nachtlawaai.

Om het effect van lawaai tijdens je slaap te begrijpen is het nodig om even de de slaaparchitectuur onder ogen te nemen. Tijdens onze slaap evolueren we voortdurend van lichte naar diepe slaap (slaapfase 3 en 4) en omgekeerd. Wie te weinig heeft geslapen zal de volgende nachten relatief meer diepe slaap doormaken om dit tekort te compenseren.

Nachtelijke geluiden halen je telkens uit je diepe slaap naar een lichter stadium zonder dat je ervan wakker wordt. Maar daar zit juist het venijn: je hebt de indruk dat je 'aangepast' bent aan het geluid van windturbines of overvliegende vliegtuigen en dat je goed hebt doorgeslapen. Je bent je dus niet bewust van de voordurende verstoring van je diepe slaap.

Wat zijn hiervan de gevolgen?

Verstoring van het geheugen en leervermogen. Meer info, klik hier.
Vermindering van de pijndrempel overdag. Verscheidene aandoeningen zoals fibromyalgie zijn trouwens geassocieerd met een verstoorde slaap.
Verstoring van de productie van groeihormoon, dit wordt voornamelijk vrijgesteld tijdens de diepe slaap en is naast het aanzetten tot groeien erg belangrijk voor het herstel van weefsels.
Het risico op het ontwikkelen van suikerziekte is hoger bij gebrek aan diepe slaap.
Het vecht- en vluchtzenuwstelsel is actiever, wat onder andere een verhoogde druk in je bloedvaten geeft.
Slaapproblemen komen erg vaak voor bij mensen met slepende ontstekingsziekten zoals rheuma of astma en kan hun aandoening verergeren.

Het is dus duidelijk (en bewezen) dat een verstoring van diepe slaap aanleiding geeft tot een overvloed aan klachten en aandoeningen.

Bron: Pathophysiology and Slow Wave Sleep. David N. Neubauer, MD, Medscape, February 12, 2009.

Geschreven door Bruno Ariens om 00:00 Reageer op dit bericht

735.000 slaappillen per dag in Belgie.

Vorig jaar werden in België 270 miljoen slaap- en kalmeermiddelen verkocht. Dat blijkt uit cijfers van de Belgische geneesmiddelenindustrie, in Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg, zo meldt De Standaard online.

Volgens Pharma.be werden tussen december 2007 en november 2008 in ons land 270 miljoen dosissen slaap- en kalmeermiddel genomen, ofwel 735.000 per dag. Dat betekent dat 7 procent van de Belgen slaapmedicatie gebruikt. Deze hoge aantallen maken van ons land samen met Frankrijk en Italië de koploper in Europa.

Federaal minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx (PS) gaf aan 'bijzonder ongerust te zijn over dit hoge verbruik'. Zij heeft twee professoren de opdracht gegeven om te onderzoeken waarom de Belgen zulke pillenslikkers zijn.

In de loop van het voorjaar start een campagne die misbruik moet inperken.

Het gebruik van slaap- en kalmeer middelen neemt dus erorm toe. De vorige gegevens van enkele jaren geleden spraken nog over 500.000 slaap- en kalmeermiddelen per dag in België alleen! Van een toename gesproken. We moeten wel voorzichtig zijn om deze getallen om te zetten naar 7 procent van de Belgen per dag, omdat er flink wat mensen tussen zitten die met één pil niet toekomen. Geloof het of niet, maar ik heb iemand in behandeling gehad die 56 (zesenvijftig) tot zelfs 1 keer 64 tabletten zolpidemtabletten PER DAG nam.

