Naar de inhoud

Bewust_zijn

mijn levensvisie
akke.beakke.be

Archief

Powerpoint...

Zegen of vloek?

Persoonlijk vind ik powerpoint een van de meest veelzijdige applicaties van Microsoft Office. Niet alleen kun je er mooie diashows mee maken, maar, wat minder bekend is, je kunt het al even goed als fotobewerker gebruiken. En dan bedoel ik niet meteen foto’s verbeteren of retoucheren, maar gewoon dingen toevoegen in een foto: teksten, andere afbeeldingen, vormen, en dan het geheel opslaan als één nieuwe afbeelding.

Ik heb goede fotoprogramma’s, maar als ik even snel een afbeelding wil ‘samenstellen’ grijp ik nog altijd naar Powerpoint. Ook zelf presentaties maken is een van mijn hobby’s, en ik maakte er al verschillende. Allemaal dingen waar ik persoonlijk mooie herinneringen aan heb, smaakvol probeer te presenteren, en dus ook nog regelmatig bekijk. Eens je de techniek min of meer in de vingers hebt is het allemaal een fluitje van een cent. Helaas denken veel mensen dan al direct dat ze ‘kunstenaars’ zijn!

Want nu komt de ‘vloek’ van powerpoint boven water: ik persoonlijk maak die dingen voor mezelf of voor vrienden waarvan ik zeker weet dat ze er wat aan hebben. Het feit dat ik het zelf maakte geeft er een persoonlijk cachet aan en zegt zoveel alsof je iemand een ruiker bloemen zou sturen. Maar nu komt de vloek:

Veel ‘kunstenaars in den dop’, vinden dat ze hun gewrocht maar meteen naar de hele wereld moeten doorsturen, en zo krijgen we bijna allemaal regelmatig en tot vervelens toe van die dingen in onze mailboxen gestopt. Komt het rechtstreeks van de ‘kunstenaar’, dan zou ik er nog mee kunnen leven. Maar wordt het gewoon maar doorgestuurd door iemand die het ook heeft ontvangen, gemaakt door een onbekende, dan verliest het natuurlijk alle ‘persoonlijkheid’ en kan ik het enkel maar aanzien als mailboxvervuiling.

Bij mij, met mijn trage verbinding, kan ik soms een half uur met de duimen zitten draaien als weer eens een paar van die ondingen mijn mailbox aan het binnenkruipen zijn. Meestal dan wél op een moment dat ik dringend een mail wil versturen. Of aan mijn blog wil werken. Ongevraagd komen ze binnen en vreten aan je downloadlimiet. Zonder schroom of scrupules.

En dan denk ik bij mezelf: “Laat het alstublieft interessant zijn, of ik wring de afzender de nek om”. Maar meestal is het helemààl niet interessant! Gewoon weer ergens iemand die de show heeft willen stelen met wat afgezaagde gedichtjes en foto’s die van het internet zijn gehaald. Heb ik totaal geen boodschap aan. Niks persoonlijks van de afzender zélf. Gemaakt door een wildvreemde en klakkeloos doorgestuurd dóór een paar honderd anderen áán een paar honderd anderen. En daar gaat mijn half uur tijdverlies recht de prullenbak in, met een vloek en een traan, en kan ik eindelijk beginnen werken.

Sommige mensen durf ik niet eens meer te mailen, omdat als antwoord op zo’n mailtje dan prompt weer een paar pps’of erger nog, filmpjes, mijn mailbox komen terroriseren!

Het wordt hoog tijd dat beleefde mensen ook eens gaan inzien dat etiquette ook naar internet mag worden doorgetrokken. En gaan begrijpen dat niet alles wat zij interessant vinden maar iedereen ongevraagd door de strot moet worden gedrukt. Niemand gooit toch alle reclamerommel die in zijn brievenbus valt zonder verder nadenken in iemand ander’s brievenbus? En toch… dat is nét hetzelfde, en, in mijn geval het tijdverlies meegerekend, eigenlijk nog erger.

Als mensen vinden dat iemand persé weer zo’n afgezaagd, melig - humaan gewrochtje moet bekijken en de nodige tijd aan het downloaden verspillen, zetten ze het veel beter ergens op internet en sturen hun correspondent de URL! Dan kan hij zélf beslissen of hij het wil downloaden of niet! Zo moeilijk is dat toch niet? Bij Googledocs bvb is het nog gratis ook! Maar neen, sommige mensen lijken echt verslaafd aan het doorsturen van allerlei rommel die ofwel niemand interesseert, ofwel zo afgezaagd is als wat, of al duizend keer op TV werd gezien in een veel professionelere vorm.

Maar als de originele ‘kunstenaars - afzenders’ dan na verloop van tijd hun eigen kunstwerk toevallig teruggestuurd krijgen in een wat gewijzigde vorm omdat iemand het nodig vond een en ander te veranderen, dan schreeuwen ze moord en brand over plagiaat!

Nou, dat komt ervan. Als je iets zomaar de wereld inschopt en publiekelijk te grabbel gooit, dan vind ik niet dat je achteraf met dergelijke nonsens hoeft af te komen. Zelf zou ik nooit enig recht willen opeisen op wat ik ook maar op internet zet. Als ik een eigen maaksel zélf echt kunst zou vinden, zou ik wel andere wegen gaan bewandelen en het zéker niet op straat gooien met alle mogelijke gevolgen vandien.

Want voor wie enig inzicht heeft in powerpoint is het helemaal geen kunst! Het is techniek. De techniek om een serie foto’s (vakantiefoto’s of andere) in een smaakvollere vorm te gieten dan zomaar in een fotoalbum. Maar hoé smaakvol gebracht ook, welke boodschap heeft een wildvreemde daaraan?

Tja, als die foto’s dan echt nog uniek waren, nooit gezien, nooit in een veel professionelere vorm op TV gebracht, dan zou ik het nog ergens kunnen waarderen. Zoniet is het gewoon een modernere vorm van poppenkast of plaatjes kijken, daar waar we al lang aan veel betere media gewoon zijn.

Enfin, al met al vind ik Powerpoint een pracht van een programma en een aangename hobby, zolang je het binnenshuis of aan de leiband houdt!

Willy.

Geschreven door Willy om 09:27 1 reactie Reageer op dit bericht

Waterman

1102981-a03e30a79241fec906a56e27a2752b90.jpg
We hebben allemaal het jaar tweeduizend meegemaakt. We hebben ook allemaal de geboorte van de eenentwintigste eeuw gevierd. Maar hoeveel mensen dachten eraan dat we ook een geheel nieuw astrolisch tijdperk inluidden?

Volgens de astrologie doorloopt de aarde sedert het jaar tweeduizend het tijdperk van de waterman! Elk van deze ‘grote cycli’ duurt tweeduizend jaar. De technische, astronomische uitleg van dit fenomeen wil ik jullie en mezelf besparen, want dan zou mijn blog uit de voegen gaan treden!

In het kort komt het er op neer dat de dierenriem niet alleen een jaarlijkse cyclus kent (aarde draait rond de zon), maar ook een dagelijkse (ascendant): om de twee uur een ander teken door de draaing van de aarde, én een cyclus van 240 eeuwen (om de twintig eeuwen een ander teken). Nu dus Waterman.

Daarvóór hebben we, vanaf het jaar nul tot tweeduizend, in het tijdperk van de vissen geleefd.

Astrologen weten dat elk dergelijk tijdperk een heel nieuwe trend inleidt en in stand houdt. Twintig eeuwen lang! Waar Vissen stond voor mededogen, levensbeschouwelijke filosofie, zachtheid en liefde, staat Waterman voor zuiver technisch, koel en wetenschappelijk denken. Voor grote technische omwentelingen. En dus (bijvoegseltje van mij:) waarschijnlijk ook wel voor ongehoorde betweterij! Wat is wetenschap trouwens meer dan betweterij? Enfin… soms toch!

