Naar de inhoud

Bewust_zijn

mijn levensvisie
akke.beakke.be

Archief

Mijn nachtmerrie!

1187639-4ba03cc4dffbe40dcad353927fa1bd99.jpg
Meestal droom ik van leuke dingen, maar deze nacht had ik toch een ware nachtmerrie! Een of andere tijdmachine moet er in geslaagd zijn me terug te katapulteren naar de jaren… midden zestig van vorige eeuw geloof ik. In elk geval, ik was pas motard geworden en er kwam een betoging aan.

Opdracht: begeleiden en in goede banen laten verlopen. Met een viertal motorrijders en een twintigtal agenten tevoet moest dat lukken. De betoging was trouwens een futiliteit: in een klein kerkje werden Franse missen gegeven om tegemoet te komen aan de vele Francofone toeristen en tweede verblijvers.

Heel logisch: juist van dié mensen leefden onze middenstanders. Dié mensen brachten geld in het laatje. En wiens brood men eet, diens woord men spreekt. De paters Dominicanen, die het kerkje runden, waren allemaal perfect tweetalig. Het kerkje lag in een gebied waar vooral rijkere Francofonen leefden, en waar de ‘inboorlingen’ die mensen graag zagen komen. Van Allochtonen was toen nog geen sprake! Vlaanderen was nog een heel brave landstreek. En ach, waarom zouden die Walen geen mis in hun moedertaal mogen bijwonen? We waren toch geen beesten?

Op een bepaald moment moeten de paters dan ook besloten hebben missen te geven in het Frans, en die beslissing werd luid toegejuicht door de bevolking. Er waren immers voldoende en grotere kerken in de omgeving om Nederlandse missen bij te wonen.

Maar T.A.K. (Taal Aktie Komité) zag het anders toen dat aan hun flamingante oortjes kwam. En er werd een betoging gepland aan het kerkje. Jankerds uit het binnenland die zich eventjes gingen moeien in zaken waar ze geen benul van hadden. Zaken die onze welvaart in stand hielden. Die mijn stad deden opbloeien als een mooie roos. Van enige twist tussen Walen en Vlamingen was er bij ons nooit sprake geweest. Wij leefden in een perfect geïntegreerde ‘duocultuur’ en wisten drommels goed waar onze welvaart vandaan kwam. Hoé gefrustreerd daar in het binnenland ook maar werd over gedacht. Ik denk dan ook dat er meer jaloersheid dan taalstrijd meespeelde in de zaak.

Wat mij betreft, ik was neutraal. Was als de meeste van mijn stadgenoten tweetalig en had met die francofonen dan ook helemaal geen probleem. Maar ik kon ergens wel begrijpen dat bepaalde heethoofden in het binnenland, misschien half en half of helemaal niét tweetalig, zich stoorden aan die toestand. Vooral ook omdat ze de klok wel hadden horen luiden, maar helemaal niet wisten waar de klepel hing. Omdat ze nooit deel hadden uitgemaakt van onze kleine gemeenschap. Omdat ze het niet begrepen. Of anders begrepen. Omdat ze vooral niet begrepen dat er geen probleem wàs! Alleen maar ongezonde heethoofdige en gefrustreerde bemoeizucht van hun kant. Maar goed, ik was tenslotte ook een Vlaming en bedekte die dwaling maar met de mantel der vaderlandsliefde.

Ze doen maar wat ze niet laten kunnen. De betoging was toegestaan en blijgezind trok ik op pad. Het was weer eens iets anders.

Toen kwam een tegenbetoging!

Toen ging het uit de hand lopen! Werden van beide zijden bommetjes en voetzoekers gegooid.

Toen kwam gelukkig ook de Rijkswacht ter hulp. Die had zich, toen de betoging bekend werd, voor alle zekerheid bescheiden op de achtergrond ter beschikking gehouden met een klein legertje gendarmes.

Het bleef niet bij voetzoekers. Het werden stenen, tomaten, eieren… Een paar ruiten gingen aan diggelen… De Rijkswacht reageerde met traangasgranaten! De straat werd een slagveld. En ik stond er middenin. Met betraande ogen vanwege het rokerige traangas dat de hele straat mistig maakte. Werd steeds woedender, net als mijn collega’s. Niét woedend op de francofonen; niét op de T.A.K. leden. Woedend op de leeghoofdige jankerds en heethoofden aan beide zijden. Het allooi dat altijd klaar staat om mee boefje te gaan spelen in betogingen en er vooral voor te zorgen dat ze aan hun trekken komen met allerlei gewelddadigheden. Voor wie of wat wordt betoogd interesseert hen geen snars!

Een van die heethoofden gooide een rauw ei nét in het gezicht van de collega die naast me stond, en rende toen snel weg. We renden hem achterna. Mijn collega kreeg hem te pakken, en hief in blinde woede zijn matrak. Flits!!! De persfotografen stonden aan de kant en verkneukelden zich al op de foto van het jaar. Ik deed nog een vertwijfelde greep naar de matrak, maar was telaat. De slag kwam wel niet meer ter bestemming, maar de foto’s waren er!

Het heethoofd werd zonder kleerscheuren geboeid en afgevoerd naar een combi. Maar ik vreesde het ergste, en inderdaad, de volgende dag stond de foto op alle voorpagina’s. Maar helaas, natuurlijk geen foto van het heethoofd toen hij het ei gooide! Dàt stond bij de persfotografen onder de categorie ‘Net Gemist’! Veelzeggend voor de pers…

Het artikel zélf berichtte nauwelijks over het T.A.K.
Berichtte nauwelijks over de tegenbetogers.
Neen! De politie was, nog maar eens, de grote schuldige!
Miljoenen mensen lezen dagelijks de krant.
Miljoenen mensen worden dagelijks geïndoctrineerd met verdraaide waarheden en tegen elke vorm van gezag!
Is het dan te verwonderen dat we in een vogelvrij land beginnen te wonen?

Toen werd ik, nog steeds woedend en helemaal bezweet, wakker! Wél wetende dat de nachtmerrie niet reëel was, maar toch gedeeltelijk gebaseerd op zelf meegemaakte toestanden! En ik vroeg me af hoe de politie zich in de tegenwoordige tijd, met de toegenomen beknotting, moet voelen in dergelijke situaties! Want daar spelen, zéker nu, drie partijen in mee:

1. De politie, aan handen en voeten gebonden door onnozele beperkingen en wetten, maar opgefokt, aangevallen en belasterd door een stel heethoofden. Verteerd door machteloze woede. Het soort blinde woede waarin je inderdaad wel dingen zou doen waar je in normale omstandigheden niet eens zou durven aan denken. Woede die als een rode lap bij een stier voor je ogen komt, en je zinnen en daden gaat beheersen!

2. De betogers, aan geen enkele wet gebonden en zo vrij als vogeltjes. Door geen enkele hogere instantie gekortwiekt. En zéker niet geviseerd door de pers! De ordediensten uitdagen is een van hun leukste spelletjes. Probeer dàn maar kalm te blijven!

3. De pers, belust op sensatie, camera’s in aanslag om vooral momentopnames te maken. Hun vizier staat niét gericht op de amokmakers, maar op de ordehandhavers. Om het minste foutje op de gevoelige plaat vast te leggen! Want daar valt sensatie uit te halen! Een ordehandhaver aan het kruis weten te nagelen brengt veel meer op dan als het zomaar een betogertje is die wat ‘kattenkwaad’ uithaalt.

Die pers? Ach jongens! Die draaien gewoon hun kap naar de richting waar het meest sensatie uit te halen is! Zo herinner ik me een heel vriendelijke journalist die een reportage kwam maken over ons korps. Ook mij interviewde hij en nam enkele foto’s. De volgende dag stond mijn foto in de krant, en een lovend artikel over het politiekorps. Alles netjes naar waarheid. Chapeau! Alles wat ik over mijn eigen taak had verteld stond er bijna woordelijk in. Niks verdraaid, niks overdreven! Dat was ik van de pers helemaal niet gewoon.

Een maand later huwde Jean Claude Vandamme te Knokke, en had ik de leiding over de ordediensten. Ik liet alles netjes afsluiten met naderafsluitingen zodat een en ander sereen kon verlopen, en voorzag voorwaar een ruimte, dicht bij de ingang van de kerk, voor de pers. Mochten ze me wel dankbaar voor zijn.

Toen die ‘persruimte’ bijna was volgelopen met vrolijk taterende en gekkende journalisten ging ik even een kijkje nemen, en zag daar voorwaar ook de man die mij had geïnterviewd. Ik kon niet nalaten hem te feliciteren met zijn waarheidsgetrouwe verslag, maar nu was hij ‘onder collega’s’, en dat ‘waarheidsgetrouw’ bleek niet erg goed aan te slaan in dat kringetje! Ik zag best hoe een aantal wenkbrauwen omhoog gingen!

