Vandaag is mama 80 jaar geworden.
Een impressie:
Vandaag is mama 80 jaar geworden.Een impressie:
Mama wordt morgen op Valentijnsdag 80 jaar!
Uit het oog maar niet uit het hart?

Deze morgen haal ik een verjaardagskaart uit mama’s brievenbus. Ik geef de envelop aan mama. Ze weet eigenlijk niet wat ze daar mee moet aanvangen. Ze staat verloren met de briefomslag in haar handen, dus maak ik hem snel voor haar open.
- Ik: “Voor jou, mama, voor je verjaardag.”
- Mama: (terwijl ze de kaart bekijkt): “Oh…oh…”
- Ik: “Jij bent zondag jarig.”
- Mama (vol ongeloof): “Neen…”
- Ik: “Ja, op 14 februari, op Valentijn is het jouw verjaardag.”
- Mama: “Ja?”
- Ik: “Je wordt zondag 80, mama”
- Mama: “Neen…”
- Ik: “Ja en deze kaart is voor jouw verjaardag!”
- Mama (heel blij): “Ja…oh… oh…”
De mensen die haar deze verjaardagskaart stuurden, zijn sinds haar opname in het rusthuis niet meer bij mama op bezoek geweest. Ooit was het anders! Om elkaar op te zoeken moest er geen reden zijn en op verjaardagen werd samen een glaasje gedronken. Ze wonen bij ons in het dorp, maar een bezoekje aan mama werd steeds om de één of andere reden uitgesteld. Kort na haar opname vond mama het erg om deze vrienden niet meer te zien. Maar met de tijd sprak ze steeds minder over hen en ik dacht dat ze uit haar hoofd waren verdwenen. Als ik deze morgen de namen voorlees van de mensen, die haar met deze verjaardagskaart hartelijk proficiat wensen, kijkt ze me aan. Mama legt haar hand op haar hart en vraagt: “Echt waar?” Ik zeg nogmaals de namen en mama herhaalt ze zachtjes. Nog steeds haar hand op haar hart zegt ze: “Oh…oh…”
Deze kaart heeft haar heel eventjes heel blij gemaakt. Als ik ze even later op de vensterbank neerzet, weet mama al niet meer waarom en van wie ze deze kaart kreeg.
Het went nooit!
Donderdag is mama naar de kapper geweest. Dus vrijdagmorgen ben ik bij haar niet langs geweest. Ik wip ’s avonds even binnen om de was op te halen. Het is net etenstijd. Mama glimlacht als ze mij ziet en zegt zachtjes: “Zoete.” Ze kent me, jubelt mijn hartje. Mama ziet er mooi uit, haar haar is geknipt en ze heeft een nieuwe permanent.
Ik blijf naast haar zitten, terwijl ze rustig haar boterhammen opeet. Een beetje hulp is nodig, want mama zou haar kiwi, haar pudding en haar boterhammen tezelfdertijd, alles door elkaar, opeten. En als je haar niet in de gaten houdt, zou ze uit de koffiekan drinken en niet uit het kopje! Maar al bij al lukt het haar toch. Terwijl ik haar stiekem gadesla, bedenk ik dat ze volgende week tachtig wordt. Maar ondanks haar leeftijd, went het niet om haar zo te zien.
Karoline zit, zoals naar gewoonte, bij Marcel en mama aan tafel. Ze is nog herstellende van een keelontsteking. En door het ziek zijn, zit ze er niet alleen lichamelijk, maar ook mentaal helemaal even door. Ze gooit het er allemaal uit: “Kijk eens naar mijn keel, helemaal dik!” Inderdaad haar keel is aan de buitenkant ook helemaal opgezet. “Klieren, zegt de dokter! … ik ben op! … moest Marcel nu nog thuis zijn dan zou hij voor mij zorgen… nu lig ik daar alleen ziek in de zetel… mijn zoon is wel bij mij geweest… en Jo ook… maar ja… woensdag ben ik toch nog even tot hier gekomen, ik moest mijn ventje zien, maar niets van herkenning… hij wist niet wie ik was... hij staarde maar de andere kant op… dat heeft mij gekraakt… ik kan niet meer… ik heb gisteren gans de dag gehuild… ik kan niet meer…”
Ik zit alleen maar te luisteren, ik voel de waterlanders komen. Hoe graag ik haar ook zou helpen, machteloos ben ik. Als Karoline haar hart heeft gelucht, zegt ze glimlachend door haar tranen heen: “Oef, ’t is er eens uit, ik voel me al beter.” Marcel en mama eten ondertussen onverstoord verder. Zij zijn er zich allebei niet meer van bewust hoe Alzheimer hen heeft kapot gemaakt.