Ik liet het me al in de jaren tachtig wijsmaken:

- Let op! De eenentwintigste eeuw zal voor verrassingen zorgen! De wereld zal helemaal anders worden. Niet langer gevoelsmatig, maar koeltechnisch op elk vlak!

En inderdaad… alles draait tegenwoordig om techniek. Maar techniek houdt niet op bij nieuwe gadgets, toestellen, mechanica of electronica! Zowat alles, en ook de opvoeding van kinderen, is een ‘berekenbare techniek’ geworden. En de wetenschap zal daar niet mee ophouden tot inderdaad de ‘enig zaligmakende’ techniek van het opvoeden is uitgevonden. Of… men, voor de zoveelste keer, dénkt ze te hebben uitgevonden!

Trouwens, ze is al uitgevonden: knuffeltechniek, en als dat niet helpt medicinale techniek! Enkel op het knopje drukken: ‘braaf kind’. En als je kind desondanks niet braaf wordt betekent dat gewoon dat je op het verkeerde knopje hebt gedrukt. Wég gevoel! Wég ouderinstinct! Leve de techniek!

En al heb je een echt loeder van een kind, de techniek zal je zéker de juiste middelen bezorgen om van een geboren kwaadaardigaard een engeltje te maken. Dat garandeert de Waterman je! Met slechts één nuance: binnen een eeuwtje zal diezelfde Waterman zeggen:

- Sorry! Mijn voorganger had het mis. Maar nu heb IK de enige zaligmakende techniek!

Zaligmakende techniek? Een draai om de oren lijkt me nog altijd de enige zaligmakende techniek, en de enige taal die door dat soort kinderen wordt verstaan.

Het werd al een beetje ingeluid op het einde van de twintigste eeuw, maar nu gaan we er volop tegenaan! Nu heeft de waterman vrij spel. Want de Waterman weet het allemaal. Hém hoef je niets meer te leren! Wát je ook aanbrengt, hij wist het al en weet het beter! Zijn technische vaardigheden zijn wél bewonderenswaardig. Maar dan moet hij het ook bij pure techniek houden en ver weg blijven van gevoelsmatige aangelegenheden zoals opvoeding en menselijke relaties!

En ik heb het hier niét over de mensen die onder het teken waterman geboren zijn! Het gaat hier over een ‘onderliggende algemene tendens’ waarin de aarde zich nu voor twintig eeuwen bevindt en eigenlijk zowat iederéén infecteert.

Ik was dus voorbereid op dat tijdperk. Dacht dat de veranderingen wel niet zo snel zouden gaan en ik er nog zou aan ontsnappen. En toch… helemaal gerust was ik er niet in, want ik had al te dikwijls vastgesteld dat je de astrologie maar best héél erg aux sérieux neemt.

En inderdaad… de eenentwintigste eeuw is maar net begonnen of we hebben er al van!

Gevoel, en dan vooral oudergevoel, telt niet meer mee. Opvoedings’technieken’ zijn in de plaats gekomen. Opvoedingstechnieken, georakeld door betweterige professoren. Doorgegeven aan studenten die er, eenmaal afgestudeerd, op hun beurt de meelijwaardige ouders mee infecteren.

Ouders die wàt blij zijn met de ‘drukopdeknoptechniek’ van het Watermantijdperk.
Ouders die nog niet doorhebben hoe ze beduveld worden door de betweterige wetenschappers van het Watermantijdperk!
Ouders die nog niet hebben ondervonden waar deze ‘technieken’ heen leiden!
Ouders die dat twintig jaar later wel aan de lijve gaan ondervinden! Maar dan is het telaat!

En wat opvoeding betreft: ik had het er bij het begin van mijn blog al over: alles op aarde bestaat uit positief en negatief. Beide tegenpolen moeten gelijk vertegenwoordigd zijn opdat er van stabiliteit in de natuur sprake zou zijn.

Wel, dat impliceert dat één op de twee kinderen een mindere of meerdere graad van negatieve instelling moet hebben. Volkomen natuurlijk. Niks om je zorgen over te maken, mits je het kind op de correcte wijze aanpakt. Of moet ik schrijven: “mag aanpakken”?

Maar wat stel je in de realiteit vast? Negenennegentig procent van de ouders vinden dat ze een heel positief kind hebben! En dus zou negenennegentig procent van de mensheid positief moeten zijn! Is dàt wat je ziet op straat? Is dàt wat je ziet op TV? Natuurlijk niet! Dat zou ook niet kunnen! De natuur wil nu eenmaal evenwicht. In alles! Hoe gek het ook moge klinken, positief en negatief hebben elkaar steeds weer nodig om tot een volmaakt evenwicht te komen. Ik vind dat ook jammer, maar zo steekt de natuur nu eenmaal in ekaar. De meest ideale vorm van samenleven zou zijn: weinig negatiefs en weinig positiefs. De kerk min of meer in het midden dus. Want ook dàt is een vorm van stabiliteit.

Maar terug naar de opvoeding: dan rijst al gauw de volgende vraag:

- Allemaal goed en wel, maar niemand heeft graag een negatief kind! Wat doé je daar dan mee? Kun je het ompolen?

Ik denk van wél. Gedeeltelijk toch. Je kunt het zich minstens leren aanpassen aan de maatschappij door het te doen inzien dat het niet ver zal geraken met zijn negatieve instelling. En ja, met de juiste aanpak kan het misschien wel helemaal worden omgepoold tot een positieve persoon.

Oei! Natuurlijk evenwicht weer verstoord dan? Eigenlijk niét, want gelukkig zijn er een pak gemakzuchtige ouders die van hun positief kind dan weer een negatief ingesteld persoon maken door het veel te veel te verwennen! Of door op een andere manier een ‘slechte’ ouder te zijn. De hedendaagse ‘technische’ pedagogie werkt daar heel naarstig aan mee.

Willy.

Geschreven door Willy om 10:09 Reageer op dit bericht

Inleven.

Van nature uit probeer ik er altijd achter te komen hoe een ander wezen zich voelt en denkt. Of dat nu dieren, vogels of mensen zijn, ik probeer me altijd in te leven en hun situatie. Maar helaas, het blijft eigenlijk altijd bij veronderstellingen.

Om te weten wat er in een vogelkop omgaat moet je immers vogel geweest zijn! Je kunt een en ander afleiden van de lichaamstaal, maar dat is dan ook alles.

Bij mensen ligt het een stuk makkelijker omdat die kunnen praten en zeggen wat ze voelen. Alhoewel ik me toch altijd afvraag hoe het er aan toegaat in een hoofd dat slimmer is dan ik, of in een hoofd dat dommer is. In beide gevallen, vind ik toch, zijn het hersenen die anders werken. Misschien andere waarheden kennen. Andere gevoelens. Anders op de wereld aankijken.

Zo bijvoorbeeld ondervond ik dat ‘domme’ mensen altijd weer denken dat iemand die slimmer is dan zij, àlles weet. En hoogst verwonderd zijn als dat niét zo blijkt te zijn. Ze missen gewoon het besef dat slim zijn vele gradaties kent. Leunen heel zwaar op ‘slimmere’ mensen, maar zijn wél de eersten om die ‘slimmeren’ stommerds of luiaards te noemen als ze iets niét weten! Ja, zijn er van overtuigd dat hij het wél weet of kan, maar het niet wil zeggen! Bijgevolg: die mensen hebben hersenen die geen gradaties onderkennen. Het is slim of dom. Lijken totaal niet te beseffen dat tussen die twee oneindig veel gradaties liggen. Iedereen die ze als slimmer dan zichzelf beschouwen moet alles weten. Iedereen die dommer is, weet helemaal niks vinden ze.

