Bekentenis.

Na mijn schrijfsel van gisteren ben ik nog maar even in mijn herinneringen gedoken en moet enige nuances aanbrengen. Nou… nuances eigenlijk niet, maar ik mag toch echt niet zeggen dat het vroeger allemaal van een leien dakje liep. Wel integendeel. Maar er was een groot verschil:
Toen werden de meeste ongevallen veroorzaakt door onbezonnen dwazen. Roekeloze brokkenmakers die alleen maar dáchten te kunnen rijden, maar dat helemaal niét konden. Die door hun onverantwoordelijke snelheid dachten bewonderd te worden om hun ‘rijkunst’.Veelal ook na goed doorzakken in alcoholmisbruik.
![]() |
En dat enkel en alleen maar omdat de vers gevormde verkeersspecialisten nog altijd blijven denken in termen uit de jaren zestig, toen snelheid en roekeloosheid inderdaad de grootste doodsoorzaken waren op de toenmalige asfalt-jungle. Dat het merendeel van de autogebruikers ondertussen geëvolueerd is blijkt nog niet tot ze doorgedrongen te zijn.
In mijn leven, en dat beken ik grif, heb ik ook tegen 160 en meer over de autowegen geraasd. Waar ik vond dat dit kon en waar ik niemand in gevaar bracht. En nooit had ik daarbij een ongeval. Het enige ongeval dat ik met mijn eigen auto had in de 40 jaren dat ik reed, was een kop-staartbotsing in… jawel… file-omstandigheden in de bebouwde kom.
Iets opzij van me trok plots mijn aandacht. De file reed maar 20 km/u en ik keek héél even opzij. Op hetzelfde moment had mijn voorganger een parkeerplaatsje gezien en remde. En boem. Ik had prijs en was de uil. Geen excuus van mijn kant. Ik was stom geweest. Zoals ik gisteren al zei: het gebeurt altijd als je je volledig veilig waant!
Maar terug naar vroeger en de ‘macho’s’ in het verkeer, die dachten hun mannelijkheid te moeten bewijzen door het gaspedaal zo ver mogelijk in te drukken. En nu moet ik toch even kleur bekennen: in de eerste 18 jaar van mijn carrière was ik motard bij de politie van Knokke (later Knokke-Heist).
De algemene regel van 50km/u in de bebouwde kom bestond nog niet. Maar mijn gemeentebestuur, de vele zware ongevallen moe, besloot om alle straten vol te poten met ’50 km’ borden. En daar ook strenge controle op te laten houden door… de motorbrigade. Wij dus.
![]() |
Bij ons was het menselijk. We hadden contact met de overtreder. Hij kon een zinnige (maar dikwijls onzinnige) uitleg geven. Hij kon ons de kop volschelden (wat zijn zaak niet verbeterde) en we moesten het allemaal ondergaan. Het was open en helemaal niet zo lafhartig als nu. Je kon bijna spreken van een oorlog voor de veiligheid. Nu moet je eerder van verkeersterrorisme spreken: laf... verdoken... steels... maar héél pijnlijk voor de slachtoffers.
En na een paar jaar zag je duidelijk het verschil: in heel België was de openbare weg een jungle en geldde het recht van de sterkste (of snelste). En dan reed je Knokke binnen… en al die snelheidsduivels werden brave lammekens en wisselden hun voet van gas naar rempedaal… Ze hadden ons bezig gezien en vonden het maar best zich koest te houden.
En ja. Dàt kostte mankracht en persoonlijke en blijvende inzet. Maar gelukkig had mijn bestuur dat er voor over. Knokke werd een stuk verkeersveiliger. En er waren géén achterbakse flitspalen aan te pas gekomen. Wie tegen de lamp liep had dit duidelijk verdiend. Want we konden gemakkelijk het kaf van het koren scheiden door observatie tijdens de achtervolgingen.
Van flitspalen kun je dit niet zeggen! De ‘uitvinder’ om op dié onnozele plaats een onnozele flitspaal te plaatsen, zit veilig weggeborgen in ergens een ministerie en weet van de prins geen kwaad. De uitvoerende partij (politie) heeft enkel contact met de pc. Eén muisklik en de processen-verbaal rollen uit de printer.
En de chauffeur… dat hoeft helemaal geen brokkenpiloot te zijn die mensen in gevaar brengt. Maar hij heeft geen verweer. Noch de flitspaal, noch de pc, noch de vinger op de muisknop luisteren naar hem. Kénnen hem niet, zagen hem nooit en hebben er geen idee van of hij al dan niet veilig reed.
En die hogeschool voor verkeerskunde daar in Diepenbeek? Als de afgestudeerden daar ónze ervaringen hadden kunnen leren zou het verkeer er tegenwoordig wel heel anders hebben uit gezien.
En ja… ik bén een paar keer tijdens zo’n achtervolging zélf van mijn moto afgedonderd. Met weinig letsel trouwens. Want op zo’n ogenblikken ben je gespannen en op alles voorbereid. En doe je automatisch wat je moét doen: niét onder je moto terechtkomen, maar er bijtijds afspringen! Liever met je gehelmde kop op het asfalt terechtkomen en je laten doorrollen, dan onder je moto! En telkens kon ik de volgende dag alweer aan de slag.
Als… àls de leerkrachten in die hogeschool zouden hebben bestaan uit mensen met onze ervaring, dan hadden ze ingezien dat roekeloosheid en zelfoverschatting ‘herkend’ moet worden, en dat die alleen herkend kan worden door mensen tijdens en IN de actie. Niét door flitspalen of ander geautomatiseerd spul dat kaf en koren over dezelfde kam scheert.
Als de afgestudeerden dié ervaring hadden meegekregen, zouden ze niét zijn beïnvloed door het traagheidsprincipe, maar beseft hebben dat je verkeer alleen maar veilig kunt maken door menselijke observatie. De slechten er gewoon uithalen, en de goeien laten begaan. En dat kan, tot op heden, geen enkele flitspaal waarmaken.
Maar ja, dat vereist mankracht! En mankracht is tegenwoordig een vies woord in België. Liever mensen betalen om te stempelen dan ze nuttig in te zetten! Arm België… arm Europa… arme wereld!
Want goede chauffeurs constant zwaar beboeten omdat ze doen wat elke goede chauffeur intuïtief zou doen in de gegeven omstandigheden… daarmee bekom je alleen maar grondige demotivatie, dood je elke vorm van natuurlijke intuïtie en reactievermogen en creëer je helemáál geen veiliger verkeer.
Willy.