Voor ons blijft het zo erg verdomd moeilijk om dat te aanvaarden. Het went nooit om hen zo te zien. De pijn blijft!
Wat gaat er toch om in dat zieke hoofd?

Na het les geven en nog wat boodschappen halen, kom ik woensdagnamiddag pas na 4 uur bij mama aan. Denise is al met mama op wandel in de gangen van het rusthuis. Mama weet eigenlijk niet goed wie ik ben.
Denise is blij van mij te zien. Ze moet mij iets vertellen: “Je weet dat jouw mama al sinds maanden mijn naam niet meer zegt. Wel, vandaag deed ze dat wel. Toen ik deze namiddag bij haar kwam en haar een kus gaf, zei ze tegen mij: ‘Denise is nog niet geweest!’. Mama zei mijn naam en in een flits van een seconde was alles weer weg.”
Ik vind het gek: mama die tegen Denise zélf zegt dat Denise nog niet op bezoek is geweest. Kloppen doet het plaatje niet. Wat gaat er toch om in dat zieke hoofd? Als we even later in de cafetaria een tafeltje uitkiezen, vraag ik: “Kom mama, ga je neerzitten?” Denise was al gaan zitten, mama kijkt naar haar en zegt: “Ja, bij Denise!” En spontaan gaat mama op de stoel zitten naast Denise!
'œHet zou wel kunnen!'

Als ik zondagnamiddag rond 3 uur bij mama kom, hangt er een geur van koffie en urine rondom haar. Als ik haar uit ‘de stoel’ haal, grijpt ze meteen haar natte broek vast. “Bah, ’t is nat”, zegt ze afkeurend en dat klopt nog ook, vandaar die vervelende geur! Ik vraag hulp aan een verzorgende en mama krijgt weer droge kleren aan.
Even later staan we met ons tweetjes in de lift, waarin aan één zijde een grote spiegel is aangebracht. Mama geeft mij een duw en wijst glimlachend op ons spiegelbeeld. “Ja, dat zijn wij hé, mama!” zeg ik. Ze blijft ons spiegelbeeld aankijken. “Moeder en dochter”, help ik haar, maar ze staart me onbegrijpend aan. “Ik ben jouw dochter,” zeg ik. Mama kijkt van het spiegelbeeld weg terug naar mij, geeft me een por en zegt lachend: “Ja, het zou wel kunnen!” En hoewel ze niet helemaal zeker is dat ik haar dochter ben, belet het haar niet om mij een hele dikke zoen te geven.
Mama is vandaag "in goeden doen".Zonder woorden:
Ik blijf haar bezoeken!
'œZe begrijpt niets meer.'Deze week had ik, na mijn bezoekjes aan mama, geen behoefte om in mijn dagboek te schrijven. Sommige lezers van mijn blog werden bezorgd en vroegen mij of er iets ergs scheelde. Neen, alles gaat zijn gangetje. Weinig afwisseling: met dit koude en natte winterweer kunnen mama en ik niet naar buiten. We wandelen wat doelloos op en neer in de gangen van het rusthuis en zoeken wat afleiding in de cafetaria. En ondertussen doet mijnheer Alzheimer zijn werk grondig en gaat mama stilaan verder en verder achteruit. En ik, ik blijf maar proberen om daar mee om te gaan en om het te aanvaarden.
Zaterdagnamiddag haal ik mama uit ‘de stoel’. Haar broek is gevlekt, vol met etensresten. Ik vraag hulp om mama een propere broek aan te doen. De verzorgende en ik maken van de gelegenheid gebruik om mama op de wc te zetten. Ik krijg het vandaag opnieuw te horen van de bejaardenhelpster dat het een echt probleem wordt om mama nog te verzorgen: “Ze begrijpt niets meer …“ We blijven maar alle twee tegen mama herhalen dat ze moet gaan zitten op de wc. Mama staat met de rug naar de wc stokstijf recht en plooit haar benen niet om te gaan zitten. Net zoals ik het vorige week ook al meemaakte, merk ik dat ze niet weet wat er van haar verlangd wordt. Goed gesteund door de verzorgende wordt mama zachtjes achteruit geduwd, tot ze bijna haar evenwicht verliest en zo op de wc terechtkomt. Het is pijnlijk om te zien, maar ik besef dat het niet anders kan. Mama krijgt ondertussen een propere broek aan.
Na het toiletbezoek gaan we met zijn tweetjes naar beneden. We komen Denise tegen. “Kijk mama, Denise is er ook”, zeg ik. Mama is blij als ze Denise ziet en steekt beide handen naar haar uit. Mama wil Denise verwelkomen en zegt lachend: “Ewel, moet gij niet…”, maar daar stopt het. “Natuurlijk moet ik”, antwoordt Denise ook lachend. Was mama enkele maanden nog heel ongelukkig, triest en soms heel opstandig omdat ze de juiste woorden niet vond, nu heeft ze er al geen erg meer in dat ze haar zin niet kan afmaken. “Kom geef mij maar een kus”, zegt Denise terwijl ze mama’s uitgestoken handen vast neemt. De twee vriendinnen kijken elkaar aan en geven elkaar een dikke zoen.
In de cafetaria eten Denise en mama oliebollen. Een echte lekkernij, maar wat zwaar om eten. Denise stelt voor om een portie te delen. Aan snoeperijen doe ik niet vaak mee, dus Denise neemt drie oliebollen, mama krijgt er vier. “Niet helemaal eerlijk verdeeld”, opper ik. “Toe, zegt Denise vergoelijkt, “laat maar, ze eet dat zo graag… en dat is iets waar we haar nog eens een pleziertje kunnen mee doen!” En hoewel mama vandaag niet alleen kan eten en ik met haar vork beetje voor beetje de oliebollen in haar mond moet stoppen, knikt ze uitbundig van ja als we vragen of het haar smaakt. Oké, dat heeft ze dan toch maar weer gehad.
Kerstballen opeten?