Hier moet dus dringend werk van worden gemaakt, zoals minister Onkelinx terecht vaststelt. Dit hoge gebruik wordt in de hand gewerkt door de houding van veel gezondheidswerkers die eerder positief staan tov nieuwere slaapmiddelen en onvoldoende op de hoogte zijn van van alternatieve niet-medicamenteuze behandelingen. Het voorschrijven van slaapmiddelen versterkt daar bovenop afhankelijk en passief hulpzoekend gedrag, wat later aanleiding geeft tot vraag naar nieuwe voorschriften. Nochtans weten we dat het effect van slaapmedicatie eerder gering is, erg beperkt in de tijd en vooral aanleiding geeft aan een waaier van bijwerkingen.

Ook wie lijdt aan slaapproblemen doet zijn of haar duit in het zakje bij het voorschrijven van slaapmedicatie: meestal wil je snel af van je klachten zonder er veel moeite voor te hoeven doen. Dan is zo'n pilletje een gemakkelijke 'oplossing'.

Volgens de NICE richtlijnen in Engeland (National Institute for Health and Clinical Excellence) is er onvoldoende bewijs om de nieuwere Z- slaapmiddelen (zolpidem, zopiclone, en zaleplon) te verkiezen boven kortwerkende benzodiazepines. Dit is in tegenspraak met de algemene opvatting onder artsen en patiënten dat deze Z-slaapmiddelen veel onschuldiger zouden zijn dan klassieke slaappillen.

Onderzoek in Engeland bij artsen toonde aan dat ze ervan overtuigd waren dat Z-slaapmiddelen efficiënter waren dan klassieke benzodiazepines op het gebied van uitgerust wakker worden, het functioneren overdag en totale slaaptijd. Ze werden veiliger beschouwd betreft tolerantie, verslaving, slaperigheid overdag, verkeersongevallen en gebruik bij oudere mensen. Nochtans steunt dit geloof in de betere efficiëntie en veiligheid niet op voldoende bewijs of ondersteuning vanuit de NICE richtlijnen.

Zijn deze bevindingen een reden om massaal terug te grijpen naar de vroegere benzo's? De waarheid zal wel ergens tussen de twee uitersten liggen. Wat vast staat is dat het idee fout is dat je maar iets erg licht inneemt met zolpidem. Dit moet je beschouwen als een echte slaappil en niet zomaar als een onschuldig inslapertje.

Verder onderzoek is lopende om te bepalen hoe gezondheidswerkers op een vlotte manier de niet-medicamenteuze behandeling van slaapproblemen kunnen toepassen en wat het resultaat daarvan is.

Bron: De Standaard online, 18/2/09.
         Effectiveness and cost-effectiveness of an educational intervention for practice teams to deliver problem focused therapy for insomnia: rationale and design of a pilot cluster randomised trial, Siriwardena AN et Al. 26 januari 2009.
         General practitioners' preferences for managing insomnia and opportunities for reducing hypnotic prescribing, Siriwardena AN, 2009.
         GPs' attitudes to benzodiazepine and 'Z-drug' prescribing: a barrier to implementation of evidence and guidance on hypnotics. Siriwardena AN, Br J Gen Pract 2006, 56(533):964-967.

Geschreven door Bruno Ariens om 00:00 Reageer op dit bericht

Afbouw slaapmedicatie via minimale interventie.

Alsmaar meer patiënten, vooral vrouwen boven de 45 jaar,maken gebruik van benzodiazepinen als slaapmiddel. Huisartsen geloven vaak te weinig dat deze patiënten hun langdurig gebruik zelf kunnen afbouwen. In deze studie, een praktijkproject in het kader van een thesis, kregen 65 patiënten die een benzodiazepine of ander middel als slaapmiddel namen, een stopbrief toegestuurd. In combinatie met een geleidelijke dosisafbouw door de huisarts bleek deze minimale interventiestrategie wel effectief en stopte of verminderde bijna de helft van de patiënten hun gebruik.

