Naar de inhoud

ALZHEIMER: leven zonder dat je erbij bent

akke.beakke.be

Archief

Weerzien met Denise.

Als ik woensdagnamiddag de parking van het rusthuis oprij, zie ik Denise en mama arm aan arm wandelen in het park. Denise is pas sinds gisteravond thuis van een weekje Spanje en nu al bij mama op bezoek. Ik sla het tweetal even gade en ik zou bijna denken dat ze samen honderduit praten. Ik weet natuurlijk wel beter, maar het plaatje dat ik zie, is zo compleet, zo mooi. Twee hartsvriendinnen aan de babbel. Dan is Denise aan het praten, dan is mama weer aan het woord.

Ik haast mij naar hen. Denise krijgt van mij een dikke kus en dan is mama aan de beurt voor een dikke knuffel. Maar ze heeft echter weinig interesse in mij. Het duurt een tijdje vooraleer ze mij een zoen wil geven. Eerst wil ze mij zelfs geen arm geven en gaat ze nog wat dichter tegen Denise aanleunen. Zou ze haar dan toch de afgelopen week gemist hebben?

We wandelen nog wat en gaan dan naar de cafetaria. Na de reisverhalen, vertelt een stralende Denise me stiekem dat mama heel blij was haar terug te zien. Ze had, zoals Denise altijd doet vooraleer ze mama’s kamer binnenstapt, eerst op de deur geklopt en mama had duidelijk gezegd: “Kom binnen.”  En mama had blij verrast, gezegd: “Oh, wie we daar hebben …” en ze hadden elkaar stevig omhelsd. ”Het was net een beetje zoals vroeger”, mijmert Denise, “als ik bij haar op bezoek kwam op haar appartement …”  Ik merk dat ook in de cafetaria mama niet van Denise kan afblijven. Voortdurend streelt ze zachtjes over Denise haar arm, of legt ze lief haar hand tegen Denise haar wang. Op een bepaald moment gaat mama rechtstaan, neemt Denise vast en drukt een dikke zoen bovenop haar hoofd. Het is zo vertederend, zo kinderlijk lief. Denise en ik kijken elkaar aan en we stellen bijna tegelijkertijd allebei heel stilletjes en vertwijfeld dezelfde vraag: “Er moet toch nog iets zijn? ...”

Als we met zijn drietjes opstappen en Denise van ons wil afscheid nemen, lijkt alles weer plots uit mama’s hoofd verdwenen. Ze kijkt Denise met lege ogen aan en ze is er niet meer toe te bewegen om haar een afscheidskus te geven. “Hoe kan het nu van de ene minuut op de andere zo veranderen?”  vragen Denise en ik ons af.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Gezellig met zijn tweetjes '˜in de war'!

Na mijn zoektocht achter mama’s bovengebit, dat ze op de vloer had gegooid in de leefruimte en mama’s twee toiletbezoeken zijn we zaterdagnamiddag eindelijk klaar om naar buiten te gaan. Gezellig met zijn tweetjes, arm en arm.

Mama is weer een echte spraakwaterval. Wat ze vertelt is moeilijk te volgen, laat staan nog te begrijpen. Maar voor mij is het samen zijn met haar wat telt. We knuffelen en zoenen, maken een korte wandeling en gaan daarna iets drinken in de cafetaria.

Af en toe maak ik vlug wat notities van ons ‘gesprek’ en dat verloopt zo:

- Ik: “Mama, je hebt de groeten van Arsène.”  (Mama kijkt me zeer onzeker aan en reageert niet.)
- Ik: “Je hebt de groetjes van Arsène.”
- Mama (kijkt blij): “Oh ja, dan zal ik pakjes kopen.”
- Ik: “Je hebt ook de groetjes van Lydia.”  (Lydia en ik zijn van kinds af vriendinnen, maar als ze bij mama op bezoek komt, wordt ze door haar niet meer herkend. Toch doet de naam Lydia bij haar ergens nog een belletje rinkelen.)
- Mama: “ Ja… echt… van Lydia?” (Lachend wrijft ze tevreden met haar handen over haar hart.)

