Naar de inhoud

ALZHEIMER: leven zonder dat je erbij bent

akke.beakke.be

Archief

'œDa kunde gij nie!'

Mama zit in haar zetel in een kring bij de andere bewoners. Er wordt, zoals meestal op vrijdagmorgen ‘geturnd’. Van in hun zetel of stoel doen de oudjes allerlei bewegingsoefe-ningen onder leiding van de ergotherapeut. Sommigen, waaronder ook mama hebben er ook al een ochtendwande-ling opzitten. Ik ga vóór mama staan en zeg: ”Dag mama. Ik kom jouw haar doen.”  Mama herkent me absoluut niet. Ze kijkt me streng aan, maar vooral met haar toch een beetje hautaine blik van vroeger. “Da kunde gij nie!”  zegt ze overtuigd. Dit najaar wordt het vier jaar dat ik elke vrijdagmorgen, met uitzondering van de drie weken zomervakantie, naar mama ga. Ik doe haar haar en haal de wekelijkse was op.

Ik neem mama mee naar haar kamer. Pas als ik haar wel tien keer heb aangesproken met ‘mama’ reageert ze alsof ze weet wie ik ben: “Zoete…”. Zij neemt me vast en ik word overladen met een dik pak zoenen.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Steeds verder weg!

Dinsdagnamiddag ben ik tussen de buien door met mama op wandel in de tuin van het rusthuis. “We hebben gans de dag feest gevierd,”  zegt mama plots. “Dat is goed. En met wie?”  vraag ik. Mama blijft stilstaan en bekijkt aandachtig de struiken aan de kant van het wandelpad. Ze wijst één van de struiken aan en antwoordt: “Met die madam!”  Meteen stapt ze weer door. Voor haar is aan dit antwoord niets vreemds, voor mij wel. Ik staar haar een beetje aan en bedenk dat ze steeds verder wegglijdt. Er blijft nog zo weinig over van die mama van vroeger. Ik geraak haar meer en meer kwijt en dat blijft pijn doen. Maar wat ook zo lastig is, is machteloos te moeten toezien hoe zij, die ooit een verstandige en fiere vrouw was, nu nog slechts ‘een hoopje mens’ is, zoals Ron Buitenhuis dat verwoordt:

Ron Buitenhuis - Alzheimer Song - Ein Huipke Miens (Een Hoopje Mens)

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Dement en toch nog bezorgd om elkaar!

Als ik zaterdagnamiddag op mama’s afdeling kom, zit mama met enkele mede-bewoners voor de televisie. Wat er zich op het scherm afspeelt, interesseert haar niet. Ze wrijft met haar vingers zenuwachtig over de rand van het tafeltje dat vóór haar op de zetel is bevestigd. Ze weent. Ik ga meteen naar haar toe: “Dag mama.” Met betraande ogen kijkt ze mij verward aan. Aan haar blik zie ik dat ze mij niet herkent. De demente bejaarde dame, die naast mama zit, spreekt mij meteen aan. “Madam, zou jij eens voor haar willen zorgen?”  zegt ze knikkend in mama’s richting. Haar arm ligt troostend op die van mama. “Neem haar eens mee,”  klinkt het verder bezorgd. “Ik neem haar meteen mee en ik ga met haar wandelen,” zeg ik tegen de lieve dame. “Dat is goed, dat zal haar deugd doen,” zegt de dame, “ge zijt bedankt!” 

Ik droog mama’s tranen en wat later loopt ze al lachend aan mijn arm. Als ik met mama op weg naar buiten voorbij de bezorgde dame stap, zwaait ze ons toe en geeft een goedkeurend knikje in mijn richting.

Dement, en toch nog zo bezorgd om elkaar!

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
1 reactie Reageer op dit bericht

'œKijk, schelpjes!'

Als ik zondagnamiddag bij mama kom, zit ze geïnteresseerd naar de televisie te kijken. De laatste rit van de Ronde van België wordt uitgezonden. ‘Koers’ heeft haar nooit echt geboeid, maar daar is nu blijkbaar verandering in gekomen. Ze is enorm geconcentreerd op wat zich op het scherm afspeelt. Het duurt dan ook wel even voor ze doorheeft dat ik er ben.