Slaapmiddelen worden veel voorgeschreven, vooral als symptomatische behandeling van slapeloosheid en angststoornissen. Er zijn arts- en patiëntgebonden factoren, maar ook externe factoren die de instandhouding van langdurig benzodiazepinengebruik beïnvloeden. Omdat stoppen met benzodiazepinen doorgaans moeilijk is, lijkt het voorkomen van chronisch gebruik een eerste vereiste. Als men hierin niet slaagt en de patiënt toch een chronische gebruiker is geworden, kan de huisarts de patiënt proberen te doen stoppen via een minimale interventiestrategie. In de literatuur werd aangetoond dat er efficiënte methoden bestaan om succesvol de inname van benzodiazepinen te verminderen of te stoppen. Verschillende studies onderzochten een minimale interventiestrategie, al of niet gevolgd door een afgesproken dosisvermindering.

De interventiestrategie waarbij een stopbrief wordt gestuurd naar de patiënten, is een bruikbaar middel voor een brede groep van chronische benzodiazepinengebruikers in de huisartsenpraktijk en kan als een eerste stap in een stappenplan voor de afbouw van langdurig benzodiazepinengebruik worden gebruikt. Deze brief die de patiënt via de huisarts krijgt, bevat praktische aanwijzingen en een informatiefolder waarin wordt beschreven waarom het gebruik ervan getemperd moet worden, alsook tips voor een goede slaap. Ongeveer één op de vijf patiënten slaagt erin om zo te stoppen. In sommige studies werd zelfs een succespercentage tot 30% genoteerd.

In de huisartspraktijk viel het op dat er nog heel wat patiënten waren die al lange tijd een benzodiazepine namen, vaak zonder koppeling naar het medisch dossier wat indicatie, duur van inname en voorlichting over deze medicatie betreft. Hieruit ontstond het idee om na te gaan hoe we deze patiënten door middel van een kleine interventie konden sensibiliseren om hen te doen afzien van hun benzodiazepine. Specifiek wilden wij weten wat het effect is van een minimale interventie via het versturen van een stopbrief, al dan niet gevolgd door een gereguleerde dosisvermindering door de huisarts, bij patiënten die  benzodiazepinen als hypnoticum nemen.

De stopbrief bevat praktische aanwijzingen, zegt waarom het gebruik van benzodiazepinen getemperd moet worden en geeft tips voor een goede slaap.

Hoe waren de reacties op de stopbrief? Drie maanden na het versturen van de stopbrief  stopten 11 patiënten zelfstandig hun benzodiazepinengebruiken reduceerden er 10 hun gebruik. Vijfentwintig patiënten hadden nog geen actie ondernomen en 19 patiënten weigerden participatie.

Twee maanden later hadden 4 van de 10 patiënten hun gebruik zelfstandig gereduceerd na ontvangst van de stopbrief. Zij kwamen niet meer op consultatie omdat ze vonden dat ze al voldoende afgebouwd hadden. Uiteindelijk waren er nog 4 patiënten die volledig stopten door gereguleerde dosisreductie bij de huisarts. Eén patiënt herviel echter na 3 weken. Onder de 25 patiënten die nog geen actie ondernomen hadden, waren er 17 die hun gebruik reduceerden na een bezoek aan de huisarts, maar geen van hen slaagde erin volledig stoppen.

Niet alle patiënten reageerden initieel even goed op de brief. Twee patiënten reageerden verontwaardigd: zij wilden geen onderdeel zijn van een wetenschappelijk onderzoek en vroegen zich bovendien af waarom de huisarts deze middelen voorschrijft als deze zo slecht zijn als gesuggereerd. Beide patiënten werden uitgenodigd voor een gesprek in de consultatie: de opzet van het onderzoek werd nogmaals geschetst en de bezorgdheid rond langdurig benzodiazepinengebruik, het kortstondig effect ervan, de afhankelijkheid en de nevenwerkingen die eruit kunnen voortvloeien, werden benadrukt. Dezeinformatie hadden zij ook moeten krijgen bij het opstarten van hun slaapmiddel. Zij maakten nadien deel uit van de groep die hun gebruik volledig stopte. Dit gaf dan ook een grote voldoening om verder te gaan.