Zo vroeg er eens iemand die helemaal niet kon opstellen, of ik een brief wou schrijven over een bepaalde zaak aan een bepaalde instantie. Deed ik. Hij las het, en wou het helemaal anders. Het was niet zoals hij het had bedoeld. Dat begreep ik best! Want zoals hij het had bedoeld hield het helemaal geen steek. Zoals ik het had neergeschreven hield het tenminste nog een klein beetje steek alhoewel de zaak op zich me nogal ongeloofwaardig overkwam. Hij vroeg of ik het kon herschrijven op zijn manier. Dan moest hij het maar dicteren, stelde ik voor. Maar hij raakte er niet uit. Trok op niks. En dat zag hij ook in. Dat hij niet kon opstellen wist hij. Dat ik dat wél kon wist hij ook. Maar begreep niét dat ik met mijn opsteltalent van een halve leugen geen hele waarheid kon maken en het nog geloofwaardig laten overkomen ook! En tot op heden denkt hij nog altijd dat ik gewoon niet wou!

Tja, ik heb ook mijn beperkingen. En iets waar ik niet achter sta, niet eens begrijp, kan ik onmogelijk op een zinnige manier op papier zetten. Ik kan het wél wat anders formuleren om het iet of wat zinnig te maken, maar meer ook niet. Maar krijg dat eens uitgelegd aan dergelijke mensen? Die hebben, denken ze, gewoon een ‘slimme’ gekozen voor het karweitje, en een slimme moet toch alles kunnen?

Tja, mensen zitten toch stukken ingewikkelder in elkaar dan dieren!

En dan kom ik, hoe kan het ook anders, bij mijn hond terecht.

Een dier dat qua gewoontes en levensstijl, goed aansluit bij de mens. Toch een stuk dichter dan een vogel of een vis. Een dier dat min of meer lijkt te denken als wij. En toch, ik zou wàt geven om eens, al was het maar vijf minuten, hond te zijn. Ondervinden hoe een hond denkt. Ondervinden wat hij in de mens ziet. Houdt hij écht van mensen? Is het enkel maar omdat mensen hem voedsel, warmte en onderdak bieden? Of is het veel meer dan dat? Kan een hond liefhebben?

Natuurlijk kan hij dat! Veel intenser dan mensen denk ik. Maar het blijft gissen. Het blijft afleiden uit de lichaamstaal. En hoe dat ‘houden van’ aanvoelt bij een hond zullen we wel nooit weten!

Zo ging ik op een morgen buiten met Chico. Zó uit zijn slaap gehaald van onder de dekentjes van zijn bench. Buiten vroor het 5°. Het park helemaal wit van de sneeuw. En zoals elke koude morgen, had hij er aanvankelijk helemaal geen zin in, hoewel hij zijn warme vestje aan had. Ikzelf had trouwens ook de kap van mijn anorak over mijn petje getrokken! Doet met tegenzin twee stappen naar de eerste struik en heft een pootje. Vloeibare lading geloosd, en hij maakt aanstalten om terug te keren. Nee hoor jongen! Eerst ook nog de vaste lading lozen! Zoniet mogen we binnen het uur terug naar buiten!

Kijkt me vuil aan. Lijkt te zeggen dat hij niet moét. Natuurlijk moet hij niet. Bij ondervinding weet ik dat hij niet kàn voordat hij een eind heeft gelopen en de darmpjes beginnen te werken. En dus lopen we door. Eerste parkje helemaal rond… niks. Maar ondertussen heeft hij er toch zin in gekregen en trekt me al mee naar het tweede parkje. Goed signaal. Er moet al iets op komst zijn!

Blote pootjes dapper trappelend in de sneeuw. Heb medelijden met hem. Maar het moet nu eenmaal. Doet ie het of doet ie het niet? En ja hoor! Daar doet ie het! Na héél kieskeurig het volgens hem enige juiste plaatsje in de hele wijde wereld te hebben uitgezocht. Dat plaatsje verschilt wel van dag tot dag, maar wordt ook telkens weer met heel veel zorg uitgekozen!

Terug naar huis. Loopt een honderd meter gewillig en tevreden mee en stopt dan. Kijkt me aan. Wil oogcontact. En zodra hij dat bekomt heft hij meelijwekkend een beverig voorpootje op. Zet het terug en trekt dan het andere, al even beverig, op. Tja, liever had hij beide poten tegelijk opgetrokken, maar dan zou op zijn smikkel vallen natuurlijk!

Meelijwekkende blik in zijn ogen. Niet mis te verstaan: “Hé daar, hoge grote mens, mijn pootjes zijn wél koud hé? Zou je me niet dragen?”

Ja, de verleiding is groot om hem op te nemen. Maar anderzijds, niet hij maar ik ben het baasje. Als ik aan al zijn willetjes voldoe geef ik hem een verkeerd signaal! En trouwens, daarnet had hij al de tijd van de wereld om zijn plekje te zoeken. Snuffelend aan de sneeuw, de verwelkte bloemetjes, de struikjes… Toen klaagde hij helemaal niet over zijn pootjes!

 

1102204-08d4f8b8e0ee017487050fce3a3c3adc.jpg
Twee die verkleumd terug thuis komen!
En dus stap ik door en trek hem mee. Tenminste, nog een vijftigtal meter en dan neem ik hem toch maar op. Zo hebben we tenminste alle twee een beetje ons willetje kunnen demonstreren. Tevreden koestert hij zich tegen mijn borst en warm ik zijn pootjes wat op met de handen. Enkele ogenblikken later zijn we thuis. Snel zijn ‘number one’ vestje uit, pootjes droog- en warm gewreven, en dan snelt hij naar zijn ontbijt dat ondertussen klaarstaat. De dag van Chico is begonnen.

Wat gaat er om in zo’n kopje? Joost mag het weten. Maar met zijn lichaamstaal en oogjes weet hij toch telkens weer te bekomen wat hij verlangt! En moet ik drommels goed opletten om er geen verwend nest van te maken!

Willy.

Geschreven door Willy om 09:08 Reageer op dit bericht

Lastige jeugd.

Gelezen:

11.000 minderjarigen slikken antipsychotica

Het Laatste Nieuws 24.02.12:

Steeds meer kinderen en jongeren krijgen antipsychotica voorgeschreven. In 2010 kregen 11.000 minderjarigen de geneesmiddelen, daarvan waren 485 kinderen jonger dan zes. Dat staat in De Morgen. Het gebruik van antipsychotica piekt vooral bij zes- tot ...

Wat daarvan te denken? Lastig op te voeden kinderen zijn er altijd al geweest. En als je er zo eentje of meerdere hebt… wel, het zal je kind maar wezen! De opvoeding van dergelijke kinderen is moordend. De stress is nooit uit de lucht. Dàn pas zien ouders in dat opvoeden veel meer is dan ‘voeden’. Maar helaas, om echt ‘op te voeden’ zoals het bij dergelijke kinderen hoort, ontbreekt hen zowel de tijd als de wilskracht. En zelfs als ze die beide eigenschappen wél hebben, dan draagt de omgeving er wel zijn steentje toe bij om hen te demotiveren.

Je krijgt namelijk bergen kritiek over je heen als je je kind ‘te hard’ aanpakt. Kritiek die steevast uit dezelfde hoeken komt:

1. Van mensen die toevallig heel gemakkelijk op te voeden kinderen hebben of hadden, en er geen benul van hebben wat het betekent een lastiger kind op het echte leven voor te bereiden. Deze mensen staan een gepaste opvoeding helemaal in de weg, en helaas behoren ze niet zelden tot de pedagogische wereld. Pas afgestudeerd, en nu zullen ze het eens gaan maken zie! Als leraar, psycholoog, of bij pedagogische staatsinstellingen.