Voor de kerstdagen had ik mama’s kamer versierd met enkele kerstballen en een goudkleurige slinger, hoog opgehangen zodat ze er niet bij kon. Op een klein tafeltje stond een leuke stoffen Kerstman en een plastic kerstkrans. En net voor we op reis vertrokken, maakte ik voor mama nog een kerststukje. Met levend groen en echte glazen kerstballetjes. Mama vond het vroeger altijd heel leuk om met kerst een zelfgemaakt stukje van mij te krijgen, dus ik dacht ik zet ook dit jaar de traditie voort. Toen ik het meebracht, had mama er totaal geen interesse voor.
Woensdagnamiddag ruim ik de kerstversiering op. Kerstballen, slinger, Kerstman en kerstkrans worden weer tot volgend jaar in een doos opgeborgen. Mama loopt ondertussen wat in haar kamer rond. Ik moet haar voortdurend in de gaten houden. Terwijl ik op de stoel sta om de kartonnen doos hoog in de kast op te bergen, verlies ik haar even uit het oog. Plots hoor ik hevig gekraak en ‘gekrets’ in mama’s mond. Ik spring van de stoel en heb meteen in de gaten wat er is gebeurd. Mama heeft één van de kleine glazen kerstballetjes uit het stukje gehaald en eet het op. Ik schrik me rot en heel bezorgd, zelfs een beetje paniekerig begin ik: “Doe je mond open, mama … Mama, niet opeten, het is glas … mama alsjeblieft, doe je mond open … het glas niet opeten! ...” Maar mama opent haar mond niet en blijft mij verbaasd aankijken. Zij begrijpt niet wat ze verkeerd doet en knabbelt rustig voort op het kerstballetje. Ten einde raad ga ik met mama naar het bureau waar drie verzorgende druk bezig zijn. Mama trekt wel af en toe vieze gezichten, maar ze blijft hardnekkig op het glas bijten. Als ze horen wat er aan de hand is, laten ze hun werk vallen en scharen ze zich alle drie rond mama. “Doe eens je mond open, Marcella … Zeg eens A …” Ze doen hun best en eindelijk doet mama haar mond eventjes open. Eéntje neemt meteen mama’s gebit uit haar mond, een andere probeert de kleine stukjes glas uit mama’s mond te halen en nog een andere haalt vlug een glas melk: “Kan geen kwaad, een glas melk”. Mama drinkt zonder problemen het glas leeg en heeft blijkbaar geen last meer van kleine stukjes glas in haar mond. Even later lachen we met zijn allen opgelucht de spanning weg.
En ik heb weeral iets bijgeleerd: voor mama volgend jaar geen kerststukje met glazen balletjes erin. Té gevaarlijk!