Ik haal haar uit haar ‘zetel’ en we gaan samen naar haar kamer. Daar steekt ze haar armen naar mij uit, en lachend zegt mama: “Kom hier jij, hier bij mij”.  Ik ga bij haar staan, we nemen elkaar vast en het wordt een echt zoenfestijn. De ene dikke kus volgt na de andere.

We gaan samen buiten in het park van het rusthuis wandelen. Weer valt het mij op dat mama, nu ze deelneemt aan ‘Start to walk’, vlotter ter been is. Dus meer beweging doet haar in ieder geval deugd. Ze babbelt, wel met een stil stemmetje, weer honderd uit zonder dat ik er ook maar één woord van begrijp. Tot ze plots zegt: “Ik rij niet meer naar ‘t Sas hoor!”  Vroeger woonden mijn ouders vlakbij de Nederlandse grens. Net over die grens ligt de gemeente Sas van Gent, kortweg door iedereen ‘’t Sas’ genoemd. Soms was het vroeger voor mijn ouders voordeliger om met onze Belgische frank in Nederland de wekelijkse boodschappen te doen. Dat is allemaal al jaren geleden. Dat dit nu ineens door mama’s hoofd speelt. “Ga jij geen boodschappen doen in ‘’t Sas’?" vraag ik. “Neen,” zegt mama kort en gedecideerd. “Oké, dan kan je jouw geld maar beter sparen, hé!”  zeg ik droogjes. Mama kijkt me lachend aan, geeft me een klein duwtje en antwoordt: “Gij kleine stoute beest!”  Ze gaat verder in haar brabbeltaaltje en dan komt dit: “Daarmee heb ik nu nog geen auto.”  “Heb jij jouw auto nodig?” vraag ik heel bezorgd. “Maar neen,” is mama’s antwoord en daarmee is dit gespreksthema ook weeral afgehandeld.

Ze heeft het nog een paar keer over de wind en dat die op haar hoofd blaast, maar volgens de uitleg die ze geeft, stoort het haar totaal niet. Net als mama en ik willen naar binnen gaan, komt Karoline de parking van het rusthuis opgereden. We wachten haar op, want mama is altijd blij als Karoline er is. Ook zij begint over de wind: “Marcella, we moeten maar denken dat we aan zee lopen. Op het strand, arm in arm, en de wind blaast in ons gezicht.”  Mama kijkt Karoline aan en lacht eens. Enkele stappen verder zegt mama, wijzend naar de grond: “Kijk, schelpjes!”  Er is geen schelpje te bespeuren, maar Karoline zegt heel serieus: “Ja, schelpjes!”

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Robert is niet meer.

Het is vandaag acht dagen geleden dat Robert, de pa van mijn vriendin, overleed.
 
Arsène en ik waren enkele dagen voorheen nog bij hem op ziekenbezoek geweest. We hadden aan zijn ziekbed gezeten, nog een gezellige babbel met hem gehad, maar toen we weggingen wisten we dat dit de laatste keer was dat we hem hadden gezien. Het deed ons enorm veel pijn, maar er was geen twijfel meer mogelijk, hij zou de strijd tegen zijn ziekte weldra verliezen.

De dag na ons bezoek aan Robert en Yvonne zaten Denise, mama en ik in de cafetaria. Denise vroeg hoe het was met Robert. Ik vertelde haar dat het helemaal niet goed ging, dat hij er toch wel erg aan toe was. Plots keek mama mij met opengesperde ogen aan. Ik herhaalde: “Het is niet goed met Robert, mama.” Ik voegde er nog aan toe: “Robert, de man van Yvonne en de pa van Lydia.”  Mama snauwde meteen: “Ik weet wel over wie het gaat, hoor!”  Ze kreeg de tranen in de ogen en wreef met haar hand over hart. “Ik voel het hier…” zei ze triest, maar verder dan dat kwam ze niet. Ik schrok van haar reactie, want toen Robert, Yvonne en Lydia nog op 24 maart bij haar in het rusthuis kwamen, herkende ze geen één van deze drie mensen. Zie:
Yvonne, Robert en Lydia op bezoek.. En toch maakt de naam van Robert nog emoties bij haar los.