Hij was dan ook niet meer de vriendelijke man waarmee ik een maand geleden had gepraat! Hij antwoordde wat ontwijkend en zuur. Beschaamd in het overige gezelschap van zijn soort! Ze waren immers vooral belust in het belachelijk maken van de ordediensten. Hoopten dat een en ander in het honderd zou lopen. En dan komt daar ‘de vijand’ plots een babbeltje maken met een van hen! Om je dood te schamen!!!

Tot slot, en wat die betogingen betreft: de amokmakers kunnen na afloop in alle vrijheid in de kroeg gaan opscheppen over hun heldendaden en daarmee is voor hen de kous af. De ordediensten zitten op dat ogenblik pietluttige rapporten te schrijven over elke handeling, elke beslissing die ze in fracties van seconden moesten nemen. Opdat geleerde koppen zich daar dan dagen of wekenlang met een vergrootglas kunnen over buigen om ook maar het geringste foutje te zoeken.

Dat noemt dan ‘met gelijke wapens strijden’! Wettige zelfverdediging: als je met een ei wordt aangevallen moet je maar met een ei terugvechten. De orde handhaven? Op dié manier? Kom nou!


Willy.

Geschreven door Willy om 09:33 Reageer op dit bericht

Gehandicapt!

Ze was mooi! Hooguit zestien of zeventien jaar oud. Een leuk blondje met een snoezig gezichtje. Het type dat zowat elke man zou kunnen aan de haak slaan. Het type dat gemaakt lijkt om gelukkig te zijn. En dat leek ze ook goed uit te spelen. Het was een warme, zonnige dag en de zeedijk liep vol toeristen in allerlei outfit. En daar had ze zich perfect aan aangepast.

Ze was gekleed in enkel een blauwe, nauwsluitende Jeansbroek, en een kleurig, piepklein behaatje. Al de rest was bloot en liet heel wat maagdelijk blanke vrouwenhuid zien. Echt een heel verleidelijk plaatje om naar te kijken, ware het niet…

Ze was zwaar gehandicapt! Haar rechterbeen was helemaal naar binnen gedraaid, en het leek bijna een mirakel dat je met zo’n been vooruit geraakt, laat staan dapper marcheren zoals zij deed.

Ik zat op een arduinblok op de Zeedijk toen ze me voorbijliep. Ze was amper 1,5 meter groot. Ik volgde haar met de ogen en zag een perfect vrouwelijke rug. Maar een rug die helemaal uit de haak was getrokken! Kompleet naar één zijde kromgegroeid. Arm kind. Die vreselijke vervormingen ontroerden me en er ging voorwaar een traan uit mijn ogen rollen. Maar tegelijkertijd moest ik haar dapperheid bewonderen. Ze was een figuur die je in een rolstoel zou verwachten. Maar neen hoor! Helemaal op haar eentje, zonder enige hulp, marcheerde ze dapper door alsof er geen vuiltje aan de lucht was! Ze straalde iets uit van:

- Gehandicapt? Ik? Neen hoor! Misschien ‘een beetje’ anders, maar dat is nu eenmaal ‘ik’ en ik zou geen andere ik willen zijn!

Ze was al lang uit het zicht verdwenen toen ik opstond en mijn wandeling met Chico verderzette. Aan het Stedelijk zwembad verliet ik de Zeedijk om naar huis te gaan. Op het pleintje aan het Zwembad staan zéker wel twintig bankjes tegen een muur, uit de wind en in de zon. En àls ik daar ooit een plaatsje vind, rook ik daar graag nog wel een sigaretje alvorens naar huis te gaan. Maar plaats vinden is moeilijk. Meestal zijn al die bankjes de hele namiddag in beslag genomen door oudjes die van de zon komen profiteren.

Maar wonder boven wonder: nu waren ze, op enkele bankjes na, allemaal leeg! Te warm voor de oudjes?

En ik profiteerde van de gelegenheid om een laatste stop in te bouwen alvorens naar huis te gaan. Enkele bankjes van mij vandaan zat een leuk meisje, maar ik besteedde er weinig aandacht aan. Ik dacht nog steeds aan dat arme blondje.

Even later stond ze op om verder te gaan, en een ijskoude rilling viel over me heen! Nu ze opstond en doorliep zag ik dat het ditzelfde gehandicapte meisje was! Zo lang ze had neergezeten was er niets aan te merken geweest. Ik kon haar nog ver met de ogen volgen tot ze een hoek omsloeg. En toen werd weer de filosoof in me wakker!

Ik herinnerde me, vele jaren geleden, een TV programma waarin een interview voorkwam met een al even erg, of nog erger gehandicapt meisje van een tiental jaar oud. De handicap leek dezelfde maar het kind liep met een looprekje en raakte amper vooruit. Op de vraag of ze blij zou zijn indien een operatie haar handicap zou kunnen wegnemen, antwoordde ze:

- Neen! Dat zou ik zelfs niet willen. Die handicap maakt deel uit van mijn persoon. Zo ben ik nu eenmaal, en zo wil ik blijven! Zonder die handicap zou ik mezelf niet meer herkennen en helemaal ongelukkig zijn!

Als dàt geen positieve filosofie was uit de mond van een tien jaar oud meisje. En terugdenkend aan het kind dat ik net had gezien, legde ik meteen de link: dat meisje dacht waarschijnlijk nét zo! Velen in haar plaats zouden zich in een slachtofferrol gaan wentelen, in een rolstoel worden rondgevoerd en daar nooit meer uitkomen.

Dàt meisje echter, had door haar positieve filosofie, waarschijnlijk besloten om tegen beter weten in een zelfstandig leven te leiden en kostte wat het kost te doen als alle normale mensen. En dat leek haar perfect te lukken!

Nog maar eens een bewijs dat je geluk in jezelf moet zoeken! Ze was daar het levend bewijs van.

Maar toch, toen ik huiswaarts keerde werd ik verteerd door medelijden: zou zo’n ding ooit op een passende partner vallen? Want dat is helemaal niet evident! Zélfs als een knappe man op haar zou vallen is daar nog altijd de sociale omgeving. Zal hij doorzetten? Zal hij gezien willen worden met ‘zoiets’ aan zijn zijde? Haar durven voorstellen aan vrienden? Ik denk het niet! En toch is die denkwijze totaal verkeerd! Toch zou ze waarschijnlijk een modelechtgenote kunnen zijn. Het soort vrouw waar een man alleen maar kan van dromen.

Maar helaas! We zijn, in onze ‘perfecte’ maatschappij, zo aan heel strakke normen gehecht, dat de minste afwijking aan de heersende normen storend gaat werken!

Ik kan dat kind dan ook maar van harte wensen dat ze een liefhebbende man tegen het lijf loopt. Een man die karakter genoeg heeft om wat anderen denken aan zijn laars te lappen. Een man die van haar houdt zoals ze is. Een man die haar bewondert om de manier waarop ze met haar handicap omgaat.

De man die ze véél meer verdient dan de vele ‘perfecte’ dametjes, die een dergelijke man nooit echt gelukkig zouden kunnen maken!

Willy.

Geschreven door Willy om 10:37 Reageer op dit bericht

Sociaal.

Even stilstaand bij bepaalde uitdrukkingen in onze spreektaal, val ik zonet over het bijvoeglijk naamwoord ‘sociaal’. En de radertjes in mijn bovenkamer gaan aan het werk!

Reden van dat onderzoek is het feit dat ik enkele dagen geleden een mail kreeg van een vriend, die eindigt met het besluit om ondanks de regen, er te voet eentje te gaan pakken in een café op vijf kilometer afstand!

Hij heeft weliswaar een hond die veel beweging nodig heeft, maar desondanks, daar moet je toch écht wel sociaal voor zijn, zéker als je een frigo vol bier onder je neus hebt staan vond ik… en begon verder te denken.

1186452-71c7fee64ac4d0c9f0b8ccdbb8082a9d.jpg
Een sociaal iemand is dus iemand die graag in gezelschap verkeert, graag een toogbabbeltje pleegt, herinneringen, waarheden en onwaarheden graag tussen pot en pint ondergaat. Best dat er zulke mensen bestaan; anders zou de wereld maar een saaie bedoening zijn. Ik zou graag zelf zo zijn, maar dat lukt me nu eenmaal niet.

Maar dan beschouw ik de wereld weer even ‘op de keper’ en trek conclusies. Let wel: niét op de ‘keeper’, want dat is een doelman en van voetbal ken ik de ballen! Weet alleen dat die rond zijn en in een rechthoekig gat moeten worden gemikt. Waaróm dat persé moet, en waarom de een hem er in wil en de ander dat juist wil verhinderen heb ik ook nooit gesnapt. Om dat te weten te komen moet je aan de toog zijn, maar daar kom ik nu eenmaal zelden.

Maar goed. Dat tooggangers sociale mensen zijn staat buiten kijf.