460255-12f9725477fea22abf53b572b236a71a.jpg

- Mama: “Waar is ons Ellen?”
- Ik: “Hier ben ik, mama.”
- Mama: “Allez zeg, ze is toch gewoon om af en toe kindjes te krijgen!”
- Ik: “ Ja, kindjes aan wie ik typeles geef.”
- Mama: “Ik kan zeker niet mee met hen?”
- Ik: “ Waarom zou jij niet mee kunnen?”
- Mama: “Neen, maar ja… wat moet ik nu geven?”
- Ik: “Wat zou je willen geven?”
- Mama (bekijkt een man, die de cafetaria binnenkomt): “Is dat een paster?”
- Ik: “Neen, ik denk het niet.”
- Mama: “Ze luiden morgen en overmorgen iedereen uit!”
- Ik: “Echt waar?”
- Mama (praat plots tegen haar sjaal, die naast haar op de stoel ligt): “Wel, mijn zoeteke… het is niet serieus met dat beestje…”
- Ik: “Er zit hier toch geen beestje?”
- Mama: “Niet dat ik weet! Nu ga ik naar…”
-
Ik: “Waar wil je naar toe?”
- Mama: “Naar koffie… Heb jij zoiets van?…”
- Ik: “Van wat?”  (Ik spoor mama aan om haar fruitsap op te drinken. Wat onhandig botst ze met het glas tegen haar neus.)
- Mama: ” ’t was op mijn neus.”
- Ik: “Dat is niet slim.”
- Mama (toch lachend): “Hèla, wat braaf zijn hé!”
- Ik: “Ik ben altijd braaf.”
- Mama: “Het is niet leutig.”
- Ik: “Wat is er niet leutig?”
- Mama: ”Mijn voeten doen zeer. Ik ga naar huis. Ik heb het heet aan mijn oren!”
-
 Ik: “Ja, het is hier warm, hé?”
- Mama: “Het is aan moi en toi!”

460255-390111cc5f76537ba27f2048728b0d8b.jpg

Zo kletsen we uurtje aan één stuk door, samen gezellig 'in de war'.

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
2 reacties Reageer op dit bericht

Mama groet 's morgens de dingen!

Als ik vrijdagmorgen bij mama op de kamer kom, word ik door haar begroet. Niet uitbundig, want ik heb de indruk dat ze het vandaag niet zo goed weet wie ik ben.

Pas als ik een tijdje met haar bezig ben, dringt het tot haar door dat ik Ellen ben en word ik weer ‘haar zoete’. Maar het belet haar niet om even later fluisterend tegen mij te zeggen: “Ons Ellen heeft gezegd dat we het alleen kunnen doen.” “En?” vraag ik haar. Ze komt wat dichterbij staan en zegt stilletjes en een beetje samenzweerderig: “Hebben we gedaan!”  Wat ze samen met mij heeft gedaan, kan ze helemaal niet vertellen, want wat het ook mag zijn, het is weeral uit haar hoofd verdwenen.

Mama is al druk bezig met andere dingen. Zo wordt de afstandsbediening om de hoogte van het bed te regelen, lief aangesproken: “Hèla, hoe is met u? Wat zit gij daar te doen?”  Even later gaat al haar aandacht naar mijn handtas, die ook met dezelfde tederheid als de afstandbediening wordt begroet: “Maar wat zit gij daar in dat huukske te doen?”  Ik kan het even niet laten en zeg: “mama, het is mijn handtas en ze staat in de hoek van de kamer, niet het huukske.”  Ze kijkt me een beetje verwonderd aan, en zegt: “Ah, ’t is hoekske.” Terwijl mama nog wat ronddrentelt in haar kamer zijn het de kleine tinnen beeldjes van de teckels die ze gedag zegt.