Welke waren de redenen voor weigering: van de 19 patiënten die niet wilden deelnemen, waren er 9 die in het verleden al eens geprobeerd hadden hun benzodiazepinengebruik te staken, maar zonder succes. Zeven gebruikers voelden zich goed bij hun slaapmiddel en wilden dit niet achterwege laten. Twee patiënten wilden graag stoppen, maar vonden het moment niet geschikt. Eén patiënt wilde de afbouw uitstellen omwille van familiale redenen.

Besluit:
De stopbriefinterventie is een eenvoudig en bruikbaar middel gebleken. Het versturen van de stopbrief op zich leidde tot een directe stopzetting bij 14 patiënten en tot een dosisreductie met 52% bij 10 patiënten. In totaal werd bij 38 van de 65 geselecteerde patiënten na 6 maanden een verandering teweeggebracht in hun benzodiazepinengebruik. Dit is een succespercentage van 58,5%.

Drie patiënten die gestopt waren, hadden gedurende de eerste twee weken last van ontwenningsverschijnselen. Een van hen herviel op de helftvan de aanvangsdosis. Bij de andere twee patiënten verdwenen deze ontwenningsverschijnselen na twee weken, en ze zijn nog steeds gestopt.

Huisartsen nemen tot nu toe weinig initiatief om patiënten die benzodiazepinen gebruiken, hiervan te doen afzien. Vaak is dat omdat (verkeerd) gedacht wordt dat patiënten daar niet toe in staat zijn. Dit onderzoek toont ook aan dat veel patiënten met slechts een kleine interventie in staat zijn hun gebruik te reduceren. Een beperkte kennis van de patiënt over de medicatie, een gebrekkige dossiernotitie, het opstartbeleid en de follow-up, en een onvoldoende gekende afbouwmethodiek door de arts spelen hierin een belangrijke rol. Informeren en anticiperen op langdurig gebruik is dan ook de belangrijkste taak die voor de huisarts is weggelegd.

Zie ook: 'Slaapmiddelen, moeilijker gestopt dan gestart.'

Bron: Huisarts Nu december 2008; 37(10), T.Bode, J. De Lepeleire, benzodiazepinenafbouw via de minimale interventiestrategie.

Geschreven door Bruno Ariens om 00:00 Reageer op dit bericht

Zittend leven risicofactor voor slaapapnoe.

Canadese onderzoekers identificeerden een nieuwe risicofactor voor obstructieve slaapapnoe (snurken met adempauzes) bij mannen met een normaal lichaamsgewicht: te veel zitten. Deze belangrijke bevinding verscheen in Artsenkrant op 3/2/2009.

Als mensen veel lichaamsbeweging hebben, beletten de kuitspiersamentrekkingen dat er veel vocht wordt opgestapeld in de benen. Bij mensen met een zittend leven is er wel meer kans tot vochtopstapeling.

Stefania Redolfi (Toronto Rehabilitation Institute) en haar team toonden vroeger al aan dat het verplaatsen van vocht vanuit de benen bij gezonde niet-obese mannen resulteerde in een grotere nekomtrek, een vernauwing van de luchtpijp en meer neiging tot toeklappen van de luchtweg. Recent testten ze hun hypothese opnieuw uit bij 23 niet-obese mannen met een vermoedelijke slaapapnoe.

Ze stelden vast dat hoe meer tijd de mannen overdag al zittend doorbrengen, hoe groter het volume vocht is dat zich tijdens de nacht verplaatst van hun benen naar het bovenlichaam. En hoe groter het volume dat wordt verplaatst, hoe groter het risico voor obstructieve slaapapnoe.

De auteurs besluiten dat een zittend leven een risicofactor is voor slaapapnoe, en dit niet alleen omwille van het verhoogde risico voor obesitas, maar ook door de opstapeling van vocht in de benen.