Toen ik vrijdagmorgen bij mama kwam om haar haar te doen, hadden Arsène en ik in het crematorium net de dienst bijgewoond om afscheid te nemen van Robert. Nog heel verdrietig en flink onder de indruk, vertelde ik mama dat Robert was overleden. Ze keek me aan, glimlachte eens en keek doelloos naar de muur van haar kamer. Deze keer begreep ze er blijkbaar niets van. Ik heb het daarbij gelaten.

654270-7f62314b2d840c9b9b73207e38ba3021.jpg
654270-9e662111700b862f3e98b18e72fb1b07.jpg

Robert, was een goede echtgenoot, een pa die altijd met raad en daad klaarstond, een opa uit de duizend, een echte vriend voor iedereen. Robert was liefde en vriendschap, wij zullen hem nooit vergeten.

Hoe vind je dit bericht?
2 reacties Reageer op dit bericht

"Het regent op mijn hoofd!"

Met het personeel van mama’s afdeling is afgesproken dat zij steeds op vrijdag in bad gaat. Haar haar wordt dan ook gewassen en ik kom naar vaste gewoonte in de voormiddag de krulspelden indraaien. Meestal is mama’s haar al droog als ik bij haar toekom. Dus weer even nat maken is de boodschap. Een klein sproeibusje vul ik op met water en spuit dan mama’s haar nat. Ze heeft er een grondige hekel aan en laat dit ook merken. Hoewel ik er voor zorg dat het water in het busje lekker warm is, reclameert ze telkens dat het veel te koud is. Het is vandaag niet anders. “Oh… het regent op mijn hoofd. Dat is koud, hoor!” doet ze nog maar eens haar beklag.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Wat scheelt er met mama's ondergebit?

Van de verzorgende weet ik dat mama verschrikkelijk weerstand blijft bieden, zelfs tot huilens toe, als ’s morgens haar ondergebit wordt ingestoken. Dinsdagnamiddag komt dus de tandarts nog eens langs om te kijken wat de oorzaak kan zijn. Omdat haar zoontje bij haar vorige bezoeken er steeds bij was en mama de nodige afleiding bezorgde, is hij terug meegekomen. De lieve kleuter doet vandaag zijn ‘job’ bijzonder goed. Mama weigert om haar mond te openen, dus de kleine jongen krijgt de opdracht om te tonen hoe het moet. Hij gaat vóór mama staan en spert zijn mond wijd open. Als mama niet meteen met hem meedoet, herbegint hij spontaan: mond open, mond toe. Mama vindt dit bijzonder leuk en doet uiteindelijk met hem mee: mond open, mond toe. Opdracht geslaagd. Zo kan de tandarts, wel met enige moeite en veel geduld, dan toch nog in mama’s mond kijken. Ze merkt dat er vooraan twee drukpunten zijn en dat kan pijnlijk zijn vertelt ze mij. Ze neemt het ondergebit mee naar huis, slijpt het wat bij en een uurtje later heeft mama haar ondergebit terug. Enkele dagen later lijken de problemen van de baan! Mama durft nog wel eens het gebit uit te nemen, maar volgens één van de verzorgende, klaagt ze niet meer dat het pijn doet.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Is mama haar nieuwe tanden beu?

Als ik vandaag op mama’s afdeling kom, word ik meteen door de verzorgende aangesproken. Toen deze middag mama naar het toilet ging, nam ze haar ondergebit uit haar mond en smeet dit vliegensvlug in de wc! Het ging allemaal zo snel dat niemand mama kon tegenhouden. Ze vertellen mij dat ze het ondergebit meteen uit de wc hebben gevist en grondig hebben gereinigd.

De verzorgenden zijn bezorgd, stel dat mama haar splinternieuwe gebit na enkele dagen al was kwijt gespeeld. Mama ‘s gebit is nu vastgekleefd in haar mond. Ik zal de tandarts vragen om eens langs te komen. Bezorgt het nieuwe ondergebit mama toch pijn? Is ze daardoor haar nieuwe tanden beu? Niemand die het weet, want mama kan het niet meer zeggen.

Hoe vind je dit bericht?
2 reacties Reageer op dit bericht

Moederdag 2010: mama lacht haar nieuwe tanden bloot!