Ik laat haar maar rustig doen, want ik weet helaas niet wat er in haar hoofd omgaat. Komen die dingen voor haar allemaal tot leven? Heeft het iets te maken met het terugkrijgen van de kinderlijke fantasie? Of zijn het waanvoorstellingen te weeg gebracht door haar ziekte? Ik heb hier geen antwoord op. Maar als ik mama zo bezig hoor, denk ik even aan het gedichtje ‘Marc groet ’s morgens de dingen’ van Paul van Ostaijen. Beschrijft hij in dit eenvoudig gedichtje de fantasierijke leefwereld van een kleuter of misschien wel de simpele gedachtewereld van een dementerende?

Marc groet 's morgens de dingen

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem
ploem ploem
dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel
dag visserke-vis met de pijp
en
dag visserke-vis met de pet
pet en pijp
van het visserke-vis
goeiendag

Daa-ag vis
dag lieve vis
dag klein visselijn mijn

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

'œWie we daar hebben!'

Ik kom zaterdagnamiddag in de leefruimte aan en mama merkt mij meteen op. “Wie we daar hebben!” roept ze opgewekt. Ik stap op haar af, geef haar een dikke zoen en meteen zegt mama: “Kind, ik ben blij dat jij er bent!”  Ik bevrijd haar uit ‘de stoel’ en we gaan samen naar haar kamer.

Het toiletbezoek verloopt zonder problemen, het aandoen van haar wandel-schoenen lukt perfect, ze spreekt me tot tweemaal toe met mijn voornaam aan! Als ik zeg dat we samen eens weggaan, vraagt ze meteen: “Waar naar toe?”  “We gaan wandelen, mama”  antwoord ik. Ze kijkt me verbaasd aan en reageert fel: “Dat is niet weg!”  “Gaan wandelen is toch weggaan” zeg ik. “Dat is niet weg,”  houdt ze vol. Ze blijft hetzelfde zinnetje herhalen: “Dat is niet weg!”.  “We gaan eerst wandelen. Als we daarna eens koffie gaan drinken en iets lekkers er bij eten?”  probeer ik. “Dat is weg!”  lacht ze tevreden. We vertrekken arm en arm.

Buiten lopen we Denise tegemoet die, vóór ze op reis vertrekt, nog even mama wil zien. Denise wordt door mama hartelijk omhelsd. We wandelen wat in het park van het rusthuis, maar de wind blaast zeer fel. Als mama zegt: “Ik heb het koud”  gaan we meteen naar binnen. “Nu gaan we koffie drinken, hé mama”  stel ik voor. Mama gaat direct akkoord.

We zoeken een rustig plekje uit in de cafetaria. Denise heeft zin in de aanbieding van de dag en bestelt een ‘koffie met dessertbord’. “Misschien ook voor je ma?”  vraagt ze twijfelend. We weten als geen ander hoe moeilijk het soms is voor mama om een simpele, in stukken gesneden, pannenkoek te eten. Het scenario dat mama met haar handen in het bord gaat graaien naar al dat lekkers, doemt me voor de geest. Maar ik gun het haar zo graag. Dus bestellen we ook voor mama maar dat dessertbord! Ik hoef alleen een thee, want ik ben helemaal geen snoeper. Als het bord voor mama’s neus wordt gezet, zie ik weer die hulpeloosheid in haar ogen. Ze weet even niet hoe ze er moet aan beginnen. Het aanbod is ook veel te overweldigend voor haar: een stukje vlaai, een rijsttaartje, een mousse van speculoos, een potje ijscrème met advocaat, en een kommetje crème brulée. Ik maak het haar gemakkelijk door enkele snoeperijen van het grote bord weg te halen. Zo wordt het voor mama een stuk overzichtelijker. Naarmate ze haar bord leeg eet, zet ik er weer een zoetigheidje bij. Ik hoef mama slechts tweemaal wat te helpen en na een tijdje is alles op! Daarna geniet ze nog van haar koffie. Denise en ik zitten er tevreden bij, maar zijn toch ook een beetje verbaasd. We stellen ons stilletjes de vraag hoe het mogelijk is dat mama’s toestand van de ene op de andere dag zo kan verschillen.