Uit bovenstaande uitleg lijkt automatisch te volgen dat mensen die al die sociale dingen niét doen dan maar als asociaal moeten worden aanzien! Nou, als dat zo zit, ben ik waarschijnlijk een van de asociaalste mensen ter wereld. En toch voel ik dat niet zo aan. Ik vind mezelf integendeel juist héél sociaal, want ik leg al gauw mijn hele hart en alles wat ik denk bloot… als ik de juiste gesprekspartners vindt. Maar juist dàt is mijn probleem: die vind ik niet.

Mijn hond heeft daar enige verandering in gebracht in dié zin, dat er geen dag voorbijgaat zonder enkele babbeltjes met bekende of onbekende gezichten. Vooral de onbekende gezichten vind ik altijd heel interessant. En wat doe ik dan? Na het weerpraatje volgt het nieuws… en daar maak ik dan onbewust gebruik van om dieper te gaan peilen. Met in mijn achterhoofd: “Zal ik die babbel vijf minuten of vijf uur kunnen ondergaan?” En helaas is vijf minuten meestal het maximum. Dan gaan mijn voeten jeuken en dringen zich uitvluchten op in mijn geest. Het was leuk, saluut en tot morgen misschien. En morgen is het dan weer leuk voor vijf minuutjes.

In wezen vind ik dat wel triest en heb dan de neiging die mensen als ‘niet passend’ te kwalificeren. Maar eerlijkheidshalve moet ik dan ook toegeven: als er dan zo bitter weinig mensen passende gesprekspartners kunnen zijn, wie is dan fout? De hele wereld, of ik? Het laatste lijkt me het meest logische antwoord op die vraag.

Blijkbaar denk ik dus nogal wat afwijkend van de openbare opinie, heb een hekel aan grootspraak en gebrabbel, nog een grotere hekel aan leugens, en kan helemaal niet begrijpen waarom je gewoon niet de waarheid over jezelf of anderen mag vertellen in plaats van zomaar wat woorden in de wind te gooien en mee te huilen met de wolven in het bos. Alleen maar om sociaal over te komen? Ik zie die sociale babbels in dit geval alleen maar als milieuvervuiling en lang houd ik dat niet uit!

En bijgevolg, om al deze redenen pas ik helemaal niet aan de toog. Ik val daar in slaap omdat ik geen belangstelling kan opbrengen voor gebazel waarvan je helemaal niet weet of je het al dan niet mag geloven. Laat staan doorvertellen! Probeer mezelf dan soms te dwingen de gesprekken te volgen ‘uit beleefdheid’, maar dat lukt me hoogstens een kwartier, of tot ik op de eerste onjuistheid stuit. Dan haak ik af en gaan mijn gedachten weer hun eigen leven leiden.

Ja… ik ben een geboren asociale! En let wel: ik probeer me hier niet te verdedigen hoor! Ik weet best dat ik het ben die verkeerd leeft. Het moet heerlijk zijn om te genieten van alle gebabbel en gebrabbel dat je rondom je heen hoort en er actief aan deel te nemen. Maar dat kan ik nu eenmaal niet! Fout van mij.

En by the way en over hondenbabbels gesproken: toen ik gisteren, na een fikse en zonnige wandeling langs de Zeedijk bijna thuis was en door het parkje liep, stond ik plots tegenover de 'mystery lady' waarover ik het onlangs had, en die daar in haar gebruikelijke houding in het gras zat: benen vooruit gestrekt, armen achteruit als steun, en de hond tussen die armen tegen haar rug aan. En geloof het of niet, ik kreeg voorwaar een herkennend knikje van hare majesteit!

Willy.

Geschreven door Willy om 10:27 1 reactie Reageer op dit bericht

Toekomstmuziek.

1185906-9c3887a4c9740041f764f966d70372fe.jpg
Er is eindelijk beterschap in zicht voor de schromelijk verdrukte en verwaarloosde Moslimgemeenschap in Frankrijk. Want Frankrijk maakt zich, onder het bewind van Hollande, al klaar voor de tweeëntwintigste eeuw. De voorstellen stromen binnen, onder andere hoe in de toekomst de Eiffeltoren er moet uit zien.

En nu hangt het er enkel maar van af of de volgende presidenten van hetzelfde allooi zullen zijn, zodat dit meerjarenplan op een constructieve manier kan worden verdergezet. Niet de ombouw zélf zorgt voor tijdrovende problemen, maar de nevenverschijnselen! Momenteel buigt de regering Hollande zich vooral ook over de vraag welke vlag er bovenop moet komen: de Marokkaanse, de Turkse of de Lybische?

Ook de naam van de bezieler zal moeten veranderen. Gustave Eiffel klinkt te Westers. Het lijkt wel alsof de toren gemaakt is door een Westerling en dat zou de Moslimgemeenschap niet zo’n klein beetje op de gevoelige teentjes trappen.

Er zijn al een paar voorstellen geopperd zoals Gusmed Eff - el - Kader, om toch nog een heel klein beetje naar de bezieler te refereren en de paar overblijvende Fransen met een kluitje in het riet te sturen. Autochtonen zijn immers gauw content toch? En bijlange na niet racistisch. De vorm van hun geliefde toren zal hún een zorg wezen! En eerlijk gezegd, op die manier lijkt hij ook mooier. Vrouwelijker vind ik.

Vive la nouvelle françe!

Of wat in Frankrijk gebeurt me verontrust? Natuurlijk, want Frankrijk is toonaangevend in Europa. Trendzetter zeg maar! En we hangen er aan vastgekleefd met de Europese cement!

Willy.

Geschreven door Willy om 10:07 Reageer op dit bericht

Mystery lady.

Wie, net als ik, een beetje poëtisch is ingesteld en vijf keer daags met het hondje gaat wandelen, kan niet anders dan af en toe verliefd worden! Verliefd worden op een bloem, op een struik of zomaar op een boom, of op een heel bos, maakt niet uit. Gewoon… verliefd worden op een mooie vorm of een mooi geluid!

En dan ga je dat ding een beetje verheerlijken en vliegen er poëtische gedachten door je hoofd. En plots ook word je dan, op dezelfde poëtische manier, verliefd op een mens. Maar oei! Dat is een ander paar mouwen! Hier zullen je hersenspinsels niet langer als proza worden aanzien, maar als laag bij de grondse lust.

Is dat nou niet gek? Mooi is toch mooi? Waarom zouden we een wezen van onze eigen soort niet mooi mogen vinden zonder verdacht te worden van zedenverloedering? Iets mooi vinden betekent toch echt niet dat je het wilt bespringen?

Wat volgt hoeft dan ook zeker niet te worden gelezen als het product van een ouwe bok die een groen blaadje lust! Wél van een ouwe bok die mystieke schoonheid weet te waarderen, waar dat ook maar in voorkomt.

-o-o-o-o-

Ik wandelde in het park met Chico tijdens een sanitaire uitstap.

Ze viel me al van ver op toen ze het park ook binnenstapte op een op zijn minst prominent te noemen manier. Ze deed me denken aan de woorden van de sergeant die ons, tijdens mijn opleiding, leerde marcheren: “Borst vooruit, kont naar achter. Denk aan jullie zusters!”.

Maar marcheren was wel het laatste wat ze deed. Ze was enkel maar een geheimzinnige, zwarte figuur met een fiere, heel aparte, langzame en ongenaakbare gang. Zwarte, perfect aansluitende broek. Zwarte, diep uitgesneden en spannende blouse die nauwelijks in staat was de uitdagend uitpuilende vrouwelijke uitsteeksels in toom te houden. Gitzwart, kortgeknipt, bijna mannelijk haar, scherp afstekend tegen een melkwit gelaat. Een veelzeggend, maar tegelijk nietszeggend gelaat. Iets waar je eventjes naar kijkt, probeert je er een beeld van te vormen en vast te houden, maar dat lijkt niet te lukken. Alsof je een foto wilt nemen van een fata morgana, en na ontwikkeling vaststelt dat er niets op het plaatje staat. En toch was dat melkwitte gelaat ontegensprekelijk mooi te noemen.

Haar blik stond op oneindig, en toen ze me voorbijliep keek ze dwars door me heen. En toch was ze ook een hondenbaasje. Haar hond, een Engelse Buldog, wit en bruin gevlekt, liep gedwee achter haar aan en versterkte haar ongenaakbare persoonlijkheid nog. Het duo leek voor elkaar gemaakt. Twee ongenaakbaren. Met zijn tweetjes alleen op de wereld. Zelfs de hond had geen oog voor Chico, die nochtans veel belangstelling toonde. Maar de enige blik die de Bul hem waardig achtte, was eveneens een blik die dwars door hem heen ging. Hij had alleen maar belangstelling in zijn bazinnetje.