Als Arsène en ik zondagnamiddag toekomen bij mama, ligt ze languit ontspannen te genieten in haar nieuwe zetel. Deze nieuwe aanwinst verdient beter dan de benaming ‘stoel’, voortaan wordt het zitmeubel eerbiedig aangesproken met ‘de zetel’.

Als we ons beiden over mama buigen om haar een gelukkige Moederdag te wensen, kijkt ze ons glimlachend aan. Mama neemt onze handen vast en zegt: “’k Ben zo blij dat ik jullie eens zie.”  Het is een week geleden dat ze Arsène zag en één dag geleden dat ze mij zag, maar blijkbaar is dat voor mama al een eeuwigheid geleden. Ze is echt oprecht blij dat wij ‘er eens een keertje zijn’.
 
Opgewekt gaat ze met ons mee naar haar kamer. Op haar tafel staat een grote 'feestelijke' envelop, aan mama geadresseerd. Arsène kijkt wat er in zit. “Kijk eens, aangeboden door het rusthuis voor Moederdag. Een waardebon van 4 euro te gebruiken in de cafetaria! Dat is toch fantastisch hé!” zegt hij. Elk jaar worden op deze manier alle bejaarde dames die in het rusthuis verblijven, eens goed verwend. Dat is een zeer leuk initiatief!

Wij gaan met mama wandelen in het park. We willen zo graag een foto van haar met haar ‘nieuwe tanden’. Arsène staat klaar met het cameraatje en ik heb als opdracht mama aan het lachen te krijgen. Maar dat is buiten ‘ons mama’ gerekend. Ze kijkt wat nors, zelfs ongeïnteresseerd of ze kijkt de verkeerde richting uit. De lippen op elkaar geklemd, we krijgen maar geen nieuw gebit te zien. Arsène bergt dan maar het fototoestelletje weg. We zetten onze wandeling verder. Plots blijft mama staan, draait met de nodige geste haar hoofd richting Arsène, lacht haar tanden bloot en zegt: “Kijk eens hoe mooi ik ben!”  Arsène en ik barsten in lachen uit. Wat later lassen we een korte pauze in en gaan op een rustbank zitten. Mama is blij en spontaan gaat ze lachen. Het levert ons dan toch uiteindelijk enkele leuke foto’s op.

643989-03431d463c5c00dcf1c5dd6fbc152091.gif

Wat later geniet ze in de cafetaria van een uitgebreid dessertbord en een fruitsap. En wat belangrijk is: mama knabbelt er lustig op los met haar 'nieuwe tandjes'.

Gelukkige Moederdag mama!

Hoe vind je dit bericht?
3 reacties Reageer op dit bericht

Mama en haar nieuw gebit!

Vrijdagmorgen zwaai ik met het plastic zakje waar mama’s nieuwe gebit in zit naar een verzorgende die ik op de gang van mama’s afdeling tegenkom. “ Mama’s nieuwe tanden!”, zeg ik fier. Zij en één van haar collega’s komen er meteen op af. “Die gaan we direct proberen in te steken”, zegt één van hen gedecideerd. Ik ben toch wel blij dat ik hulp krijg.

De verzorgende maakt eerst de beide helften van het gebit nat, zodat ze makkelijker in mama’s mond kunnen worden geplaatst. Het bovengebit wordt zonder enig probleem ingestoken. Maar dan weigert mama om een tweede keer haar mond te openen. De lippen op elkaar geperst, kijkt ze stijf voor zich uit. Gelukkig stelt ze ons geduld niet lang op de proef. Ineens is ze weer zeer gewillig, opent braafjes haar mond en het ondergebit wordt in haar mond gestoken. Na enkele traantjes lijkt mama meteen vergeten dat ze een nieuw gebit heeft. Ze glimlacht alweer. Ook de verzorgende die het werkje voor elkaar kreeg, lacht tevreden: “Ze ziet er al helemaal anders uit hé?”  Nou en of, nu maar hopen dat eten met het nieuw gebit ook lukt.

Hoe vind je dit bericht?
1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van ALZHEIMER: leven zonder dat je erbij bent

↑ Terug naar de berichten