Mama op bezoek bij ons.
Met een pot bijna verwelkte orchideeën in de handen, - waar heeft ze nu die weer gevonden? - loopt mama verloren in de gang. Ze is weer volledig het noorden kwijt, dat heb ik wel direct in de gaten. Als ze me ziet zijn de tranen er weer. “Kind toch, ik kan niet meer … Breng me alstublieft naar ergens anders” is het eerste wat ze tegen me zegt. “Dat komt goed uit dat je even weg wilt, mama. Ik kom je halen. Wat denk je ervan om eens met me mee te gaan? Kun je eens zien hoe mooi de bloemen in onze tuin zijn.” Bij het horen dat ze mee mag, kan haar geluk niet op.
Het instappen in de auto verloopt zonder veel problemen en weg zijn wij. Als ik de oprit oprij, beseft ze eigenlijk niet goed waar ze is. Tot ze de stem hoort van Arsène, die geknield in een bloemperkje zit te wieden: ”Dag ma, hoe is het?” Hoewel ze slechts enkele meters van hem vandaan staat, speurt ze de hele tuin af waar hij is. We gaan enkele stappen dichterbij, hij zit vlak onder haar neus. Ik wijs hem aan, maar mama merkt hem maar niet op. ”Hier ma, hier zit ik, hier!” zegt Arsène. “Zeg, kun je dan niet eens naar mij roepen!” krijgt hij als antwoord van mama.
Terwijl we in het zonnetje op het terras wat drinken, krijgt ze opeens de bloemen in de gaten. “Mooi, heel mooi…en ze ruiken goed.” Ze imiteert de geluiden van een vogeltje dat lustig zijn lied zit te zingen in een boom. Daar heeft ze dus nog altijd oor voor. Ze houdt de bijen in het oog die rond zoemen. Ja, de natuur kan haar nog altijd boeien.
We geven de bloemen water, terwijl ze er bij is. Dapper helpt ze Arsène mee om de tuinslang af te rollen, nadat ze gevraagd heeft wat voor een ding dat is. Veel kan ze niet doen. Ze staat zeer onvast op haar benen in het gras en ik heb schrik dat ze zou vallen.
Dan passeert de buurvrouw en haar dochter, op wandel met hun hondje. Mama stapt aan mijn arm op hen af. Ze fluistert me ondertussen toe: “Ik zou ook zo’n hondje willen”. Al vlug zit de kleine Yorkshire in mama’s armen. Nu kan haar dag niet meer stuk.
Na de babbel met de buren, helpt Arsène haar in de auto en ik breng haar terug naar het rusthuis.
Iedereen gelukkig!






















1 reactie op dit bericht
Een eigen collega, plots moeten verzorgen, haar kleren onder de stoelgang te zien een lieve dame pas 50 het was erg om te zien.
Ik kan me voorstellen als het je eigen moeder of vader overkomt dat het nog erger is dan dat.
Ons moederke is 88 en een paar maand terug ook totaal van de kaart na een val thuis, opgenomen werd ze gelijk als zijnde dement behandeld met hadol en alle rommel die er maar te vinden was om haar rustig te houden, Ze was in de war, sprak waarstaal kende haar kleindochter als zijnde mij, en onze pa als haar vader, moederke deed in haar broek en lag vastgebonden aan haar bed
Ik ben ondanks mijn jaren van ervaring gewoon gek geworden en het ziekenhuis binnen buiten en onder boven gekregen om haar te helpen
Ruzie met de behandelende arts en het verplegend personeel omwille van het vastbinden en de verdovende middels die ze kreeg heb ik haar na 3 weken terug mee genomen naar huis
Mama is ondertussen terug een beetje de oude van vroeger, samen met papa slijten ze thuis hun oude dag
Mag er niet aan denken hun af te geven aan collega’s maar dat zal dan misschien beroepsmisvorming zijn
Ik heb ooit eens op mijn blog een artikel geschreven over een van onze mensen die na jaren van zware alzheimer ,en na vele jaren van stilzwijgen plots zei ‘je bent lief weet je dat’ ik heb staan huilen als een kind, heel veel liefde, een vriendelijk woord meer was daar niet voor nodig en daar doen we het toch voor nietwaar.
Vriendelijke groeten Ria
Blog. Miekemuis en haar maatje