Na die eerste keer zag ik haar nog dikwijls in het park. Meestal zittend in het gras, met de hond tegen haar rug aan gedrumd, zodat het leek alsof hij als haar liefkozende ruggensteun wilde dienen. Ze zat er zomaar. Kijkend zonder te zien. Geen blik van herkenning. Niets. Totaal ongenaakbaar. Want waar hondenbaasjes elkaar minstens even toezwaaien, komt er niets van haar kant. Nooit ook is ze in gezelschap. Lijkt haar eigen eenzaam leven te leiden met alleen de hond als trouwe metgezel.

Ze zou dertig kunnen zijn, maar dat valt moeilijk te schatten. Ik leid het af van haar lichaamsbouw, die nét een tikkeltje te zwaar is om echt slank te kunnen noemen naar de hedendaagse pannenlatnormen. Al moet ik zeggen dat die zwaarte dan vooral zit waar ze moét zitten.

En juist het feit dat ik haar zo’n mysterieuze figuur vind, maakt de poëet in me wakker, en mijn gedachten slaan op hol.

Héél af en toe zie ik haar heel eventjes enkele minuten in gesprek met een man van ongeveer haar leeftijd. Uit hun lichaamstaal kan ik dan wel afleiden dat ze het over de honden hebben, want hij heeft nét dezelfde hond. Naar ik me liet wijsmaken een heel moeilijk ras. Ze lijken dan ook wel alletwee professionele hondenbaasjes, want beide honden gehoorzamen bijna slaafs.

En zo is mijn ‘mysterieuze figuur’ uiteindelijk veranderd in ‘twee mysterieuze figuren’, want ook hij is wel een diepere studie waard. Met één verschil: hém kom ik wel eens alleen met zijn hond tegen, en dan maken we een oppervlakkig babbeltje waaruit blijkt dat hij wel een heel sociale, warme man is. Zijn hond daarentegen staat er dan gewoon bij te staan en heeft niet het geringste greintje belangstelling voor mij noch voor Chico.

Maar terug naar haar, want mannen interesseren me uiteraard minder! Maar met mijn eenenzeventig jaar is mijn belangstelling puur poëtisch. Moest ik haar leeftijd hebben zou ik waarschijnlijk stapelgek op haar worden, maar ook dàn ben ik er zeker van dat ze geen enkele belangstelling zou tonen. Neen. Het zou me eigenlijk helemaal niet verwonderen dat mannen haar totaal niet interesseren! Misschien wel is ze lesbisch… of misschien is ze in zo sterke mate een einzelgänger dat ze helemaal geen belangstelling heeft in andere mensen.

Nu ze mijn belangstelling heeft gewekt als duo ‘vrouw-hond’, valt ze me ook wel eens op op straat als ze boodschappen doet. Zonder hond dan. Maar met diezelfde typische, gracieuze gang. Onlangs zag ik haar ook staan praten met een vrouw en had ik binnenpretjes. Die andere vrouw leek haar namelijk aan de praat te willen houden, maar heel haar lichaamstaal vertelde me dat ze weg wou. Weg van dit onnozele, zinloze gesprek dat de andere blijkbaar zo interessant vond. Weg om haar eigen gedachten weer de vrije loop te kunnen laten. En ik kon het lachen niet bedwingen, want daar herkende ik nét mezelf in. Die andere vrouw had dat natuurlijk niet door, maar toch, nog vóór ik op haar hoogte kwam had ze die plakkerige praatzieke dame toch weten af te schudden.

Of ik ooit contact met haar zou willen zoeken? Een hondenpraatje maken? Neen! Of ik haar persoonlijkheid verder zou willen onderzoeken? Neen! Alleen al uit angst de mythe doorprikt te zien. Want die kans zit er dik in. En trouwens, in dat geval zou ik haar ook kwijt zijn als ‘mysterieus’ figuur, en dat is nou net wat me aan haar interesseert!

Bovendien: dat ze een einzelgänger is staat buiten kijf. En ik zou me rot voelen als ik dat niet zou weten te respecteren.

En dus: laat mij maar lekker verder fantaseren en de poëet uithangen. Daar voel ik me goed in. Meer verlang ik niet. Meer heb ik ook niet nodig!

Maar alleen omdat ze zoveel emoties in me weet los te maken, vond ik dat ik er maar eens een stukje moest over plegen.

Willy.

Geschreven door Willy om 09:09 Reageer op dit bericht

Muziek en wijn.

1184496-d3fca13cc7e777cf4ae142bda31e52e3.jpg
Mijn hele leven al was ik gefascineerd door muziek. En dan vooral aan het actief bespelen van instrumenten, me verdiepen in de muziektheorie, en het optimaliseren van de destijds nog povere geluidskwaliteit van radio’s, versterkers en luidsprekerboxen.

Maakte mijn versterkers zelf, probeerde het onderste uit de kan te halen met de destijds bestaande middelen. Bouwde en herbouwde ook zelf ontelbaar veel luidsprekerboxen tot het, tenminste naar de normen van de tijd, goed klonk.

Voor mij was het een kwestie van ‘zo mooi mogelijk’. Niét ‘zo hard mogeliijk’. Dertig watt luidsprekers waren toen zowat de trend voor de huiskamer, maar op normaal kamerniveau gebruikte je daar eigenlijk maar 5 à 10 watt van. Waar de honderden watt’s overschot van de hedendaagse versterkers voor dienen bij huiskamergebruik snap ik dan ook niet.

Van kleinsaf ook viel ik voor muziek die melodieus klonk. Of het nu populair was of klassiek, als het maar mooi klonk. En dan moet ik soms lachen als mensen met een heel ernstig gezicht vertellen dat ze van klassiek houden! Dat impliceert dus dat ze van ALLE klassieke muziek houden en, naar hun zeggen, helemaal niét van populaire muziek. Je reinste larie natuurlijk, want als je een beetje smaak hebt weet je drommels goed dat noch in klassieke noch in populaire muziek alles je persoonlijke smaak en goedkeuring kan wegdragen. Ook hier is het kiezen na veel wikken en wegen. Maar voor die ‘ernstige’ lui speelt dat geen rol. Van klassieke muziek houden staat voornaam, en dus ‘houden’ ze ervan.

Om van bepaalde klassieke stukken te houden moet je ze immers een tien tot twintig keer beluisterd hebben, zodat ze vertrouwd in je oren liggen. En daar zullen die lui hun tijd niet aan verspillen!

Meestal ook zijn dat fervente wijnliefhebbers, en wel om dezelfde reden. Hoe ‘gerenomeerder’, en bijgevolg duurder de wijn, hoe beter redeneren ze dan! Want ook dàt plaatst hen een stuk boven de smaak van het gewone volk dat bier drinkt! De schrik sloeg me dan ook om het hart toen ik hoorde dat de onovertrefbare kwaliteiten van sommige bieren nu ook doordringen in de hogere kringen en in de betere culinaire zaken. Dat zou wel eens de prijs van ons favoriete biertje de hoogte kunnen injagen!

Maar goed… Muziek dus. De tekst vond ik soms, maar niet altijd, bijzaak, en werd eerder verliefd op de muziek zelf. Over ‘tekst’ schiet me trouwens nog een anecdote door het hoofd, en dat komt door wat ik net op de radio hoorde:

Een stokoud nummertje. Het noemde ‘Mijn moeder was een Wenerin’. Een nummer dat ik helemaal was vergeten, maar het opnieuw beluisteren ervan bracht me direct terug naar de late jaren 40. Mijn vader had toen pas een okkazie radio gekocht; echt een lomp vierkant bakbeest met meer ruis dan muziek. En het nummertje speelde er zowat dagelijks op!

Maar ik begreep niet goed die ‘Wenerin’. Maandenlang heb ik gedacht dat dit een moeder was die veel weende. En ik had erg te doen met dat mens. Wou dat ik haar kon helpen.

Tot ik eindelijk eens vroeg aan mijn eigen moeder waarom dat mensje dan zoveel weende. Ze wist het ook niet. Had er nooit bij stilgestaan. Want op die krakende en ruisende oude radio’s was het moeilijk de tekst helemaal te volgen. Ik moest het maar eens aan mijn vader vragen! En dat deed ik dan ook maar, want mijn vader had veel gelezen en wist dus zowat alles!

En ja hoor! Hij wist het! Een Wenerin was geen vrouw die weende, maar een vrouw die in Wenen woonde. En Wenen, dat was de hoofdstad van Oostenrijk. Dat wist hij zeker, want hij had in zijn soldatentijd bij het Belgisch leger een Oostenrijker als kamergenoot gehad.

Hoe die Oostenrijker bij het Belgisch leger was geraakt vertelde hij er niet bij, maar dat interesseerde me ook geen snars! Mijn probleem was opgelost! Oef! Die moeder weende dus niet. Wat een opluchting voor mijn kindergeest. Makkelijk toch hé als je een vader hebt die alles weet? Of toch niet? Neen! Want in één adem door vroeg ik hem wat een ‘prater’ dan wel was. Want zo eentje stak ook in die tekst. Ik dacht dat het een meneer was die veel praatte, maar dat klopte niet echt met de tekst.