2. Of… de kritiek komt van mensen die wél lastige kinderen hebben, maar dat niet willen inzien en die lastigheid verdoezelen door het kind steeds meer in te volgen in al zijn buitensporige willetjes! Geven en blijven geven. Tot in het oneindige. Om aan de buitenwereld vooral niet te moeten bekennen dat je een lastig kind hebt. En ook om jezelf zand in de ogen te strooien en jezelf, tegen beter weten in, wijs te maken dat je een braaf kind hebt. En dat is het eigenlijk ook… zolang het zijn zin krijgt!

Of… het kind wordt verwend om tegemoet te komen aan wat de moderne maatschappij van je verwacht!!! Waarachtig ouderinstinct opzij schuiven om de maatschappij te plezieren!

Maar geen nood! Zodra bleek dat in sommige gevallen deze methodes niet werkten, werden de braafmaakpillen uitgevonden! De medische wereld stak een handje toe. Met antipsychotica, antidepressiva en weet ik veel. Pillen die je nog niet aan een volwassene zou durven geven. Toch werden ze prompt voorgeschreven door artsen! Is dàt de oplossing? Je kind psychisch ‘platslaan’ met medicijnen om er een goeie van te maken? Om toch maar de schone schijn van humaniteit te kunnen ophouden?

Zo’n kind heeft geen pillen nodig! Alleen maar af en toe een goed pak rammel! Veel minder kans op hersen- en andere beschadigingen. Maar dàt is dan weer niét humaan! Dàt wordt dan weer niet meer aanvaard in onze samenleving. En de weinige ouders die toch de moed hebben te doen wat moét gedaan worden lopen met de kop tegen de muur en tegen hopen kritiek van de buitenwereld.

Wie is hier nu eigenlijk het grootste slachtoffer? Het lastig kind, of de ouder die, against all odds, toch zijn eigen ouderinstinct de voorkeur geeft en doorzet?

En nu zou ik toch wel eens willen weten wie zijn kinderen het meeste schade berokkent: de ouder die er niet voor terugdeinst de harde hand te gebruiken, of de ouder die zijn kind, héél humaan, plat slaat met medicijnen. En zichzelf laat wijsmaken dat zijn kind niet kwaadwillig is, maar ziek!

Dit laatste is de gemakkelijkste oplossing natuurlijk. Want ziekten kunnen verholpen worden met medicijnen. Maar hoe verhelp je kwaadwilligheid? Of lopen er plots geen kwaadwilligen meer rond? Alleen maar ‘zieken’?

Dat ouders zich opgelucht voelen als een arts hen kan wijsmaken dat ze een braaf, maar ziek kind hebben, kan ik me heel goed voorstellen. Opgelucht met de ‘wetenschappelijke diagnose’. Opgelucht dat er een naam kan worden gelinkt aan het ‘gebrek’ van hun kind. En of dat nu ADHD is of ABCD, dat zal hen worst wezen. Dat die ‘ziekte’ met medicijn kan worden verholpen maakt dat hun geluk geen grenzen meer kent. Hun gemakzucht al evenmin. Ze kunnen dus lustig verder verwennen… zo lang het kind maar zijn braafheidsmedicijn neemt.

Toch wel een beetje een héél makkelijke oplossing, niet? En zoals alle makkelijke oplossingen: ze doet, hoe kan het ook anders, gegarandeerd meer kwaad dan goed.

Wat mij betreft, ik heb me nooit ingehouden een van mijn kinderen een draai om de oren te geven als het dat echt verdiende. En daarop ook heel wat kritiek te slikken gekregen van bemoeizieke buitenstaanders. Maar het volstoppen met medicijn? Van mijn leven niet!

En ik mag met trots zeggen: mijn kinderen zijn volwassen, verantwoordelijke mensen geworden, alhoewel een en ander zeker niet van een leien dakje liep in hun jeugd!

Wat zullen die ‘pillenkinderen’ worden? Menselijke wrakken? Van de pillen naar de drugs en dan zichzelf in de vernieling helpen?

Onlangs werd een reclamefilmpje geïntroduceerd, ik weet niet meer voor wàt precies, maar het toonde een moeder die haar zoontje een flinke schudding gaf. Gevolgd door het soort bemoeizuchtige kritiek die ik zo dikwijls heb moeten slikken! Wel, ik vond het walgelijk!

Want uitzonderingen daargelaten zijn dàt nu juist de echte moeders, die hun kind nog durven straffen voor een misstap. Zélfs in het publiek! Die het beste voorhebben met hun kind. Die het willen klaarstomen voor het echte leven. Ouders die geleerd hebben dat dit de enige mogelijkheid is voor een bepaald soort kinderen. Want hoé je een kind moet opvoeden staat in geen enkel handboek. Het is zó verschillend dat voor elk kind een apart handboek zou moeten bestaan.

Wél, dat handboek bestaat wel degelijk! Het zit ingebakken in het kind zelf. De manier waarop een kind reageert leert de ouders hoe het moet opgevoed worden. En dié informatie, die heeft geen enkele buitenstaander! Zélfs niet de buitenstaander waarbij het kind eens een weekje logeert. Want dan zal datzelfde kind zich wél van zijn beste kant tonen! Wees dààr maar van overtuigd.

Dat er inderdaad ook wel ‘slechte’ ouders zijn, daar twijfel ik niet aan. En met dié kinderen zou ik ook echt wel medelijden hebben. Maar helaas, ik, noch wié anders, heeft de juiste informatie om juist te kunnen oordelen. En dus zou ik me zéker nooit klakkeloos moeien in dergelijke aangelegenheden, tenzij het er echt wel vingerdik op ligt. Want die ‘persoonlijke handleiding’ is geschreven in een taal die niemand anders dan de ouders kunnen begrijpen!

Ik ben er dan ook van overtuigd dat bemoeienissen, zowel van leken als van officiële ‘onderlegde’ instanties, hier in 90% van de gevallen meer kwaad dan goed doen.

Willy.

Geschreven door Willy om 09:37 Reageer op dit bericht

Denkprocessen.

Een van de zaken die ik me soms afvraag is hoe wezens die geen taal hebben, denken! Wij, mensen, denken immers in onze eigen taal. Tenminste, dat denken we toch. Of zou het toch niet zo zijn? Zou denken eigenlijk niet echt aan een taal gebonden zijn?

1100255-5f3279800b607244bd096298e8e70542.jpg
Neem nu een hond. Heeft geen taal. Spreekt niet. Maar toch leert hij heel wat van zijn omgeving, van zijn baasjes, en uit instinct. Ook herinnert hij zich alles. De gezichten van de baasjes, de weg naar huis, waar hij zijn eten en drinken kan vinden, en nog honderden dingen meer. Zijn denkvermogen lijkt weinig onder te doen voor dat van ons. Maar een taal heeft hij niet. En dan vraag ik me toch af hoe dat denkproces eigenlijk verloopt in die hersenen! Hoe hij die herinneringen bewaart en hoe hij ze weer oproept waar hij ze nodig heeft. Zonder ‘taaldenken’.

Denken zonder taal… Probeer dat eens? Lijkt ons, mensen, niet mogelijk! En toch blijkt het mogelijk te zijn. En grasduinend in de weinige mogelijkheden die ik eventueel zou kunnen vinden, zie ik eigenlijk maar één mogelijkheid voor een ‘dierlijk’ denkproces: beelden in plaats van taal.

Denken in vroeger opgeslagen beelden en geluiden. Zonder daar woorden voor nodig te hebben. Moet kunnen. Lijkt me een interessante denkpiste. Want eerlijk gezegd, ook ons denken gaat gepaard met beelden die we terug oproepen. Maar wij koppelen woorden aan die beelden. Voorzien de ‘film’ eigenlijk onbewust van ondertitels. Omdat we vinden dat we die nodig hebben. Maar is dat eigenlijk wel zo? Of is dat enkel maar omdat we nu eenmaal de taal machtig zijn?

