Met mama naar het ziekenhuis.
- 7u30: De taxi ‘ziekenvervoer’ is er. Wij brengen mama in een rolstoel naar beneden. Mama vindt het niet erg dat ze met de rolstoel achteraan in de wagen wordt vastgezet. Ik neem plaats naast de chauffeur. Arsène wuift ons uit.
- 7u50: Wij arriveren in het ziekenhuis. De chauffeur begeleidt ons naar de dagkliniek.
- 8u00: Bij de receptie worden nog wat paperassen in orde gebracht. Ik vraag om duidelijk te vermelden dat mama Alzheimerpatiënt is. De receptioniste kijkt na wanneer mama aan de beurt is. De stomatoloog heeft mij telefonisch beloofd dat hij, ondanks zijn overvolle agenda, ervoor zou zorgen dat mama niet lang hoefde te wachten. Hij heeft woord gehouden: mama staat deze morgen als tweede patiënt op de lijst.
- 8u10: Een verpleegster brengt ons naar een kamer. Een collega komt meteen helpen om mama uit te kleden en ze wordt in bed gelegd. Er moet nog een vragenlijst ingevuld worden en ik leg nogmaals de nodige nadruk op mama’s ziekte. De verpleegster deelt gelukkig mijn bezorgdheid en pleegt snel een telefoontje naar het operatiekwartier. Zij regelt dat ik met mama meekan! Mama is nog steeds goedgezind, blijft iedereen vriendelijk toelachen en steelt zo het hart van iedereen. “Ze is zo lief” krijg ik te horen.
- 8u40: Mama wordt weggebracht. De zenuwen gieren door mijn lijf, maar ik ben blij dat ik met haar mee kan.
- 8u45: Ik krijg een ‘mutsje’ opgezet, een grote ruime schort voorgebonden en een paar plastic ‘sokjes’ moet ik over mijn schoenen trekken. De stomatoloog komt nog even tot bij mij en legt kort uit wat hij zal doen.
- 8u50: Ik zit bij mama op bed. Ik hou haar arm vast als het infuus wordt gestoken. Nu is ze even boos: “Ai, zeg!” snauwt ze de verpleegster toe.
- 9u05: Het is tijd! “Kom maar mee, je mag bij je moeder blijven tot ze slaapt,” word ik door de anesthesist gerustgesteld.
- 9u10: Ik zit te wachten in de gang. Ik bel naar Arsène. Die heeft, bezorgd als hij is, al twee keer geprobeerd om mij te bereiken. Ik breng vlug verslag uit.
- 9u35: Ik mag weer de operatiekamer in. “Alles is goed verlopen,” verzekert mij de dokter.
- 9u50: Mama’s bed wordt naar de recovery gebracht. Ze krijgt een grote ‘ijszak’ rond haar kaak gebonden om zwelling te voorkomen. De anesthesist blijft nog geruime tijd naast haar bed staan. Mama ademt nog niet zelfstandig. Ik vrees dat het verkeerd gaat en begin me behoorlijk zorgen te maken. “Hoeft niet,” verzekert de anesthesist mij vriendelijk.
- 11u45: Mama mag naar haar kamer. Ze blijft wel in een diepe slaap. Ik houd de wacht bij haar en krijg de opdracht om haar af en toe wakker te maken. Regelmatig komt er een verpleegster binnen om mama’s toestand te controleren.
- 15u20: Arsène komt mij aflossen. Ik moet dactyloles geven en nu blijft hij bij mama.
- 16u25: Arsène belt mij: “Mama is al weer in het rusthuis. Nadat de dokter haar op haar kamer had bezocht, mocht ze naar huis. Alles is oké, ze ligt al in haar bedje. Ze slaapt alweer. Maak je geen zorgen meer en geef maar goed les! ”
- 18u30: Karoline springt, als ze van het rusthuis komt, nog even binnen. “Mama slaapt nog steeds,” vertelt ze ons.
- 19u15: Ik bel toch nog maar eens naar mama’s afdeling: ”Ze slaapt. Alles is goed.”
Oef, deze dag is eindelijk achter de rug is. Als we later in ons ‘zeteltje ‘ zitten, babbelen Arsène en ik nog wat na. We zijn alle twee zo blij dat alles zo vlot en goed is verlopen. Iedereen heeft zo zijn uiterste best gedaan voor mama.










2 reacties op dit bericht
je ziet het wel hé !
Chris.
Hallo Ellen