Na het koffie drinken, lopen we nog even door de gangen. Zo krijgt mama nog wat beweging. In een hoek staat een grote ijzeren mand gevuld met aardappelen. Ze hoort bij een boerentafereel, opgezet voor de tentoonstelling naar aanleiding van de ‘Open Monumentendag’ waar het rusthuis enkele weken geleden aan meewerkte. Denise wijst in de richting van de mand: “Kijk Marcella, wat zit daar in?”  “Petoaters!” antwoordt mama enthousiast. Een vervangwoord voor patatten, dat ze waarschijnlijk hier in het rusthuis heeft opgepikt. We lachen er nog eens hartelijk om.

Even later gaan we met zijn drieën naar boven. Mama is blij dat ze vóór het avondeten wordt opgediend nog wat kan uitrusten in ‘de stoel’. “’k Ben moe,”  zegt ze, terwijl ze tevreden gaat zitten.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
2 reacties Reageer op dit bericht

'œZoete, ik zie je toch zo graag!'

Als ik vrijdagmorgen klaar ben met mama’s haar, ga ik voor haar staan en zeg ik: “Mama, je haar is zeer mooi.”  Ze lacht me aan, neemt mijn gezicht tussen haar twee handen, geeft me een klinkende zoen en zegt: “Zoete, ik zie je toch zo graag!”  Als ze mij even later bij mijn voornaam noemt, verdwijnen alle twijfels van deze week als sneeuw voor de zon. Dat wou ik zo graag horen: “Ellen”.

Deze keer loop ik op wolkjes als ik naar huis ga.

Wat is mijn wereld wazig

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
2 reacties Reageer op dit bericht

Twijfels alom!

Denise gaat deze namiddag naar mama, want ik moet dactyloles geven aan een groep kinderen van de lagere school. Na de les is er toch nog tijd over om even langs te gaan en ik haast mij naar het rusthuis.

Denise en mama wandelen in het park en ik loop hen welgezind tegemoet. Ik zie dat Denise al druk in mijn richting wijst, maar mama krijgt me niet in de gaten. Zelfs als ik vóór haar sta, heeft ze niet de minste interesse in mij. Het is alsof ze dwars door me heen kijkt. Ik krijg een afstandelijke kus. Ze neemt Denise weer bij de arm en we wandelen met ons drieën verder. Ik vind het een beetje raar en onwennig, het is net of mama het niet doorheeft dat ik er ook bij ben.

Omdat ik nog boodschappen moet doen, zal Denise mama naar de afdeling brengen. Ik wil mama eens goed vastpakken, maar dat lukt niet. Ik krijg een vluchtige kus. Ze neemt Denise en Karoline, die net is gearriveerd en bij Marcel op bezoek komt, bij de arm en zegt: “Kom, we zijn weg!”  Ze draait zich om en laat me een beetje verweesd achter. Ik twijfel er sterk aan of mama vandaag weet wie ik ben. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat het moment nog niet aanbreekt dat ik een vreemde voor haar word. Ik kan dit nog niet aan. En het is maar de vraag: zal ik dat ooit aankunnen?

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Rusthuisrekeningen zijn te duur.