En na deze denkpiste gevonden te hebben, ga ik er even wat dieper op in: stel dat we een Russische film zien zonder ondertitels, en we kunnen geen Russisch. Wat zouden we daarvan opsteken? We zouden enkel de beelden in ons kunnen opnemen en onthouden. Misschien ook zouden we de verhaallijn min of meer kunnen volgen aan de hand van die beelden, en daar moeten we het dan maar mee doen. Maar het fijne ervan zouden we in veel gevallen toch niet snappen.

Wel, zo ongeveer denk ik dat een hond of een ander dier het moet stellen. Beeldmateriaal, maar geen tekst! Ervaringen en herinneringen die ergens een plaatsje moeten vinden in de hersenen.

En dan rijst al onmiddellijk de volgende vraag: zijn wij beter af met onze ‘ondertiteling’? Misschien wél, misschien niét. Want taal kan ook een beperking inhouden! Taal kun je bewust of onbewust manipuleren. Verdraaien. Aan een bepaald beeld een tekst toevoegen die eigenlijk een grote leugen is, maar toch min of meer past bij het plaatje. Met alleen een beeld alleen kun je dat niet! Kun je het beeld ook niet zodanig vervalsen dat er een leuk, maar kwaadaardig roddeltje uit ontstaat. Kun je ook niet bedenken hoe je een ander kunt beliegen of bedriegen!!!

… En zou je ook nooit, via een laster- en leugencampagne, als ‘roedelleider’ kunnen worden verkozen als je daar helemaal de kwaliteiten niet voor hebt! Zou je moeten verkozen worden aan de hand van de beelden en daden die men écht van je gezien heeft. Niét door wat je belooft, want daar bestaan geen beelden van voordat je die belofte hebt waargemaakt.

Zou het soms daardoor komen dat dieren veel eerlijker zijn dan mensen?

Dat wolvenroedels de leider hebben die ze écht nodig hebben om te overleven, en gewiekste comedianten niet de minste kans maken?

Als dat zo is, dan dunkt het me dat we nog heel veel hebben te leren van het dierenrijk!

Willy.

Geschreven door Willy om 17:03 Reageer op dit bericht

De Domme Dexia.

De woorden van mijn column van gisteren waren nog niet koud, of daar kwam weer de zoveelste stommiteit van onze regering binnenwaaien. Ik word dat stilaan beu hoor! Maar anderzijds, aan inspiratie geen gebrek, dank zij het gekkenhuis  'Wetstraat'! Al zou ik ook liever mijn blog voor positievere zaken gebruiken.

Krantenbericht 23.02.12:

"De Dexiaholding heeft vorig jaar 11,6 miljard euro verlies geleden. Dat komt door de ontmanteling van de groep: Dexia heeft verschillende onderdelen met verlies moeten verkopen. De verkoop van de Dexia Bank aan de Belgische staat bijvoorbeeld betekende een verlies van 4 miljard. De holding is op dit moment eigenlijk niéts meer waard. Maar een faillissement zou een ramp zijn, want Belgie staat voor 54 miljard euro garant voor de groep."

Moet er nog zand zijn? Is er nog twijfel mogelijk aan het bedroevende IQ van onze heren ministers?

Kun je nog toerekeningsvatbaar verklaard worden als je dergelijke risico’s neemt met het geld van je belastingplichtigen? Of is ‘prettig gestoord’ een betere definitie voor die lui daar in de Wetstraat?

De meesten van ons hadden gedacht: “Oef! De Dexia bank is uit de problemen, en die Dexia Holding is ver van mijn bed.”

Mis dus! De kleutertjes blijken weeral achter onze rug om bezig te zijn geweest onze mooie (geleende) miljarden op de helling te zetten met garanties aan een holding waar ze niet het minste inzicht in en verstand vàn hadden!

En dan zie je op TV de witteboorden van die instelling defileren met geleerde (of geleende) woordenschat. Zijn hopeloos in de fout gegaan, maar houden de kop fier rechtop en kunnen het nog allemaal mooi uitleggen ook! En waag het niet ze ezels te noemen! Benader ze minstens onderdanig als ‘Heren ezels’!

Wat zou er volgen als een arbeider door een fout zijn baas een honderdtal euro doet verliezen? Minstens een fikse scheldpartij vrees ik. Maar dié ‘heren’? Neen hoor, daar raak je niet aan, al kosten hun stommiteiten ons miljarden! Pure witteboordencriminaliteit.

Voor alle duidelijkheid: wat een holding is weet ik niet en wil het ook niet weten! Ben geen belegger, en dat soort ondoorzichtige praktijken maakt bij mij geen kans. En dus heb ik ook niemand ooit de kans gegeven me uit te leggen wat een holding is. Wat niet eenvoudig te begrijpen is hoéven ze me niet uit te leggen, want daar zitten steevast addertjes onder het gras. Het geld dat op mijn rekening komt heb ik verdiend, en wat ik niet verdiend heb hoéf ik ook niet.

Maar alweer: door de stommekloten in de Wetstraat riskeert ook de voorzichtigste huisvader nu toch zwaar gestraft te worden. Gestraft voor de fouten van de regering. Want kijk, dit is nou Democratie met een hoofdletter D: het ‘Domme’ volk kiest zijn… natuurlijk… Domme leiders. Wat had je anders verwacht?

‘De macht aan het volk’ is een mooi begrip, moest je met een intelligent volk te maken hebben! Maar helaas…

Willy.

Geschreven door Willy om 09:31 1 reactie Reageer op dit bericht

Automatisering.

Er zijn zoveel vragen waarop ik geen antwoord heb! Waar niet eens een antwoord kan op gevonden worden. Vooral dan het waarom van de vele stommiteiten die onze samenleving compleet hebben verziekt! Zoveel zaken die ik heb zien ontsporen omdat de beleidsmensen geen visie hadden. Zoveel vernieuwingen meegemaakt, verondersteld dat er met gezond verstand zou op gereageerd worden, maar dat bleek telkens weer teveel gevraagd weet ik nu.

Iedereen op de ministeries keek naar zijn eigen kleine departementje en had lak aan de rest. Hoe het grote geheel op elkaar moest inspelen en blijven functioneren werd compleet over het hoofd gezien. Alles werd vernieuwd, maar de politiek bleef bij het oude. Alsof je met moderne auto’s over oude kasseiwegen gaat rijden.

En nu vind ik het voor ambtenaren wel een grote verdienste om zich uit te sloven voor hun eigen departement. Maar helaas sloven ze zich al te dikwijls zodanig uit om hun eigen kantoortje prima te laten functioneren, dat ze alle voeling met de rest van de wereld verliezen. Zo kweken ze een prima departement dat lekker goed op zichzelf functioneert, maar totaal niet meer in het geheel past! Alsof iemand nog steeds heel gemotiveerd stoom zou zitten produceren als er al lang geen stoommachines meer bestaan!

Waar ik het eigenlijk over wil hebben is de automatisering, die eind vorige eeuw in een enorme stroomversnelling geraakte, maar in werkelijkheid al honderd jaar eerder was begonnen. Maar de politici hadden het niet gemerkt en merken het nog steeds niet! Terugvallen op hun ambtenaren kunnen ze ook al niet, want die zijn gewoon bezig te perfectioneren wat ze gisteren, verleden jaar, en vorige eeuw deden!

Zodra het industrieel tijdperk zijn intrede deed, gingen steeds meer banen verloren. Werklui, die destijds 14 uur of langer per dag werkten, verloren hun job naarmate meer machines het handwerk overnamen. Landbouwers, die ook honderden mensen tewerkstelden tijdens de oogst, deden die oogst nu ook met één enkele machine!

Positief daaraan was natuurlijk dat kinderarbeid op de duur verboden werd. Het hoéfde trouwens niet meer, want er waren meer dan voldoende volwassenen om in hun langdurige dagtaak het fel verminderende handwerk te verrichten.