Wel, daarop moest hij het antwoord toch schuldig blijven! Pas veel later ontdekte ik wat de Wiener Prater is.

Nu, toen ik dat nummertje opnieuw hoorde, vond ik het nog altijd even mooi. Gek toch dat de de meeste mensen alles zo gauw beu zijn? Wat ze ooit zo graag hoorden vinden ze nu hopeloos ouderwets. Wat mij betreft: wat eens mooi was, blijft mooi! En dat geldt zowel voor klassieke als voor moderne muziek. Over smaak valt dan misschien wel niet te twisten. Over modern doen om ‘in’ te zijn wél! En wat in is, dat bepalen de trendzetters. Veel publiciteit en zo, en de jeugd loopt er in. Weet al direct over wat ze moet praten om modern over te komen.

Wat mij betreft: van alle nieuwe muziek kan ik al direct bepalen wat over twintig jaar nog steeds zal aanslaan, en wat gedoemd is in de vergeetput te verdwijnen. Voor de jeugd echter, zijn het allemáál eendagsvliegen. Blijven hoogstens klinken tot weer voor een nieuw soort lawaai publiciteit wordt gemaakt. Want echt muziek maken is de moeite niet meer waard. Publiciteit maken loont veel meer! Met lege handen publiciteit maken voor… lege handen. En reken maar dat het zal verkopen!

En daarom wordt van het soort muziek waarvan ik onmiddellijk zeker weet dat het de tand des tijds zal doorstaan, steeds minder uitgegeven. Eén of hoogstens twee nummertjes per jaar? Of niet eens? Ach ja… het is een buisiness zoals een ander, en alles waarvan men denkt dat het ‘oud’ klinkt en dus niet zal aanslaan bij de jeugd, ziet dan ook nooit het daglicht. En al met al ben ik blij dat ik nog een onbeïnvloedbare smaak heb. Of het nu om klassiek of modern gaat: ik vind het mooi of ik vind het lelijk. Punt. En wat anderen ook over die smaak mogen denken interesseert me totaal niet. Ik verplicht niemand om met mij mee te luisteren toch?

Toch vind ik die hele mentaliteit jammer. Ik speel ook graag eens iets nieuws op mijn keyboard, maar dat nieuwe klinkt dan weer zó onmuzikaal dat ik maar weer naar mijn oude partituren grijp.

Willy.

Geschreven door Willy om 09:01 Reageer op dit bericht

R.M.T.

(R.M.T.= Regie voor Maritiem Transport.)

Er was een tijd, nog lang vóór de eerste allochtoon een voet aan land zette in Oostende, dat de R.M.T. (veerdienst Oostende-Dover) een volwaardig alternatief was voor het O.C.M.W. Want wie op droog zaad zat had twee mogelijkheden: OCMW of RMT. Allebei via ‘pistons’ van de plaatselijke politici.

De RMT was immers ook een staatsdienst, en zoals bij alle staatsdiensten het geval is, hadden de politici het er voor het zeggen. En daar maakten ze natuurlijk ook gretig gebruik van.

Wie in Oostende werkloos was en hm… tenminste wilde werken, én het geluk had een politicus te kennen, kon naar hem stappen om naar tewerkstelling te vragen. En gegarandeerd zat hij enkele dagen later bij de RMT. In elk geval beter dan bij het OCMW, want daar moest je als blanke steeds minder van verwachten naarmate andere huidskleuren binnenstroomden! De OCMW’s kleurden als het ware mee met de ‘nieuwe Belgen’. De oude Belgen hadden afgedaan als sterksten onder de Galliërs.

Maar eerst en vooral, en alvorens sommige Oostendenaren de wenkbrauwen gaan fronsen: het spreekt vanzelf dat op de schepen gekwalificeerd personeel zat dat niet moest onderdoen voor welke andere rederij ook. En dan heb ik het over de officieren, machinisten, walpersoneel en alles wat essentieel was voor een goede en veilige werking van de lijn.

Maar daarnaast waren er natuurlijk nog een massa bijberoepen die niet echt specifieke kennis vereisten: kelners, stewardessen, poetsdiensten enz. voor het varend personeel, en dan ook nog sommige taken bij het personeel aan wal.

Ook daarop heb ik geen kritiek. Het werkte allemaal pico bello. MAAR… ze waren met véél te veel! In de job gepistoneerd door politici. In de al overvolle zak gestouwd! Om werk te doen waarvoor er eigenlijk al meer dan genoeg personeel was! En het aantal groeide maar. Als ik me goed herinner waren er op het eind zowat drieduizend werknemers om enkele schepen in de vaart te houden.

Maar goed, het leek allemaal nog mee te vallen en op wieltjes te lopen, al was de voornaamste zorg van veel van de werknemers enkel maar het zien door te komen van de werktijd. Zich desnoods ergens gaan wegstoppen! Maar toen… werd de kanaaltunnel opengesteld! En bereikte de concurrentie hoge toppen! Toén pas bleek het wanbeheer en ging het gehele zaakje failliet, mede door veel te veel personeel voor veel te weinig werk.

1183173-7c16cc3bbc4b2c601d54c6bf1da9428c.jpg
Bovendien was pas een nieuw en super-de-luxe schip in de vaart genomen: de ‘Prins Filip’! Een kanjer van een schip. Maar hij werd besteld toen de kanaaltunnel al heel lang in de ontwikkelingsfase stak. Toen al had men kunnen ruiken dat er hevige concurrentie op komst was, en eerder wat terugschakelen en de kat uit de boom kijken in plaats van onverantwoorde uitgaven te doen! Het was heel voorspelbaar dat de transportsector van de tunnel zou gebruik maken vanwege de tijdwinst. Andere passagiers zagen de trip dan weer een beetje als een mini-cruise, en dàt publiek zou wel blijven bestaan. Maar daarvoor hadden ze dan ook meer dan voldoende met de bestaande vloot en hoefden ze er die kanjer niet bij te bestellen!

Maar ja… het was een staatsbedrijf, en wat kun je van staatsbedrijven verwachten? Ze worden immers ook rechtstreeks aangestuurd door politici, en het IQ van die lieden hebben we ondertussen al allemaal kunnen vaststellen. Denk maar aan SABENA, ooit dé Belgische trots! Waarschijnlijk ongeveer hetzelfde scenario, plus de Zwitserse inmenging als laatste doodsteek. Ja! Zó stom kunnen politici zijn! Dàt is wat er gebeurt als je met de stroom meedrijft en nergens op anticipeert.

En ja hoor! Na hoop en al een paar jaar vaart (met verlies) moest de Prins Filip eraan geloven en verkocht worden met natuurlijk veel verlies. En het was gedaan met de RMT. De personeelsleden? Nou… eigenlijk waren het staatsbedienden en veel ervan benoemd. Die kon je niet zomaar de laan uitsturen. En dus werden er jobs gezocht voor hen, zonder verlies van wedde.

‘Veiligheidsbeambten’ bijvoorbeeld leek voor de hand te liggen. En goed, ze vervulden die job in de meeste gevallen ook wel naar behoren. Maar voor de zoveelste keer ook was de stop uit de Belgische staatskas getrokken. Door de zoveelste stommiteit vloeide ONS geld weer nog maar eens over de straat!

Maar nu komt het: het zijn wél diezelfde politici die ons nu opzadelen met vreemden van allerlei allooi en, net als bij RMT en SABENA, denken goed bezig te zijn. Is het verwonderlijk dat logisch denkende mensen helemaal niet meer geloven in de politiek? Zij? Zij die in de laatste decennia alles in het honderd lieten lopen… zouden nu plots geloofwaardig moeten zijn in hun multicultureel denken? Kom nou!

En toch wordt vrolijk verder gestemd voor die marionetten! En hebben we, in al ons ongeluk, toch nog één geluk: ondertussen zijn talloze staats- en stadsdiensten geprivatiseerd. Denk maar aan Belgacom, elektriciteitsmaatschappijen, vuilnisomhaling, reparatie van het rioolstelsel enzovoort.

Gelukkig maar dat de politici hun onkunde in bedrijfsbeheer hebben ingezien en veel van die dingen hebben geprivatiseerd. Laat ze nu toch eindelijk eens ook hun onkunde in het bestuur van een land toegeven! Zouden ze het hele bestuur van het land ook niet moeten gaan privatiseren? In handen geven van mensen met betere capaciteiten dan zijzelf? Mensen die er worden op afgerekend als ze grove fouten doen? Mensen die weten wat verantwoordelijkheid betekent?

Want politici worden nergens op afgerekend! Dat leerde ons trouwens het verleden: mooie huisjes van mensen die daar hard voor gewerkt hadden zomaar laten afbreken met de bulldozer, en enkele jaren nadien bij de verkiezingen een monsterscore bekomen! Dat kan er bij mij nu echt niet in, en ik blijf erop terugkomen, want het is typisch voor de Belgische kiezer: hij onthoudt hoogstens enkele weken, en als je daarna je charmantste smoel opzet, dan stemt hij je naar de Wetstraat. ONGELOOFLIJK !!!