Amper een op de zeven rusthuisbewoners (14 procent) komt toe met zijn pensioen om de rusthuisrekening te betalen. Dit blijkt uit een enquête.
Tachtig procent van de rusthuisrekeningen varieert tussen de 1.250 en 1.750 euro per maand.
Het gemiddelde pensioen bedraagt in België slechts 1.119 euro per maand. Dus moet liefst 86 procent andere bronnen aanspreken om het rusthuis te betalen: 53 procent gebruikt zijn spaargeld, 23 procent verkoopt of verhuurt zijn huis, 6 procent krijgt hulp van het OCMW en 18 procent zoekt steun bij familie.
Driekwart van de ondervraagden is dan ook niet tevreden over de kostprijs. De hoge factuur is voor een kwart van de ondervraagden de reden om een opname in het rusthuis uit te stellen.
De rusthuisrekeningen variëren sterk per regio en zijn uiteraard ook afhankelijk van de aangeboden diensten. Wil je een extra kamer, privé verpleegster, enz. dan zit je al vlug boven de 2.000 euro per maand.

Bron: Nieuwsbrief Neutr-On, september 2009.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Mama op bezoek bij ons thuis.

Voor de tijd van het jaar hebben we prachtig weer. Geen zuchtje wind vandaag, het najaarszonnetje doet zijn uiterste best. Arsène en ik willen samen met mama er nog even van genieten. We besluiten om mama ’s namiddags te gaan halen en haar eens mee te brengen naar huis. Ik kijk er echt naar uit om mama nog eens bij ons thuis te hebben, omdat gewoon even samen ‘thuis’ zijn intiemer is dan samen in het rusthuis zijn.

Als we op de afdeling komen zien we haar verdrietig, de ogen rood van het wenen, in ‘de stoel’ zitten. Ze zit bovendien helemaal onder de limonade, die ze blijkbaar over zich heen heeft gegoten. Maar eens ze ons ziet klaart haar gezichtje op. Mama herkent ons gelukkig meteen en zoent ons beiden. Ze wordt door een bejaardenhelpster verlost van de plakkerige natte kleren en krijgt nieuwe, droge kleren aan. “Gaan we weg?”  vraagt ze ongeduldig, waarop Arsène antwoordt: “Ja ma, en met de auto! Je moet bij ons thuis maar eens komen kijken naar de bloemen in de tuin.”  Maar het kan haar blijkbaar geen barst schelen wát we gaan doen, meegaan met ons is wat voor haar telt. “Ik mag mee, ik mag mee, ik mag mee”  blijft ze maar uitbundig herhalen.

Ze stapt zonder problemen in de auto en we vertrekken. Gedurende het korte ritje van het rusthuis naar ons thuis, herhaalt ze voortdurend op dezelfde toon en met dezelfde intonatie: “Pas op hé! ... pas op hé! ... pas op hé!”  Het lijkt wel een langspeelplaat, die blijft hangen, maar we storen er ons niet aan en laten haar maar doen. Als we de oprit oprijden, blijkt mama zich niets te herinneren van ons huisje, noch van de tuin. Toen we nu drie jaar geleden verhuisden, was ze al te ziek om nog herinneringen te hebben aan onze nieuwe woonst. Ook nu heeft ze niet de minste interesse in het huis.

We wandelen in de tuin met haar. Terwijl ze de bloemen bekijkt, vraagt ze: “Zijn die van mijn ma?”  Mijn grootmoeder was een fervent tuinliefhebster en tijdens de zomer stond haar tuintje vol bloemen. Ik hou het heel simpel voor mama en zeg gewoon: “ja, ‘bonma’ houdt van bloemen, hé mama?”  Ze knikt goedkeurend en wandelt aan mijn arm rustig verder. Nadat mama de bloemen en de plantjes heeft bekeken, gaan we op ons terras zitten.

Het valt Arsène en mij op hoe ze met momenten heel afwezig is. Ze beseft ook helemaal niet dat ze bij ons thuis is. En hoewel dit te voorzien was, doet het toch pijn. Steeds weer opnieuw, tegen beter weten in, wil ik dat het even is zoals het vroeger was. Maar hoe graag ik dat ook maar zou willen, die tijd komt nooit meer terug. Als Arsène voorstelt om thuis iets te drinken, hoeft het voor mij niet. Ik wil hier ineens weg met mama en zeg: “Laat ons samen met mama maar iets gaan drinken op het terras van het ’t Oud Liefken.”  Doen we.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
2 reacties Reageer op dit bericht

Mama is er niet echt bij vandaag!