Bron: Artsenkrant 1974, 3/2/09.
        American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine 2009;179:241-46

Geschreven door Bruno Ariens om 00:00 Reageer op dit bericht

Minder ziek door goed te slapen.

Goed slapen is belangrijk om je draagkracht te verhogen, zo ben je beter gewapend tegen de dagelijkse stress en tegen infecties. Wie slecht geslapen heeft voor hij een verkoudheidsvirus opdoet zal er gemakkelijker ziek van worden. In welke mate goed slapen een betere weerstand biedt, werd onderzocht door Dr. S. Cohen, afdeling psychologie van de universiteit in Pittsburgh, Pennsylvania.

153 gezonde mannen en vrouwen tussen de 21 en 54 jaar namen deel aan het onderzoek.

Zij noteerden nauwgezet gedurende 14 dagen hoelang en hoe goed ze sliepen (slaaptijd in functie van totale tijd in bed). Achteraf werd dan een gemiddelde score berekend. Vervolgens werden deze proefpersonen in afzondering gehouden, besmet met een flinke dosis verkoudheidsvirus en opgevolgd wie ziek werd.

De deelnemers die voor de besmetting minder dan 7 uur sliepen werden niet minder dan 3 keer meer verkouden dan wie 8 uur of meer sliep. Daar bovenop  werden deelnemers die een slechte slaapefficiëntie hadden (veel wakker liggen) meer dan 5 keer zo makkelijk ziek dan wie efficiënt sliep.

Deze bevindingen konden niet worden verklaard door woonplaats, seizoen, BMI, sociaal-economische status, psychologische verschillen of gezondheidsgewoonten zoals roken, sport of alcoholgebruik.

De auteur besluit dan ook dat een kortere of een niet efficiënte slaap gedurende de weken voor de besmetting met een verkoudheidsvirus duidelijk geassocieerd is met minder weerstand ten opzichte van de ziekte.

Zie ook: 'Waarom slaap belangrijk is voor kinderen.'

Bron: Medscape, Poor Sleep Before Rhinovirus Exposure Linked to Lower Resistance to Illness, Dr. L. Barclay, L. Désirée.

Geschreven door Bruno Ariens om 00:00 Reageer op dit bericht

Lawaai tijdens slaap nadelig voor geheugen.

Geluid tijdens de slaap zorgt ervoor dat het geheugencentrum in de hersenen, de hippocampus, overdag minder goed op gang komt.

Daarom hebben mensen met een slaapkamer bij een snelweg, spoorbaan of vliegveld meer moeite met het onthouden van oude informatie en het aanleren van nieuwe dingen. Zelfs als ze gewoon door dat lawaai heen slapen. (invloed windturbines: klik hier).

Dat zegt de Nederlandse neurowetenschapper Ysbrand van der Werf. Uit zijn onderzoek, gepubliceerd in het vakblad Nature Neuroscience, blijkt dat niet alleen slaaponthouding slecht is voor geheugen en leervermogen, wat uit eerdere experimenten al bekend was. Ook een lichte verstoring van de diepe slaap zonder dat iemand wakker wordt, heeft dat effect.

Van der Werf kwam dit proces op het spoor doordat hij tijdens de diepe slaap van zijn proefpersonen geluiden afspeelde. MRI-beelden lieten vervolgens zien dat de hippocampus van ongestoorde slapers overdag actiever was dan die van slapers naast wier bed met regelmaat piepjes hadden geklonken.

De proefpersonen moesten in een serie van honderd beelden er vijftig herkennen die ze eerder hadden gezien. De ongestoorde slapers deden dat veel beter.

Bron: Artsenkrant 21/1/09 
         Nature Neuroscience (18 Jan 2009), doi: 10.1038/nn.2253, Brief Communications

Aansluitend hierop wil ik graag de reactie op dit onderzoek van psychologe Elke De Valck in 'De Standaard'  meegeven.