En als die charmante smoel toch niet zondermeer zou werken, nou, dan geef je ze maar gratis openbaar vervoer hé? Ja! Het is ongelooflijk dat dergelijke miskleunen toch altijd weer de meeste stemmen weten te behalen. Zal de Vlaming dan nooit leren van zijn fouten?

Destijds, toen die huizen werden afgebroken door een cafébaas, openbaar vervoer voor 65 plussers gratis werd, en die cafébaas daardoor nog beter in het zadel wist te komen, interesseerde politiek me niet veel. Ik had andere katjes te geselen dan me in de politiek te gaan verdiepen.

Maar dié afschuwelijke absurditeit kon me toch niet onberoerd laten. Dat leek me toch wat teveel van het goede. En toen die vent bovendien een dikke vinger in de pap kreeg in het verkeer, en het helemaal naar de bliksem hielp, toen ja… toén pas stelde ik vast welke domme kiezers we hebben in België! Kiezers die altijd weer hun eigen graf weten te graven in het stemhokje! Ik had minstens gedacht dat ze hem na die moorddadige aanslag op ‘onwettelijke huizen’ geducht zouden afstraffen, maar neen hoor! Een cadeautje (dat we allemaal meebetalen) uit de mouw schudden bleek voldoende om het hem allemaal te vergeven. De rest was ondertussen alweer vergeten! Uitgezonderd natuurlijk voor die enkelingen die nog jarenlang in een tentje moesten leven, daar waar ze gezwoegd en gezweet hadden voor een eigen huis!

Maar ons hoogaangeschreven kiezerskorps zorgde ervoor dat hij er niet van moest wakker liggen.

Toén viel mijn frank! Toén pas besefte ik wat we van de politiek konden verwachten. Toén wist ik dat het kiesvee gewoon een bende stomme koeien was.

En reken maar dat de partijen dat ook weten, en ernaar handelen door steeds meer dergelijke komedianten op de kiezerslijsten te plaatsen.

Vlaanderen, in godsnaam! Wordt toch eens wakker? Zié toch eens wat er gebeurt? Stém toch niet langer voor die onbenullige klootzakken?

Maar om terug te komen op de R.M.T. , SABENA, RTT (nu Belgacom) en nog vele andere staatsbedrijven: de een na de andere is de grond ingeboord of moest geprivatiseerd worden door onverantwoord bestuur… door de staat! Waarom? Omdat de directie (de politici dus) telkens weer blijk gaven geen kaas te hebben gegeten van het leiden van een succesvol bedrijf! Het allemaal totaal verprutst hebben! Het allemaal hebben moeten van de hand doen voor een appel en een ei, of het privatiseren. Is er een beter bewijs van het kleutergehalte in de Wetstraat? Is het verbeterd de laatste jaren? Integendeel! Het gaat steeds verder bergaf.

Wel, nu is mijn vraag: als ze niet eens behoorlijk een paar bedrijven kunnen leiden, zijn ze dan echt wel in staat het hele land te leiden? Wie positief op die vraag antwoordt moet toch eens zijn I.Q. laten onderzoeken!

Letterlijk àlles waar die kinderhandjes naar grepen is in het honderd gelopen, en dat blijft maar doorgaan. En nu kijken ze verwonderd op dat er geen geloof meer is in de politiek? Wel, dat werd hoogtijd! De Vlaming moet toch wel héél stom zijn om het tot op heden lijdzaam te hebben aanzien en geduld!

Zal ik bijvoorbeeld eens uitleggen hoe het komt dat we ondertussen zowat de meeste files van Europa hebben? Wel, door het scheefgelopen verkeersbeleid werden honderden volwaardige viervaksbanen in belachelijk aandoende tweevaksbaantjes herschapen met strenge snelheidsbeperkingen, verkeersdrempels en alle mogelijke ‘schildpadmaatregelen’. Voor pendelaars was daar geen doorkomen meer aan. Gevolg: alle pendelverkeer werd naar de autowegen gedwongen. Soms bijna dubbel zoveel kilometer afleggend naar hun bestemming! En dan nog over autowegen die zonder dat extra verkeer al tegenaan hun verzadigingspunt zaten. Maar die autowegen dan maar verbreden, zoals elke normaal denkende mens zou doen? Daar was geen denken aan! Gevolg: veel meer kilometer per pendelaar, en verdubbeling van de filevorming. Neem daarbij nog de hoge pakkans als je éventjes wat harder op het pedaal trapt, en de rest laat zich raden.

Eén voorbeeld uit de honderden: Oostende-Knokke via de viervaks Kustbaan was ongeveer een half uur rijden. De Kustbaan werd verpauperd tot een tweevaksbaantje met draconische en steeds wisselende snelheidsbeperkingen, en je rijdt er nu een groot uur op! Geen pendelaar denkt er nog aan die baan te nemen, maar rijdt om via Brugge en enkele autowegen. Bijna dubbel zoveel kilometer, maar je wint toch een kwartier tijd.

Jawel hoor! Ze zijn écht wel goed en economisch bezig!

Willy.





Geschreven door Willy om 08:42 Reageer op dit bericht

Gezag.

Gisteren zat ik heel toevallig met een oude kennis te praten op een bankje. Recht vóór die fameuze Koninklijke stallingen natuurlijk, want daar zit die vent zowat altijd. Tenminste… als het zonnetje schijnt. Een barometer of iets dergelijks heb ik zelfs helemaal niet meer nodig: als die vent er zit dan is en blijft het mooi weer. En ik? Ik loop daar vijf maal per dag voorbij, zon of niet. We moéten elkaar dus wel regelmatig ontmoeten.

Het gesprek ging over vroeger. De man was vóór zijn recente pensionering namelijk gedurende dertien jaar veiligheidsbeambte geweest in Knokke. Wél een Oostendenaar, ooit tewerkgesteld bij de R.M.T. (veerdienst Oostende-Dover). Maar toen die failliet ging werden de werknemers verspreid over allerlei andere staats- en stadsdiensten in West Vlaanderen. Over die R.M.T. wil ik ook nog wel eens een woordje kwijt, maar dat is voor later!

En zo komt het dat ik hem in mijn drie laatste dienstjaren nog had gekend. Hij was met een zevental anderen toegewezen aan de politie van Knokke als veiligheidsbeambte.

Nu. Het ging over vroeger en nu. De veranderingen die hij had gezien in ‘gezag’. Ook, en vooral bij de politie. Over de tijden dat alles wat aan staat of stad was gebonden, ook het gezag en respect van de bevolking had. Maar die tijd is voorbij! En ik moest hem gelijk geven. Zondermeer. Maar het fenomeen bleef in mijn hoofd spoken. Hoe zou dat eigenlijk gekomen zijn? En ik was vertrokken voor weer een grote kluif: het analyseren van gezag, en wat ermee is gebeurd. Dat alles gekoppeld aan mijn persoonlijke filosofie. En dat leidde tot heel logische conclusies. Conclusies die altijd wel in mijn hoofd hadden gespookt, maar nu heel erg concrete vormen gingen aannemen!

In de eerste plaats is ‘Gezag’ helemaal niet iets dat je in de schoot wordt geworpen alleen maar omdat je een bepaalde positie bekleedt of een bepaald uniform aantrekt! Misschien was dat héél lang geleden wel zo, maar dié tijd heb ik ook niet meer gekend. Gezag heb ik altijd ervaren iets wat je moet verdienen! En daar zijn verschillende manieren voor. Van doodsimpel naar moeilijk ziet dat er dan zo uit:

1. Een uniform aantrekken of een bepaald politiek zeteltje bemachtigen.

2. De ‘bullebak’ uithangen, maar dat is lang niet de manier die het beste werkt. Dat is eerder de manier voor de primaire mens, die weinig of geen intelligentie bezit, en dat tekort dan maar probeert aan te vullen door de bullebak uit te hangen. Dat kan soms wel werken, maar echt efficiënt is het niet! Het is een vorm van angst zaaien om je eigen persoontje te laten respecteren. Een soort vorm van ‘verdediging’! Maar met alleen verdediging raak je niet ver als je nooit zelf in de aanval gaat!

3. Doen alsof. Weinig geven maar veel beloven. Proberen geloofwaardigheid af te kopen met woorden, daar waar je daden sterk tekort schieten. Dat werkt al wat beter. Werkt zelfs héél goed bij de simpelen van geest! Dat is dan ook de favoriete manier van de politici geworden.

4. Zalven. Potentieel zware criminelen met het vermanende vingertje naar het juiste pad te wijzen en dan nog denken dat je dat lukt ook! Veel stommer kan het niet, en bijgevolg werkt het ook niet. Tenzij natuurlijk weer, in de ogen van simpelen van geest. Want die heb je ondertussen ook al zodanig omgeschoold dat ze onvoorwaardelijk geloven in dat magische vingertje.