Negatief was het banenverlies, dat zelfs tot hongersnood onder de bevolking leidde. De oplossing lag nochtans voor de hand: minder uren per dag werken, zodat de arbeid gelijkmatiger kon worden verdeeld onder de werklustigen.

Niét de politici, maar de arbeiders zelf dachten aan die oplossing, en werden daarin bijgestaan door de vakbonden. En na jarenlang strijden en onderhandelen lukte het stap voor stap, tot we, na de tweede wereldoorlog, tot een achtenveertigurenweek kwamen. Zes dagen van acht uur. Nog wat later kwam de vijfdagenweek in voege en moest ook de zaterdag niet meer gewerkt worden.

So far so good. De automatisering werd grotendeels gecompenseerd door de verminderde arbeidsduur. Zo konden tenminste voldoende mensen aan de slag blijven. Al volgden die aanpassingen de realiteit met een héél lange elastiek!

Maar toen kwamen de jaren 1980 – 1990! Opmarch van de computer, en een grote stroomversnelling in de automatisering. Honderden typistes in honderden kantoren konden zó worden weggeveegd, want hun werk kon nu met één computer worden gedaan!

Fabrieken met tienduizenden arbeiders, werkten nu met robots en met slechts een tiende deel van de vroegere werknemers.

Reactie van de politiek: NADA! ZERO! As usual. Vanaf de zijlijn toekijken waar de bal terecht zal komen, maar geen poot uitsteken om die bal te sturen!

En nochtans, ze hadden maar het oude, succesvol gebleken voorbeeld te volgen: arbeidsduurverkorting. Elk zijn deel van de koek. Was dat deel maar vijf uur per dag, dan moest het maar vijf uur worden! Als iedereen maar aan de slag kon blijven.

Maar in plaats daarvan gebeurde wat we nu nog altijd zien gebeuren: de een werkt zich te pletter om de zoveel stuks die de baas eist te produceren binnen zijn werktijd, de ander ligt lekker in zijn sociale hangmat te wachten op ‘zijn’ welverdiende dopgeld. Meestal behoren de versleten grootvaders tot de eerste groep, de volbloedige jeugd tot de tweede.

En nu ben ik helemaal geen deskundige in deze materie, noch heb ik enig universitair geschoold verstand. Maar bij mij kan het er niet in dat dit een gezonde samenleving moet voorstellen! Dit is een schoentje dat aan alle kanten wringt! Onlogisch, onmenselijk, en onmogelijk. Maar toch wordt halsstarrig op deze leest voortgewerkt.

Ik stelde dat, met mijn beperkt verstand als leek, al jarenlang vast. Zag er direct het onlogische van in, want daarvoor moet je inderdaad niet veel verstand hebben.

- Waarom zien politici, juist voor dié taak ‘gekozen’ en véél intelligenter dan ik, dat dan niet in?

- Waarom blijven ze luilakken en parasieten sponsoren?

- Waarom importeren ze vreemden om het werk te verrichten dat wijzelf, mits eerlijk verdeeld, héél goed zouden aankunnen?

- Waarom betalen ze liever dopgeld en pensioenen aan vreemden?

- Waarom willen ze ouderen langer aan de slag en jongeren langer in bed?

- Hoe lui en lam zullen die jongeren uiteindelijk uit dat bed komen?

Kan iemand mij daar de logica van uitleggen? Waarschijnlijk niét, want zoiets kan gewoon niet op een logische manier worden uitgelegd.

Werktijdverkorting dan toch maar? Jawel! Gepaard gaande met het tewerkstellen van ALLE werkonwilligen! En daar hoeft heus geen zweep aan te pas te komen hoor! Als ze voor de keuze staan: werken of uithongeren, zullen ze wel anders gaan piepen! Zullen ze wel de handen uit de mouwen halen en de verwende koppen uit de capuchons!

In de toekomst voorzie ik steeds verdere automatisatie. Er zal zéker een tijd komen dat automaten bijna àl het werk zullen doen. En dan? In het huidige politieke klimaat staat ons dan een ramp te wachten: industriëlen ‘zouden’ dan superrijk moeten worden, en alle potentiële werkkrachten zouden uithongeren. Maar met opzet zette ik ‘zouden’ tussen aanhalingstekens. Want in dit geval zou bijna niemand nog koopkracht hebben, en zouden de industriëlen het ook kunnen schudden. Hun procucten zouden immers niet meer aan de man gebracht kunnen worden! Niemand zou ze nog kunnen kopen. En dus… You see the picture?

Koopkracht moet, hoe dan ook, gevrijwaard worden! Hoe? Door werkduurverkorting zonder inlevering van verloning. En op die manier tot een totale tewerkstelling komen. Dopgeld enkel maar heel tijdelijk voor wie zwart op wit kan aantonen dat er in heel het land geen job meer te vinden is.

Niet haalbaar voor de industrie? Toch wel! Want het enige alternatief zou zijn dat ze producten moeten fabriceren die niemand zich nog kan veroorloven. En dat willen ze toch ook niet? Als ze er, door hebzucht en gebrek aan doorzicht, voor kiezen het eigen land naar de knoppen te helpen, zullen ze gewoon mee naar de knoppen gaan. Dat zouden ze toch moeten beseffen?

En bovendien, de miljarden die nu worden verspild aan dopgeld, worden uiteindelijk ook grotendeels door de werkgevers gedragen! Het hele sociale systeem dat vooral profiteurs moet sponsoren eveneens! Wàt een belastingsvermindering zou daaruit kunnen voortvloeien voor de industrie!

Wel, al komen we op termijn tot nog slechts één enkel werkuur per dag, maar dan wél voor ALLEN, het zal de enige mogelijke oplossing blijken te zijn en een passend antwoord op de automatisering. En niemand zou er slechter van worden. De werkgevers zéker niet. Akkoord, ze zullen dan een volwaardig dag loon moeten betalen voor één uur werk. Maar is dat niet beter dan zwaar mee te betalen aan een volwaardig leefloon voor de duizenden die nu helemaal niét werken?

Want op de keper beschouwd, wie is verantwoordelijk de automatisering? Mensen die dingen hebben uitgevonden om andere mensen het leven gemakkelijker te maken! Niét om een paar enkelingen daar grote winsten te laten uit slaan, en de rest van de mensheid maar te laten verhongeren. Want dat werkt niet! Werkt niet vanwege de dalende koopkracht. En gelukkig maar!

Hebben die knappe uitvinders hun doel bereikt? Neen! De enkelingen die vaststelden dat ze zich konden verrijken door automatisatie, sprongen snel in de boot en dachten niet verder aan de gevolgen op lange termijn. Gevolgen die zich op de duur ook tegen hen zullen keren zodra de koopkracht gaat dalen!

Automatisatie is een zegen voor de mensheid, en is trouwens ook uitgevonden om de mensheid te dienen. Maar dan moet ze ook met gezond verstand in de juiste banen worden geleid door een orgaan dat daarvoor alle kennis en bevoegdheid heeft.

Zo’n orgaan zou de regering moeten zijn. Maar helaas, door nonchalant kiesgedrag en verkeerde selectie en promotie vanwege de partijen is ze dat totaal niet! Is ze, als het op langetermijndenken aankomt, zelfs volslagen leek! En dat bewijst ze dagdagelijks.

Onze maatschappij is in al zijn facetten te vergelijken met een straalvliegtuig: een voertuig waarop je veel beslissingen van honderden kilometers op voorhand moet nemen als je op het gekozen punt wilt uitkomen! Maar ‘onze’ piloten reageren helaas nog als de boer, honderd jaar geleden, op zijn kar: zien enkel de straatstenen recht onder hun neus!

Willy.

Geschreven door Willy om 09:04 1 reactie Reageer op dit bericht

De Griekse Grap.