Wie de nacht doorbrengt in een lawaaierige omgeving en bijvoorbeeld gestoord wordt door het gezoem van een autosnelweg of het geraas van een voorbijrijdende trein, heeft daar zelfs zonder wakker te worden last van. Als we in een zogenaamde 'diepe slaap'-fase zitten, zijn er langzame hersengolven actief. Die leggen de belangrijke informatie vast in het geheugen en wissen de nutteloze info. Maar als onze hersenen externe prikkels krijgen, kunnen de hersengolven dat niet doen en dat kan leiden tot geheugenverlies.

'De resultaten verbazen me helemaal niet', zegt Elke De Valck, docente aan de Vrije Universiteit Brussel en verbonden aan de Belgische Associatie van Slaaponderzoekers (Bass). 'Slapen is geen alles-of-nietsverhaal. Een voortdurend piepje of het geruis van een autosnelweg zijn prikkels die proberen om je aandacht te trekken. Je hersenen proberen die uit te schakelen om je nachtrust niet te verstoren, maar door dat bufferen zijn ze wel actief. Dat betekent dat je uit je diepste slaap wordt gesleurd en dat kan een negatieve invloed hebben op je geheugen.'

Vooral het onderdeel in onze hersenen waarmee we 'motorische activiteiten' leren, heeft te lijden onder de onrustige slaap. 'Wie bijvoorbeeld wil leren skiën, kan daar problemen mee hebben als zijn of haar nachten lawaaierig zijn', legt De Valck uit. 'Niet dat we zelf beseffen dat de nacht onrustig was, en daar schuilt het gevaar. We moeten nu onderzoeken of het ook echt schadelijk is. Want dat je gewend raakt aan lawaai, dat is heel subjectief. Wie naast een snelweg of spoorlijn woont, moet daarom nog niet panikeren. Maar we kunnen niet uitsluiten dat ze effecten ondervinden.'

bron: De Standaard 21/01/09, Koen Baumers

Geschreven door Bruno Ariens om 00:00 Reageer op dit bericht

Verband nachtwerk en borstkanker.

Nachtwerk gooit je 24-uursritme zo grondig in de war, dat je dit best kunt vermijden, alleen is dit in onze maatschappij erg moeilijk. Heel wat jobs zijn immers te nemen of te laten met shiftwerk. Als je dan toch nachtshiften moet draaien, volg dan de aanbevelingen zo goed mogelijk op en maak werk om je slaap te beschermen.

In Artsenkrant verscheen een artikel oven het mogelijk verband tussen nachtwerk en borstkanker, om maar te zeggen dan nachtwerk toch verstrekkende gevolgen kan hebben. Zie ook: 'Nachtwerk is mogelijk kankerverwekkend.' en 'ongustige effecten nachtwerk'

In Denemarken krijgen verpleegsters met borstkanker een schadevergoeding mits ze 15 jaar nachtarbeid hebben gedraaid. De Nederlandse vakbond FNV vraagt haar leden die nachtwerk deden en borstkanker ontwikkelden zich te melden.

Al zo'n tien Deense verpleegsters werden bedeeld met vergoedingen uiteenlopend van 13.000 tot 134.000 euro, afhankelijk van leeftijd, erfelijke aanleg en gebruik van alcohol, tabak en medicijnen. In Denemarken wordt borstkanker in verband met nachtwerk als 'mogelijke beroepsziekte' gezien.

Al langer is uit onderzoek bekend dat vrouwen die veelvuldig nachtdiensten draaien mogelijk meer kans (zo'n anderhalf keer meer) op de ziekte hebben. Dat zou te maken hebben met een verstoorde productie van het hormoon melatonine (slaaphormoon) in het lichaam. Vooral de gezondheidszorg is een sector waar vaak 's nachts gewerkt wordt.