Na onze wandeling in het park van het rusthuis, gaan Denise, mama en ik wat uitrusten op het terras van de cafetaria. We bestellen een drankje en er wordt wat heen en weer gepraat. We proberen mama bij het gesprek te betrekken, maar het gaat volledig aan haar voorbij. Ze lijkt zo ver weg.

Ineens legt mama haar hand op mijn arm, kijkt me met trieste ogen aan en zegt: “Oh god, ik meende dat jij ons Ellen was!”  Meteen komt er hulp van Denise: “Dat is toch Ellen.”  Mama kijkt Denise verwonderd aan, kijkt dan van haar weg, staart in de verte en antwoordt: “Ons Ellen, die zie ik niet.”  Het klinkt verbitterd. Maar ik laat het over mij heen gaan.

Even later probeer ik haar weer in ‘mijn wereldje’ te krijgen: “Mama, je hebt de groetjes van Arsène.”  Verbaasd kijkt ze me aan en vraagt: “Wie is dat?”  Ik zeg plots veel luider dan dat nodig is: “Arsène… mama, je hebt de groetjes van Arsène.” Als anderen luid gaan praten tegen mama omdat ze iets niet begrijpt, vind ik dat vervelend. Dan heb ik steeds zin om te zeggen ‘mama heeft Alzheimer, ze is dement, niet doof!’ en nu doe ik het zelf uit pure onmacht. Maar de naam ‘Arsène’ maakt toch weer iets wakker in haar zieke hoofd. “Oh ja? Wat moet ik hem kopen?”  klink het wanhopig. “Niets mama, je hoeft Arsène niets te kopen, je hebt de groetjes van hem” antwoord ik.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Soep, aangelengd met water?

Op een snikhete dag deze zomer zag ik dat de heerlijke beker tomatensoep van de bewoners van mama’s afdeling werd bijgevuld met koude melk. De hoofdverpleegster legde mij uit, dat voor de veiligheid van het voedsel, de regel bestaat dat de soep zeer heet moet worden vervoerd van de keuken naar de eerste verdieping. Veel te warm om te drinken voor de dementerenden, waarvan sommigen, zodra ze de beker vóór zich krijgen er meteen van willen drinken. “Dus doen wij er koude melk bij, en is de soep meteen te eten” vertelt de hoofdverpleegster mij verder. Daar kan ik inkomen.

Deze middag ga ik even langs bij mama. Het is net etenstijd en iedereen zit aan tafel. Een bejaardenhelpster schenkt de soep uit. Diegenen die nog zelfstandig kunnen eten, krijgen een kom soep met een lepel erbij. De anderen die, net zoals mama, niet goed meer overweg kunnen met een lepel, krijgen een plastic drinkbekertje. Het is een bouillonsoep met groentjes erin. De groenten zijn fijn gesneden, maar niet gemixt. Dus helemaal niet zo veilig voor de vele patiënten die door hun dementie kampen met slikproblemen. Ik hoor al meteen dat zich een dame verslikt. Dan zie ik dat bij elk bekertje een flinke scheut plat water wordt bijgevoegd. De soep wordt aangelengd met water! Ik reageer niet, want waarschijnlijk is ook daar weer een reden voor en werkt de bejaardenhelpster in opdracht van iemand.

Mama reikt mij haar bekertje aan. “Goed hoor”  benadrukt ze als ze merkt dat ik niet even wil proeven. En dan snijdt het weer even door mijn hart, soep aangelengd met koud water en dat vindt ze lekker!

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
2 reacties Reageer op dit bericht

Meer van ALZHEIMER: leven zonder dat je erbij bent

↑ Terug naar de berichten