Zo. De verenigde kleuterklasjes van Europa hebben Griekenland nog maar eens honderd dertig miljard cadeau gedaan! Zó recht uit hun pollekens, zó uit het grabbeltonnetje. Alsof het niks is. Natuurlijk is het niks voor kleutertjes! Wat hebben dié nou besef van de waarde van geld?

Alsof we er zelf niet belabberd genoeg voor zitten!

Als ik het nieuws mag geloven zou de Belgische bijdrage hiervoor neerkomen op vierhonderd vijftig euro per Belg!!! Makkelijk geven als het niet uit je eigen zak komt! Zou dat ook uit de zak van de dubbeldekkers (dubbele nationaliteit) komen? Of ontsnappen die weeral de dans? Zullen ze voor de gelegenheid maar weer eens aanzien worden volgens die dubieuze tweede nationaliteit? Een nationaliteit dat niks met de Eurozone te maken heeft dus? En bijgevolg ook niet hoeft op te draaien voor Europese stommiteiten?

Volgens de financiële expert van VTM, die zichtbaar zijn woorden goed moest kiezen omdat hij heel goed wist dat het geen makkie was om ook dit keer geloofwaardig over te komen, was er geen andere mogelijkheid. Anders gaat Griekenland failliet en zien we ons vroeger gegeven geld nooit meer terug.

Alsof we nog enige hoop hebben dat geld nog ooit terug te zien! Nu komt daar gewoon nog 130 miljard bij die we nooit meer zullen terugzien! Want binnen de kortste keren staan we opnieuw voor die keuze, en is het wéér bijgeven of failliet!

Hoé in ’s hemels naam kunnen verstandige mensen blijven investeren in een hopeloos verloren zaak? Dat honderden zaken in eigen land failliet gaan, daar hebben die heren geen probleem mee. Integendeel, ze màken faillissementen met onder andere het rookverbod. Hoeveel miljard krijgen die cafébazen dan wel om niét failliet te gaan?

Ja, dat Griekse grapje kan nog lang doorgaan op die manier! De Grieken mogen onze kiezers wel dankbaar zijn dat ze telkens weer voor dergelijke ‘grappenmakers’ kiezen!

En dat de Belg flink meebetaalt, mezelf inbegrepen, stemt me eigenlijk nog tevreden ook! Ze moeten maar niet zo stom zijn dergelijke leiders te kiezen. Nog enkele van die Griekse grappen, en de kiezer zal het wel begrepen hebben zeker? Of toch niet?

Het spreekwoord zegt: “Wie niet horen wil moet voelen”! Wel, de tijd dat we met zijn allen zullen voelen hoe idioot er in de laatste decennia werd gestemd, komt snel dichterbij. De idioterie is ook stilaan zijn top aan het bereiken! Of kan het nog erger? Geld voor Griekenland, geld voor Moslims, geld voor de Islam, geld voor eigen luiaards. Maar geld voor de hard werkende burger? Sorry! We gaven al teveel uit en dit kan er nét niet meer bij!!! En die brave burger zwoegde maar voort tot groot vermaak en vertier van alle vreemden, luilakken en parasieten.

Of ik dan niet meevoel met die arme Grieken? Oh jawel hoor! En waarschijnlijk veel meer dan alle zogenaamde humanisten samen! Maar niet wij zijn er verantwoordelijk voor dat Griekenland geen economie zoals de onze heeft weten op te bouwen! Dat is niét wat onze voorouders in gedachten hadden toen ze streden, werkten en zwoegden om ons betere levensomstandigheden te garanderen.

Het is spijtig voor de Grieken, maar dan hadden ze maar niet moeten blijven stilstaan toen wij ons aan het vooruittrekken waren. En ik vind niet dat wij nu maar trekkertje moeten spelen voor een loodzware aanhangwagen die gewoon stilvalt zodra hij niet meer getrokken wordt! Dààrvan ontsnapt me de logica totaal. Maar ja, ik ben dan ook maar een domme ongeletterde hé?

Willy.

Geschreven door Willy om 10:21 Reageer op dit bericht

Veilig Vlaanderen!

Begin jaren zestig. Ik werkte bij de technische dienst van een vleeswarenfabriek. Er werd enkel bij dag gewerkt in de fabriek. Om vijf uur werden alle machines gestopt en ging iedereen naar huis. Toen kwam een ‘kuisploeg’ op om alles te reinigen, en ook dié vertrok rond negen uur. Dan was het doodstil in de fabriek.

Wij, bij de technische dienst, waren de enigen die volgens beurtrol nachtdienst deden. Alleen! Moedermens alleen. Ik deed het graag, want het was niet echt werken. Enkel wat rondlopen van machinekamer naar machinekamer: die van de verschillende koelkamers, droogkamers, diepvrieszalen, en die van de stoomketel, die op druk moest blijven. Tussen de bedrijven door had ik ons hele atelier voor mij alleen om wat te knutselen.

Destijds viel het me niet op, maar nu ik plots aan die tijd terugdacht, ging ik beseffen dat in die hele fabriek niet één deur op slot was bij nacht. Ik reed met de brommer gewoon een der open poorten binnen en begon aan mijn taak. Kon overal binnen en buiten; sleutels heb ik nooit gezien. Van niets! Tenzij van de burelen. Dié waren natuurlijk gesloten, want daar ook lag geld.

Nu, anno 2012, lijkt dat absurd. Toén echter, stond ik er niet eens bij stil. Leek me doodgewoon. Waarom eigenlijk zou je deuren gaan afsluiten?

Maar eigenlijk kon gelijk wie gewoon de hele fabriek doorwandelen en meenemen wat hij kon gebruiken: hammen, salamis, kartons vol conservendozen… wàt je ook maar wilde. Inbreken hoefde niet eens. Gewoon binnenwandelen.

En toch, ik heb er zeven jaar gewerkt, en nooit is er iets van die aard gebeurd. Dat kwam gewoon niet bij de mensen op! Ze waren armer dan nu. Maar gaan stelen? In een fabriek? Kom nou! Dat deed je gewoon niet.

Natuurlijk waren het niet allemaal heiligen die in Vlaanderen leefden! Natuurlijk waren er ook buitenbeentjes. Maar dan waren het ook écht buitenbeentjes. Uitzonderingen.

En dan, ja hoor, wat kruimeldiefstalletjes van het eigen personeel! Ook in de fabriek verdween wel eens een en ander. Maar dat was dan door sommige van de eigen werknemers die hier of daar tersluiks wat in hun boterhamtas lieten verdwijnen. Eigenlijk meer voor de kick en om op te scheppen bij de collegas, want ze hoéfden het echt niet te doen. We konden er zelf alles bestellen tegen bodemprijzen.

Zou dat tegenwoordig nog kunnen? Een met uitzondering van mijn persoontje onbemande fabriek, volgestouwd met lekkers, ongesloten laten? Zou zó leeggeplunderd zijn! En ik denk evenmin dat ik er nu, onder diezelfde omstandigheden, nog gerust mijn ronde zou kunnen doen zonder me hoogst onveilig te voelen.

Ach wat hadden we toch een braaf en veilig landje! Zelfs tot ver in de jaren zeventig was mijn eigen voordeur zelden gesloten. Noch bij dag, noch bij nacht! Mijn auto al evenmin! Inbraak was iets dat zó ver van je bed gebeurde, dat je er niet eens aan dacht dat het jou zou kunnen gebeuren!

Waarom wilden we dat niet behouden en met hand en tand verdedigen?
Waarom moesten we hoognodig hangjongeren kweken?
Waarom moesten we vreemde criminelen importeren?
Waarom moesten we de grenzen verwijderen?
Was het hier dan zo slecht in die heerlijke tijden?

Joost mag het weten!

Willy.