In Denemarken meldden zich in totaal ongeveer 40 vrouwen. Ook leden van het Nederlandse FNV kunnen eventueel aanspraak maken op een vergoeding als ze minsten tien jaar nachtwerk hebben verricht.

Het FNV-bureau beroepsziekten zegt dat er eveneens moet worden gekeken of er in Nederland richtlijnen moeten komen voor de planning van nachtdiensten. Werknemers zouden de diensten misschien niet te veel jaren achter elkaar moeten doen. Ook is het volgens hen de vraag of bepaald nachtwerk overdag kan worden gedaan.

Intussen reageren deskundigen verdeeld. Sommigen vinden de oproep "voorbarig". "Het verhoogde risico treedt pas op bij mensen die 20 tot 30 jaar achtereen nachtarbeid hebben verricht", zegt Prof. Monique Frings-Dresen in de Nederlandse krant Trouw. Als hoogleraar arbeidsgezondheidskunde beoordeelde zij de studies op wetenschappelijkheid.

En dat is niet alles, zegt ze. In de studies werd nachtwerk verschillend en onduidelijk gedefinieerd. Er was slecht geregisteerd hoeveel uur de vrouwen nachtwerk hadden geleverd. Dat bemoeilijkt conclusies ook nog eens.

Het is nu wachten op een rapport van het kankeronderzoekcentrum van de wereldgezondheidsorganisatie (IARC). Dat zal in de zomer verschijnen en schept mogelijk meer duidelijkheid.

Bron: Artsenkrant 1968, 13/01/09. C. Nijenhuis

Geschreven door Bruno Ariens om 00:00 Reageer op dit bericht

Slaapapneu en werkongeschiktheid.

Slaapapneu leidt tot langdurige werkonbekwaamheid, zo meldt de Artsenkrant.

Volgens een studie uit Noorwegen zijn de door de patiënt zelf aangegeven symptomen van obstructieve slaapapneu een onafhankelijke risicofactor van langdurige werkonbekwaamheid en van permanente beroepsinvaliditeit.

Hoe verhogen symptomen van obstructieve slaapapneu (OSAS) het risico op langdurige werkonbekwaamheid en op permanente beroepsinvaliditeit?

Een groep Noorse onderzoekers heeft deze vraag onderzocht en getracht hierop een antwoord te vinden. Borge Sivertsen (Universiteit van Bergen, Noorwegen) et al. hebben hiervoor gebruik gemaakt van een historische cohorte. Ze verzamelden informatie over de dagen van werkverlet wegens ziekte en over beroepsinvaliditeit, evenals over medische gegevens van de Hordaland Health Study, in het westen van Noorwegen voor de periode 1997-99.

Zowat 7028 personen tussen 40 en 45 jaar hebben een vragenlijst ingevuld waarop ze hun eigen symptomen van OSAS optekenden (snurken, ademhalingsstilstand en slaperigheid overdag), hun BMI, hun gezondheidstoestand en andere factoren die hiermee verband kunnen houden. De resultaten, samen met het aantal dagen werkonbekwaamheid van acht weken of langer en met de permanente beroepsinvaliditeit, kwamen uit de database van de Noorse nationale dienst voor ziekteverzekering.

Van de ondervraagden die aan de studie deelnamen leedt 6,3% aan OSAS. Na uitsluiting van diegenen die reeds bij het begin van de studie werkonbekwaam waren, bleken de OSAS-symptomen een significante voorspellende factor te zijn van langdurige werkonbekwaamheid en van permanente beroepsinvaliditeit. Die personen vertoonden immers bijna twee maal meer (1,7) risico op landurige werkonbekwaamheid, en twee maal (2,4) meer kans om op een zeker ogenblik beroepsinvalide verklaard te worden. Die resultaten bleven significant na aanpassing voor alle potentiële covariabele factoren. Onder de drie symptomen die werden vermeld, bleek de slaperigheid overdag het belangrijkste te zijn, gevolgd door ademhalingsstilstand en snurken.