5. Geloofwaardigheid. Als je hebt weten te bewijzen dat je geloofwaardig bent, volgt gezag vanzelf. En dan vooral in de vorm van respect. Maar daarvoor moet je veel zelf doen in plaats van alles door anderen te laten opknappen. En dat valt voor veel lieden helemaal niet mee!

6. Strengheid. Dat kán goed werken, mits het gekoppeld is aan correctheid en rechtlijnigheid. Gestoeld op een gezond beoordelingsvermogen. Maar hier is dan wél de eerste regel: wees in de eerste plaats minstens even streng voor jezelf, en leg anderen nooit iets op dat je zelf niet zou willen of kunnen waarmaken. De generaal, die telefonisch vanuit zijn bed het bevel geeft ten strijde te trekken is al bij voorbaat verloren. Het enige wat hij op die manier bereikt is complete demotivatie van zijn strijders.

Dit alles geldt voor diegene die gezag moet uitoefenen. En dat heeft die persoon helemaal zelf in de hand naar gelang zijn ingesteldheid. Maar wat hij ook doet, hij staat nergens als de maatschappij zelf geen gezag meer aanvaardt!

Het zo onontbeerlijke gezag in de samenleving is dus op zowat alle mogelijke manieren spaak gelopen!

De bevolking aanvaardt geen gezag meer omdat ze van in de wieg veel te veel verwend werd.

De tegenwoordige ‘gezaghebbenden’ zijn ondertussen ook al uit dezelfde soort gerekruteerd en blijven er maar van overtuigd dat bepamperen een volwaardig alternatief is voor opvoeden.

En toch is gezag onontbeerlijk in elke maatschappij!

Het totaal verlies aan gezag werd vooral door twee partijen sterk afgebouwd:

1. Verwennende mamaatjes;

2. Regeringen die willen behagen om stemmen te ronselen, en daardoor vergeten te regeren. Bovendien nog sterk beperkende maatregelen nemen (weeral om te behagen) om kleine en grote criminaliteit te beschermen en de politie te dwarsbomen.

Het resultaat is een stuurloos geworden maatschappij waarvan elk onderdeeltje zijn eigen kant op wilt!

Wat nu?

Nu? Niks meer. Men is begonnen met alles uit de hand te laten lopen, en nu kan het alleen maar verder uit de hand lopen met het soort marionetten die we als leiders hebben! Meer kàn gewoon niet meer worden gedaan, want er is geen stok meer achter de deur. Alle stokken werden verbannen uit onze moderne en ‘humane’ wereld. Verbannen met pietluttige, maar strenge wetten voor de politie. Verbannen door criminelen alle mogelijke voordelen toe te gooien. Maar helaas werd met één zaak geen rekening gehouden: het is niet omdat je alle wapens hebt weggegooid dat er nu plots geen criminelen meer zullen geboren worden! Wel integendeel. De stokken van achter elke deur weghalen geeft juist aanleiding aan mensen die het anders nooit zouden doen, om het er toch maar op te wagen. Straffeloosheid, weet je wel?

Moet ik mijn theorie hier ook nog bewijzen? Daar bedank ik voor, want het bewijs loopt op straat. Het bewijs zien we dagelijks op TV. Een maatschappij die ooit een modelmaatschappij was, is nu verloederd tot de hoogste graad van onveiligheid! Nooit voorheen in de geschiedenis was de straffeloosheid zo hoog! Nooit voorheen ook zwiepte de criminaliteit in dergelijke ongeremde vormen de pan uit. En het ergste is: het was allemaal volkomen voorspelbaar! Maar diegenen die het hadden moeten zien wilden het gewoon niet zien!

Wie dat alles niet gelooft en ook niet wil zien, zou dan ook zijn tijd niet horen te verspillen op mijn blog, maar liever op zoek gaan naar ‘bloemetjes en bijtjes’ blogs.

Slotrede: Of ik wel weet waarover ik spreek?

Natuurlijk weet ik dat. Want zonder het ooit te hebben willen zoeken behoorde ik plots tot de ‘gezagdragenden’. Maar gezag was helemaal niet wat ik zocht in mijn job! Gezag dragen kon ik missen als de pest. Ik had andere prioriteiten. Maar het hoorde er nu eenmaal bij en werd me op de schouders gegooid van zodra ik mijn eerste uniform aantrok.

Voor mij was ‘gezag uitstralen’ iets waar ik nooit had bij stilgestaan. Ik wilde gewoon mijn job naar best vermogen uitvoeren. En als gezag dragen daar onverbrekelijk deel van uitmaakte, dan moest dat maar en moest ik me maar leren aanpassen.

Wel, ik leerde al gauw dat gezag dragen geen sinecure is! En als het niet is aangeboren, dan moet je je eigen intelligentie maar ter hulp roepen om het tot een goed einde te brengen! En dat laatste is wat ik deed. En niet zonder succes. Maar zelfs dat succes kon me niet bekoren. Ik was niet op zoek naar lauweren. Ik was op zoek naar een manier om mijn capaciteiten tenvolle te kunnen benutten voor de goede zaak. Voor zaken waaraan de hele samenleving iets had, en niet alleen een stel jankerds. En ik leerde objectief oordelen en daarnaar handelen. Against all odds! Niét voor eigen glorie. Wél voor eigen voldoening. Zowel gedurende mijn motorjaren als gedurende mijn functie in het verkeersbeleid.

Op de motor was ik verplicht de boeman te spelen op straat; later in eindeloze vergaderingen, en zelfs tegen hogergeplaatsten in. Maar in beide gevallen was mijn handelswijze gestoeld op menselijk en logisch denken en niet op het uithangen van de bullebak.

En de sterkste les die ik uit dit alles heb getrokken, is:

Gezag dragen is een van de ondankbaarste taken op aarde! Want altijd weer trap je op gevoelige teentjes en moet je heilige huisjes afbreken. Maar iémand moet het doen als we onze maatschappij gezond willen houden.

Helaas, niemand blijkt dat nog te willen doen! Iedereen lijkt ervan overtuigd dat je eieren kunt bakken zonder de schaal te breken.

En daar zetten ze nu marionetten aan! Lakse ellebogenwerkers die geen benul hebben van waar ze mee bezig zijn! Hoé naïef moet je wel zijn om nog te geloven in het vermanende vingertje? In een maatschappij waarin elke vorm van gezag zoveel mogelijk beknot is geworden? Leven ze daar in de Wetstraat wel nog op onze planeet?

Arme, verwaterde Wetstraat toch!

Arm, verwaterd België!

Willy.

Geschreven door Willy om 08:45 Reageer op dit bericht

Onverdaagzaam Vlaanderen.

Onlangs gehoord: Vlaanderen zou volgens bepaalde bronnen een onverdraagzaam volk herbergen. Dat zou ergens in de Europese Unie zijn gezegd. Wel, dat is mooi meegenomen! Laten we die opinie maar rustig de wereld rondgaan. Laat ze maar een waarschuwing inhouden voor al wie hier de vruchten van onze werklust wilt komen stelen!

Zouden we verdorie geen reden hebben onverdraagzaam te zijn? We zijn al door zowat iedereen onder de voet gelopen! Hoe meer we streden voor een maatschappij waarin het goed leven was, hoe meer opportunisten er op af kwamen! En zelden kwam ons dat ten goede! Romeinen, Fransen, Spanjaarden, Duitsers, Nederlanders… allemaal hebben ze geprobeerd om ons dat kleine stukje vaderland af te pakken. We hebben ze allemaal met succes weten buiten te borstelen en zijn er uiteindelijk in geslaagd een gezonde samenleving te scheppen door ons noeste werk.

En nu komt zich een nieuw fenomeen aanbieden aan onze (vervaagde) grenzen. De vijand komt niet langer openlijk als veroveraar, maar vermomd als asielzoeker, gastarbeider en weet ik veel. Als het paard van Troye van de eenentwintigste eeuw!

En waar onze (héél) vroegere leiders zich hevig gingen verzetten tegen de vijand, moedigen onze huidige leiders dit alles aan. Ja, maken zelfs wetten om Vlamingen die nog patriottistisch denken de mond te snoeren! Schaffen grenzen af. Schaffen dienstplicht af. Doen er alles aan om van de nieuwe jeugd toch vooral geen patriotten meer te maken! Vaderlandsliefde is uit. Multicultuur is in! Hoé dat onze cultuur en levensstandaard ook maar omlaag haalt.

En de politici die dat allemaal hebben veroorzaakt hebben dan nog de pretentie zich leiders te noemen! Voor mij is een leider iemand die zijn volk op strenge, maar correcte manier naar een succesvolle staat weet te leiden. Een staat die zijn zelfverworven welvaart met hand en tand verdedigt. Met een door de bevolking lang niet altijd in dank afgenomen beleid, maar met een duidelijk streefdoel voor ogen. Een streefdoel dat op langere termijn een land schept waarin het aangenaam en veilig leven is.