Geschreven door Willy om 10:27 Reageer op dit bericht

Smaakmakers.

Sommige mensen lopen heel hoog op met hun goede smaak. Als je dan een en ander gaat doorlichten, blijkt die smaak dan wél overeen te komen met de smaak van de halve mensheid! Of met andere woorden: datgene wat de een van de ander hoorde en doorgaf aan weer anderen, die het uit solidariteit ook als prima gingen bestempelen. En wat de halve mensheid goed vindt moét dus ook wel goed zijn hé?

Het is ook een beetje ‘standgevoelig’. Mensen van stand vinden dan weer dat ze hoognodig hun intelligentie moeten tentoonspreiden door van klassieke muziek te houden. Zou geen misplaatste liefde zijn, maar ook daar gebeurt net hetzelfde:

- Wat zijn weer de klassiekers waarvan de ‘grand genre petit noble’ vindt dat ze goed zijn? Ha ja! Daar moeten we dus van houden…

Goede smaak is dus geen kwestie meer van persoonlijkheid, maar een kwestie van meehuilen. Zo hard mogelijk, en liefst nog harder dan de wolven in het bos.

Goede smaak heeft, als het op kledij aankomt, ook alles met de prijs van een product te maken! Als je er maar veel moet voor betalen dan is het al lang goed en blijk je smaak te hebben. Staat dan ook nog een wereldberoemd merk op het label, dan kan de ‘smaak’ niet meer stuk! En wordt eigenlijk niet langer het kledingstuk, maar het label belangrijk.

Zul je die ‘smaakbegaafden’ ooit horen zeggen dat de Spaanse rode wijn in een drieliter karton bij Aldi lekker is? Natuurlijk niet! Daarvoor is ze trouwens ook veel te goedkoop. Zouden ze niet eens durven proeven, want dat moét wel veredelde azijn zijn. Dat soort mensen wil trouwens niet eens gezien worden bij Aldi. Zou van slechte smaak getuigen!

Wel, ik vind het gewoon een goed wijntje voor een goede prijs. Natuurlijk is het niet het soort tongstrelende ‘tapis plein’ van bepaalde peperdure ‘chateaux’. Maar als ik meer dan tien euro moet betalen voor een driekwartliter flesje wijn, dan proef ik, vér boven de sublieme smaak van de wijn, een erg wrange geldsmaak. En dat maakt het dan weer kapot voor mij.

Ik was zestien, en mijn hele generatie was wég van Elvis Presley. Zijn rock’n roll nummers dan vooral. Ook hier weeral: door mond aan mond reclame en na-apen! Wel, die nummers spraken mij helemaal niet aan! Ik had Pat Boone en Harry Belafonte als favorieten. Maar na enkele keren te zijn uitgelachen daarvoor, sprak ik er niet meer over en hield die keuze voor mezelf.

Veel later ben ik Elvis toch wel gaan appreciëren, toen hij meer melodieuze nummers ging brengen. Een mooie melodie of een warme stem kan mijn ziel raken. Dan pas is het ‘goed’ voor mij. Niét omdat duizenden anderen het goed vinden. Als het nummer dat ik verkoos helemaal geen hit wordt, helemaal niet in de markt ligt, helemaal niet in het huidige tijdsbeeld past, verandert dat totaal niets aan mijn keuze. Ik blijf het gewoon mooi vinden. Against all odds.

Maar waar het me over gaat is dat je nimmer of nooit de openbare opinie als evangelie mag aannemen. Volg liever je eigen smaak! Vind je een nummer goed? Spreekt het je aan? Wel, wat houdt je tegen daar je favoriete nummer van te maken? Mag dat niet vanwege de openbare opinie? Is het een ‘fout’ nummer? De boom in jullie! Ik hoor het graag en daarmee basta!

Ik bespeel zelf een aantal instrumenten, en in de jaren zestig was dat heerlijk. Er ging geen week voorbij of er kwam weer een goede meezinger op de markt, die je zó kon naspelen. Een instrument bespelen in die tijd was dan ook een heel mooi tijdverdrijf.

Nu? Letterlijk niéts nieuws kun je nog naspelen, want letterlijk niets nieuws is daarvoor nog melodieus genoeg. Gewoon een paar onsamenhangende noten op een scheefgetrokken notenbalk. Alleen mooi als de originele ‘succeshebber’ het brengt. En dàt vind ik dan toch weer puur vakmanschap, al spreekt het me niet aan: van een snertnummer een pareltje weten te maken vanwege de manier waarop het gezongen wordt. Chapeau voor die kunstenaars, maar zelf zou ik er toch nooit een CD van kopen. Al moet ik ze wél bewonderen voor hun stijl.

Ik heb pakken muziekboeken van alle tijden. Zou het toeval zijn dat alles dat ik ooit kocht en muziek van vóór de jaren zeventig bevatte al erg beduimeld is, en zowat alles van daarna bijna nog nieuw? Gekocht… even bekeken… even gespeeld, en neen! Dat wordt weeral niks! De zoveelste teleurstelling.

Zijn ze er dan niet meer, die goede componisten? Die goede kunstschilders? Vakkundige beeldhouwers? Oh jawel hoor! Het enige probleem is dat hun producten geen afzetmarkt meer vinden. Want wie zich ernstig met kunst bezighoudt heeft meestal maar weinig tijd om die kunst met het nodige tijdrovende ellebogenwerk te promoten. Of het karakter niet ervoor. En wordt ondertussen ingehaald door de dure kitsch die wél zwaar werd gepromoot.

Zou het toevallig zijn dat de jeugd eerst zwaar moet ‘snuiven’ om met volle teugen van een concert te kunnen genieten? Mee te schreeuwen met de schreeuwlelijkerds op het podium? Zich de hersenen te laten inslaan door de meedogenloze versterkers en luidsprekers? Versterkers die muziek omzetten in puur lawaai? Lawaai van zóveel decibels dat je er op een werkplek verplicht oorbeschermers zou moeten voor dragen.

Of ik daar iets op tegen heb? Eigenlijk niet! Ze doen maar als hen dat gelukkig maakt. Zolang ze maar niet komen vertellen dat dit ‘leuke lawaai’ naar de naam muziek luistert. Want dan komt alles binnen in me in opstand! Dat het leuk is en hen in de stemming brengt kan ik aannemen. Voor hén dan toch. Maar mij niet gezien!

Zodra dan ook in de jaren zeventig de ‘kunst’ werd vervangen door lawaai, en mede door de doorbraak van Julio Iglesias, verlegde ik mijn interesse naar Spaanstalige nummers, en vond daar een schatkamer! Tik bij Youtube als voorbeeld maar eens ‘Maria Dolores Pradera’ in! Een ongelooflijk gevoelige stem. Een bittere stem! Bitter, droevig, en toch zo romantisch zijn haar levensliederen, recht uit het hart. Latino van het zuiverste soort. Wie trouwens een van haar melodieën correct vertaald wilt zien, kan me altijd mailen. Dat doe ik met plezier!

Ze hoeft de melodie ook niet te doorspekken met veel whowhowho’s en whawhawha’s om er nog een beetje sfeer in te krijgen. Die sfeer zit in de melodie gebakken, en haar natuurlijk stemgeluid zorgt voor de rest.

Maar helaas, ook zij luidt het einde van een tijdperk in. Ook voor Spanje lijkt het doek gevallen. Daar hebben de smaakmakers wel weer voor gezorgd. Had nooit gedacht dat het hen zou lukken een zo sterke muziekcultuur helemaal onderuit te halen, maar zelfs daar is het hen toch weer maar eens gelukt.

Bewijs temeer dat tegen smaakmakers helemaal geen enkel kruid gewassen is! Zéker niet zo lang we ‘meehuilen’ als smaak aanzien.

Willy.

Geschreven door Willy om 09:31 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Bewust_zijn

↑ Terug naar de berichten