Volgens de auteurs zijn de door de patiënt zelf aangegeven symptomen van obstructieve slaapapneu een onafhankelijke risicofactor van langdurige werkonbekwaamheid en van permanente beroepsinvaliditeit. Deze resultaten moeten echter nog door andere studies bevestigd worden die dan de symptomen van het apnoesyndroom objectief moeten vaststellen. De conclusies van de studie worden gepubliceerd in de laatste aflevering van de European Respiratory Journal.

bron: Artsenkrant Nr. 1962 - 09.12.2008 

Geschreven door Bruno Ariens om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer depressie bij slaapmedicatie?

In mijn vorig artikel heb ik vermeld dat je door slaapmedicatie te gebruiken het risico loopt om sneller depressief te worden. Dr. Krypke (Professor of Psychiatry at the University of California, San Diego) heeft erg veel onderzoek gedaan over de risico's van slaapmiddelen en onderhoudt een website om het gebruik van slaapmedicatie te ontmoedigen. In de hieronder volgende studie keek hij na in welke mate depressie voorkwam bij mensen die slaappillen namen, in vergelijking met een placebo (neppil).

Prof Krypke verzamelde gegevens (verkregen via de Food and Drug Administration uit de VS) van 5535 patiënten die slaappillen gebruikten, vergeleken met 2318 personen die een placebo innamen: 2% van de slaappilgebruikers leden aan depressieve klachten en slechts 0.9% van de placebogroep. Het risico lijkt dus verdubbeld door het gebruik van slaapmedicatie. Deze bevinding suggereert dat wie risico loopt op een depressie best geen slaappil neemt, maar wel een antidepressieve therapie volgt met cognitieve gedragstherapie en/of antidepressiva.

We hebben gezien dat slapeloosheid het risico verhoogt op depressie. Let wel dat het er geen oorzaak van is, maar wel een belangrijk teken aan de wand, evenmin als buikpijn een maagzweer veroorzaakt, maar er wel een teken van kan zijn. Een langlopend onderzoek over slapeloosheid,depressie en angst kon niet aantonen dat slapeloosheid een voorspellende factor was voor het krijgen van een depressie 10 jaar later, maar het gebruik van slaapmiddelen wel. Dit doet natuurlijk de interessante vraag rijzen of het inderdaad niet de slapeloosheid zelf is maar wel het geassocieerde gebruik van slaapmiddelen, dat het risico op een toekomstige depressie verhoogt.

Dit zijn nog geen vaststaande feiten, maar de ideeën van Prof. Krypke zetten toch wel aan tot denken. Verder onderzoek op dit vlak is zeker nog nodig om na te gaan wat juist depressie veroorzaakt: slapeloosheid zelf of het gebruik van slaapmedicatie. Wat ik hieruit onthoud is dat  slapeloosheid echt moet worden behandeld en vooral zonder slaapmedicatie. Aanpak slapeloosheid: klik hier.

Nog een belangrijk discussiepunt: veel patiënten denken dat ze minder depressief zullen zijn door een betere slaap dankzij slaapmedicatie. Nu blijkt dat het beperkt onthouden van slaap net antidepressief werkt, terwijl wie slaapmedicatie nam een minder verkwikkende slaap genoot. Het is trouwens erg onzeker of de beperkte toename van de slaap door slaappillen de depressieve klachten kan verbeteren.

Bronnen:
Kripke DF. Greater incidence of depression with hypnotic use than with placebo. BMC Psychiatry. 2007;7:42
Wirz-Justice, A. van den Hoofdakker, RH. Sleep deprivation in depression: what do we know, where do we go? Biol Psychiatry. 1999.

Geschreven door Bruno Ariens om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Uitgeslapen wakker worden, informatie over slaap

↑ Terug naar de berichten