Maar heden ten dage zitten er geen leiders meer in de Wetstraat. Enkel maar lijders:

- Lijders die lijdzaam toezien hoe de situatie zich ontwikkelt en daarnaar handelen.

- Lijders die niet bijsturen naar de juiste kant van de weg, maar zich gewoon laten meedrijven met de stroom.

- Lijders die lijdzaam toezien hoe we veroverd worden, en de andere kant uitkijken. Maar ondertussen wél profiteren van een meer dan royale wedde! Dat laatste is nu het streefdoel geworden. Al de rest kan de boom in! Ze hebben trouwens maar vier jaar de tijd om schandalig rijk te worden, dus moeten ze geen seconde verliezen met aan een gezond bestuur te denken!

Maar anderzijds, dat is nou net wat de domme bevolking vraagt! Gezag mag er niet zijn! Zo zijn ze niet opgevoed! Want dat lijkt op beperking van de vrijheid en dat kan dus niet! Iedereen wil zijn eigen ding doen. Wie strenge wetten maakt om het algemeen belang te dienen wordt de grond ingeboord. Persoonlijk belang moet gediend worden. Anders niets!

Het probleem is echter dat we met zowat negen miljoen Belgen zijn, en dus ook negen miljoen verschillende persoonlijke belangen hebben. En zolang we geen boodschap hebben aan het algemeen belang, delven we ook de ondergang van ons persoonlijk belang!

Want het belang van de dief is: stelen! Dus moet de wet dat makkelijker maken!
Het belang van de azijnpisser is: niet roken! Snel een wetje voor maken!
Het belang van de fietser is: geen rijbanen, maar fietspaden. Auto’s dan maar verbieden?
Het belang van de asielzoeker is: OCMW en CGKR. Laat de centjes maar vloeien!

En zo kun je doorgaan, maar telkens weer kom je tot de conclusie dat iets of iemand al die persoonlijke belangen opzij moet zetten en vervangen door een rechtlijnig bestuur. Een bestuur dat weet waar het vandaan komt, en weet waar het naartoe wilt. En óf er dan op teentjes moet getrapt worden! Hoe zou het anders kunnen?

Maar helaas wordt dat niet meer begrepen. Omdat de mensen niet meer op die manier worden opgevoed. Omdat de mensen niet langer een boodschap hebben aan de vele voorbeelden in de geschiedenis… kortom… omdat de mensen dooie vissen geworden zijn die zich laten meedrijven met de stroom.

Willy.

Geschreven door Willy om 10:29 Reageer op dit bericht

Van kepers en zo.

Op de keper beschouwd beschouw ik de dingen graag op de keper!

Foei, wat een uitdrukking hebben ze daar ook voor uitgevonden! Voor zover ik weet is een keper een houten balk. En wie gaat nu op een houten balk gaan zitten om de dingen om hem heen te beschouwen? Daar bestaan toch comfortabelere meubels voor? Anderzijds, zo’n keper wordt ook gebruikt om plankenvloeren te stutten… en ook voor dakspanten geloof ik. Nou, dan wordt het al een stuk beter te begrijpen: vanaf de nok van een dak heb je toch wel een betere kijk op de dingen om je heen. Maar dan zit ik weer met een nieuwe vraag: waarom zegt men dan niet ‘op de nok beschouwd’? Neen. Mijn denkpiste loopt ook hier dus dood.

Bovendien zit ik met hoogtevrees geplaagd! Naar mij zullen ze nooit moeten roepen: “Kom van dat dak af!” Ik hou me liever veilig op de begane grond. Vandaar dat ik mijn biertjes ook liefst uit de fles drink. Ik word namelijk al duizelig van in een bierglas te kijken. Zéker als het bijna leeg is. De diepte ervan maakt me dan bovendien ook nog depressief en doet me naar een volle verlangen! Met een fles merk je dat zo niet op. Je zit op de bodem voor je er erg in hebt, en met een beetje geluk is het etenstijd en denk je aan andere dingen.

Maar goed. Gedaan met deze uitgebreide inleiding. Back to the point! Ik analyseer dus graag wat ik rondom me zie. En niet enkel hoe het er uit ziet, want dat zie je zó en dat onthult meestal maar bedroevend weinig! Neen! Wél hoe het gemaakt is, hoe het werkt, hoe het denkt, wat het voelt… En dat doe ik dan liefst niét vanop een keper, maar vanuit een luie zetel.

En dan kan het ook niet anders als je toevallig een man bent… voor je het weet ben je de denkwereld van de vrouw aan het analyseren! Misschien niet leuk voor haar, want dan zet je haar eigenlijk in haar blootje (figuurlijk dan toch). Maar waarom je het doet ligt zó voor de hand: voor een man is het aanvankelijk uiterst boeiend te zien hoe dat vrouwelijke wezen perfect aanleunt tegen de mannelijke filosofie. Helaas! Later, en na voldoende negatieve ervaringen, vind je het bijna ondenkbaar dat een wezen zó onlogisch kan handelen! Als het ware het eigen graf delven. Zoiets doe je toch niet? Als man? Zéker niet! Als vrouw? Reken maar!

Aanleiding tot dit column was eigenlijk het herkauwen van een bezoekje dat we, weeral enkele jaren geleden, brachten aan bekenden. Wij waren vergezeld van een charmant meisje van achttien; vrij, en dus volop in de ‘zoek- en selecteerfase’!

Die bekenden hadden een knappe zoon van dezelfde leeftijd, en mijn opmerkingsvermogen stelde al direct vast dat het meisje hem ‘de max’ vond. Maar na de eerste en spontane reactie, ging haar houding helemaal veranderen. Ze was niet meer het joviale meisje dat ik kende. Neen! Het was een heel ander dametje dat daar preuts zat te zijn! Ze ging zich heel afstandelijk opstellen, neus wat omhoog als om aan te geven: ‘maak je maar geen illusies. Voor mij ben jij te min’!

Terwijl ik drommels goed wist dat ze hunkerde naar een bepaalde blik of woord van hem.

Vreemd hoe jonge meisjes zo raar uit de hoek kunnen komen met een soort aangeboren acteertalent. Datgene wat ze het meeste willen bijna letterlijk van zich afstotend. Wat is de (vrouwelijke) filosofie die daarachter steekt? Wel, ik denk dat het zo zit:

1. Van oudsher wordt het normaal, en zelfs verplicht gevonden dat de jongen de eerste stap zet. Dat hij het meisje moeizaam moet veroveren. Voor het meisje geeft dat een pak voordelen: niet zij, maar HIJ heeft het gewild. Dus, tot welke feeks ze zich ook maar ontwikkelt, het is niet haar schuld dat ze hem met haar hoog heksengehalte heeft opgezadeld. Hij was het die het wou! En die wetenschap geeft haar dan weer een aantal privileges. Zo hoeft ze zich niet in te houden in haar handelswijze. Hoeft ze helemaal niet beschaafd te doen. Kan ze haar frustraties en/of boosaardigheden de vrije teugel laten. Ze volop tegen hem uitspelen. Hij moest haar maar niet gewild hebben! Eigen schuld, dikke bult!

2. Met die afstandelijke houding probeert ze ook te bekomen dat de jongen zich inspant om tot haar charmante persoontje door te dringen. Dat hij er intense moeite voor doet! Dat geeft haar zelfbeeld dan weer een enorme boost en zet haar er toe aan om nog meer met zijn voeten te gaan spelen. En die mentaliteit zet zich, en helemaal ongeremd nu, verder in het huwelijk! Onder het motto: ‘I have the pussy, I make the rules’, waarover ik hier ooit eens een cartoontje publiceerde.

En de jongeling, arm schaap, loopt er telkens weer in! Vraagt haar ten huwelijk en springt een gat in de lucht als ze ja zegt. Vindt zich heer en meester van de schepping. Fier dat hij zelf het initiatief wist te nemen. Zo trots als een pauw dat hij haar wist te ‘veroveren’.

Nog niet beseffend dat het van haar kant een ‘gewilde’ verovering was!
Nog niet beseffend dat hij het is die het wild was en zij de jaagster!
Nog niet beseffend dat hem een pijnlijk lang en ongelukkig leven wacht!

Of ik er destijds ook in liep? Eh… neen! Echt niet! Ik vond het ergens niet kunnen me zo minderwaardig op te stellen, enkel maar omdat ik een broek vol goesting had. En zo liep ik dergelijke meisjes, die helaas telkens weer de mooiste waren, helemaal mis! Ze werden voor mijn neus weggekaapt door macho’s wiens gevoelens van eigenwaarde totaal werden overstemd door de dringende goesting in hun broek.

Of ik daar spijt van heb? Neen hoor!

Of die macho’s daar ondertussen spijt van hebben? Dat zal wel!!!

Willy.

Geschreven door Willy om 09:05 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Bewust_zijn

↑ Terug naar de berichten